Circulaire nr. Ci.RH.233/625.237 (AAFisc Nr. 31/2013) d.d. 25.07.2013

Algemene administratie van de FISCALITEIT - Centrale diensten

Vennootschapsbelasting

Circulaire nr. Ci.RH.233/625.237 (AAFisc Nr. 31/2013) d.d. 25.07.2013

Roerende voorheffing

Inning van de RV

Vrijstelling van de RV

Vrijstellingsvoorwaarde

Dividend

Spaarder niet-inwoner

Verzaking aan de inning van de roerende voorheffing op dividenden van Belgische oorsprong toegekend of betaalbaar gesteld aan buitenlandse pensioenfondsen.

Aan alle ambtenaren van de niveaus A tot C, sector DB.

1. Deze circulaire bespreekt de wijzigingen die zijn aangebracht aan art. 106, § 2, KB/WIB 92, met betrekking tot de verzaking van de inning van de RV op dividenden van Belgische oorsprong die zijn toegekend aan bepaalde spaarders niet-inwoners, ingevolge het KB van 20.12.2012 tot aanpassing van het KB/WIB 92 inzake de verzaking van de inning van de roerende voorheffing met betrekking tot de dividenden die worden toegekend aan pensioenfondsen niet-inwoners (KB 20.12.2012, BS 28.12.2012, Ed. 2, blz. 88333).

De nieuwe bepalingen zijn van toepassing op de inkomsten die worden toegekend of betaalbaar gesteld vanaf 7.1.2013.

I. WETTELIJKE BEPALINGEN

2. Hierna volgen de bepalingen van de art. 106, §§ 2 en 4 en 117, § 2, KB/WIB 92, zoals die zijn gewijzigd door het KB van 20.12.2012.

Artikel 106, KB/WIB 92 (pro parte)

[…]

§ 2. Er wordt eveneens volledig afgezien van de inning van de roerende voorheffing op dividenden en op inkomsten bedoeld in artikel 90, 11° van hetzelfde Wetboek met betrekking tot Belgische aandelen waarvan de schuldenaar, hetzij een vennootschap, vereniging, inrichting of instelling is die haar maatschappelijke zetel, haar voornaamste inrichting of haar zetel van bestuur of beheer in België heeft, hetzij een rechtspersoon naar Belgisch publiek recht is, wanneer de verkrijger wordt geïdentificeerd als een spaarder niet-inwoner bedoeld in artikel 227, 3°, van hetzelfde Wetboek waarvan het maatschappelijk doel uitsluitend bestaat uit het beheer en het beleggen van fondsen ingezameld met het doel wettelijke of aanvullende pensioenen uit te betalen, die zich uitsluitend zonder winstoogmerk toeleggen op verrichtingen bedoeld in artikel 182, 2°, van hetzelfde Wetboek, en die in het land waarvan hij inwoner is, vrijgesteld is van inkomstenbelastingen.

[…]

§ 4. De bepalingen van § 2 zijn niet van toepassing wanneer de spaarder niet-inwoner er toe gehouden is, hetzij krachtens een contractuele verplichting de opbrengst van Belgische aandelen die hij in eigen naam beheert door te storten aan de uiteindelijke verkrijger, hetzij een inkomen bedoeld in artikel 90, 11° van hetzelfde Wetboek met betrekking tot Belgische aandelen die hij krachtens een ontlening bezit door te storten behalve wanneer de uiteindelijke verkrijger eveneens een spaarder niet-inwoner is bedoeld in § 2 of, wat uitsluitend het tweede geval betreft, een in § 5 of 6 bedoelde moedervennootschap van de dividenduitkerende vennootschap.

[…]

Artikel 117, § 2, KB/WIB 92

De in artikel 106, § 2, gestelde verzaking aan de inning van de roerende voorheffing wordt slechts toegestaan indien aan de schuldenaar van de inkomsten een attest wordt overhandigd waarbij is bevestigd dat de verkrijgers:

a) eigenaar of vruchtgebruiker zijn van de rentegevende roerende kapitalen;

b) spaarders niet-inwoners zijn bedoeld in artikel 227, 3°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 met een maatschappelijk doel dat uitsluitend bestaat uit het beheer en het beleggen van fondsen ingezameld met het doel wettelijke of aanvullende pensioenen uit te betalen, die zich uitsluitend zonder winstoogmerk toeleggen op verrichtingen bedoeld in artikel 182, 2°, van hetzelfde Wetboek, en die in het land waarvan ze inwoner zijn, vrijgesteld zijn van inkomstenbelastingen;

c) niet gehouden zijn de opbrengst van aandelen of winstbewijzen aan de uiteindelijke verkrijger krachtens een contractuele verplichting door te storten of een inkomen bedoeld in artikel 90, 11° van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 met betrekking tot Belgische aandelen die ze krachtens een overeenkomst bezitten door te storten behalve wanneer de uiteindelijke verkrijger eveneens een niet-inwoner is bedoeld in artikel 106, § 2, of, wat uitsluitend het tweede geval betreft, een moedervennootschap bedoeld in artikel 106, § 5 of § 6, van de dividenduitkerende vennootschap.

II. DRAAGWIJDTE VAN DE VERZAKING VAN DE RV

3. Vóór de wijziging die door het KB van 20.12.2012 werd aangebracht, beoogde de verzaking van de inning van de RV zoals bedoeld in art. 106, § 2, KB/WIB 92, elke spaarder niet-inwoner die geen onderneming exploiteert of die zich niet met verrichtingen van winstgevende aard bezighoudt, en die in het land waarvan hij inwoner is, vrijgesteld is van inkomstenbelastingen.

