Circulaire nr. Ci.RH.332/367.428 dd. 25.10.1985

CIRC 25.10.85/1

Circulaire nr. Ci.RH.332/367.428 dd. 25.10.1985


Bull. nr. 645, pag. 2751

KAPITAAL
Kapitalen afzonderlijk belastbaar tegen 16,5 pct.
Kapitalen, vergoedingen en afkoopwaarden die bij taxatie worden omgezet
in lijfrente.


Wijzigingen aangebracht in het bijzondere aanslagstelsel van sommige kapitalen en vergoedingen geldend als pensioenen en van sommige afkoopwaarden van levensverzekeringscontracten.

Commentaar op art. 15, W. 28.12.1983 en op art. 16, 17 en 47, § 2, W. 27.12.1984.

INHOUDSOPGAVE

I. INLEIDING......................................................1 II. BIJZONDER AANSLAGSTELSEL TOEPASSELIJK VOOR HET AJ. 1985 (INKOMSTEN VAN 1984) Wettekst.......................................................2 Draagwijdte van deze bepalingen.............................3 en 4 III. BIJZONDER AANSLAGSTELSEL TOEPASSELIJK MET INGANG VAN HET AJ. 1986 (KAPITALEN, ENZ. BETAALD OF TOEGEKEND VAN 1.1.1985 AF) Wetteksten.....................................................5 Draagwijdte van de nieuwe bepalingen...........................6 Kapitalen, vergoedingen en afkoopwaarden die fictief omzetbaar zijn in lijfrenten (art. 92, § 1, WIB)..............7 Kapitalen en afkoopwaarden die afzonderlijk belastbaar zijn tegen 16,5 pct. (art. 93, § 1, 2°, litt.f tot h, WIB)..8 en 9 Inwerkingtreding..............................................10 Overgangsstelsel..............................................11 I. INLEIDING

1. Het bijzondere aanslagstelsel van sommige kapitalen en vergoedingen geldend als pensioenen en van sommige afkoopwaarden van levensverzekeringscontracten, heeft twee achtereenvolgende wijzigingen ondergaan.

De eerste wijziging vloeit voort uit art. 15, W. 28.12.1983 houdende fiscale en begrotingsbepalingen (V. 1704 - B. 625) en betreft art. 92, § 1, 2°, WIB ; zij is het voorwerp van de richtlijnen verstrekt in de nrs. 2 tot 4 hierna, die in feite alleen van toepassing zijn voor het aj. 1985 (d.w.z. voor de kapitalen, enz., betaald of toegekend tijdens het jaar 1984).

De tweede wijziging werd tot stand gebracht door de art. 16 en 17, W. 27.12.1984 houdende fiscale bepalingen (V. 1748 - B. 636) en behelst een grondige hervorming van het vorenbedoelde bijzondere aanslagstelsel, voor de kapitalen, enz., betaald of toegekend van 1.1.1985 af (d.w.z. met ingang van het aj. 1986). Dit stelsel wordt voortaan bepaald, enerzijds, door art. 92, § 1 (nieuw), WIB en, anderzijds, door art. 93, § 1, 2°, litt. f tot h (nieuw), WIB ; deze laatste wettelijke bepalingen worden in de nrs. 5 en volgende hierna toegelicht.

II. BIJZONDER AANSLAGSTELSEL TOEPASSELIJK VOOR HET AJ. 1985 (INKOMSTEN VAN 1984)

Wettekst

2. Art. 92, WIB - § 1. Wanneer in de belastbare inkomsten hierna aangeduide kapitalen, vergoedingen of afkoopwaarden begrepen zijn, worden deze voor de berekening van de belasting slechts in aanmerking genomen ten belope van de lijfrente welke zou voortvloeien uit hun omzetting volgens door de Koning bij in Ministerraad overlegd besluit vastgestelde coëfficiënten, zonder dat deze meer dan 15 pct. mogen bedragen


1°...


2° andere vergoedingen in kapitaal geldend als renten of pensioenen, wanneer zij aan de rechthebbende worden uitgekeerd, hetzij ter gelegenheid van zijn pensionering op de normale datum of in één van de vijf jaren die aan die datum voorafgaan, hetzij ter gelegenheid van zijn brugpensionering, hetzij ter gelegenheid van het overlijden van de persoon van wie hij de rechtverkrijgende is;


3° ...


4° ...


§ 2 ...


