Aanschrijving nr. 12 dd. 29.12.1986

AANSCHRIJVING 86/012

Aanschrijving nr. 12 dd. 29.12.1986


Patroonsverenigingen en beroepsgroeperingen werkgevers
Artikel 44, § 2, 11°.


INHOUDSTAFEL Nrs. - Onderwerp van de aanschrijving 1 - 4 - Bedoelde organisaties 5 - 6 - Bedoelde handelingen 7 - 8 - Statutaire bijdrage 9 - 10 - Draagwijdte van de vrijstelling 11 - 12 - De zogenaamde "individualiseerbare" diensten 13 - 14 - Diensten van gemeenschappelijke aard die niet behoren tot de syndicale vertegenwoordiging of verdediging 15 - 16 - Levering van publikaties en verstrekken van algemene inlichtingen 17 - Uitsplitsing van de globale bijdrage 18 - Datum van inwerkingtreding van de nieuwe regeling 19 - Overgangsbepaling 20 Onderwerp van de aanschrijving.

1. Artikel 44, § 2, 11° (nieuw) van het BTW-Wetboek stelt inzonderheid van de BTW vrij de diensten en de nauw daarmee samenhangende leveringen van goederen ten behoeve en in het gemeenschappelijk belang van hun leden, verricht tegen betaling van een krachtens de statuten bepaalde bijdrage, door instellingen die geen winst beogen en doeleinden van syndicale aard nastreven.

2. Op 1 januari 1981 verviel de toepassing van artikel 103 van het BTW-Wetboek en was het de vraag of voor de toepassing van deze vrijstelling het woord "syndicaal" doelde op de patroonsverenigingen en beroepsgroeperingen van werkgevers dan wel slechts gold voor werknemersgroeperingen.

3. Rekening houdend met de onduidelijkheid van dit woord zoals blijkt uit de versies in de verschillende talen die eraan werden gegeven in artikel 13, A, 1, I, van de zesde E.E.G.-richtlijn betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der Lid-Staten inzake omzetbelasting, werd het de betrokken groeperingen toegelaten te kiezen, hetzij voor een brede interpretatie van het woord zodat ze onder de vrijstelling vielen, hetzij voor een enge interpretatie die hen integendeel ervan uitsloot.

4. In een gemotiveerd advies betekend aan de Belgische Staat, heeft de E.E.G.-Commissie te kennen gegeven dat deze keuze niet in overeenstemming was met de zesde richtlijn en dat een ruime interpretatie van het woord "syndicaal" moest worden aangenomen. Er werd bijgevolg beslist om de vrijstelling bedoeld in bovengenoemde wetsbepaling volgens de in deze aanschrijving bepaalde modaliteiten toe te passen ten aanzien van de betrokken verenigingen die doeleinden van syndicale aard nastreven.

Bedoelde organisaties.

5. Worden bedoeld de beroepsgroeperingen die geen winst beogen en zich tegen betaling van een bijdrage belasten met de vertegenwoordiging en de verdediging van de gemeenschappelijke belangen van hun leden (patroonsorganisaties, beroepsgroeperingen voor werkgevers, kamers van koophandel, middenstandsorganisaties, groeperingen van zelfstandigen, landbouworganisaties, enz.) hetzij als sociale partners, hetzij ten aanzien van de openbare macht.

6. Worden bijgevolg niet bedoeld de verenigingen die tot doel hebben studies of andere prestaties (publiciteit, marketing, enz.) te verrichten ten behoeve en in het gemeenschappelijk belang van hun leden wanneer de genoemde prestaties, hoewel bestemd voor de promotie van een beroepswerkzaamheid, geen rechtstreeks verband houden met de syndicale vertegenwoordiging en verdediging als zodanig.

Bedoelde handelingen.

7. Om bedoeld te zijn in artikel 44, § 2, 11° (nieuw), van het BTW-Wetboek moeten de diensten en de nauw daarmee samenhangende leveringen van goederen door de groepering worden verricht ten behoeve en in het gemeenschappelijk belang van de leden. De vrijstelling is bijgevolg slechts van toepassing ten aanzien van de prestaties die voor al de leden worden verricht in het kader van het sociaal akkoord waarbij zij in hun gemeenschappelijk belang aanvaarden bij te dragen in de kost van de in hun voordeel opgezette gezamenlijke actie.

