Circulaire 2018/C/90 betreffende bindende tariefinlichtingen (BTI)
Deze circulaire vervangt de Instructie Bindende Tariefinlichtingen 2001 (D.I. 638 - D.T. 216.745 van 22 december 2000).
bindende tariefinlichting; BTI; BTI-beschikking
FOD Financiën, 18.07.2018
Algemene Administratie van de Douane en Accijnzen
Inhoudstafel
1. Lijst van termen en afkortingen
3. Definitie en draagwijdte van een BTI
4. BTI-aanvragen (schema: zie bijlage 5)
4.2. “Aanvrager” (vak 1) (verplicht)
4.5. “Goederencode” (vak 8) (facultatief)
5. Raadpleging van de EBTI-databank
6. Afgifte van BTI’s (schema: zie bijlage 5)
6.1. Kosten, retourneren van goederen en vertalingen
7.1. Ontvangst van de aanvraag
8. Uiteenlopende BTI-beschikkingen
9. Nietigverklaring van BTI-beschikkingen
10. BTI-beschikkingen die hun geldigheid verliezen of worden ingetrokken
11. Periode van verlengd gebruik (“respijtperiode”)
12. Recht om te worden gehoord
Bijlage 1: Aanvraag voor een beschikking betreffende een bindende tariefinlichting (BTI)
Bijlage 2: Informatie voor het invullen van een aanvraag voor een bindende tariefinlichting (BTI)
Bijlage 3: Beschikking betreffende een bindende tariefinlichting
1. Lijst van termen en afkortingen
In de circulaire zullen de volgende termen en afkortingen worden gebruikt:
AWDA: algemene wet inzake douane en accijnzen van 18 juli 1977
BTI: bindende tariefinlichting
BTI-shopping: de illegale praktijk om (doorgaans bij douanediensten van verschillende lidstaten) meer dan één BTI-aanvraag in te dienen voor dezelfde goederen
DWU: Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en van de Raad van 9 oktober 2013 tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie
EBTI: Europees informatiesysteem betreffende bindende tariefinlichtingen. Het betreft het systeem waarmee aanvragen worden ingediend en BTI-beschikkingen worden afgegeven.
EU: Europese Unie
GOV: Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/341 van de Commissie van 17 december 2015 tot aanvulling van verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en van de Raad met overgangsregels voor enkele bepalingen van het douanewetboek van de Unie voor de gevallen waarin de relevante elektronische systemen nog niet operationeel zijn, en tot wijziging van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/2446
GV: Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/2446 van de Commissie van 28 juli 2015 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad met nadere regels betreffende een aantal bepalingen van het douanewetboek van de Unie
Richtsnoeren: Tussentijdse administratieve richtsnoeren voor het Europees informatiesysteem betreffende bindende tariefinlichtingen (EBTI) en de werking ervan (uitgegeven door de Europese Commissie)
UV: Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447 van de Commissie van 24 november 2015 houdende nadere uitvoeringsvoorschriften voor enkele bepalingen van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie
2. Voorwoord
1. Het doel van de circulaire betreffende bindende tariefinlichtingen (BTI) is om de bestaande processen af te stemmen op de nieuwe legislatieve werkelijkheid die vanaf 1 mei 2016 in werking is getreden door de invoering van het DWU.
2. Deze circulaire licht op gestructureerde wijze de volledige BTI procedure toe (zie ook schema in bijlage 5). Na het verhelderen van de definitie en de draagwijdte van een BTI worden in de volgende onderdelen de BTI-aanvragen, de afgifte van BTI-beschikkingen en elk ander aspect betreffende BTI-beschikkingen behandeld.
3. In elk onderdeel staan de relevante paragrafen van de Richtsnoeren en de wetsartikelen in kaders. Deze zijn waar nodig voorzien van commentaar.
3. Definitie en draagwijdte van een BTI
|
De douaneautoriteiten geven op aanvraag beschikkingen inzake bindende tariefinlichtingen (BTI-beschikkingen) of beschikkingen inzake bindende oorsprongsinlichtingen (BOI-beschikkingen) af. BTI- of BOI-beschikkingen zijn slechts verbindend met betrekking tot de tariefindeling of de vaststelling van de oorsprong van de goederen: a) jegens de houder van de beschikking ten aanzien van goederen waarvoor de douaneformaliteiten worden vervuld na de datum waarop de beschikking van kracht wordt; b) jegens de houder van de beschikking en jegens de douaneautoriteiten, met ingang van de datum waarop hem mededeling van de beschikking wordt gedaan of wordt geacht te zijn gedaan. BTI- of BOI-beschikkingen gelden voor een periode van drie jaar vanaf de datum waarop de beschikking van kracht wordt. (DWU art. 33, lid 1 (deel) tot 3) |
Het Europees informatiesysteem betreffende bindende tariefinlichtingen (EBTI) is ingevoerd om marktdeelnemers rechtszekerheid te bieden bij de berekening van de prijs van in- en uitvoertransacties, om het werk van de douanediensten te vergemakkelijken en om een meer uniforme toepassing van het gemeenschappelijke douanetarief te garanderen. (Richtsnoeren, titel 2, paragraaf 4) |
In artikel 14 DWU is bepaald dat douaneautoriteiten verplicht zijn inlichtingen over de douanewetgeving, waaronder over de indeling van goederen, te verstrekken. Dit advies is echter alleen juridisch bindend als het binnen het BTI-kader wordt verstrekt. Wat het bindende karakter van geldige BTI-beschikkingen betreft, geldt dat alle geldige BTI's in hun geheel bindend zijn voor zowel de douanediensten als de houder. (Richtsnoeren, titel 3, paragraaf 1) |
4. Een BTI-beschikking is een beschikking van de douane tegenover een marktdeelnemer (de houder) waarin de indeling van goederen in een douanenomenclatuur wordt vastgelegd.
5. Een BTI-beschikking is geldig voor een periode van 3 jaar ten aanzien van goederen waarvoor de douaneformaliteiten worden vervuld na de datum waarop de beschikking van kracht wordt.
6. Een BTI-beschikking is bindend in zijn geheel voor de douaneautoriteiten van alle lidstaten van de EU, onafhankelijk van welke lidstaat deze afleverde.
7. Een BTI-beschikking is bindend in zijn geheel voor de houder.
8. Een BTI-beschikking biedt rechtszekerheid over de tariefindeling.
9. Alle door de Europese douaneautoriteiten afgegeven BTI-beschikkingen worden elektronisch opgenomen in de EBTI-databank. Deze kan openbaar geconsulteerd worden via deze link (zie ook de website van de Europese Commissie betreffende BTI’s). In deze publieke databank worden de vertrouwelijke gegevens van een BTI-beschikking, in het bijzonder de gegevens van de houder (vak 3) en de handelsbenaming en aanvullende informatie (vak 8), niet weergegeven.
10. In België is het proces van de behandeling en de afgifte van BTI’s gecentraliseerd. Dit proces wordt uitgevoerd door het team Nomenclatuur van de dienst OEO-EWR-Tarief:
OEO – Expertise Wet- en Regelgeving – Tarief
North Galaxy - Bus 37, NGA8,
Koning Albert II-laan 33,
1030 Brussel.
4. BTI-aanvragen (schema: zie bijlage 5)
4.1. Algemeen
Aanvragen voor BTI's moeten worden ingediend via het formulier "Aanvraag voor een bindende tariefinlichting" in bijlage 2 bij de gedelegeerde overgangsverordening (GOV). Het aanvraagformulier moet op de juiste wijze worden ingevuld, overeenkomstig de relevante wettelijke bepalingen en de algemene informatie met betrekking tot het aanvragen van een bindende tariefinlichting op de website van DG Taxud. (Richtsnoeren, titel 4, paragraaf 1) |
11. Een BTI-beschikking moet schriftelijk, volgens het formaat van het formulier in bijlage 1 van deze circulaire, worden aangevraagd. Het aanvraagformulier voor een BTI-beschikking is ook op de website van de Europese Commissie betreffende BTI’s terug te vinden: link.
