Aanschrijving nr. 10 dd. 19.03.1979
AANSCHRIJVING 79/010
Aanschrijving nr. 10 dd. 19.03.1979
Tussenpersoon
Verzekering
Verzekeringsmaatschappij
Belastingplichtige
Belastingplicht
Makelaar
Lasthebber
Dienst
Aftrek
Schade-expert
Schaderegeling
Plaats van de dienst
Clubverzekering
Teruggaaf
Recht op teruggaaf
Verzekeringsverrichting
Herverzekeringsverrichting
Gerechtelijk expert
Gerechtelijke beslissing
Onderwerp.
1. Tot 31 december 1977 waren de diensten als makelaar en lasthebber bij verzekeringen, met inbegrip van de diensten als expert belast met het ramen van de gevolgen van een door een verzekeringscontract gedekt schadegeval, bij toepassing van artikel 44, § 3, 3°, van het BTW-Wetboek van de BTW vrijgesteld maar krachtens artikel 113 van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen aan een met het zegel gelijkgestelde taks onderworpen.
2. Vanaf 1 januari 1978 zijn de diensten als makelaar en lasthebber bij verzekeringen, met uitzondering van de diensten als schade-expert, krachtens artikel 44, § 3, 3°, van het BTW-Wetboek, van de BTW vrijgesteld.
Bovendien is de met het zegel gelijkgestelde taks van 7 pct., waaraan de diensten als makelaar en lasthebber waren onderworpen, vanaf dezelfde datum opgeheven.
Wat de diensten als schade-expert bij verzekeringen betreft, deze zijn in de regel vanaf 1 januari 1978 aan de belasting over de toegevoegde waarde onderworpen.
Ten slotte kunnen makelaars of lasthebbers bij verzekeringen van wie de diensten ingevolge artikel 44, § 3, 3°, van het BTW-Wetboek van de belasting zijn vrijgesteld, overeenkomstig de artikelen 45, § 1, 5°, en 77, § 3, van het BTW-Wetboek, in sommige welbepaalde gevallen aanspraak maken op aftrek of teruggaaf van de belasting geheven van de goederen en de diensten welke worden gebruikt om die vrijgestelde handelingen te verrichten.
3. Deze aanschrijving heeft ten doel de draagwijdte toe te lichten van de sinds 1 januari 1978 geldende regeling.
Zij vervangt vanaf deze laatste datum afdeling 2 van aanschrijving nr. 144/1971 (1)
(1) (Z. Revue nr. 5, blz. 25.).
Eerste afdeling. - De tussenpersonen bij verzekeringen.
Omschrijving van de dienst van makelaar of lasthebber op het stuk van verzekeringen.
4. De tussenpersonen bij verzekeringen, zoals makelaars en lasthebbers, beperken zich bij de uitoefening van hun normale werkzaamheid van tussenpersoon bij verzekeringen niet tot het samenbrengen van de verzekeraar en de verzekerde met het oog op het sluiten van een verzekeringscontract. Zij nemen gewoonlijk actief deel aan het beheer van de verzekeringscontracten die door hun bemiddeling werden gesloten. Zij worden belast met het innen van de premies, verstrekken de verzekeraar inlichtingen over de gedekte risico's en bemiddelen bij het regelen van schadegevallen.
Daarom wordt onder diensten als makelaar en lasthebber bij verzekeringen als bedoeld in artikel 44, § 3, 3°, van het Wetboek, niet alleen verstaan de diensten als makelaar en lasthebber bij het sluiten van verzekeringscontracten maar ook de diensten betreffende het beheer van verzekeringspolissen.
Zo zijn in de regel ook van de belasting vrijgesteld, met name, de diensten verricht door personen belast met schaderegelingen inzake verzekeringen, zoals averij-commissarissen en dispacheurs (z. nr. 9), onder voorbehoud van hetgeen wordt bepaald op het stuk van de expertise (z. nrs. 12 tot 14).
5. Vanaf 1 januari 1978 zijn de diensten van schade-experts evenwel uitdrukkelijk uitgesloten van de toepassing van artikel 44, § 3, 3°, van het BTW-Wetboek. Dat betekent dat de diensten van personen belast met het ramen van de door een verzekeringscontract gedekte schade, in de regel onderworpen zijn aan de BTW (z. afdeling 3).
Toepassingsvoorwaarden.
6. Op de bij artikel 44, § 3, 3 °, van het BTW-Wetboek ingevoerde vrijstelling ten aanzien van diensten als makelaar en lasthebber bij verzekeringen, kan slechts aanspraak worden gemaakt wanneer deze tussenpersonen bemiddelen op het gebied van verzekeringen gesloten door beroepsverzekeraars.
Onder verzekeringen wordt verstaan de diverse handelingen die onderworpen zijn aan de taks gevestigd bij de artikelen 173 tot 183 van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen, daaronder begrepen de overeenkomsten van lijfrente of tijdelijke rente en de vrijgestelde verzekeringen, zoals de contracten van herverzekering en cascoverzekering. Die overeenkomsten moeten bovendien worden gesloten met een beroepsverzekeraar, wat veronderstelt dat de verzekeraar een onderneming is die technisch georganiseerd is om een geheel van risico's te compenseren volgens de wetten van de statistiek.
Belastingplicht van makelaars en lasthebbers bij verzekeringen.
7. De makelaars en lasthebbers die alleen handelingen verrichten welke door artikel 44, § 3, 3°, of door een andere bepaling van artikel 44 van het BTW-Wetboek, van de belasting zijn vrijgesteld, zijn geen BTW-belastingplichtige krachtens artikel 5 van dat wetboek. In wel bepaalde gevallen en niettegenstaande zij niet de hoedanigheid van BTW-belastingplichtige hebben, kunnen zij evenwel soms teruggaaf van de voorbelasting bekomen (z. art. 77, § 3, van het BTW-Wetboek en afdeling 2).
8. Wanneer die makelaars en lasthebbers daarentegen geregeld leveringen van goederen of diensten verrichten welke zijn bedoeld in het BTW-Wetboek en niet door dat wetboek van de belasting zijn vrijgesteld, bezitten zij in die mate de hoedanigheid van belastingplichtige.
De tussenpersonen bij verzekeringen die aldus zowel vrijgestelde als belastbare handelingen verrichten, zijn voor deze laatste handelingen ertoe gehouden alle verplichtingen na te komen die normaal aan belastingplichtigen worden opgelegd. Zij moeten zich onder meer laten registreren, periodieke aangiften indienen, de BTW waarvan de opeisbaarheid uit deze aangiften blijkt voldoen, facturen uitreiken wanneer het uitreiken ervan verplicht is, de boekhouding voeren die is bedoeld, naar gelang van het geval, bij artikel 11 of artikel 12 van het koninklijk besluit nr. 1, van 23 juli 1969, en de jaarlijkse informatie verstrekken bedoeld bij artikel 50, § 1, 5°, van het BTW-Wetboek.
Deze tussenpersonen bezitten het recht de belasting geheven van de goederen en diensten die worden gebruikt voor het verrichten van belastbare handelingen af te trekken. De aftrekbare belasting moet worden berekend overeenkomstig artikel 46 van het BTW-Wetboek.
Stelsel voor de personen belast met schaderegelingen.
9. Bepaalde personen, in maritieme kringen averij-commissarissen of "dispacheurs" genoemd, worden belast met het regelen van schadegevallen en verrichten hierbij onder meer de volgende diensten of sommige ervan :
- aanstellen van schade-experts;
- opstellen van averij-grosse verdelingen;
- opstellen van schadeafrekeningen;
- regelen van schadegevallen met verzekerden;
- treffen van allerlei regelingen ter vrijwaring van schip en lading;
- uitoefenen van verhaal tegen de verantwoordelijken van het schadegeval;
- verdediging van de belangen van rederijen bij clubverzekeringen (z. nr. 16);
- onderzoek van fraude-zaken bij schadegevallen en preventie van fraude.
