Circulaire nr. AOIF 41/2006 (E.T.111.889) dd. 20.11.2006
CIRC 41/2006
Circulaire nr. AOIF 41/2006 (E.T.111.889) dd. 20.11.2006
AANSCHRIJVING NR. 3/1973 (BIJWERKING 2006)
ALS BTW VOORUIT TE BETALEN BEDRAG
INVOER
UITBREIDING VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAP
VERLEGGING VAN DE HEFFING
Bijzondere maatregelen voor de toepassing van de verlegging van de heffing bij invoer, genomen naar aanleiding van de uitbreiding van de Europese Gemeenschap per 1 januari 2007.
ADDENDUM
aan de aanschrijving nr. 3 van 11 januari 1973 (bijwerking 2006)
Aan alle ambtenaren van de sector BTW
DOEL VAN DE CIRCULAIRE
1. De aanschrijving nr. 3 van 11 januari 1973, laatst bijgewerkt bij de circulaire AOIF nr. 1/2006 van 2 januari 2006, voert een stelsel in waarbij de betaling van de BTW die is verschuldigd wegens de invoer van goederen in België, wordt verlegd naar de periodieke BTW-aangifte van de invoerder, zodat die belasting niet meer aan de douane moet worden voldaan.
2. Met invoer van een goed wordt bedoeld het binnenkomen in het BTW-gebied van de Europese Gemeenschap van een goed uit een derde land of een derdelands gebied. Onder "derde land" of "derdelands gebied" wordt verstaan, de Staten die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap alsmede bepaalde territoria die alhoewel ze deel uitmaken van een lidstaat van die Gemeenschap, toch uitgesloten zijn van de werkingssfeer van de BTW.
3. Ingevolge de toetredingsonderhandelingen gevoerd tussen de Commissie van de Europese Gemeenschap en de kandidaat-lidstaten Bulgarije en Roemenië, treden die beide landen (hierna nieuwe lidstaten genaamd) per 1 januari 2007 tot die Gemeenschap toe.
Het binnenbrengen in België van goederen herkomstig uit die landen, wordt vanaf die datum dan ook niet meer als een invoer maar als een intracommunautaire handeling aangemerkt.
4. Deze circulaire bepaalt de bijzondere regels die ingevolge de uitbreiding van de Europese Gemeenschap met de nieuwe lidstaten in acht moeten worden genomen voor het stelsel van de verlegging van de heffing bij invoer.
Zij vult de aanschrijving nr. 3 van 11 januari 1973 (bijwerking 2006), hierna aanschrijving 3/1973 genaamd, ter zake aan.
HERZIENING VAN DE VOORUITBETAALDE BELASTING
In het jaar 2007 te verrichten herziening
5. Bij de herziening van de vooruitbetaling die de houder van een vergunning in het jaar 2007 moet verrichten (z. nrs. 25 tot 29 van de aanschrijving 3/1973), gelden de hierna uiteengezette regels. Die regels (kunnen) verschillen naargelang de vergunninghouder in 2006 al dan niet invoeren heeft verricht uit de nieuwe lidstaten.
a) De vergunninghouder heeft in 2006 zowel invoeren uit de nieuwe lidstaten als uit andere derde landen verricht
6. Gelet op het feit dat het binnenbrengen in de Gemeenschap van goederen uit de nieuwe lidstaten per 1 januari 2007 niet meer als een invoer wordt aangemerkt waarvoor in het kader van de verleggingsregeling een vooruitbetaling moet worden verricht, wordt de vergunninghouder die in 2006 zowel invoeren uit de nieuwe lidstaten als uit andere derde landen heeft verricht, gemachtigd om, onder de in het nr. 7 gestelde voorwaarde, geen rekening te houden met de totale BTW die werd of moet worden voldaan voor de invoeren van goederen afkomstig uit de nieuwe lidstaten die werden verricht in het kalenderjaar 2006.