12. Aanvragen worden naar het onderstaande adres gestuurd:
OEO – Expertise Wet- en Regelgeving – Tarief
North Galaxy - Bus 37, NGA8,
Koning Albert II-laan 33,
1030 Brussel.
13. Meer informatie over het invullen van een BTI-aanvraag is terug te vinden in bijlage 2 van deze circulaire.
14. Als alle verplichte vakken (de vakken 1, (3), 4, 5, 6, 7, 9, 12, 13, 14 en 15) zijn ingevuld en de taalwetgeving is gerespecteerd, wordt de aanvraag ontvankelijk verklaard en onmiddellijk en uiterlijk binnen zeven dagen gepubliceerd in het EBTI-systeem.
15. Een aanvraag waarvan alle verplichte vakken zijn ingevuld, maar waar er nog informatie ontbreekt is ontvankelijk, maar onvolledig en wordt ook geregistreerd in dit systeem. De bevoegde dienst vraagt de aanvrager om de ontbrekende gegevens te verstrekken binnen 30 dagen na ontvangst. Wanneer de gevraagde informatie niet wordt verstrekt, wordt de aanvraag niet aanvaard en wordt de aanvrager hiervan in kennis gesteld.
16. Uiterlijk binnen de 30 dagen na ontvangst van de BTI-aanvraag, wordt de aanvrager in kennis gesteld van de aanvaarding van de aanvraag. Indien er binnen de 30 dagen na ontvangst geen kennisgeving is gestuurd naar de aanvrager, wordt de aanvraag automatisch geacht te zijn aanvaard.
4.2. “Aanvrager” (vak 1) (verplicht)
De aanvrager van een BTI-beschikking wordt automatisch de houder van die beschikking. (Richtsnoeren, titel 4, paragraaf 8) |
17. De aanvrager wordt automatisch de houder.
18. Het EORI-nummer is verplicht in te vullen.
4.3. “Plaats waar de hoofdboekhouding voor douanedoeleinden wordt bijgehouden of toegankelijk is” (vak 2) (facultatief)
19. Dit vak dient enkel te worden ingevuld indien het land waar de hoofdboekhouding wordt bijgehouden of toegankelijk is, verschilt van het land van de aanvrager (vak 1).
4.4. “Douanevertegenwoordiger” (vak 3) (verplicht indien de aanvrager een douanevertegenwoordiger heeft aangewezen)
Elke handelaar heeft het recht om een andere partij aan te wijzen die hem bij de douaneautoriteiten vertegenwoordigt. De persoon die deze rol op zich neemt, moet echter aan bepaalde criteria en verplichtingen voldoen. (DWU art. 18, lid 1) (Richtsnoeren, titel 4, paragraaf 14) |
20. Dit vak wordt ingevuld als de aanvrager een vertegenwoordiger heeft aangewezen om hem bij te staan om de aanvraag in te vullen tot het moment dat de BTI-beschikking wordt afgegeven.
21. De vertegenwoordiger neemt de verantwoordelijkheid voor alle contacten en uitwisseling van informatie met de douaneautoriteiten. Dit betekent dat de vertegenwoordiger informatie of stalen, gevraagd door de autoriteiten, verstrekt. Alhoewel deze taken niet de effectieve invoer of uitvoer en de bijhorende formaliteiten betreffen, vereist de wetgeving dat vertegenwoordigers een EORI-nummer in de BTI-aanvraag vermelden.
4.5. “Goederencode” (vak 8) (facultatief)
22. Hier wordt de goederencode vermeld waaronder de aanvrager de goederen wenst in te delen. Indien de aanvrager twijfelt over de toepasbare goederencode, kan de Taric-databank, de Tarweb-databank of de EBTI-databank worden geraadpleegd.
23. Een GS-code (zes cijfers) opgeven is niet mogelijk.
24. In tegenstelling tot wat voor kort van toepassing was in het oude communautair douanewetboek, dient de goederencode niet verplicht te worden opgegeven.
4.6. “Omschrijving van de goederen” (vak 9) (verplicht)
De omschrijving van de goederen moet het mogelijk maken om het artikel op een correcte manier te identificeren, omdat deze omschrijving de schakel vormt tussen de BTI en de aangegeven goederen. (Richtsnoeren, titel 4, paragraaf 20) |
BTI-aanvragen hebben betrekking op één product. Goederen die soortgelijke eigenschappen hebben kunnen als één product worden aanvaard, op voorwaarde dat eventuele verschillen irrelevant zijn voor hun tariefindeling, bijvoorbeeld terracotta bloempotten van verschillende afmetingen. Het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft zich in de zaak C-199/09 uitgesproken over de betekenis van "één soort goederen". (UV art. 16, lid 2) (Richtsnoeren, titel 4, paragraaf 4) |
25. De bevoegde dienst contacteert de vertegenwoordiger of de aanvrager teneinde alle benodigde informatie te ontvangen om de goederen op een correcte manier te identificeren.
26. Als de aanvraag betrekking heeft op meer dan één soort goederen, neemt de bevoegde dienst contact op met de aanvrager en verzoekt om een afzonderlijke aanvraag voor elk soort goederen.
4.7. “Datum en authenticatie” (vak 15) (verplicht)
27. Nadat de aanvraag op juistheid en volledigheid is gecontroleerd, wordt deze ondertekend en gedateerd. Ook aparte bladen dienen in voorkomend geval te worden ondertekend en gedateerd.
5. Raadpleging van de EBTI-databank
28. De bevoegde dienst zal bij het ontvangen van een BTI-aanvraag de EBTI-databank raadplegen om “BTI-shopping” tegen te gaan.
29. Om te voorkomen dat er uiteenlopende BTI’s worden afgegeven, wordt de EBTI-databank ook geraadpleegd tijdens de behandeling van een BTI-aanvraag.
6. Afgifte van BTI’s (schema: zie bijlage 5)
6.1. Kosten, retourneren van goederen en vertalingen
|
De douane brengt de afgifte van een BTI-beschikking niet in rekening, maar kan overeenkomstig artikel 52, lid 2, onder b), wel heffingen opleggen of kosten in rekening brengen voor analyses of deskundigenverslagen van goederen en portokosten rekenen voor het retourneren van de goederen aan de aanvrager. De douanedienst kan tevens kosten in rekening brengen wanneer de aanvrager verzoekt om documenten in de taal van de lidstaat te vertalen. Vertalingen dienen alleen te worden verzorgd op verzoek van de aanvrager. Als de aanvrager niet in een vertaling voorziet of hiervoor geen verzoek indient bij de douane, dient de aanvraag wegens gebrek aan informatie niet te worden aanvaard. De douaneautoriteiten kunnen eventuele documenten en gegevens ter begeleiding of ondersteuning van de aanvraag accepteren in een taal die voor hen aanvaardbaar is, of overeenkomstig hun nationale wetten, voorschriften of administratieve praktijk een gedeeltelijke of gehele vertaling van deze documenten of gegevens vereisen in een voor hen aanvaardbare taal. (Richtsnoeren, titel 3, paragraaf 4 tot 6) |
30. Momenteel worden er geen kosten aangerekend voor analyses of deskundigenverslagen door het douanelaboratorium.
31. De geanalyseerde goederen worden niet geretourneerd door de douaneautoriteiten. De aanvrager kan zijn goederen komen ophalen bij de bevoegde dienst (adres: zie punt 10) na verwittiging en indien hij in het vak “Monsters, stalen enz.” (vak 11) van de aanvraag ja heeft aangeduid. Hierbij moet de aanvrager rekening houden dat de goederen zich eventueel niet meer in hun originele staat bevinden door uitgevoerde analyses.
