Circulaire 2017/C/22 betreffende de wijzigingen aan de belastingverminderingen voor belastingplichtigen gelokaliseerd in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest
Regionalisering van bepaalde belastingverminderingen. Wijzigingen aan de belastingverminderingen voor in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest gelokaliseerde belastingplichtigen vanaf aanslagjaar 2017.
Belastingvermindering ; prestatie betaald met dienstencheques ; zone voor positief grootstedelijk beleid ; vernieuwing van tegen een redelijke huurprijs in huur gegeven woningen ; beveiliging tegen inbraak of brand ; beschermde monumenten en landschappen ; dakisolatie ; Brussels Hoofdstedelijk Gewest
FOD Financiën, 19.04.2017
Algemene Administratie van de Fiscaliteit – Personenbelasting
Bijlagen: 3
Inhoudstafel
III. Opheffing van een aantal belastingverminderingen
IV. Criterium van de fiscale woonplaats
VI. Overzicht van de betrokken belastingverminderingen in de drie gewesten
BIJLAGE 3: overzicht van bepaalde belastingverminderingen per gewest.
I. Inleiding
1. Vanaf aanslagjaar 2015 zijn de gewesten exclusief bevoegd voor een reeks van belastingverminderingen (1).
(1) Zie nr. 56 en 69 van de circulaire AAFisc Nr. 29/2014, Ci.RH.331/633.424 van 07.07.2014.
Ingevolge recente wettelijke wijzigingen beslist door de gewesten, werden verschillende belastingverminderingen door bepaalde gewesten opgeheven. Bijlage 3 bij deze circulaire geeft een overzicht van de huidige stand van zaken van de verschillende betrokken belastingverminderingen in de 3 gewesten van het land.
2. Deze circulaire heeft tot doel de wijzigingen te bespreken die werden aangebracht aan voormelde verminderingen door de ordonnantie van 18.12.2015 houdende de eerste fiscale hervorming (BS 30.12.2015, Ed. 2) en de ordonnantie van 12.12.2016 houdende het tweede deel van de fiscale hervorming (BS 29.12.2016, Ed. 3) (2).
(2) Zie respectievelijk bijlagen 1 en 2.
3. Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest heeft het tarief verminderd van de belastingvermindering voor uitgaven betaald voor prestaties in het kader van plaatselijke werkgelegenheidsagentschappen en voor prestaties betaald met dienstencheques andere dan sociale dienstencheques (art. 145^21, WIB 92). Anderzijds heeft het Brussels Hoofdstedelijk Gewest een aantal belastingverminderingen opgeheven.
4. De voormelde wijzigingen treden in werking vanaf aanslagjaar 2017.
5. Daarnaast heeft het Brussels Hoofdstedelijk Gewest het inkomensplafond opgeheven dat niet mocht worden overschreden om recht te hebben op het belastingkrediet voor dienstencheques. Iedere belastingplichtige die niet voldoende verdient om ten volle het fiscaal voordeel verbonden aan de dienstencheque te genieten, zal dus voortaan aanspraak kunnen maken op dit belastingkrediet. Die wijziging treedt in werking vanaf aanslagjaar 2018.
II. Wijziging van de belastingvermindering voor uitgaven betaald voor prestaties in het kader van plaatselijke werkgelegenheidsagentschappen en voor prestaties betaald met dienstencheques andere dan sociale dienstencheques
6. Tot en met aanslagjaar 2016 bedroeg het tarief van de belastingvermindering voor uitgaven voor prestaties betaald met dienstencheques of PWA-cheques 30 % van de betrokken uitgaven.
7. Vanaf aanslagjaar 2017 heeft het Brussels Hoofdstedelijk Gewest het tarief verminderd naar 15 % van de betrokken uitgaven. Dit tarief geldt zowel voor uitgaven voor dienstencheques als voor PWA-cheques. Artikel 145^21, WIB 92, is dus in die zin aangepast.
III. Opheffing van een aantal belastingverminderingen
8. De volgende verminderingen zijn vanaf aanslagjaar 2017 opgeheven door het Brussels Hoofdstedelijk Gewest:
- de vermindering voor uitgaven voor vernieuwing van woningen gelegen in een zone voor positief grootstedelijk beleid (art. 145^25, WIB 92);
- de vermindering voor uitgaven gedaan voor vernieuwing van tegen een redelijke huurprijs in huur gegeven woningen (art. 145^30, WIB 92);
- de vermindering voor uitgaven ter beveiliging van woningen tegen inbraak en brand (art. 145^31, WIB 92);
- de belastingvermindering voor onderhoud en restauratie van beschermde monumenten en landschappen (art. 145^36, WIB 92);
- de belastingvermindering voor uitgaven voor dakisolatie (art. 145^47, WIB 92).
