Circulaire nr. Ci.RH.26/597.041 (AOIF Nr. 27/2009) d.d. 12.05.2009
Kind ten laste.
Aftrekbare besteding.
Uitgave voor kinderoppas.
Fiscaal attest.
Voorwaarde van aftrekbaarheid van de uitga-ven voor kinderoppas.
Uitgave betaald aan erkende instellingen en opvangvoorzieningen.
Personenbelasting.
Uitgaven voor kinderopvang : uitbrei-ding van de opvangvoorzieningen naar de opvangvoorzieningen in de Europese Econo-mische Ruimte en wijziging met betrekking tot het voorleggen van de bewijsstukken.
Aan alle ambtenaren.
I. INLEIDING
1. Deze circulaire geeft praktische richtlijnen met betrekking tot de wijzigingen die bij artikel 120 van de wet van 22.12.2008 houdende diverse bepalingen (I) aan artikel 113, § 1, WIB 92, zijn aangebracht.
Die wijzigingen zijn tweeledig. Een eerste reeks wijzigingen houdt verband met een uitbreiding van het toepassingsgebied van de artikelen 104, 7°, en 113, WIB 92, tot de uitgaven voor kinderoppas die in de Europese Economische Ruimte worden gedaan.
De tweede wijziging houdt verband met de bewijsvoering inzake de voornoemde uitgaven.
2. De uitgaven voor kinderoppas die zijn gedaan tot en met 31.12.2007 zijn slechts aftrekbaar wanneer zij zijn betaald aan opvangvoorzieningen die zijn erkend, gesubsidieerd, gecontroleerd door of onder toezicht staan van een Belgische instelling of overheid.
3. Deze voorwaarde gaf aanleiding tot kritiek van de Commissie van de Europese Gemeenschappen, die heeft geleid tot de ingebrekestelling nr. 2005/5063 van 25.7.2006. In de voornoemde voorwaarde zag de Commissie een onverenigbaarheid van de Belgische fiscale wetgeving inzake de aftrekbaarheid van kosten voor kinderoppas met de verplichtingen die voortvloeien uit de artikelen 18, 39, 43 en 49 van het EG-verdrag en de artikelen 28, 31 en 36 van de EER-overeenkomst.
4. Deze voorwaarde sluit daarbij de ouders, die hun kind plaatsen in een niet in België gelegen opvangvoorziening uit van het genot van het fiscaal voordeel, wat een bron van diverse discriminaties is zowel ten opzichte van de dienstverleners (opvanggezinnen) die niet in België zijn gevestigd als van de begunstigden van de dienst in hun hoedanigheid van belastingplichtige onderworpen aan de Belgische inkomstenbelasting naargelang ze niet in België verblijven met hun familie, ze tijdelijk gedetacheerd zijn in België of ze recent verhuisd zijn naar België.
5. Na een grondig onderzoek van de door de Commissie geformuleerde kritiek heeft België besloten dat artikel 113, § 1, 3°, WIB 92, wel degelijk discriminerend is ten opzichte van de hiervoor opgesomde bepalingen van het Europees recht.
6. De artikelen 120 en 134, 5e lid van de wet van 22 december 2008 houdende diverse bepalingen (I), (BS 29.12.2008, 4de editie) brengen artikel 113, WIB 92, in overeenstemming met de Europese regelgeving voor de betreffende uitgaven die vanaf 1.1.2008 worden gedaan.
II. WETTELIJKE BEPALING
Wet van 22 december 2008 houdende diverse bepalingen (I) (W 22.12.2008, BS 29.12.2008, 4de editie)
TITEL 15. - Financiën
Hoofdstuk I. - Personenbelasting en diverse bepalingen
…
Afdeling 2. - Diverse wijzigingen inzake personenbelasting en bedrijfsvoorheffing.
…
7. Art. 120. In artikel 113, § 1, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 6 juli 2004, 27 december 2005 en 1 maart 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
a) in de bepaling onder 1° worden de woorden "in de Europese Economische Ruimte" ingevoegd tussen de woorden "kinderoppas" en de woorden "buiten de normale lesuren";
b) in de bepaling onder 3°, wordt de bepaling onder punt a) aangevuld als volgt :
"- of door buitenlandse openbare instellingen gevestigd in een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte";
c) in de bepaling onder 3°, worden onder punt b) de woorden "de in a), eerste streepje, vermelde instellingen" vervangen door de woorden "de in a, eerste streepje of derde streepje, vermelde instellingen";
d) in de bepaling onder 3°, worden onder punt c) de woorden "kleuter- of lagere scholen" vervangen door de woorden "scholen gevestigd in de
Europese Economische Ruimte";
e) de bepaling onder 4° wordt vervangen als volgt :
"4° de belastingplichtige houdt de bewijsstukken ter beschikking van de administratie die de vaststelling mogelijk maken van :
a) de echtheid en het bedrag van de uitgaven;
b) de volledige identiteit of benaming van de personen, scholen, instellingen en openbare besturen als bedoeld in 3°;
c) de naleving van de in dit artikel beoogde voorwaarden."