In afwijking van het nr. 26, eerste lid, van de aanschrijving 3/1973, moet die herziening alsdan niet gebeuren op basis van het totale bedrag van de BTW waarvan de opeisbaarheid blijkt uit vak 47 van de aangiften voor het verbruik die in het kalenderjaar 2006 werden gevalideerd door de douane, maar mag ze worden verricht op basis van een lagere maatstaf, met name op het totaalbedrag van de verschuldigde BTW vermeld op de aangiften voor het verbruik die in 2006 werden gevalideerd voor de invoeren uit andere landen dan de nieuwe lidstaten.
7. De vergunninghouder die de in vorig lid vermelde bijzondere berekeningswijze wenst toe te passen, moet een uitsplitsing maken van de invoeren die hij in 2006 heeft verricht. Hij dient daartoe een berekeningsblad in tweevoud op te stellen conform de bijlage I bij onderhavig addendum die daartoe kan gebruikt worden. De twee exemplaren van dat document moeten worden gehecht aan de exemplaren van de kennisgeving van de herziening die hij overeenkomstig het nr. 27, tweede lid, van de aanschrijving 3/1973 in duplo moet toesturen aan het BTW-controlekantoor waaronder hij ressorteert.
Het staat de vergunninghouder vrij voornoemd berekeningsblad niet op te stellen en mee te sturen. In dat geval dient hij bij de herziening voor het jaar 2007 de normale regels te volgen, en moet hij voor de berekening van de vooruit te betalen BTW derhalve rekening houden met het totale bedrag van de verschuldigde BTW vermeld op alle aangiften voor het verbruik die hij in 2006 heeft laten valideren.
b) De vergunninghouder heeft in 2006 uitsluitend invoeren verricht uit andere landen dan de nieuwe lidstaten
8. Voor de belastingplichtige die in het jaar 2006 uitsluitend invoeren heeft verricht uit andere landen dan de nieuwe lidstaten, wijzigt er niets. Hij moet het bepaalde in de nrs. 25 tot 28 van de aanschrijving 3/1973 onverkort toepassen voor de herziening van de vooruitbetaling die uiterlijk op 20 april 2007 moet worden verricht. Voor de berekening van die herziening dient hij dus rekening te houden met het totale bedrag van de BTW waarvan de opeisbaarheid blijkt uit de aangiften voor het verbruik die hij in 2006 wegens invoer heeft laten valideren.
Hij moet het berekeningsblad bedoeld in het nr. 7 hiervoor niet opstellen.
c) De vergunninghouder heeft in 2006 uitsluitend invoeren uit de nieuwe lidstaten verricht
9. De belastingplichtige die in 2006 uitsluitend invoeren uit de nieuwe lidstaten heeft verricht, wordt geacht ambtshalve aan de verleggingsregeling te verzaken per 1 januari 2007, voor zover hij dit niet reeds vóór die datum zelf heeft gedaan met inachtneming van de vormvoorwaarde waarin het nr. 12 van de aanschrijving 3/1973 voorziet.
Hij kan alsdan teruggaaf bekomen van het totaal bedrag van de vooruitbetaalde belasting op de wijze uiteengezet in de nrs. 31 tot 33 van aanschrijving 3/1973. Bovenaan het document dat overeenkomstig nr. 32 van die aanschrijving moet worden opgesteld om het recht op teruggaaf te staven, dient volgende melding te worden aangebracht "ambtshalve verval - addendum van 20 november 2006".
10. Wanneer de betrokken belastingplichtige de regeling na 1 januari 2007 verder wil toepassen omdat hij na die datum voornemens is invoeren uit derde landen te verrichten, moet hij een nieuwe aanvraag tot het bekomen van de vergunning indienen. Die aanvraag moet zijn gebaseerd op de invoeren die hij volgens zijn vooruitzichten zal doen tijdens de volgende twaalf kalendermaanden. Bovendien moet hij het bedrag van de vooruit te betalen belasting storten dat in het kader van zijn aanvraag is verschuldigd.
