Circulaire 2019/C/75 over het schema van algemene tariefpreferenties: tarifaire maatregelen
Tariefpreferenties; ontwikkelingslanden ; SPGA; SPGE; SPGL; systeem van geregistreerde exporteurs (REX); certificaat van oorsprong Formulier A; attestvan oorsprong;
FOD Financiën, 29.07.2019
Algemene Administratie van Douane en Accijnzen
De actuele versie van deze circulaire is gewijzigd op 20.09.2023.
De wijzigingen hebben betrekking op:
paragrafen 2, 4, 5, 13: toevoeging van de linken van de verordeningen;
paragrafen 4 en 10: actualisatie van de informatie uit Tarbel: het aanpassen van de voorbeelden naargelang de nieuwe maatregelen, de aangepaste landengroepen.
paragraaf 14-16: bijwerking naar aanleiding van het einde van het gebruik van certificaat van oorsprong Formulier A en van de totale toepassing van het REX-systeem sinds 01/01/2023.
bijlage 1: de lijst van de landen die genieten van de Algemene Regeling (SAP) werd aangepast. Vietnam wordt vanaf 01/01/2023 geschrapt van deze lijst overeenkomstig Gedelegeerde Verordening (EU) 2021/114.
bijlage 2: de lijst van de landen die genieten van de bijzondere stimuleringsregeling voor duurzame ontwikkeling en goed bestuur (SAP+) werd aangepast in overeenstemming met Gedelegeerde Verordening (EU) 2021/114 (schrapping Armenië vanaf 01/01/2022) en Gedelegeerde Verordening (EU) 2021/576 (toevoeging van Oezbekistan vanaf 30/11/2020).
Wijzigingen | Datum | Gewijzigde §§ | Gewijzigde bijlagen | Vorige versies |
S2 | 20/09/2023 | 2, 4, 5, 10, 13 t/m 16 | 1 en 2 | Eerdere versie |
S1 | 13/04/2021 | 13 | 1, 2 en 3 | Eerdere versie |
Inhoudstafel
Circulaire 2019/C/75 over het schema van algemene tariefpreferenties: tarifaire maatregelen
II.2 De bijzondere stimuleringsregeling voor duurzame ontwikkeling en goed bestuur (SAP+)
II.3 De bijzondere regeling voor de minst ontwikkelde landen („Everything But Arms” (EBA)).
III. Wederinstelling van de heffing van het invoerrecht (tarief "derde landen")
V. Voorwaarden en bewijsstukken
Bijlage 1 Landen die genieten van de algemene regeling (GSP)
I. Algemeen
1. Het schema van de Algemene Tariefpreferenties (SAP) is een unilaterale concessie van de Europese Unie ten gunste van de ontwikkelingslanden. Het vloeit niet voort uit een onderhandeling: de voorkeursbehandeling is niet wederzijds. Deze concessie uit zich in de vorm van een vermindering of vrijstelling van invoerrechten bij het in het vrije verkeer brengen van goederen van oorsprong uit ontwikkelingslanden.
Het stelsel heeft als doel de ontwikkelingslanden bij te staan om de armoede terug te dringen en goed bestuur en duurzame ontwikkeling op economisch, sociaal en milieugebied te bevorderen om hun economie te diversifiëren, met uitbanning van de armoede als hoofddoel.
2. Dit systeem maakt het voorwerp uit van Verordening (EU) nr. 978/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 houdende toepassing van een schema van algemene tariefpreferenties, geldig tot en met 31 december 2023. Deze einddatum is niet van toepassing op de regeling voor de minst ontwikkelde landen.
3. Het stelsel van algemene tariefpreferenties bestaat uit drie regelingen:
een algemene regeling;
een bijzondere stimuleringsregeling voor duurzame ontwikkeling en goed bestuur (SAP+); en
een bijzondere regeling voor de minst ontwikkelde landen („Everything But Arms” (EBA)).