32. Vertalingen worden door de Belgische douaneautoriteiten niet uitgevoerd. Hiervoor moet de aanvrager zelf zorgen.
6.2. Rol van laboratoria
Bepaalde gegevens kunnen mogelijk alleen worden verkregen via een analyse door een laboratorium. De aanvrager moet zich ervan bewust zijn dat de douaneautoriteiten niet verplicht zijn om namens hem een laboratoriumanalyse te verrichten, maar dat zij dit wel kunnen doen, zeker als de indeling afhangt van de samenstelling van de goederen. In dat geval moet de aanvrager ervan in kennis worden gesteld dat er een analyse nodig is en dat het douanelaboratorium dit namens hem wil doen. De voorwaarden voor het verrichten van zo'n analyse, inclusief eventuele kosten voor rekening van de aanvrager als gevolg hiervan, moeten duidelijk in de kennisgeving worden vermeld. (DWU art. 52, lid 2) (Richtsnoeren, titel 4, voorlaatste paragraaf) |
33. Als er twijfel bestaat over de juistheid van de omschrijving van de goederen (vak 9) of als er noodzakelijke informatie ontbreekt, kunnen de goederen worden onderworpen aan een analyse van het douanelaboratorium.
34. De analyseresultaten worden in het vertrouwelijk vak “handelsbenaming en aanvullende informatie” (vak 8) van de BTI-beschikking vermeld.
6.3. Geldigheid
BTI- of BOI-beschikkingen gelden voor een periode van drie jaar vanaf de datum waarop de beschikking van kracht wordt. (DWU art. 33, lid 3) |
|
Geldigheid van op 1 mei 2016 reeds van kracht zijnde beschikkingen betreffende bindende inlichtingen Beschikkingen betreffende bindende inlichtingen die op 1 mei 2016 reeds van kracht zijn, blijven geldig gedurende de in de beschikking vastgestelde termijn. (GV art. 252) |
Tenzij in de beschikking of de douanewetgeving anders is bepaald, wordt de beschikking van kracht op de datum waarop de aanvrager deze ontvangt of wordt geacht deze te hebben ontvangen. (DWU art. 22, lid 4). |
35. BTI’s die na 1 mei 2016 zijn afgegeven zijn 3 jaar geldig. BTI-beschikkingen die vóór die datum zijn afgegeven, behouden hun geldigheid van 6 jaar.
6.4. Bindend jegens de houder en de douaneautoriteiten
36. De BTI-beschikking wordt op naam van de houder van de beschikking opgesteld.
37. Alle geldige BTI’s zijn in hun geheel bindend voor zowel de houder als alle Europese douaneautoriteiten.
38. Eenmaal in het bezit van een BTI-beschikking moet de houder in alle lidstaten van de EU hiervan gebruik maken. Het referentienummer van de BTI-beschikking moet worden vermeld in vak 44 (onder code 626, gevolgd door het referentienummer) op de douaneaangifte waarmee de douaneformaliteiten worden vervuld.
6.5. Vertrouwelijkheid
|
Met de belangrijke opmerking op het BTI-aanvraagformulier wordt de aanvrager ervan in kennis gesteld dat hij door het ondertekenen van het BTI-aanvraagformulier tevens aanvaardt dat alle aan de douane verstrekte informatie in een door de Commissie beheerde elektronische databank kan worden opgeslagen en openbaar kan worden gemaakt met uitzondering van de informatie over de houder (vak 2) en de handelsbenaming en aanvullende informatie (vak 9). Dit neemt niet weg dat de diensten nog altijd discretie moeten betrachten, zeker bij het toevoegen van afbeeldingen aan een BTI. Zelfs wanneer de aanvrager niet heeft aangegeven welke informatie hij als vertrouwelijk behandeld wil zien, moet de volgende informatie altijd als vertrouwelijk worden behandeld: - handelsmerken; - productreferenties; - resultaten van laboratoriumanalyses; - recipiënten of andere typische elementen, wanneer de kenmerken ervan eigen zijn aan een specifiek product. Afbeeldingen van de goederen met een etiket of met andere onderscheidende kenmerken (bv. de vorm van de recipiënt) moeten zonder uitzondering door de douane als vertrouwelijk worden behandeld. (Richtsnoeren, titel 7.3.3, paragraaf 3 tot 5) |
39. In de praktijk wordt elke afbeelding als vertrouwelijk behandeld door de bevoegde dienst.
40. De omschrijving van de goederen dient alle noodzakelijke gegevens te omvatten om deze te identificeren en in te delen. Aanvragen die betrekking hebben op goederen die enkel te identificeren en/of in te delen zijn op basis van vertrouwelijke gegevens, zullen bijgevolg niet worden aanvaard.
6.6. Wijzigingen zijn onmogelijk
BTI-beschikkingen kunnen niet worden gewijzigd. (DWU art. 34, lid 6) |
41. Enkel met betrekking tot de volgende aspecten kan een BTI-beschikking worden aangepast in de EBTI-databank:
- de einddatum van geldigheid,
- de statuscode die de reden voor ongeldigheid aanduidt,
- een mogelijk verlengd gebruik.
7. Termijnen
7.1. Ontvangst van de aanvraag
De bevoegde douaneautoriteit stelt de informatie onmiddellijk en uiterlijk binnen zeven dagen nadat de autoriteit kennis heeft genomen van de informatie via dit systeem beschikbaar. (UV art. 21, lid 1) |
7.2. Aanvaarding van de aanvraag
|
De douaneautoriteiten gaan onverwijld, doch uiterlijk binnen 30 dagen na ontvangst van de aanvraag voor een beschikking, na of aan de voorwaarden voor aanvaarding van de aanvaarding van de aanvraag is voldaan. Wanneer de douaneautoriteiten vaststellen dat de aanvraag alle inlichtingen bevat opdat zij de beschikking zouden kunnen verlenen, stellen zij de aanvrager binnen de in de eerste alinea vermelde termijn daarvan in kennis. (DWU art. 22, lid 2) |
7.3. Afgifte BTI
|
De bevoegde douaneautoriteit verleent een beschikking als bedoeld in lid 1 en deelt deze aan de aanvrager onverwijld en uiterlijk 120 dagen nadat de aanvraag is aanvaard mee, tenzij anders is bepaald. Indien de douaneautoriteiten de termijn voor het verlenen van een beschikking niet kunnen naleven, stellen zij de aanvrager daarvan in kennis vóór het verstrijken van die termijn, met opgave van de redenen en van de nieuwe termijn die zij nodig achten om een beschikking af te geven. Tenzij anders bepaald, is die nieuwe termijn niet langer dan 30 dagen. Onverminderd het bepaalde in de tweede alinea kunnen de douaneautoriteiten de termijn voor het verlenen van een beschikking, zoals vastgelegd in de douanewetgeving, verlengen indien de aanvrager daarom verzoekt voor het uitvoeren van aanpassingen teneinde aan de voorwaarden en criteria te voldoen. Deze aanpassingen en de aanvullende termijn die noodzakelijk is om ze uit te voeren, worden ter kennis gebracht van de douaneautoriteiten, die een besluit nemen over de verlenging. (DWU art. 22, lid 3) |
Wanneer de beschikkingsbevoegde douaneautoriteit, na aanvaarding van de aanvraag, het nodig acht de aanvrager aanvullende informatie te vragen om haar beschikking te kunnen geven, stelt zij een termijn vast van ten hoogste 30 dagen waarbinnen de aanvrager die informatie moet verstrekken. De in artikel 22, lid 3, van het wetboek vastgestelde beschikkingstermijn wordt met dezelfde duur verlengd. De aanvrager wordt in kennis gesteld van de verlenging van de beschikkingstermijn. (GV art. 13, lid 1) |
De in artikel 22, lid 3, tweede alinea, van het wetboek bedoelde termijn kan meer dan 30 dagen bedragen wanneer het niet mogelijk is om binnen die termijn een analyse te voltooien die de beschikkingsbevoegde douaneautoriteit nodig acht om haar beschikking te kunnen nemen. (GV art. 20, lid 2) |
42. De termijn voor afgifte van een BTI-beschikking is 120 dagen. Deze termijn begint te lopen nadat de aanvraag is aanvaard. In onderstaande gevallen kan deze termijn worden verlengd.