Het bedrag dat de betrokkene heeft vooruitbetaald voor de in 2006 verrichte invoeren zal daarbij, voor zover hij ervan nog geen teruggaaf heeft bekomen, worden toegerekend op het bedrag van de vooruit te betalen belasting dat moet worden gestort voor het bekomen van de nieuwe vergunning om de verlegging van de heffing toe te passen.
AANVRAGEN TOT HET BEKOMEN VAN DE VERGUNNING
11. De aanvragen om vergunning die worden ingediend vanaf 1 januari 2007 dienen, in afwijking van het nr. 20 van de aanschrijving 3/1973, uitsluitend de bedragen te vermelden van de invoeren uit andere derde landen dan Bulgarije en Roemenië.
NAMENS DE MINISTER :
Voor de administrateur Kleine
en Middelgrote Ondernemingen :
De Auditeur-generaal van financiën,
F. HAMELS
BIJLAGE
BEREKENINGSBLAD VOOR DE HERZIENING 2007
In tweevoud toe te sturen aan het BTW-controlekantoor samen met het document bedoeld in bijlage II van de aanschrijving nr. 3/1973 (bijwerking 2006)
Betreft : vergunning ET14000/……….van………………..
De ondergetekende
brengt U ter kennis dat hij in het jaar 2006 zowel goederen uit Bulgarije en/of Roemenië als uit andere derde landen heeft ingevoerd, en dat hij de bijzondere berekeningswijze bedoeld in het nr. 6 van het addendum aan de aanschrijving nr. 3/1973 (bijwerking 2006) wenst toe te passen.
Uitsplitsing van de BTW verschuldigd over de in 2006 gedane invoeren
Berekening van de in 2007 vooruit te betalen belasting
Te …………………………., ……………………………..
(Handtekening, naam en hoedanigheid)
_______________________
Circulaire nr. AOIF 41/2006 (E.T.111.889) dd. 20.11.2006
AANSCHRIJVING NR. 3/1973 (BIJWERKING 2006)
ALS BTW VOORUIT TE BETALEN BEDRAG
INVOER
UITBREIDING VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAP
VERLEGGING VAN DE HEFFING
Bijzondere maatregelen voor de toepassing van de verlegging van de heffing bij invoer, genomen naar aanleiding van de uitbreiding van de Europese Gemeenschap per 1 januari 2007.
ADDENDUM
aan de aanschrijving nr. 3 van 11 januari 1973 (bijwerking 2006)
Aan alle ambtenaren van de sector BTW
DOEL VAN DE CIRCULAIRE
1. De aanschrijving nr. 3 van 11 januari 1973, laatst bijgewerkt bij de circulaire AOIF nr. 1/2006 van 2 januari 2006, voert een stelsel in waarbij de betaling van de BTW die is verschuldigd wegens de invoer van goederen in België, wordt verlegd naar de periodieke BTW-aangifte van de invoerder, zodat die belasting niet meer aan de douane moet worden voldaan.
2. Met invoer van een goed wordt bedoeld het binnenkomen in het BTW-gebied van de Europese Gemeenschap van een goed uit een derde land of een derdelands gebied. Onder "derde land" of "derdelands gebied" wordt verstaan, de Staten die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap alsmede bepaalde territoria die alhoewel ze deel uitmaken van een lidstaat van die Gemeenschap, toch uitgesloten zijn van de werkingssfeer van de BTW.
3. Ingevolge de toetredingsonderhandelingen gevoerd tussen de Commissie van de Europese Gemeenschap en de kandidaat-lidstaten Bulgarije en Roemenië, treden die beide landen (hierna nieuwe lidstaten genaamd) per 1 januari 2007 tot die Gemeenschap toe.
Het binnenbrengen in België van goederen herkomstig uit die landen, wordt vanaf die datum dan ook niet meer als een invoer maar als een intracommunautaire handeling aangemerkt.