8. De diensten en de nauw daarmee samenhangende leveringen van goederen, zelfs indien ze worden vergoed door zogenaamde bijdragen waarvan de tegenprestatie wordt berekend in functie van het werkelijk belang van de aan ieder lid persoonlijk verstrekte prestaties (tariferingsdiensten op het vlak van de farmacie vergoed in functie van het gepresteerde werk, prestaties op het stuk van de informatica die worden vergoed volgens de gebruiksduur, enz.), beantwoorden niet aan een dergelijke definitie.

Statutaire bijdrage.

9. De diensten en de nauw daarmee samenhangende leveringen van goederen verricht door de groepering ten bate en in het gemeenschappelijk belang van de leden moeten gedekt zijn door de betaling van een krachtens de statuten bepaalde bijdrage (inzonderheid door het huishoudelijk reglement).

10. De vrijstelling is derhalve niet van toepassing wanneer buiten het sociaal akkoord, op grond waarvan de bijdragen zijn verschuldigd, de groepering voor rekening van al of een gedeelte van haar leden diensten verricht tegen een overeengekomen prijs (b.v. deelneming aan beurzen of tentoonstellingen, reizen en voordrachten). Het spreekt evenwel vanzelf dat de administratie bevoegd is om iedere veinzerij in het licht te stellen die er toe strekt activiteiten uit het sociaal akkoord te sluiten die er noodzakelijkerwijs deel van uitmaken en zouden gedekt moeten zijn door betaling van een bijdrage.

Draagwijdte van de vrijstelling.

11. In de regel is de vrijstelling beoogd door artikel 44, § 2, 11° (nieuw), van het BTW-Wetboek van toepassing ten aanzien van het totale bedrag van de bijdrage die door de syndicale groepering van al haar leden wordt gevorderd wanneer die bijdragen diensten en nauw daarmee samenhangende leveringen van goederen van gemeenschappelijk belang zoals bepaald onder nr. 7 dekt.

12. Evenwel kunnen de betrokken groeperingen, bij afwijking van het principe, voorhouden dat zij een recht op de hoedanigheid van belastingplichtige behouden voor het verrichten van de hierna volgende handelingen :



de zogenaamde "individualiseerbare" diensten (z. nrs. 13 en 14);
2° de diensten die niet behoren tot de vertegenwoordiging of de verdediging op syndicaal vlak (z. nrs. 15 en 16);

3° de levering van publikaties bestemd voor de informatie van de leden (z. nr. 17).

De zogenaamde "individualiseerbare" diensten.

13. Het is een gangbaar gebruik dat de door leden van een syndicale groepering betaalde bijdrage het recht geeft op individualiseerbare prestaties in die zin dat deze laatste niet automatisch worden verleend aan al de leden maar enkel op verzoek van diegenen die een specifiek probleem hebben (advies en informatie op juridisch, fiscaal, sociaal vlak, enz.; verdediging van een met het gemeenschappelijk belang samenhangend persoonlijk belang).

Dit geval komt des te meer voor naargelang de groeperingen leden bevatten die niet beschikken over een voldoende infrastructuur om zelf in de schoot van hun onderneming diverse beheersproblemen die zich stellen op te lossen (groeperingen van de middenstand, van zelfstandigen en van groeperingen die talrijke kleine en middelgrote ondernemingen bevatten).

14. Aangezien die individualiseerbare prestaties de voortzetting vormen van de gemeenschappelijke syndicale werking waarvan zij geïndividualiseerde toepassingen zijn, wordt aangenomen dat zij niet onder de vrijstelling vallen en zij aan de BTW kunnen onderworpen worden over het gedeelte van de globale bijdrage dat erop betrekking heeft.

Diensten van gemeenschappelijke aard die niet behoren tot de syndicale vertegenwoordiging of verdediging.

