Circulaire nr. Ci.D.19/444.905 8ste afl. van 12.03.1993
CIRC 12.03.93/1
Bull. nr. 727, pag. 1095
BEROEPSKOSTEN
Autokosten.
Reiskosten voor woon-werkverkeer.
FISCALE EN FINANCIELE BEPALINGEN 1992
Beroepskosten.
Autokosten.
Reiskosten voor woon-werkverkeer.
FISCALE EN FINANCIELE BEPALINGEN 1992
Beroepskosten.
Commentaar op art. 10 W. 28.07.1992 houdende fiscale en financiële bepalingen (forfait van 6 F per afgelegde km voor woon-werkverplaatsingen met de auto).
INHOUDSTABEL I. WETTEKST I/701 II. ALGEMENE DRAAGWIJDTE I/702 III. BETROKKEN BELASTINGPLICHTIGEN I/704 IV. BEDOELDE VOERTUIGEN I/706 V. BEDOELDE KOSTEN I/709 VI. AARD VAN HET FORFAIT I/711 VII. WOON-WERKVERKEER A. Verplaatsingen die in aanmerking komen I/713 B. Verscheidene woon-werkverplaatsingen per werkdag I/716 C. Verschillende vaste plaatsen van tewerkstelling I/717 D. Samenloop van woon-werkverplaatsingen en andere verplaatsingen I/718 VIII. BEWIJS A. Inzake autokosten voor woon-werkverkeer I/720 B. Andere beroepsmatige autokosten I/721 IX. GEBRUIK VAN EEN FIRMAWAGEN I/722 X. INWERKINGTREDING I/723 I. WETTEKSTEN
ART. 10
I/701
Artikel 66 van hetzelfde Wetboek (*) wordt met een als volgt luidend vierde lid aangevuld :
"In afwijking van het eerste lid worden de beroepskosten met betrekking tot de verplaatsing tussen de woonplaats en de plaats van tewerkstelling met een in dit lid vermeld voertuig forfaitair op 6 frank per afgelegde kilometer bepaald. Deze afwijking geldt niet voor voertuigen die, overeenkomstig artikel 5, § 1, 3°, van het Wetboek ven de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen van de verkeersbelasting zijn vrijgesteld".
(*) WIB 1992
II. ALGEMENE DRAAGWIJDTE
I/702
Art. 22, Hervormingswet 07.12.1988, hernomen als art. 66 in het WIB 92, beperkt vanaf het aj. 1990 de aftrekbaarheid van de werkelijk bewezen kosten van personenauto's, auto's voor dubbel gebruik en minibussen, (uitgezonderd de brandstofkosten) tot 75 % van hun bedrag.
I/703
Met de nieuwe wettelijke bepaling vervangt de wetgever in feite de bewijsvoering van de autokosten - met bijhorende beperking - in de mate dat ze betrekking hebben op het woon-werkverkeer door een systeem waarbij de aftrekbare kosten zonder meer forfaitair op 6 F per kilometer worden bepaald. De bedoeling van de nieuwe wettelijke bepaling is tweevoudig :
| 1. | voorkomen dat belastingplichtigen een belangrijk deel van de kosten voor het woon-werkverkeer op de Staat zouden afwentelen; |
| 2. | de vaststelling van en de controle op de beroepskosten in verband met het woon-werkverkeer voor de belastingplichtigen die alleen dergelijke verplaatsingskosten hebben vereenvoudigen (cf. Kamer, buitengewone zitting 1991-1992, stuk 444/9, blz. 13, 123 en 129). |
Het stelsel van kostenbewijs met bijhorende beperking tot 75 % blijft evenwel bestaan voor beroepsverplaatsingen die niet als woon-werkverkeer kunnen worden aangemerkt.
III. BETROKKEN BELASTINGPLICHTIGEN
I/704
Het forfait van 6 F per kilometer is vooreerst van toepassing op werknemers, bestuurders, werkende vennoten, beoefenaars van vrije beroepen, enz. die geen vrede nemen met het algemeen kostenforfait van art. 51 WIB 92 en hun specifieke beroepskosten in verband met woon-werkverkeer in rekening willen brengen. Het forfait van 6 F geldt ook voor exploitanten van ondernemingen i.v.m. hetzelfde verkeer.
I/705
Zelfstandigen op wie deze nieuwe maatregel van toepassing is zijn b.v. een handelaar die een winkel in het centrum van de stad heeft, maar aan de rand ervan woont, een geneesheer die aan een ziekenhuis verbonden is, een advocaat die zijn praktijk heeft buiten zijn woning enz. (cf. voormeld stuk 444/9, blz. 129).
IV. BEDOELDE VOERTUIGEN
I/706
De voertuigen waarvoor het forfait van 6 F per kilometer woon-werkverkeer geldt zijn personenauto's, auto's voor dubbel gebruik en minibussen zoals die zijn omschreven in de reglementering inzake inschrijving van motorvoertuigen.