II. De regelingen
II.1 De algemene regeling
4. De lijst van de begunstigde landen van de algemene regeling is terug te vinden in bijlage 1. De algemene regeling wordt toegekend aan alle goederen die opgenomen zijn in bijlage V van Verordening (EU) nr. 978/2012.
Om het preferentieel recht dat van toepassing is, vast te stellen, werden de goederen ingedeeld in twee categorieën met volgende gevoeligheden:
de producten die als niet-gevoelig zijn aangemerkt: de rechten van het gemeenschappelijk douanetarief worden volledig geschorst met uitzondering van agrarische elementen;
de gevoelige producten:
De ad valorem rechten van het gemeenschappelijk douanetarief die van toepassing zijn op deze producten worden met 3,5 procentpunten verlaagd; de verlaging bedraagt 20 % voor de producten van hoofdstuk 50 tot en met 63 (textiel).
De specifieke rechten van het gemeenschappelijk douanetarief, andere dan minimum- of maximumrechten, worden met 30 % verlaagd. Wanneer de rechten van het gemeenschappelijk douanetarief zowel ad valorem rechten als specifieke rechten omvatten, worden de specifieke rechten niet verlaagd.
Wanneer de in overeenstemming met de twee vorige punten verlaagde rechten een maximumrecht vermelden, wordt dit maximumrecht niet verlaagd. Indien deze rechten een minimumrecht vermelden, wordt dit minimumrecht niet toegepast.
Voorbeeld inzake het maximumrecht: Chocolade-ijsjes van Taric-code 2105 0091 00 :
In dit voorbeeld bestaat het geldende "erga omnes" recht uit een ad valorem recht (8%) en een specifiek recht (38,5 EUR/100 kg), begrensd door een maximum (18,1% + 7 EUR/100 kg).
Voor het bepalen van het preferentieel recht S2 (GSP)wordt, rekening houdend met het feit dat er een samengesteld recht is bestaande uit een ad valorem recht en een specifieke recht, enkel het ad valorem recht verminderd met 3,5 procentpunten (8 - 3,5 = 4,5). Het specifiek recht wordt niet verminderd en blijft 38,5 %. Het maximumrecht (18,1% + 7 EUR/100 kg) wordt eveneens niet verminderd.
Wat betreft het minimumrecht dient het berekende recht doorgaans vergeleken te worden met het minimumrecht en moet het hoogste van de twee rechten toegepast worden. In het kader van het stelsel van algemene tariefpreferenties dient het berekende recht ambtshalve toegepast te worden.
Bepaalde producten van oorsprong uit India, Indonesië of Kenia genieten niet van tariefpreferenties in het kader van SAP.
II.2 De bijzondere stimuleringsregeling voor duurzame ontwikkeling en goed bestuur (SAP+)
5. Deze regeling wordt toegekend aan landen die kwetsbaar worden geacht als gevolg van onvoldoende diversificatie en integratie in het internationale handelssysteem. Deze landen moeten 27 internationale verdragen bekrachtigd hebben met betrekking tot sociale rechten en milieurechten en ze effectief in uitvoering brengen. De lijst van deze landen is terug te vinden in bijlage 2.
Deze regeling is van toepassing voor alle producten hernomen in bijlage IX van Verordening (EU) nr. 978/2012, van oorsprong uit landen begunstigd door SAP+.
6. De ad valorem rechten van het gemeenschappelijk douanetarief van toepassing op deze producten worden geschorst. De specifieke rechten worden volledig geschorst, behalve voor producten waarvoor de rechten van het gemeenschappelijk douanetarief ad valorem rechten omvatten.
II.3 De bijzondere regeling voor de minst ontwikkelde landen („Everything But Arms” (EBA)).
7. Enkel de landen die door de Verenigde Naties als minst ontwikkeld worden aangemerkt mogen van deze regeling gebruik maken. De lijst van deze landen is terug te vinden in bijlage 3.
