Circulaire nr. 18/2002 d.d. 31.10.2002

Programmawet
Wijzigingen W. Reg.
Art. 88, 91 en 92/2 - Hypotheek op een zee- of binnenschip
Art. 159, 8° - Begrip "nieuw gebouw"
AFZ 23/2002 - Dos. E.E./L. 117
In het Belgisch Staatsblad van 29 augustus 2002 (2de editie) werd de Programmawet van 2 augustus 2002 bekendgemaakt.
De Programmawet wijzigt de volgende wetsbepalingen:
1) de artikelen 88, 91 en 92/2, W.Reg. (zie de artikelen 125 tot en met 127 van de Programmawet) - deze wijzigingen betreffen de afschaffing van het evenredig registratierecht van 0,5 % op de vestiging of overdracht van een hypotheek op zee- en binnenschepen ;
2) de artikelen 1, 8, § 1, 12, § 2, 44, § 3, W.B.T.W. (zie de artikelen 130 tot en met 133 van de Programmawet) - deze wijzigingen betreffen het begrip "nieuw gebouw" in de B.T.W.-wetgeving en hebben een invloed op artikel 159, 8° W.Reg.
Krachtens artikel 207 van de Programmawet treedt de wet in werking de dag waarop zij in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt, dus op 29 augustus 2002. Artikel 207 voorziet echter in een hele reeks uitzonderingen op deze datum van inwerkingtreding, zo bijvoorbeeld :
1) de artikelen 125 tot en met 127 van de Programmawet treden in werking op de datum bepaald door de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad ;
(Tot op heden heeft de Koning de inwerkingtreding van deze artikelen nog niet bepaald.)
2) de artikelen 130, 131, 132 en 133 hebben uitwerking met ingang van 26 april 2002, wanneer geen enkel recht op aftrek van de B.T.W. geheven van de oprichting of de verkrijging van een gebouw of geheven van de vestiging, overdracht of wederoverdracht van een zakelijk recht op een gebouw voor deze datum is ontstaan.
In bijlage 1 gaat een uittreksel uit de Programmawet. Bijlage 2 bevat de gecoördineerde teksten van de gewijzigde artikelen van het W.Reg.
Commentaar.
De in deze eerste circulaire gegeven commentaar wordt beperkt tot een minimum omdat de AKRED zo vlug als mogelijk een diepgaander commentaar zal verstrekken gelet op de invloed van de wijziging aan het W.B.T.W. op artikel 159, 8°, W.Reg., en de problemen die de retroactieve invoering ervan kunnen veroorzaken.
1. De afschaffing van het evenredig registratierecht van 0,5 % op de vestiging en overdracht van een hypotheek op zee- en binnenschepen.
De afschaffing van het evenredig recht heeft tot gevolg dat de akten houdende vestiging of overdracht van een hypotheek op een zee- of een binnenschip, vanaf een door de Koning te bepalen datum, onderworpen zullen zijn aan het algemeen vast recht.
2. Wijzigingen aan het W.B.T.W. - begrip "nieuw gebouw".
Artikel 159, 8°, W.Reg. stelt - in sterk vereenvoudigde zin - de vervreemdingen van "nieuwe gebouwen" vrij van het registratierecht, op voorwaarde dat de belasting over de toegevoegde waarde opeisbaar is voor de levering van de vervreemde goederen. Opdat de vrijstelling toepasselijk zou zijn dient nog aan een aantal voorwaarden te worden voldaan, voornamelijk de VERMELDING "van het jaar waarin, in voorkomend geval, de onroerende voorheffing van het gebouw waarop de overeenkomst betrekking heeft voor het eerst ten kohiere werd gebracht".
Het gebouw dat onder de toepassing van de B.T.W. kon vallen werd, voor de wijzigingen aangebracht door de Programmawet, gedefinieerd als "het gebouw waarvan de levering wordt verricht uiterlijk op 31 december van het jaar na dat waarin het voor het eerst is opgenomen in het kohier van de onroerende voorheffing".
Gelet op de doelstelling van artikel 159, 8°, W.Reg. - het vermijden van een dubbele belasting - stemt het begrip "nieuw gebouw" uit dit artikel volledig overeen met de definitie van "nieuw gebouw" waarvan de levering aan de B.T.W. onderworpen is (1).
Nu heeft de Programmawet de definitie van "nieuw gebouw" in het W.B.T.W. gewijzigd in die zin dat het gebouw dat onder de toepassing van de B.T.W. kan vallen wordt omschreven als "het gebouw waarvan de levering wordt verricht uiterlijk op 31 december van het tweede jaar volgend op het jaar van de eerste ingebruikneming of de eerste inbezitneming van dat gebouw" (2).
