Aanschrijving nr. 144 dd. 30.09.1971
AANSCHRIJVING 71/144
Aanschrijving nr. 144 dd. 30.09.1971
Verzekeraar
Verzekeringsmaatschappij
Verzekering
Verzekeringshandeling
Belastingplichtige
Belastingplicht
Herverzekering
Expert
Schadegeval
Verzekerde
Tussenpersoon
Cascoverzekering
Expertise
Lasthebber
Tussenpersoon bij verzekering
Deze aanschrijving heeft ten doel de regeling te preciseren, die van toepassing is op de handelingen van de verzekeringsmaatschappijen en van de tussenpersonen bij verzekeringen ten aanzien van de BTW en van de inning van de taks van 7 pct. gevestigd bij artikel 113 van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen.
1. Inleiding.
Op het gebied van de verzekeringen en van de lijfrenten treft men twee soorten handelingen aan. Enerzijds zijn er de verzekeraars, dat wil zeggen de fysieke personen of rechtspersonen die verzekeringshandelingen verrichten of lijfrenteovereenkomsten sluiten. Anderzijds zijn er de tussenpersonen, dat wil zeggen de fysieke personen of rechtspersonen die bemiddelen bij het sluiten of het uitvoeren van verzekerings- of lijfrenteovereenkomsten.
De verzekeraar oefent een werkzaamheid uit die buiten de werkingssfeer valt van de belasting over de toegevoegde waarde. Bij het verzekeringscontract en de lijfrenteovereenkomst is er geen levering van goederen of verlening van diensten in de zin van het BTW-Wetboek. De verzekeringscontracten en de overeenkomsten van lijfrente of tijdelijke rente zijn trouwens, zoals voorheen, onderworpen aan de taks bepaald in titel XII van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen.
Hoewel de personen die verzekeringshandelingen verrichten of die lijfrenteovereenkomsten sluiten niet de hoedanigheid van belastingplichtige verkrijgen voor die handelingen, kunnen zij geregeld en zelfstandig andere handelingen verrichten, die wel worden beoogd bij het BTW-Wetboek. In de eerste afdeling van deze aanschrijving wordt de regeling behandeld die op het stuk van de BTW op die handelingen van toepassing is.
De tweede afdeling heeft betrekking op de toepassing van de taks van 7 pct. gevestigd bij artikel 113 van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen, op de diensten door makelaars of lasthebbers bij verzekeringen. lijfrenten of tijdelijke renten.
Eerste afdeling - De handelingen van verzekeraars.
2. De verzekeringshandelingen.
Onder verzekeringshandelingen worden voor de toepassing van deze aanschrijving verstaan de diverse handelingen die onderworpen zijn aan de taks gevestigd bij de artikelen 173 tot 183 van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen, alsmede de handelingen die van die taks zijn vrijgesteld bij artikel 176(2) van dat Wetboek.
Er dient dus geen onderscheid te worden gemaakt tussen verzekering van zaken en verzekering van personen, tussen verzekering te land en zeeverzekering. Verzekeringscontracten zijn eveneens de contracten waarbij een verzekeraar de verzekerde behoedt voor de verliezen die voortspruiten uit het onvermogen van schuldenaars en de contracten die « speciale tegenverzekering » of « verzekering voor rechtskundige bijstand » worden genoemd, behoudens wanneer die contracten eenvoudig neerkomen op bezoldigde lastgevingen.
De handelingen vermeld in de twee voorgaande leden vallen niet in de werkingssfeer van de BTW. Het zijn inderdaad geen leveringen van goederen, noch diensten. noch invoer in de zin van het BTW-Wetboek.
Als verzekeringshandelingen worden niet aangemerkt :
1° De overeenkomst waarbij een maatschappij er zich toe verbindt op haar kosten de invordering van schuldvorderingen te doen, tegen betaling van een forfaitair percentage van de in te vorderen bedragen;
2° De overeenkomst waarbij een maatschappij zich tegenover een derde verbindt zich met die derde hoofdelijk borg te stellen tegenover een administratie, tegen betaling van een vergoeding proportioneel met het gewaarborgd bedrag;
3° De overeenkomst die « verzekering van de borgstelling voor een douanedocument » wordt genoemd. en waarbij een maatschappij er zich tegenover een automobilist toe verbindt aan een bepaalde automobilistenbond de bedragen terug te betalen welke die bond eventueel zou moeten betalen wegens het niet nakomen door de automobilist van de verplichtingen die voortvloeien uit de door hem ondertekende douanedocumenten voor tijdelijke vrijstelling, waarbij de maatschappij de bedragen die ze aldus zou moeten uitgeven kan verhalen op de automobilist;
4° De delcredere-overeenkomsten :
5° De kapitalisatiecontracten.
3. De verzekeraar.
Onder verzekeraar wordt verstaan iedere fysieke persoon of rechtspersoon wiens voornaamste beroepswerkzaamheid bestaat in het verrichten van verzekeringshandelingen.
4. Toestand van de verzekeraar ten aanzien van de BTW.
De verzekeraar is normaal een niet-belastingplichtige vermits hij handelingen verricht die buiten de werkingssfeer vallen van het BTW-Wetboek.
Een verzekeraar kan echter geregeld, maar aanvullend, andere handelingen dan verzekeringshandelingen verrichten, waarvan sommige binnen de werkingssfeer van het BTW-Wetboek kunnen vallen.
Wanneer de andere handelingen dan de verzekeringshandelingen die de verzekeraar geregeld verricht, handelingen zijn die buiten de werkingssfeer van het BTW-Wetboek vallen of handelingen beoogd bij dat Wetboek, maar vrijgesteld krachtens artikel 44, blijft de verzekeraar een niet-belastingplichtige. Het belastingplichtig zijn hangt inderdaad af van de uitoefening van een werkzaamheid die wordt beoogd bij het BTW-Wetboek en niet is vrijgesteld bij artikel 44 (z. art. 5) .
Voorbeelden.
a. Een verzekeringsmaatschappij gebruikt haar beschikbare middelen om hypothecaire leningen toe te staan. De leningsverrichtingen zijn van BTW vrijgesteld krachtens artikel 44,3, 2°, van het Wetboek. Die maatschappij verkrijgt dus niet de hoedanigheid van belastingplichtige wegens die werkzaamheid.
b. Met zijn beschikbare middelen laat een verzekeraar onroerende goederen bouwen, die hij verhuurt zonder enige handeling van « onroerende leasing ». De verhuur van uit hun aard onroerende goederen is een handeling die niet wordt beoogd bij het BTW-Wetboek. Die verzekeraar verkrijgt dus evenmin de hoedanigheid van belastingplichtige.
Wanneer een verzekeraar daarentegen geregeld goederen levert of diensten verleent in de zin van het BTW-Wetboek en die handelingen niet vrijgesteld zijn krachtens artikel 44 van dat wetboek. is hij in de regel van rechtswege een belastingplichtige in de mate van die werkzaamheid.
Voorbeelden.
a. Een verzekeraar gebruikt zijn beschikbare middelen om handelingen van « onroerende leasing » bedoeld in artikel 18,2, van het BTW-Wetboek te verrichten. Hij bekomt van rechtswege de hoedanigheid van belastingplichtige in de mate van die werkzaamheid.
b. Een verzekeringsmaatschappij verricht geregeld boekhoudkundig en actuarieel werk voor rekening van een andere verzekeringsmaatschappij. Zelfs indien dat werk wordt verricht tegen kostprijs, verkrijgt de maatschappij die het verricht van rechtswege de hoedanigheid van belastingplichtige in de mate van die werkzaamheid, behoudens indien die werkzaamheid wordt verricht in het kader van een permanente belangengemeenschap ( z. nr. 8) .
5. Gevolgen van het BTW-belastingplichtig zijn.
De verzekeraar die de hoedanigheid van belastingplichtige verkrijgt, moet alle verplichtingen die op de belastingplichtigen rusten, nakomen.
Hij is inzonderheid gehouden een aangifte van aanvang, wijziging of stopzetting van werkzaamheid in te dienen, zoals voorgeschreven bij artikel 50. § 1, 1°, van het BTW-Wetboek.
Hij moet ook een factuur uitreiken voor de niet vrijgestelde leveringen van goederen en de niet vrijgestelde diensten, wanneer die uitreiking verplicht is.
Hij is ook nog gehouden periodieke aangiften in te dienen en de op die aangiften verschuldigde BTW in de Schatkist te storten. Het zijn maandaangiften als zijn omzet groter is dan 5 miljoen per jaar. Zoniet zijn het kwartaalaangiften. Om die omzet te berekenen houdt de verzekeraar rekening met de ontvangen verzekeringspremies en de andere beroepsontvangsten tijdens het jaar, zonder een onderscheid te maken tussen de ontvangsten van handelingen onderworpen aan de BTW, van handelingen vrijgesteld van BTW of van handelingen die buiten de werkingssfeer van de belasting vallen .
De verzekeraar moet een boekhouding voeren die wordt voorgeschreven naargelang van het geval bij artikelen 11 of 12 van het koninklijk besluit nr. I, van 23 juli 1969, de jaarlijkse kennisgeving doen zoals voorgeschreven bij artikel 50, § 1, 5°, van het BTW-Wetboek en aan de met de controle belaste ambtenaren zijn stukken en documenten mededelen zoals de andere belastingplichtigen daartoe gehouden zijn.
De verzekeraar die belastingplichtige is voor een gedeelte van zijn werkzaamheid en niet-belastingplichtige voor een ander gedeelte, mag de BTW die zijn beroepsuitgaven bezwaart niet geheel in aftrek brengen. Hij moet de aftrek doen met inachtneming van het werkelijk gebruik van de goederen en diensten (z. aanschr. nr. 103, van 31 december 1970. § 88 tot 92) .
De chefs van de BTW-controlekantoren die in hun ambtsgebied verzekeraars met de hoedanigheid van belastingplichtige hebben, zullen hun kennis geven van de verplichting de aftrek toe te passen met inachtneming van het werkelijk gebruik, indien die verzekeraars er niet spontaan om hebben gevraagd (z. aanschr. nr. 103. van 31 december 1970 § 89, 2, 3°).
6. De handelingen met het personeel.
De verzekeraar die geregeld niet vrijgestelde goederen levert of diensten verleent aan de leden van zijn personeel en aan de zelfstandige tussenpersonen die voor hem werken, is van rechtswege belastingplichtige.
De administratie aanvaardt echter bij wijze van verzachting dat de verzekeraar, die geen belastingplichtige is wegens een andere werkzaamheid, geen registratienummer moet aanvragen voor de hierna vermelde belastbare handelingen die hij verricht met de leden van zijn personeel en met de zelfstandige tussenpersonen die voor hem werken, voor zover :
1° de goederen worden geleverd en de diensten worden verstrekt om het de leden van het personeel en de zelfstandige tussenpersonen mogelijk te maken hun beroep uit te oefenen in de dienst of voor rekening van de verzekeraar;
2° de leveringen en diensten gebeuren tegen hoogstens de kostprijs.
Het niet-belastingplichtige zijn heeft tot gevolg dat die leveringen en diensten mogen worden verricht zonder BTW en dat de verzekeraar geen aftrek mag doen.
Wanneer de bovenstaande twee voorwaarden zijn vervuld, mogen volgende handelingen die verzachting genieten :
a. de levering van voedsel en drank om ter plaatse te worden verbruikt;
b. de verhuur van autovoertuigen;
c. de verkoop van agenda's en andere reclamedrukwerken :
d. de verkoop van benzine.
Voorbeelden.
a. Een verzekeringsmaatschappij exploiteert een ondernemingsrestaurant waar haar werknemers en zelfstandige tussenpersonen maaltijden en drank kunnen verkrijgen tegen een lagere prijs dan de kostprijs.
b. Een verzekeringsmaatschappij verhuurt autovoertuigen aan haar tussenpersonen voor hun beroepsreizen. De huurprijs is lager dan de normale prijs.
c. Een verzekeringsmaatschappij verkoopt beneden de inkoopprijs aan haar zelfstandige agenten, reclameagenda's die bestemd zijn om aan de cliënteel te worden uitgedeeld.
d. Een verzekeringsmaatschappij verkoopt tegen kostprijs de benzine die haar werknemers gebruiken voor hun beroepsreizen.
In al die gevallen zijn de handelingen niet aan de BTW onderworpen indien de verzekeraar geen andere belastbare werkzaamheid uitoefent. De verzekeraar mag overigens de belasting, voldaan op de goederen en diensten die voor het verrichten van die handelingen worden verbruikt. niet in aftrek brengen.
Men mag echter niet uit het oog verliezen dat indien de verzekeraar een BTW-belastingplichtige is om een andere reden, de handelingen met het personeel en met de zelfstandige tussenpersonen aan de BTW zijn onderworpen overeenkomstig de regels van gemeen recht.
De inschikkelijkheid ten gunste van de handelingen die de verzekeraar verricht met zijn personeel en met de zelfstandige tussenpersonen die voor hem werken, wordt onder dezelfde voorwaarden uitgebreid tot de handelingen welke die verzekeraar verricht met de werknemers en de zelfstandige tussenpersonen die werken voor rekening van andere per- sonen die met hem verbonden zijn door een permanente belangengemeenschap. Maar de verzekeraar moet dezelfde handelingen verrichten met zijn eigen personeel en met zijn eigen tussenpersonen en de grond- en vormvoorwaarden vermeld in nummer 3 van de aanschrijving nr. 69. van 3 mei 1971, moeten vervuld zijn. De toepassing van de inschikkelijkheid is inzonderheid afhankelijk van het verkrijgen van de in voormelde aanschrijving voorgeschreven vergunning.
