Circulaire nr. Ci.RH.241/543.986 dd. 06.11.2001
CIRC 06.11.01/1
Circulaire nr. Ci.RH.241/543.986 dd. 06.11.2001
ARBEIDSONGEVAL
Herstelvergoeding
BEDRIJFSVOORHEFFING
Inkomen niet onderworpen aan de BV
Inkomen onderworpen aan de BV
BEROEPSZIEKTE
Vergoeding met betrekking tot een beroepsziekte
FISCAAL ATTEST
Fiche 281.16
VERGOEDING
Vergoeding met betrekking tot een beroepswerkzaamheid
Vrijgestelde vergoeding
De wettelijke vergoedingen wegens blijvende ongeschiktheid ingevolge arbeidsongeval of een beroepsziekte die naar aanleiding van het overlijden van het slachtoffer aan de overlevende echtgeno(o)t(e), de kinderen of de ouders van het overleden slachtoffer zijn gestort, zijn vanaf 1 januari 2002 niet meer aan de bedrijfsvoorheffing onderworpen wanneer de rechthebbende(n) niet gepensioneerd is (zijn), of in 2001 minder dan 66 jaar oud is (zijn)
Aan alle ambtenaren van de niveaus 1, 2+, 2 en 3 (sector taxatie)
1. De wet van 19 juli 2000 tot wijziging van de art. 34, § 1, en 39, WIB 92 heeft het belastingstelsel van de wettelijke vergoedingen wegens blijvende ongeschiktheid ingevolge arbeidsongeval of beroepsziekte grondig gewijzigd.
2. In geval van overlijden van het slachtoffer ten gevolge van het arbeidsongeval of de beroepsziekte kan een wettelijke vergoeding worden uitbetaald aan de echtgeno(o)t(e), de kinderen of de ouders van het overleden slachtoffer. De weduwe of de weduwnaar ontvangt een wettelijke vergoeding die gelijk is aan de uitkering waarop een arbeidsongeschikte recht heeft die voor 30 % arbeidsongeschikt is. De kinderen en de ouders ontvangen een vergoeding die gelijk is aan de uitkering voor maximum 20 % arbeidsongeschiktheid.
3. De verkrijger heeft alleszins recht op de vrijstelling van het gedeelte dat slaat op de eerste 20 % arbeidsongeschiktheid. Dit betekent inzonderheid dat de vergoeding die de kinderen of de ouders ontvangen nooit belastbaar is. Voor het deel boven die 20 % (namelijk 10 %), kan de rechthebbende (weduwe of weduwnaar), in beginsel, het bewijs leveren dat het arbeidsongeval of de beroepsziekte in zijn hoofde geen werkelijk inkomensverlies heeft veroorzaakt of dat het inkomensverlies lager is dan het gedeelte dat betrekking heeft op de 10 %.
4. Teneinde nodeloze procedures en discussies te vermijden, mag worden aangenomen dat alle wettelijke renten die in geval van overlijden van het slachtoffer ten gevolge van een arbeidsongeval of een beroepsziekte worden uitgekeerd, volledig kunnen worden vrijgesteld.
5. Om praktische redenen is dan ook beslist om in geval van een arbeidsongeval of een beroepsziekte met dodelijke afloop de renten die aan de overlevende echtgeno(o)t(e), de kinderen of de ouders van het overleden slachtoffer zijn gestort vanaf 1 januari 2002 niet meer te onderwerpen aan de bedrijfsvoorheffing en dit zelfs wanneer de rechthebbende niet gepensioneerd is of in 2001 minder dan 66 jaar oud is. Voor die renten moeten evenmin fiches 281.16 worden opgesteld.
6. Voor de bedoelde renten die zijn betaald of toegekend tijdens het jaar 2001 moeten wel nog fiches 281.16 worden opgesteld, waarbij enkel het vak 7 "Bedrijfsvoorheffing" zal worden vervolledigd met de in 2001 ingehouden bedrijfsvoorheffing. Daarentegen zal in het vak 6 "Blijvende ongeschiktheid ingevolge arbeidsongeval of beroepsziekte", tegenover de kenletters "Ab", "Cb" en "Rb" het cijfer "0" worden ingevuld.
