01.06.2004 - Omzendbrief D.I. 875 - D.C. 24.000

INVORDERING EN GESCHILLEN

TARIEF VAN GERECHTKOSTEN IN BURGERLIJKE EN HANDELSZAKEN

D.I. 875

D.C. 24.000

Bijlage : 1 Brussel, 1 juni 2004.

  1. Onderhavige omzendbrief bevat de tekst van het koninklijk besluit van 24 mei 1933, houdende tarief van gerechtskosten in burgerlijke en handelszaken, inzonderheid van de honoraria en uitschotten van de deskundigen, zoals het werd gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 november 1933, bij besluit van de Regent van 23 juni 1945, bij koninklijk besluit van 16 december 1958, bij wet van 5 juli 1963, bij koninklijk besluit van 2 juni 1966, bij wet van 10 oktober 1967 en bij koninklijke besluiten van 11 september 1968, 27 juli 1972 en 20 juli 2000.
  1. De omzendbrief van 30 maart 1979, nr. D.C. 49.350 (D.I. 875) wordt opgeheven.

Voor de directeur-generaal De Directeur, Dienstchef

Bon O.S.D. nr. 173/04 Guido Sterckx


KONINKLIJK BESLUIT VAN 24 MEI 1933 TARIEF VAN GERECHTSKOSTEN IN BURGERLIJKE

EN HANDELSZAKEN

(Beloningen en uitschotten van de pleitbezorgers)

- Honoraria en uitschotten van de deskundigen.

- Taksen van de partijen, van de bewaarders van stukken en van de zegelbewaarders.

- Wijze van vereffening van de gerechtskosten

(Belgisch Staatsblad van 28 mei 1933)

Boek I. – Beloningen en uitschotten van de pleitbezorgers

(Opgeheven.)

Boek III. – Honoraria en uitschotten van de deskundigen

(N.B. Het Koninklijk besluit van 24 mei 1933 bevat geen boek II)

Art. 72. (vervangen bij artikel 1 van het koninklijk besluit van 7 november 1933). De personen, die werden opgeroepen als deskundigen om reden van hunne kunde of hun beroep, worden vergoed per vacaties van drie uren, waarvan het bedrag wordt vastgesteld door de begrotende rechter volgens de plaatselijke gebruiken waarbij rekening zal worden gehouden met de hoedanigheid van de deskundigen, de moeilijkheid van het geleverde werk en het belang van het geschil, met dien verstande dat deze laatste factor slechts als van bijkomend belang mag worden ingeroepen.


Art. 73. De deskundigen maken een staat op met de omstandige opgave, in de volgorde van de data en voor ieder deskundige, van de gedane verrichtingen, uitschotten en reizen.

De staat die collectief is indien er verschillende deskundigen zijn voor een zelfde rechtszaak, vermeldt het globaal bedrag van het door ieder der deskundigen geëiste honorarium en de totale kostprijs van het onderzoek.

Art. 74. Benevens de kosten voor zegel, registratie en neerlegging van het verslag der deskundigen wordt de prijs der werkzaamheden en der leveringen, welke eventueel voor het onderzoek van deskundige nodig zijn, aangenomen als uitschotten, op vertoon van de omstandige en behoorlijk voor voldaan getekende facturen of memoriën. Zij worden echt verklaard door de deskundigen.

Art. 75. Wanneer de deskundigen niet in staat zijn om zelf, met hunne persoonlijke en gewone helpers, de gebeurlijk door het onderzoek noodzakelijk gemaakte verrichtingen tot een goed einde te brengen, moeten door de betrokken partijen de nodige middelen te hunner beschikking worden gesteld, hetzij in natura, hetzij onder vorm van voorschot.

Art. 76. (vervangen bij artikel 1 van het koninklijk besluit van 2 juni 1966 en gewijzigd bij art. 1 van het koninklijk besluit van 20 juli 2000, inwerkingtreding : 1 januari 2002). Aan deskundigen die zich twee kilometer of meer van de gemeente van hun verblijfplaats moeten begeven, wordt, voor de heen- en terugreis, een vergoeding per kilometer toegekend van 0,1673 EUR voor de eerste vijftig en van 0,1116 EUR voor de daaropvolgende kilometer.

Wanneer een deskundige verplicht is te verblijven in een plaats die meer dan 50 kilometer van de gemeente van zijn verblijfplaats verwijderd is, wordt hem daarenboven een vergoeding van 3,70 EUR per nacht toegekend.