43. De termijn kan worden verlengd met maximaal 30 dagen indien de douaneautoriteiten de termijn voor het verlenen van een beschikking niet kunnen naleven.
44. De afgiftetermijn kan ook worden verlengd als de aanvrager daarom verzoekt.
45. De termijn kan, om aanvullende informatie op te vragen, maximaal worden verlengd met 30 dagen. Indien de gevraagde informatie niet binnen de opgelegde termijn werd verstrekt, stelt de bevoegde dienst de aangever in kennis van de weigering om een BTI-beschikking af te geven.
46. Als de douaneautoriteiten de termijn voor het verlenen van een beschikking niet kunnen naleven in het geval van een nodig geachte laboratoriumanalyse, kan de termijn worden verlengd met méér dan 30 dagen. Deze termijn is niet gebonden aan een maximum, maar in het kader van een behoorlijk bestuur wordt er getracht deze termijn tot het minimum te beperken.
47. De afgiftetermijn kan ook worden geschorst door de Commissie voor maximaal 15 maanden.
8. Uiteenlopende BTI-beschikkingen
In artikel 17 van de uitvoeringsverordening is wettelijk vastgelegd dat de douaneautoriteit verplicht is om de EBTI-databank te raadplegen en deze raadplegingen bij te houden. Het doel van deze bepaling is een uniforme tariefindeling van goederen in de EU te garanderen en zo de kans op het afgegeven van uiteenlopende BTI-beschikkingen te verkleinen. (Richtsnoeren, titel 5, paragraaf 1) |
Er is sprake van een verschil wanneer, om welke reden dan ook, identieke of nagenoeg soortgelijke producten in twee of meer BTI-beschikkingen onder verschillende douanetariefnummers zijn ingedeeld. Een dergelijke situatie zorgt voor een ongelijke behandeling van bedrijven in de EU. (Richtsnoeren, titel 8, paragraaf 3) |
|
Een verschil kan door de Commissie of door de lidstaten worden vastgesteld, en in beide situaties is een verschillende reactie gerechtvaardigd. Wanneer - de Commissie een verschil in indeling heeft geconstateerd - stelt de Commissie de douaneautoriteiten van de lidstaten via CIRCABC ervan in kennis dat de afgifte van de BTI voor de betrokken goederen is geschorst totdat de juiste en uniforme indeling van de goederen is gegarandeerd (UV art. 23, lid 1) - en wanneer de lidstaten contact met elkaar hebben gehad en er niet in slaagden om het verschil binnen de maximumtermijn van 90 dagen op te lossen en vervolgens de kwestie aan de Commissie hebben voorgelegd - dient er een volledig en gesubstantieerd dossier met alle relevante informatie (inclusief de geponeerde argumenten tijdens de bilaterale/multilaterale contacten) bij de Commissie te worden ingediend. (Richtsnoeren, titel 8, paragraaf 5 en 6) |
|
De kwestie zal zo spoedig mogelijk voor overleg op Unieniveau worden voorgelegd en uiterlijk binnen 120 dagen na de datum waarop de Commissie de douaneautoriteiten in kennis heeft gesteld van de schorsing van de afgifte van BTI voor de betrokken goederen. (UV art. 23, lid 2) In het geval dat BTI-beschikkingen niet binnen de in artikel 22, lid 3, DWU genoemde termijn kunnen worden afgegeven als gevolg van de in artikel 34, lid 10, onder a), bedoelde schorsing, kan de termijn met 10 maanden worden verlengd en in uitzonderlijke omstandigheden kan deze termijn nog eens extra worden verlengd met ten hoogste vijf maanden. (GV art. 20, lid 1) Zodra het verschil is opgelost en overeenstemming is bereikt over de juiste en uniforme indeling, stelt de Commissie de douaneautoriteiten van de lidstaten ervan in kennis dat de schorsing is beëindigd en dat zij de afgifte van BTI voor de goederen kunnen hervatten. (Richtsnoeren, titel 8, paragraaf 9 tot 11) |
48. Bij uiteenlopende BTI’s wordt de kwestie voorgelegd aan de Commissie. Deze stelt onmiddellijk een schorsing in ten aanzien van het afgeven van BTI’s voor de goederen waarbij een uiteenlopende indeling mogelijk is. De schorsing heeft als gevolg dat er geen BTI’s worden afgegeven, vanaf de datum waarop de Commissie de douaneautoriteiten in kennis heeft gesteld, totdat de juiste en uniforme indeling is gegarandeerd.
49. Zodra de schorsing is ingetrokken, stelt de Commissie de douaneautoriteiten daarvan in kennis. Hierna kunnen er weer BTI’s worden afgegeven voor de betrokken goederen, rekening houdend met de uitkomst van het overleg op Unieniveau.
9. Nietigverklaring van BTI-beschikkingen
|
De nietigverklaring van een BTI-beschikking wordt van kracht op de datum waarop de oorspronkelijke beschikking van kracht werd (d.w.z. de begindatum van de geldigheid ervan). (DWU art. 27, lid 3) De houder van de beschikking moet per brief of e-mail van de nietigverklaring van zijn BTI op de hoogte worden gebracht. (DWU art. 27, lid 2) De dienst moet tevens de juiste ongeldigmakingscode (in het geval van nietigverklaringen is de ongeldigmakingscode 55) in de EBTI-databank vermelden. Het systeem vult automatisch de datum in waarop de nietigverklaring van kracht is geworden. (Richtsnoeren, titel 10, paragraaf 2 tot 4) |
50. De BTI-beschikking wordt geacht nooit te hebben bestaan bij een nietigverklaring.
10. BTI-beschikkingen die hun geldigheid verliezen of worden ingetrokken
10.1. Algemeen
De wettelijke geldigheidsduur van een BTI-beschikking is 3 jaar. In bepaalde omstandigheden kan deze driejarige periode echter worden beëindigd en verliest een BTI haar geldigheid of wordt zij ingetrokken voordat de wettelijke termijn is voltooid. (DWU art. 33, lid 3) (Richtsnoeren, titel 11, paragraaf 1) |
|
Er zij opgemerkt dat BTI-beschikkingen niet kunnen worden ingetrokken als de houder daarom verzoekt. (DWU art. 34, lid 5) Ongeacht de omstandigheden waaronder een BTI-beschikking is ingetrokken, moet de houder hierover altijd zonder uitzondering schriftelijk, per brief of elektronisch bericht, in kennis worden gesteld. (DWU art. 28, lid 3) (Richtsnoeren, titel 11, paragraaf 4 en 5) |
BTI-beschikkingen verliezen hun geldigheid niet of worden niet ingetrokken met terugwerkende kracht. (DWU art. 28, lid 4 en art. 34, lid 3) (Richtsnoeren, titel 11, paragraaf 7) |
51. Alle gevallen waarbij een BTI-beschikking zijn geldigheid verliest of wordt ingetrokken, worden in de onderstaande titels beschreven aan de hand van de ongeldigmakingscodes (bijkomende informatie: bijlage 4 van deze circulaire).
