Circulaire nr. Ci.RH.31/467.439 dd. 03.01.1996

Circulaire nr. Ci.RH.31/467.439 dd. 03.01.1996

Bull. nr. 757, pag. 207

FISCALE WOONPLAATS

Personenbelasting

Aanvulling van art; 3, WIB 92 i.v.m. de vaststelling van de belastingwoonplaats voor gehuwde belastingplichtigen die zich niet in één van de in art. 128, WIB 92 vermelde gevallen bevinden.

Aanpassing van art. 4, WIB 92 aan het internationaal recht.

Aan alle ambtenaren van de niveaus 1 en 2.

INHOUDSTABEL

Nrs

I. Wetteksten

1

II. Algemene draagwijdte

4

III. Artikelsgewijze bespreking

A. Artikel 2, W 6.7.1994

1. Begripsomschrijving

Gehuwden

8

Belastingwoonplaats

9

2. Bespreking

11

3. Internationale overeenkomsten

13

4. Buitenlandse kaderleden

15

B. Artikel 3, W 6.7.1994

1. Algemeen

16

2. Begripsomschrijving

Inwonende gezinsleden

18

Duurzaam verblijf houden

19

3. Principiële belastbaarheid in de BNI/nat.pers

20

IV. Inwerkingtreding

23

1. WETTEKSTEN

Art. 2, W 6.7.1994

1. Artikel 3, § 2, van hetzelfde Wetboek (WIB 92), wordt aangevuld met het volgende lid :

"Voor gehuwden die zich niet in één van de in artikel 128, eerste lid, vermelde gevallen bevinden, wordt de belastingwoonplaats bepaald door de plaats waar het gezin is gevestigd."

Art. 3, W 6.7.1994

2. In artikel 4 van hetzelfde Wetboek (WIB 92) worden de volgende wijzigingen aangebracht :

1° het 1° wordt aangevuld als volgt: "alsmede hun inwonende gezinsleden";

2° in de Franse tekst van het 2°, worden de woorden "les autres membres du personnel consulaire de carrière étranger, en poste en Belgique" vervangen door de woorden "de postes consulaires étrangers en Belgique";

3° het 2° wordt aangevuld als volgt: "of niet duurzaam verblijf houden in België",

4° in het 3° worden tussen de woorden "Belgische nationaliteit niet bezitten" en de woorden "en hun diensten" de woorden "of niet duurzaam verblijf houden in België" ingevoegd.

3. Dientengevolge luiden de art. 3, § 2, en 4, WIB 92 voortaan als volgt

Art. 3, § 2, WIB 92

§ 2. De vestiging van de woonplaats of van de zetel van het fortuin in België wordt naar de omstandigheden beoordeeld. Evenwel worden, behoudens tegenbewijs, geacht hun woonplaats of de zetel van hun fortuin in België te hebben gevestigd de natuurlijke personen die in het Rijksregister van de natuurlijke personen zijn ingeschreven.

Voor gehuwden die zich niet in één van de in artikel 128, eerste lid, vermelde gevallen bevinden, wordt de belastingwoonplaats bepaald door de plaats waar het gezin is gevestigd.

Art. 4, WIB 92

Aan de personenbelasting zijn niet onderworpen:

1° de buitenlandse diplomatieke ambtenaren en de consulaire beroepsambtenaren die in België zijn geaccrediteerd, alsmede hun inwonende gezinsleden;

2° op voorwaarde van wederkerigheid, de andere leden van buitenlandse diplomatieke zendingen en consulaire posten in België, alsmede hun inwonende gezinsleden, mits de betrokkenen de Belgische nationaliteit niet bezitten of niet duurzaam verblijf houden in België;

3° op voorwaarde van wederkerigheid, de ambtenaren, Vertegenwoordigers en afgevaardigden van vreemde Staten of van staatkundige onderdelen of plaatselijke gemeenschappen daarvan of van een buitenlands publiekrechtelijk lichaam mits de betrokkenen de Belgische nationaliteit niet bezitten of niet duurzaam verblijf houden in België en hun diensten niet verstrekken in het kader van enig handels- of nijverheidsbedrijf.

II. ALGEMENE DRAAGWIJDTE

A. Art. 2, W 6.7.1994 (BS 16.7.1994 - V 2323 - Bull. 742)

4. In de rechtspraak is een toenemende tendens vast te stellen die echtgenoten als afzonderlijke belastingplichtigen beschouwt wanneer één van hen in het buitenland is tewerkgesteld, terwijl de andere echtgenoot en, in voorkomend geval, de kinderen, in België blijven wonen (Brussel 13.3.1990 en 15.5.1990 - Com.IB 92, 3/90, Bergen 10.4.1992 Fiscale Jurisprudentie 93/86).

