Circulaire nr. Ci.RH.233/473.390 dd. 22.08.1995
CIRC 22.08.95/1
Circulaire nr. Ci.RH.233/473.390 dd. 22.08.1995
Bull. nr. 753, pag. 2607
DRUKWERK 273A
Aangifte in de roerende voorheffing.
DRUKWERK 273V
Afrekening van de roerende voorheffing.
DRUKWERK 346M
Statistiek van de roerende voorheffing.
ROERENDE VOORHEFFING
Vermindering van de roerende voorheffing.
Vrijstelling van de roerende voorheffing.
Aan alle ambtenaren van de niveaus 1, 2 en 3.
Luidens art. 106, § 5, KB/WIB 92, kan onder bepaalde voorwaarden worden afgezien van de inning van de RV m.b.t. dividenden waarvan de schuldenaar een Belgische dochteronderneming is en waarvan de verkrijger een moedermaatschappij is van een andere Lid-Staat van de Europese Economische Gemeenschap.
Omtrent die bepaling werd commentaar verstrekt in de circ. 16.7.1992, Ci.RH.233/437.131 (Bull. 719).
Voor het bekomen van de voormelde vrijstelling is onder meer vereist dat de genieter van de inkomsten :
"- Körperschaftsteuer in Oostenrijk,
Die aanpassingen zijn van toepassing vanaf 1.1.1995.
Hieruit volgt dat de in nrs. 2 tot 8 van hogervermelde circulaire uiteengezette principes eveneens van toepassing zijn m.b.t. dividenden welke vanaf 1.1.1995 worden uitgekeerd door een Belgische dochteronderneming aan een moedermaatschappij gevestigd in Oostenrijk, Finland of Zweden.
Circulaire nr. Ci.RH.233/473.390 dd. 22.08.1995
Bull. nr. 753, pag. 2607
DRUKWERK 273A
Aangifte in de roerende voorheffing.
DRUKWERK 273V
Afrekening van de roerende voorheffing.
DRUKWERK 346M
Statistiek van de roerende voorheffing.
ROERENDE VOORHEFFING
Vermindering van de roerende voorheffing.
Vrijstelling van de roerende voorheffing.
Aan alle ambtenaren van de niveaus 1, 2 en 3.
Luidens art. 106, § 5, KB/WIB 92, kan onder bepaalde voorwaarden worden afgezien van de inning van de RV m.b.t. dividenden waarvan de schuldenaar een Belgische dochteronderneming is en waarvan de verkrijger een moedermaatschappij is van een andere Lid-Staat van de Europese Economische Gemeenschap.
Omtrent die bepaling werd commentaar verstrekt in de circ. 16.7.1992, Ci.RH.233/437.131 (Bull. 719).
Voor het bekomen van de voormelde vrijstelling is onder meer vereist dat de genieter van de inkomsten :
- zonder keuzemogelijkheid en zonder ervan te zijn vrijgesteld onderworpen is aan één van de in art. 2, c, van de Richtlijn van 23.7.1990 betreffende de gemeenschappelijke fiscale regeling voor moedermaatschappijen en dochterondernemingen uit verschillende Lid- Staten vermelde belastingen (zie nr. 7 van hogervermelde circulaire);
- één van de in de bijlage bij de voormelde Richtlijn van de Raad van 23.7.1990 opgesomde rechtsvormen heeft.
| a) | Aan artikel 2, onder c) wordt toegevoegd : |
- Yhteisöjen tulovero/inkomstskatten för samfund in Finland,
- Statlig inkomstskatt in Zweden";
| b) | Aan de bijlage wordt toegevoegd : |
| "m) | De vennootschappen naar Oostenrijks recht, geheten "Aktiengesellschaft", "Gesellschaft mit beschränkter Haftung". |
| n) | De vennootschappen naar Fins recht, geheten "osakeyhtiö/aktiebolag", "osuuskunta/andelslag", "säästöpankki/sparbank" en "vakuutusyhtiö/försäkringsbolag". |
| o) | De vennootschappen naar Zweeds recht, geheten "aktiebolag", "bankaktiebolag", "försäkringsaktiebolag";" |
Hieruit volgt dat de in nrs. 2 tot 8 van hogervermelde circulaire uiteengezette principes eveneens van toepassing zijn m.b.t. dividenden welke vanaf 1.1.1995 worden uitgekeerd door een Belgische dochteronderneming aan een moedermaatschappij gevestigd in Oostenrijk, Finland of Zweden.
NAMENS DE MINISTER :
Voor de Directeur-generaal :
De Auditeur,
L. CASSIMAN
Bron: FisconetPlus