7. De verkoop van bedrijfsmiddelen, afval en heerloze goederen.
Een verzekeraar mag geregeld goederen verkopen die in zijn verzekeringsonderneming gebruikt geweest zijn. Die verkopen kunnen inzonderheid betrekking hebben op gebruikte kantoormeubelen, kantoormachines en oud papier.
Een verzekeraar mag ook geregeld goederen verkopen, waarvan de eigendom hem door een verzekerde werd afgestaan. Die toestand treft men inzonderheid aan bij verzekering tegen diefstal en bij zeeverzekering. Het komt ook voor dat de verzekeraars, die de verkopers of de personen die in de plaats van de verkopers treden dekken tegen de risico's van onvermogen van de kopers, de eigendom van de verkochte goederen verwerven wegens de ontbinding van de verkoop in hun voordeel.
In strijd met de regel dat de verzekeraar die geregeld goederen levert, een belastingplichtige is, geeft de verkoop van bedrijfsmiddelen die door de verzekeraar in zijn verzekeringsonderneming werden gebruikt, van afval afkomstig van die werkzaamheid en de verkoop van heerloze goederen, de verzekeraar niet de hoedanigheid van belastingplichtige. Bijgevolg zijn die verkopen niet aan de BTW onderworpen, behoudens wanneer ze betrekking hebben op goederen bedoeld in artikel 2, 3°, van het BTW-Wetboek. De verzekeraar mag overigens de BTW die in voorkomend geval werd voldaan bij de aankoop van die goederen, niet in aftrek brengen.
Het feit dat de verzekeraar een belastingplichtige is wegens een andere werkzaamheid. heeft geen invloed op het stelsel dat van toepassing is op heerloze goederen. Volgend onderscheid dient daarentegen te worden gemaakt ten aanzien van de bedrijfsmiddelen en de afval. De bedrijfsmiddelen die uitsluitend gebruikt zijn geworden in de niet belastingplichtige sector en de afval uitsluitend afkomstig van die sector mogen zonder BTW worden verkocht, behoudens wanneer het goederen betreft, bedoeld in artikel 2, 3°, van het BTW-Wetboek. De verkopen van de andere bedrijfsmiddelen en de andere afval moeten daarentegen worden behandeld als verkopen verricht door belastingplichtigen. De BTW is in voorkomend geval verschuldigd over de totale prijs ( z. echter wat de afval betreft. aanschrijving nr. 88. van 15 december 1970).
8. Handelingen verricht in het kader van een belangengemeenschap.
De verzekeraar die geregeld goederen levert of diensten verleent, die niet vrijgesteld zijn bij artikel 44 van het BTW-Wetboek, verkrijgt niet de hoedanigheid van belastingplichtige in de mate van die werkzaamheid. wanneer die goederen worden geleverd en die diensten worden verleend onder de voorwaarden vermeld in nr. 3 van de aanschrijving nr. 69, van 3 mei 1971.
Aan te stippen valt dat de omstandigheid dat de verzekerde die de goederen levert en de diensten verleent de hoedanigheid van gemengde belastingplichtige heeft, de toepassing van de in voornoemde aanschrijving nr. 69, van 3 mei 1971, bepaalde regeling niet verhindert.
Afdeling 2. - De handelingen van de tussenpersonen bij verzekeringen.
9. Inleiding.
Bij artikel 44, § 3, 3°, van het BTW-Wetboek worden de diensten door makelaars of lasthebbers bij verzekeringen vrijgesteld van BTW.
Anderzijds heft artikel 113, § I, van titel VII van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen een taks van 7 pct. « op de diensten door makelaars en lasthebbers bij verzekeringen. Lijfrenten of tijdelijke renten, afgesloten met een beroepsverzekeraar » (z. art. 1 van de wet van 10 juli 1969, tot wijziging van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen; aanschr. nr. 2798).
Beide bepalingen zijn correlatief. De diensten die vrijgesteld zijn bij artikel 44,3, 3°, van het BTW-Wetboek zijn die welke worden bedoeld in artikel 113, I, van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen. Wanneer een dienst vrijgesteld is omdat het een dienst door een makelaar of een lasthebber bij verzekeringen is, valt hij dus in de werkingssfeer van de taks van 7 pct. gevestigd bij artikel 113, § 1, van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen.
10. Werkingssfeer.
Onder diensten door makelaars of lasthebbers bij verzekeringen. in de zin van artikel 44. § 3, 3°, van het BTW-Wetboek en artikel 113 van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen worden niet alleen verstaan de handelingen van makelaars of lasthebbers in de strikte zin, maar ook de diverse handelingen die de tussenpersonen bij verzekeringen gewoonlijk verrichten bij de normale uitoefening van hun werkzaamheid van tussenpersoon bij verzekeringen. De tussenpersonen bij verzekeringen beperken er zich niet toe de verzekeraar en de verzekerde samen te brengen met het oog op het sluiten van een verzekeringscontract. Zij nemen ook actief deel aan het beheer van het verzekeringscontract dat door hun bemiddeling werd gesloten. Zij innen de premies. Zij verstrekken de verzekeraar inlichtingen over de gedekte risico's en bemiddelen bij het regelen van de schadegevallen. Aldus vallen in de werkingssfeer van beide voornoemde bepalingen niet alleen de eigenlijke diensten door makelaars en lasthebbers, maar ook de diensten met betrekking tot het beheer van de verzekeringspolissen en inzonderheid de diensten van experten die worden bijgeroepen om de schade vast te stellen en te regelen (z. nr. 11) .
Opdat die bepalingen echter van toepassing zouden zijn, moeten de tussenpersonen (makelaars, lasthebbers of experten) bemiddelen op het gebied van de verzekeringen gesloten door beroepsverzekeraars. Onder verzekeringen worden verstaan de diverse handelingen die onderworpen zijn aan de taks gevestigd bij de artikelen 173 tot 183 van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen, daarin begrepen de overeenkomsten van lijfrente of tijdelijke rente en de vrijgestelde verzekeringen, zoals de contracten van herverzekering en de cascoverzekeringen ( z. nr. 2) . Die overeenkomsten moeten bovendien worden gesloten met een beroepsverzekeraar, wat veronderstelt dat de verzekeraar een onderneming is die technisch georganiseerd is om een geheel van risico's te compenseren volgens de wetten van de statistiek .
11. De prestaties van experten.
De door een expert verrichte prestaties vallen in de werkingssfeer van artikel 44, § 3, 3°, van het BTW-Wetboek en artikel 113, § 1, van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen, ongeacht de hoedanigheid van de persoon aan wie de dienst wordt geleverd ( verzekeraar, verzekerde, slachtoffer, enz. ), wanneer de volgende voorwaarden vervuld zijn :
1° Er moet een schadegeval zijn op het tijdstip waarop de expert wordt belast met de opdracht en die opdracht moet er juist in bestaan de gevolgen van het schadegeval te regelen .
2° Het schadegeval moet gedekt zijn door een vergoeding wegens verzekering. Het bestaan van een verzekeringscontract is dus noodzakelijk.
Er weze opgemerkt dat het niet vereist is dat de expert opdracht zou hebben gekregen een akkoord over de vergoeding te sluiten.
De toepassing van artikel 44,3, 3, van het BTW-Wetboek en artikel 113,1, van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen is niet afhankelijk van de voorwaarde dat hij die met de expertises wordt belast, een beroepstussenpersoon bij verzekeringen zou zijn, Aldus is de bij voornoemd artikel 113, § 1, gevestigde belasting van 7 pct. verschuldigd wanneer een architect uitzonderlijk wordt belast met het bepalen van de vergoeding die verschuldigd is aan de verzekerde van een onroerend goed dat door brand werd vernield. Deze beschikkingen worden eveneens toegepast wanneer de expertise inzake verzekeringen wordt gedaan door een gespecialiseerde firma van dienstverrichtingen die bijzaak zijn tot het vervoer, zoals door een firma van entrepotverkeer ( Naties ) .
Voorbeelden.
a. Voor het sluiten van een verzekeringscontract wordt een expert belast met het schatten van een goed. Daar er geen schadegeval is, worden de prestaties van de expert niet van BTW vrijgesteld krachtens artikel 44, § 3, 3°, van het BTW-Wetboek en is de taks van 7 pct. er niet op verschuldigd.
b. Een expert wordt belast met het in ontvangst nemen van goederen die over zee werden vervoerd. Op het tijdstip waarop de expert wordt aangewezen, kent hij die de expert met dat werk belast, de averij niet welke die goederen hebben opgelopen. De diensten van de expert Zijn niet van BTW vrijgesteld krachtens artikel 44, § 3, 3°, van het BTW-Wetboek en de taks van 7 pct. is niet verschuldigd. De latere ontdekking van de averij heeft geen invloed op de oplossing.
c. Een expert is aangewezen om het bedrag vast te stellen van de vergoeding die toekomt aan het slachtoffer van een verkeersongeluk. De persoon die burgerrechtelijk aansprakelijk is, een intercommunale maatschappij voor gemeenschappelijk vervoer, is zijn eigen verzekeraar en het slachtoffer is n et verzekerd.
De toestand is dezelfde als in de gevallen a en b.
Voor de toepassing van deze aanschrijving worden aan dezelfde regeling als de experten onderworpen, de tussenpersonen die zich verplichten tot het verlenen van de diensten van een expert, zoals dispacheurs en averijcommissarissen, alsmede de beëdigde wegers, meters en scheepsijkers, wanneer een door een verzekering gedekte averij gekend is op het tijdstip van hun aanwijzing.
12. De voorwaarden van verschuldigdheid.
Opdat de taks van 7 pct. gevestigd bij artikel 113, § I, van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen, verschuldigd zou zijn op de prestaties van een tussenpersoon bij verzekeringen, volstaat het niet dat de prestatie binnen de werkingssfeer van dat artikel zou vallen. De prestatie moet bovendien nog hier te lande krachtens een contract verricht zijn door een zelfstandige tussenpersoon.
Wanneer de tussenpersoon verbonden is met de persoon aan wie hij de dienst verleent door een band van ondergeschiktheid bij de uitoefening zelf van zijn prestatie, is de taks van 7 pct. niet verschuldigd, behoudens gebeurlijke toepassing van artikel 113, § 2, van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen (z. nr. 13). Anderzijds wordt aanvaard dat de bezoldigingen die door een verzekeringsmaatschappij aan haar werknemers worden toegekend voor de makelaarsdiensten die ze voor rekening van de maatschappij verrichten buiten hun normale functie, bijwedden zijn.
Aan te stippen valt dat. in tegenstelling met wat ten aanzien van de BTW gebeurt, de verschuldigdheid van de taks van 7 pct. gevestigd op de prestaties van tussenpersonen bij verzekeringen niet onderworpen is aan de voorwaarde dat de prestatie verricht wordt bij de uitoefening van een geregelde werkzaamheid. De afzonderlijke daad van makelaar bij verzekeringen is onderworpen aan de taks van 7 pct. zodra de voorwaarden van verschuldigdheid van die taks zijn vervuld.
Voorbeeld.
Een makelaar bij verzekeringen staat een gedeelte van zijn commissieloon af aan de conciërge van een appartementsgebouw voor zijn bemiddeling bij het sluiten van een verzekeringscontract met betrekking tot dat gebouw. Dat gedeelte vertegenwoordigt de bezoldiging van een daad van makelaar en de taks van 7 pct. gevestigd bij artikel 113, § 1, van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen, is erop verschuldigd.
13. Vermoeden van artikel 113,2, van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen.
Luidens artikel 113, § 2, van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen wordt voor de toepassing van de taks van 7 pct. iedere persoon die in welke hoedanigheid ook in België als tussenpersoon optreedt voor rekening van een buitenlandse firma, geacht te handelen als lasthebber.
Die bepaling heeft tot gevolg dat wanneer de tussenpersoon bij verzekeringen werkt voor een verzekeraar die geen inrichting hier te lande heeft, zijn prestaties onderworpen zijn aan de taks van 7 pct., zelfs indien hij met die verzekeraar verbonden is door een bediendencontract.
Maar, zoals vroeger voor artikel 752 van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen maakt de administratie geen toepassing van dat vermoeden en eist de taks van 7 pct. niet :
1° voor de werknemers die niet belast zijn met de prospectie van de cliënteel;
2° voor de werknemers die. zelfs indien ze belast zijn met de prospectie van de cliënteel, worden behandeld als loontrekkenden zowel voor de toepassing van de inkomstenbelastingen als voor de wetgeving op de maatschappelijke zekerheid van de werknemers.
14. Verlening van de dienst hier te lande.
Zoals gezegd in nr. 12 is de verschuldigdheid van de taks van 7 pct. op de prestaties van tussenpersonen bij verzekeringen afhankelijk van de voorwaarde dat de dienst hier te lande wordt verleend.
