Circulaire nr. 7/2009 d.d. 07.04.2009 (AFZ nr. 4/2009)

Vlaams Gewest - Registratierechten - Verhoogd abattement - hypotheekvestiging op de enige woning

FEDERALE OVERHEIDSDIENST FINANCIEN

Administratie van Fiscale Zaken
4de dienst - 3de directie
Dossier nr. 357 en 415

PATRIMONIUM DOCUMENTATIE
Dienst VI
Dossier nr. E.E./L. 156V

2 bijlagen

In het Belgisch Staatsblad van 12 januari 2009 werd het decreet van 19 december 2008 van het Vlaams Gewest "houdende invoering van een verhoogd abattement bij hypotheekvestiging op de enige woning" bekendgemaakt.

Bij dat decreet wordt onder bepaalde voorwaarden een extra vermindering van de heffingsgrondslag van het mutatierecht voorzien. Zoals dat het geval is voor het gewoon abattement, zal ook dit aanvullend abattement of bijabattement ofwel kunnen genoten worden onder de vorm van een onmiddellijke vermindering van de heffingsgrondslag (wijziging van artikel 46bis W.Reg. VL.) ofwel onder de vorm van een teruggave van de teveel geheven rechten, wanneer het niet werd gevraagd of nog niet kon worden bekomen op het ogenblik van de heffing van het mutatierecht (wijziging van artikel 212ter W.Reg. VL.).

Het decreet is in werking getreden op 1 januari 2009.

In deze circulaire wordt een eerste commentaar verstrekt bij de wijzigingen die door dit decreet zijn aangebracht aan het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten. De tekst van het decreet gaat in bijlage 1. Bijlage 2 bevat de gecoördineerde tekst van de artikelen 46bis en 212ter W.Reg. VL. zoals deze artikelen luiden met ingang van 1 januari 2009.

COMMENTAAR

1. Ratio legis.

De Vlaamse regering (zie regeerakkoord (1)) had oorspronkelijk als bedoeling het registratierecht op de hypotheekvestiging tot beloop van een schijf van 100.000 euro af te schaffen, wat op een akte houdende hypotheekvestiging voor de belastingplichtigen een belastingvoordeel zou opleveren van maximum 1000 euro. Om praktische redenen heeft het Vlaams Parlement uiteindelijk een voorstel van decreet aangenomen waarin werd gekozen voor het verhogen van het abattement voor de aankoop van de enige woning, wanneer in het kader van de financiering van die aankoop een hypotheek wordt ingeschreven op het betreffende onroerend goed.

----------

[(1) Regeerakkoord 2004, blz 28: " We zullen het registratierecht op de hypothecaire inschrijving van een lening voor de bouw, renovatie of verwerving van de enige gezinswoning afschaffen voor de eerste schijf van 100.000 euro.".]

----------

2. Verhoging van het bedrag van de vermindering van de heffingsgrondslag vermeld in het eerste lid van artikel 46bis W.Reg. VL.

Het bij dit decreet ingevoerde belastingvoordeel neemt de vorm aan van een aanvullend abattement of bijabattement (2). M.a.w. om het bijabattement te kunnen genieten, moet men niet alleen aanspraak kunnen maken op het gewoon abattement maar het voordeel van het abattement ook daadwerkelijk genieten. Verlies van het gewoon abattement brengt automatisch verlies mee van het bijabattement.

----------

[(2) Verder in deze circulaire wordt deze aanvullende of bijkomende verlaging van de heffingsgrondslag van het mutatierecht aangeduid met de term "bijabattement"]

----------

3. Bedrag van het bijabattement

De bedoeling van de decreetgever is geweest de kopers, natuurlijke personen, die voor de financiering van de zuivere aankoop van de geheelheid volle eigendom van een tot bewoning aangewend of bestemd onroerend goed dat zij tot hun hoofdverblijfplaats bestemmen (= aankoop vermeld in het eerste lid van artikel 46bis W.Reg. VL.), een belastingvoordeel van 1000 euro toe te kennen, indien zij voor de financiering van die aankoop een hypothecaire inschrijving op het betreffende onroerend goed toestaan.

