Circulaire nr. Ci.RH.222/399.030 dd. 07.09.1989
CIRC 07.09.89/1
Circulaire nr. Ci.RH.222/399.030 dd. 07.09.1989
Bull. nr. 687, pag. 2135
CONTROLEMAATREGELEN
Samenwerking tussen de fiscale administraties.
INNOVATIEVENNOOTSCHAPPEN
Vrijstelling van O.V.
ONROERENDE VOORHEFFING
Vrijstellingen.
Commentaar op de bepalingen van art. 73, van de herstelwet van 31.07.1984.
INHOUDSTAFEL Nrs. I. Algemeen..........................................1 tot 3 II. Activa die voor tijdelijke vrijstelling van O.V. in aanmerking komen.....................................4 III. Kenmerken van de vrijstelling.....................5 tot 7 IV. Verlenen van de vrijstelling.....................8 tot 10 V. Verstrijken van de vrijstelling........................11 Gevallen vermeld in 11,1°.......................12 tot 14 Gevallen vermeld in 11,2°.......................15 tot 18 Gevallen vermeld in 11,3°..............................19 I. Algemeen
1. De circ. 08.03.1988, nr. Ci.RH.421/369.649 (B.671), verstrekt commentaar op de bepalingen van de art. 68 tot 76 (met uitzondering van art. 73) van de herstelwet van 31.07.1984 (V. 1732 - B. 632) met betrekking tot de bevordering van het innovatiekapitaal.
2. Art. 73 van die wet verleent, mits aan bepaalde voorwaarden is voldaan, tijdelijke vrijstelling van O.V. aangaande de door erkende innovatievennootschappen in gebruik genomen of in gebruik gestelde onroerende goederen, alsmede aangaande het materieel en de outillering die onroerend zijn van natura of door bestemming.
3. Deze circ., die is aangekondigd in voetnoot (1) bij het 3° van nr. 2, eerste gedachtenstreep, van voormelde circ. 08.03.1988, regelt onder meer de toepassings- en controlemaatregelen die de diensten van de Administratie der directe belastingen en de Administratie van het kadaster dienen te nemen wat de vrijstelling ingevolge art. 73 betreft.
De tekst van de wettelijke bepaling is toegevoegd als bijlage 1.
II. Activa die voor tijdelijke vrijstelling van O.V. in aanmerking komen
4. Om voor tijdelijke vrijstelling van O.V. in aanmerking te komen, is vereist dat:
De vaste activa waarvan het gebruik is afgestaan aan een derde zijn van de vrijstelling uitgesloten.
III. Kenmerken van de vrijstelling van O.V.
5. De vrijstelling van O.V. is, wat haar duur betreft, onafhankelijk van de duur van de andere fiscale voordelen waarop de innovatievennootschap aanspraak heeft, onder voorbehoud evenwel van de intrekking van de erkenning als innovatievennootschap.
Zodra de vennootschap als innovatievennootschap is erkend en aan de voorwaarden voldoet, moet zij ipso facto het genot verkrijgen van de voordelen die art. 73, W. 31.07.1984 bepaalt.
6. Hieruit volgt dat de vrijstelling van O.V. niet noodzakelijk moet voortvloeien uit een bezwaarschrift. Bij voorkomend geval moet zij van ambtswege worden verleend en mag van de ten onrechte ingekohierde O.V. zonder tijdsbeperking ontheffing worden verleend.
7. De twee sub. nr. 3 vermelde Administraties zullen samenwerken om enerzijds ongelegen inkohieringen te voorkomen en anderzijds de nodige verbeteringen te kunnen aanbrengen.
IV. Verlenen van de vrijstelling
8. Een afschrift van de beslissing waarmede de Minister van Financiën een vennootschap als innovatievennootschap erkent wordt door het Hoofdbestuur der directe belastingen overgezonden aan het Hoofdbestuur van het kadaster, met vermelding van de hoofdcontroleur die bevoegd is voor de vennootschapsbelasting (hierna hfd.cr.ven. genoemd).
9. Op grond van die beslissing gaat het Hoofdbestuur van het kadaster over tot een onderzoek bij de belanghebbende vennootschap. Vervolgens zendt dat Hoofdbestuur langs hiërarchische weg de nodige onderrichtingen aan de titularis van de bevoegde controle van het kadaster (hierna (hfd.) cr. kad. genoemd) om de onroerende goederen en/of het materieel en de outillering op naam van die vennootschap als vrijgesteld, of in de toekomst als vrijgesteld, in de kadastrale documenten op te nemen. Deze vrijstelling zal uitwerking hebben vanaf 1 januari van het jaar volgend op de datum van de ingebruikneming of de werkelijke ingebruikstelling van de goederen tot 31 december van het tiende daarop volgende jaar. Vrijstellingen kunnen worden verleend vanaf het aj. 1985 tot en met het aj. 2003.