A. Wanneer een tussenpersoon bij verzekeringen bij het sluiten zelf van een verzekeringshandeling heeft bemiddeld of als lasthebber optreedt voor een handeling die in onmiddellijk verband staat met een dergelijke tussenkomst, wordt de dienst van de tussenpersoon geacht hier te lande te zijn verleend voor de toepassing van artikel 113, 1, van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen, indien de medecontractant van de schuldenaar van de aan de tussenpersoon verschuldigde bezoldiging hier te lande is gevestigd. De dienst van makelaar of lasthebber wordt daarentegen geacht te zijn verleend in het buitenland indien die medecontractant niet hier te lande is gevestigd. De plaats waar de tussenpersoon of de schuldenaar van de bezoldiging is gevestigd is overigens zonder invloed op de verschuldigdheid van de belasting van 7 pct.
Voorbeelden.
a. Een makelaar bij verzekeringen die hier te lande is gevestigd brengt een hier te lande gevestigde verzekerde aan bij een in het buitenland gevestigde verzekeraar. De schuldenaar van het commissieloon van de makelaar is de verzekeraar. Daar de medecontractant van de schuldenaar van het commissieloon hier te lande is gevestigd, wordt de dienst van de makelaar hier te lande verleend en is hij bijgevolg onderworpen aan de taks van 7 pct.
b. Een makelaar bij verzekeringen die hier te lande is gevestigd brengt een in het buitenland gevestigde verzekerde aan bij een Belgische verzekeraar. Daar de medecontractant van de schuldenaar van de bezoldiging in het buitenland is gevestigd, wordt de dienst in het buitenland verleend en is deze niet aan de taks van 7 pct. onderworpen.
c. Een makelaar bij herverzekeringen die hier te lande is gevestigd, bezorgt een in het buitenland gevestigde herverzekeraar aan een hier te lande gevestigde verzekeraar. Het commissieloon van de makelaar is door de verzekeraar verschuldigd, Daar de medecontractant van de schuldenaar van het commissieloon in het buitenland is gevestigd, wordt de dienst van de makelaar verleend in het buitenland en IS deze niet onderworpen aan de taks van 7 pct.
d. De toestand is dezelfde als die beschreven onder letter c, met dien verstande echter dat het commissieloon van de makelaar verschuldigd is door de herverzekeraar. Daar de medecontractant van de schuldenaar van het commissieloon hier te lande is gevestigd, wordt de dienst hier te lande verleend en is deze onderworpen aan de taks van 7 pct.
B. Wanneer de tussenpersoon bij verzekeringen een andere dienst verleent dan deze omschreven onder letter A hierboven, zoals dat het geval is voor de experten inzake verzekeringen, wordt de dienst van de tussenpersoon geacht hier te lande te zijn verleend, indien de schuldenaar van de bezoldiging van de tussenpersoon hier te lande is gevestigd. Dergelijke diensten worden daarentegen geacht te zijn verleend in het buitenland indien de schuldenaar van de bezoldiging in het buitenland is gevestigd. De plaats waar de tussenpersoon die de dienst verleent, is gevestigd en de plaats waar het werk werkelijk wordt gedaan, hebben geen invloed op de verschuldigdheid van de taks van 7 pct.
Voorbeelden.
a. Een hier te lande gevestigde expert wordt voor rekening van een in het buitenland gevestigde verzekerde belast met een schadevaststelling. De schadevaststelling gebeurt hier te lande. Daar de schuldenaar van de bezoldiging van de expert in het buitenland is gevestigd, wordt de dienst van de expert geacht te zijn verleend in het buitenland en is dus niet onderworpen aan de taks van 7 pct.
b. Een in het buitenland gevestigde expert wordt door een hier te lande gevestigde verzekeringsmaatschappij ermede belast een door die maatschappij gedekte schade vast te stellen. De expert doet zijn werk in het buitenland. Daar de schuldenaar van de bezoldiging van de expert hier te lande is gevestigd, wordt de dienst van de expert geacht te zijn verleend hier te lande en is hij onderworpen aan de taks van 7 pct.
Onder hier te lande gevestigde persoon wordt verstaan, in het geval waarin de dienst door de expert om beroepsdoeleinden wordt verleend, iedere persoon die, zelfs bij het ontbreken van een vertegenwoordiging die hem kan verbinden, hier te lande een directiezetel, een filiaal, een fabriek, een werkplaats, een agentschap, een winkel, een kantoor, een laboratorium, een in- en verkoopkantoor, een opslagplaats of iedere andere vaste inrichting heeft, en, in het geval waarin de dienst door de expert wordt verleend aan een particulier die hem niet voor de uitoefening van een beroepswerkzaamheid bestemt, iedere persoon die hier te lande over een woning beschikt.
Wanneer een tussenpersoon voor het uitvoeren van een dienst omschreven onder letter B hierboven een beroep doet op de diensten van één of meerdere andere tussenpersonen om een gedeelte of de geheelheid van zijn prestaties te verrichten, wordt de plaats, waar deze tussenpersoon is gevestigd, voor de heffing van de taks van 7 pct. op de diensten geleverd aan deze tussenpersoon, niet in aanmerking genomen, slechts in zover dat voor de toepassing van de taks van 7 pct. eisbaar op het bedrag van de sommen verschuldigd aan deze tussenpersoon, deze geacht wordt gehandeld te hebben als lasthebber van de schuldenaar van zijn bezoldiging (zie voorwaarden onder nr. 15, vierde lid).
Voorbeeld.
Een expert A, gevestigd hier te lande, wordt door een persoon C, gevestigd in de vreemde, belast met een deskundig onderzoek inzake verzekeringen. Expert A doet een beroep op expert B, gevestigd hier te lande, om een gedeelte van zijn prestatie te verrichten.
a. In eerste onderstelling brengt expert A afzonderlijk in rekening aan C het juiste bedrag van de bezoldiging. die aan expert B toekomt. Deze laatste heeft de naam van C vermeld op de factuur, die hij aan A toestuurt.
Voor de toepassing van de taks kan expert A als lasthebber van C aangemerkt worden in de mate dat hij beroep heeft gedaan op de diensten van B (zie nr. 15. vierde lid). In deze voorwaarden komt alleen de plaats waar C is gevestigd in aanmerking voor de heffing van de taks op de diensten van B.
In deze onderstelling worden zowel de diensten van A als deze van B in de vreemde geleverd en ontsnappen zij derhalve aan de taks van 7 pct.
b. De voorwaarden omschreven onder nummer 15, vierde lid, zijn niet nageleefd.
In dit geval is de plaats waar de expert A is gevestigd bepalend voor de heffing van de taks van 7 pct. op de dienst geleverd door B. De taks van 7 pct. is verschuldigd op de dienst van B.
Het is duidelijk dat de taks van 7 pct. niet verschuldigd is op de sommen, die gevorderd worden door A van C. Inderdaad de schuldenaar van deze bezoldiging is in de vreemde gevestigd,
15. Maatstaf van heffing.
Luidens artikel 114, eerste lid, van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen. wordt de taks berekend over het totale bedrag van de sommen die verschuldigd zijn aan de persoon die de aan de taks van 7 pct. onderworpen diensten heeft verleend.
Artikel 114, tweede lid, van dat Wetboek voegt daaraan toe dat de heffingsgrondslag in voorkomend geval wordt afgerond op het hoger tiental.
De taks van 7 pct. is niet alleen verschuldigd over de som die de tussenpersoon bij verzekeringen in rekening brengt als bezoldiging van zijn eigen prestaties. maar ook over de andere sommen waarvan hij de betaling afzonderlijk eist als diverse onkosten (reiskosten, kosten van het opstellen van het verslag. onkosten van telefoon- en briefwis- seling).
Wanneer een tussenpersoon bij verzekeringen echter een beroep doet op de diensten van een andere tussenpersoon om zijn prestatie te verrichten. is de bezoldiging welke die tussenpersoon aan zijn collega heeft moeten betalen. niet aan de taks van 7 pct. onderworpen in zijn betrekkingen met zijn cliënt. voor zover de volgende voorwaarden vervuld zijn :
1° de tussenpersoon moet de aan zijn collega betaalde bezoldiging afzonderlijk aan zijn cliënt aanrekenen;
2° de tussenpersoon moet het juiste bedrag van de aan zijn collega betaalde bezoldiging vermelden;
3° op de door de collega aan de tussenpersoon uitgereikte factuur moet de naam van de cliënt vermeld staan;
4° op de factuur die de tussenpersoon aan zijn cliënt zendt moet de naam van de collega op wie de tussenpersoon een beroep heeft gedaan. vermeld staan.
Die regeling geldt zowel voor de diensten door de eigenlijke makelaars en lasthebbers als voor de diensten door andere tussenpersonen bij verzekeringen.
Bij ontstentenis van een uitdrukkelijk beding omvat de overeengekomen bezoldiging niet de taks die op de bezoldiging is verschuldigd. Daarom moet bij ontstentenis van een uitdrukkelijk beding de taks worden berekend op het bedrag van de overeengekomen bezoldiging.
In geval van een andersluidend beding wordt de taks berekend over een grondslag die met de volgende formule wordt : berekend :
(R x 100)/107 - waarin R het bedrag vertegenwoordigt van de bezoldiging waarin de taks is begrepen.
16. Schuldenaars van de taks van 7 pct.
Krachtens artikel 115 van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen is de taks aan de Staat hoofdelijk verschuldigd door de schuldeiser en door de schuldenaar van het commissieloon het makelaarsloon of de bezoldiging.
17. Tijdstip van verschuldigdheid van de taks van 7 pct.
Luidens artikel 116 van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen is de taks verschuldigd op het tijdstip waarop het commissieloon het makelaarsloon of de bezoldiging opeisbaar is. De verschuldigdheid van de voor de prestaties van de tussenpersonen bij verzekeringen voorgeschreven taks van 7 pct. is dus verbonden met de verschuldigdheid van de bezoldiging van de tussenpersoon en ze hangt niet af van de werkelijke betaling van die bezoldiging.
Zodra echter een voorschot wordt betaald. wordt dat voorschot gestort overeenkomstig de bepalingen van de tussen de partijen gesloten overeenkomst. Bijgevolg wordt door de betaling van een voorschot in de regel de taks van 7 pct. op dat voorschot opeisbaar.
18. Inning van de taks van 7 pct.
De modaliteiten van voldoening van de taks van 7 pct. op de prestaties van de tussenpersonen bij verzekeringen worden bepaald in het koninklijk besluit van 28 december 1970 genomen ter uitvoering van artikel 118 van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen. Dat besluit vormt titel VII van de Algemene Verordening op de met het zegel gelijkgestelde taksen.
Twee toestanden worden beoogd :
A. De schuldenaar van de bezoldiging is een verzekeraar die hier te lande een zetel voor zijn verrichtingen heeft.
a. Regel.
Wanneer de schuldenaar van de aan de tussenpersoon verschuldigde bezoldiging een verzekeraar is die hier te lande een zetel voor zijn verrichtingen heeft, wordt de taks voldaan door de verzekeraar zelf.
Met dat doel moet de verzekeraar voor iedere tussenpersoon een staat van de aan hem voor de vorige maand toekomende bezoldigingen opmaken. De staat vermeldt de naam en het adres van de verzekeraar en van de tussenpersoon, alsmede het totaalbedrag van de bezoldigingen. Hij wordt opgemaakt in twee exemplaren. Het eerste exemplaar wordt aan de tussenpersoon gezonden, het tweede wordt door de verzekeraar bewaard.
Wanneer de verzekeraar tegenover samenwerkende makelaars staat. moet hij rekening houden met het deel dat ieder van de samenwerkende makelaars toekomt. Wanneer de makelaars daarentegen handelen in het kader van een vereniging in deelneming, moet de verzekeraar de taks slechts voldoen op naam van de makelaar die de vereniging beheert.
De verzekeraar moet bovendien uiterlijk de laatste werkdag van de maand op het bevoegde ontvangkantoor een aangifte indienen met vermelding van zijn naam en adres, het totaalbedrag van de bezoldigingen die werden toegekend aan de tussenpersonen bij verzekeringen tijdens de vorige maand en het totaalbedrag van de verschuldigde taksen. De verzekeraar gebruikt daarvoor een drukwerk nr. 1514 conform het hierbij gevoegde model (z. bijlage). Het bevoegde kantoor om de drukwerken te leveren en de verschuldigde taksen te innen is het ontvangkantoor dat belast is met de invordering van de jaarlijkse taks op de verzekeringscontracten. Voor het jaar 1971 zal de Algemene Zegelwerkplaats ambtshalve een voorraad formulieren nr. 1514 toezenden.
De verzekeraar moet ten slotte de taks voldoen binnen de termijn gesteld voor het indienen van de aangifte, door een storting of overschrijving op de postrekening van het in voorgaand lid bedoelde kantoor.
b. Afwijking.
De hier te lande gevestigde experten inzake verzekeringen en de hier te lande gevestigde personen, die bemiddelen bij het leveren van prestaties van experten, mogen de op hun bezoldigingen verschuldigde taks van 7 pct. met fiscale plakzegels op de hierna onder le.ter B, a, vermelde wijze voldoen, op voorwaarde dat zij binnen een maand na het tijdstip van verschuldigdheid van de taks, aan de verzekeraar een factuur, een honorariumnota, of een ander gelijkwaardig stuk zenden, waarop de vermelding staat : « Taks van 7 pct. voldaan met gehele plakzegels volgens aanschrijving nr. 144 van 30 september 1971. » In dat geval neemt de hier te lande gevestigde verzekeraar de bezoldiging van de expert niet op in de aangifte die hij bij de administratie moet indienen en moet hij geen staat van de aan de expert toegekende bezoldigingen opmaken.