Het gaat om identiek dezelfde voertuigen als die waarvoor de 75 % - beperking van toepassing is. Derhalve kan voor meer details worden verwezen naar nr. II/227, circ. Ci.D.19/402.192 (2° aflevering van 10.02.1989) dat deze materie behandelt.
I/707
De 6 F-regel geldt in principe niet voor de sub I/706 bedoelde voertuigen die groot-oorlogsinvaliden of gehandicapten als persoonlijk vervoermiddel gebruiken en die als dusdanig van de verkeersbelasting zijn vrijgesteld (cf. art. 5, § 1, 3° van het Wetboek van de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen). De wetgever heeft deze uitzondering opgenomen omdat sommige gehandicapten absoluut een individueel transportmiddel nodig hebben om zich te verplaatsen en vaak verplicht zijn grotere voertuigen te gebruiken waaraan zij soms zeer dure veranderingen moeten laten aanbrengen cf. Kamer, Buitengewone Zitting 1991-1992, doc. 444/9, blz. 13 en Senaat, Buitengewone Zitting 1991-1992, stuk 425-2, blz 81).
Gelet op de duidelijke bedoeling van de wetgever, deze categorie personen geen nadeel te berokkenen, past het het forfait van 6 F niet te weigeren aan gehandicapten die zelf voor deze formule opteren.
I/708
Het forfait van 6 F geldt niet voor de woon-werkverplaatsingen die gebeuren met andere verplaatsingsmiddelen dan met de in nr. I/706 bedoelde voertuigen (zoals een bestelwagen, een lichte of andere vrachtwagen, een tractor, een autocar, een motorfiets, een fiets enz.).
V. BEDOELDE KOSTEN
I/709
Het forfaitair bedrag van 6 F per afgelegde kilometer omvat alle rechtstreekse en onrechtstreekse kosten met betrekking tot het gebruik van het voertuig.
Voor een opsomming van de bedoelde kosten wordt verwezen naar nr. II/234, circ. Ci.D.19/402.192 (2e aflevering van 10.02.1989) waaraan de brandstofkosten moeten worden toegevoegd.
I/710
Het forfait van 6 F omvat echter niet de financieringskosten, noch de kosten van een mobilofoon.
VI. AARD VAN HET FORFAIT
I/711
Hoewel het om een forfait gaat, situeert het stelsel van de 6 F per km zich in dat van de werkelijke beroepskosten waarvan het een specifiek onderdeel uitmaakt. Het kan dan ook geenszins gecombineerd worden met het algemeen kosten-forfait van art. 51 WIB 92.
Het forfait van 6 F per km vindt dan ook slechts toepassing wanneer de belastingplichtige de aftrek van zijn werkelijke beroepskosten wenst toe te passen. Het is daarbij zonder belang hoe hoog het belastbare vermogen of de werkelijke kostprijs per km van de wagen is waarmee het woon-werktraject wordt afgelegd, of de werkgever al dan niet bijdraagt in de kosten van het woon-werkverkeer (cf. nr. I/722).
Werknemers, bestuurders, werkende vennoten en beoefenaars van vrije beroepen hebben uiteraard altijd recht op het algemeen kostenforfait van art. 51 WIB 92, wanneer zij geen beroep doen op het stelsel van werkelijke beroepskosten en in het raam daarvan het speciaal forfait van 6 F per km niet vragen, ofwel wanneer dit speciaal forfait eventueel verhoogd met de bewezen beroepskosten lager is dan het vorenbedoelde algemene kostenforfait.
I/712
Uit de voorbereidende werkzaamheden blijkt :
- dat het de bedoeling is het forfait van 6 F toe te kennen aan de belastingplichtige die zijn voertuig voor het woon-werkverkeer gebruikt (zie voormeld stuk 444/9, p. 13);
- dat de betrokkene daarbij moet bewijzen dat hij zijn wagen gebruikt voor woon-werkverkeer (zie voormeld stuk 444/9, p. 129).
Het zou dan ook strijdig zijn met de geest van de wet dit forfait twee of meer keren toe te kennen voor elke kilometer die met één en dezelfde wagen wordt afgelegd door verschillende reizigers.
Derhalve en om misbruiken te voorkomen mag het forfait van 6 F in de praktijk uitsluitend verleend worden aan personen die desgevraagd aantonen dat zij :
- ofwel hun woon-werkverkeer afleggen met de wagen die zij in eigendom bezitten, die op hun naam is ingeschreven bij de Directie voor de Inschrijving van de Voertuigen (DIV) of die zij op duurzame wijze zelf huren of leasen;
- ofwel datzelfde woon-werkverkeer afleggen met een wagen van hun werkgever of vennootschap en op het ermede verbandhoudende voordeel worden belast.