...
Art. 134.
...
Artikel 120 is van toepassing op de uitgaven voor kinderopvang die vanaf 1 januari 2008 worden gedaan.
Gecoördineerde versie van art. 113, § 1, WIB 92
8. § 1. De in artikel 104, 7°, vermelde uitgaven voor kinderoppas zijn aftrekbaar onder de volgende voorwaarden :
1° de uitgaven hebben betrekking op het vergoeden van kinderoppas in de Europese Economische Ruimte buiten de normale lesuren tijdens dewelke het kind onderwijs volgt en moeten gedaan zijn voor kinderen die de leeftijd van twaalf jaar niet hebben bereikt;
2° de belastingplichtige verkrijgt beroepsinkomsten;
3° de uitgaven zijn betaald :
a) ofwel aan instellingen of opvangvoorzieningen die worden erkend, gesubsidieerd of gecontroleerd :
- door Kind en Gezin, door het "Office de la Naissance et de l'Enfance" of door de regering van de Duitstalige Gemeenschap;
- of door de lokale openbare besturen of openbare besturen van de gemeenschappen, andere dan de in het eerste streepje vermelde besturen, of van de gewesten;
- of door buitenlandse openbare instellingen gevestigd in een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte;
b) ofwel aan kinderdagverblijven of zelfstandige opvanggezinnen die onder toezicht staan van de in a, eerste of derde streepje vermelde instellingen;
c) ofwel aan scholen gevestigd in de Europese Economische Ruimte of aan instellingen of opvangvoorzieningen die verbonden zijn met de school of de inrichtende macht;
4° de belastingplichtige houdt de bewijsstukken ter beschikking van de administratie die de vaststelling mogelijk maken van :
a) de echtheid en het bedrag van de uitgaven;
b) de volledige identiteit of benaming van de personen, scholen, instellingen en openbare besturen als bedoeld in 3°;
c) de naleving van de in dit artikel beoogde voorwaarden.
III. BESPREKING
Uitbreiding van de voorwaarde met betrekking tot de opvangvoorzieningen
9. Voormelde wetswijziging heeft het toepassingsgebied van artikel 113, WIB 92, uitgebreid. Voortaan zullen de kosten gedragen door de ouders voor de opvang in de Europese Economische Ruimte van hun kinderen die jonger zijn dan 12 jaar door een buitenlandse opvangvoorziening op dezelfde wijze aftrekbaar zijn als de kosten betaald aan Belgische opvangvoorzieningen voor zover deze buitenlandse opvangvoorzieningen erkend zijn, of worden gesubsidieerd of gecontroleerd door buitenlandse openbare instellingen gevestigd in een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte.
10. Het beroep doen op buitenlandse zelfstandige opvanggezinnen of kinderdagverblijven die geplaatst zijn onder het toezicht van buitenlandse openbare instellingen gevestigd in een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte zal de aftrek van de kinderopvangkosten ook niet meer in de weg staan.
11. De kosten gedragen voor de kinderopvang door buitenlandse scholen of opvangvoorzieningen die een band hebben met deze laatste of met zijn inrichtende macht komen eveneens in aanmerking voor de aftrek voor zover de school is gevestigd in de Europese Economische Ruimte en de kinderopvang plaats heeft in de Europese Economische Ruimte.
Bewijsstukken
12. Bij de invoering van de aftrek van de kosten voor kinderopvang werd met de Gemeenschappen overleg gevoerd hetgeen ertoe heeft geleid dat zij hun medewerking op concrete wijze verlenen door aan de belastingplichtigen attesten uit te reiken die hen in staat stellen om gemakkelijker hun uitgaven voor kinderopvang te bewijzen.
Het is echter niet mogelijk om een dergelijke samenwerking met de buitenlandse openbare instellingen op te zetten, noch om gemakkelijk de vereiste inlichtingen in het buitenland te verkrijgen in het kader van de fiscale bijstand tussen de lidstaten van de Europese Economische Ruimte.
