Italië - Circulaire Ci.R.9 It/308.394 dd. 06.07.1990

Bulletin nr. 697/08-09.90, p. 2219-2226

Dubbelbelastingverdragen

Italië

06.07.1990.- Circ. nr. Ci.R9 lt./308.394. - Onderrichtingen voor de toepassing van Belgisch-Italiaanse Overeenkomst van 29 april 1983 tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontduiken en het ontgaan van belasting op het gebied van belastingen naar het inkomen, en van het Slotprotocol en het aanvullend Protocol (V. 2006 Erratum - B. 694).

I. BELANGRIJKE DATA

Ondertekening van de Overeenkomst en van het Slotprotocol : 29 april 1983.

Ondertekening van het aanvullend Protocol tot wijziging van het Slotprotocol : 19 december 1984.

Goedkeuring : W. 8 augustus 1986.

Publicatie: B.S. : 22 maart 1990 (V. 2006 Erratum - B. 694).

Uitwisseling van de akten van bekrachtiging : 14 juli 1989.

Inwerkingtreding: 29 juli 1989.

a) Toepassing in België :

- op alle bij de bron verschuldigde belastingen op inkomsten die met ingang van 1 januari 1990 zijn toegekend of betaalbaar gesteld;

- op de andere belastingen geheven naar inkomsten van belastbare tijdperken die eindigen op of na 31 december 1990.

b) Vroegere Overeenkomst en Slotprotocol :

De Overeenkomst en het Slotprotocol van 19 oktober 1970 (V. 1375 - B. 513) houden op toepassing te vinden op elke belasting met betrekking tot een tijdperk waarvoor de Overeenkomst van 29 april 1983 uitwerking heeft (art. 30, § 3).

ll. ALGEMENE KENMERKEN

De nieuwe Belgisch-Italiaanse Overeenkomst van 29 april 1983 beoogt het vermijden van dubbel belasting inzake bestaande en toekomstige belastingen naar het inkomen die voor rekening van elke overeenkomstsluitende Staat of van de plaatselijke gemeenschappen daarvan worden geheven. De Overeenkomst is in België van toepassing op de belastingen die in art. 2, § 3, a) zijn vermeld; het feit dat sommige van die belastingen regionale belastingen, gedeelde belastingen en/of gezamenlijke belastingen zijn, heeft in dit opzicht geen belang.

Bovendien stelt de Overeenkomst, volgens de gebruikelijke regels en met de gewone voorzorgsmaatregelen, de uitwisseling in van inlichtingen die nodig zijn niet alleen voor de juiste toepassing van de bepalingen van de Overeenkomst maar ook voor de toepassing van de bepalingen van de Belgische en de Italiaanse interne wetgeving met betrekking tot de in de Overeenkomst bedoelde belastingen (art. 26).

Zij voorziet eveneens in wederzijdse bijstand voor de invordering van die belastingen (art. 27).

De Overeenkomst waarbij een Slotprotocol en een aanvullend Protocol zijn gevoegd, vertoont een grote gelijkenis met de andere door België gesloten gelijkaardige overeenkomsten. Alleen de voornaamste en specifieke bepalingen ervan worden hierna besproken.

IlI. VOORKOMING VAN DUBBELE BELASTING

A) Ondernemingswinst

1° Algemene regeling van de belastingheffing

Overeenkomstig de gewone regels mogen winsten van een onderneming van een overeenkomstsluitende Staat, niet zijnde een landbouw- of bosbedrijf (waarvan de inkomsten overeenkomstig art. 6 van de overeenkomst mogen worden belast in de Staat waar de onroerende goederen van deze onderneming zijn gelegen), noch een lucht- of zeevaartonderneming bedoeld in 3 hierna, normaliter slechts in de andere Staat worden belast voor zover zij aan een in die andere Staat gelegen vaste inrichting kunnen worden toegerekend.

De in art. 5 van de Overeenkomst neergelegde definitie van de vaste inrichting vertoont grote gelijkenis met de desbetreffende definitie in vele andere overeenkomsten. Er kan wel worden opgemerkt dat een onderneming van een Staat niet wordt geacht een vaste inrichting in de andere Staat te bezitten indien zij zich ertoe beperkt goederen of rechten als bedoeld in art. 12, § 3, van de Overeenkomst te verhuren, te verpachten of het recht van gebruik daarvan af te staan (art. 5, § 3, f).