B. De schuldenaar van de bezoldiging is een ander persoon dan een verzekeraar die hier te lande een zetel voor zijn verrichting heeft.
a. Regel.
Deze regel is niet alleen toepasselijk wanneer de schuldenaar van de bezoldiging een verzekeraar is die hier te lande geen zetel voor zijn verrichtingen heeft, maar ook wanneer de schuldenaar bij voorbeeld de verzekerde, het slachtoffer van het ongeval, een ander tussenpersoon bij verzekeringen, enz. is.
Wanneer de schuldenaar van de aan de tussenpersoon bij verzekeringen toekomende bezoldiging een ander persoon is dan een verzekeraar die hier te lande een zetel voor zijn verrichtingen heeft, wordt de taks van 7 pct. voldaan binnen een maand vanaf het tijdstip van verschuldigdheid door de tussenpersoon die de dienst verleent, door het aanbrengen van gehele fiscale plakzegels op de commissie- of makelaarsnota die hij ontvangt van de schuldenaar van de bezoldiging of, bij ontstentenis van zulke nota, op een document dat hij zelf opstelt. Dat document vermeldt de naam en het adres van de schuldenaar van de bezoldiging en het bedrag van de bezoldiging. De plakzegels moeten onbruikbaar worden gemaakt op de volgende wijze. Beide delen van de plakzegel moeten aan elkaar blijven en het onbruikbaar maken wordt gedaan met duidelijke lettertekens, hetzij door middel van een met onuitwisbare inkt geschreven vermelding die de datum van de onbruikbaarmaking en de handtekening van de persoon die ze verricht omvat, hetzij door middel van een naamstempel die, met vette inkt, benevens de datum, ook de familienaam, de benaming of de firma van degene die de plakzegel onbruikbaar maakt, afdrukt. De onbruikbaarmaking geschiedt op ieder van beide delen van de plakzegel, hetzij overdwars in de richting van de langste afmeting van de plakzegel.
Indien de tussenpersoon aan de schuldenaar van de bezoldiging een factuur, een debetnota of een gelijkwaardig stuk zendt, moet hij op die factuur, die debetnota of dat gelijkwaardig stuk vermelden dat hij de taks van 7 pct. heeft voldaan met gehele fiscale plakzegels.
b. Afwijking voor de betrekkingen tussen de makelaars of algemene agenten en de sub-makelaars of sub-agenten.
De algemene agenten en de makelaars die een beroep doen op de diensten van sub-agenten of sub-makelaars mogen de taks van 7 pct. die verschuldigd is op de diensten hun verleend door hun sub-agenten of hun sub-makelaars, zelf voldoen met gehele fiscale plakzegels, binnen een maand vanaf het tijdstip van verschuldigdheid. Zij brengen de gehele fiscale plakzegels aan op een document dat zij bewaren en zij maken ze onbruikbaar op de wijze vermeld onder letter B, a. Dat document moet de naam en het adres van de sub-agenten of van de sub-makelaars vermelden, alsmede het bedrag van de hun toekomende bezoldiging. Op het document dat de makelaars en algemene agenten moeten zenden aan de subagenten of aan de sub-makelaars, moeten zij vermelden dat de taks die verschuldigd is op de bezoldiging van de subagent of van de sub-makelaar, door hen werd gekweten overeenkomstig wat voorafgaat.
c. Afwijking voor de diensten verleend door een tussenpersoon bij verzekeringen en die niet hier te lande is, gevestigd.
Wanneer de dienst wordt verleend door een tussenpersoon bij verzekeringen die niet hier te lande is gevestigd, wordt de taks van 7 pct. voldaan binnen een maand vanaf het tijdstip van verschuldigdheid door middel van gehele fiscale plakzegels door de schuldenaar van de bezoldiging. Deze brengt die plakzegels aan op de factuur, de debetnota of het gelijkwaardig stuk dat hij van de tussenpersoon heeft ontvangen. Bij ontstentenis van die stukken maakt de schuldenaar van de bezoldiging een document op dat de naam en het adres van de tussenpersoon vermeldt en brengt gehele fiscale zegels op dat document aan. De zegels worden onbruikbaar gemaakt door de schuldenaar van de bezoldiging overeenkomstig de hierboven vermelde wijze.
19. De strafbepalingen.
Luidens artikel 117 van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen wordt, voor elke overtreding van de verplichting de taks te voldoen, een boete opgelegd gelijk aan het dubbel van de ontdoken of niet tijdig betaalde taks met minimum van 100 frank. Die boete is hoofdelijk verschuldigd door allen die gehouden Zijn tot voldoening van de taks.
Bovendien bepaalt artikel 118 van hetzelfde wetboek dat elke overtreding van de bepalingen van het koninklijk besluit van 28 december 1970 genomen ter uitvoering van dat artikel 118, kan worden gestraft met een boete van ten hoogste 1.000 frank.
20. De teruggaaf.
Artikel 119 van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen vermeldt slechts één reden voor teruggaaf : de taks wordt tot het passende beloop teruggegeven wanneer zij het bedrag overtreft dat werkelijk verschuldigd was op het tijdstip van de voldoening. De gebeurtenissen die zich voordoen na het tijdstip van de voldoening van de taks hebben geen invloed op de gedane inning.
De modaliteiten van de teruggaaf zijn vastgesteld in het koninklijk besluit van 28 december 1970. genomen ter uitvoering van artikel 119. tweede lid, van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen.
Wanneer de taks van 7 pct. werd voldaan door storting of overschrijving, gebeurt de teruggaaf door toerekening. De toerekening wordt gedaan in een aangifte die moet worden ingediend binnen een termijn van twee jaar te rekenen van het tijdstip waarop het recht van teruggaaf is ontstaan. Indien de toerekening niet kan geschieden, gebeurt de teruggaaf volgens de modaliteiten bepaald voor de taksen voldaan door middel van fiscale plakzegels.
Wanneer de taks van 7 pct. werd voldaan met fiscale plakzegels moet de teruggaaf worden aangevraagd aan de directeur van de belasting over de toegevoegde waarde in wiens ambtsgebied de rechthebbende is gevestigd. De directeur bericht de ontvangst van de aanvraag de dag zelf waarop hij ze ontvangt.
De aanvragen moeten bij de bevoegde directeur toekomen uiterlijk de laatste werkdag van het jaar dat volgt op de datum waarop de taks werd voldaan.
De teruggaaf is afhankelijk van het voorleggen op het bevoegd BTW-ontvangkantoor van de van fiscale plakzegels voorziene documenten en van de bescheiden die de teruggaaf rechtvaardigen .
Artikel 217(3), eerste en derde lid, van de Algemene Verordening op de met het zegel gelijkgestelde taksen wordt toepasselijk gemaakt op de teruggaaf van de met fiscale plakzegels voldane taksen.
Wanneer de taks werd voldaan door middel van fiscale plakzegels, is de rechthebbende op de teruggaaf hij die de plakzegels heeft aangebracht.
21. De invordering van de taks.
Artikel 94 van de wet van 3 juli 1969 tot invoering van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde heeft titel XV van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen niet opgeheven. Die titel XV bevat inzonderheid de bepalingen ten aanzien van het bewijs van de overtredingen, de invordering van de rechten en de boeten, de verjaring en het recht van toezicht van de administratie.
Die titel XV is van toepassing op de taks van 7 pct. gevestigd bij artikel 113, § 1, van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen op de prestaties van tussenpersonen bij verzekeringen.
22. De toelevering.
Wanneer de tussenpersoon bij verzekeringen voor het verrichten van zijn prestatie een beroep doet op de diensten van een toeleverancier, is de taks van 7 pct. verschuldigd voor de betrekkingen tussen de tussenpersoon en zijn toeleverancier, voor zover de prestatie van de toeleverancier ook valt in de werkingssfeer van de taks van 7 pct. en de voorwaarden van verschuldigdheid van die taks vervuld zijn.
Die toestand komt inzonderheid voor bij diensten verleend door een sub-makelaar of wanneer een expert een deel van zijn werk aan een andere expert toevertrouwt.
Voorbeelden.
a. Een hier te lande gevestigde makelaar staat een deel van zijn commissieloon dat hem wordt betaald door de hier te lande gevestigde verzekeraar, af aan een eveneens hier te lande gevestigde expediteur die hem een hier te lande gevestigde verzekerde heeft aangebracht. De taks van 7 pct. is verschuldigd op het door de verzekeraar betaalde commissieloon en zij is eveneens verschuldigd op het deel dat door de makelaar aan de expediteur werd afgestaan. De taks die verschuldigd is voor de betrekkingen tussen de verzekeraar en de makelaar wordt geïnd door de verzekeraar, terwijl de taks die verschuldigd is op dat aan de expediteur afgestane deel wordt geïnd door deze laatste.
b. Een hier te lande gevestigde expert, die door het slachtoffer van een door een verzekering gedekt ongeluk wordt belast met een expertise, doet een beroep op de diensten van een hier te lande gevestigde collega. Het slachtoffer is eveneens hier te lande gevestigd. De taks van 7 pct. is verschuldigd op het door het slachtoffer aan de expert betaalde honorarium en op het door die expert aan zijn collega afgestane deel.
Het afstaan door de tussenpersoon bij verzekeringen van een deel van zijn bezoldiging aan een ander persoon heeft niet altijd de inning van de taks van 7 pct. tot gevolg.
Dat is inzonderheid het geval :
1° wanneer de makelaar een deel van zijn bezoldiging afstaat aan de verzekerde zelf, daar deze laatste niet tegelijk de hoedanigheid van makelaar en verzekerde kan hebben;
2° wanneer de diverse tussenpersonen die bij een handeling zijn opgetreden, samen met de schuldenaar van de bezoldiging hebben gehandeld;
3° wanneer de diverse tussenpersonen die bij een handeling optreden, onder elkaar verbonden zijn door de banden van een contract van vereniging in deelneming.
Men zal evenmin uit het oog verliezen wat hierboven in nr. 15 werd gezegd.
23. De tussenpersonen bij verzekeringen die BTW-belastingplichtigen zijn.
De tussenpersonen bij verzekeringen die geen andere werkzaamheid hebben dan het verrichten van handelingen welke ingevolge artikel 44, § 3, 3°, van het BTW-Wetboek van BTW zijn vrijgesteld, zijn geen belastingplichtigen (z. art. 5 van het BTW-Wetboek). Geen belastingplichtigen zijn dus de makelaars en lasthebbers bij verzekeringen die geen andere werkzaamheid uitoefenen en de experten die slechts expertises doen, welke in de werkingssfeer vallen van artikel 44, § 3, 3°, van het BTW-Wetboek.
Indien die tussenpersonen daarentegen geregeld goederen leveren of diensten verlenen beoogd bij het BTW-Wetboek en niet vrijgesteld bij artikel 44 van dat Wetboek, zijn zij belastingplichtigen in de mate van die werkzaamheid. De door dergelijke tussenpersonen verrichte handelingen zijn aan twee regelingen onderworpen. Op de leveringen en diensten die niet zijn vrijgesteld krachtens artikel 44 van het BTW-Wetboek is de BTW verschuldigd. indien de voorwaarden inzake verschuldigdheid van die belasting vervuld zijn en indien ze niet vrijgesteld zijn krachtens een bijzondere bepaling van het BTW-Wetboek. De handelingen die van BTW vrijgesteld zijn krachtens artikel 44, § 3, 3°, van het BTW-Wetboek en die in de werkingssfeer vallen van artikel 113, § 1, van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen, zijn onderworpen aan de taks van 7 pct. indien de voorwaarden inzake de verschuldigdheid van die taks zijn vervuld.
Voorbeelden.
a. Een expert wiens werkzaamheid bestaat in het verrichten van expertises inzake verzekeringen, stelt uitzonderlijk het bedrag vast van een niet door een verzekering gedekte schade. De expertises welke die expert inzake verzekeringen verricht zijn onderworpen aan de taks van 7 pct., voor zover de voorwaarden van verschuldigdheid van die taks zijn vervuld. De expertise die uitzonderlijk op een ander gebied wordt verricht, is niet aan de BTW onderworpen, want het is het werk van een niet-belastingplichtige.
b. Een expert wiens normale werkzaamheid bestaat in het verrichten van expertises inzake verzekeringen, verricht geregeld expertises op andere gebieden die, bij onderstelling, worden geacht te zijn gebruikt hier te lande en niet vrijgesteld zijn krachtens een bepaling van het BTW-Wetboek. De expertises inzake verzekeringen zijn onderworpen aan de taks van 7 pct. indien de voorwaarden van verschuldigdheid van die belasting zijn vervuld. De andere expertises zijn onderworpen aan de BTW vermits ze het werk zijn van een belastingplichtige.
c. Een expert Inzake verzekeringen wordt geregeld belast met de verkoop van beschadigde goederen voor rekening van een opdrachtgever. Daar de expert geregeld bij die verkopen bemiddelt, is hij een belastingplichtige in de mate van zijn bemiddeling bij die verkopen. Aangezien hij als commissionair handelt, wordt hij bovendien geacht zelf die goederen te verkopen. Hij moet worden behandeld als ieder ander belastingplichtige die als commissionair goederen verkoopt.