10. Als controlemaatregel zendt de bevoegde (hfd.) cr. kad. zodra mogelijk aan de vermelde hfd. cr. ven. (zie nr. 8) een staat van de vrijgestelde goederen.
V. Verstrijken van de vrijstelling
11. Het verstrijken van de vrijstelling van O.V. kan uit drie feiten voortvloeien:
Zoals de erkenning (zie nr. 8), gebeurt ook de voortijdige intrekking van de erkenning (zie nr. 11, 2°) met een ministeriële beslissing.
Gevallen vermeld in nr. 11, 1°
12. De (hfd.) cr. kad. richt aan zijn hoofdbestuur een omstandig verslag met betrekking tot elke wijziging inzake het gebruik van het goed die het geheel of gedeeltelijk behoud van de vrijstelling zou verhinderen.
13. Wanneer het ingelicht wordt over een wijziging van het gebruik, vermeld in nr. 4, 4°, geeft het hoofdbestuur van het kadaster, langs hiërarchische weg, aan de bevoegde (hfd.) cr. kad. de nodige onderrichtingen om de goederen als belastbaar in de kadastrale documenten op te nemen via de eerstvolgende jaarlijkse mutatiebundel.
Bovendien licht het de betrokken vennootschap in over de boeking van de verbeteringen en de kadastrale documenten die uit deze wijziging volgen.
14. De (hfd.) cr. kad. deelt aan de bevoegde hfd. cr. ven. het opnemen van deze verbeteringen mede en stelt aan de bevoegde ontvanger der directe belastingen (hierna "ontv." genoemd) de inkohiering voor van de O.V. voor de periode van 1 januari volgend op het jaar waarin de wijziging zich heeft voorgedaan tot 31 december van het jaar voorafgaand aan het jaar van de verbeteringen in de kadastrale documenten.
Gevallen vermeld in nr. 11, 2°
15. Een afschrift van de ministeriële beslissing tot intrekking (zie nr. 11, lid 2) wordt door het Hoofdbestuur der directe belastingen overgezonden aan het Hoofdbestuur van het kadaster.
16. Aan de hand van de beslissing tot intrekking, geeft het Hoofdbestuur van het kadaster, langs hiërarchische weg, aan de bevoegde (hfd.) cr. kad. de nodige onderrichtingen met het oog op de bijwerking van de kadastrale documenten via de eerstvolgende jaarlijkse mutatiebundel.
17. De (hfd.) cr. kad. licht de hfd. cr. ven. in over de bijwerking van de kadastrale documenten.
18. Aan de hand van het fiscaal dossier stelt de hfd. cr. ven., bij voorkomend geval, aan de bevoegde ontv. de inkohiering voor van de O.V. met betrekking tot de goederen voor de periode van 1 januari volgend op het laatste boekjaar waarvoor de voordelen Ven.B. werden verleend tot 31 december van het jaar voorafgaand aan het jaar van de bijwerking van de kadastrale documenten.
BIJLAGE 1
Art. 73, herstelwet 31.07.1984
§ 1. Innovatievennootschappen worden vrijgesteld van onroerende voorheffing met betrekking tot de gebouwde en ongebouwde onroerende goederen, alsmede tot het materieel en de outillering die onroerend zijn van nature of door hun bestemming, activa die zij tijdens één der jaren 1984 tot en met 1993 in gebruik nemen of in gebruik stellen om ze te gebruiken voor het uitoefenen van de beroepswerkzaamheid voor zover die goederen gelegen zijn in het Brussels Gewest.
§ 2. De vrijstelling is van toepassing gedurende een tijdperk van tien jaar dat volgt op het jaar van de ingebruikneming of ingebruikstelling.
De vrijstelling geldt niet voor de vaste activa waarvan het gebruik is afgestaan aan een derde.
Circulaire nr. Ci.RH.222/399.030 dd. 07.09.1989
Bull. nr. 687, pag. 2135
CONTROLEMAATREGELEN
Samenwerking tussen de fiscale administraties.
INNOVATIEVENNOOTSCHAPPEN
Vrijstelling van O.V.
ONROERENDE VOORHEFFING
Vrijstellingen.
