Aanschrijving nr. 138 dd. 09.09.1971

AANSCHRIJVING 71/138

Aanschrijving nr. 138 dd. 09.09.1971


Invoer langs de post van boeken en tijdschriften

1. Deze aanschrijving regelt de formaliteiten en de maatstaf van heffing van de BTW bij de aangifte voor het verbruik van boeken en tijdschriften die langs de post worden ingevoerd.

Invoerformaliteiten.

2. Volgens de postreglementering mogen drukwerken langs de post worden ingevoerd indien het gewicht per zending 5 kg niet overtreft voor boeken of indien het gewicht per zending 2 kg niet overtreft voor andere drukwerken.

3. Op de zending van aan fiscale rechten onderworpen goederen moet een groen etiket C1 (z. bijlage 1) zijn geplakt waarop vermeld zijn : omstandige opgave van de inhoud, de waarde en het nettogewicht. Er kan nochtans worden volstaan met het bovengedeelte van het etiket (« Douane - Mag ambtshalve worden geopend »), op voorwaarde dat de zending een douaneverklaring C2/CP 3 (z. bijlage 2) bevat of van een dergelijke verklaring vergezeld gaat.

4. De van een groen etiket C1 voorziene zendingen worden, ongeacht het land van herkomst en ongeacht de bestemming in België, naar bepaalde postkantoren gezonden waar de zendingen door de post worden ingeklaard.

5. Het etiket C1 of eventueel de douane-verklaring C2/ CP 3 moeten de postdiensten in staat stellen de documenten die bij de douane moeten worden ingediend, in de vereiste vorm op te stellen. Indien de in zijn bezit zijnde aanduidingen niet volstaan, maakt de postdienst vooraf de inventaris op van de goederen en vraagt aanvullende gegevens aan de geadresseerde.

Indien de geadresseerde een belastingplichtige is, legt de post aan de douane een aangifte ten verbruik over, samen met een op naam van die geadresseerde opgesteld document 45 A (wit) of 45 B, waarop fiscale zegels tot beloop van de verschuldigde BTW zijn aangebracht.

Door de post wordt een globale aangifte ten verbruik alsmede een globaal document 45 A (geel) ingediend voor al de aan niet-belastingplichtigen geadresseerde zendingen die in de loop van een zelfde dag bij de douane ten verbruik worden aangegeven. Op het document 45 A (geel) wordt het globale bedrag van de verschuldigde BTW voldaan door middel van fiscale zegels. De twee exemplaren van dat document worden door de douane ingehouden. De afrekening die de post aan de geadresseerde moet bezorgen mag voor de niet-belastingplichtige gelden als bewijs dat de BTW is voldaan tot beloop van het op die afrekening vermelde bedrag van de BTW.

6. Goederen die als postzending uit Nederland of uit het Groothertogdom Luxemburg ter bestemming van België zijn verzonden, mogen bij het binnenkomen worden aangemerkt als goederen uit Nederland of uit Luxemburg, tenzij het tegendeel blijkt uit enige aanwijzing. Bij aangifte voor het verbruik van goederen uit Nederland of Luxemburg is geen douanedocument vereist. Wanneer inzake BTW de voorwaarden zijn vervuld voor de verlegging van de heffing (z. kon. besl. nr. 7, van 12 maart 1970, art. 6, § 2), wordt aan de douane geen document 45 A (wit) of 45 B overgelegd, maar wordt alleen een kopiefactuur of, eventueel, een vervangend stuk afgegeven en vindt verlegging van de heffing plaats.

7. Wanneer de verschuldigde invoerrechten en/of BTW in totaal niet meer dan 20 F bedragen, mag de zending zonder douaneformaliteiten langs de post worden ingevoerd. De verschuldigde BTW dient dan door de belanghebbende zelf te worden voldaan op de wijze als is voorgeschreven in nr. 13 hierna.

8. Bij de invoer van periodieke publikaties met een algemeen informatieve strekking. die ten minste 50 keer per jaar verschijnen wordt geen BTW geheven indien de geadresseerde niet de uitgever of de drukker is (z. aanschr. van 15 december 1970, nr. 82). Op het document 45 B moet de volgende vermelding zijn aangebracht : « BTW aanschr. van 15 december 1970, nr. 82 ».

9. De zendingen langs de post die niet van het vereiste groene etiket C1 zijn voorzien, worden aangemerkt als onregelmatige zendingen. Ze worden eveneens gezonden naar een van de in nr. 4 bedoelde kantoren.

In dat geval worden door de post geen aangifteformulieren bij de douane ingediend. en worden ook geen documenten 45 A of 45 B opgesteld. De zending wordt vertoond aan de douane die de goederen ambtshalve belast zonder bemoeiing van de geadresseerde. tenzij aanvullende inlichtingen nodig zijn. De douane geeft aan de postontvanger een kwitantie 157 A af, met aanduiding van de verschillende belastingen (o.m. BTW) en de gevorderde boete. Die kwitantie vermeldt dat de bedragen werden voorgeschoten door de postontvanger « ter ontlasting en voor rekening van de geadresseerde » wiens naam en adres zijn aangeduid.

Herziening.

13. De heffing over de naar het brutogewicht bepaalde forfaitaire maatstaf is slechts voorlopig.

In de daartoe aanleiding gevende gevallen kan teruggaaf worden verleend van de teveel geheven belasting ( z. kon. besl. nr. 4, van 21 december 1969, inzonderheid artikel 2 zoals die bepaling gewijzigd is door artikel I van het koninklijk besluit van 29 september 1970).

De geadresseerde is anderdeels gehouden de heffing te herzien wanneer onvoldoende belasting werd voldaan. Indien de geadresseerde een belastingplichtige is die gehouden is een maandaangifte of een kwartaalaangifte in te dienen neemt hij de nog te betalen belasting op onder de rubriek « Herzieningen » van zijn aangifte. In de andere gevallen wordt het verschuldigde bedrag door de geadresseerde voldaan door het aanbrengen en onbruikbaar maken van hele fiscale plakzegels op de factuur of op de afrekening van de post.

14. Om evenwel talrijke herzieningen, in gevallen waar het belang ervan gering is te vermijden, stemt de Administratie erin toe dat geen herziening van de heffing over de forfaitaire maatstaf plaatsvindt indien aan de volgende voorwaarden is voldaan :

a) de geadresseerde is een belastingplichtige die de wegens invoer verschuldigde belasting volledig in aftrek mag brengen;

b) de werkelijke maatstaf van heffing is niet hoger dan het dubbele van de forfaitaire maatstaf.

De aandacht zij erop gevestigd dat van de herziening van de heffing enkel wordt afgezien volgens het bepaalde in het vorige lid, wanneer het gaat om invoeren langs de post van boeken en tijdschriften.

In andere gevallen vindt de aanschrijving van 15 juli 1971, nr. 116, toepassing.