De afstanden worden berekend volgens de gegevens van de tabellen der wettelijke afstanden.


Art. 77. De staat der honoraria, uitschotten en reiskosten wordt vermeld onderaan het verslag dat neergelegd wordt ter griffie van de jurisdictie die het onderzoek van deskundigen heeft gelast.

Wordt de zaak in der minne geschikt vóór het verslag is nedergelegd, dan geven de partijen hiervan kennis aan de deskundigen door middel van een ter post aangetekend schrijven, waarop de deskundigen de staat hunner honoraria, uitschotten en reiskosten ter griffie neerleggen.

Art. 78. De dag van de nederlegging verwittigen de deskundigen daarvan de belanghebbende partijen door middel van een ter post aangetekend schrijven.

De partijen mogen ter griffie kosteloos inzage nemen van de

staat.

Indien evenwel een der in het geding zijnde partijen een openbaar bestuur is, dan moeten, de dag der nederlegging en door middel van een ter post aangetekend schrijven, de deskundigen een afschrift van het verslag gevolgd van de staat of, in het in het tweede lid van artikel 79 vermelde geval, een afschrift van de staat aan dat bestuur doen geworden.

Art. 79. Indien de partijen het bedrag van de staat betwisten, moeten zij hun bezwaar doen gelden in een aanmerkingsnota welke binnen dertig dagen na het nederleggen van het verslag ter griffie moet ingediend worden; deze termijn wordt gebracht op zestig dagen ten behoeve van de openbare besturen. Terzelfdertijd wordt een afschrift van deze nota onder een ter post aangetekend omslag overgemaakt aan ieder van de deskundigen die er op mag antwoorden in een binnen de eerstvolgende acht dagen ter griffie in te dienen nota.

Art. 80. Binnen de tien dagen na het verstrijken van deze termijnen, wordt de staat door de oudste van de rechters die kennis hebben genomen van de zaak en, bij dezer ontstentenis, door de voorzitter van de jurisdictie begroot.


Art. 81. Ingeval de zaak in der minne werd geschikt, wordt bedoelde staat, indien er betwisting rijst omtrent het bedrag ervan, begroot door de voorzitter van de jurisdictie bij dewelke de zaak aanhangig werd gemaakt.

Art. 82. Zowel de deskundigen als de partijen kunnen in verzet komen tegen de beslissing waarbij de kosten werden begroot of tegen het ten uitvoer gelegde bevelschrift.

Het verzet moet door de deskundigen worden gedaan binnen acht dagen na de hun aangezegde betekening en door de partijen, binnen dezelfde termijn te rekenen van de dag van de betekening aan personen of aan pleitbezorgers, indien een pleitbezorger gesteld is.

Wanneer evenwel de honoraria en de uitschotten voor onderzoek van deskundigen begrepen zijn in een waardering van kosten na reeds vroeger te zijn vastgesteld door het in artikel 319 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (1) bedoeld bevelschrift, is het verzet, wat betreft deze honoraria en uitschotten, slechts ontvankelijk tegen dit laatste bevelschrift. Hoger beroep mag slechts dan ingesteld worden, wanneer van een beschikking over de grond der zaak in hoger beroep wordt gekomen.

Art. 83. Ieder niet verantwoord uitstel bij het vervullen van de opdracht of bij de neerlegging van het verslag brengt een vermindering van de honoraria mede, onverminderd de schadevergoeding in voorkomend geval.

Wanneer de deskundige de eed heeft afgelegd en zijn verrichtingen heeft begonnen, is iedere vertraging in het vervullen van zijn opdracht bij de neerlegging van het verslag niet verantwoord, welke door de vordering van een voorschot of van een aanvullend voorschot, behalve voor de uitschotten, wordt gemotiveerd.

(1) Het artikel 319 van het Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering stemt overeen met de huidige artikels 981, 984 en 988 van het Gerechtelijk Wetboek.


Boek IV. – Van partijen, getuigen, bewaarders van stukken, advocaten en zegelbewaarders

Art. 84. Wanneer de veschijning van de partijen wordt geëist bij de wet of door de rechter gelast, wordt ten gerieve van die partij aan welke de kosten worden toegewezen, een taxe gelijk aan die van een getuige toegekend.

Art. 85. (opgeheven bij artikel 5 van het koninklijk besluit van 27 juli 1972).

