Circulaire nr. Ci.RH.332/393.031 dd. 08.04.1988

CIRC 08.04.88/2

Circulaire nr. Ci.RH.332/393.031 dd. 08.04.1988


Bull. nr. 672, pag. 842

AANSLAGVOET PB
Gemiddelde aanslagvoet van het laatste vorige jaar met normale
beroepswerkzaamheid.

BELASTBAAR TIJDPERK
Kwijtschelding van achtergestelde lening aan werklozen.

WINSTEN (OF BATEN) UIT EEN VROEGERE WERKZAAMHEID
Volledige en definitieve stopzetting van een zelfstandige
beroepswerkzaamheid.

ZELFSTANDIGEN
Aanmoediging van de vestiging van werklozen als zelfstandige.


Achtergestelde leningen verkregen door werklozen die zich als zelfstandige hebben gevestigd : aanslagstelsel van de lening die niet moet worden terugbetaald bij onvrijwillige stopzetting van de beroepswerkzaamheid.

De vraag werd gesteld welk aanslagstelsel van toepassing is op het bedrag van de lening dat niet moet worden terugbetaald bij onvrijwillige stopzetting van de zelfstandige beroepswerkzaamheid, door personen die een achtergestelde lening hebben bekomen in het kader van het Koninklijk Besluit van 22 augustus 1983 tot instelling van een tegemoetkoming in de achtergestelde leningen toegekend door het Participatiefonds dat bij de Nationale Kas voor Beroepskrediet is opgericht, aan de uitkeringsgerechtigde volledig werklozen die zich als zelfstandige wensen te vestigen of die een onderneming wensen op te richten (B.S. 07.09.1983).

Het kapitaal van de lening dat wegens de onvrijwillige stopzetting van de beroepswerkzaamheid niet meer moet worden terugbetaald, is belastbaar op grond van de artikelen 20, 4° en 31, 2° van het Wetboek van de inkomstenbelastingen, d.w.z. als een winst of baat die wordt behaald of vastgesteld na de stopzetting van de zelfstandige beroepswerkzaamheid en die voortkomt van de vroegere uitoefening van die beroepswerkzaamheid.

Het aldus kwijtgescholden bedrag is belastbaar voor het belastbaar tijdperk waarin de definitieve beslissing tot gehele of gedeeltelijke kwijtschelding van de lening is getroffen door het Beheerscomité van het hoger genoemd Participatiefonds.

Overeenkomstig de bepalingen van artikel 93, U 1, 3°, c, van het voormelde wetboek, zijn de hiervoor bedoelde winsten en baten in principe afzonderlijk belastbaar tegen de gemiddelde aanslagvoet overeenstemmend met het geheel van de belastbare inkomsten van het laatste vorige jaar waarin de belastingplichtige een normale beroepswerkzaamheid heeft gehad.