52. De bevoegde dienst stelt de houder in kennis van een ongeldige BTI-beschikking.
10.2. Ongeldigmakingscode 61
Het EBTI-systeem controleert regelmatig alle actieve BTI’s om na te gaan of de nomenclatuurcode van een BTI op een bepaalde dag nog geldig is. Als, in het geval van GN-codes, Taric-codes of uitvoerrestitutiecodes, blijkt dat de code niet langer geldig is, dan wordt de BTI automatisch aangemerkt als “nietig verklaard”, onder vermelding van code 61, en wordt de betrokken lidstaat gewaarschuwd. (Richtsnoeren, bijlage 3) |
10.3. Ongeldigmakingscode 62
Deze code moet worden gebruikt als een BTI nietig moet worden verklaard na een indelingsverordening, wijzigingen in de toelichtingen op de GN en het GS, indelingsadviezen van het GS, op Unieniveau vastgestelde indelingsrichtsnoeren, besluiten van de Commissie en uitspraken van het Hof van Justitie van de EU. (Richtsnoeren, bijlage 3) |
10.4. Ongeldigmakingscode 63
Deze code moet worden gebruikt als een BTI ongeldig wordt gemaakt als gevolg van een uitspraak van een nationale rechter in een lidstaat. (Richtsnoeren, bijlage 3) |
10.5. Ongeldigmakingscode 64
Deze code wordt gebruikt als er een fout in de indeling blijkt te zijn, bijvoorbeeld na een intern onderzoek, overleg met andere lidstaten, enz. (Richtsnoeren, bijlage 3) |
10.6. Ongeldigmakingscode 65
Deze code wordt gebruikt bij een fout/wijziging in het dossier die geen verband houdt met de indeling (bv. het nieuwe adres van de houder). (Richtsnoeren, bijlage 3) |
53. Deze ongeldigmakingscode wordt gebruikt in geval van wijzigingen of andere materiële fouten (bv. tikfouten, onvolledige omschrijving van de goederen, verkeerd adres enz.) die geen invloed hebben op de indeling van de goederen.
10.7. Ongeldigmakingscode 66
Deze code wordt gebruikt als de nomenclatuurcode verstrijkt en de vervaldatum reeds bekend is op het moment dat de BTI wordt afgegeven. (Richtsnoeren, bijlage 3) |
54. De BTI-beschikking bevat in dit geval vanaf zijn aanvaarding een ongeldigheidsdatum die overeenkomt met de vervaldatum van de gebruikte goederencode.
11. Periode van verlengd gebruik (“respijtperiode”)
11.1. Algemeen
Wanneer een BTI-beschikking is ingetrokken of ongeldig is gemaakt, kan de houder van die beschikking het recht hebben te verzoeken om een periode van verlengd gebruik. Deze concessie is bedoeld om te voorkomen dat bedrijven worden benadeeld door omstandigheden waarover zij geen controle hebben. Een periode van verlengd gebruik kan echter alleen onder bepaalde voorwaarden en in specifieke situaties worden toegestaan. (Richtsnoeren, titel 12, paragraaf 1) |
11.2. Voorwaarden
|
Een periode van verlengd gebruik wordt niet toegekend voor: - BTI-beschikkingen die nietig zijn verklaard omdat de aanvrager onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt; - BTI-beschikkingen die niet langer geldig zijn als gevolg van veranderingen in de nomenclatuur van het geharmoniseerde systeem en de gecombineerde nomenclatuur. De veranderingen in deze beide nomenclaturen worden ten minste 2 maanden vóór ze van kracht worden bekendgemaakt en houders hebben de mogelijkheid om vervangende BTI-beschikkingen, die in overeenstemming zijn met het recht, te verkrijgen. Aan BTI die op Taric-niveau zijn afgegeven en die hun geldigheid verliezen als gevolg van veranderingen in de Taric-codes (bv. door de invoering van tariefschorsingen, tariefcontingenten, handelsbeschermingsinstrumenten of andere maatregelen) wordt evenmin een periode van verlengd gebruik toegekend; - BTI-beschikkingen die zijn ingetrokken omdat de geldigheid is verstreken van een of meer voor de afgifte van de beschikking gestelde voorwaarden; - ingetrokken BTI-beschikkingen voor goederen die identiek zijn aan de goederen die onderwerp zijn geweest van een arrest van het Hof van Justitie van de EU. De uitspraak heeft geen betrekking op BTI-beschikkingen voor soortgelijke goederen en die worden dan ook niet ingetrokken. Elk geval moet echter van geval tot geval worden beoordeeld; - BTI-beschikkingen die zijn ingetrokken wegens administratieve fouten. Aangezien de fout geen invloed heeft op de indeling in deze beschikkingen, is er geen reden om een periode van verlengd gebruik toe te staan. |
|
Dit zijn de voorwaarden voor het toekennen van een periode van verlengd gebruik: - de marktdeelnemer is daadwerkelijk gerechtigd om te verzoeken om een periode van verlengd gebruik; - hij is bindende contracten aangegaan op basis van de indeling in de ongeldig gemaakte beschikking; (DWU art. 34, lid 9) - de periode van verlengd gebruik is aangevraagd binnen de 30 dagen waarop de BTI-beschikking ongeldig is gemaakt; (DWU art. 34, lid 9) - het verzoek is ingediend bij de douaneautoriteit die de oorspronkelijke beschikking heeft afgegeven; (DWU art. 34, lid 9) - de maatregel op grond waarvan de BTI-beschikking ongeldig is gemaakt, sluit niet uit dat een periode van verlengd gebruik wordt toegekend. (DWU art. 34, lid 9, en art. 57, lid 4) (Richtsnoeren, titel 12, paragraaf 2 en 3) |
55. De in de bovenstaande kader vermelde voorwaarden zijn cumulatief te voldoen.
56. De marktdeelnemer kan enkel een periode van verlengd gebruik aanvragen naar aanleiding van:
- een door de Commissie aangenomen maatregel tot vaststelling van de tariefindeling van de goederen;
- wanneer de BTI-beschikking wordt ingetrokken naar aanleiding van (i) amendementen van toelichtingen op de gecombineerde nomenclatuur, (ii) arresten van het Hof van Justitie van de Europese Unie of (iii) door indelingsadviezen, amendementen van de toelichtingen op het Geharmoniseerd Systeem, aangenomen door de Wereld Douane Organisatie. (DWU art. 34, lid 9, paragraaf 1)
11.3. Duur van een periode van verlengd gebruik
De periode van verlengd gebruik beloopt ten hoogste 6 maanden, maar kan een kortere periode betreffen indien dit in een maatregel is vastgelegd. (DWU art. 34, lid 9) (Richtsnoeren, titel 12, paragraaf 5, 2de zin) |
Een periode van verlengd gebruik kan niet worden gebruikt wanneer de geldigheidsduur is verstreken of de in de voorwaarden gespecificeerde hoeveelheden van de goederen zijn bereikt, naargelang wat zich het eerst voordoet. (UV art. 22, lid 2) (Richtsnoeren, titel 12, laatste paragraaf) |
57. De periode van verlengd gebruik zal maximaal 6 maanden bedragen of minder, indien de hoeveelheden van de goederen, waarvoor bindende contracten werden aangegaan, zijn bereikt.