Art. 86. (gewijzigd bij artikel 3 van het besluit van de Regent van 23 juni 1945). Ten gerieve van de bewaarders die stukken van vergelijking ter verificatie van geschriften of onecht beweerde stukken, met het oog op een tussengeschil tot onechtverklaring, moeten overleggen, wordt benevens de met bewijzen gestaafde reis- en verblijfkosten, 40 frank toegekend voor ieder tijdverzuim van drie uren ten overstaan van de rechter-commissaris en de griffier.

Art. 87. (gewijzigd bij artikel 3 van het besluit van de Regent van 23 juni 1945 en bij art. 1 van het koninklijk besluit van 20 juli 2000, inwerkingtreding : 1 januari 2002). Voor de raadpleging van drie sinds tien jaar praktiserende advocaten, welke het rekwest-civiel op de hoofdzaak of op de tussenvordering moet voorafgaan (Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, art. 495) (1), wordt in het geheel 15 EUR toegekend.

Art. 88. (gewijzigd bij artikel 3 van het besluit van de Regent van 23 juni 1945). Aan elke zegelbewaarder wordt, voor elke dag werkelijke bewaring, voor de eerste twaalf dagen 5 frank, en voor de volgende dagen 2 frank toegekend (2).

(1) Artikel 495 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is thans vervangen door artikel 1134 van het Gerechtelijk Wetboek.

(2) Zie Gerechtelijk Wetboek, art. 1158.5


Boek V. – Wijze van vereffening van de gerechtskosten

(Overeenkomstig artikel 32 van het koninklijk besluit van 11 september 1968, zijn de artikelen 89 tot en met 96 opgeheven, voor zover zij betrekking hebben op de pleitbezorgers).

Art. 89. De vereffening van de kosten wordt gedaan bij de arresten, vonnissen en bevelschriften die dezelfde toewijzen.

Te dien einde, wordt de omstandige staat van de toegewezen kosten samen met de stukken tot staving te bekwamer tijd door de (pleitbezorger) in handen gesteld van de griffier die de pen voert ter terechtzetting.

De vereffening van de kosten geschiedt derwijze dat men zich kan vergewissen van de verschillende wijzigingen, verhogingen of verminderingen, door de begrotende rechter aan het bedrag toegebracht.

Art. 90. Het bedrag van de begroting wordt voluit geboekt op de staat en deze vermelding wordt ondertekend door de magistraat die de kosten heeft vereffend; de staat blijft gehecht aan de kwaliteiten of, bij dezer ontstentenis, aan de beschikking waarop hij betrekking heeft.

Art. 91. Wanneer het bedrag van de begroting niet vervat werd in de uitgifte van het arrest, het vonnis of het bevelschrift, kan een bevelschrift van tenuitvoerlegging gegeven worden door de griffier.

Art. 92. De beschikking betreffende de vereffening en het bevelschrift van tenuitvoerlegging zijn vatbaar voor verzet. Dit verzet, met uitsluiting van hetgeen kan betrekking hebben op de verdeling van de gerechtskosten tussen partijen, moet, op straf van verval, gedaan worden binnen acht dagen na de betekening aan de (pleitbezorger) of aan de partij indien er geen (pleitbezorger) in het geding is.


Verzet wordt gedaan bij akte van (pleitbezorger) indien er een in het geding is, zoniet bij exploot van de gerechtsdeurwaarder, ieder maal met aanmaning om ter raadkamer te verschijnen. De beschikking wordt ter openbare terechtzetting gewezen.

Art. 93. De (pleitbezorger) die de afscheiding der kosten heeft bekomen, alsmede de colleges van (pleitbezorgers), door tussenkomst van hun kamer voor tuchtzaken, kunnen als tussenkomende partij toegelaten worden.

Art. 94. Het verzet tegen de begroting wordt gebracht voor de raadkamer van de jurisdictie, voor dewelke de kosten werden opgelopen en, inzake bevelschrift en kort geding, wordt het gebracht voor de raadkamer die gewoonlijk door de voorzitter van de rechtbank wordt voorgezeten.

Art. 95. Hoger beroep van de op het verzet tegen de begroting verleende beschikking mag slechts dan ingesteld worden wanneer in hoger beroep wordt gekomen van een beschikking over de grond der zaak.

Art. 96. De eisen van de (pleitbezorgers) tot betaling van hunne staten van kosten en beloningen tegen de partijen voor wie zij optraden, worden vervolgd overeenkomstig de regelen van het gemeen recht; afschrift van de staten wordt gegeven bovenaan de dagvaardigen.