Circulaire nr. Ci.D.19/416.334 5e afl. dd. 25.09.1990
CIRC 25.09.90/1
Circulaire nr. Ci.D.19/416.334 5e afl. dd. 25.09.1990
Bull. nr. 699, pag. 2972
FISCALE BEPALINGEN 1989
Tegemoetkomingen aan gehandicapten
GEHANDICAPTE
Tegemoetkomingen
VERGOEDINGEN
Gehandicapten
Vrijgestelde vergoedingen
Commentaar op art. 246, fiscale bepalingen 1989 (art. 41, §1, 3°, WIB) : Vrijstelling van tegemoetkomingen aan gehandicapten.
VRIJSTELLING VAN TEGEMOETKOMINGEN
Art. 246, W. 22.12.1989 heeft de tekst van art. 41, § 1, 3°, WIB door de volgende bepaling vervangen :
Art. 41 WIB
§ 1. Zijn volledig vrijgesteld :
...........
3° de tegemoetkomingen die, ten laste van de Schatkist, worden toegekend aan de mindervaliden of aan de gehandicapten, krachtens de wetgeving betreffende het toekennen van die tegemoetkomingen;
...........
II. ALGEMENE DRAAGWIJDTE
I/302
De vroegere bepalingen van art. 41, § 1, 3°, WIB stelden dat de gewone, bijzondere en aanvullende toelagen ten laste van de Schatkist, toegekend aan mindervaliden, d.w.z. in de regel, toelagen toegekend krachtens de wet van 27.06.1969 betreffende het toekennen van tegemoetkomingen aan gehandicapten, volledig vrijgesteld waren.
De wet van 27.02.1987 betreffende de tegemoetkomingen aan gehandicapten, gewijzigd door het KB nr. 536 van 31.03.1987 (B.S. 16.04.1987) en door de art. 127 tot 140 van de Programmawet van 22.12.1989 (B.S. 30.12.1989), heeft het stelsel van tegemoetkomingen aan mindervaliden, ingesteld door de wet van 27.06.1969 evenwel grondig gewijzigd door verschillende nieuwe tegemoetkomingen in te voeren en door een bijzonder stelsel in te stellen dat verschilt naargelang het recht van de betrokkenen op een tegemoetkoming al dan niet voor 01.01.1975 is ingegaan (zie dienaangaande nr. II/771 van de Circ. Ci.D.19/402.192 - 20° aflevering).
I/303
Daar er twijfels gerezen zijn nopens de al dan niet belastbaarheid van deze nieuwe tegemoetkomingen, is de tekst van art. 41, § 1, 3°, WIB, zodanig aangepast dat voortaan ondubbelzinnig blijkt dat zowel de tegemoetkomingen die zijn toegekend krachtens de wet van 27.06.1969 als die welke zijn toegekend krachtens de wet van 27.02.1987 zijn vrijgesteld (Senaat, zitting 1989 - 1990, Memorie van Toelichting, document nr. 806 - 1, blz. 53).
III. TEGEMOETKOMINGEN BEDOELD IN ART. 41, § 1, 3°, WIB
I/304
Onder de toelagen die volledig zijn vrijgesteld dient voortaan onderscheid gemaakt te worden tussen (1) :
b) vergoedingen ingevolge de wet van 27.02.1987
IV. INWERKINGTREDING
I/305
Art. 333, § 1, 1°, W. 22.12.1989, bepaalt dat de aangepaste tekst van art. 41, § 1, 3°, WIB van toepassing is vanaf het aj. 1990.
Circulaire nr. Ci.D.19/416.334 5e afl. dd. 25.09.1990
Bull. nr. 699, pag. 2972
FISCALE BEPALINGEN 1989
Tegemoetkomingen aan gehandicapten
GEHANDICAPTE
Tegemoetkomingen
VERGOEDINGEN
Gehandicapten
Vrijgestelde vergoedingen
Commentaar op art. 246, fiscale bepalingen 1989 (art. 41, §1, 3°, WIB) : Vrijstelling van tegemoetkomingen aan gehandicapten.
VRIJSTELLING VAN TEGEMOETKOMINGEN
INHOUDSTAFEL I. WETTEKSTEN I/301 II. ALGEMENE DRAAGWIJDTE I/302 en 303 III. TEGEMOETKOMINGEN BEDOELD IN I/304 ART. 41, § 1, 3°, WIB IV. INWERKINGTREDING I/305 I. WETTEKST I/301AAN GEHANDICAPTEN
Art. 246, W. 22.12.1989 heeft de tekst van art. 41, § 1, 3°, WIB door de volgende bepaling vervangen :
Art. 41 WIB
§ 1. Zijn volledig vrijgesteld :
...........
3° de tegemoetkomingen die, ten laste van de Schatkist, worden toegekend aan de mindervaliden of aan de gehandicapten, krachtens de wetgeving betreffende het toekennen van die tegemoetkomingen;
...........
