Circulaire nr. Ci.RH.231/567.570 (AOIF 1/2005) van 05.01.2005

CIRC 05.01.05/1
DEPOSITO
Inkomen van een gewoon spaardeposito
Vrijgestelde schijf van inkomsten van een spaardeposito

ROERENDE VOORHEFFING
Inkomen van een gewoon spaardeposito
Fiscale behandeling van de inkomsten van spaardeposito's zoals bedoeld in art. 25, 5°, WIB 92 na de wijziging van art. 127, WIB 92 door art. 20 van de W 10.08.2001 houdende hervorming van de personenbelasting.
Aan alle ambtenaren van de niveaus 1, B en C
1. Deze circulaire bespreekt de gevolgen van de wijziging van artikel 127, WIB 92 door artikel 20 van de W 10.8.2001 houdende hervorming van de personenbelasting op het vlak van de inkomsten zoals bedoeld in artikel 21, 5°, WIB 92.
2. Er wordt aan herinnerd dat overeenkomstig de bepalingen van het voormeld artikel 21, 5°, WIB 92 de inkomsten van roerende goederen en kapitalen niet de eerste schijf van 1.250 EUR (te indexeren) per jaar omvatten van de inkomsten uit spaardeposito's die zonder overeengekomen vaste termijn of opzeggingstermijn zijn ontvangen door de in België gevestigde kredietinstellingen die vallen onder de W 22.3.1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen en die voldoen aan alle fiscale voorwaarden terzake.
Ten gevolge van de hiervoor vermelde wijziging van artikel 127, WIB 92 wordt deze vrijstelling vanaf het aanslagjaar 2005, zowel voor de berekening van de personenbelasting als van de roerende voorheffing, verleend per belastingplichtige. Dit betekent concreet dat voor het aanslagjaar 2005 elke gehuwde of wettelijk samenwonende partner zoals bedoeld in artikel 2, 2°, WIB 92 met betrekking tot de bedoelde spaardeposito's een vrijstelling van 1.520 EUR verkrijgt.
Deze dubbele vrijstelling is ook van toepassing wanneer slechts één spaardeposito werd geopend op naam van beide echtgenoten (of wettelijk samenwonende partners). Bovendien wordt de aandacht erop gevestigd dat de bedoelde dubbele vrijstelling eveneens kan worden verkregen in de gevallen waarbij een spaardeposito werd geopend op naam van één van beide echtgenoten (of wettelijk samenwonende partners). Evenwel moet in dergelijke gevallen bij de eventuele inhouding van de roerende voorheffing op de inkomsten van het bedoelde spaardeposito in voorkomend geval rekening worden gehouden met de inkomsten die overeenkomstig het vermogensrecht belastbaar zijn ten name van elke echtgenoot (of wettelijk samenwonende partner).
3. Tenslotte, omwille van praktische redenen en zoals in het verleden (Verslag namens de Commissie voor de Financiën, Senaat, 1979-1980, stuk 483/9, 24.7.1980, blz. 24), wordt aanvaard dat inzake de inhouding van de roerende voorheffing aan de bron de bedoelde vrijstelling per boekje kan worden verleend. Terzake moet het bedrag van de interesten, dat toekomt aan elke echtgenoot (of wettelijk samenwonende partner) op basis van het vermogensrecht en dat de bedoelde (dubbele) vrijstelling overschrijdt, in de aangifte in de personenbelasting worden opgenomen.
NAMENS DE MINISTER :
Voor de Administrateur-generaal
van de Belastingen en de Invordering :
De Auditeur-generaal van financiën,
G. DELSOIR