11.4. Procedure toepassing periode van verlengd gebruik
58. Bij het intrekken of ongeldig maken van de BTI-beschikking wordt de houder door de bevoegde dienst schriftelijk op de hoogte gesteld van de mogelijkheid om een periode van verlengd gebruik aan te vragen.
59. Het verzoek voor het toekennen van een periode van verlengd gebruik moet aangevraagd worden binnen de 30 dagen na ongeldig making van de BTI-beschikking. De voorwaarden worden onder punt 11.2 van deze circulaire vermeld.
60. In de aanvraag moeten de hoeveelheden worden vermeld die het voorwerp zijn van een periode van verlengd gebruik. De aanvraag vermeldt tevens de lidstaat of lidstaten waarin de goederen, waarvoor het verlengd gebruik geldt, worden ingevoerd.
61. Bij het verzoek om verlengd gebruik van een BTI-beschikking moeten de contracten worden bijgevoegd. Deze contracten (koop- en/of verkoop) moeten gebaseerd zijn op de BTI-beschikking én gesloten zijn voordat deze beschikking haar geldigheid verloor.
62. De bevoegde dienst neemt een besluit over het verlengd gebruik en stelt de houder onverwijld doch uiterlijk binnen 30 dagen na de datum waarop de douaneautoriteiten alle voor de beschikking benodigde inlichtingen hebben ontvangen, daarvan schriftelijk in kennis.
63. In onderling overleg tussen de administratie en de houder zal, om een sluitende controle mogelijk te maken, een kantoor of een aantal kantoren worden aangeduid waar de aangifteformaliteiten tijdens het verlengd gebruik moeten worden voldaan.
64. Het gebruik van de BTI-beschikking, waarvoor een periode van verlengd gebruik is verleend, wordt beëindigd van zodra de opgegeven hoeveelheden zijn bereikt of de verlengde termijn verloopt. (DWU art. 34, lid 9, UV art. 22, lid 2).
12. Recht om te worden gehoord
De aanvrager heeft het recht te worden gehoord als de douane besluit de BTI-beschikking niet af te geven, nietig te verklaren of in te trekken, of geen periode van verlengd gebruik toe te kennen. (Richtsnoeren, bijlage 1, de aanvraag) |
65. Voorafgaand aan het treffen van een ongunstige BTI-beschikking (d.w.z. de toegekende code is verschillend van de verwachte code) wordt een recht om te worden gehoord toegekend.
66. De bevoegde dienst zal een beschikking treffen (nl. het al dan niet afgeven van een BTI-beschikking) na een termijn van 30 kalenderdagen te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van de brief waarin de mogelijkheid wordt geboden een recht om te worden gehoord uit te oefenen of vroeger, indien de aanvrager zijn recht om te worden gehoord heeft uitgeoefend of hiervan afstand doet. (AWDA art. 212/1)
67. In het geval van een intrekking zal de aanvrager enkel het recht hebben te worden gehoord indien de BTI-beschikking zijn geldigheid verliest of wordt ingetrokken naar aanleiding van:
- een fout bij de indeling
- bij het toepassen van een arrest van het Hof van Justitie van de Europese unie of het toepassen van een indelingsverordening naar analogie voor gelijkaardige goederen
- niet meer in overeenstemming is met (i) een toelichting op de gecombineerde nomenclatuur of (ii) naar aanleiding van indelingsadviezen, amendementen van de toelichtingen op het Geharmoniseerd Systeem, aangenomen door de Wereld Douane Organisatie.
13. Administratief beroep
|
Eenieder heeft het recht beroep in te stellen tegen beschikkingen van de douaneautoriteiten die betrekking hebben op de toepassing van de douanewetgeving en die hem rechtstreeks en individueel raken. (DWU art. 44, lid 1, paragraaf 1) Eenieder die bij de douaneautoriteiten een beschikking heeft aangevraagd, doch binnen de in artikel 22, lid 3, bedoelde termijn geen beschikking heeft verkregen, heeft eveneens het recht beroep in te stellen. (DWU art. 44, lid 1) |
68. Het recht op administratief beroep is van toepassing op BTI’s in de volgende gevallen:
- bij de niet-afgifte
- bij de afgifte
- bij de nietigverklaring
- bij de intrekking, enkel naar aanleiding van:
- een fout bij de indeling
- bij het toepassen van een arrest van het Hof van Justitie van de Europese unie of het toepassen van een indelingsverordening naar analogie voor gelijkaardige goederen
- (i) niet meer in overeenstemming is met een toelichting op de gecombineerde nomenclatuur of (ii) naar aanleiding van indelingsadviezen, amendementen van de toelichtingen op het Geharmoniseerd Systeem, aangenomen door de Wereld Douane Organisatie
- als de douane besluit geen periode van verlengd gebruik toe te kennen.
69. Het recht op administratief beroep wordt bij de douaneautoriteiten uitgeoefend in de vorm van een gemotiveerd bezwaarschrift per aangetekend schrijven te worden ingesteld.
Bijlages
Bijlage 1: Aanvraag voor een beschikking betreffende een bindende tariefinlichting (BTI)
Bijlage 2: Informatie voor het invullen van een aanvraag voor een bindende tariefinlichting (BTI)
Informatie voor het invullen van een aanvraag voor een bindende tariefinlichting (BTI)
Hieronder volgen specifieke instructies voor het invullen van de BTI-aanvraag zoals opgenomen in bijlage 4 bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/341 van de Commissie van 17 december 2015 (GOV).
Lees eerst zorgvuldig onderstaande informatie voordat u uw aanvraag invult.
VAK 1. Aanvrager (verplicht en vertrouwelijk)
In het kader van bindende tariefinlichtingen is de aanvrager i) een persoon die een aanvraag heeft ingediend voor of ii) een persoon in wiens naam een aanvraag is ingediend (directe douanevertegenwoordiging) voor een bindende tariefinlichting bij de douaneautoriteiten. Na de afgifte van de BTI-beschikking wordt de aanvrager de houder van die beschikking. De in dit vak verstrekte gegevens worden vertrouwelijk behandeld.
Naam en adres van de aanvrager: de volgende gegevens moeten worden verstrekt:
Naam: maximaal 70 tekens.
Straat en nummer: maximaal 70 tekens.
Land: tweeletterige ISO-landcode1.
1 ISO 3166-landcodes: AT = Oostenrijk, BE = België, BG = Bulgarije, CY = Cyprus, CZ = Tsjechië, DE = Duitsland, DK = Denemarken, EE = Estland, ES = Spanje, FI = Finland, FR = Frankrijk, GB = Verenigd Koninkrijk, GR = Griekenland, HR = Kroatië, HU = Hongarije, IE = Ierland, IT = Italië, LT = Litouwen, LU = Luxemburg, LV = Letland, MT = Malta, NL = Nederland, PL = Polen, PT = Portugal, RO = Roemenië, SE = Zweden, SI = Slovenië, SK = Slowakije.
Postcode: maximaal 9 tekens.