II. ALGEMENE DRAAGWIJDTE
I/302
De vroegere bepalingen van art. 41, § 1, 3°, WIB stelden dat de gewone, bijzondere en aanvullende toelagen ten laste van de Schatkist, toegekend aan mindervaliden, d.w.z. in de regel, toelagen toegekend krachtens de wet van 27.06.1969 betreffende het toekennen van tegemoetkomingen aan gehandicapten, volledig vrijgesteld waren.
De wet van 27.02.1987 betreffende de tegemoetkomingen aan gehandicapten, gewijzigd door het KB nr. 536 van 31.03.1987 (B.S. 16.04.1987) en door de art. 127 tot 140 van de Programmawet van 22.12.1989 (B.S. 30.12.1989), heeft het stelsel van tegemoetkomingen aan mindervaliden, ingesteld door de wet van 27.06.1969 evenwel grondig gewijzigd door verschillende nieuwe tegemoetkomingen in te voeren en door een bijzonder stelsel in te stellen dat verschilt naargelang het recht van de betrokkenen op een tegemoetkoming al dan niet voor 01.01.1975 is ingegaan (zie dienaangaande nr. II/771 van de Circ. Ci.D.19/402.192 - 20° aflevering).
I/303
Daar er twijfels gerezen zijn nopens de al dan niet belastbaarheid van deze nieuwe tegemoetkomingen, is de tekst van art. 41, § 1, 3°, WIB, zodanig aangepast dat voortaan ondubbelzinnig blijkt dat zowel de tegemoetkomingen die zijn toegekend krachtens de wet van 27.06.1969 als die welke zijn toegekend krachtens de wet van 27.02.1987 zijn vrijgesteld (Senaat, zitting 1989 - 1990, Memorie van Toelichting, document nr. 806 - 1, blz. 53).
III. TEGEMOETKOMINGEN BEDOELD IN ART. 41, § 1, 3°, WIB
I/304
Onder de toelagen die volledig zijn vrijgesteld dient voortaan onderscheid gemaakt te worden tussen (1) :
| (1) | Zie nrs. II/772 tot 775 van de Circ. Ci.D.19/402.192 - 20° aflevering voor de wijze waarop de handicap dient vastgesteld te worden. |
| a) | vergoedingen ingevolge de wet van 27.06.1969 |
| 1. | de gewone tegemoetkoming die bestaat uit een basisbedrag (gelijk aan het bestaansminimum) en een verhoging voor handicap; |
| 2. | de bijzondere tegemoetkoming die eveneens bestaat uit een basisbedrag en een verhoging maar die aan andere categorieën gehandicapten wordt toegekend; |
| 3. | de aanvullende tegemoetkoming die de gewone of de bijzondere tegemoetkoming vervangt wanneer de gehandicapte de pensioenleeftijd bereikt. Het bedrag ervan is gelijk aan het bedrag van de gewone of bijzondere tegemoetkoming die de gehandicapte genoot, maar wordt verminderd met het pensioen of het gewaarborgd inkomen; |
| 4. | de tegemoetkoming voor hulp van derden; |
| 5. | de tegemoetkoming ter aanvulling van het gewaarborgd inkomen aan bejaarden. |
| 1. | de inkomensvervangende tegemoetkoming is bestemd voor gehandicapten die geen voldoende inkomsten uit arbeid kunnen verwerven en evenmin over voldoende andere inkomsten beschikken. Zij wordt toegekend aan gehandicapten van ten minste eenentwintig jaar en ten hoogste vijfenzestig jaar, van wie is vastgesteld dat hun lichamelijke of psychische toestand hun verdienvermogen tot een derde of minder heeft verminderd van wat een valide persoon door een of ander beroep op de algemene arbeidsmarkt kan verdienen. |
| 2. | de integratietegemoetkoming komt in de plaats van de verhoging van de gewone, de bijzondere en de aanvullende tegemoetkoming en van de tegemoetkoming voor hulp van derden. Zij wordt toegekend aan gehandicapten van ten minste eenentwintig jaar en ten hoogste vijfenzestig jaar van wie het gebrek aan of de vermindering van de zelfredzaamheid is vastgesteld. |
| 3. | de tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden wordt toegekend aan bejaarde gehandicapten van ten minste vijfenzestig jaar van wie het gebrek aan of de vermindering van de zelfredzaamheid is vastgesteld en die geen inkomensvervangende tegemoetkoming of een integratietegemoetkoming genieten (1). |
| (1) | Overeenkomstig art. 5, W. 27.02.1987, gewijzigd door art. 129 van de Programmawet van 22.12.1989, vervalt het recht op een inkomensvervangende tegemoetkoming en een integratietegemoetkoming niet op de leeftijd van vijfenzestig jaar. |
I/305
Art. 333, § 1, 1°, W. 22.12.1989, bepaalt dat de aangepaste tekst van art. 41, § 1, 3°, WIB van toepassing is vanaf het aj. 1990.
Bron: FisconetPlus