Op basis van de formulering van de tekst kon die verzaking worden toegekend aan belastingplichtigen, natuurlijke personen, die inwoner zijn van een land waarin ze een fiscaal stelsel kunnen genieten dat aanzienlijk gunstiger is dan in België (vb.: Monaco), zodat meer werd toegestaan dan wat de bedoeling van de regering was (zie het Verslag aan de Koning bij het KB van 20.12.2012, BS 28.12.2012, Ed. 2, blz. 88333).

4. De wijziging die werd aangebracht door het KB van 20.12.2012 beoogt de verzaking van de inning van de RV die in art. 106, § 2, KB/WIB 92, wordt gedefinieerd, te beperken tot de dividenden en inkomsten zoals bedoeld in art. 90, 11°, WIB 92, van Belgische oorsprong, die enkel worden toegekend aan verkrijgers die pensioenfondsen niet-inwoners zijn.

5. Bijgevolg beperkt het nieuwe art. 106, § 2, KB/WIB 92, de verzaking van de RV tot de verkrijgers die de hoedanigheid hebben van spaarders niet-inwoners:

- zoals bedoeld in art. 227, 3°, WIB 92;

- waarvan het maatschappelijk doel uitsluitend bestaat uit het beheer en het beleggen van fondsen ingezameld met het doel wettelijke of aanvullende pensioenen uit te betalen, en

- die zich uitsluitend zonder winstoogmerk toeleggen op verrichtingen die bestaan in het beleggen van fondsen ingezameld in het kader van de statutaire opdracht (zie art. 182, 2°, WIB 92), en

- die in het land waarvan ze inwoner zijn vrijgesteld zijn van inkomstenbelastingen.

6. Bijgevolg zijn van de verzaking van de inning van de RV zoals bedoeld in art. 106, § 2, KB/WIB 92, uitgesloten:

- de belastingplichtigen zoals bedoeld in art. 227, 1°, WIB 92 (natuurlijke personen);

- de belastingplichtigen zoals bedoeld in art. 227, 2°, WIB 92, behalve in het geval van retrocessie van inkomsten zoals bedoeld in het nr. 7, tweede lid, b, hierna;

- de belastingplichtigen zoals bedoeld in art. 227, 3°, WIB 92, andere dan deze die beantwoorden aan de voorwaarden die worden opgesomd in het nr. 5 hiervoor (vb.: wetenschappelijke en sociale instellingen die gevestigd zijn in het buitenland).

7. Er wordt aan herinnerd dat de anti-misbruikbepaling van art. 106, § 4, KB/WIB 92, bepaalt dat de voormelde verzaking van de inning van de RV niet wordt toegepast wanneer de spaarder niet-inwoner zoals bedoeld in het nr. 5 er toe gehouden is, krachtens een contractuele verplichting, aan de uiteindelijke verkrijger door te storten:

a) hetzij de opbrengst van Belgische aandelen die hij in zijn naam beheert;

b) hetzij een inkomen zoals bedoeld in art. 90, 11°, WIB 92, met betrekking tot Belgische aandelen die hij krachtens een ontlening bezit.

De anti-misbruikbepaling zoals bedoeld in art. 106, § 4, KB/WIB 92, beoogt evenwel niet de retrocessies van inkomsten aan:

- hetzij een uiteindelijke verkrijger die zelf een spaarder niet-inwoner is zoals bedoeld in het nr. 5;

- hetzij, wanneer het inkomsten betreft zoals bedoeld in art. 90, 11°, WIB 92, een moedervennootschap zoals gedefinieerd in art. 106, § 5 of § 6, KB/WIB 92, van de dividenduitkerende vennootschap.

III. FORMALITEITEN

8. Overeenkomstig de bepalingen van art. 117, § 2, KB/WIB 92, wordt de verzaking van de inning van de RV zoals bedoeld in art. 106, § 2, KB/WIB 92, slechts toegestaan indien aan de schuldenaar van de inkomsten een attest wordt overhandigd waarbij is bevestigd dat de verkrijger:

a) eigenaar of vruchtgebruiker is van de rentegevende roerende kapitalen;

b) een spaarder niet-inwoner is die beantwoordt aan de voorwaarden die worden opgesomd in art. 106, § 2, KB/WIB 92 (zie het nr. 5 hiervoor);

c) niet er toe gehouden is de inkomsten over te maken aan een uiteindelijke verkrijger die zelf niet de verzaking van de inning van de RV kan genieten zoals bedoeld in art. 106, § 2, KB/WIB 92, of de verzaking zoals bedoeld in art. 106, § 5 of § 6, KB/WIB 92 (zie art. 106, § 4, KB/WIB 92 en het nr. 7 hiervoor).

In de praktijk moet het attest de bewoordingen van art. 117, § 2, KB/WIB 92, bevatten, waarvan de juistheid door de verkrijger moet worden bevestigd.

IV. INWERKINGTREDING

10. De nieuwe bepalingen van de art. 106, §§ 2 en 4 en 117, § 2, KB/WIB 92, zijn van toepassing op de dividenden en de inkomsten die worden toegekend of betaalbaar gesteld vanaf 7.1.2013 (art. 4, KB 20.12.2012).

NAMENS DE MINISTER:

Voor de Administrateur-generaal van de Fiscaliteit,

R ROSOUX

Auditeur-generaal van financiën dd.