8. De rechten van het gemeenschappelijk douanetarief worden volledig geschorst voor alle producten van de hoofdstukken 1 tot en met 97, behalve die in hoofdstuk 93 (wapens), van oorsprong uit een EBA-begunstigd land.
III. Wederinstelling van de heffing van het invoerrecht (tarief "derde landen")
9. Het preferentieel stelsel kan door de Europese Commissie worden geschorst voor producten van oorsprong uit een land dat van de preferenties geniet, als wordt vastgesteld dat aan de voorschriften van de algemene tariefpreferenties niet meer is voldaan, of bij een zware en systematische overtreding van de conventies.
Meer bepaald, kunnen de preferenties, in het kader van de algemene regeling, worden geschorst voor bepaalde producten van oorsprong uit begunstigde landen, indien de Europese Commissie vaststelt dat de gemiddelde waarde van de invoer naar de Unie van dergelijke producten gedurende drie opeenvolgende jaren bepaalde drempelwaarden overschrijdt. De drempelwaarden worden berekend als percentage van de totale waarde van invoer naar de Europese Unie van hetzelfde product uit alle SAP-begunstigde landen.
Bij de bijzondere stimuleringsregeling voor duurzame ontwikkeling en goed bestuur kunnen de preferenties tijdelijk ingetrokken worden voor alle of bepaalde producten van oorsprong uit een begunstigd land, indien dat land zijn bindende verbintenissen niet nakomt.
IV. Weergave in Tarbel
10. De afkortingen die gebruikt worden in Tarbel om de verschillende landen in het kader van SAP te identificeren zijn de volgende:
GSP+: landen die genieten van de bijzondere stimuleringsregeling voor duurzame ontwikkeling en goed bestuur (GSP+)
EBA: landen die genieten van de bijzondere regeling voor de minst ontwikkelde landen [„Everything But Arms” (EBA)]
11. De landen waarbij de ISO-code voorafgegaan wordt door vermelding “excl” zijn ofwel uitgesloten van het stelsel van algemene tariefpreferenties, ofwel specifiek hernomen op een andere plek met inachtneming van bepaalde voorwaarden.
Voorbeeld:
In dit voorbeeld is India uitgesloten van de GSP-tariefpreferentie voor de betrokken goederen. Aangezien er geen andere specifieke maatregelen zijn voor India in het scherm tarifaire maatregelen, is het “douanerecht derde landen” van 5 % van toepassing voor goederen uit India.
V. Voorwaarden en bewijsstukken
12. De aangever, die toepassing vraagt van de preferentiële tariefregeling, moet in vak 36 van de invoeraangifte een codecombinatie van de 2XX reeks invullen.
13. Om te kunnen genieten van de voorkeursmaatregelen, dienen de goederen te voldoen aan de oorsprongsregels vastgelegd in artikelen:
- 37 en 41 t.e.m. 58 van de Gedelegeerde verordening (EU) 2015/2446 van de Commissie van 28 juli 2015 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad met nadere regels betreffende een aantal bepalingen van het douanewetboek van de Unie (DA); en
- 60 en 70 t.e.m. 112 van Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447 van de Commissie van 24 november 2015 houdende nadere uitvoeringsvoorschriften voor enkele bepalingen van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie (IA).
Deze oorsprongsregels worden uitgebreider uiteengezet in S1 Circulaire 2020/C/7 betreffende het Stelsel van Algemene Tariefpreferenties (SAP).
14. Overeenkomstig artikel 79 IA, is het systeem van zelfcertificering van de oorsprong van goederen door geregistreerde exporteurs van toepassing sinds 1 januari 2017 en dit voor alle begunstigde landen. Deze begunstigde landen konden aan de Europese Commissie laten weten om te starten op 1 januari 2017, of om de start van de toepassing uit te stellen tot 1 januari 2018 of 1 januari 2019. De begunstigde landen beschikten telkens over een transitieperiode van 12 maanden.