Dit is de reden waarom de wettekst algemeen is en preciseert dat de belastingplichtige de bewijskrachtige stukken ter beschikking van de administratie moet houden die het mogelijk maken om de gegrondheid van zijn aanvraag voor de aftrek van de kosten voor kinderopvang in het buitenland na te gaan.
13. Van nu af aan, is de belastingplichtige niet langer verplicht om de bewijsstukken met betrekking tot de uitgaven voor kinderoppas bij zijn aangifte in de inkomstenbelasting te voegen. Voortaan volstaat het dus dat de belastingplichtige de bewijsstukken ter beschikking van de administratie houdt die de vaststelling mogelijk maken van :
a) de echtheid en het bedrag van de uitgaven;
b) de volledige identiteit of benaming van de personen, scholen, instellingen en openbare besturen als bedoeld in art. 113, § 1, 3°, WIB 92;
c) de naleving van de in artikel 113, WIB 92, beoogde voorwaarden.
14. Het attest inzake uitgaven voor de opvang van kinderen van minder dan 12 jaar dat als bijlage bij de circulaire Ci.RH.26/575.199 van 20.7.2006 is toegevoegd, blijft bestaan en wordt aan de gewijzigde wettekst aangepast (zie bijlage voor de aangepaste versie).
Het attest werd destijds door de administratie opgesteld in overleg met de diverse bevoegde instanties om een overvloed aan documenten te vermijden. Met het attest kan worden voldaan aan de verplichting inzake het bewijs omtrent de echtheid en het bedrag van de uitgaven voor kinderoppas alsmede omtrent betaling aan de opvangvormen bedoeld in art. 113, § 1, 3°, WIB 92.
15. Volledigheidshalve wordt nog aangestipt dat het attest geen verplicht document vormt waarmee de aftrek van de uitgaven voor kinderoppas kan worden bewezen. De belastingplichtige kan die uitgaven evenzeer bewijzen aan de hand van de bewijsstukken die beantwoorden aan de voorwaarden gesteld in art. 113, § 1, 4°, WIB 92.
Niettegenstaande de hiervoor toegelichte aanpassing van artikel 113, § 1, WIB 92, voortvloeit uit de wet van 22.12.2008, gepubliceerd in de vierde editie van het Belgisch Staatsblad van 29.12.2008, is ze toch al van toepassing op de uitgaven voor kinderoppas die vanaf 1.1.2008 worden gedaan (zie nr. 18 hierna).
16. Het is dan ook mogelijk dat in 2008 reeds attesten werden uitgereikt voor de in 2008 betaalde uitgaven.
Voor het inkomstenjaar 2008 mogen bijgevolg zowel het attest dat als bijlage aan de circulaire Ci.RH.26/575.199 van 20.7.2006 is toegevoegd als het attest dat als bijlage aan deze circulaire is toegevoegd, worden aanvaard.
17. Deze attesten mogen zodanig worden aangepast dat zij enkel de gegevens van het modelattest hernemen die relevant zijn voor de instelling die de attesten uitreikt.
IV. INWERKINGTREDING
18. Deze circulaire is van toepassing op de uitgaven voor kinderoppas die vanaf 1.1.2008 worden gedaan (artikel 134, 5e lid, W. 22.12.2008 houdende diverse bepalingen (I)).