10. De door deze personen verrichte diensten worden aangemerkt als diensten als makelaar of lasthebber bij verzekeringen, bedoeld in artikel 44, § 3, 3°, van het BTW-Wetboek, indien het schadegeval waarvan de regeling hun werd toevertrouwd gedekt is door een verzekeringscontract. Zij zijn dan ook krachtens die bepaling van de BTW vrijgesteld.
Het schadegeval wordt overigens geacht te zijn gedekt door een verzekeringscontract wanneer die personen tussenkomst verlenen op verzoek van een verzekeraar.
11. De personen die belast zijn met het regelen van een door een verzekeringscontract gedekt schadegeval, kunnen ook betrokken worden bij de expertise zelf van het schadegeval.
Er kunnen zich dan drie gevallen voordoen :
1° de persoon belast met schaderegelingen stelt voor het verrichten van de expertise een expert aan in naam en voor rekening van degene die hem met de regeling van het schadegeval heeft belast;
2° de persoon belast met schaderegelingen stelt voor het verrichten van de expertise in eigen naam een expert aan;
3° de persoon belast met schaderegelingen verricht zelf de expertise.
12. Indien, in het eerste geval, de persoon belast met schaderegelingen, in naam en voor rekening van degene die hem met de regeling van het schadegeval heeft belast een zelfstandig expert aanstelt voor het verrichten van de expertise, handelt hij als makelaar of lasthebber bij verzekeringen van wie de diensten krachtens artikel 44, § 3, 3°, van het BTW-Wetboek van de belasting zijn vrijgesteld.
Dit geldt zelfs wanneer de door de verzekeraar aangewezen expert zijn factuur heeft opgemaakt ten name van de persoon die met de schaderegeling is belast, op voorwaarde dat deze laatste de door de expert aangerekende kosten afzonderlijk en voor het juiste bedrag aan de verzekeraar in rekening brengt en zijn uitgave staaft door afgifte van de honorariumnota.
13. Wanneer, in het tweede geval, de persoon belast met schaderegelingen zelf een expert aanstelt en hem in eigen naam met de expertise belast, wordt hij zelf schade-expert ten belope van het bedrag dat hij hiervoor aan zijn lastgever aanrekent. In die mate verkrijgt de persoon belast met het regelen van het schadegeval de hoedanigheid van belastingplichtige (z. Wetboek, art. 20, § 1).
Hij kan evenwel voor het geheel zijn hoedanigheid van vrijgestelde makelaar en lasthebber bij verzekeringen behouden voor zover hij aan zijn lastgever voor de expertisekosten geen afzonderlijk bedrag aanrekent. Dan mag de persoon belast met het regelen van het schadegeval in geen geval de belasting aftrekken die hem door de schade-expert in rekening zou zijn gebracht.
14. Wanneer, in het derde geval, de persoon belast met het regelen van het schadegeval zelf de expertise verricht, wordt hij in de regel zelf schade-expert en uiteraard belastingplichtige ten belope van het bedrag dat hij aan de verzekeraar die hem met de regeling van het schadegeval heeft belast, aanrekent.
Hij kan evenwel voor het geheel zijn hoedanigheid van makelaar en lasthebber bij verzekeringen, van wie de diensten door artikel 44, § 3, 3°, van het BTW-Wetboek van de belasting zijn vrijgesteld, behouden op voorwaarde dat hij aan zijn lastgever de expertisekosten niet afzonderlijk aanrekent.
15. De door personen belast met schaderegelingen verleende diensten zijn in de regel bedoeld in artikel 21, § 3, 7°, d, van het BTW-Wetboek. Dit is evenwel niet het geval wanneer deze personen handelen als makelaar of lasthebber bij schade-expertises of als schade-expert.
Wanneer de diensten van personen belast met schaderegelingen bedoeld zijn in artikel 21, § 3, 7°, d, van het BTW-Wetboek, worden zij geacht plaats te vinden daar waar de dienstverrichter is gevestigd, behalve wanneer de dienst wordt verleend aan een ontvanger die buiten de Europese Economische Gemeenschap is gevestigd of aan een ontvanger die in die Gemeenschap doch buiten het land van de dienstverrichter is gevestigd en handelt voor beroepsdoeleinden. In die beide laatste gevallen, wordt als plaats van de dienst aangemerkt, de plaats waar de ontvanger is gevestigd.
Wanneer de door die personen verrichte diensten worden verricht als makelaar of lasthebber bij een schade-expertise (z. nrs. 12, 13, laatste lid, en 14, laatste lid), worden zij geacht plaats te vinden daar waar de persoon die deze diensten als makelaar of lasthebber heeft verricht is gevestigd.
Wanneer de dienst betrekking heeft op de schade-expertise zelf (z. nrs. 13, eerste lid, en 14, eerste lid), wordt de plaats van de dienst bepaald zoals uiteengezet in de nrs. 34 en 35.
Clubverzekering.
16. Onder clubverzekering wordt verstaan, de overeenkomst waarbij rederijen zich onderling verbinden het verlies wegens de door een van hen geleden averij gemeenschappelijk te dragen.
De afrekeningen die in de relatie van de club tot de aangesloten reders worden gedaan, moeten worden aangemerkt als bijdragen of vergoedingen die niet aan de BTW zijn onderworpen.
De diensten die door personen belast met schaderegelingen aan de club worden verleend, moeten worden aangemerkt als diensten van makelaars en lasthebbers bij verzekeringen. Zij zijn bijgevolg onderworpen aan de regels die werden uiteengezet in de nrs. 9 tot 15.
Afdeling 2. - Recht op aftrek of recht op teruggaaf van makelaars en lasthebbers bij verzekeringen.
Algemeen.
17. De belasting geheven van goederen en diensten die worden gebruikt voor het verlenen van diensten die ingevolge artikel 44 van het Wetboek van de BTW zijn vrijgesteld, kan in de regel niet worden afgetrokken of teruggegeven. Overigens hebben degenen die alleen in artikel 44 van het BTW-Wetboek bedoelde diensten verlenen, niet de hoedanigheid van belastingplichtige.
18. Sinds 1 januari 1978 wijken de artikelen 45, § 1, 5°, en 77, § 3, van het BTW-Wetboek, evenwel uitdrukkelijk van die regel af door in wel bepaalde gevallen het recht op aftrek of het recht op teruggaaf te verlenen van de belasting geheven van de goederen of diensten die werden gebruikt voor het verrichten van diensten als makelaar of lasthebber bij verzekeringen die krachtens artikel 44, § 3, 3°, van het BTW-Wetboek van de BTW zijn vrijgesteld.
19. Het aldus in artikel 45, § 1, 5°, of artikel 77, § 3, van het BTW-Wetboek, bedoelde recht op aftrek of teruggaaf heeft een uitzonderlijk karakter. Het kan immers slechts in twee gevallen worden uitgeoefend.
Verrichtingen als makelaar of lasthebber bij verzekeringen die recht geven op aftrek of op teruggaaf.
20. Opdat het recht op aftrek of op teruggaaf, als bedoeld in de artikelen 45, § 1, 5°, en 77, § 3, van het Wetboek, kan worden toegekend, is het vooreerst nodig dat de belasting werd geheven van de goederen en diensten die worden gebruikt voor het verrichten van diensten als makelaar en lasthebber bij verzekeringen (voor de definitie van deze diensten, z. nrs. 4 en 6).
21. Het recht op aftrek of op teruggaaf is bovendien afhankelijk van de voorwaarde dat de diensten als makelaar of lasthebber betrekking hebben op verzekerings- of herverzekeringsverrichtingen als bedoeld in artikel 45, § 1, 4°, van het BTW-Wetboek.
Verzekerings- en herverzekeringsverrichtingen bedoeld in artikel 45, § 1, 4°, van het Wetboek.