Commentaar op de bepalingen van art. 73, van de herstelwet van 31.07.1984.
INHOUDSTAFEL Nrs. I. Algemeen..........................................1 tot 3 II. Activa die voor tijdelijke vrijstelling van O.V. in aanmerking komen.....................................4 III. Kenmerken van de vrijstelling.....................5 tot 7 IV. Verlenen van de vrijstelling.....................8 tot 10 V. Verstrijken van de vrijstelling........................11 Gevallen vermeld in 11,1°.......................12 tot 14 Gevallen vermeld in 11,2°.......................15 tot 18 Gevallen vermeld in 11,3°..............................19 I. Algemeen
1. De circ. 08.03.1988, nr. Ci.RH.421/369.649 (B.671), verstrekt commentaar op de bepalingen van de art. 68 tot 76 (met uitzondering van art. 73) van de herstelwet van 31.07.1984 (V. 1732 - B. 632) met betrekking tot de bevordering van het innovatiekapitaal.
2. Art. 73 van die wet verleent, mits aan bepaalde voorwaarden is voldaan, tijdelijke vrijstelling van O.V. aangaande de door erkende innovatievennootschappen in gebruik genomen of in gebruik gestelde onroerende goederen, alsmede aangaande het materieel en de outillering die onroerend zijn van natura of door bestemming.
3. Deze circ., die is aangekondigd in voetnoot (1) bij het 3° van nr. 2, eerste gedachtenstreep, van voormelde circ. 08.03.1988, regelt onder meer de toepassings- en controlemaatregelen die de diensten van de Administratie der directe belastingen en de Administratie van het kadaster dienen te nemen wat de vrijstelling ingevolge art. 73 betreft.
De tekst van de wettelijke bepaling is toegevoegd als bijlage 1.
II. Activa die voor tijdelijke vrijstelling van O.V. in aanmerking komen
4. Om voor tijdelijke vrijstelling van O.V. in aanmerking te komen, is vereist dat:
| 1° | de activa bestaan uit gebouwde of ongebouwde onroerende goederen, of uit materieel en outillering die onroerend zijn van nature of door bestemming; |
| 2° | die activa in gebruik zijn genomen of in gebruik zijn gesteld door een erkende innovatievennootschap; |
| 3° | de ingebruikneming of ingebruikstelling plaatsvindt tijdens één van de jaren 1984 tot en met 1993; |
| 4° | de erkende innovatievennootschap die activa gebruikt voor het uitoefenen van haar beroepswerkzaamheid; |
| 5° | die activa in het Brusselse gewest gelegen zijn. |
III. Kenmerken van de vrijstelling van O.V.
5. De vrijstelling van O.V. is, wat haar duur betreft, onafhankelijk van de duur van de andere fiscale voordelen waarop de innovatievennootschap aanspraak heeft, onder voorbehoud evenwel van de intrekking van de erkenning als innovatievennootschap.
Zodra de vennootschap als innovatievennootschap is erkend en aan de voorwaarden voldoet, moet zij ipso facto het genot verkrijgen van de voordelen die art. 73, W. 31.07.1984 bepaalt.
6. Hieruit volgt dat de vrijstelling van O.V. niet noodzakelijk moet voortvloeien uit een bezwaarschrift. Bij voorkomend geval moet zij van ambtswege worden verleend en mag van de ten onrechte ingekohierde O.V. zonder tijdsbeperking ontheffing worden verleend.
7. De twee sub. nr. 3 vermelde Administraties zullen samenwerken om enerzijds ongelegen inkohieringen te voorkomen en anderzijds de nodige verbeteringen te kunnen aanbrengen.
IV. Verlenen van de vrijstelling
8. Een afschrift van de beslissing waarmede de Minister van Financiën een vennootschap als innovatievennootschap erkent wordt door het Hoofdbestuur der directe belastingen overgezonden aan het Hoofdbestuur van het kadaster, met vermelding van de hoofdcontroleur die bevoegd is voor de vennootschapsbelasting (hierna hfd.cr.ven. genoemd).
9. Op grond van die beslissing gaat het Hoofdbestuur van het kadaster over tot een onderzoek bij de belanghebbende vennootschap. Vervolgens zendt dat Hoofdbestuur langs hiërarchische weg de nodige onderrichtingen aan de titularis van de bevoegde controle van het kadaster (hierna (hfd.) cr. kad. genoemd) om de onroerende goederen en/of het materieel en de outillering op naam van die vennootschap als vrijgesteld, of in de toekomst als vrijgesteld, in de kadastrale documenten op te nemen. Deze vrijstelling zal uitwerking hebben vanaf 1 januari van het jaar volgend op de datum van de ingebruikneming of de werkelijke ingebruikstelling van de goederen tot 31 december van het tiende daarop volgende jaar. Vrijstellingen kunnen worden verleend vanaf het aj. 1985 tot en met het aj. 2003.