De tussenpersonen bij verzekeringen die aldus een van BTW vrijgestelde werkzaamheid en een aan die belasting onderworpen werkzaamheid uitoefenen, moeten voor deze laatste werkzaamheid alle verplichtingen nakomen, die normaal op de belastingplichtigen rusten. Ze moeten inzonderheid een BTW-registratienummer aanvragen, een periodieke aangifte indienen, de op die aangifte verschuldigde belasting voldoen, een factuur uitreiken indien de uitreiking daarvan verplicht is, de boekhouding voeren voorgeschreven naargelang van het geval bij artikel 11 of bij artikel 12 van het koninklijk besluit nr. 1, van 23 juli 1969, en de jaarlijkse kennisgeving doen, voorgeschreven bij artikel 50, § 1, 5°, van het BTW-Wetboek.
Die tussenpersonen hebben het recht de BTW in aftrek te brengen, die werd geheven van de goederen en diensten die zij gebruiken voor het verrichten van de handelingen welke aan die belasting zijn onderworpen.
De experten inzake verzekeringen van wie de belastbare handelingen minder dan 2 pct. van hun jaaromzet belopen, mogen echter de BTW van, volgens het geval 14 pct. of 18 pct., die verschuldigd is op de aan die belasting onderworpen expertises, voldoen door middel van fiscale plakzegels. De expert brengt het bovenste deel van de plakzegel aan op de factuur die hij moet uitreiken aan de schuldenaar van de bezoldiging en het onderste deel van de plakzegel op het dubbel dat hij bewaart. De factuur moet worden uitgereikt de vijfde werkdag na de maand waarin de BTW verschuldigd is geworden en de vermeldingen dragen voorgeschreven bij artikel 2 van het koninklijk besluit nr. 1. van 23 juli 1969. De expert moet bovendien op de factuur vermelden dat die belasting een BTW is die werd voldaan door middel van plakzegels overeenkomstig deze aanschrijving. Hij moet iedere helft van de plakzegel op volgende wijze onbruikbaar maken. Het onbruikbaar maken van iedere helft wordt gedaan met duidelijke lettertekens, hetzij door middel van een met onuitwisbare inkt geschreven vermelding die de datum van de onbruikbaarmaking en de handtekening van de persoon die ze verricht omvat, hetzij door middel van een naamstempel die, met vette inkt, benevens de datum, ook de familienaam, de benaming of de firma van degene die de plakzegel onbruikbaar maakt, afdrukt.
De experts die de vereiste voorwaarden vervullen en die de BTW voldoen door middel van fiscale plakzegels zijn ontslagen van de verplichting een BTW-maandaangifte of een BTW-kwartaalaangifte in te dienen en de BTW te voldoen overeenkomstig artikel 50. § 1, 4°, van het BTW-Wetboek. Maar ze moeten de andere verplichtingen die normaal op de belastingplichtigen rusten, nakomen. Ze moeten inzonderheid een aangifte indienen bij de aanvang, de wijziging of de stopzetting van hun werkzaamheid, de boekhouding voeren voorgeschreven bij, volgens het geval artikel 11 of artikel 12 van het koninklijk besluit nr. l, van 23 juli 1969, en aan de administratie ieder jaar de kennisgeving doen voorgeschreven bij artikel 50, § 1, 5°, van het BTW-Wetboek.
De voldoening van de BTW door middel van fiscale plakzegels sluit de mogelijkheid uit de BTW in aftrek te brengen, die werd geheven van de goederen en diensten die door de expert werden gebruikt bij het verrichten van de met BTW belastbare handelingen. De keuze van die wijze van voldoening impliceert dat de expert afziet van zijn recht op aftrek.
De voorlopige regeling opgenomen in de aanschrijving nr. 32, van 15 februari 1971, voor de experten inzake verzekeringen van wie de belastbare handelingen minder dan 2 pct. van hun jaaromzet belopen, wordt opgeheven met ingang van 1 januari 1972. De expertises waarvoor de BTW verschuldigd wordt na die datum, zullen aan de in deze aanschrijving voorgeschreven nieuwe regeling worden onderworpen. De expert inzake verzekeringen die het voordeel geniet van de aanschrijving nr. 32, van 15 februari 1971, moet voor 1 december 1971 de in artikel 50, § 1, 1°, van het BTW-Wetboek voorgeschreven aangifte indienen. Indien die expert het voordeel wenst te genieten van de in deze aanschrijving opgenomen bijzondere regeling voor de voldoening van de BTW verschuldigd op zijn belastbare handelingen, moet hij de chef van het BTW-controlekantoor waaronder hij ressorteert mededelen dat hij de vereiste voorwaarden vervult en dat hij die bijzondere regeling wil toepassen .
De expert inzake verzekeringen die na 1 januari 1972 een aan de BTW onderworpen werkzaamheid begint en die voor die werkzaamheid de bijzondere regeling wenst toe te passen, moet die keuze kenbaar maken in de bij artikel 50, § 1, 1°, van het BTW-Wetboek voorgeschreven aangifte.
24. Expertises verricht door experten aangesteld door een rechtbank of ter uitvoering van een rechterlijke beslissing, enz.
De expertises verricht door experten aangesteld door een rechtbank of ter uitvoering van een rechterlijke beslissing zijn niet onderworpen aan de taks van 7 pct. gevestigd bij artikel 113, § 1, van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen. Aan de bemoeiing van de experten ligt steeds een rechterlijke beslissing ten grondslag waarbij de expertise wordt bevolen. In dat geval zijn inzonderheid de zeevaartdeskundigen, leden van een zeevaartcommissie verbonden aan een rechtbank van koophandel, wanneer die deskundigen door die rechtbank belast worden met een expertise bij het laden of het lossen van een schip of een boot.
De expertises verricht door de experten aangesteld door de partijen ter uitvoering van de bepalingen van een bijzondere wet zijn eveneens niet onderworpen aan de taks van 7 pct. gevestigd bij artikel 113, § 1, van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen. Het woord « partijen » impliceert dat de expert tussenbeide komt in een zaak waarin de belangen van twee of meer personen tegenover elkaar staan. Het veronderstelt, in andere woorden, het bestaan van een geschil. Bovendien moet de aanwijzing van de expert gebeuren ter uitvoering van de bepalingen van een bijzondere wet.
De prestaties van de scheidsrechters en van de scheidsrechters-verslaggevers worden evenmin beoogd bij artikel 113, § 1, van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen.
25. Expertises inzake verzekeringen van schepen en boten.
De expertises inzake verzekeringen van boten en schepen zijn niet onderworpen aan de taks van 7 pct., gevestigd bij artikel 113, § 1, van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen, alhoewel zij vrijgesteld zijn van BTW krachtens artikel 44, § 3, 3°, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde.
Is een expertise inzake verzekeringen van schepen en boten, iedere expertise inzake verzekeringen die, ware zij niet vrijgesteld van BTW krachtens artikel 44, § 3, 3°, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, binnen de werkingssfeer van artikel 42, § 1, 3°, van hetzelfde Wetboek valt (zie aanschr. nr. 110, van 31 december 1971, nr. 7).
De aanschrijving van 31 december 1970, nr. 107, en de aanschrijving van 15 februari 1971, nr. 32, worden door deze aanschrijving vervangen. De aanschrijving van 15 februari 1971, nr. 32, blijft echter van toepassing tot 31 december 1971.
Aanschrijving nr. 144 dd. 30.09.1971
Verzekeraar
Verzekeringsmaatschappij
Verzekering
Verzekeringshandeling
Belastingplichtige
Belastingplicht
Herverzekering
Expert
Schadegeval
Verzekerde
Tussenpersoon
Cascoverzekering
Expertise
Lasthebber
Tussenpersoon bij verzekering
Deze aanschrijving heeft ten doel de regeling te preciseren, die van toepassing is op de handelingen van de verzekeringsmaatschappijen en van de tussenpersonen bij verzekeringen ten aanzien van de BTW en van de inning van de taks van 7 pct. gevestigd bij artikel 113 van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen.
1. Inleiding.
Op het gebied van de verzekeringen en van de lijfrenten treft men twee soorten handelingen aan. Enerzijds zijn er de verzekeraars, dat wil zeggen de fysieke personen of rechtspersonen die verzekeringshandelingen verrichten of lijfrenteovereenkomsten sluiten. Anderzijds zijn er de tussenpersonen, dat wil zeggen de fysieke personen of rechtspersonen die bemiddelen bij het sluiten of het uitvoeren van verzekerings- of lijfrenteovereenkomsten.
De verzekeraar oefent een werkzaamheid uit die buiten de werkingssfeer valt van de belasting over de toegevoegde waarde. Bij het verzekeringscontract en de lijfrenteovereenkomst is er geen levering van goederen of verlening van diensten in de zin van het BTW-Wetboek. De verzekeringscontracten en de overeenkomsten van lijfrente of tijdelijke rente zijn trouwens, zoals voorheen, onderworpen aan de taks bepaald in titel XII van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen.
Hoewel de personen die verzekeringshandelingen verrichten of die lijfrenteovereenkomsten sluiten niet de hoedanigheid van belastingplichtige verkrijgen voor die handelingen, kunnen zij geregeld en zelfstandig andere handelingen verrichten, die wel worden beoogd bij het BTW-Wetboek. In de eerste afdeling van deze aanschrijving wordt de regeling behandeld die op het stuk van de BTW op die handelingen van toepassing is.
De tweede afdeling heeft betrekking op de toepassing van de taks van 7 pct. gevestigd bij artikel 113 van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen, op de diensten door makelaars of lasthebbers bij verzekeringen. lijfrenten of tijdelijke renten.
Eerste afdeling - De handelingen van verzekeraars.
2. De verzekeringshandelingen.
Onder verzekeringshandelingen worden voor de toepassing van deze aanschrijving verstaan de diverse handelingen die onderworpen zijn aan de taks gevestigd bij de artikelen 173 tot 183 van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen, alsmede de handelingen die van die taks zijn vrijgesteld bij artikel 176(2) van dat Wetboek.
Er dient dus geen onderscheid te worden gemaakt tussen verzekering van zaken en verzekering van personen, tussen verzekering te land en zeeverzekering. Verzekeringscontracten zijn eveneens de contracten waarbij een verzekeraar de verzekerde behoedt voor de verliezen die voortspruiten uit het onvermogen van schuldenaars en de contracten die « speciale tegenverzekering » of « verzekering voor rechtskundige bijstand » worden genoemd, behoudens wanneer die contracten eenvoudig neerkomen op bezoldigde lastgevingen.
De handelingen vermeld in de twee voorgaande leden vallen niet in de werkingssfeer van de BTW. Het zijn inderdaad geen leveringen van goederen, noch diensten. noch invoer in de zin van het BTW-Wetboek.
Als verzekeringshandelingen worden niet aangemerkt :
1° De overeenkomst waarbij een maatschappij er zich toe verbindt op haar kosten de invordering van schuldvorderingen te doen, tegen betaling van een forfaitair percentage van de in te vorderen bedragen;
2° De overeenkomst waarbij een maatschappij zich tegenover een derde verbindt zich met die derde hoofdelijk borg te stellen tegenover een administratie, tegen betaling van een vergoeding proportioneel met het gewaarborgd bedrag;
3° De overeenkomst die « verzekering van de borgstelling voor een douanedocument » wordt genoemd. en waarbij een maatschappij er zich tegenover een automobilist toe verbindt aan een bepaalde automobilistenbond de bedragen terug te betalen welke die bond eventueel zou moeten betalen wegens het niet nakomen door de automobilist van de verplichtingen die voortvloeien uit de door hem ondertekende douanedocumenten voor tijdelijke vrijstelling, waarbij de maatschappij de bedragen die ze aldus zou moeten uitgeven kan verhalen op de automobilist;
4° De delcredere-overeenkomsten :
5° De kapitalisatiecontracten.
3. De verzekeraar.
Onder verzekeraar wordt verstaan iedere fysieke persoon of rechtspersoon wiens voornaamste beroepswerkzaamheid bestaat in het verrichten van verzekeringshandelingen.
4. Toestand van de verzekeraar ten aanzien van de BTW.
De verzekeraar is normaal een niet-belastingplichtige vermits hij handelingen verricht die buiten de werkingssfeer vallen van het BTW-Wetboek.
Een verzekeraar kan echter geregeld, maar aanvullend, andere handelingen dan verzekeringshandelingen verrichten, waarvan sommige binnen de werkingssfeer van het BTW-Wetboek kunnen vallen.
Wanneer de andere handelingen dan de verzekeringshandelingen die de verzekeraar geregeld verricht, handelingen zijn die buiten de werkingssfeer van het BTW-Wetboek vallen of handelingen beoogd bij dat Wetboek, maar vrijgesteld krachtens artikel 44, blijft de verzekeraar een niet-belastingplichtige. Het belastingplichtig zijn hangt inderdaad af van de uitoefening van een werkzaamheid die wordt beoogd bij het BTW-Wetboek en niet is vrijgesteld bij artikel 44 (z. art. 5) .
Voorbeelden.
a. Een verzekeringsmaatschappij gebruikt haar beschikbare middelen om hypothecaire leningen toe te staan. De leningsverrichtingen zijn van BTW vrijgesteld krachtens artikel 44,3, 2°, van het Wetboek. Die maatschappij verkrijgt dus niet de hoedanigheid van belastingplichtige wegens die werkzaamheid.
b. Met zijn beschikbare middelen laat een verzekeraar onroerende goederen bouwen, die hij verhuurt zonder enige handeling van « onroerende leasing ». De verhuur van uit hun aard onroerende goederen is een handeling die niet wordt beoogd bij het BTW-Wetboek. Die verzekeraar verkrijgt dus evenmin de hoedanigheid van belastingplichtige.