22. Onder verzekerings- en herverzekeringsverrichtingen worden de verschillende handelingen verstaan die onderworpen zijn aan de met het zegel gelijkgestelde taks gevestigd bij de artikelen 173 en 183 van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen, alsook de handelingen die ingevolge artikel 1762 van dat wetboek van deze taks zijn vrijgesteld.
23. Om binnen de werkingssfeer van artikel 45, § 1, 4°, van het BTW-Wetboek te vallen, moeten de verzekerings- en herverzekeringsverrichtingen aan een van de twee volgende voorwaarden voldoen :
1° de medecontractant van de verzekeraar moet buiten de Europese Economische Gemeenschap zijn gevestigd;
2° de verzekerings- en herverzekeringsverrichtingen, waarop de diensten als makelaar of lasthebber betrekking hebben, moeten volgens door of vanwege de Minister van Financiën te bepalen voorwaarden, rechtstreeks samenhangen met goederen die bestemd zijn om te worden uitgevoerd naar een land buiten de Europese Economische Gemeenschap.
24. Op het recht op aftrek of het recht op teruggaaf kunnen met name aanspraak maken de makelaars of lasthebbers die tussenkomst verlenen bij het sluiten of bij het beheer van een verzekeringscontract tussen een hier te lande of in een andere Lidstaat gevestigde verzekeraar en een verzekerde die buiten de Europese Economische Gemeenschap is gevestigd.
Dezelfde regeling is toepasselijk wanneer zowel de verzekeraar als de verzekerde buiten die Gemeenschap zijn gevestigd.
Uitoefening van het recht op aftrek.
25. Ofschoon de werkzaamheid van makelaar of lasthebber bij verzekeringen aan degene die deze werkzaamheid uitoefent niet de hoedanigheid van belastingplichtige verleent (z. nr. 7), kan de makelaar of lasthebber bij verzekeringen een andere werkzaamheid uitoefenen die hem die hoedanigheid wel verleent (z. nr. 8).
26. Wanneer de makelaar of lasthebber bij verzekeringen BTW-belastingplichtige is, wordt de aftrek uitgeoefend door middel van zijn gewone aangiften op de wijze die in het algemeen door de belastingplichtigen wordt gevolgd. De makelaars of lasthebbers bij verzekeringen die wegens een andere werkzaamheid de hoedanigheid van belastingplichtige bezitten, zijn uiteraard gehouden de verscheidene verplichtingen na te leven die aan de belastingplichtigen in het algemeen zijn opgelegd (z. nr. 8).
Uitoefening van he recht op teruggaaf.
27. Wanneer de makelaar of lasthebber bij verzekeringen geen enkele werkzaamheid uitoefent die hem de hoedanigheid van belastingplichtige verleent, kan hij krachtens artikel 77, § 3, van het BTW-Wetboek teruggaaf bekomen van de belasting geheven van de goederen en diensten, die worden gebruikt voor het verrichten van diensten als makelaar of lasthebber, die recht op teruggaaf verlenen.
28. Aangezien die makelaar of lasthebber geen belastingplichtige is, moet hij om teruggaaf te bekomen de procedure volgen bepaald in artikel 9 van het koninklijk besluit nr. 4, van 29 december 1969, gewijzigd bij artikel 25 van het koninklijk besluit van 31 maart 1978 (2), met betrekking tot de teruggaven inzake belasting over de toegevoegde waarde. (2)
(2) Z. Revue nr.35, blz.359.
De makelaar of lasthebber moet bij het hoofd van het controlekantoor in wiens gebied zijn woonplaats of zijn maatschappelijke zetel is gelegen, een aanvraag om teruggaaf indienen. De aanvraag moet bij die ambtenaar toekomen, in twee exemplaren, binnen twee jaar te rekenen vanaf het tijdstip waarop de vordering tot teruggaaf is ontstaan. Krachtens artikel 77, § 3, laatste lid, van het BTW-Wetboek, ontstaat de vordering tot teruggaaf bij het verstrijken van het kalenderkwartaal waarin het gebruik van de goederen of diensten waarvan de terug te betalen belasting werd geheven, heeft plaatsgevonden. De makelaar of lasthebber mag slechts één aanvraag om teruggaaf per kalenderkwartaal indienen.
De teruggaaf is afhankelijk van het bewijs dat de goederen en diensten, waarvan de belasting werd geheven, werden gebruikt bij het verrichten van handelingen die recht op teruggaaf verlenen (z. nr. 29).
Belasting die kan worden afgetrokken of teruggegeven.
29. Voor aftrek of teruggaaf komt in aanmerking, de belasting geheven van de goederen of diensten die door de makelaar of de lasthebber werden gebruikt voor het verrichten van diensten als makelaar of lasthebber, als bedoeld in artikel 45, § 1, 5°, of artikel 77, § 3, van het BTW-Wetboek (z. nrs. 20 tot 24).
30. Daar het zeer zelden voorkomt dat een makelaar of een lasthebber alleen tussenkomst verleent bij verzekerings- en herverzekeringsverrichtingen die recht geven op aftrek of op teruggaaf van de belasting, zal het praktisch bij ieder geval de vraag zijn te weten welk gedeelte van de door de makelaar of lasthebber betaalde belasting voor aftrek of teruggaaf in aanmerking komt.
Dat gedeelte kan worden berekend volgens een algemeen verhoudingsgetal, dat wordt vastgesteld overeenkomstig de artikelen 12 en 13 van het koninklijk besluit nr. 3, van 10 december 1969, met betrekking tot de aftrekregeling voor de toepassing van de BTW, gewijzigd door het koninklijk besluit van 31 maart 1978.
Afdeling 3. - De schade-experts.
Algemeen.
31. Onder expert wordt verstaan degene die, wegens zijn technische kennis en meestal met het oog op het oplossen van een geschil, wordt belast met het onderzoeken, vaststellen en beoordelen van feiten. Hij wordt dikwijls belast met het begroten van de gevolgen van een schadegeval.
32. De diensten als expert zijn diensten als bedoeld in artikel 18, § 1, 1°, van het BTW-Wetboek en zijn in de regel aan de BTW onderworpen wanneer zij hier te lande door een belastingplichtige worden verricht.
Vanaf 1 januari 1978 geldt hetzelfde ten aanzien van schade-experts inzake verzekeringen.
Tarieven.
33. De diensten van schade-experts, zoals overigens de diensten van experts in het algemeen, zijn onderworpen aan het normale tarief van 16 pct.
Plaats van de dienst.
34. Wanneer de expertise betrekking heeft op een roerend of onroerend goed uit zijn aard, wordt de dienst met betrekking tot die expertise geacht plaats te vinden daar waar dat goed zich bevindt (z. art. 21, § 3, 2°, wanneer de expertise betrekking heeft op een roerend goed, en art. 21, § 3, 1°, samen met artikel 1, 3°, van het koninklijk besluit nr. 5, van 27 december 1977 (3), wanneer de expertise verband houdt met een onroerend goed uit zijn aard). (3)
(3) Z. Revue nr.33, blz.73.
35. In de andere gevallen wordt de dienst als expert geacht plaats te vinden daar waar de expert is gevestigd, behalve wanneer de dienst als expert wordt verleend aan een ontvanger die buiten de Europese Economische Gemeenschap is gevestigd of aan een ontvanger die in die Gemeenschap doch buiten het land van de dienstverrichter is gevestigd en handelt voor beroepsdoeleinden (z. art. 21, § 2 en § 3, 7°, d, van het BTW-Wetboek). In die twee uitzonderingen wordt de dienst geacht plaats te vinden daar waar de ontvanger van de dienst is gevestigd.
Expertises verricht door gerechtelijke experts of door experts ter uitvoering van een gerechtelijke beslissing.
36. Voor 1 januari 1978 waren schade-expertises inzake verzekeringen, verricht door gerechtelijke experts of door experts die handelen ter uitvoering van een gerechtelijke beslissing, niet aan de belasting over de toegevoegde waarde en evenmin aan een met het zegel gelijkgestelde taks onderworpen omdat deze diensten niet van contractuele aard waren.