4. Deze circulaire bepaalt de bijzondere regels die ingevolge de uitbreiding van de Europese Gemeenschap met de nieuwe lidstaten in acht moeten worden genomen voor het stelsel van de verlegging van de heffing bij invoer.
Zij vult de aanschrijving nr. 3 van 11 januari 1973 (bijwerking 2006), hierna aanschrijving 3/1973 genaamd, ter zake aan.
HERZIENING VAN DE VOORUITBETAALDE BELASTING
In het jaar 2007 te verrichten herziening
5. Bij de herziening van de vooruitbetaling die de houder van een vergunning in het jaar 2007 moet verrichten (z. nrs. 25 tot 29 van de aanschrijving 3/1973), gelden de hierna uiteengezette regels. Die regels (kunnen) verschillen naargelang de vergunninghouder in 2006 al dan niet invoeren heeft verricht uit de nieuwe lidstaten.
a) De vergunninghouder heeft in 2006 zowel invoeren uit de nieuwe lidstaten als uit andere derde landen verricht
6. Gelet op het feit dat het binnenbrengen in de Gemeenschap van goederen uit de nieuwe lidstaten per 1 januari 2007 niet meer als een invoer wordt aangemerkt waarvoor in het kader van de verleggingsregeling een vooruitbetaling moet worden verricht, wordt de vergunninghouder die in 2006 zowel invoeren uit de nieuwe lidstaten als uit andere derde landen heeft verricht, gemachtigd om, onder de in het nr. 7 gestelde voorwaarde, geen rekening te houden met de totale BTW die werd of moet worden voldaan voor de invoeren van goederen afkomstig uit de nieuwe lidstaten die werden verricht in het kalenderjaar 2006.
In afwijking van het nr. 26, eerste lid, van de aanschrijving 3/1973, moet die herziening alsdan niet gebeuren op basis van het totale bedrag van de BTW waarvan de opeisbaarheid blijkt uit vak 47 van de aangiften voor het verbruik die in het kalenderjaar 2006 werden gevalideerd door de douane, maar mag ze worden verricht op basis van een lagere maatstaf, met name op het totaalbedrag van de verschuldigde BTW vermeld op de aangiften voor het verbruik die in 2006 werden gevalideerd voor de invoeren uit andere landen dan de nieuwe lidstaten.
7. De vergunninghouder die de in vorig lid vermelde bijzondere berekeningswijze wenst toe te passen, moet een uitsplitsing maken van de invoeren die hij in 2006 heeft verricht. Hij dient daartoe een berekeningsblad in tweevoud op te stellen conform de bijlage I bij onderhavig addendum die daartoe kan gebruikt worden. De twee exemplaren van dat document moeten worden gehecht aan de exemplaren van de kennisgeving van de herziening die hij overeenkomstig het nr. 27, tweede lid, van de aanschrijving 3/1973 in duplo moet toesturen aan het BTW-controlekantoor waaronder hij ressorteert.
Het staat de vergunninghouder vrij voornoemd berekeningsblad niet op te stellen en mee te sturen. In dat geval dient hij bij de herziening voor het jaar 2007 de normale regels te volgen, en moet hij voor de berekening van de vooruit te betalen BTW derhalve rekening houden met het totale bedrag van de verschuldigde BTW vermeld op alle aangiften voor het verbruik die hij in 2006 heeft laten valideren.
b) De vergunninghouder heeft in 2006 uitsluitend invoeren verricht uit andere landen dan de nieuwe lidstaten
8. Voor de belastingplichtige die in het jaar 2006 uitsluitend invoeren heeft verricht uit andere landen dan de nieuwe lidstaten, wijzigt er niets. Hij moet het bepaalde in de nrs. 25 tot 28 van de aanschrijving 3/1973 onverkort toepassen voor de herziening van de vooruitbetaling die uiterlijk op 20 april 2007 moet worden verricht. Voor de berekening van die herziening dient hij dus rekening te houden met het totale bedrag van de BTW waarvan de opeisbaarheid blijkt uit de aangiften voor het verbruik die hij in 2006 wegens invoer heeft laten valideren.