Wanneer een verzekeraar daarentegen geregeld goederen levert of diensten verleent in de zin van het BTW-Wetboek en die handelingen niet vrijgesteld zijn krachtens artikel 44 van dat wetboek. is hij in de regel van rechtswege een belastingplichtige in de mate van die werkzaamheid.
Voorbeelden.
a. Een verzekeraar gebruikt zijn beschikbare middelen om handelingen van « onroerende leasing » bedoeld in artikel 18,2, van het BTW-Wetboek te verrichten. Hij bekomt van rechtswege de hoedanigheid van belastingplichtige in de mate van die werkzaamheid.
b. Een verzekeringsmaatschappij verricht geregeld boekhoudkundig en actuarieel werk voor rekening van een andere verzekeringsmaatschappij. Zelfs indien dat werk wordt verricht tegen kostprijs, verkrijgt de maatschappij die het verricht van rechtswege de hoedanigheid van belastingplichtige in de mate van die werkzaamheid, behoudens indien die werkzaamheid wordt verricht in het kader van een permanente belangengemeenschap ( z. nr. 8) .
5. Gevolgen van het BTW-belastingplichtig zijn.
De verzekeraar die de hoedanigheid van belastingplichtige verkrijgt, moet alle verplichtingen die op de belastingplichtigen rusten, nakomen.
Hij is inzonderheid gehouden een aangifte van aanvang, wijziging of stopzetting van werkzaamheid in te dienen, zoals voorgeschreven bij artikel 50. § 1, 1°, van het BTW-Wetboek.
Hij moet ook een factuur uitreiken voor de niet vrijgestelde leveringen van goederen en de niet vrijgestelde diensten, wanneer die uitreiking verplicht is.
Hij is ook nog gehouden periodieke aangiften in te dienen en de op die aangiften verschuldigde BTW in de Schatkist te storten. Het zijn maandaangiften als zijn omzet groter is dan 5 miljoen per jaar. Zoniet zijn het kwartaalaangiften. Om die omzet te berekenen houdt de verzekeraar rekening met de ontvangen verzekeringspremies en de andere beroepsontvangsten tijdens het jaar, zonder een onderscheid te maken tussen de ontvangsten van handelingen onderworpen aan de BTW, van handelingen vrijgesteld van BTW of van handelingen die buiten de werkingssfeer van de belasting vallen .
De verzekeraar moet een boekhouding voeren die wordt voorgeschreven naargelang van het geval bij artikelen 11 of 12 van het koninklijk besluit nr. I, van 23 juli 1969, de jaarlijkse kennisgeving doen zoals voorgeschreven bij artikel 50, § 1, 5°, van het BTW-Wetboek en aan de met de controle belaste ambtenaren zijn stukken en documenten mededelen zoals de andere belastingplichtigen daartoe gehouden zijn.
De verzekeraar die belastingplichtige is voor een gedeelte van zijn werkzaamheid en niet-belastingplichtige voor een ander gedeelte, mag de BTW die zijn beroepsuitgaven bezwaart niet geheel in aftrek brengen. Hij moet de aftrek doen met inachtneming van het werkelijk gebruik van de goederen en diensten (z. aanschr. nr. 103, van 31 december 1970. § 88 tot 92) .
De chefs van de BTW-controlekantoren die in hun ambtsgebied verzekeraars met de hoedanigheid van belastingplichtige hebben, zullen hun kennis geven van de verplichting de aftrek toe te passen met inachtneming van het werkelijk gebruik, indien die verzekeraars er niet spontaan om hebben gevraagd (z. aanschr. nr. 103. van 31 december 1970 § 89, 2, 3°).
6. De handelingen met het personeel.
De verzekeraar die geregeld niet vrijgestelde goederen levert of diensten verleent aan de leden van zijn personeel en aan de zelfstandige tussenpersonen die voor hem werken, is van rechtswege belastingplichtige.
De administratie aanvaardt echter bij wijze van verzachting dat de verzekeraar, die geen belastingplichtige is wegens een andere werkzaamheid, geen registratienummer moet aanvragen voor de hierna vermelde belastbare handelingen die hij verricht met de leden van zijn personeel en met de zelfstandige tussenpersonen die voor hem werken, voor zover :
1° de goederen worden geleverd en de diensten worden verstrekt om het de leden van het personeel en de zelfstandige tussenpersonen mogelijk te maken hun beroep uit te oefenen in de dienst of voor rekening van de verzekeraar;
2° de leveringen en diensten gebeuren tegen hoogstens de kostprijs.
Het niet-belastingplichtige zijn heeft tot gevolg dat die leveringen en diensten mogen worden verricht zonder BTW en dat de verzekeraar geen aftrek mag doen.
Wanneer de bovenstaande twee voorwaarden zijn vervuld, mogen volgende handelingen die verzachting genieten :
a. de levering van voedsel en drank om ter plaatse te worden verbruikt;
b. de verhuur van autovoertuigen;
c. de verkoop van agenda's en andere reclamedrukwerken :
d. de verkoop van benzine.
Voorbeelden.
a. Een verzekeringsmaatschappij exploiteert een ondernemingsrestaurant waar haar werknemers en zelfstandige tussenpersonen maaltijden en drank kunnen verkrijgen tegen een lagere prijs dan de kostprijs.
b. Een verzekeringsmaatschappij verhuurt autovoertuigen aan haar tussenpersonen voor hun beroepsreizen. De huurprijs is lager dan de normale prijs.
c. Een verzekeringsmaatschappij verkoopt beneden de inkoopprijs aan haar zelfstandige agenten, reclameagenda's die bestemd zijn om aan de cliënteel te worden uitgedeeld.
d. Een verzekeringsmaatschappij verkoopt tegen kostprijs de benzine die haar werknemers gebruiken voor hun beroepsreizen.
In al die gevallen zijn de handelingen niet aan de BTW onderworpen indien de verzekeraar geen andere belastbare werkzaamheid uitoefent. De verzekeraar mag overigens de belasting, voldaan op de goederen en diensten die voor het verrichten van die handelingen worden verbruikt. niet in aftrek brengen.
Men mag echter niet uit het oog verliezen dat indien de verzekeraar een BTW-belastingplichtige is om een andere reden, de handelingen met het personeel en met de zelfstandige tussenpersonen aan de BTW zijn onderworpen overeenkomstig de regels van gemeen recht.
De inschikkelijkheid ten gunste van de handelingen die de verzekeraar verricht met zijn personeel en met de zelfstandige tussenpersonen die voor hem werken, wordt onder dezelfde voorwaarden uitgebreid tot de handelingen welke die verzekeraar verricht met de werknemers en de zelfstandige tussenpersonen die werken voor rekening van andere per- sonen die met hem verbonden zijn door een permanente belangengemeenschap. Maar de verzekeraar moet dezelfde handelingen verrichten met zijn eigen personeel en met zijn eigen tussenpersonen en de grond- en vormvoorwaarden vermeld in nummer 3 van de aanschrijving nr. 69. van 3 mei 1971, moeten vervuld zijn. De toepassing van de inschikkelijkheid is inzonderheid afhankelijk van het verkrijgen van de in voormelde aanschrijving voorgeschreven vergunning.
7. De verkoop van bedrijfsmiddelen, afval en heerloze goederen.
Een verzekeraar mag geregeld goederen verkopen die in zijn verzekeringsonderneming gebruikt geweest zijn. Die verkopen kunnen inzonderheid betrekking hebben op gebruikte kantoormeubelen, kantoormachines en oud papier.
Een verzekeraar mag ook geregeld goederen verkopen, waarvan de eigendom hem door een verzekerde werd afgestaan. Die toestand treft men inzonderheid aan bij verzekering tegen diefstal en bij zeeverzekering. Het komt ook voor dat de verzekeraars, die de verkopers of de personen die in de plaats van de verkopers treden dekken tegen de risico's van onvermogen van de kopers, de eigendom van de verkochte goederen verwerven wegens de ontbinding van de verkoop in hun voordeel.
In strijd met de regel dat de verzekeraar die geregeld goederen levert, een belastingplichtige is, geeft de verkoop van bedrijfsmiddelen die door de verzekeraar in zijn verzekeringsonderneming werden gebruikt, van afval afkomstig van die werkzaamheid en de verkoop van heerloze goederen, de verzekeraar niet de hoedanigheid van belastingplichtige. Bijgevolg zijn die verkopen niet aan de BTW onderworpen, behoudens wanneer ze betrekking hebben op goederen bedoeld in artikel 2, 3°, van het BTW-Wetboek. De verzekeraar mag overigens de BTW die in voorkomend geval werd voldaan bij de aankoop van die goederen, niet in aftrek brengen.
Het feit dat de verzekeraar een belastingplichtige is wegens een andere werkzaamheid. heeft geen invloed op het stelsel dat van toepassing is op heerloze goederen. Volgend onderscheid dient daarentegen te worden gemaakt ten aanzien van de bedrijfsmiddelen en de afval. De bedrijfsmiddelen die uitsluitend gebruikt zijn geworden in de niet belastingplichtige sector en de afval uitsluitend afkomstig van die sector mogen zonder BTW worden verkocht, behoudens wanneer het goederen betreft, bedoeld in artikel 2, 3°, van het BTW-Wetboek. De verkopen van de andere bedrijfsmiddelen en de andere afval moeten daarentegen worden behandeld als verkopen verricht door belastingplichtigen. De BTW is in voorkomend geval verschuldigd over de totale prijs ( z. echter wat de afval betreft. aanschrijving nr. 88. van 15 december 1970).
8. Handelingen verricht in het kader van een belangengemeenschap.
De verzekeraar die geregeld goederen levert of diensten verleent, die niet vrijgesteld zijn bij artikel 44 van het BTW-Wetboek, verkrijgt niet de hoedanigheid van belastingplichtige in de mate van die werkzaamheid. wanneer die goederen worden geleverd en die diensten worden verleend onder de voorwaarden vermeld in nr. 3 van de aanschrijving nr. 69, van 3 mei 1971.
Aan te stippen valt dat de omstandigheid dat de verzekerde die de goederen levert en de diensten verleent de hoedanigheid van gemengde belastingplichtige heeft, de toepassing van de in voornoemde aanschrijving nr. 69, van 3 mei 1971, bepaalde regeling niet verhindert.
Afdeling 2. - De handelingen van de tussenpersonen bij verzekeringen.
9. Inleiding.
Bij artikel 44, § 3, 3°, van het BTW-Wetboek worden de diensten door makelaars of lasthebbers bij verzekeringen vrijgesteld van BTW.
Anderzijds heft artikel 113, § I, van titel VII van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen een taks van 7 pct. « op de diensten door makelaars en lasthebbers bij verzekeringen. Lijfrenten of tijdelijke renten, afgesloten met een beroepsverzekeraar » (z. art. 1 van de wet van 10 juli 1969, tot wijziging van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen; aanschr. nr. 2798).
Beide bepalingen zijn correlatief. De diensten die vrijgesteld zijn bij artikel 44,3, 3°, van het BTW-Wetboek zijn die welke worden bedoeld in artikel 113, I, van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen. Wanneer een dienst vrijgesteld is omdat het een dienst door een makelaar of een lasthebber bij verzekeringen is, valt hij dus in de werkingssfeer van de taks van 7 pct. gevestigd bij artikel 113, § 1, van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen.
10. Werkingssfeer.
Onder diensten door makelaars of lasthebbers bij verzekeringen. in de zin van artikel 44. § 3, 3°, van het BTW-Wetboek en artikel 113 van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen worden niet alleen verstaan de handelingen van makelaars of lasthebbers in de strikte zin, maar ook de diverse handelingen die de tussenpersonen bij verzekeringen gewoonlijk verrichten bij de normale uitoefening van hun werkzaamheid van tussenpersoon bij verzekeringen. De tussenpersonen bij verzekeringen beperken er zich niet toe de verzekeraar en de verzekerde samen te brengen met het oog op het sluiten van een verzekeringscontract. Zij nemen ook actief deel aan het beheer van het verzekeringscontract dat door hun bemiddeling werd gesloten. Zij innen de premies. Zij verstrekken de verzekeraar inlichtingen over de gedekte risico's en bemiddelen bij het regelen van de schadegevallen. Aldus vallen in de werkingssfeer van beide voornoemde bepalingen niet alleen de eigenlijke diensten door makelaars en lasthebbers, maar ook de diensten met betrekking tot het beheer van de verzekeringspolissen en inzonderheid de diensten van experten die worden bijgeroepen om de schade vast te stellen en te regelen (z. nr. 11) .
Opdat die bepalingen echter van toepassing zouden zijn, moeten de tussenpersonen (makelaars, lasthebbers of experten) bemiddelen op het gebied van de verzekeringen gesloten door beroepsverzekeraars. Onder verzekeringen worden verstaan de diverse handelingen die onderworpen zijn aan de taks gevestigd bij de artikelen 173 tot 183 van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen, daarin begrepen de overeenkomsten van lijfrente of tijdelijke rente en de vrijgestelde verzekeringen, zoals de contracten van herverzekering en de cascoverzekeringen ( z. nr. 2) . Die overeenkomsten moeten bovendien worden gesloten met een beroepsverzekeraar, wat veronderstelt dat de verzekeraar een onderneming is die technisch georganiseerd is om een geheel van risico's te compenseren volgens de wetten van de statistiek .