15. Het kan gebeuren dat beroepsgroeperingen met een syndicale doelstelling zelf in het gemeenschappelijk belang van hun leden diensten verrichten die geen enkel rechtstreeks verband hebben met de syndicale werkzaamheid maar die meestal door welbepaalde acties op commercieel of technisch vlak, de beroepswerkzaamheid bevorderen (marketingstudies, publiciteit, publieke relaties, rentabiliteits- en produktiviteitsanalyses, enz.).

16. In een enge interpretatie van de vrijstelling kan worden aangenomen dat dergelijke diensten, hoewel ze worden verricht in de schoot van een organisatie met syndicale doelstelling, niet aan die doelstelling beantwoorden en bijgevolg aan de BTW kunnen onderworpen worden over het gedeelte van de bijdrage dat erop betrekking heeft, alsof ze zouden verstrekt worden door een niet-syndicale organisatie (z. nr. 6).

Levering van publikaties en verstrekken van algemene inlichtingen.

17. De van de leden van een syndicale groepering gevorderde globale bijdrage slaat meestal gedeeltelijk op de levering van een tijdschrift of een publikatie met informatie. Vermits in die publikaties benevens de syndicale informatie evenzeer meer algemene informatie wordt opgenomen, dat die publikaties aan ieder lid individueel worden geleverd en dat ze overigens ook "buiten bijdrage" in het kader van een abonnement kunnen geleverd worden, wordt aangenomen dat hun levering aan de BTW kan onderworpen worden over het gedeelte van de bijdrage dat op die levering betrekking heeft.

Uitsplitsing van de globale bijdrage.

18. De groeperingen waarvan de bijdrage gedeeltelijk betrekking heeft op de onder de nrs. 12 tot 17 bedoelde handelingen en die gebruik maken van hun recht op belastingplicht wegens het verrichten van die handelingen, splitsen onder hun verantwoordelijkheid, de genoemde bijdrage uit. Te dien einde moeten ze forfaitair en procentueel het belastbaar gedeelte van de bijdrage bepalen met betrekking tot de globale bijdrage. De administratie behoudt zich het recht voor om, rekening houdend met de specifieke werkzaamheid van elke groepering, te oordelen of de verrichte uitsplitsing objectief is en de normale toepassingssfeer van de vrijstelling ten aanzien van gemeenschappelijke prestaties met syndicaal doel respecteert.

Datum van inwerkingtreding van de nieuwe regeling.

19. De nieuwe regeling is van toepassing ten aanzien van de bijdragen die op het jaar 1987 betrekking hebben. Op het stuk van de aftrek geldt deze regeling ten aanzien van de belasting waarvan het recht op aftrek in 1987 ontstaat. Er dient daarentegen geen herziening van de onder het oude stelsel verrichte aftrek voor 1 januari 1987 te worden verricht, gezien de bijzondere aard van de huidige wijziging.

Overgangsbepaling.

20. Met het oog op hun geleidelijke aanpassing aan de nieuwe regeling, wordt het de beoogde groeperingen die zich onder de oude regeling als volledige belastingplichtige beschouwden, in een eerste fase toegestaan de belasting aan hun leden over de volledige bijdrage voor het jaar 1987 verder in rekening te brengen en voorlopig de aftrek uit te oefenen alsof ze volledige belastingplichtige zouden blijven. Begin 1988 zijn ze evenwel gehouden om het definitief algemeen verhoudingsgetal met het oog op de aftrek voor het jaar 1987 te bepalen en aan de hand van dit verhoudingsgetal de onder de overgangsregeling verrichte aftrek te herzien. De naar aanleiding van deze herziening aan de Staat terug te storten belasting dient te worden opgenomen in de periodieke BTW-aangifte die uiterlijk op 20 april van het jaar 1988 moet ingediend worden; de regelmatig verrichte betaling als gevolg van die spontane aangifte zal geen aanleiding geven tot aanrekening van interesten noch geldboeten.

Namens de Minister :
De Directeur-generaal,


A. LACROIX