Aangezien art. 159, 8°, W.Reg. in de Programmawet niet wordt gewijzigd - wat de federale wetgever trouwens niet kan aangezien het een gewestelijke bevoegdheid betreft - zijn de artikelen, en dan zeker de hierboven aangehaalde opgelegde VERMELDING niet meer volledig op elkaar afgestemd. (3)
De artikelen 130 tot 133 van de Programmawet treden principieel in werking op de dag van de bekendmaking van de Programmawet, dus op 29 augustus 2002. Deze artikelen hebben echter uitwerking met ingang van 26 april 2002, wanneer geen enkel recht op aftrek van de B.T.W. geheven van de oprichting of de verkrijging van een gebouw of geheven van de vestiging, overdracht of medeoverdracht van een zakelijk recht op een gebouw, voor deze datum is ontstaan
NAMENS DE MINISTER:
De adjunct-administrateur-generaal
van de belastingen,
Jean-Marc DELPORTE
-------
(1) Zie de zinsnede uit art. 159, 8°, eerste lid : "... op voorwaarde dat de belasting over de toegevoegde waarde opeisbaar is...".
(2) Ook het begrip "gebouw" zelf werd in het W.B.T.W. gewijzigd : "onder een gebouw dient te worden verstaan, ieder bouwwerk dat vast met de grond is verbonden" (zie het neuwe art. 1, § 9, W.B.T.W., ingevoegd door art. 130 van de Programmawet).
(3) De Gewesten werden van deze problematiek in kennis gesteld en ze werden uitgenodigd om hun wetgeving in overeenstemming te brengen met het gewijzigde begrip "nieuw gebouw".
----------
BIJLAGE 1
Uittreksel uit het Belgisch Staatsblad van 29 augustus 2002 (2de editie).
2 AUGUSTUS 2002. - Programmawet
ALBERT II, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt:
TITEL I. - Algemene bepaling
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.
TITEL V. - Financiën
HOOFDSTUK I. - Zeescheepvaart.
Afdeling VI. - Vermindering van het registratierecht op vestiging van hypotheek op zee- en binnenschepen
Art. 125. 1°. In artikel 88 van het Wetboek der Registratie-, Hypotheek- en Griffierechten worden de woorden ", de vestigingen van een hypotheek op een zee- of binnenschip, " geschrapt.
Art. 126. 2°. In artikel 91 van hetzelfde Wetboek worden de woorden "door een hypotheek op een zee- of een binnenschip, " geschrapt.
Art. 127. In artikel 92/2 van hetzelfde Wetboek worden de woorden « op een in België gelegen onroerend goed » ingevoegd tussen de woorden « hypotheek » en de woorden «, met inbegrip van ».
HOOFDSTUK III. - Wijzigingen van het wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde
Art. 130. Artikel 1 van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, gewijzigd bij de wet van 28 december 1992 en bij de koninklijke besluiten van 7 augustus 1995, 22 december 1995, 28 december 1999 en 30 december 1999, wordt aangevuld met een § 9, luidende :
« § 9. Voor de toepassing van dit Wetboek dient onder een gebouw te worden verstaan, ieder bouwwerk dat vast met de grond is verbonden. »
Art. 131. In artikel 8, § 1, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 28 december 1992, worden de woorden « van het jaar na dat waarin het voor het eerst is opgenomen in het kohier van de onroerende voorheffing » vervangen door de woorden « van het tweede jaar volgend op het jaar van de eerste ingebruikneming of de eerste inbezitneming van dat gebouw ».
Art. 132. In artikel 12, § 2, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 28 december 1992, worden de woorden « van het jaar na dat waarin ze voor het eerst zijn opgenomen in het kohier van de onroerende voorheffing » vervangen door de woorden « van het tweede jaar volgend op het jaar van hun eerste ingebruikneming of hun eerste inbezitneming ».
Art. 133. In artikel 44, § 3, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 28 december 1992, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
a) in 1°, a), worden de woorden « van het jaar na dat waarin dat gebouw voor het eerst is opgenomen in het kohier van de onroerende voorheffing » vervangen door de woorden « van het tweede jaar volgend op het jaar van de eerste ingebruikneming of de eerste inbezitneming van dat gebouw »;
b) in 1°, b), worden de woorden « van het jaar na dat waarin dat gebouw voor het eerst is opgenomen in het kohier van de onroerende voorheffing » vervangen door de woorden « van het tweede jaar volgend op het jaar van de eerste ingebruikneming of de eerste inbezitneming van dat gebouw ».