5. De Administratie der directe belastingen heeft zich evenwel niet neergelegd bij deze rechtspraak (Com.IB 92, 3/90 en 91) en is steeds blijven verdedigen dat de plaats waar het gezin is gevestigd het belangrijkste criterium vormt om de belastingwoonplaats van echtgenoten vast te stellen (Com.IB 92, 3/71 en 3/74).

De administratieve commentaar op art. 3, WIB 92, is trouwens volledig in die zin opgesteld (zie inzonderheid Com.IB 92, 3/6 t/m 3/11 en 3/56 t/m 3/91).

6. De aanvulling van het art. 3, § 2, WIB 92, met het 2de lid, is de wettelijke bevestiging van het administratieve standpunt ter zake.

B. Art. 3, W. 6.7.1994

7. Dit artikel beoogt uitsluitend enkele onvolmaaktheden te verhelpen van de oude tekst van art. 4, WIB 92.

Het gaat hier om een rechtzetting van onvolmaaktheden die reeds bestonden in art. 4, WIB, gesproten uit de wet van 22.1 2.1 989. Aldus wordt het interne recht beter afgestemd op de bepalingen van het internationale recht.

Verder worden ook de Nederlandse en Franse tekst van art. 4, 2°, WIB 92 op elkaar afgestemd.

III. ARTIKELSGEWIJZE BESPREKING

A. Art. 2, W 6.7.1994

1. Begripsomschrijving

Gehuwden :

8. De nieuwe wettelijke bepalingen gelden uitsluitend voor gehuwde personen die op fiscaal vlak als één entiteit worden beschouwd.

De bepalingen gelden niet voor gehuwden die voor de berekening van de belasting als alleenstaanden worden beschouwd (art. 128, 1ste lid, WIB 92).

Belastingwoonplaats:

9. Het begrip "belastingwoonplaats" duikt in de nieuwe bepalingen voor het eerst in een wettekst op.

In de commentaar op het WIB 92 is wel reeds een omschrijving van dit begrip terug te vinden die gesteund is op een vaste rechtspraak ter zake (Com.IB 92, 3/3, 1° en 3/6 t/m 3/8).

10. De invoering van het begrip "belastingwoonplaats" in de wettekst neemt niet weg dat het begrip "zetel van fortuin" voor gehuwden bij voortduur kan worden gehanteerd. Dat betekent dat gehuwde belastingplichtigen die zich met hun gezin in het buitenland hebben gevestigd, bij voortduur als rijksinwoners van België moeten worden aangemerkt wanneer blijkt dat zij de zetel van hun fortuin in België hebben behouden.

2. Bespreking

11. De interpretatie van de hoven waarbij een belastingplichtige die in het buitenland is tewerkgesteld en er, met uitzondering van zijn jaarlijkse vakantie, effectief woont, vaak als een niet-rijksinwoner wordt aangemerkt - zie de in het nr 4 hiervoor vermelde arresten -, is niet langer geldig nu de plaats waar de zetel van de gezinswoning is gevestigd (centrum van het gezinsleven of van de huishoudelijke belangen) als een wettelijk criterium wordt ingevoerd om de belastingwoonplaats van gehuwden vast te stellen.

12. De tijdelijke verwijdering uit de gezinswoning van één van de echtgenoten ten gevolge van de noodwendigheden van de beroepsuitoefening mag bijgevolg niet worden aangemerkt als een "feitelijke scheiding" van de echtgenoten daar de huwelijks- en gezinsbanden blijven bestaan (zie ook Com.IB 92, 3/76 en 3/77).

3. Internationale overeenkomsten

13. Voor de toepassing van de door België gesloten dubbelbelastingverdragen wordt een persoon geacht inwoner te zijn van de Staat alwaar hij, ingevolge de wetgeving van die Staat aan belasting is onderworpen op grond van zijn woonplaats, verblijf of enige andere soortgelijke omstandigheid.

14. Indien een persoon ingevolge het voorgaande inwoner is van België en van een land waarmee België een dubbelbelastingverdrag heeft gesloten, voorziet het desbetreffend verdrag doorgaans een regeling om uit te maken van welke Staat die persoon geacht wordt inwoner te zijn, doch dit slechts met het oog op de toepassing van het dubbelbelastingverdrag. Dergelijke gevallen moeten met een omstandig verslag worden voorgelegd aan het Hoofdbestuur (dir. 1/3A).