Draagwijdte van deze bepalingen

3. Deze bepalingen hebben tot doel het bijzondere aanslagstelsel (omzetting in een fictieve rente) toe te passen op de kapitalen geldend als renten of pensioenen, die aan de rechthebbende worden uitgekeerd ter gelegenheid van zijn brugpensionering, zelfs indien deze brugpensionering plaatsvindt meer dan vijf jaar vóór de normale leeftijd van de pensionering.

Dit aanslagstelsel wordt uitgebreid tot de afkoopwaarden van groepsverzekeringscontracten die bij dezelfde gelegenheid worden uitgekeerd (cf. Doc. 758, nr. 15, blz. 29, Kamer van Volksvertegenwoordigers, zitting 1983-1984).

4. In zijn gewijzigde versie preciseert de wettekst bovendien dat het bedoelde bijzondere aanslagstelsel van toepassing is op de beoogde kapitalen die worden verkregen ter gelegenheid van de pensionering op de normale datum (d.w.z. het tijdstip waarop de loopbaan wettelijk of statutair eindigt wegens ouderdomsredenen) of in één van de vijf jaren welke aan die datum voorafgaan. Hiermede wordt de vroegere administratieve rechtspraak ter zake bevestigd.

III. BIJZONDER AANSLAGSTELSEL TOEPASSELIJK MET INGANG VAN HET AJ. 1986 (KAPITALEN, ENZ. BETAALD OF TOEGEKEND VAN 1.1.1985 AF)

Wetteksten

5. Art. 92, WIB - § 1. Kapitalen die worden vereffend bij het normaal verstrijken van het contract of bij overlijden van de verzekerde en afkoopwaarden die worden vereffend in een der vijf jaren die aan het normaal verstrijken van het contract voorafgaan, voortkomend van levensverzekeringscontracten in de zin van artikel 54, 2° b, of 3°, of van aanvullende pensioenen overeenkomstig artikel 52bis van het koninklijk besluit nr. 72 van 10 november 1967 betreffende liet rust- en overlevingspensioen der zelfstandigen, alsmede kapitalen die de aard hebben van een vergoeding tot geheel of gedeeltelijk herstel van een bestendige derving van bedrijfsinkomsten, worden voor de vaststelling van de belastbare grondslag slechts in aanmerking genomen ten belope van de lijfrente welke zou voortvloeien uit hun omzetting volgens door de Koning bij in Ministerraad overlegd besluit vastgestelde coëfficiënten die niet meer dan 5 pct. mogen bedragen.

Hetzelfde omzettingsstelsel is van toepassing op de eerste schijf van 2 miljoen frank van het kapitaal of van de afkoopwaarde van levensverzekeringscontracten in de zin van de artikelen 45, 3°, b, en 54, 2°, a, die het voorwerp hebben uitgemaakt van voorschotten op contracten of die als waarborg hebben gediend van een hypothecaire lening, voor zover die voorschotten verleend of die leningen gesloten werden voor het bouwen, het verwerven of het verbouwen van een in België gelegen eerste woonhuis dat uitsluitend bestemd is voor het persoonlijk gebruik van de leningnemer en van de personen die van zijn gezin deel uitmaken en indien, bij leven van de verzekerde, de voorschotten op contracten of de vestiging van de hypotheek ten minste tien jaar vóór het verstrijken van het contract hebben plaatsgevonden.

Art. 93, WIB. - § 1. In afwijking van de artikelen 77 tot 91, zijn afzonderlijk belastbaar, behalve wanneer de aldus berekende belasting vermeerderd met de belasting betreffende de andere inkomsten, meer bedraagt dan die welke zou voortvloeien uit de toepassing van de bedoelde artikelen op het geheel der belastbare inkomsten


1° ...


1°bis ...