Met het in de eerste gedachtenstreep bedoeld geval mag worden gelijkgesteld het gebruik van de wagen die eigendom is van de echtgenoot of op diens naam is ingeschreven bij de DIV, verstaan zijnde dat, wanneer beide echtgenoten samen rijden, slechts op één van hen het forfait van 6 F/km mag worden toegepast i.v.m. het gezamenlijk afgelegde traject.
Elke ruimere interpretatie van art. 66, 4e lid, WIB 92 zou ongetwijfeld leiden tot niet door de wetgever gewilde aberraties (b.v. de aftrek van 4 x 6 F per km voor elke km die door 4 personen gezamenlijk met een personenwagen wordt afgelegd).
VII. WOON-WERKVERKEER
A. Verplaatsingen die in aanmerking komen
I/713
De 6 F-regel geldt uitsluitend voor de verplaatsingen gedaan in het raam van het woon-werkverkeer.
Voor een bezoldigde moet als woon-werkverkeer elke verplaatsing worden aangemerkt waarbij de belastingplichtige zich van zijn woonplaats naar een vaste plaats van tewerkstelling begeeft om er zijn beroepswerkzaamheden uit te oefenen en terug. Het traject dat hiervoor in aanmerking komt is niet noodzakelijk het kortste, doch wel datgene dat gelet op de afstand, de verkeersdrukte, de aard van de weg en de duur van de verplaatsingen als normaal kan worden beschouwd (zie parlementaire vraag nr. 322 van 30.06.1986 van Senator Van Houtte, B. 657, blz. 175). De meerafstand die het gevolg is van omwegen gedaan om privé-redenen of om andere beroepsredenen kan niet als woon-werkverkeer worden aangemerkt.
I/714
Verplaatsingen van handelsreizigers, handelsvertegenwoordigers e.d. die geen vaste plaats van tewerkstelling hebben, zijn niet bedoeld in art. 66, laatste lid, WIB 92.
I/715
Voor zelfstandigen wordt onder woon-werkverkeer verstaan de verplaatsingen die zij doen tussen hun woonplaats en de vaste plaats waar zij hun beroepswerkzaamheid uitoefenen of van waaruit ze hun beroepswerkzaamheid organiseren, leiden of besturen (fabriek, werkplaats, kantoor, praktijk enz. ...).
B. Verscheidene woon-werkverplaatsingen per werkdag
I/717
Wanneer een belastingplichtige het woon-werktraject meer dan één maal per dag per wagen heen en terug aflegt, geldt het forfait voor 6 F in principe voor elk van die trajecten.
Het is evident dat de betrokkene in zulk geval de echtheid van de bijkomende verplaatsingen zal moeten aantonen. Bij de beoordeling van de aangevoerde bewijsmiddelen zal inzonderheid aandacht worden besteed aan de praktische mogelijkheid van verplaatsingen tijdens de middagpauze, gelet op normale duur van de rit, van het oponthoud thuis en van de toegelaten werkonderbreking. Deze laatste kan onder meer worden aangetoond aan de hand van het arbeidsreglement, uurroosters, prikkaarten enz... (zie parlementaire vraag nr. 263 van 23.04.1985, van Volksvertegenwoordiger Lestienne, B. 644, blz. 2622 en Bergen, 15 mei 1986, inzake C.L., B. 657, blz. 97).
C. Verschillende vaste plaatsen van tewerkstelling
I/717
Wanneer een belastingplichtige zich achtereenvolgens naar verschillende vaste plaatsen van tewerkstelling begeeft (b.v. een leraar die in twee of meer verschillende scholen les geeft) is het forfait van 6 F per km alleen van toepassing op de werkelijk afgelegde verplaatsingen tussen de woonplaats en de plaatsen van tewerkstelling, met uitsluiting van de verplaatsingen tussen de verschillende vaste plaatsen van tewerkstelling waarvoor in beginsel het stelsel van de werkelijk bewezen kosten toepasselijk is (met bijhorende aftrekbeperking tot 75 %; z. nr. I/721), tenzij de belastingplichtige voor deze laatste verplaatsingen eveneens het forfait van 6 F per km verkiest (z. ook nrs. I/718 en 719).
D. Samenloop van woon-werkverplaatsingen en andere verplaatsingen
I/718
Hier wordt het geval beoogd waarbij een belastingplichtige (inzonderheid een zelfstandige) met zijn wagen rijdt :
- van zijn woonplaats naar een vaste plaats van tewerkstelling (b.v. een winkel, kantoor, praktijk, werkhuis ...; traject A);
- van daaruit naar één of meer plaatsen die met zijn beroepswerkzaamheid verband houden, maar die geen vaste plaats van tewerkstelling zijn (b.v. klant, cliënt, patiënt, werf ...; traject B).