2° Regeling voor Belgische vaste inrichtingen van Italiaanse vennootschappen

Het tarief van de B. N. V./Ven. op de winsten van vaste inrichtingen wordt verminderd tot het maximumtarief van de Ven. B., d.i. 43 pct. voor aj. 1990 bijvoorbeeld (punt 4, a, van het Slotprotocol).

De regeling van het interne recht is van toepassing met betrekking tot de heffing van de R.V. op door Belgische vaste inrichtingen van Italiaanse vennootschappen geïncasseerde dividenden en tot de niet-verrekening ervan met de B.N.V./Ven. voor zover het dividenden uit vaste deelnemingen betreft (punt 4, b, van het Slotprotocol).

3° Zee- en luchtvaartondernemingen

Winst verkregen uit de exploitatie van schepen en luchtvaartuigen in internationaal verkeer is zoals gebruikelijk slechts belastbaar in de Staat waar de plaats van de werkelijke leiding van de onderneming is gelegen (art. 8, ov.). Aldus zijn Belgische zee- of luchtvaartondernemingen van Italiaanse belasting vrijgesteld en, omgekeerd, zijn Italiaanse zee- of luchtvaartondernemingen van Belgische belasting vrijgesteld.

B) Belastingheffing van roerende inkomsten in de bronstaat

1 ° Algemeen

De art. 10, 11 en 12 van de Overeenkomst bepalen als volgt en onder de gewone voorwaarden de belastingregeling die in de bronstaat van toepassing is op roerende inkomsten die door inwoner van de andere Staat worden verkregen:

a) Dividenden (daaronder begrepen inkomsten van in Belgische personenvennootschappen belegde kapitalen): de Belgische R. V. of de Italiaanse belasting, naar het geval, wordt beperkt tot 15 pct. van het brutobedrag van de dividenden.

b) Interest: de Belgische R. V. of de Italiaanse belasting, naar het geval, wordt beperkt tot 15 pct. van het normale brutobedrag van de interest. Er is evenwel vrijstelling van belasting in de bronstaat voor interest:

- van niet door effecten aan toonder vertegenwoordigde leningen, betaald aan één van de overeenkomstsluitende Staten of aan een staatkundig of administratief onderdeel of een plaatselijke gemeenschap daarvan;

- betaald aan kredietinstellingen van één van de overeenkomstsluitende Staten voor niet door effecten aan toonder vertegenwoordigde leningen die in het kader van tussen de twee overeenkomstsluitende Staten gesloten akkoorden worden toegestaan.

c) Royalty's : de Belgische belasting of de Italiaanse belasting, naar het geval, wordt beperkt tot 5 pct. van het normale brutobedrag van de inkomsten.

2° Roerende inkomsten uit bronnen in België verkregen door inwoners van ltalië

De vermindering van de Belgische voorheffing waartoe de bepalingen van de overeenkomsten in de regel aanleiding geven, wordt op de gebruikelijke wijze op voorlegging van een van de hierna vermelde formulieren verleend (1) :

- model 276 Div.-Aut., voor dividenden;

------

(1) Deze formuIieren (zomede de desbetreffende bijhorende verklarende nota's) worden in België kosteloos uitgereikt door het Centraal Taxatiekantoor Brussel­ Buitenland, Sint-Lazaruslaan 10, bus 1, te 1210 Brussel.

- model 276 lnt.-Aut., voor interest;

- model 276 R., voor royalty's.

Voor de procedure en de wijze van berekening van de beperkingen van de Belgische belasting wordt, mutatis mutandis, verwezen naar de circ. Ci.R 9 Div./325.546 van 5 augustus 1982 en naar de Com.Ov. nr. 10/231 en volgende, 11/231 en volgende en 12/231 en volgende.