Vandaar dat het bedrag van het bijabattement, in tegenstelling tot dat van het abattement, varieert naargelang het toepasselijke tarief van het mutatierecht:

tarief

abattement

Bijabattement

abat. + bijabat.

10% (art. 44)

15.000 euro

10.000 euro

25.000 euro

5% (art. 53)

15.000 euro

20.000 euro

35.000 euro

1,50% (art. 52)

15.000 euro

66.666,67 euro

81.666,67 euro

De aandacht moet worden gevestigd op het feit dat het gaat om een vast belastingvoordeel van 1000 euro (3). Dit houdt in dat indien, bij wijze van voorbeeld, op de aankoop een tarief van 10% geheven wordt, het niet vereist is dat de door de gevestigde hypotheek (4) gewaarborgde sommen minstens 100.000 euro bedragen. Het bedrag van het bijabattement heeft geen verband met de hoogte van het door de hypotheek op het aangekochte onroerend goed gewaarborgd bedrag van de kredietverstrekking (5).

----------

[(3) In het overgrote deel van de gevallen zal het belastingvoordeel dat het bijabattement meebrengt inderdaad 1.000 euro bedragen; in bepaalde gevallen kan het belastingvoordeel evenwel kleiner zijn met name in de gevallen waarin de heffingsgrondslag lager is dan de som van het gewoon abattement en van het bijabattement. Voorbeeld: X koopt een huis en geniet het tarief van 1,50% (art. 52 W.Reg. VL.); prijs (= verkoopwaarde) = 75.000 euro. In dit geval bedraagt het belastingvoordeel uit het bijabattement maar 60.000 euro x 1,50% = 900 euro. In de verdere commentaar wordt er van uitgegaan dat het belastingvoordeel steeds 1.000 euro bedraagt.

(4) tot zekerheid van een lening of van een andere techniek van financiering zoals een kredietopening.

(5) Bij een systeem van een vrijstelling tot 100.000 euro voor het registratierecht op de hypotheekvestigingen, zoals de Vlaamse regering oorspronkelijk van plan was, zou het bedrag van het belastingvoordeel wel gefluctueerd hebben wanneer de door de hypotheek gewaarborgde som onder de 100.000 euro bleef.]

----------

Quid met het bedrag van het bijabattement als op een aankoop voor een deel het gewoon mutatierecht van 10% en voor het overblijvende deel bijvoorbeeld het verlaagd mutatierecht van 5% van toepassing is ?

De decreetgever heeft een dergelijke situatie niet uitdrukkelijk geregeld.

Voorbeeld 1: X en Y, niet- gehuwde samenwoners, kopen in onverdeeldheid, X voor ¼ en Y voor ¾ de volle eigendom aan van een woning. X geniet niet van het verlaagd tarief van 5% maar Y wel. Verkoopwaarde woning 200.000 euro.
Heffingsgrondslag deel aangekocht door X vóór vermindering: 50.000 euro

Heffingsgrondslag deel aangekocht door Y vóór vermindering: 150.000 euro

De toepassing van het bijabattement mag over de volledige aankoop beschouwd en voor alle partijen samengenomen slechts een belastingvoordeel van 1.000 euro opleveren.

De administratie neemt in een dergelijk geval aan dat het de bedoeling van de decreetgever is dat het genot van het bijabattement :

- X een belastingvoordeel moet opleveren van 250 euro (heeft ¼ aangekocht)

- Y een belastingvoordeel moet opleveren van 750 euro (heeft ¾ aangekocht).

Dit brengt mee dat:

- voor X het bedrag van het bijabattement moet bepaald worden op : 2.500 euro (1/4 van 10.000 euro)

- voor Y het bedrag van het bijabattement moet bepaald worden op : 15.000 euro (3/4 van 20.000 euro).

Heffing:

- lastens X: 10 % van [50.000 euro - (3.750 euro + 2.500 euro)] = 4.375,00 euro

- lastens Y: 5 % van [150.000 euro - (11.250 euro + 15.000 euro)] = 6.187,50 euro

Voorbeeld 2. Gesteld dat in voorbeeld 1 X en Y elk voor de helft aankopen dan zal het bedrag van het bijabattement voor X 5.000 euro bedragen en voor Y 10.000 euro.