S2 Op 31 december 2020 eindigde de laatste transitieperiode waarin begunstigde landen van het stelsel van algemene preferenties (SAP) dienden over te schakelen naar het systeem van geregistreerde exporteurs (REX).Sinds 1 januari 2021 kunnen er dan ook geen rechtsgeldige certificaten van oorsprong FORM A meer worden afgegeven. Hierdoor heeft de Europese Commissie besloten dat de uniecode N865 voor het certificaat van oorsprong FORM A op 1 januari 2023 vervalt. Deze code kan vanaf die datum niet meer worden vermeld in vak 44 van de douaneaangifte en bijgevolg kan het FORM A-certificaat dan in geen enkele situatie meer worden gebruikt om de tariefpreferenties in kader van SAP aan te vragen.
Alleen de volgende oorsprongsbewijzen zijn ontvankelijk vanaf 1/1/2023:
- Een attest van oorsprong opgesteld door de geregistreerde exporteur wanneer de totale waarde van de producten van oorsprong hoger is dan 6.000 EUR. Dit attest moet opgesteld worden op een handelsdocument met vermelding van de naam en het volledige adres van de exporteur en de geadresseerde, alsook de omschrijving van de goederen, de datum waarop het attest is opgesteld en het registratienummer van de geregistreerde exporteur in REX (zie modelattest in bijlage 22-07 IA); of
- Een attest van oorsprong, voor een zending waarvan de totale waarde kleiner of gelijk is aan 6.000 EUR, opgesteld door een al dan niet-geregistreerde exporteur. Dit attest moet opgesteld worden op een handelsdocument met vermelding van de naam en het volledige adres van de exporteur en van de bestemmeling, alsook de omschrijving van de goederen en de datum waarop het attest is opgesteld (zie modelattest in bijlage 22-07 IA).
Enkele landen (aangeduid met een “*”achter de 2-letterige ISO alpha-2 codes van de landen in de bijlagen) maken nog geen gebruik van het REX-systeem. Bijgevolg kunnen ze niet genieten van de tariefpreferenties van het SAP-stelsel tot ze het REX-systeem toepassen. Daarvoor kan de website van de EU geraadpleegd worden:
https://ec.europa.eu/taxation_customs/business/calculation-customs-duties/rules-origin/general-aspects-preferential-origin/arrangements-list/generalised-system-preferences/the_register_exporter_system_en
15. Om na te kijken of het REX-registratienummer van de geregistreerde exporteur dat vermeld staat op het attest van oorsprong geldig is, kan de toepassing van de Europese Commissie geraadpleegd worden op volgend webadres:
https://ec.europa.eu/taxation_customs/dds2/eos/rex_validation.jsp?Type=REX=INREX258789=fr=true
S2 16. In vak 44 (vanaf eind 2023 wordt dit gegevenselement G.E. 12 03 000 000) van de invoeraangifte dienen de codes die gebruikt worden voor de oorsprongsbewijzen vermeld te worden. Deze codes zijn gepubliceerd in bijvoegsel 6 b) van de Toelichting van het Enig Document.
- C100: Nummer geregistreerde exporteur
- U164: Attest van oorsprong opgesteld door een geregistreerd exporteur in het kader van SAP waarbij de totale waarde van de verzonden producten van oorsprong niet hoger is dan 6 000 EUR
- U165: Attest van oorsprong opgesteld door een geregistreerd exporteur in het kader van SAP waarbij de totale waarde van de verzonden producten van oorsprong hoger is dan 6 000 EUR
- U166: Attest van oorsprong opgesteld door een niet-geregistreerd exporteur in het kader van SAP waarbij de totale waarde van de verzonden producten van oorsprong niet hoger is dan 6 000 EUR
- U167: Attest van oorsprong opgesteld door een niet-geregistreerd EU-wederverzender in het kader van SAP, waarbij de totale waarde van de producten van oorsprong van de op te splitsen oorspronkelijke zending hoger is dan 6 000 EUR
- U168: Vervangende oorsprongsverklaring, vervangende factuurverklaring of vervangend attest van oorsprong, opgesteld door een toegelaten exporteur of door een geregistreerde exporteur wanneer de totale waarde van de producten van oorsprong in de op te splitsen oorspronkelijke zending niet hoger is dan de toepasselijke drempelwaarde, overeenkomstig artikel 69, lid 2, punt a), van Verordening 2015/2447.