37. Vanaf 1 januari 1978 zijn de expertises, verricht door gerechtelijke experts of door experts die handelen ter uitvoering van een gerechtelijke beslissing, onderworpen aan de BTW zoals andere expertises (z. art. 19, § 1, van het BTW-Wetboek).
De regeling die nu op de door die experts verleende diensten van toepassing is, zal worden toegelicht in een aanschrijving die eerlang zal worden gepubliceerd.
Vrijgestelde diensten van schade-experts (artikelen 41 en 42 van het Wetboek).
38. De diensten van schade-experts zijn van de BTW vrijgesteld in de hierna omschreven gevallen en onder de daar vermelde voorwaarden.
39. Ingevolge artikel 41, § 1, 2°, van het BTW-Wetboek, zijn van de belasting vrijgesteld, het vervoer van goederen herkomstig uit het buitenland en de daarmee samenhangende handelingen, wanneer die goederen definitief worden ingevoerd onder dekking van aangiften ten verbruik, hetzij met betaling van de BTW berekend overeenkomstig artikel 34 van het Wetboek, hetzij zonder betaling van de BTW op grond van definitieve vrijstellingen bepaald door de artikelen 42, 43 en 44, § 2, 1°ter, en § 3, 4°, van het Wetboek, of door de artikelen 20 tot 22 bis, 26 en 27 van het koninklijk besluit nr. 7, van 27 december 1977 (4), met betrekking tot de invoer van goederen voor de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde.(4)
(4) Z. Revue nr.33, blz.79.
De expertise van goederen verricht in het kader van een vervoer als bedoeld in het voorgaande lid, wordt aangemerkt als een met dat vervoer samenhangende handeling en is derhalve eveneens van de BTW vrijgesteld krachtens artikel 41, § 1, 2°, van het Wetboek, wanneer de kosten van die expertise of de kosten van de verzekering in het kader waarvan die expertise wordt verricht, worden begrepen in de maatstaf van heffing waarover de BTW bij invoer berekend wordt of berekend zou worden bij gebrek aan vrijstelling. Ter zake wordt gepreciseerd dat de genoemde kosten geacht worden in de maatstaf van heffing begrepen te zijn, wanneer de goederen werden verzonden "franco-domicilie" van de geadresseerde.
40. Bij toepassing van artikel 41, § 1, 5°, van het BTW-Wetboek, zijn eveneens vrijgesteld van de BTW, als diensten gebruikt voor hierna bedoeld vervoer, de diensten van schade-experts die betrekking hebben op goederen die uitgevoerd worden (z. art. 41, § 1, 3°, van het Wetboek) of die vervoerd worden onder één van de stelsels bedoeld in de artikelen 39, § 2, en 40, § 1, 1° en 3°, van het Wetboek (doorvoer, entrepot, tijdelijke opslag, tijdelijke vrijstelling, enz.) (z. art. 41, § 1, 4°, van het Wetboek), voor zover die diensten van de experts rechtstreeks verband houden met de vervoerde goederen tijdens het vrijgestelde vervoer.
Voor de toepassing van wat voorafgaat heeft het geen belang waar de goederen verzekerd zijn of met welk vervoermiddel het vervoer wordt verricht.
De expertise van de gebruikte vervoermiddelen zelf is niet van de BTW vrijgesteld op grond van artikel 41 van het BTW-Wetboek.
41. Om de vrijstelling bedoeld in de nrs. 39 en 40 te kunnen toepassen, moet de schade-expert in het bezit zijn van een bestelbon of een gelijkaardig document, hem afgegeven door de eigenaar of de vervoerder van de te onderzoeken goederen, waarin de eigenaar of de vervoerder bevestigt dat de expertise rechtstreeks betrekking heeft op goederen die zich bevinden in de voorwaarden die de vrijstelling van BTW op grond van artikel 41, § 1, 2° of 5°, van het BTW-Wetboek toepasselijk maken.
De door de expert uit te reiken factuur moet de volgende vermelding bevatten : "Vrijstelling van de BTW. Artikel 41, § 1, 2°, van het Wetboek of artikel 41, § 1, 5°, van het Wetboek", volgens het geval.
42. De diensten verricht door een schade-expert in het kader van de herstelling of het in goede staat houden van een schip bedoeld in artikel 42, § 1, 1°, van het BTW-Wetboek, of van een voorwerp bedoeld in artikel 42, § 1, 2°, van het Wetboek, zijn van de BTW vrijgesteld op grond van artikel 42, § 1, 3°, van dat wetboek. Het heeft ter zake geen belang of het schip onder Belgische dan wel buitenlandse vlag vaart noch of het al dan niet in België is verzekerd.
43. De expertise van de lading van zeeschepen bedoeld in artikel 42, § 1, 1°, a en b, van het BTW-Wetboek, is van de BTW vrijgesteld op grond van artikel 42, § 1, 5°, van het Wetboek, op voorwaarde dat die expertise plaatsvindt aan boord van het zeeschip of op de kade voor het schip, doch voor de dedouanering van de goederen. De vlag die het schip voert of de plaats waar de verzekering werd gesloten hebben geen belang voor de toepassing van de vrijstelling.
44. De expertise van de lading van binnenschepen bedoeld in artikel 42, § 1, 1°, d, van het Wetboek, is niet vrijgesteld op grond van artikel 42, § 1, 5°, van het Wetboek. In voorkomend geval kan hier wel de vrijstelling bedoeld in artikel 41, § 1, 2° of 5°, van het Wetboek van toepassing zijn (z. hierboven nr. 39).
Het Wetboek bevat geen enkele vrijstellingsbepaling van de BTW ten aanzien van de expertise van sluizen, bruggen, steigers, enz. Die expertises zijn bijgevolg aan de BTW onderworpen volgens de normale regels.
45. De draagwijdte van de vrijstellingen bedoeld in artikel 42, § 1, 1° en 2°, van het Wetboek, wordt nader toegelicht onder de nrs. 5 tot 11 en 17 tot 23 van de aanschrijving nr. 24/1978 (5).
(5) Z. Revue nr.37, blz.775.
De voorwaarden van de vrijstellingen bedoeld in de nrs. 42 en 43 hierboven, worden aangeduid respectievelijk onder de nrs. 31 en 53 van deze aanschrijving nr. 24/1978.
46. De diensten verricht door een schade-expert in het kader van de herstelling of het in goede staat houden van een vliegtuig of een dergelijk toestel, bedoeld in artikel 42, § 2, 1°, van het BTW-Wetboek, of van een voorwerp bedoeld in artikel 42, § 2, 2°, van het Wetboek, zijn van de BTW vrijgesteld op grond van artikel 42, § 2, 3°, van dat wetboek. De vrijstelling is van toepassing ongeacht het land waar het toestel is geïmmatriculeerd of waar het verzekeringscontract is aangegaan.
47. De expertise van de lading van vliegtuigen en dergelijke toestellen, gebruikt door luchtvaartmaatschappijen die zich hoofdzakelijk toeleggen op het internationale vervoer van personen en van goederen tegen betaling, is van de BTW vrijgesteld op grond van artikel 42, § 2, 5°, van het Wetboek, op voorwaarde dat de expertise plaatsvindt aan boord van het luchtvaartuig of binnen de douanezone van het vliegveld.
48. De expertise van de lading van vliegtuigen en dergelijke toestellen, gebruikt door de Staat, is niet van BTW vrijgesteld.
49. De draagwijdte van de vrijstellingen bedoeld in artikel 42, § 2, 1 ° en 2°, van het Wetboek, wordt nader toegelicht onder de nrs. 5 tot 17 en 22 tot 30 van de aanschrijving nr. 36/1978 (6).
(6) Z. deze Revue, blz.311.
De voorwaarden van de vrijstellingen bedoeld in de nrs. 46 en 47 hierboven, worden aangeduid respectievelijk onder de nrs. 39 en 57 van de voornoemde aanschrijving nr. 36/1978.