In dergelijke gevallen zal het bedrag van het bijabattement, dat in artikel 46bis, tweede lid W.Reg. VL. is opgegeven in functie van het tarief, dus verhoudingsgewijs moeten aangepast worden om het door de decreetgever gewilde vaste belastingvoordeel van 1.000 euro te bekomen.

4. Voorwaarden om het bijabattement te kunnen genieten

4.1. Financiering van een aankoop

4.1.1. Doelgebondenheid van het fiscaal voordeel

Het bijabattement is bedoeld om de fiscale last verbonden aan de financiering van de aankoop van de enige woning te verlichten. Met de woorden "met het oog op de financiering van een aankoop" heeft de decreetgever de doelgebondenheid van het fiscaal voordeel uitdrukkelijk willen specificeren.

Op grond van deze doelgebondenheid kan de administratie het voordeel van de toepassing van het bijabattement terugvorderen indien de genieters ervan niet kunnen aantonen dat het door de hypothecaire inschrijving gewaarborgde krediet effectief werd gebruikt voor de financiering van de aankoop van de enige woning. De bewijslast dat aan de voorwaarden is voldaan om een belastingvoordeel te genieten of een belastingvoordeel te behouden, ligt immers bij de belastingplichtigen.

Onder het vorige nummer werd er reeds op gewezen dat in de wettekst nergens een minimum van de door de hypotheek te waarborgen som wordt bepaald. Het is dus niet omdat bedoelde som door de ontvanger in verhouding tot de prijs van de woning als laag wordt beoordeeld, dat hij louter op basis van die appreciatie de toepassing van het bijabattement kan weigeren.

4.1.2. Aankoop, bouw, onroerende inrichting of renovatie

Het nieuwe tweede lid van artikel 46bis W.Reg. VL. bepaalt dat het bijabattement kan genoten worden in het kader van de financiering van een "aankoop" als bedoeld in het eerste lid van dat artikel. Uit de voorbereidende werken blijkt echter dat het woord "aankoop" in deze context niet strikt moet worden geïnterpreteerd. De financiering kan, naast de aankoop van de woning of de bouwgrond, ook de bouw van de woning ingeval het aangekochte goed een bouwgrond is, de (onroerende) inrichting (voorbeeld: ombouwen van een zolder tot slaapkamers) of de renovatie van de aangekochte woning (of een combinatie van die verrichtingen met de aankoop) betreffen (6).

Omgekeerd zou de ontvanger de toepassing van het bijabattement kunnen weigeren of het voordeel ervan kunnen terugvorderen indien zou blijken dat de door de hypotheek op het onroerend goed gewaarborgde kredieten niet zijn bestemd of gebruikt voor de aankoop van de woning, voor het bouwen van de woning, indien het aangekocht onroerend goed een bouwgrond is, of voor de onroerende inrichting of de renovatie van de aangekochte woning (7). In dergelijk geval wordt het fiscale voordeel immers van het door de decreetgever geëxpliciteerde doel afgewend (zie nr. 4.1.1, tweede alinea).

----------

[(6) Zie Vlaams Parlement, Stuk 1832(2007-2008) - Nr. 1. Artikelsgewijze bespreking - Artikel 2: "Het is denkbaar dat de koper de hypothecaire lening niet meteen nodig heeft voor de financiering van de aankoop, maar wel voor de inrichting van het aangekochte pand als hoofdverblijfplaats, of voor de oprichting van een woning wanneer het om de aankoop van een bouwgrond gaat. Daarom is het aanbevelenswaardig de termijn die wordt opgelegd voor het nemen van de hypothecaire inschrijving gelijk te stellen met de termijn die nu reeds bestaat voor het vestigen van de hoofdverblijfplaats op het aangekochte goed.".
(7) Dat zou bijvoorbeeld kunnen blijken uit de akte houdende de leningsovereenkomst, waarin de leners zich ertoe verbinden het verstrekte krediet voor een bepaald - andere dan door het decreet bedoelde - doel te gebruiken.]

----------

4.2. Het abattement genieten.

Voor een commentaar bij de voorwaarden (grond- en vormvoorwaarden) waaronder het abattement kan worden genoten, wordt verwezen naar de circulaires opgesteld naar aanleiding van de invoering of de wijziging (8) van artikel 46bis W.Reg. VL.