10. Als controlemaatregel zendt de bevoegde (hfd.) cr. kad. zodra mogelijk aan de vermelde hfd. cr. ven. (zie nr. 8) een staat van de vrijgestelde goederen.
V. Verstrijken van de vrijstelling
11. Het verstrijken van de vrijstelling van O.V. kan uit drie feiten voortvloeien:
| 1° | het niet naleven van de voorwaarde inzake de aanwending vermeld sub 4, 4°, of het stopzetten van het gebruik van een goed; |
| 2° | het niet naleven van de voorwaarden om als innovatievennootschap erkend te zijn, wat de intrekking van die erkenning en het voortijdig ophouden van het genot van de wettelijke voordelen tot gevolg heeft; |
| 3° | het verstrijken van de periode van tien jaar waarin art. 73, § 2, W. 31.07.1984 voorziet. |
Gevallen vermeld in nr. 11, 1°
12. De (hfd.) cr. kad. richt aan zijn hoofdbestuur een omstandig verslag met betrekking tot elke wijziging inzake het gebruik van het goed die het geheel of gedeeltelijk behoud van de vrijstelling zou verhinderen.
13. Wanneer het ingelicht wordt over een wijziging van het gebruik, vermeld in nr. 4, 4°, geeft het hoofdbestuur van het kadaster, langs hiërarchische weg, aan de bevoegde (hfd.) cr. kad. de nodige onderrichtingen om de goederen als belastbaar in de kadastrale documenten op te nemen via de eerstvolgende jaarlijkse mutatiebundel.
Bovendien licht het de betrokken vennootschap in over de boeking van de verbeteringen en de kadastrale documenten die uit deze wijziging volgen.
14. De (hfd.) cr. kad. deelt aan de bevoegde hfd. cr. ven. het opnemen van deze verbeteringen mede en stelt aan de bevoegde ontvanger der directe belastingen (hierna "ontv." genoemd) de inkohiering voor van de O.V. voor de periode van 1 januari volgend op het jaar waarin de wijziging zich heeft voorgedaan tot 31 december van het jaar voorafgaand aan het jaar van de verbeteringen in de kadastrale documenten.
Gevallen vermeld in nr. 11, 2°
15. Een afschrift van de ministeriële beslissing tot intrekking (zie nr. 11, lid 2) wordt door het Hoofdbestuur der directe belastingen overgezonden aan het Hoofdbestuur van het kadaster.
16. Aan de hand van de beslissing tot intrekking, geeft het Hoofdbestuur van het kadaster, langs hiërarchische weg, aan de bevoegde (hfd.) cr. kad. de nodige onderrichtingen met het oog op de bijwerking van de kadastrale documenten via de eerstvolgende jaarlijkse mutatiebundel.
17. De (hfd.) cr. kad. licht de hfd. cr. ven. in over de bijwerking van de kadastrale documenten.
18. Aan de hand van het fiscaal dossier stelt de hfd. cr. ven., bij voorkomend geval, aan de bevoegde ontv. de inkohiering voor van de O.V. met betrekking tot de goederen voor de periode van 1 januari volgend op het laatste boekjaar waarvoor de voordelen Ven.B. werden verleend tot 31 december van het jaar voorafgaand aan het jaar van de bijwerking van de kadastrale documenten.
BIJLAGE 1
Art. 73, herstelwet 31.07.1984
§ 1. Innovatievennootschappen worden vrijgesteld van onroerende voorheffing met betrekking tot de gebouwde en ongebouwde onroerende goederen, alsmede tot het materieel en de outillering die onroerend zijn van nature of door hun bestemming, activa die zij tijdens één der jaren 1984 tot en met 1993 in gebruik nemen of in gebruik stellen om ze te gebruiken voor het uitoefenen van de beroepswerkzaamheid voor zover die goederen gelegen zijn in het Brussels Gewest.
§ 2. De vrijstelling is van toepassing gedurende een tijdperk van tien jaar dat volgt op het jaar van de ingebruikneming of ingebruikstelling.
De vrijstelling geldt niet voor de vaste activa waarvan het gebruik is afgestaan aan een derde.
Bron: FisconetPlus