Voor de administrateur
Kleine en Middelgrote ondernemingen :
De Directeur,
S. QUINTENS
| ATTEST INZAKE UITGAVEN VOOR DE OPVANG VAN KINDEREN VAN MINDER DAN 12 JAAR IN DE EUROPESE ECONOMISCHE RUIMTE BETAALD IN INKOMSTENJAAR ..... (1) |
| Vak I (2) Ondergetekende bevestigt dat : ...................................................................................................................................................... (3) ...................................................................................................................................................... ...................................................................................................................................................... ...................................................................................................................................................... q is erkend, gesubsidieerd of gecontroleerd door of onder toezicht staat van Kind en Gezin, Hallepoortlaan 27 te 1060 Brussel; (4) q is erkend, gesubsidieerd of gecontroleerd door de lokale openbare besturen of openbare besturen van de gemeenschappen of gewesten; (4) q is erkend, gesubsidieerd of gecontroleerd door buitenlandse openbare instellingen gevestigd in een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte; (4) q is verbonden met de school gevestigd in de Europese Economische Ruimte of met de inrichtende macht van de school gevestigd in de Europese Economische Ruimte (4), in de zin van art. 113, § 1, 3°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992. Onderhavig attest is geldig voor het tijdperk van …../..…/20..… tot ..…/..…/20….. Gedaan te ……………………………...………, ..…/..…/20….. Naam, hoedanigheid en handtekening van de verantwoordelijke vertegenwoordiger van Kind en Gezin, van het lokale openbare bestuur, van het openbare bestuur van de gemeenschap of het gewest, van de buitenlandse openbare instelling gevestigd in een andere lidstaat van Europese Economische Ruimte, van de school of van de inrichtende macht van de school of van een gevolmachtigde (5) |
| Naam en volledig adres van het lokale openbare bestuur, van het openbare bestuur van de gemeenschap of het gewest, van de buitenlandse openbare instelling, van de school of van de inrichtende macht van de school : ……………………………………………………………………………………………………. …………………………………………………………………………………………………… ……………………………………………………………………………………………………. …………………………………………………………………………………………………… |
(1) Dit attest, dat slechts in één exemplaar moet worden ingevuld, moet worden uitgereikt aan de schuldenaar van de uitgaven, die het bij zijn aangifte in de personenbelasting zal voegen.
(2) Vak I wordt enkel ingevuld :
Ø ofwel door Kind en Gezin;
Ø ofwel door de lokale openbare besturen of openbare besturen van de gemeenschappen of de gewesten;
Ø ofwel door de buitenlandse openbare instelling gevestigd in een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte;
Ø ofwel door de school gevestigd in de Europese Economische Ruimte of de inrichtende macht van de school gevestigd in de Europese Economische Ruimte waaraan instellingen of opvangvoorzieningen zijn verbonden.
Wanneer de opvang rechtstreeks aan één van voormelde instanties werd betaald, moet enkel vak II worden ingevuld.
(3) Naam en volledig adres van de instelling, de opvangvoorziening, het kinderdagverblijf of het onthaalgezin.
(4) Aankruisen wat van toepassing is.
(5) Indien gevolmachtigde, de handtekening laten voorafgaan door de vermelding "bij volmacht".
| Vak II (in te vullen door de instelling, de opvangvoorziening, het kinderdagverblijf, het onthaalgezin, de school gevestigd in de Europese Economische Ruimte, de inrichtende macht van de school gevestigd in de Europese Economische Ruimte, het lokale openbare bestuur, het openbare bestuur van de gemeenschap of het gewest, de buitenlandse openbare instelling gevestigd in een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte) 1. Volgnummer van het attest : 2. Naam, voornaam en adres van de schuldenaar van de uitgaven voor kinderopvang : ………………………………………………………………………………………………………………… van ..…/..…/20..… tot ..…/..…/20..… van …../..…/20..…tot …../..…/20..… van ..…/..…/20..… tot ..…/..…/20..… van …../..…/20..…tot …../..…/20..… Ondergetekende bevestigt de juistheid van de hierboven vermelde inlichtingen. Gedaan te ....................................................., …/.…/20… Naam, hoedanigheid en handtekening van de persoon die gemachtigd is de instelling, de opvangvoorziening, het kinderdagverblijf, het onthaalgezin, de school gevestigd in de Europese Economische Ruimte, de inrichtende macht van de school gevestigd in de Europese Economische Ruimte, het lokale openbare bestuur, het openbare bestuur van de gemeenschap of gewest, de buitenlandse openbare instelling gevestigd in een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte te verbinden. |
| Naam en volledig adres van de school, de inrichtende macht van de school, het lokale openbare bestuur, het openbare bestuur van de gemeenschap of gewest, de buitenlandse openbare instelling (3) : ...................................................................................................................................................... ...................................................................................................................................................... ...................................................................................................................................................... ...................................................................................................................................................... |
(1) De op het attest vermelde gegevens mogen slechts betrekking hebben op het gedeelte van het jaar dat de twaalfde verjaardag van het kind voorafgaat.
(2) Indien meerdere tarieven van toepassing zijn, moet een detail van het aantal opvangdagen per tarief worden verstrekt. Dit detail mag eventueel in een bijlage bij dit attest worden gevoegd.
Het dagtarief moet evenwel alleen worden ingevuld indien het maximum van 11,20 EUR per oppasdag wordt overschreden.
(3) Enkel in te vullen wanneer de opvang rechtstreeks aan de vermelde instanties wordt betaald.