De vrijstelling van Belgische belasting die in art. 11, § 3 van de Overeenkomst is vastgelegd met betrekking tot Belgische interest die wordt verkregen door de Italiaanse Staat of door een van onderdelen of gemeenschappen daarvan, wordt evenwel verleend op eenvoudige aanvraag waarin wordt aangetoond dat de uiteindelijke gerechtigde tot de interest aan de in de Overeenkomst bepaalde voorwaarden voldoet.

3°Roerende inkomsten uit bronnen in Italië verkregen door inwoners van België

De wijze waarop de beperking van de Italiaanse belasting wordt toegepast, is door de Italiaanse Administratie nog niet medegedeeld. Bijgevolg worden inwoners van België die dividenden, interest of royalty's uit Italië verkrijgen, aangeraden een verzoek tot beperking in te dienen bij het Italiaanse bureau der belastingen (intendenza da Finanza) waarvan de schuldenaar van de inkomsten afhangt. Zij moeten bij hun verzoek elk bewijs tot staving van hun recht op beperking voegen; zij kunnen met name hun hoedanigheid van inwoner van België bewijzen door middel van een woonplaatsattest 276 Conv. dat door de Belgische belastingdienst waarvan zij afhangen wordt uitgereikt. Om dit attest te verkrijgen dient de verkrijger van de inkomsten het bewijs te leveren van de juiste aard en het bedrag van de inkomsten waarvoor hij de toepassing van de Overeenkomst vraagt.

C. Openbare beloningen en pensioenen (art. 19, punt 2 van het Slotprotocol en art. 1 van het aanvullend Protocol)

Beloningen en pensioenen van overheidsambtenaren zijn, in de regel, uitsluitend belastbaar in de betalende Staat indien de genieter de nationaliteit van die Staat of van een derde Staat bezit of indien hij de nationaliteit van beide overeenkomstsluitende Staten bezit. Deze regeling is eveneens uitgebreid tot de ambtenaren van de instellingen die in art. 1 van het aanvullend Protocol van 19 december 1984 zijn opgesomd.

Er wordt opgemerkt dat art. 2 van de Belgische wet houdende goedkeuring van de Overeenkomst België toelaat de inkomsten van deze ambtenaren, inwoners van Italië, daadwerkelijk te belasten.

Deze inkomsten zullen dus overeenkomstig de normale regels aan de B.V. worden onderworpen.

D. Vermijding van dubbele belasting in België (art. 23)

Dubbele belasting van inkomsten die inwoners van België uit bronnen in Italië verkrijgen en die ingevolge de Overeenkomst in Italië belastbaar zijn, wordt op de gewone wijze vermeden (methode van vrijstelling met progressievoorbehoud of methode van forfaitaire verrekening voor sommige roerende inkomsten).

Er wordt echter opgemerkt dat het tarief van het verrekenbare F.B.B. nooit lager mag zijn dan de maximum-tarieven van de bronbelasting die in Italië krachtens de paragrafen 2 van de artikelen 10, 11 of 12, naar het geval, wordt geheven.

Bovendien, en alhoewel de overeenkomst zulks niet uitdrukkelijk bepaalt, moet de aftrek in de Ven.B (85 of 90 pct., naar het geval) van dividenden van vaste deelnemingen die Belgische vennootschappen in Italiaanse vennootschappen bezitten, worden toegestaan onder de voorwaarden van het interne recht van België.

E. Wederzijdse bijstand voor de invordering (art. 27)

De Overeenkomst bevat een bepaling die een voortaan veralgemeende invorderingsbijstand instelt met betrekking tot de belastingen waarop zij van toepassing is.

De nodige onderrichtingen zullen worden gegeven zodra over de praktische toepassingsregels van deze bijstandsclausule tussen België en Italië een akkoord zal zijn gesloten.

F. Regeling voor onderling overleg (art. 25)

De Overeenkomst stelt op de gebruikelijke wijze een regeling voor onderling overleg tussen de bevoegde autoriteiten van de twee Staten in. Er wordt echter aangestipt dat punt 5 van het Slotprotocol bepaalt dat de belastingplichtige slechts om de toepassing van de regeling voor onderling overleg kan verzoeken nadat het de interne procedure inzake geschillen heeft ingesteld of een verzoek m teruggaaf op grond van art. 28 van de Overeenkomst heeft ingediend.