Stad: maximaal 35 tekens.
Identificatie van de aanvrager: EORI-nr. (verplicht): EORI-nummer van de aanvrager — maximaal 17 tekens.
VAK 2. Plaats waar de hoofdboekhouding voor douanedoeleinden wordt bijgehouden of toegankelijk is (indien verschillend van het land hierboven)
Vermeld het volledige adres van de locatie, inclusief de lidstaat waar het de bedoeling is de hoofdboekhouding te voeren of toegankelijk te stellen: de volgende gegevens moeten worden verstrekt:
Straat en nummer: maximaal 70 tekens.
Land: tweeletterige ISO-landcode1.
Postcode: maximaal 9 tekens.
Stad: maximaal 35 tekens.
Het adres mag worden vervangen door de UN/LOCODE (maximaal 17 tekens), indien deze de locatie in kwestie ondubbelzinnig aanduidt.
VAK 3. Douanevertegenwoordiger (verplicht indien de aanvrager een douanevertegenwoordiger heeft aangewezen)
Vermeld in dit vak of de aanvrager een douanevertegenwoordiger heeft aangewezen die hem in zijn contacten met de douaneautoriteiten vertegenwoordigt wat betreft de aanvraag van een BTI-beschikking vóór de afgifte van de BTI-beschikking.
Naam en adres van de douanevertegenwoordiger: de volgende gegevens moeten worden verstrekt:
Naam: maximaal 70 tekens.
Straat en nummer: maximaal 70 tekens.
Land: tweeletterige ISO-landcode1.
Postcode: maximaal 9 tekens.
Stad: maximaal 35 tekens.
Identificatie vertegenwoordiger: EORI-nr. (verplicht): EORI-nummer van de douanevertegenwoordiger — maximaal 17 tekens. 4
VAK 4. Contactpersoon verantwoordelijk voor de aanvraag (verplicht)
De contactpersoon is de persoon die voor de aanvraag in contact staat met de douane. De in vak 1 Aanvrager en vak 3 Douanevertegenwoordiger vermelde gegevens hebben gewoonlijk betrekking op een bedrijf, terwijl de voor de aanvraag verantwoordelijke persoon een particuliere persoon betreft, die een werknemer van het in vak 1 of 3 genoemde bedrijf of een contractant kan zijn.
Naam en contactgegevens van de contactpersoon: vier regels met maximaal 220 tekens. Alleen de naam en een van de volgende gegevens zijn verplicht:
Telefoonnummer: maximaal 50 tekens.
Fax: maximaal 50 tekens.
E-mailadres: maximaal 50 tekens.
VAK 5. Vernieuwing van een BTI-beschikking (verplicht)
BTI-beschikkingen worden gewoonlijk afgegeven voor een periode van drie jaar. Als de aanvrager al houder van een BTI-beschikking is waarvan de geldigheid is verstreken of binnenkort zal verstrijken, vermeld dan (ja/nee) of de aanvraag een vernieuwing van een BTI-beschikking betreft. Zo ja, verstrekt de relevante gegevens.
Referentienummer BTI-beschikking: het referentienummer van de BTI-beschikking die de aanvrager wil vernieuwen.
Geldig vanaf: ingangsdatum van de geldigheid van de BTI-beschikking.
Goederencode: goederencode op basis waarvan de BTI-beschikking is afgegeven (maximaal 22 tekens).
VAK 6. Soort transactie (verplicht)
Vermeld de beoogde transactie waarvoor de BTI-beschikking zal worden gebruikt door aan te kruisen (ja/nee) of de aanvraag betrekking heeft op invoer, uitvoer of een bijzondere regeling. Het soort bijzondere regeling moet worden gespecificeerd (maximaal 70 tekens).
VAK 7. Douanenomenclatuur (verplicht)
Vermeld in welke nomenclatuur de goederen moeten worden ingedeeld door het desbetreffende vakje aan te kruisen. Specificeer de betrokken nomenclatuur als deze niet in de lijst is opgenomen. Er zij op gewezen dat BTI-beschikkingen alleen kunnen verwijzen naar een nomenclatuur die gebaseerd is op het geharmoniseerd systeem inzake de omschrijving en codering van goederen (GS) (bv. de gecombineerde nomenclatuur, Taric enz.), maar dat zij niet kunnen worden afgegeven voor GS-codes.
In de EU wordt de gecombineerde nomenclatuur (GN) met 8-cijferige codes toegepast. Taric heeft betrekking op het 9e en 10e cijfer dat op EU-niveau wordt gebruikt voor tarifaire en niet-tarifaire maatregelen zoals schorsingen, contingenten, antidumpingrechten enz. De Taric-code kan worden uitgebreid met twee aanvullende Taric-codes van maximaal vier tekens, die ook weer kunnen worden uitgebreid met aanvullende nationale codes van maximaal vier tekens. De nomenclatuur voor uitvoerrestituties is gekoppeld aan de restitutie van landbouwsubsidies. Voor vragen in verband met de nomenclatuur kunt u contact opnemen met de desbetreffende douanekantoren.
VAK 8. Goederencode (facultatief)
Vermeld de code van de douanenomenclatuur waaronder de goederen zullen worden ingedeeld naar verwachting van de aanvrager. Dit veld telt maximaal 22 tekens. Indien de aanvrager twijfelt over de indeling van de goederen, kan de Taric-databank of de EBTI-databank (waar alle geldige BTI-beschikkingen publiek kunnen worden geraadpleegd) worden geraadpleegd.
VAK 9. Omschrijving van de goederen (verplicht)
Geef een gedetailleerde omschrijving van de goederen waardoor deze kunnen worden geïdentificeerd en in de douanenomenclatuur kunnen worden ingedeeld. Hierin moeten ook gegevens worden opgenomen over de samenstelling van de goederen en alle onderzoeksmethoden die worden gebruikt om deze samenstelling te bepalen, wanneer de indeling hiervan afhankelijk is. Dit veld kan vrij worden ingevuld en telt maximaal 2 560 tekens. Gegevens die de aanvrager vertrouwelijk acht, moeten worden ingevuld in vak 10. Handelsbenaming en aanvullende informatie. 5
VAK 10. Handelsbenaming en aanvullende informatie* (facultatief en vertrouwelijk)
Vermeld de gegevens die de aanvrager als vertrouwelijk wenst te behandelen, inclusief het fabrieks- of handelsmerk en de modelnummers van de goederen, formules en laboratoriumanalyses. Hoewel dit vak facultatief is, verdient het aanbeveling hier de handelsbenaming van de goederen te vermelden zodat zij bij de afhandeling van de douaneformaliteiten gemakkelijker en eenduidig kunnen worden geïdentificeerd.
In bepaalde gevallen, zoals wanneer monsters of stalen zijn verstrekt, kan de betrokken dienst foto's nemen of goederen door een laboratorium laten onderzoeken. Vermeld duidelijk of dergelijke monsters, stalen, foto's, brochures enz. (bv. onderzoeksresultaten) geheel of gedeeltelijk als vertrouwelijk moeten worden behandeld. Informatie die niet als vertrouwelijk is aangemerkt, zal in de openbare EBTI-databank worden gepubliceerd en via het internet toegankelijk zijn.
Dit veld kan maximaal 2 560 tekens bevatten.
(*) Gebruik zo nodig een apart blad.
VAK 11. Monsters, stalen enz.
Vermeld of monsters, stalen, foto's, brochures of andere documenten die de douaneautoriteiten bij het vaststellen van de juiste indeling van de goederen van nut kunnen zijn, zijn verstrekt. Kruis in voorkomend geval het (de) desbetreffende vakje(s) aan.