Aanschrijving nr. 10 dd. 19.03.1979
Tussenpersoon
Verzekering
Verzekeringsmaatschappij
Belastingplichtige
Belastingplicht
Makelaar
Lasthebber
Dienst
Aftrek
Schade-expert
Schaderegeling
Plaats van de dienst
Clubverzekering
Teruggaaf
Recht op teruggaaf
Verzekeringsverrichting
Herverzekeringsverrichting
Gerechtelijk expert
Gerechtelijke beslissing
Onderwerp.
1. Tot 31 december 1977 waren de diensten als makelaar en lasthebber bij verzekeringen, met inbegrip van de diensten als expert belast met het ramen van de gevolgen van een door een verzekeringscontract gedekt schadegeval, bij toepassing van artikel 44, § 3, 3°, van het BTW-Wetboek van de BTW vrijgesteld maar krachtens artikel 113 van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen aan een met het zegel gelijkgestelde taks onderworpen.
2. Vanaf 1 januari 1978 zijn de diensten als makelaar en lasthebber bij verzekeringen, met uitzondering van de diensten als schade-expert, krachtens artikel 44, § 3, 3°, van het BTW-Wetboek, van de BTW vrijgesteld.
Bovendien is de met het zegel gelijkgestelde taks van 7 pct., waaraan de diensten als makelaar en lasthebber waren onderworpen, vanaf dezelfde datum opgeheven.
Wat de diensten als schade-expert bij verzekeringen betreft, deze zijn in de regel vanaf 1 januari 1978 aan de belasting over de toegevoegde waarde onderworpen.
Ten slotte kunnen makelaars of lasthebbers bij verzekeringen van wie de diensten ingevolge artikel 44, § 3, 3°, van het BTW-Wetboek van de belasting zijn vrijgesteld, overeenkomstig de artikelen 45, § 1, 5°, en 77, § 3, van het BTW-Wetboek, in sommige welbepaalde gevallen aanspraak maken op aftrek of teruggaaf van de belasting geheven van de goederen en de diensten welke worden gebruikt om die vrijgestelde handelingen te verrichten.
3. Deze aanschrijving heeft ten doel de draagwijdte toe te lichten van de sinds 1 januari 1978 geldende regeling.
Zij vervangt vanaf deze laatste datum afdeling 2 van aanschrijving nr. 144/1971 (1)
(1) (Z. Revue nr. 5, blz. 25.).
Eerste afdeling. - De tussenpersonen bij verzekeringen.
Omschrijving van de dienst van makelaar of lasthebber op het stuk van verzekeringen.
4. De tussenpersonen bij verzekeringen, zoals makelaars en lasthebbers, beperken zich bij de uitoefening van hun normale werkzaamheid van tussenpersoon bij verzekeringen niet tot het samenbrengen van de verzekeraar en de verzekerde met het oog op het sluiten van een verzekeringscontract. Zij nemen gewoonlijk actief deel aan het beheer van de verzekeringscontracten die door hun bemiddeling werden gesloten. Zij worden belast met het innen van de premies, verstrekken de verzekeraar inlichtingen over de gedekte risico's en bemiddelen bij het regelen van schadegevallen.
Daarom wordt onder diensten als makelaar en lasthebber bij verzekeringen als bedoeld in artikel 44, § 3, 3°, van het Wetboek, niet alleen verstaan de diensten als makelaar en lasthebber bij het sluiten van verzekeringscontracten maar ook de diensten betreffende het beheer van verzekeringspolissen.
Zo zijn in de regel ook van de belasting vrijgesteld, met name, de diensten verricht door personen belast met schaderegelingen inzake verzekeringen, zoals averij-commissarissen en dispacheurs (z. nr. 9), onder voorbehoud van hetgeen wordt bepaald op het stuk van de expertise (z. nrs. 12 tot 14).
5. Vanaf 1 januari 1978 zijn de diensten van schade-experts evenwel uitdrukkelijk uitgesloten van de toepassing van artikel 44, § 3, 3°, van het BTW-Wetboek. Dat betekent dat de diensten van personen belast met het ramen van de door een verzekeringscontract gedekte schade, in de regel onderworpen zijn aan de BTW (z. afdeling 3).
Toepassingsvoorwaarden.
6. Op de bij artikel 44, § 3, 3 °, van het BTW-Wetboek ingevoerde vrijstelling ten aanzien van diensten als makelaar en lasthebber bij verzekeringen, kan slechts aanspraak worden gemaakt wanneer deze tussenpersonen bemiddelen op het gebied van verzekeringen gesloten door beroepsverzekeraars.
Onder verzekeringen wordt verstaan de diverse handelingen die onderworpen zijn aan de taks gevestigd bij de artikelen 173 tot 183 van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen, daaronder begrepen de overeenkomsten van lijfrente of tijdelijke rente en de vrijgestelde verzekeringen, zoals de contracten van herverzekering en cascoverzekering. Die overeenkomsten moeten bovendien worden gesloten met een beroepsverzekeraar, wat veronderstelt dat de verzekeraar een onderneming is die technisch georganiseerd is om een geheel van risico's te compenseren volgens de wetten van de statistiek.
Belastingplicht van makelaars en lasthebbers bij verzekeringen.
7. De makelaars en lasthebbers die alleen handelingen verrichten welke door artikel 44, § 3, 3°, of door een andere bepaling van artikel 44 van het BTW-Wetboek, van de belasting zijn vrijgesteld, zijn geen BTW-belastingplichtige krachtens artikel 5 van dat wetboek. In wel bepaalde gevallen en niettegenstaande zij niet de hoedanigheid van BTW-belastingplichtige hebben, kunnen zij evenwel soms teruggaaf van de voorbelasting bekomen (z. art. 77, § 3, van het BTW-Wetboek en afdeling 2).
8. Wanneer die makelaars en lasthebbers daarentegen geregeld leveringen van goederen of diensten verrichten welke zijn bedoeld in het BTW-Wetboek en niet door dat wetboek van de belasting zijn vrijgesteld, bezitten zij in die mate de hoedanigheid van belastingplichtige.
De tussenpersonen bij verzekeringen die aldus zowel vrijgestelde als belastbare handelingen verrichten, zijn voor deze laatste handelingen ertoe gehouden alle verplichtingen na te komen die normaal aan belastingplichtigen worden opgelegd. Zij moeten zich onder meer laten registreren, periodieke aangiften indienen, de BTW waarvan de opeisbaarheid uit deze aangiften blijkt voldoen, facturen uitreiken wanneer het uitreiken ervan verplicht is, de boekhouding voeren die is bedoeld, naar gelang van het geval, bij artikel 11 of artikel 12 van het koninklijk besluit nr. 1, van 23 juli 1969, en de jaarlijkse informatie verstrekken bedoeld bij artikel 50, § 1, 5°, van het BTW-Wetboek.
Deze tussenpersonen bezitten het recht de belasting geheven van de goederen en diensten die worden gebruikt voor het verrichten van belastbare handelingen af te trekken. De aftrekbare belasting moet worden berekend overeenkomstig artikel 46 van het BTW-Wetboek.
Stelsel voor de personen belast met schaderegelingen.
9. Bepaalde personen, in maritieme kringen averij-commissarissen of "dispacheurs" genoemd, worden belast met het regelen van schadegevallen en verrichten hierbij onder meer de volgende diensten of sommige ervan :
- aanstellen van schade-experts;
- opstellen van averij-grosse verdelingen;
- opstellen van schadeafrekeningen;
- regelen van schadegevallen met verzekerden;
- treffen van allerlei regelingen ter vrijwaring van schip en lading;
- uitoefenen van verhaal tegen de verantwoordelijken van het schadegeval;
- verdediging van de belangen van rederijen bij clubverzekeringen (z. nr. 16);
- onderzoek van fraude-zaken bij schadegevallen en preventie van fraude.