11. De prestaties van experten.
De door een expert verrichte prestaties vallen in de werkingssfeer van artikel 44, § 3, 3°, van het BTW-Wetboek en artikel 113, § 1, van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen, ongeacht de hoedanigheid van de persoon aan wie de dienst wordt geleverd ( verzekeraar, verzekerde, slachtoffer, enz. ), wanneer de volgende voorwaarden vervuld zijn :
1° Er moet een schadegeval zijn op het tijdstip waarop de expert wordt belast met de opdracht en die opdracht moet er juist in bestaan de gevolgen van het schadegeval te regelen .
2° Het schadegeval moet gedekt zijn door een vergoeding wegens verzekering. Het bestaan van een verzekeringscontract is dus noodzakelijk.
Er weze opgemerkt dat het niet vereist is dat de expert opdracht zou hebben gekregen een akkoord over de vergoeding te sluiten.
De toepassing van artikel 44,3, 3, van het BTW-Wetboek en artikel 113,1, van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen is niet afhankelijk van de voorwaarde dat hij die met de expertises wordt belast, een beroepstussenpersoon bij verzekeringen zou zijn, Aldus is de bij voornoemd artikel 113, § 1, gevestigde belasting van 7 pct. verschuldigd wanneer een architect uitzonderlijk wordt belast met het bepalen van de vergoeding die verschuldigd is aan de verzekerde van een onroerend goed dat door brand werd vernield. Deze beschikkingen worden eveneens toegepast wanneer de expertise inzake verzekeringen wordt gedaan door een gespecialiseerde firma van dienstverrichtingen die bijzaak zijn tot het vervoer, zoals door een firma van entrepotverkeer ( Naties ) .
Voorbeelden.
a. Voor het sluiten van een verzekeringscontract wordt een expert belast met het schatten van een goed. Daar er geen schadegeval is, worden de prestaties van de expert niet van BTW vrijgesteld krachtens artikel 44, § 3, 3°, van het BTW-Wetboek en is de taks van 7 pct. er niet op verschuldigd.
b. Een expert wordt belast met het in ontvangst nemen van goederen die over zee werden vervoerd. Op het tijdstip waarop de expert wordt aangewezen, kent hij die de expert met dat werk belast, de averij niet welke die goederen hebben opgelopen. De diensten van de expert Zijn niet van BTW vrijgesteld krachtens artikel 44, § 3, 3°, van het BTW-Wetboek en de taks van 7 pct. is niet verschuldigd. De latere ontdekking van de averij heeft geen invloed op de oplossing.
c. Een expert is aangewezen om het bedrag vast te stellen van de vergoeding die toekomt aan het slachtoffer van een verkeersongeluk. De persoon die burgerrechtelijk aansprakelijk is, een intercommunale maatschappij voor gemeenschappelijk vervoer, is zijn eigen verzekeraar en het slachtoffer is n et verzekerd.
De toestand is dezelfde als in de gevallen a en b.
Voor de toepassing van deze aanschrijving worden aan dezelfde regeling als de experten onderworpen, de tussenpersonen die zich verplichten tot het verlenen van de diensten van een expert, zoals dispacheurs en averijcommissarissen, alsmede de beëdigde wegers, meters en scheepsijkers, wanneer een door een verzekering gedekte averij gekend is op het tijdstip van hun aanwijzing.
12. De voorwaarden van verschuldigdheid.
Opdat de taks van 7 pct. gevestigd bij artikel 113, § I, van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen, verschuldigd zou zijn op de prestaties van een tussenpersoon bij verzekeringen, volstaat het niet dat de prestatie binnen de werkingssfeer van dat artikel zou vallen. De prestatie moet bovendien nog hier te lande krachtens een contract verricht zijn door een zelfstandige tussenpersoon.
Wanneer de tussenpersoon verbonden is met de persoon aan wie hij de dienst verleent door een band van ondergeschiktheid bij de uitoefening zelf van zijn prestatie, is de taks van 7 pct. niet verschuldigd, behoudens gebeurlijke toepassing van artikel 113, § 2, van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen (z. nr. 13). Anderzijds wordt aanvaard dat de bezoldigingen die door een verzekeringsmaatschappij aan haar werknemers worden toegekend voor de makelaarsdiensten die ze voor rekening van de maatschappij verrichten buiten hun normale functie, bijwedden zijn.
Aan te stippen valt dat. in tegenstelling met wat ten aanzien van de BTW gebeurt, de verschuldigdheid van de taks van 7 pct. gevestigd op de prestaties van tussenpersonen bij verzekeringen niet onderworpen is aan de voorwaarde dat de prestatie verricht wordt bij de uitoefening van een geregelde werkzaamheid. De afzonderlijke daad van makelaar bij verzekeringen is onderworpen aan de taks van 7 pct. zodra de voorwaarden van verschuldigdheid van die taks zijn vervuld.
Voorbeeld.
Een makelaar bij verzekeringen staat een gedeelte van zijn commissieloon af aan de conciërge van een appartementsgebouw voor zijn bemiddeling bij het sluiten van een verzekeringscontract met betrekking tot dat gebouw. Dat gedeelte vertegenwoordigt de bezoldiging van een daad van makelaar en de taks van 7 pct. gevestigd bij artikel 113, § 1, van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen, is erop verschuldigd.
13. Vermoeden van artikel 113,2, van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen.
Luidens artikel 113, § 2, van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen wordt voor de toepassing van de taks van 7 pct. iedere persoon die in welke hoedanigheid ook in België als tussenpersoon optreedt voor rekening van een buitenlandse firma, geacht te handelen als lasthebber.
Die bepaling heeft tot gevolg dat wanneer de tussenpersoon bij verzekeringen werkt voor een verzekeraar die geen inrichting hier te lande heeft, zijn prestaties onderworpen zijn aan de taks van 7 pct., zelfs indien hij met die verzekeraar verbonden is door een bediendencontract.
Maar, zoals vroeger voor artikel 752 van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen maakt de administratie geen toepassing van dat vermoeden en eist de taks van 7 pct. niet :
1° voor de werknemers die niet belast zijn met de prospectie van de cliënteel;
2° voor de werknemers die. zelfs indien ze belast zijn met de prospectie van de cliënteel, worden behandeld als loontrekkenden zowel voor de toepassing van de inkomstenbelastingen als voor de wetgeving op de maatschappelijke zekerheid van de werknemers.
14. Verlening van de dienst hier te lande.
Zoals gezegd in nr. 12 is de verschuldigdheid van de taks van 7 pct. op de prestaties van tussenpersonen bij verzekeringen afhankelijk van de voorwaarde dat de dienst hier te lande wordt verleend.
A. Wanneer een tussenpersoon bij verzekeringen bij het sluiten zelf van een verzekeringshandeling heeft bemiddeld of als lasthebber optreedt voor een handeling die in onmiddellijk verband staat met een dergelijke tussenkomst, wordt de dienst van de tussenpersoon geacht hier te lande te zijn verleend voor de toepassing van artikel 113, 1, van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen, indien de medecontractant van de schuldenaar van de aan de tussenpersoon verschuldigde bezoldiging hier te lande is gevestigd. De dienst van makelaar of lasthebber wordt daarentegen geacht te zijn verleend in het buitenland indien die medecontractant niet hier te lande is gevestigd. De plaats waar de tussenpersoon of de schuldenaar van de bezoldiging is gevestigd is overigens zonder invloed op de verschuldigdheid van de belasting van 7 pct.
Voorbeelden.
a. Een makelaar bij verzekeringen die hier te lande is gevestigd brengt een hier te lande gevestigde verzekerde aan bij een in het buitenland gevestigde verzekeraar. De schuldenaar van het commissieloon van de makelaar is de verzekeraar. Daar de medecontractant van de schuldenaar van het commissieloon hier te lande is gevestigd, wordt de dienst van de makelaar hier te lande verleend en is hij bijgevolg onderworpen aan de taks van 7 pct.
b. Een makelaar bij verzekeringen die hier te lande is gevestigd brengt een in het buitenland gevestigde verzekerde aan bij een Belgische verzekeraar. Daar de medecontractant van de schuldenaar van de bezoldiging in het buitenland is gevestigd, wordt de dienst in het buitenland verleend en is deze niet aan de taks van 7 pct. onderworpen.
c. Een makelaar bij herverzekeringen die hier te lande is gevestigd, bezorgt een in het buitenland gevestigde herverzekeraar aan een hier te lande gevestigde verzekeraar. Het commissieloon van de makelaar is door de verzekeraar verschuldigd, Daar de medecontractant van de schuldenaar van het commissieloon in het buitenland is gevestigd, wordt de dienst van de makelaar verleend in het buitenland en IS deze niet onderworpen aan de taks van 7 pct.
d. De toestand is dezelfde als die beschreven onder letter c, met dien verstande echter dat het commissieloon van de makelaar verschuldigd is door de herverzekeraar. Daar de medecontractant van de schuldenaar van het commissieloon hier te lande is gevestigd, wordt de dienst hier te lande verleend en is deze onderworpen aan de taks van 7 pct.
B. Wanneer de tussenpersoon bij verzekeringen een andere dienst verleent dan deze omschreven onder letter A hierboven, zoals dat het geval is voor de experten inzake verzekeringen, wordt de dienst van de tussenpersoon geacht hier te lande te zijn verleend, indien de schuldenaar van de bezoldiging van de tussenpersoon hier te lande is gevestigd. Dergelijke diensten worden daarentegen geacht te zijn verleend in het buitenland indien de schuldenaar van de bezoldiging in het buitenland is gevestigd. De plaats waar de tussenpersoon die de dienst verleent, is gevestigd en de plaats waar het werk werkelijk wordt gedaan, hebben geen invloed op de verschuldigdheid van de taks van 7 pct.
Voorbeelden.
a. Een hier te lande gevestigde expert wordt voor rekening van een in het buitenland gevestigde verzekerde belast met een schadevaststelling. De schadevaststelling gebeurt hier te lande. Daar de schuldenaar van de bezoldiging van de expert in het buitenland is gevestigd, wordt de dienst van de expert geacht te zijn verleend in het buitenland en is dus niet onderworpen aan de taks van 7 pct.
b. Een in het buitenland gevestigde expert wordt door een hier te lande gevestigde verzekeringsmaatschappij ermede belast een door die maatschappij gedekte schade vast te stellen. De expert doet zijn werk in het buitenland. Daar de schuldenaar van de bezoldiging van de expert hier te lande is gevestigd, wordt de dienst van de expert geacht te zijn verleend hier te lande en is hij onderworpen aan de taks van 7 pct.
Onder hier te lande gevestigde persoon wordt verstaan, in het geval waarin de dienst door de expert om beroepsdoeleinden wordt verleend, iedere persoon die, zelfs bij het ontbreken van een vertegenwoordiging die hem kan verbinden, hier te lande een directiezetel, een filiaal, een fabriek, een werkplaats, een agentschap, een winkel, een kantoor, een laboratorium, een in- en verkoopkantoor, een opslagplaats of iedere andere vaste inrichting heeft, en, in het geval waarin de dienst door de expert wordt verleend aan een particulier die hem niet voor de uitoefening van een beroepswerkzaamheid bestemt, iedere persoon die hier te lande over een woning beschikt.
Wanneer een tussenpersoon voor het uitvoeren van een dienst omschreven onder letter B hierboven een beroep doet op de diensten van één of meerdere andere tussenpersonen om een gedeelte of de geheelheid van zijn prestaties te verrichten, wordt de plaats, waar deze tussenpersoon is gevestigd, voor de heffing van de taks van 7 pct. op de diensten geleverd aan deze tussenpersoon, niet in aanmerking genomen, slechts in zover dat voor de toepassing van de taks van 7 pct. eisbaar op het bedrag van de sommen verschuldigd aan deze tussenpersoon, deze geacht wordt gehandeld te hebben als lasthebber van de schuldenaar van zijn bezoldiging (zie voorwaarden onder nr. 15, vierde lid).
Voorbeeld.
Een expert A, gevestigd hier te lande, wordt door een persoon C, gevestigd in de vreemde, belast met een deskundig onderzoek inzake verzekeringen. Expert A doet een beroep op expert B, gevestigd hier te lande, om een gedeelte van zijn prestatie te verrichten.
a. In eerste onderstelling brengt expert A afzonderlijk in rekening aan C het juiste bedrag van de bezoldiging. die aan expert B toekomt. Deze laatste heeft de naam van C vermeld op de factuur, die hij aan A toestuurt.
Voor de toepassing van de taks kan expert A als lasthebber van C aangemerkt worden in de mate dat hij beroep heeft gedaan op de diensten van B (zie nr. 15. vierde lid). In deze voorwaarden komt alleen de plaats waar C is gevestigd in aanmerking voor de heffing van de taks op de diensten van B.
In deze onderstelling worden zowel de diensten van A als deze van B in de vreemde geleverd en ontsnappen zij derhalve aan de taks van 7 pct.
b. De voorwaarden omschreven onder nummer 15, vierde lid, zijn niet nageleefd.