Voorbeelden:

- zuivere aankoop van de geheelheid volle eigendom van een bouwgrond ; vermits voor een dergelijke bouwgrond het abattement kan worden genoten als alle toepassingsvoorwaarden zijn vervuld, zal de aankoper in dat geval ook aanspraak kunnen maken op het bijabattement.

- een woning wordt aangekocht door meerdere personen en één ervan is op datum van de aankoop ervan titularis van de geheelheid volle eigendom van een andere woning ; het abattement en bijgevolg ook het bijabattement kan door geen van de kopers worden genoten.

Opmerking: het spreekt voor zich dat, zoals dat het geval is voor het abattement, het bijabattement slechts éénmaal de heffingsgrondslag van het mutatierecht op een aankoop vermindert. Het bedrag van die vermindering wordt met andere woorden niet beïnvloed door het aantal kopers.

----------

[(8) Basiscirculaire nr. 3-4/2002 van 17 januari 2002, circ. 16/2002; circ. 3/2003; circ. 3/2005.]

----------

4.3 Verbintenis tot inschrijving van de hypotheek binnen de daarvoor bepaalde vervaltermijn.

Om het bijabattement te kunnen genieten moeten de verkrijgers de verbintenis aangaan om de hypotheek in het daartoe bestemde register van de hypotheekbewaarder te doen inschrijven (9). De verbintenis betreft dus de inschrijving van de hypotheek en niet de overeenkomst tot vestiging van de hypotheek.

Als de verkrijgers onmiddellijk van het voordeel van het bijabattement willen genieten, moet die verbintenis worden aangegaan in de akte die het evenredige recht op de aankoop van het onroerend goed opeisbaar maakt.

Hebben de verkrijgers het voordeel van het bijabattement niet gevraagd, dan kunnen zij dat voordeel later nog genieten onder de vorm van een teruggave van de teveel geheven rechten (10). Voorwaarde is dan wel dat die teruggave gevraagd wordt binnen de in artikel 212ter gestelde termijn (11) en dat in het verzoek tot teruggave de verbintenis wordt aangegaan, ook al is de inschrijving van de hypotheek op dat ogenblik al een feit.

Voor alle duidelijkheid wordt benadrukt dat de termijn om het bijabattement nog onder de vorm van een teruggave te kunnen genieten aanzienlijk korter is dan de termijn waarbinnen de hypotheek moet ingeschreven zijn.

Voorbeeld: Aankoop van een bouwgrond met toepassing van het abattement. De koper heeft geen hypothecaire lening nodig voor de financiering van de aankoop van de bouwgrond maar wel voor het bouwen van de woning waaraan hij pas één jaar na de aankoop zal kunnen beginnen. In de geregistreerde compromis (document dat het evenredig recht opeisbaar maakt; compromis werd tijdig ter registratie aangeboden) wordt de toepassing van het bijabattement niet gevraagd en komt de verbintenis om een hypotheek in te schrijven niet voor (geen onmiddellijk bijabattement). Als de teruggave overeenkomstig het bepaalde in artikel 212ter niet is gevraagd binnen de termijn van zes maand na de datum van de registratie van de compromis, zal het recht op het bijabattement definitief verloren zijn, ook al moet de inschrijving van de hypotheek maar een feit zijn binnen een termijn van vijf jaar te rekenen van de registratie van de compromis.

----------

[(9) Volgens de wettekst moeten "ze", d.w.z. de verkrijgers van het onroerend goed, zich verbinden de hypothecaire inschrijving "te nemen". In feite is het op last van de kredietverstrekker dat de hypothecaire inschrijving (door de notaris) wordt genomen. De bedoeling van de decreetgever is echter duidelijk: de hypothecaire inschrijving moet binnen de gestelde termijn een feit zijn en de verkrijgers moeten zich ertoe engageren dat dit effectief het geval zal zijn, ook al wordt tot de inschrijving overgegaan in opdracht van de kredietverstrekker.

