Aanschrijving BTW nr. 94, dd. 08.06.1971

Aanschrijving BTW nr. 94, dd. 08.06.1971

BTW, depothouders, inzamelaars en ophalers van deelnemingsformulieren voor een pool met betrekking tot sportwedstrijden

De handeling tussen de firma die een pool met betrekking tot sportwedstrijden organiseert en de persoon die aan die pool deelneemt, valt buiten de werkingssfeer van de belasting over de toegevoegde waarde. Die firma heeft bijgevolg niet de hoedanigheid van BTW-belastingplichtige.

De bedragen die door de diverse tussenpersonen (depothouders, inzamelaars en ophalers van deelnemingsformulieren voor een pool) worden ingehouden van de inzetten van de deelnemers zijn daarentegen de prijs van diensten bedoeld in het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde en ze zijn uit dien hoofde aan de belasting onderworpen tegen het tarief van 18 pct.

Na contacten met vertegenwoordigers van de firma's «Prior» en « Littlewoods », werd beslist dat die firma's zelf de BTW in totaal zouden voldoen voor de gezamenlijke commissielonen die ze aan de bovenbedoelde tussenpersonen verlenen. Logischerwijs worden de tussenpersonen voor het inzamelen van de deelnemingsformulieren voor een pool, georganiseerd door die firma's, vrijgesteld van de verplichting de op hun diensten verschuldigde BTW te voldoen.

Deze aanschrijving heeft tot doel de uitvoering van die beslissing te regelen :

1° De firma's « Prior » en « Littlewoods » zullen de bovenbedoelde belasting voldoen volgens de modaliteiten die hun rechtstreeks werden medegedeeld en die ook ter kennis worden gebracht van de betrokken diensten van de administratie.

2° De tussenpersoon op wie deze aanschrijving van toepassing is, behoudt de hoedanigheid van belastingplichtige alsmede, onder voorbehoud van wat in 3° hierna is bepaald, het recht om de BTW in aftrek te brengen, die werd geheven van de goederen en de diensten welke hij heeft ontvangen voor de uitoefening van bovenbedoelde werkzaamheid.

3° De tussenpersoon die geen andere aan de BTW onderworpen werkzaamheid uitoefent, waarvoor hij reeds gehouden is periodieke aangiften in te dienen, wordt vrijgesteld van de verplichting dergelijke aangiften in te dienen. Wanneer hij van die vrijstelling gebruik maakt, moet hij het BTW-controlekantoor waaronder hij ressorteert, daarvan kennis geven. Hij wordt dan geacht voor het hele lopende jaar af te zien van zijn recht op aftrek.

4° Indien de tussenpersoon periodieke BTW-aangiften indient, moet het bedrag van zijn diensten die hij krachtens deze aanschrijving verleent zonder toepassing van de belasting, niet worden opgenomen in die aangiften. Voor de toepassing van de aftrek (z. Wetboek, art. 45, § 1, 1°, en kon. besl. nr. 3, van 10 december 1969) worden bedoelde diensten echter als aan de belasting onderworpen handelingen aangemerkt.