Wanneer een monster of staal is verstrekt, moet worden aangegeven (ja/nee) of het al dan niet moet worden teruggezonden.
VAK 12. Andere BTI-aanvragen en andere BTI's in uw bezit (verplicht)
Vermeld (ja/nee) of de aanvrager in de Unie een BTI-beschikking heeft aangevraagd of ontvangen voor goederen die identiek of soortgelijk zijn aan de goederen die zijn omschreven in vak 9. Omschrijving van de goederen en vak 10. Handelsbenaming en aanvullende informatie.
Zo ja, dan moeten de volgende gegevens worden verstrekt:
Land van aanvraag: tweeletterige ISO-landcode1 van het land waar de aanvraag is ingediend.
Plaats van aanvraag: plaats waar de aanvraag is ingediend (maximaal 35 tekens).
Datum van aanvraag: datum waarop de bevoegde douaneautoriteit de aanvraag heeft ontvangen.
Referentienummer BTI-beschikking: referentienummer van de BTI-beschikking(en) die de aanvrager al heeft ontvangen. Dit deel is verplicht als de aanvrager na zijn aanvraag (een) BTI-beschikking(en) heeft ontvangen.
Begindatum van de beschikking: ingangsdatum van de geldigheid van de BTI-beschikking.
Goederencode: goederencode zoals vermeld op de BTI-beschikking (maximaal 22 tekens).
VAK 13. BTI-beschikkingen afgegeven aan andere houders (verplicht)
Vermeld (ja/nee) of de aanvrager weet heeft van aan andere houders verstrekte BTI-beschikkingen voor identieke of soortgelijke goederen als de goederen die zijn omschreven in vak 9. Omschrijving van de goederen en vak 10. Handelsbenaming en aanvullende informatie. Informatie over bestaande BTI-beschikkingen kan worden geraadpleegd in de publieke EBTI-databank die via het internet toegankelijk is.
Zo ja, dan zijn de volgende aanvullende elementen facultatief:
Referentienummer BTI-beschikking: referentienummer van de BTI-beschikking(en) waarvan de aanvrager weet heeft.
Begindatum van de beschikking: ingangsdatum van de geldigheid van de BTI-beschikking.
Goederencode: goederencode zoals vermeld op de BTI-beschikking (maximaal 22 tekens).
VAK 14. Hebt u ten aanzien van de in de vakken 9 en 10 omschreven goederen kennis van nog hangende juridische of bestuursrechtelijke procedures met betrekking tot de tariefindeling in de EU, of van een reeds uitgesproken gerechtelijke beslissing met betrekking tot de tariefindeling in de EU? (verplicht)
Vermeld of de aanvrager op de hoogte is van hangende gerechtelijke of bestuursrechtelijke procedures met betrekking tot een tariefindeling in de Unie, of een reeds uitgesproken gerechtelijke beslissing in de Unie inzake 6
de tariefindeling met betrekking tot goederen die zijn omschreven in vak 9. Omschrijving van de goederen en vak 10. Handelsbenaming en aanvullende informatie.
Zo ja, dan zijn de volgende aanvullende elementen facultatief:
Landcode: tweeletterige ISO-landcode1.
Naam gerechtelijke instantie: maximaal 70 tekens.
Adres gerechtelijke instantie: de volgende gegevens moeten worden verstrekt:
Straat en nummer: maximaal 70 tekens.
Land: tweeletterige ISO-landcode1.
Postcode: maximaal 9 tekens.
Stad: maximaal 35 tekens.
Referentienummer van de zaak: referentienummer van de aanhangige zaak en/of de uitspraak, alsook andere nuttige informatie (maximaal 512 tekens).
VAK 15. Datum en authenticatie (verplicht)
Nadat de aanvraag op juistheid en volledigheid is gecontroleerd, moet hij worden ondertekend en gedateerd. Ook aparte bladen moeten in voorkomend geval worden ondertekend en gedateerd.
Datum: datum waarop de aanvrager de aanvraag heeft ondertekend of op andere wijze heeft geauthenticeerd.
Handtekening: i) papieren aanvragen moeten worden ondertekend door de persoon die de aanvraag indient; ii) aanvragen via een elektronisch systeem moeten worden geauthenticeerd door de persoon die de aanvraag indient (aanvrager of vertegenwoordiger); iii) indien de aanvraag wordt ingediend met behulp van de geharmoniseerde EU-interface voor de bedrijven die de Commissie en de lidstaten in onderling overleg hebben vastgesteld, wordt de aanvraag als geauthenticeerd beschouwd.
Als de aanvrager een referentie heeft, kan deze hier worden ingevuld.
VAK 16. Aanvullende informatie(facultatief)
Vermeld aanvullende informatie (maximaal 512 tekens) die van nut kan zijn.
Bijlage 3: Beschikking betreffende een bindende tariefinlichting
Bijlage 4: Ongeldigmakingscodes
|
Ongeldigmakings- code | Betekenis van de code | Uitleg van de code |
55 | Nietig verklaard | Deze code wordt gebruikt wanneer een BTI nietig is verklaard (bv. op basis van DWU artikel 34, lid 4). |
61 | Ongeldig gemaakt wegens wijzigingen in de nomenclatuurcode |
Iedere nomenclatuurcode heeft een begin- en een einddatum. Deze informatie wordt verstrekt via het Taricsysteem. Het EBTI-systeem controleert regelmatig alle actieve BTI's om na te gaan of de nomenclatuurcode van een BTI op een bepaalde dag nog geldig is. Als, in het geval van GN-codes, Taric-codes of uitvoerrestitutiecodes, blijkt dat de code niet langer geldig is, dan wordt de BTI automatisch aangemerkt als "nietig verklaard", onder vermelding van code 61, en wordt de betrokken lidstaat gewaarschuwd. Aangezien het systeem geen andere aanvullende codes controleert dan de uitvoerrestituties, kan code 61 door een lidstaat gebruikt worden om de reden voor de nietigverklaring aan te geven als een BTI nietig is verklaard door een verandering in de geldigheid van een aanvullende code. |
62 | Ongeldig gemaakt wegens een Uniemaatregel | Deze code moet worden gebruikt als een BTI nietig moet worden verklaard na een indelingsverordening, wijzigingen in de toelichtingen op de GN en het GS, indelingsadviezen van het GS, op Unieniveau vastgestelde indelingsrichtsnoeren, besluiten van de Commissie en uitspraken van het Hof van Justitie van de EU. |
63 | Ongeldig gemaakt wegens een nationale wettelijke maatregel | Deze code moet worden gebruikt als een BTI ongeldig wordt gemaakt als gevolg van een uitspraak van een nationale rechter in een lidstaat. |
64 | Ongeldig gemaakt wegens onjuiste indeling | Deze code wordt gebruikt als er een fout in de indeling blijkt te zijn, bijvoorbeeld na een intern onderzoek, overleg met andere lidstaten, enz. |
65 | Intrekking wegens andere redenen dan indeling | Deze code wordt gebruikt bij een fout/wijziging in het dossier die geen verband houdt met de indeling (bv. het nieuwe adres van de houder). |
66 | Ongeldig gemaakt wegens beperkte geldigheid van de nomenclatuurcode op het moment van afgifte | Deze code wordt gebruikt als de nomenclatuurcode verstrijkt en de vervaldatum reeds bekend is op het moment dat de BTI wordt afgegeven. |
Bijlage 5: Schema
———
Interne ref.: D.I. 638