Hij moet het berekeningsblad bedoeld in het nr. 7 hiervoor niet opstellen.
c) De vergunninghouder heeft in 2006 uitsluitend invoeren uit de nieuwe lidstaten verricht
9. De belastingplichtige die in 2006 uitsluitend invoeren uit de nieuwe lidstaten heeft verricht, wordt geacht ambtshalve aan de verleggingsregeling te verzaken per 1 januari 2007, voor zover hij dit niet reeds vóór die datum zelf heeft gedaan met inachtneming van de vormvoorwaarde waarin het nr. 12 van de aanschrijving 3/1973 voorziet.
Hij kan alsdan teruggaaf bekomen van het totaal bedrag van de vooruitbetaalde belasting op de wijze uiteengezet in de nrs. 31 tot 33 van aanschrijving 3/1973. Bovenaan het document dat overeenkomstig nr. 32 van die aanschrijving moet worden opgesteld om het recht op teruggaaf te staven, dient volgende melding te worden aangebracht "ambtshalve verval - addendum van 20 november 2006".
10. Wanneer de betrokken belastingplichtige de regeling na 1 januari 2007 verder wil toepassen omdat hij na die datum voornemens is invoeren uit derde landen te verrichten, moet hij een nieuwe aanvraag tot het bekomen van de vergunning indienen. Die aanvraag moet zijn gebaseerd op de invoeren die hij volgens zijn vooruitzichten zal doen tijdens de volgende twaalf kalendermaanden. Bovendien moet hij het bedrag van de vooruit te betalen belasting storten dat in het kader van zijn aanvraag is verschuldigd.
Het bedrag dat de betrokkene heeft vooruitbetaald voor de in 2006 verrichte invoeren zal daarbij, voor zover hij ervan nog geen teruggaaf heeft bekomen, worden toegerekend op het bedrag van de vooruit te betalen belasting dat moet worden gestort voor het bekomen van de nieuwe vergunning om de verlegging van de heffing toe te passen.
AANVRAGEN TOT HET BEKOMEN VAN DE VERGUNNING
11. De aanvragen om vergunning die worden ingediend vanaf 1 januari 2007 dienen, in afwijking van het nr. 20 van de aanschrijving 3/1973, uitsluitend de bedragen te vermelden van de invoeren uit andere derde landen dan Bulgarije en Roemenië.
NAMENS DE MINISTER :
Voor de administrateur Kleine
en Middelgrote Ondernemingen :
De Auditeur-generaal van financiën,
F. HAMELS
BIJLAGE
BEREKENINGSBLAD VOOR DE HERZIENING 2007
In tweevoud toe te sturen aan het BTW-controlekantoor samen met het document bedoeld in bijlage II van de aanschrijving nr. 3/1973 (bijwerking 2006)
Betreft : vergunning ET14000/……….van………………..
De ondergetekende
|
Uitsplitsing van de BTW verschuldigd over de in 2006 gedane invoeren
| Totaalbedrag van de in 2006 wegens invoer verschuldigde BTW |
|
| Deel van het totaalbedrag dat betrekking heeft op invoeren uit Bulgarije en/of Roemenië |
|
| Deel van het totaalbedrag dat betrekking heeft op invoeren uit andere derde landen |
|
| In 2007 vooruit te betalen belasting | C x 1/24 (1) = |
|
(Handtekening, naam en hoedanigheid)
_______________________
| (1) | Wanneer de invoeractiviteit slechts in de loop van het jaar 2006 is gestart, mag die berekening niet worden verricht op basis van één vierentwintigste, maar dient het in vak C vermelde bedrag te worden gedeeld door het dubbel van het aantal maanden van 2006 te rekenen vanaf de maand waarin de eerste invoer heeft plaatsgevonden (z. nr. 26 van de aanschrijving nr. 3/1973 - bijwerking 2006). |
Bron: FisconetPlus