TITEL XIV. - Inwerkingtreding
Art. 207. Deze wet treedt in werking de dag waarop zij in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt, met uitzondering van :
- de artikelen 115 tot 129, die in werking treden op de datum bepaald door de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad.
Elke wijziging die vanaf 26 april 2002 aan de datum van afsluiting van de jaarrekening wordt aangebracht, is zonder uitwerking voor de toepassing van deze wet.
In afwijking van de artikelen 118 en 124, § 3, zullen voor de eerste maal, voor de belastingplichtingen die hun verzoek indienen uiterlijk op een bij koninklijk besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad bepaalde datum, de winst uit zeescheepvaart en de winst uit het beheer van zeeschepen voor rekening van derden, reeds voor het belastbaar tijdperk waarin die datum van indiening zich situeert, kunnen worden vastgesteld aan de hand van de tonnage;
- de artikelen 130, 131, 132 en 133 die uitwerking hebben met ingang van 26 april 2002, wanneer geen enkel recht op aftrek van de BTW geheven van de oprichting of de verkrijging van een gebouw of geheven van de vestiging, overdracht of wederoverdracht van een zakelijk recht op een gebouw voor deze datum is ontstaan;
Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Gegeven te Punat, 2 augustus 2002.
ALBERT
Par le Roi :
De Eerste Minister,
G. VERHOFSTADT
De Vice-Eerste Minister en Minister van Werkgelegenheid,
Mevr. L. ONKELINX
De Vice-Eerste Minister en Minister van Buitenlandse Zaken,
L. MICHEL
De Vice-Eerste Minister en Minister van Begroting, Maatschappelijke Integratie en Sociale Economie,
J. VANDE LANOTTE
De Vice-Eerste Minister en Minister van Mobiliteit en Vervoer,
Mevr. I. DURANT
De Minister van Consumentenzaken, Volksgezondheid en Leefmilieu,
Mevr. M. AELVOET
De Minister van Binnenlandse Zaken,
A. DUQUESNE
De Minister van Sociale Zaken en Pensioenen,
F. VANDENBROUCKE
De Minister van Landsverdediging,
A. FLAHAUT
De Minister van Financiën,
D. REYNDERS
De Minister van Telecommunicatie en Overheidsbedrijven en Participaties, belast met Middenstand,
R. DAEMS
De Minister van Economie en Wetenschappelijk Onderzoek, belast met het Grootstedenbeleid,
Ch. PICQUE
Met s Lands zegel gezegeld:
De Minister van Justitie,
M. VERWILGHEN
BIJLAGE 2
Gecoördineerde tekst van de gewijzigde artikelen van het W.Reg.
TITEL I. - REGISTRATIERECHT.
HOOFDSTUK IV. - Vaststelling van de rechten.
AfdelingVI. - Hypotheekvestigingen, inpandgevingen van een handelszaak en vestigingen van een landbouwvoorrecht.
Art. 88
Worden aan een recht van 0,50 pct. onderworpen (…) (1), de inpandgevingen van een handelszaak en de vestigingen van een landbouwvoorrecht.
Art. 91
De vestiging van een hypotheek op een in België gelegen onroerend goed tot zekerheid van een schuld die gewaarborgd is (…) (2) door verpanding van een handelszaak of door een landbouwvoorrecht, wordt aan het recht van 1 pct. onderworpen onder aftrek, in voorkomend geval, van het krachtens artikel 88 geheven recht van 0,50 pct..
Art. 92²
De overdracht van een hypotheek op een in België gelegen onroerend goed (3), met inbegrip van de voorrechten bedoeld bij artikel 27 van de wet van 16 december 1851, van de verpanding van een handelszaak of van een landbouwvoorrecht, ingevolge de overdracht onder bezwarende titel van de schuldvordering, de contractuele indeplaatsstelling of elke andere verrichting onder bezwarende titel, wordt onderworpen aan een recht van 1 pct. of van 0,50 pct., al naar gelang de overdracht al dan niet een hypotheek op een onroerend goed betreft.
Dit recht is evenwel niet verschuldigd in geval van toepassing van artikel 140bis.
------
(1) Woorden geschrapt, zie art. 125, 1° van de Programmawet.
(2) Woorden geschrapt, zie art. 126, 2° van de Programmawet.
(3) Ingevoegd, zie art. 127 van de Programmawet.