10. De door deze personen verrichte diensten worden aangemerkt als diensten als makelaar of lasthebber bij verzekeringen, bedoeld in artikel 44, § 3, 3°, van het BTW-Wetboek, indien het schadegeval waarvan de regeling hun werd toevertrouwd gedekt is door een verzekeringscontract. Zij zijn dan ook krachtens die bepaling van de BTW vrijgesteld.
Het schadegeval wordt overigens geacht te zijn gedekt door een verzekeringscontract wanneer die personen tussenkomst verlenen op verzoek van een verzekeraar.
11. De personen die belast zijn met het regelen van een door een verzekeringscontract gedekt schadegeval, kunnen ook betrokken worden bij de expertise zelf van het schadegeval.
Er kunnen zich dan drie gevallen voordoen :
1° de persoon belast met schaderegelingen stelt voor het verrichten van de expertise een expert aan in naam en voor rekening van degene die hem met de regeling van het schadegeval heeft belast;
2° de persoon belast met schaderegelingen stelt voor het verrichten van de expertise in eigen naam een expert aan;
3° de persoon belast met schaderegelingen verricht zelf de expertise.
12. Indien, in het eerste geval, de persoon belast met schaderegelingen, in naam en voor rekening van degene die hem met de regeling van het schadegeval heeft belast een zelfstandig expert aanstelt voor het verrichten van de expertise, handelt hij als makelaar of lasthebber bij verzekeringen van wie de diensten krachtens artikel 44, § 3, 3°, van het BTW-Wetboek van de belasting zijn vrijgesteld.
Dit geldt zelfs wanneer de door de verzekeraar aangewezen expert zijn factuur heeft opgemaakt ten name van de persoon die met de schaderegeling is belast, op voorwaarde dat deze laatste de door de expert aangerekende kosten afzonderlijk en voor het juiste bedrag aan de verzekeraar in rekening brengt en zijn uitgave staaft door afgifte van de honorariumnota.
13. Wanneer, in het tweede geval, de persoon belast met schaderegelingen zelf een expert aanstelt en hem in eigen naam met de expertise belast, wordt hij zelf schade-expert ten belope van het bedrag dat hij hiervoor aan zijn lastgever aanrekent. In die mate verkrijgt de persoon belast met het regelen van het schadegeval de hoedanigheid van belastingplichtige (z. Wetboek, art. 20, § 1).
Hij kan evenwel voor het geheel zijn hoedanigheid van vrijgestelde makelaar en lasthebber bij verzekeringen behouden voor zover hij aan zijn lastgever voor de expertisekosten geen afzonderlijk bedrag aanrekent. Dan mag de persoon belast met het regelen van het schadegeval in geen geval de belasting aftrekken die hem door de schade-expert in rekening zou zijn gebracht.
14. Wanneer, in het derde geval, de persoon belast met het regelen van het schadegeval zelf de expertise verricht, wordt hij in de regel zelf schade-expert en uiteraard belastingplichtige ten belope van het bedrag dat hij aan de verzekeraar die hem met de regeling van het schadegeval heeft belast, aanrekent.
Hij kan evenwel voor het geheel zijn hoedanigheid van makelaar en lasthebber bij verzekeringen, van wie de diensten door artikel 44, § 3, 3°, van het BTW-Wetboek van de belasting zijn vrijgesteld, behouden op voorwaarde dat hij aan zijn lastgever de expertisekosten niet afzonderlijk aanrekent.
15. De door personen belast met schaderegelingen verleende diensten zijn in de regel bedoeld in artikel 21, § 3, 7°, d, van het BTW-Wetboek. Dit is evenwel niet het geval wanneer deze personen handelen als makelaar of lasthebber bij schade-expertises of als schade-expert.
Wanneer de diensten van personen belast met schaderegelingen bedoeld zijn in artikel 21, § 3, 7°, d, van het BTW-Wetboek, worden zij geacht plaats te vinden daar waar de dienstverrichter is gevestigd, behalve wanneer de dienst wordt verleend aan een ontvanger die buiten de Europese Economische Gemeenschap is gevestigd of aan een ontvanger die in die Gemeenschap doch buiten het land van de dienstverrichter is gevestigd en handelt voor beroepsdoeleinden. In die beide laatste gevallen, wordt als plaats van de dienst aangemerkt, de plaats waar de ontvanger is gevestigd.
Wanneer de door die personen verrichte diensten worden verricht als makelaar of lasthebber bij een schade-expertise (z. nrs. 12, 13, laatste lid, en 14, laatste lid), worden zij geacht plaats te vinden daar waar de persoon die deze diensten als makelaar of lasthebber heeft verricht is gevestigd.
Wanneer de dienst betrekking heeft op de schade-expertise zelf (z. nrs. 13, eerste lid, en 14, eerste lid), wordt de plaats van de dienst bepaald zoals uiteengezet in de nrs. 34 en 35.
Clubverzekering.
16. Onder clubverzekering wordt verstaan, de overeenkomst waarbij rederijen zich onderling verbinden het verlies wegens de door een van hen geleden averij gemeenschappelijk te dragen.
De afrekeningen die in de relatie van de club tot de aangesloten reders worden gedaan, moeten worden aangemerkt als bijdragen of vergoedingen die niet aan de BTW zijn onderworpen.
De diensten die door personen belast met schaderegelingen aan de club worden verleend, moeten worden aangemerkt als diensten van makelaars en lasthebbers bij verzekeringen. Zij zijn bijgevolg onderworpen aan de regels die werden uiteengezet in de nrs. 9 tot 15.
Afdeling 2. - Recht op aftrek of recht op teruggaaf van makelaars en lasthebbers bij verzekeringen.
Algemeen.
17. De belasting geheven van goederen en diensten die worden gebruikt voor het verlenen van diensten die ingevolge artikel 44 van het Wetboek van de BTW zijn vrijgesteld, kan in de regel niet worden afgetrokken of teruggegeven. Overigens hebben degenen die alleen in artikel 44 van het BTW-Wetboek bedoelde diensten verlenen, niet de hoedanigheid van belastingplichtige.
18. Sinds 1 januari 1978 wijken de artikelen 45, § 1, 5°, en 77, § 3, van het BTW-Wetboek, evenwel uitdrukkelijk van die regel af door in wel bepaalde gevallen het recht op aftrek of het recht op teruggaaf te verlenen van de belasting geheven van de goederen of diensten die werden gebruikt voor het verrichten van diensten als makelaar of lasthebber bij verzekeringen die krachtens artikel 44, § 3, 3°, van het BTW-Wetboek van de BTW zijn vrijgesteld.
19. Het aldus in artikel 45, § 1, 5°, of artikel 77, § 3, van het BTW-Wetboek, bedoelde recht op aftrek of teruggaaf heeft een uitzonderlijk karakter. Het kan immers slechts in twee gevallen worden uitgeoefend.
Verrichtingen als makelaar of lasthebber bij verzekeringen die recht geven op aftrek of op teruggaaf.
20. Opdat het recht op aftrek of op teruggaaf, als bedoeld in de artikelen 45, § 1, 5°, en 77, § 3, van het Wetboek, kan worden toegekend, is het vooreerst nodig dat de belasting werd geheven van de goederen en diensten die worden gebruikt voor het verrichten van diensten als makelaar en lasthebber bij verzekeringen (voor de definitie van deze diensten, z. nrs. 4 en 6).
21. Het recht op aftrek of op teruggaaf is bovendien afhankelijk van de voorwaarde dat de diensten als makelaar of lasthebber betrekking hebben op verzekerings- of herverzekeringsverrichtingen als bedoeld in artikel 45, § 1, 4°, van het BTW-Wetboek.
Verzekerings- en herverzekeringsverrichtingen bedoeld in artikel 45, § 1, 4°, van het Wetboek.
22. Onder verzekerings- en herverzekeringsverrichtingen worden de verschillende handelingen verstaan die onderworpen zijn aan de met het zegel gelijkgestelde taks gevestigd bij de artikelen 173 en 183 van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen, alsook de handelingen die ingevolge artikel 1762 van dat wetboek van deze taks zijn vrijgesteld.