(10) Het spreekt voor zich dat het voordeel van het abattement maar éénmaal kan worden genoten, hetzij onmiddellijk, hetzij onder de vorm van teruggave. Artikel 212ter sluit het genot onder de vorm van een teruggave uit indien het voordeel al onmiddellijk werd bekomen.
(11) De teruggave moet worden gevraagd binnen de zes maanden te rekenen van de datum van de registratie van het document dat aanleiding heeft gegeven tot de heffing van het evenredig recht op de overeenkomst tot aankoop.]

----------

4.4. Hypotheekvestiging op het aangekochte goed.

De bedoeling van de decreetgever met het bijabattement was de fiscale kost verbonden aan de financiering van de aankoop voor "instappers" op de markt van de woningeigenaars (zie ratio legis van het abattement) te verlichten, althans wanneer die "instappers" onvoldoende vermogen hebben om de betaling van de koopsom of van de bouw-, inrichtings- of renovatiekosten volledig zelf te financieren en ze bijgevolg een krediet moeten aangaan met de aangekochte woning of bouwgrond als zekerheid voor de kredietverstrekker. Vandaar de eis dat een hypotheek moet worden ingeschreven op het aangekochte goed.

Wanneer de hypotheek uitsluitend wordt gevestigd op andere voor hypotheek vatbare goederen dan het onroerend goed waarvoor het abattement van toepassing is, kan het bijabattement dus met zekerheid niet van toepassing zijn.

Quid wanneer de hypotheek wordt gevestigd op meerdere onroerende goederen waaronder het aangekochte goed?

Uit de toepassingsvoorwaarden voor het abattement volgt dat het recht erop niet uitsluit dat een of meer van de kopers reeds eigendomsrechten hebben in andere voor hypotheek vatbare goederen dan de woning voor de aankoop waarvan de toepassing van het abattement wordt gevraagd. Alleen bepaalde eigendomsrechten in andere tot bewoning bestemde onroerende goederen sluiten de toepassing van het abattement uit (zie artikel 46bis, 4de lid, 1° W.Reg. VL.).

Het nieuwe tweede lid van artikel 46bis W.Reg. VL. bepaalt niet uitdrukkelijk dat de hypotheek tot waarborg van het deel van de aankoopsom (of daarmee gelijk te stellen kosten - zie nr. 4.1.2.) dat met externe middelen wordt gefinancierd, uitsluitend moet gevestigd worden op het met toepassing van het abattement aangekochte goed.

Voorbeeld. X koopt een woning voor de prijs van 80.000 euro. Hij wil die woning grondig renoveren en ruimtelijk herinrichten voor een bedrag van 100.000 euro. Hij sluit één lening af voor een bedrag van 180.000 euro voor de financiering van de aankoop en de renovatie van de woning die gewaarborgd wordt door meerdere hypotheken: één op de woning (gewaarborgd bedrag 80.000 euro) en één op een industrieel gebouw (verkoopwaarde 250.000 euro; gewaarborgd bedrag 100.000 euro). Het is duidelijk dat in dergelijk geval het bijabattement van toepassing is. Dat is eveneens zo mocht de geleende som van 180.000 euro gewaarborgd worden door één hypotheek met verschillende onroerende goederen, waaronder de aangekochte woning, als zekerheid.

5. Voorwaarden voor het behoud van het bijabattement

5.1. Behoud van het abattement

Het behoud van het bijabattement is uit zijn aard gekoppeld aan het behoud van het abattement. Verlies van het voordeel van het abattement wegens het niet tijdig vestigen van de hoofdverblijfplaats in het aangekochte goed of de erop gebouwde woning (12), brengt in alle gevallen verlies mee van het voordeel van het bijabattement. Voor toelichting bij de voorwaarde te vervullen voor het behoud van het abattement wordt verwezen naar de circulaire nr. 3-4/2002 van 17 januari 2002 (13).

----------

[(12) Opmerking. Het omgekeerde is vanzelfsprekend niet noodzakelijk het geval. Wanneer de verkrijgers enkel de voorwaarde van de inschrijving van de hypotheek niet tijdig naleven, zal het abattement behouden blijven in geval de hoofdverblijfplaats wel tijdig werd overgebracht naar het aangekochte onroerend goed.
(13) inzonderheid: Afdeling 4, onderafdeling 3 - blz. 9.]

