Aanschrijving nr. 11 dd. 19.04.1994

AANSCHRIJVING 94/011

Aanschrijving nr. 11 dd. 19.04.1994


Periodieke BTW-aangiften
Jaarlijkse opgave der afnemers
belastingplichtigen
Intracommunautaire opgave
Wijzigingen vanaf 1 januari 1994


Het Belgisch Staatsblad van 12 februari 1994, nr. 32, blz. 3648-3668, heeft het koninklijk besluit van 27 januari 1994 gepubliceerd tot wijziging van de koninklijke besluiten nrs. 1, 23 en 50 met betrekking tot de belasting over de toegevoegde waarde. Dit koninklijk besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 1994.

Deze aanschrijving geeft toelichting bij de wijzigingen aangebracht door het koninklijk besluit van 27 januari 1994.

Periodieke BTW-aangiften.

Overeenkomstig artikel 1 van het bovengenoemd koninklijk besluit van 27 januari 1994 vervangt de bijlage 1 bij dit besluit de bijlage A bij het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde. Die bijlage bevat het model van de BTW-maand- of kwartaalaangifte.

Het opschrift van het rooster 03 werd aangepast. Gelet op de verhoging van het normale BTW-tarief dat op 1 januari 1994 van 19,5 pct op 20,5 pct. werd gebracht.

De maandaangevers kunnen, indien ze aan de vereiste voorwaarden voldoen, driemaandelijks de teruggaaf van hun belastingkrediet aanvragen. De teruggaaf moet dus slechts worden aangevraagd in de aangiften van de maanden maart, juni, september en december. Bepaalde belastingplichtigen kunnen niettemin genieten van een maandelijks terugbetalingsstelsel. Bijgevolg kunnen ze deze terugbetaling aanvragen in al hun aangiften. De verwijzing [2] op de eerste bladzijde van de aangifte werd in die zin gewijzigd.

Aangezien vanaf 1 januari 1993 het stelsel van de egalisatiebelasting werd opgeheven, is het rooster 58 van het aangifteformulier, evenals alle verwijzingen naar dit stelsel in de andere opschriften van de aangifte, afgeschaft.

Het opschrift van sommige roosters werd aangepast teneinde de inhoud ervan preciezer te bepalen :

  • in de eerste plaats gaat het om de opheffing in het kader IV, letter C, b) en c), alsmede in de roosters 61 en 62, van de woorden "creditnota's uitgezonderd";
  • in de tweede plaats hernemen de roosters 84 en 85 (kader V, B), behalve het bedrag van de creditnota's, eveneens het bedrag van de negatieve verbeteringen met betrekking tot de inkomende handelingen. Het opschrift van rooster 84 werd gewijzigd teneinde elke verwarring te vermijden.


In 1993 dienden de maandaangevers het kader VII, A, van de periodieke aangifte betreffende de indiening van de intracommunautaire listing, slechts in te vullen in de aangiften met betrekking tot de handelingen van de maanden maart, juni, september en december. Vanaf 1994 moeten de maandaangevers dit kader in iedere aangifte invullen (opheffing van verwijzing [1] onder dit kader). Deze maatregel tracht een betere opvolging van de indiening van de intracommunautaire listing te verzekeren.

Jaarlijkse opgave der afnemers-belastingplichtigen.

Overeenkomstig artikel 2 van bovengenoemd koninklijk besluit van 27 januari 1994, vervangt de bijlage 2 bij dit besluit de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 23 van 29 december 1992 tot regeling van de toepassingsmodaliteiten van artikel 53 quinquies van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde. Die bijlage bevat het model van de jaarlijkse opgave der afnemers-belastingplichtigen.

Het nieuwe formulier houdt rekening met de opheffing van de speciale taks op de luxe-produkten en de opheffing van de egalisatiebelasting.

Een bijkomend kader dat door de belastingplichtige moet worden ingevuld, is bestemd voor de volgende inlichtingen : aantal bladzijden, aantal afnemers, totaal bedrag van de omzet en totaal bedrag van de BTW.

Onder letter B wordt verwezen naar artikel 6 van het koninklijk besluit nr. 50 en niet langer naar artikel 5, zoals het foutief was aangeduid in het oude formulier.

Anderzijds leunt het nieuwe formulier, op het stuk van de lay-out, zo dicht mogelijk aan bij de opgave van de vrijgestelde intracommunautaire leveringen van goederen en de daarmee gelijkgestelde handelingen (vgl. KB nr. 50, bijlagen A en B).

Intracommunautaire opgave.

Artikel 3 van bovengenoemd koninklijk besluit van 27 januari 1994 vervangt artikel 10 van het koninklijk besluit nr. 50 van 29 december 1992 tot regeling van de toepassingsmodaliteiten van artikel 53sexies, § 1, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, door de volgende bepaling :

"De in artikel 1 bedoelde belastingplichtigen die gehouden zijn tot het indienen van de in artikel 53, eerste lid, 3°, van het Wetboek bedoelde aangiften, vermelden in ieder van die aangiften of zij voor de verstreken aangifteperiode al dan niet gehouden zijn tot het indienen van de intracommunautaire opgave als bedoeld in artikel 1."

De maatregel die de maandaangevers voortaan verplicht, kader VII, A, van de periodieke BTW-aangifte maandelijks in te vullen, vereiste eveneens een wijziging van de bovenbedoelde bepaling.

Namens de Minister :
De Directeur-generaal,


J. DECUYPER.