23. Om binnen de werkingssfeer van artikel 45, § 1, 4°, van het BTW-Wetboek te vallen, moeten de verzekerings- en herverzekeringsverrichtingen aan een van de twee volgende voorwaarden voldoen :
1° de medecontractant van de verzekeraar moet buiten de Europese Economische Gemeenschap zijn gevestigd;
2° de verzekerings- en herverzekeringsverrichtingen, waarop de diensten als makelaar of lasthebber betrekking hebben, moeten volgens door of vanwege de Minister van Financiën te bepalen voorwaarden, rechtstreeks samenhangen met goederen die bestemd zijn om te worden uitgevoerd naar een land buiten de Europese Economische Gemeenschap.
24. Op het recht op aftrek of het recht op teruggaaf kunnen met name aanspraak maken de makelaars of lasthebbers die tussenkomst verlenen bij het sluiten of bij het beheer van een verzekeringscontract tussen een hier te lande of in een andere Lidstaat gevestigde verzekeraar en een verzekerde die buiten de Europese Economische Gemeenschap is gevestigd.
Dezelfde regeling is toepasselijk wanneer zowel de verzekeraar als de verzekerde buiten die Gemeenschap zijn gevestigd.
Uitoefening van het recht op aftrek.
25. Ofschoon de werkzaamheid van makelaar of lasthebber bij verzekeringen aan degene die deze werkzaamheid uitoefent niet de hoedanigheid van belastingplichtige verleent (z. nr. 7), kan de makelaar of lasthebber bij verzekeringen een andere werkzaamheid uitoefenen die hem die hoedanigheid wel verleent (z. nr. 8).
26. Wanneer de makelaar of lasthebber bij verzekeringen BTW-belastingplichtige is, wordt de aftrek uitgeoefend door middel van zijn gewone aangiften op de wijze die in het algemeen door de belastingplichtigen wordt gevolgd. De makelaars of lasthebbers bij verzekeringen die wegens een andere werkzaamheid de hoedanigheid van belastingplichtige bezitten, zijn uiteraard gehouden de verscheidene verplichtingen na te leven die aan de belastingplichtigen in het algemeen zijn opgelegd (z. nr. 8).
Uitoefening van he recht op teruggaaf.
27. Wanneer de makelaar of lasthebber bij verzekeringen geen enkele werkzaamheid uitoefent die hem de hoedanigheid van belastingplichtige verleent, kan hij krachtens artikel 77, § 3, van het BTW-Wetboek teruggaaf bekomen van de belasting geheven van de goederen en diensten, die worden gebruikt voor het verrichten van diensten als makelaar of lasthebber, die recht op teruggaaf verlenen.
28. Aangezien die makelaar of lasthebber geen belastingplichtige is, moet hij om teruggaaf te bekomen de procedure volgen bepaald in artikel 9 van het koninklijk besluit nr. 4, van 29 december 1969, gewijzigd bij artikel 25 van het koninklijk besluit van 31 maart 1978 (2), met betrekking tot de teruggaven inzake belasting over de toegevoegde waarde. (2)
(2) Z. Revue nr.35, blz.359.
De makelaar of lasthebber moet bij het hoofd van het controlekantoor in wiens gebied zijn woonplaats of zijn maatschappelijke zetel is gelegen, een aanvraag om teruggaaf indienen. De aanvraag moet bij die ambtenaar toekomen, in twee exemplaren, binnen twee jaar te rekenen vanaf het tijdstip waarop de vordering tot teruggaaf is ontstaan. Krachtens artikel 77, § 3, laatste lid, van het BTW-Wetboek, ontstaat de vordering tot teruggaaf bij het verstrijken van het kalenderkwartaal waarin het gebruik van de goederen of diensten waarvan de terug te betalen belasting werd geheven, heeft plaatsgevonden. De makelaar of lasthebber mag slechts één aanvraag om teruggaaf per kalenderkwartaal indienen.
De teruggaaf is afhankelijk van het bewijs dat de goederen en diensten, waarvan de belasting werd geheven, werden gebruikt bij het verrichten van handelingen die recht op teruggaaf verlenen (z. nr. 29).
Belasting die kan worden afgetrokken of teruggegeven.
29. Voor aftrek of teruggaaf komt in aanmerking, de belasting geheven van de goederen of diensten die door de makelaar of de lasthebber werden gebruikt voor het verrichten van diensten als makelaar of lasthebber, als bedoeld in artikel 45, § 1, 5°, of artikel 77, § 3, van het BTW-Wetboek (z. nrs. 20 tot 24).
30. Daar het zeer zelden voorkomt dat een makelaar of een lasthebber alleen tussenkomst verleent bij verzekerings- en herverzekeringsverrichtingen die recht geven op aftrek of op teruggaaf van de belasting, zal het praktisch bij ieder geval de vraag zijn te weten welk gedeelte van de door de makelaar of lasthebber betaalde belasting voor aftrek of teruggaaf in aanmerking komt.
Dat gedeelte kan worden berekend volgens een algemeen verhoudingsgetal, dat wordt vastgesteld overeenkomstig de artikelen 12 en 13 van het koninklijk besluit nr. 3, van 10 december 1969, met betrekking tot de aftrekregeling voor de toepassing van de BTW, gewijzigd door het koninklijk besluit van 31 maart 1978.
Afdeling 3. - De schade-experts.
Algemeen.
31. Onder expert wordt verstaan degene die, wegens zijn technische kennis en meestal met het oog op het oplossen van een geschil, wordt belast met het onderzoeken, vaststellen en beoordelen van feiten. Hij wordt dikwijls belast met het begroten van de gevolgen van een schadegeval.
32. De diensten als expert zijn diensten als bedoeld in artikel 18, § 1, 1°, van het BTW-Wetboek en zijn in de regel aan de BTW onderworpen wanneer zij hier te lande door een belastingplichtige worden verricht.
Vanaf 1 januari 1978 geldt hetzelfde ten aanzien van schade-experts inzake verzekeringen.
Tarieven.
33. De diensten van schade-experts, zoals overigens de diensten van experts in het algemeen, zijn onderworpen aan het normale tarief van 16 pct.
Plaats van de dienst.
34. Wanneer de expertise betrekking heeft op een roerend of onroerend goed uit zijn aard, wordt de dienst met betrekking tot die expertise geacht plaats te vinden daar waar dat goed zich bevindt (z. art. 21, § 3, 2°, wanneer de expertise betrekking heeft op een roerend goed, en art. 21, § 3, 1°, samen met artikel 1, 3°, van het koninklijk besluit nr. 5, van 27 december 1977 (3), wanneer de expertise verband houdt met een onroerend goed uit zijn aard). (3)
(3) Z. Revue nr.33, blz.73.
35. In de andere gevallen wordt de dienst als expert geacht plaats te vinden daar waar de expert is gevestigd, behalve wanneer de dienst als expert wordt verleend aan een ontvanger die buiten de Europese Economische Gemeenschap is gevestigd of aan een ontvanger die in die Gemeenschap doch buiten het land van de dienstverrichter is gevestigd en handelt voor beroepsdoeleinden (z. art. 21, § 2 en § 3, 7°, d, van het BTW-Wetboek). In die twee uitzonderingen wordt de dienst geacht plaats te vinden daar waar de ontvanger van de dienst is gevestigd.
Expertises verricht door gerechtelijke experts of door experts ter uitvoering van een gerechtelijke beslissing.
36. Voor 1 januari 1978 waren schade-expertises inzake verzekeringen, verricht door gerechtelijke experts of door experts die handelen ter uitvoering van een gerechtelijke beslissing, niet aan de belasting over de toegevoegde waarde en evenmin aan een met het zegel gelijkgestelde taks onderworpen omdat deze diensten niet van contractuele aard waren.