2° tegen een aanslagvoet van 16,5 pct.


a) tot e) ...


f) kapitalen van niet in artikel 92, § 1, bedoelde levensverzekeringscontracten die worden vereffend bij het normaal verstrijken van het contract of bij het overlijden van de verzekerde, alsmede de afkoopwaarden van die contracten wanneer zij vereffend worden, hetzij ter gelegenheid van de pensionering of brugpensionering van de verzekerde, hetzij in een der vijf jaren die voorafgaan aan het normaal verstrijken van het contract, hetzij op de normale leeftijd van het volledig en definitief stopzetten van de beroepswerkzaamheid in de zin van artikel 20, 2°, a, ingevolge waarvan het kapitaal is gevormd;

g) andere kapitalen geldend als renten of pensioenen wanneer zij aan de rechthebbende worden uitgekeerd ten vroegste, hetzij ter gelegenheid van zijn pensionering op de normale datum of in één van de vijf jaren die aan die datum voorafgaan, hetzij ter gelegenheid van zijn brugpensionering, hetzij ter gelegenheid van het overlijden van de persoon van wie hij de rechtverkrijgende is, hetzij op de normale leeftijd van het volledig en definitief stopzetten van de beroepswerkzaamheid, in de zin van artikel 20, 2°, a, ingevolge waarvan het kapitaal is gevormd;

h) de afkoop van de gekapitaliseerde waarde van een gedeelte van het wettelijk rust- of overlevingspensioen.


3° ...


4° ...


5° ...


§§ 2 en 3 ...


Draagwijdte van de nieuwe bepalingen

6. Deze bepalingen houden in, enerzijds, dat sommige kapitalen, enz., krachtens art. 92, § 1 (nieuw), WIB, omzetbaar blijven in fictieve lijfrenten (die renten worden nochtans opnieuw beperkt tot 5 pct. van het kapitaal) en, anderzijds, dat sommige andere kapitalen, enz., voortaan afzonderlijk belastbaar zijn tegen een aanslagvoet van 16,5 pct. op grond van art. 93, § 1, 2°, liet. f tot h (nieuw), WIB.

Kapitalen, vergoedingen en afkoopwaarden die fictief omzetbaar zijn in lijfrenten (art. 92, § 1, WIB)

7. De hierna vermelde kapitalen, enz., worden, voor de vaststelling van de belastbare grondslag ten name van de verkrijger, slechts in aanmerking genomen ten belopen van de lijfrente welke voortvloeit uit hun omzetting volgens de coëfficiënten (maximum 5 pct.) bepaald in art. 57, § 1, KB/WIB (1)

[(1) § 2 van art. 57, K.B./WIB, is zonder voorwerp geworden].

1° de kapitalen die worden vereffend bij het normaal verstrijken van het contract of bij het overlijden van de verzekerde en de afkoopwaarden die worden vereffend in één der vijf jaren die aan het normaal verstrijken van het contract voorafgaan en die voortkomen:

  • hetzij van individuele levensverzekeringscontracten in de zin van art. 54, 2°, b of 3°, WIB;
  • hetzij van het wettelijk aanvullend pensioenstelsel bedoeld in art. 52bis, KB nr. 72 van 10.11.1967 betreffende het rust- en overlevingspensioen der zelfstandigen;
  • hetzij van groepsverzekeringscontracten in de zin van de art. 45, 3°, b, en 54, 2°, a, WIB, die het voorwerp hebben uitgemaakt van voorschotten op contracten of die als waarborg hebben gediend van een hypothecaire lening voor zover:


a) die voorschotten werden verleend of die leningen werden gesloten voor het bouwen, het verwerven of het verbouwen van een in België gelegen eerste woonhuis dat uitsluitend bestemd is voor het persoonlijk gebruik van de leningnemer en van de personen die van zijn gezin deel uitmaken (2);

b) bij leven van de verzekerde, de voorschotten op contracten of de vestiging van de hypotheek ten minste tien jaar vóór het verstrijken van het contract hebben plaatsgevonden (3).

Wat de vorenbedoelde groepsverzekeringscontracten betreft, is de omzetting in een fictieve rente nochtans slechts van toepassing op de schijf van de kapitalen en van de afkoopwaarden die overeenstemt met het bedrag (4) van het (de) voorschot(ten) of van de hypothecaire waarborg(en), bedrag dat, in voorkomend geval, wordt beperkt tot een absoluut maximum (4) van 2.000.000 BEF;

[(1) Voor de draagwijdte van de begrippen "eerste woonhuis" en "personen die van zijn gezin deel uitmaken", zie Com.IB 41/27. (2) In voorkomend geval mag er, bij wijze van overgang en mits het onherroepelijk akkoord van de belastingplichtige, abstractie worden gemaakt van de termijn van 10 jaar, met betrekking tot de voorschotten op contracten die vóór 1.1.1985 hebben plaatsgevonden en de vóór diezelfde datum gevestigde hypotheken. (3) Voor de schijf die dat bedrag of dat maximum te boven gaat, zie nr. 8, 1°].