Het kan dus gebeuren dat een persoon zowel de hoedanigheid heeft van Rijksinwoner (in de zin van art. 3, WIB 92) als van inwoner van een welbepaalde vreemde Staat (krachtens de bepalingen voorzien in het tussen België en deze Staat gesloten verdrag). In dergelijk geval wordt verwezen naar de Com.Ov., 4/02.

4. Buitenlandse kaderleden

15. Buitenlandse kaderleden voor wie het in de circ. 8.8.1983, nr. Ci.RH.624/325.294 bedoeld bijzonder aanslagstelsel wordt toegepast en wier echtgeno(o)t(e) en kinderen in voorkomend geval in België verblijven, vallen niet onder de toepassing van het nieuwe art. 3, § 2, 2de lid, WIB 92.

Het statuut van niet-inwoner van België kan hen bijgevolg niet op basis van die wettelijke bepaling worden ontnomen wanneer zij zich met hun gezin in België vestigen.

B. Art. 3, W 7.6.1994

1. Algemeen

16. De aanpassing van het art. 4, WIB 92, heeft tot doel het interne recht meer in overeenstemming te brengen met de bepalingen van het internationaal recht.

17. De invoering van de begrippen "inwonende gezinsleden" en "niet duurzaam verblijf houden in België" is gesteund op de Verdragen van Wenen (zie wetboek, deel V, 3, overeenkomsten inzake diplomatiek en consulair verkeer).

Het gaat ter zake om de volgende artikelen van de verdragen van Wenen :

a) "inwonende gezinsleden"

- diplomatieke ambtenaren

art. 37, 1°, Verdrag van Wenen van 18.4.1961;

- consulaire ambtenaren :

art. 49, 1°, Verdrag van Wenen van 24.4.1963;

b) "niet duurzaam verblijf houden"

- leden van diplomatieke zendingen

art. 37, 2°, Verdrag van Wenen van 18.4.1961;

- leden van consulaire posten :

art. 71, Verdrag van Wenen van 24.4.1963.

2. Begripsomschrijving

Inwonende gezinsleden

18. Als inwonende gezinsleden kunnen worden aangemerkt, de echtgenoot en de kinderen die deel uitmaken van het gezin van de onder a) hiervoor bedoelde ambtenaren (zie ook Com.IB 92, 4/6).

Duurzaam verblijf houden

19. De omschrijving die in Com.IB 92, 4/20 wordt gegeven met betrekking tot het begrip "bestendig inwoner" geldt tevens wat het onder b) hiervoor bedoelde begrip "duurzaam verblijf houden" betreft.

Dat betekent dat de in art. 4, 2° en 3°, WIB 92 bedoelde personen duurzaam verblijf houden in België wanneer zij, op het ogenblik van hun aanwerving in dienst van een in België gevestigde diplomatieke zending, consulaire post, enz., op fiscaal vlak als rijksinwoners van België in de zin van art. 3, WIB 92, moeten worden aangemerkt.

Het betreft meestal personen die hun fiscale woonplaats om welke reden ook in België hadden (b.v. omdat zij er werden geboren, of er reeds een beroepswerkzaamheid uitoefenden voor hun indiensttreding bij een buitenlandse zending). Hierbij wordt opgemerkt dat de tijd die zij in België hebben verbleven om een betrekking bij een internationale organisatie in België uit te oefenen, niet in aanmerking wordt genomen voor zover zij uit hoofde van de uitoefening van die dienstbetrekking de "exceptie van fiscale woonplaats" genoten.

3. Principiële belastbaarheid in de BNI/nat.pers.

20. Er wordt nog aan herinnerd dat de personen die krachtens art. 4, WIB 92, niet aan de personenbelasting zijn onderworpen, overeenkomstig de bepalingen van art. 227, 1°, WIB 92, in principe aan de belasting van niet-inwoners zijn onderworpen.

Art. 230, 40, WIB 92, stelt evenwel de bezoldigingen die de in art. 4, 1°, WIB 92, bedoelde personen in hun hoedanigheid van diplomatiek ambtenaar of consulair beroepsambtenaar verkrijgen, vrij van de belasting van niet-inwoners.

21. De inwonende gezinsleden van die ambtenaren zijn, indien zijn inkomsten van Belgische oorsprong verkrijgen, wel onderworpen aan de belasting van niet-inwoners.

22. Deze maatregel is eveneens de wettelijke bevestiging van het administratieve standpunt ter zake (Com.IB 92, 4/6).

IV. INWERKINGTREDING

23. Overeenkomstig art. 91, 9de lid, W 6.7.1994 houdende fiscale bepalingen, treden de nieuwe bepalingen (art. 2 en 3 van dezelfde wet), in werking met ingang van het aj. 1995.

Voor de Directeur-generaal

De Auditeur-generaal,

V. KINDT