37. Vanaf 1 januari 1978 zijn de expertises, verricht door gerechtelijke experts of door experts die handelen ter uitvoering van een gerechtelijke beslissing, onderworpen aan de BTW zoals andere expertises (z. art. 19, § 1, van het BTW-Wetboek).
De regeling die nu op de door die experts verleende diensten van toepassing is, zal worden toegelicht in een aanschrijving die eerlang zal worden gepubliceerd.
Vrijgestelde diensten van schade-experts (artikelen 41 en 42 van het Wetboek).
38. De diensten van schade-experts zijn van de BTW vrijgesteld in de hierna omschreven gevallen en onder de daar vermelde voorwaarden.
39. Ingevolge artikel 41, § 1, 2°, van het BTW-Wetboek, zijn van de belasting vrijgesteld, het vervoer van goederen herkomstig uit het buitenland en de daarmee samenhangende handelingen, wanneer die goederen definitief worden ingevoerd onder dekking van aangiften ten verbruik, hetzij met betaling van de BTW berekend overeenkomstig artikel 34 van het Wetboek, hetzij zonder betaling van de BTW op grond van definitieve vrijstellingen bepaald door de artikelen 42, 43 en 44, § 2, 1°ter, en § 3, 4°, van het Wetboek, of door de artikelen 20 tot 22 bis, 26 en 27 van het koninklijk besluit nr. 7, van 27 december 1977 (4), met betrekking tot de invoer van goederen voor de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde.(4)
(4) Z. Revue nr.33, blz.79.
De expertise van goederen verricht in het kader van een vervoer als bedoeld in het voorgaande lid, wordt aangemerkt als een met dat vervoer samenhangende handeling en is derhalve eveneens van de BTW vrijgesteld krachtens artikel 41, § 1, 2°, van het Wetboek, wanneer de kosten van die expertise of de kosten van de verzekering in het kader waarvan die expertise wordt verricht, worden begrepen in de maatstaf van heffing waarover de BTW bij invoer berekend wordt of berekend zou worden bij gebrek aan vrijstelling. Ter zake wordt gepreciseerd dat de genoemde kosten geacht worden in de maatstaf van heffing begrepen te zijn, wanneer de goederen werden verzonden "franco-domicilie" van de geadresseerde.
40. Bij toepassing van artikel 41, § 1, 5°, van het BTW-Wetboek, zijn eveneens vrijgesteld van de BTW, als diensten gebruikt voor hierna bedoeld vervoer, de diensten van schade-experts die betrekking hebben op goederen die uitgevoerd worden (z. art. 41, § 1, 3°, van het Wetboek) of die vervoerd worden onder één van de stelsels bedoeld in de artikelen 39, § 2, en 40, § 1, 1° en 3°, van het Wetboek (doorvoer, entrepot, tijdelijke opslag, tijdelijke vrijstelling, enz.) (z. art. 41, § 1, 4°, van het Wetboek), voor zover die diensten van de experts rechtstreeks verband houden met de vervoerde goederen tijdens het vrijgestelde vervoer.
Voor de toepassing van wat voorafgaat heeft het geen belang waar de goederen verzekerd zijn of met welk vervoermiddel het vervoer wordt verricht.
De expertise van de gebruikte vervoermiddelen zelf is niet van de BTW vrijgesteld op grond van artikel 41 van het BTW-Wetboek.
41. Om de vrijstelling bedoeld in de nrs. 39 en 40 te kunnen toepassen, moet de schade-expert in het bezit zijn van een bestelbon of een gelijkaardig document, hem afgegeven door de eigenaar of de vervoerder van de te onderzoeken goederen, waarin de eigenaar of de vervoerder bevestigt dat de expertise rechtstreeks betrekking heeft op goederen die zich bevinden in de voorwaarden die de vrijstelling van BTW op grond van artikel 41, § 1, 2° of 5°, van het BTW-Wetboek toepasselijk maken.
De door de expert uit te reiken factuur moet de volgende vermelding bevatten : "Vrijstelling van de BTW. Artikel 41, § 1, 2°, van het Wetboek of artikel 41, § 1, 5°, van het Wetboek", volgens het geval.
42. De diensten verricht door een schade-expert in het kader van de herstelling of het in goede staat houden van een schip bedoeld in artikel 42, § 1, 1°, van het BTW-Wetboek, of van een voorwerp bedoeld in artikel 42, § 1, 2°, van het Wetboek, zijn van de BTW vrijgesteld op grond van artikel 42, § 1, 3°, van dat wetboek. Het heeft ter zake geen belang of het schip onder Belgische dan wel buitenlandse vlag vaart noch of het al dan niet in België is verzekerd.
43. De expertise van de lading van zeeschepen bedoeld in artikel 42, § 1, 1°, a en b, van het BTW-Wetboek, is van de BTW vrijgesteld op grond van artikel 42, § 1, 5°, van het Wetboek, op voorwaarde dat die expertise plaatsvindt aan boord van het zeeschip of op de kade voor het schip, doch voor de dedouanering van de goederen. De vlag die het schip voert of de plaats waar de verzekering werd gesloten hebben geen belang voor de toepassing van de vrijstelling.
44. De expertise van de lading van binnenschepen bedoeld in artikel 42, § 1, 1°, d, van het Wetboek, is niet vrijgesteld op grond van artikel 42, § 1, 5°, van het Wetboek. In voorkomend geval kan hier wel de vrijstelling bedoeld in artikel 41, § 1, 2° of 5°, van het Wetboek van toepassing zijn (z. hierboven nr. 39).
Het Wetboek bevat geen enkele vrijstellingsbepaling van de BTW ten aanzien van de expertise van sluizen, bruggen, steigers, enz. Die expertises zijn bijgevolg aan de BTW onderworpen volgens de normale regels.
45. De draagwijdte van de vrijstellingen bedoeld in artikel 42, § 1, 1° en 2°, van het Wetboek, wordt nader toegelicht onder de nrs. 5 tot 11 en 17 tot 23 van de aanschrijving nr. 24/1978 (5).
(5) Z. Revue nr.37, blz.775.
De voorwaarden van de vrijstellingen bedoeld in de nrs. 42 en 43 hierboven, worden aangeduid respectievelijk onder de nrs. 31 en 53 van deze aanschrijving nr. 24/1978.
46. De diensten verricht door een schade-expert in het kader van de herstelling of het in goede staat houden van een vliegtuig of een dergelijk toestel, bedoeld in artikel 42, § 2, 1°, van het BTW-Wetboek, of van een voorwerp bedoeld in artikel 42, § 2, 2°, van het Wetboek, zijn van de BTW vrijgesteld op grond van artikel 42, § 2, 3°, van dat wetboek. De vrijstelling is van toepassing ongeacht het land waar het toestel is geïmmatriculeerd of waar het verzekeringscontract is aangegaan.
47. De expertise van de lading van vliegtuigen en dergelijke toestellen, gebruikt door luchtvaartmaatschappijen die zich hoofdzakelijk toeleggen op het internationale vervoer van personen en van goederen tegen betaling, is van de BTW vrijgesteld op grond van artikel 42, § 2, 5°, van het Wetboek, op voorwaarde dat de expertise plaatsvindt aan boord van het luchtvaartuig of binnen de douanezone van het vliegveld.
48. De expertise van de lading van vliegtuigen en dergelijke toestellen, gebruikt door de Staat, is niet van BTW vrijgesteld.
49. De draagwijdte van de vrijstellingen bedoeld in artikel 42, § 2, 1 ° en 2°, van het Wetboek, wordt nader toegelicht onder de nrs. 5 tot 17 en 22 tot 30 van de aanschrijving nr. 36/1978 (6).
(6) Z. deze Revue, blz.311.
De voorwaarden van de vrijstellingen bedoeld in de nrs. 46 en 47 hierboven, worden aangeduid respectievelijk onder de nrs. 39 en 57 van de voornoemde aanschrijving nr. 36/1978.
Bron: FisconetPlus