2° de vergoedingen in kapitaal die de aard hebben van vergoedingen die het geheel of gedeeltelijk herstel van een bestendige derving van bedrijfsinkomsten vertegenwoordigen.

Kapitalen en afkoopwaarden die afzonderlijk belastbaar zijn tegen 16,5 pct. (art. 93, § 1, 2° litt. f tot h, WIB)

8. Voortaan zijn op grond van art. 93, § 1, 2°, litt. f tot h, WIB, afzonderlijk belastbaar tegen 16,5 pct.:

1° de kapitalen voortkomend van groepsverzekeringscontracten (met inbegrip van die bedoeld in nr. 7, 1°, 3de gedachtenstreep, voor het bedrag dat hoger is dan het tot 2.000.000 BEF beperkte bedrag van het voorschot of de waarborg), wanneer zij worden vereffend bij het normaal verstrijken van het contract of bij het overlijden van de verzekerde, alsmede de afkoopwaarden van die contracten wanneer zij worden vereffend:

  • hetzij in één der vijf jaren die voorafgaan aan het normaal verstrijken van het contract;
  • hetzij ter gelegenheid van de pensionering (5) of brugpensionering van de verzekerde;


[(5) d.w.z. het normale tijdstip waarop de loopbaan wettelijk of statutair eindigt wegens ouderdomsredenen (cf. Com.IB 92/5, eerste lid, litt. a)].

  • hetzij op de normale leeftijd van het volledig en definitief stopzetten van de beroepswerkzaamheid van de loon- of weddetrekker ingevolge waarvan het kapitaal is gevormd;


2° de kapitalen geldend als renten of pensioenen, die niet bedoeld zijn onder 1°, wanneer zij aan de rechthebbende worden uitgekeerd ten vroegste:

  • hetzij ter gelegenheid van zijn pensionering op de normale datum of in één van de vijf jaren die aan die datum voorafgaan;
  • hetzij ter gelegenheid van zijn brugpensionering;
  • hetzij ter gelegenheid van het overlijden van de persoon van wie hij de rechtverkrijgende is;
  • hetzij op de normale leeftijd van het volledig en definitief stopzetten van de beroepswerkzaamheid van de loon- of weddetrekker ingevolge waarvan het kapitaal is gevormd;


3° de afkoop van de gekapitaliseerde waarde van een gedeelte van het wettelijk rust- of overlevingspensioen.

9. In feite bevatten de richtlijnen van nr. 8 slechts één nieuw begrip, nl. de normale leeftijd van het volledig en definitief stopzetten van de beroepswerkzaamheid van de loon- of weddetrekker ingevolge waarvan het kapitaal is gevormd-. Dit begrip moet in elk geval afzonderlijk worden beoordeeld, rekening houdend met de feitelijke en juridische omstandigheden die er eigen aan zijn. Het geldt voor de belastingplichtigen - zoals de beroepssportlui - wier loopbaan relatief kort is.

In geval van betwisting nopens het vaststellen van de normale leeftijd van het stopzetten van de werkzaamheid, moet het dossier ter beoordeling aan het hoofdbestuur worden toegezonden.

Wat de beroepsvoetballers betreft, werd die "normale leeftijd" op 35 jaar bepaald.

Inwerkingtreding

10. Krachtens art. 47, § 1, 4°, W. 27.12.1984, zijn de in de nrs. 5 tot 9 uiteengezette richtlijnen van toepassing op de bedoelde kapitalen, toelagen en afkoopwaarden die zijn betaald of toegekend met ingang van 1.1.1985.

Overgangsstelsel

11. Art. 47, § 2, W. 27.12.1984, verduidelijkt dat de bepalingen van art. 92, § 2, WIB, van toepassing blijven op de latere aanslag van kapitalen, afkoopwaarden en andere éénmalige toelagen die vóór 1.1.1985 werden betaald of toegekend onder de voorwaarden bedoeld in § 1 van hetzelfde art. 92, zoals die § bestond alvorens te zijn gewijzigd door art. 16, W. 27.12.1984.

Dit betekent dat de fictieve lijfrenten met betrekking tot de vóór 1.1.1985 vereffende kapitalen, enz., bij voortduur belastbaar blijven volgens de op het ogenblik van deze vereffening van kracht zijnde regelen.