- U169: Vervangende oorsprongsverklaring, vervangende factuurverklaring of vervangend attest van oorsprong, opgesteld door een toegelaten exporteur of door een geregistreerde exporteur wanneer de totale waarde van de producten van oorsprong in de op te splitsen oorspronkelijke zending hoger is dan de toepasselijke drempelwaarde, overeenkomstig artikel 69, lid 2, punt a), van Verordening 2015/2447.
- U170: Vervangende oorsprongsverklaring of vervangende factuurverklaring, opgesteld door een wederverzender wanneer de totale waarde van de producten van oorsprong in de op te splitsen oorspronkelijke zending niet hoger is dan de toepasselijke drempelwaarde, overeenkomstig artikel 69, lid 2, onder b), van Verordening 2015/2447.
- U171: Vervangende oorsprongsverklaring of vervangende factuurverklaring, opgesteld door een wederverzender wanneer de totale waarde van de producten van oorsprong in de op te splitsen oorspronkelijke zending hoger is dan de toepasselijke drempelwaarde, overeenkomstig artikel 69, lid 2, onder c), van Verordening 2015/2447.
17. Ongeacht de preferenties die worden verkregen ingevolge het stelsel van de algemene tariefpreferenties kan er uiteraard gebruik gemaakt worden van de schorsingen en tariefcontingenten geldig voor alle landen ("erga omnes").
VI. Associatieovereenkomsten
18. De minst ontwikkelde landen die een associatieovereenkomst met de Europese Unie hebben gesloten (EPA, LOMB, enz.) kunnen genieten van het stelsel van algemene tariefpreferenties mits naleving van de gestelde voorwaarden door dit stelsel.
VII. Slotbepalingen
19. De instructie Algemene tariefpreferenties van 1 januari 2014, nr. D.T. 00.000.826 (D.I. 618) wordt opgeheven.
Bijlagen
Bijlage 1 Landen die genieten van de algemene regeling (GSP)
CG Congo (Republiek)
CK Cookeilanden
FM Micronesia (Federale Staten)
ID Indonesië
IN India
KE Kenia
NG Nigeria
NU Niue
SY * Syrië
TJ Tadzjikistan
Bijlage 2 Landen die genieten van de bijzondere stimuleringsregeling voor duurzame ontwikkeling en goed bestuur (GSP+)
BO Bolivia
CV Kaapverdië
KG Kirgizië
LK Sri Lanka
MN Mongolië
PH Filipijnen
PK Pakistan
UZ Oezbekistan
Bijlage 3 Landen die genieten van de bijzondere regeling voor de minst ontwikkelde landen [„Everything But Arms” (EBA)]
AF Afghanistan
AO Angola
BD Bangladesh
BF Burkina Faso
BI Burundi
BJ Benin
BT Bhutan
CD Congo (Democratische Republiek)
CF* Centraal-Afrikaanse Republiek
DJ* Djibouti
ER Eritrea
ET Ethiopië
GM Gambia
GN Guinee
GW Guinee-Bissau
HT Haïti
KH Cambodja
KI Kiribati
KM Comoren
LA Laos
LR Liberia
LS Lesotho
MG Madagaskar
ML Mali
MM Myanmar
MR Mauritanië
MW Malawi
MZ Mozambique
NE Niger
NP Nepal
RW Rwanda
SB Salomonseilanden
SD Soedan
SL Sierra Leone
SN Senegal
SO* Somalië
SS* Zuid-Sudan
ST Sao Tomé en Principe
TD* Tsjaad
TG Togo
TL Oost-Timor
TV Tuvalu
TZ Tanzania
UG Uganda
VU Vanuatu
YE Jemen
ZM Zambia