----------

5.2. Effectieve inschrijving van de hypotheek binnen de daarvoor bepaalde vervaltermijn

Uiteraard moet de aangegane verbintenis binnen de daarvoor bepaalde termijn worden uitgevoerd. De inschrijving moet geschieden binnen dezelfde termijn voor de uitvoering van de verbintenis tot vestiging van de hoofdverblijfplaats op het adres van het aangekochte goed (14). Deze voorwaarde behoeft geen nadere toelichting meer (zie ook punt 4.3.)

----------

[(14) * indien het een woning betreft, binnen twee jaar na :

- ofwel de datum van de registratie van het document dat tot de heffing van het evenredig recht op de aankoop aanleiding geeft, wanneer dat document binnen de ervoor bepaalde termijn ter registratie wordt aangeboden;
- ofwel de uiterste datum voor tijdige aanbieding ter registratie, wanneer het document dat tot de heffing van het evenredig recht op de aankoop aanleiding geeft wordt aangeboden na het verstrijken van de daarvoor bepaalde termijn.
* indien het een bouwgrond betreft, binnen vijf jaar na dezelfde datum.]

6. Gevolgen van het verlies van het bijabattement

6.1. Terugbetaling van het genoten fiscaal voordeel

Het verlies van het bijabattement brengt vanzelfsprekend mee dat het bedrag van het genoten fiscaal voordeel (1.000 euro) moet worden terugbetaald (15).

De verkrijgers zijn ondeelbaar tot deze terugbetaling gehouden.

----------

[(15) Indien het verlies van het recht op het bijabattement het gevolg is van het verlies van het recht op het abattement moet even vanzelfsprekend het bedrag van beide fiscale voordelen worden terugbetaald.]

----------

6.2. Boete

De verkrijgers verbeuren eveneens een boete gelijk aan het bedrag van de bij te betalen rechten (1.000 euro).

De boete wordt door de verkrijgers eveneens ondeelbaar verbeurd.

Ze is echter niet verschuldigd als de niet tijdige inschrijving van de hypotheek het gevolg is van overmacht.

7. Inwerkingtreding

Artikel 4 van het decreet houdt in dat de wijzigingen aan artikel 46bis en aan artikel 212ter W.Reg. VL. in werking treden op 1 januari 2009. Dat brengt mee dat het bijabattement (onmiddellijk bijabattement of bijabattement onder de vorm van een teruggave) kan genoten worden voor een niet onder opschortende voorwaarde gesloten aankoopovereenkomst die dagtekent vanaf die datum. Omdat de ter registratie aangeboden notariële akten doorgaans geen melding maken van de datum van de overeenkomst, zullen de ontvangers minstens tot eind april systematisch van de belastingplichtigen die aanspraak maken op het bijabattement, een verklaring bij toepassing van artikel 168 W.Reg. vragen waarin ze bevestigen dat de overeenkomst dagtekent van na 31 december 2008.

Indien het evenwel gaat om een overeenkomst die onder een opschortende voorwaarde werd gesloten, dan moet gekeken worden naar de datum van de vervulling van de voorwaarde. Zelfs indien de bedoelde overeenkomst dagtekent van vóór 1 januari 2009 kan het bijabattement worden genoten indien de voorwaarde wordt vervuld na 31 december 2008.

NAMENS DE MINISTER :

De adjunct-administrateur-generaal,

Paul NECKEBROECK

-----------

BIJLAGE 1

UITTREKSEL UIT HET BELGISCH STAATSBLAD VAN 12 JANUARI 2009

VLAAMSE OVERHEID

19 DECEMBER 2008. - Decreet houdende invoering van een verhoogd abattement bij hypotheekvestiging op de enige woning.

Het Vlaams Parlement heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt : decreet houdende invoering van een verhoogd abattement bij hypotheekvestiging op de enige woning.

Artikel 1. Dit decreet regelt een gewestaangelegenheid.