9. De vermindering voor uitgaven gedaan voor vernieuwing van tegen een redelijke huurprijs in huur gegeven woningen wordt toegekend voor een periode van 9 jaar zolang de woning onder de vereiste voorwaarden in huur wordt gegeven. Voor de uitgaven die zijn betaald vóór 01.01.2016 worden de verminderingen verder toegekend voor het resterende deel van de periode van 9 jaar.
IV. Criterium van de fiscale woonplaats
10. De vaststelling welk gewest bevoegd is voor het verlenen van de voormelde belastingverminderingen, is cruciaal. Wat de personenbelasting betreft, is het bevoegde gewest het gewest waar de belastingplichtige zijn fiscale woonplaats heeft op 1 januari van het aanslagjaar (art. 5/1, § 2, van de bijzondere wet van 16.01.1989 betreffende de financiering van de Gemeenschappen en de Gewesten).
Voor de toepassing van voormelde bepaling zal een belastingplichtige geacht worden zijn fiscale woonplaats te hebben in het gewest waar hij zijn woonplaats, of bij gebrek aan woonplaats in België, zijn zetel van fortuin heeft gevestigd op 1 januari van het aanslagjaar (3).
(3) Voor bijkomende uitleg over dit onderwerp, zie nr. 32 tot 36 van de circulaire AAFisc Nr. 29/2014 (nr. Ci.RH.331/633.424) van 07.07.2014 over de invoering van de gewestelijke aanvullende belasting op de personenbelasting en wijziging van de regels op het stuk van de belasting van niet-inwoners ingevolge de uitbreiding van de fiscale autonomie van de gewesten in het kader van de zesde staatshervorming.
Voorbeeld
11.Een belastingplichtige is op 01.01.2016 gedomicilieerd in het Vlaamse Gewest. Op 16.02.2016 koopt hij 200 dienstencheques. De aankoopprijs van een cheque bedraagt 9 euro.
Op 11.05.2016 verhuist hij naar het Waalse Gewest. Op 04.06.2016 koopt hij 40 PWA-cheques met een nominale waarde van 7 euro.
Omwille van beroepsredenen verhuist hij op 05.10.2016 naar het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Op 19.10.2016 koopt hij 60 PWA-cheques met een nominale waarde van 7 euro. Op 01.01.2017 is hij nog steeds gedomicilieerd in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
Aangezien de belastingplichtige zijn fiscale woonplaats op 01.01.2017 in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest heeft, is de Brusselse wetgeving inzake de belastingvermindering voor uitgaven betaald voor het verwerven van PWA- of dienstencheques van toepassing voor het volledige belastbaar tijdperk.
Berekening van de vermindering
Belastingvermindering =
[(in aanmerking komende uitgaven dienstencheques + uitgaven PWA-cheques) beperkt tot 920 euro (4)] x 15 %
(4) Te indexeren basisbedrag per belastingplichtige.
V. Inwerkingtreding
12. De Brusselse maatregel treedt in werking vanaf aanslagjaar 2017 (5). De opheffing van het inkomensplafond dat niet mag worden overschreden voor het belastingkrediet voor dienstencheques, treedt in werking vanaf aanslagjaar 2018 (6).
(5) Art. 24, ordonnantie van 18.12.2015 houdende het eerste deel van de fiscale hervorming (BS 30.12.2015, Ed. 2) (bijlage 1).
(6) Art. 42, ordonnantie van 12.12.2016 houdende het tweede deel van de fiscale hervorming (BS 29.12.2016, Ed. 3) (bijlage 2).
VI. Overzicht van de betrokken belastingverminderingen in de drie gewesten
13. Ingevolge de regionalisering van deze belastingverminderingen, hebben verschillende gewesten de toepassing van meerdere belastingverminderingen opgeheven. Dezelfde verminderingen kunnen blijven voortbestaan in andere gewesten. De tabel toegevoegd als bijlage 3 geeft een overzicht van de situatie op 01.02.2017.
Interne ref.: 704.210