Voor de Directeur-generaal:
De Directeur
P. Leroy
Circulaire nr. Ci.RH.241/543.986 dd. 06.11.2001
ARBEIDSONGEVAL
Herstelvergoeding
BEDRIJFSVOORHEFFING
Inkomen niet onderworpen aan de BV
Inkomen onderworpen aan de BV
BEROEPSZIEKTE
Vergoeding met betrekking tot een beroepsziekte
FISCAAL ATTEST
Fiche 281.16
VERGOEDING
Vergoeding met betrekking tot een beroepswerkzaamheid
Vrijgestelde vergoeding
De wettelijke vergoedingen wegens blijvende ongeschiktheid ingevolge arbeidsongeval of een beroepsziekte die naar aanleiding van het overlijden van het slachtoffer aan de overlevende echtgeno(o)t(e), de kinderen of de ouders van het overleden slachtoffer zijn gestort, zijn vanaf 1 januari 2002 niet meer aan de bedrijfsvoorheffing onderworpen wanneer de rechthebbende(n) niet gepensioneerd is (zijn), of in 2001 minder dan 66 jaar oud is (zijn)
Aan alle ambtenaren van de niveaus 1, 2+, 2 en 3 (sector taxatie)
1. De wet van 19 juli 2000 tot wijziging van de art. 34, § 1, en 39, WIB 92 heeft het belastingstelsel van de wettelijke vergoedingen wegens blijvende ongeschiktheid ingevolge arbeidsongeval of beroepsziekte grondig gewijzigd.
2. In geval van overlijden van het slachtoffer ten gevolge van het arbeidsongeval of de beroepsziekte kan een wettelijke vergoeding worden uitbetaald aan de echtgeno(o)t(e), de kinderen of de ouders van het overleden slachtoffer. De weduwe of de weduwnaar ontvangt een wettelijke vergoeding die gelijk is aan de uitkering waarop een arbeidsongeschikte recht heeft die voor 30 % arbeidsongeschikt is. De kinderen en de ouders ontvangen een vergoeding die gelijk is aan de uitkering voor maximum 20 % arbeidsongeschiktheid.
3. De verkrijger heeft alleszins recht op de vrijstelling van het gedeelte dat slaat op de eerste 20 % arbeidsongeschiktheid. Dit betekent inzonderheid dat de vergoeding die de kinderen of de ouders ontvangen nooit belastbaar is. Voor het deel boven die 20 % (namelijk 10 %), kan de rechthebbende (weduwe of weduwnaar), in beginsel, het bewijs leveren dat het arbeidsongeval of de beroepsziekte in zijn hoofde geen werkelijk inkomensverlies heeft veroorzaakt of dat het inkomensverlies lager is dan het gedeelte dat betrekking heeft op de 10 %.
4. Teneinde nodeloze procedures en discussies te vermijden, mag worden aangenomen dat alle wettelijke renten die in geval van overlijden van het slachtoffer ten gevolge van een arbeidsongeval of een beroepsziekte worden uitgekeerd, volledig kunnen worden vrijgesteld.
5. Om praktische redenen is dan ook beslist om in geval van een arbeidsongeval of een beroepsziekte met dodelijke afloop de renten die aan de overlevende echtgeno(o)t(e), de kinderen of de ouders van het overleden slachtoffer zijn gestort vanaf 1 januari 2002 niet meer te onderwerpen aan de bedrijfsvoorheffing en dit zelfs wanneer de rechthebbende niet gepensioneerd is of in 2001 minder dan 66 jaar oud is. Voor die renten moeten evenmin fiches 281.16 worden opgesteld.
6. Voor de bedoelde renten die zijn betaald of toegekend tijdens het jaar 2001 moeten wel nog fiches 281.16 worden opgesteld, waarbij enkel het vak 7 "Bedrijfsvoorheffing" zal worden vervolledigd met de in 2001 ingehouden bedrijfsvoorheffing. Daarentegen zal in het vak 6 "Blijvende ongeschiktheid ingevolge arbeidsongeval of beroepsziekte", tegenover de kenletters "Ab", "Cb" en "Rb" het cijfer "0" worden ingevuld.
Voor de Directeur-generaal:
De Directeur
P. Leroy
Bron: FisconetPlus