Art. 2. In artikel 46bis van het Wetboek der Registratie-, Hypotheek- en Griffierechten, ingevoegd bij het decreet van 1 februari 2002 en gewijzigd bij de decreten van 5 juli 2002, 20 december 2002, 24 december 2004 en 22 december 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht :

1° tussen het eerste en het tweede lid wordt een nieuw lid ingevoegd, dat luidt als volgt:

« Als met het oog op de financiering van een aankoop, vermeld in het eerste lid, een hypotheek wordt gevestigd op het aangekochte onroerend goed, wordt het bedrag van de vermindering van de heffingsgrondslag, vermeld in het eerste lid, verhoogd met hetzij 10.000 euro als op de aankoop het recht, vermeld in artikel 44, verschuldigd is, hetzij 20.000 euro als op de aankoop het recht, vermeld in artikel 53, verschuldigd is, hetzij 66.666,67 euro als op de aankoop het recht, vermeld in artikel 52, verschuldigd is. »;

2° aan het vroegere derde lid, dat het vierde lid wordt, wordt in 2° een punt d) ingevoegd, dat luidt als volgt :

« d) als ze aanspraak maken op een verhoging als vermeld in het tweede lid, zich verbinden de hypothecaire inschrijving te nemen binnen de termijn, vermeld in punt c); »;

3° in het vroegere vierde en vijfde lid, die het vijfde en zesde lid worden, wordt het woord « derde » vervangen door het woord « vierde »;

4° er wordt een zevende lid toegevoegd, dat luidt als volgt :

« Als niet voldaan is aan de verplichting tot inschrijving, vermeld in het vierde lid, 2°, d), zijn de verkrijgers ondeelbaar gehouden tot betaling van de aanvullende rechten over het bedrag, vermeld in het tweede lid, waarmee de heffingsgrondslag werd verminderd, en van een boete die gelijk is aan die aanvullende rechten. De boete is evenwel niet verschuldigd als de niet-naleving van de verbintenis het gevolg is van overmacht. »

Art. 3. In artikel 212ter, derde lid, van hetzelfde wetboek, ingevoegd bij het decreet van 1 februari 2002 en gewijzigd bij de decreten van 20 december 2002 en 24 december 2004, worden de woorden « artikel 46bis, derde lid, 2°, b en c » vervangen door de woorden « artikel 46bis, vierde lid, 2°, b), c) en d) ».

Art. 4. Dit decreet treedt in werking op 1 januari 2009.

Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.

Brussel, 19 december 2008.

De minister-president van de Vlaamse Regering,

K. PEETERS

De Vlaamse minister van Financiën en Begroting en Ruimtelijke Ordening,

D. VAN MECHELEN

BIJLAGE 2

Gecoördineerde teksten van de gewijzigde artikelen van het Vlaams Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten.

Art. 46bis

De heffingsgrondslag ten aanzien van de verkopingen, zoals bepaald in de artikelen 45 en 46, wordt verminderd met 15.000 euro in geval van zuivere aankoop van de geheelheid volle eigendom van een tot bewoning aangewend of bestemd onroerend goed door een of meer natuurlijke personen om er hun hoofdverblijfplaats te vestigen.

Als met het oog op de financiering van een aankoop, vermeld in het eerste lid, een hypotheek wordt gevestigd op het aangekochte onroerend goed, wordt het bedrag van de vermindering van de heffingsgrondslag, vermeld in het eerste lid, verhoogd met hetzij 10.000 euro als op de aankoop het recht, vermeld in artikel 44, verschuldigd is, hetzij 20.000 euro als op de aankoop het recht, vermeld in artikel 53, verschuldigd is, hetzij 66.666,67 euro als op de aankoop het recht, vermeld in artikel 52, verschuldigd is.

Het voordeel van de vermindering van de heffingsgrondslag overeenkomstig dit artikel kan niet gecombineerd worden met het voordeel van de verrekening bedoeld in § 4bis van deze afdeling of met het voordeel van de teruggave bedoeld in artikel 212bis.