Voor dergelijke belastingplichtigen zullen de autokosten veelal in drie bestanddelen moeten worden uitgesplitst, namelijk :
| 1° | de kosten met betrekking tot het woon-werkverkeer, die forfaitair op 6 F per kilometer worden geraamd (traject A); |
| 2° | de kosten met betrekking tot de overige beroepsverplaatsingen waarvoor de aftrek van de werkelijke kosten (met bijhorende aftrekbeperking tot 75 %; z. nr. I/721) regel blijft (traject B); |
| 3° | de niet-aftrekbare kosten met betrekking tot privé-verplaatsingen. |
Het totaal van de sub 1° en 2° bekomen kosten moet in voorkomend geval vergeleken worden met het toepasselijke algemeen kostenforfait van art. 51 WIB 92.
VIII. BEWIJS
A. Inzake autokosten voor woon-werkverkeer
I/720
De belastingplichtige die alleen autokosten in verband met het woon-werkverkeer als beroepskosten aftrekt, moet alleen nog bewijzen dat hij zijn voertuig voor het woon-werkverkeer heeft gebruikt en het aantal daartoe verreden kilometers rechtvaardigen.
Dit bewijs kan worden geleverd met de middelen die op belastinggebied gebruikelijk zijn, inzonderheid met de aankoop- en onderhoudsfacturen van het voertuig waarop de kilometerstand is vermeld. Het zal echter niet meer nodig zijn bewijsstukken te leveren ten belope van het werkelijk bestede bedrag van de autokosten (cf. Kamer, Buitengewone Zitting 1991-1992, doc. 444/9, blz. 13 en 129).
Voor belastingplichtigen die elke normale werkdag hetzelfde woon-werktraject (in afstand en in aantal) afleggen, is - tenzij er aanduidingen zijn dat zij aan een of andere vorm van carpooling (beurtrol of kostendelend samenrijden) doen - het aantal kilometers voor de toepassing van het forfait gemakkelijk te bepalen aan de hand van het aantal gepresteerde werkdagen (*) en de normale afstand van het woon-werktraject. Andere belastingplichtigen (verscheidene verplaatsingen op sommige werkdagen, verschillende vaste plaatsen van tewerkstelling) moeten door middel van bewijskrachtige bescheiden (kalenders, uurroosters, werkplanning, rittenschema's, agenda's, attesten van de werkgever(s) enz...) de aanslagambtenaar ten genoege van recht de redelijke overtuiging van het aantal afgelegde kilometers voor woon-werkverkeer bijbrengen.
| (*) | Hierbij dient te worden gelet op het arbeidsstatuut van de betrokken werknemer, inzonderheid van leerkrachten en personen die slechts deeltijds werken of die minder, maar langere werkdagen presteren (b.v. 3 x 12 uren per week). |
B. Andere beroepsmatige autokosten
I/721
Een belastingplichtige die nog autokosten voor andere beroepsverplaatsingen dan woon-werkverplaatsingen wil aftrekken, moet echter, naast het aantal kilometers voor woon-werkverkeer, zoals voorheen het werkelijk bedrag van die andere autokosten bewijzen, of m.a.w. de totale autokosten en het aandeel daarin van de andere beroepsmatige autokosten dan voor woon-werkverkeer rechtvaardigen. Dit aandeel blijkt ook zoals voorheen (behalve voor de brandstof) aan de aftrekbeperking van 75 % onderworpen.
IX. GEBRUIK VAN EEN FIRMAWAGEN
I/722
Het belastbaar voordeel dat voortvloeit uit het persoonlijk gebruik van een firmawagen wordt zoals voorheen, overeenkomstig artikel 9quater KB/WIB vastgesteld op grond van het vermogen van die wagen.
Voorbeeld :
Het persoonlijk gebruik (inclusief woon- werkverkeer) voor een personenauto van 10 fiscale PK bedraagt 25.000 km, en het woon-werkverkeer 20.000 km. De verkrijger van het voordeel is belastbaar op een voordeel van 25.000 x 10 = 250.000 F; zijn aftrekbare beroepskosten m.b.t. het woon-werkverkeer kunnen worden bepaald op 20.000 x 6 = 120.000 F.
X. INWERKINGTREDING
I/723
Overeenkomstig art. 47, § 2, van de W. 28.07.1992 houdende fiscale en financiële bepalingen, treedt de nieuwe maatregel (art. 10 van dezelfde wet), in werking met ingang van het aj. 1993.
de maatregel is dus voor de eerste maal van toepassing op de kosten :
- van het boekjaar dat in 1992 wordt afgesloten door zelfstandigen die regelmatig boekhouden;
- van het jaar 1992 voor de andere belastingplichtigen.
Bron: FisconetPlus