Aan de vermindering van de heffingsgrondslag zijn de volgende voorwaarden verbonden :

1° geen van de verkrijgers mag op de datum van de overeenkomst tot koop voor de geheelheid volle eigenaar zijn van een ander onroerend goed, dat geheel of gedeeltelijk tot bewoning is bestemd; indien de aankoop geschiedt door meerdere personen mogen zij bovendien op vermelde datum gezamenlijk niet voor de geheelheid volle eigenaar zijn van een ander onroerend goed dat geheel of gedeeltelijk tot bewoning is bestemd. Een perceel grond, stedenbouwkundig bestemd tot woningbouw wordt beschouwd als een onroerend goed dat geheel of gedeeltelijk tot bewoning is bestemd;

2° in of onderaan op het document, dat tot de heffing van het evenredig recht op de aankoop aanleiding geeft, moeten de verkrijgers :

a) uitdrukkelijk vermelden dat zij de toepassing van dit artikel vragen;

b) verklaren dat zij voldoen aan de voorwaarde vermeld in 1° van dit lid;

c) zich verbinden hun hoofdverblijfplaats te vestigen op de plaats van het aangekochte goed :

- indien het een woning betreft, binnen twee jaar na :

- ofwel de datum van de registratie van het document dat tot de heffing van het evenredig recht op de aankoop aanleiding geeft, wanneer dat document binnen de ervoor bepaalde termijn ter registratie wordt aangeboden;
- ofwel de uiterste datum voor tijdige aanbieding ter registratie, wanneer het document dat tot de heffing van het evenredig recht op de aankoop aanleiding geeft wordt aangeboden na het verstrijken van de daarvoor bepaalde termijn;
- indien het een bouwgrond betreft, binnen vijf jaar na dezelfde datum.

d) als ze aanspraak maken op een verhoging als vermeld in het tweede lid, zich verbinden de hypothecaire inschrijving te nemen binnen de termijn vermeld in punt c);

In geval de verklaring bedoeld in 2°, b), van het vierde lid onjuist wordt bevonden, zijn de verkrijgers ondeelbaar gehouden tot betaling van de aanvullende rechten over het bedrag waarmee de heffingsgrondslag werd verminderd, en van een boete gelijk aan die aanvullende rechten.

Dezelfde aanvullende rechten en boete zijn ondeelbaar verschuldigd door de verkrijgers indien geen van hen de in 2° c) van het vierde lid bedoelde verbintenis naleeft. Komen sommige verkrijgers die verbintenis niet na dan worden de aanvullende rechten en de boete, waartoe zij ondeelbaar gehouden zijn, bepaald naar verhouding van hun wettelijk aandeel in de aankoop. Evenwel is de boete niet verschuldigd indien de niet-naleving van de bedoelde verbintenis het gevolg is van overmacht.

Als niet voldaan is aan de verplichting tot inschrijving, vermeld in het vierde lid, 2°, d), zijn de verkrijgers ondeelbaar gehouden tot betaling van de aanvullende rechten over het bedrag, vermeld in het tweede lid, waarmee de heffingsgrondslag werd verminderd, en van een boete die gelijk is aan die aanvullende rechten. De boete is evenwel niet verschuldigd als de niet-naleving van de verbintenis het gevolg is van overmacht.

Artikel 212ter

Ingeval de in artikel 46bis bepaalde vermindering van de heffingsgrondslag niet werd gevraagd of niet werd bekomen naar aanleiding van de registratie van het document dat aanleiding heeft gegeven tot de heffing van het evenredig recht op de overeenkomst tot koop, kunnen de teveel geheven rechten nog worden teruggegeven op een verzoek in te dienen overeenkomstig de bepalingen van artikel 217/2 binnen zes maanden te rekenen van de datum van de registratie van dat document.

Ingeval het voordeel van de meeneembaarheid van voorheen betaalde registratierechten als bedoeld in de artikelen 61/3 en 212bis niet werd gevraagd of niet werd bekomen naar aanleiding van de registratie van het document dat aanleiding heeft gegeven tot de heffing van het evenredige recht op de aankoop, de verkoop, of de verdeling kunnen de meeneembare rechten nog worden teruggegeven op een verzoek in te dienen overeenkomstig de bepalingen van artikel 217/2 binnen zes maanden te rekenen van de datum van de registratie van dat document.

Het verzoek tot teruggave bedoeld in het eerste of tweede lid bevat, naar gelang van het geval, de vermeldingen en verklaringen vereist bij het artikel 46bis, vierde lid, 2°, b), c) en d) ; bij het artikel 61/4, eerste lid, 2° en 3°, of bij het artikel 212bis, zesde lid, 2° en 3°. Het verzoek vermeldt in voorkomend geval ook het rekeningnummer waarop het bedrag van de terug te geven rechten kan worden gestort.