In dit geval is de plaats waar de expert A is gevestigd bepalend voor de heffing van de taks van 7 pct. op de dienst geleverd door B. De taks van 7 pct. is verschuldigd op de dienst van B.
Het is duidelijk dat de taks van 7 pct. niet verschuldigd is op de sommen, die gevorderd worden door A van C. Inderdaad de schuldenaar van deze bezoldiging is in de vreemde gevestigd,
15. Maatstaf van heffing.
Luidens artikel 114, eerste lid, van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen. wordt de taks berekend over het totale bedrag van de sommen die verschuldigd zijn aan de persoon die de aan de taks van 7 pct. onderworpen diensten heeft verleend.
Artikel 114, tweede lid, van dat Wetboek voegt daaraan toe dat de heffingsgrondslag in voorkomend geval wordt afgerond op het hoger tiental.
De taks van 7 pct. is niet alleen verschuldigd over de som die de tussenpersoon bij verzekeringen in rekening brengt als bezoldiging van zijn eigen prestaties. maar ook over de andere sommen waarvan hij de betaling afzonderlijk eist als diverse onkosten (reiskosten, kosten van het opstellen van het verslag. onkosten van telefoon- en briefwis- seling).
Wanneer een tussenpersoon bij verzekeringen echter een beroep doet op de diensten van een andere tussenpersoon om zijn prestatie te verrichten. is de bezoldiging welke die tussenpersoon aan zijn collega heeft moeten betalen. niet aan de taks van 7 pct. onderworpen in zijn betrekkingen met zijn cliënt. voor zover de volgende voorwaarden vervuld zijn :
1° de tussenpersoon moet de aan zijn collega betaalde bezoldiging afzonderlijk aan zijn cliënt aanrekenen;
2° de tussenpersoon moet het juiste bedrag van de aan zijn collega betaalde bezoldiging vermelden;
3° op de door de collega aan de tussenpersoon uitgereikte factuur moet de naam van de cliënt vermeld staan;
4° op de factuur die de tussenpersoon aan zijn cliënt zendt moet de naam van de collega op wie de tussenpersoon een beroep heeft gedaan. vermeld staan.
Die regeling geldt zowel voor de diensten door de eigenlijke makelaars en lasthebbers als voor de diensten door andere tussenpersonen bij verzekeringen.
Bij ontstentenis van een uitdrukkelijk beding omvat de overeengekomen bezoldiging niet de taks die op de bezoldiging is verschuldigd. Daarom moet bij ontstentenis van een uitdrukkelijk beding de taks worden berekend op het bedrag van de overeengekomen bezoldiging.
In geval van een andersluidend beding wordt de taks berekend over een grondslag die met de volgende formule wordt : berekend :
(R x 100)/107 - waarin R het bedrag vertegenwoordigt van de bezoldiging waarin de taks is begrepen.
16. Schuldenaars van de taks van 7 pct.
Krachtens artikel 115 van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen is de taks aan de Staat hoofdelijk verschuldigd door de schuldeiser en door de schuldenaar van het commissieloon het makelaarsloon of de bezoldiging.
17. Tijdstip van verschuldigdheid van de taks van 7 pct.
Luidens artikel 116 van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen is de taks verschuldigd op het tijdstip waarop het commissieloon het makelaarsloon of de bezoldiging opeisbaar is. De verschuldigdheid van de voor de prestaties van de tussenpersonen bij verzekeringen voorgeschreven taks van 7 pct. is dus verbonden met de verschuldigdheid van de bezoldiging van de tussenpersoon en ze hangt niet af van de werkelijke betaling van die bezoldiging.
Zodra echter een voorschot wordt betaald. wordt dat voorschot gestort overeenkomstig de bepalingen van de tussen de partijen gesloten overeenkomst. Bijgevolg wordt door de betaling van een voorschot in de regel de taks van 7 pct. op dat voorschot opeisbaar.
18. Inning van de taks van 7 pct.
De modaliteiten van voldoening van de taks van 7 pct. op de prestaties van de tussenpersonen bij verzekeringen worden bepaald in het koninklijk besluit van 28 december 1970 genomen ter uitvoering van artikel 118 van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen. Dat besluit vormt titel VII van de Algemene Verordening op de met het zegel gelijkgestelde taksen.
Twee toestanden worden beoogd :
A. De schuldenaar van de bezoldiging is een verzekeraar die hier te lande een zetel voor zijn verrichtingen heeft.
a. Regel.
Wanneer de schuldenaar van de aan de tussenpersoon verschuldigde bezoldiging een verzekeraar is die hier te lande een zetel voor zijn verrichtingen heeft, wordt de taks voldaan door de verzekeraar zelf.
Met dat doel moet de verzekeraar voor iedere tussenpersoon een staat van de aan hem voor de vorige maand toekomende bezoldigingen opmaken. De staat vermeldt de naam en het adres van de verzekeraar en van de tussenpersoon, alsmede het totaalbedrag van de bezoldigingen. Hij wordt opgemaakt in twee exemplaren. Het eerste exemplaar wordt aan de tussenpersoon gezonden, het tweede wordt door de verzekeraar bewaard.
Wanneer de verzekeraar tegenover samenwerkende makelaars staat. moet hij rekening houden met het deel dat ieder van de samenwerkende makelaars toekomt. Wanneer de makelaars daarentegen handelen in het kader van een vereniging in deelneming, moet de verzekeraar de taks slechts voldoen op naam van de makelaar die de vereniging beheert.
De verzekeraar moet bovendien uiterlijk de laatste werkdag van de maand op het bevoegde ontvangkantoor een aangifte indienen met vermelding van zijn naam en adres, het totaalbedrag van de bezoldigingen die werden toegekend aan de tussenpersonen bij verzekeringen tijdens de vorige maand en het totaalbedrag van de verschuldigde taksen. De verzekeraar gebruikt daarvoor een drukwerk nr. 1514 conform het hierbij gevoegde model (z. bijlage). Het bevoegde kantoor om de drukwerken te leveren en de verschuldigde taksen te innen is het ontvangkantoor dat belast is met de invordering van de jaarlijkse taks op de verzekeringscontracten. Voor het jaar 1971 zal de Algemene Zegelwerkplaats ambtshalve een voorraad formulieren nr. 1514 toezenden.
De verzekeraar moet ten slotte de taks voldoen binnen de termijn gesteld voor het indienen van de aangifte, door een storting of overschrijving op de postrekening van het in voorgaand lid bedoelde kantoor.
b. Afwijking.
De hier te lande gevestigde experten inzake verzekeringen en de hier te lande gevestigde personen, die bemiddelen bij het leveren van prestaties van experten, mogen de op hun bezoldigingen verschuldigde taks van 7 pct. met fiscale plakzegels op de hierna onder le.ter B, a, vermelde wijze voldoen, op voorwaarde dat zij binnen een maand na het tijdstip van verschuldigdheid van de taks, aan de verzekeraar een factuur, een honorariumnota, of een ander gelijkwaardig stuk zenden, waarop de vermelding staat : « Taks van 7 pct. voldaan met gehele plakzegels volgens aanschrijving nr. 144 van 30 september 1971. » In dat geval neemt de hier te lande gevestigde verzekeraar de bezoldiging van de expert niet op in de aangifte die hij bij de administratie moet indienen en moet hij geen staat van de aan de expert toegekende bezoldigingen opmaken.
B. De schuldenaar van de bezoldiging is een ander persoon dan een verzekeraar die hier te lande een zetel voor zijn verrichting heeft.
a. Regel.
Deze regel is niet alleen toepasselijk wanneer de schuldenaar van de bezoldiging een verzekeraar is die hier te lande geen zetel voor zijn verrichtingen heeft, maar ook wanneer de schuldenaar bij voorbeeld de verzekerde, het slachtoffer van het ongeval, een ander tussenpersoon bij verzekeringen, enz. is.
Wanneer de schuldenaar van de aan de tussenpersoon bij verzekeringen toekomende bezoldiging een ander persoon is dan een verzekeraar die hier te lande een zetel voor zijn verrichtingen heeft, wordt de taks van 7 pct. voldaan binnen een maand vanaf het tijdstip van verschuldigdheid door de tussenpersoon die de dienst verleent, door het aanbrengen van gehele fiscale plakzegels op de commissie- of makelaarsnota die hij ontvangt van de schuldenaar van de bezoldiging of, bij ontstentenis van zulke nota, op een document dat hij zelf opstelt. Dat document vermeldt de naam en het adres van de schuldenaar van de bezoldiging en het bedrag van de bezoldiging. De plakzegels moeten onbruikbaar worden gemaakt op de volgende wijze. Beide delen van de plakzegel moeten aan elkaar blijven en het onbruikbaar maken wordt gedaan met duidelijke lettertekens, hetzij door middel van een met onuitwisbare inkt geschreven vermelding die de datum van de onbruikbaarmaking en de handtekening van de persoon die ze verricht omvat, hetzij door middel van een naamstempel die, met vette inkt, benevens de datum, ook de familienaam, de benaming of de firma van degene die de plakzegel onbruikbaar maakt, afdrukt. De onbruikbaarmaking geschiedt op ieder van beide delen van de plakzegel, hetzij overdwars in de richting van de langste afmeting van de plakzegel.
Indien de tussenpersoon aan de schuldenaar van de bezoldiging een factuur, een debetnota of een gelijkwaardig stuk zendt, moet hij op die factuur, die debetnota of dat gelijkwaardig stuk vermelden dat hij de taks van 7 pct. heeft voldaan met gehele fiscale plakzegels.
b. Afwijking voor de betrekkingen tussen de makelaars of algemene agenten en de sub-makelaars of sub-agenten.
De algemene agenten en de makelaars die een beroep doen op de diensten van sub-agenten of sub-makelaars mogen de taks van 7 pct. die verschuldigd is op de diensten hun verleend door hun sub-agenten of hun sub-makelaars, zelf voldoen met gehele fiscale plakzegels, binnen een maand vanaf het tijdstip van verschuldigdheid. Zij brengen de gehele fiscale plakzegels aan op een document dat zij bewaren en zij maken ze onbruikbaar op de wijze vermeld onder letter B, a. Dat document moet de naam en het adres van de sub-agenten of van de sub-makelaars vermelden, alsmede het bedrag van de hun toekomende bezoldiging. Op het document dat de makelaars en algemene agenten moeten zenden aan de subagenten of aan de sub-makelaars, moeten zij vermelden dat de taks die verschuldigd is op de bezoldiging van de subagent of van de sub-makelaar, door hen werd gekweten overeenkomstig wat voorafgaat.
c. Afwijking voor de diensten verleend door een tussenpersoon bij verzekeringen en die niet hier te lande is, gevestigd.
Wanneer de dienst wordt verleend door een tussenpersoon bij verzekeringen die niet hier te lande is gevestigd, wordt de taks van 7 pct. voldaan binnen een maand vanaf het tijdstip van verschuldigdheid door middel van gehele fiscale plakzegels door de schuldenaar van de bezoldiging. Deze brengt die plakzegels aan op de factuur, de debetnota of het gelijkwaardig stuk dat hij van de tussenpersoon heeft ontvangen. Bij ontstentenis van die stukken maakt de schuldenaar van de bezoldiging een document op dat de naam en het adres van de tussenpersoon vermeldt en brengt gehele fiscale zegels op dat document aan. De zegels worden onbruikbaar gemaakt door de schuldenaar van de bezoldiging overeenkomstig de hierboven vermelde wijze.
19. De strafbepalingen.
Luidens artikel 117 van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen wordt, voor elke overtreding van de verplichting de taks te voldoen, een boete opgelegd gelijk aan het dubbel van de ontdoken of niet tijdig betaalde taks met minimum van 100 frank. Die boete is hoofdelijk verschuldigd door allen die gehouden Zijn tot voldoening van de taks.
Bovendien bepaalt artikel 118 van hetzelfde wetboek dat elke overtreding van de bepalingen van het koninklijk besluit van 28 december 1970 genomen ter uitvoering van dat artikel 118, kan worden gestraft met een boete van ten hoogste 1.000 frank.
20. De teruggaaf.
Artikel 119 van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen vermeldt slechts één reden voor teruggaaf : de taks wordt tot het passende beloop teruggegeven wanneer zij het bedrag overtreft dat werkelijk verschuldigd was op het tijdstip van de voldoening. De gebeurtenissen die zich voordoen na het tijdstip van de voldoening van de taks hebben geen invloed op de gedane inning.
De modaliteiten van de teruggaaf zijn vastgesteld in het koninklijk besluit van 28 december 1970. genomen ter uitvoering van artikel 119. tweede lid, van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen.
Wanneer de taks van 7 pct. werd voldaan door storting of overschrijving, gebeurt de teruggaaf door toerekening. De toerekening wordt gedaan in een aangifte die moet worden ingediend binnen een termijn van twee jaar te rekenen van het tijdstip waarop het recht van teruggaaf is ontstaan. Indien de toerekening niet kan geschieden, gebeurt de teruggaaf volgens de modaliteiten bepaald voor de taksen voldaan door middel van fiscale plakzegels.
Wanneer de taks van 7 pct. werd voldaan met fiscale plakzegels moet de teruggaaf worden aangevraagd aan de directeur van de belasting over de toegevoegde waarde in wiens ambtsgebied de rechthebbende is gevestigd. De directeur bericht de ontvangst van de aanvraag de dag zelf waarop hij ze ontvangt.
De aanvragen moeten bij de bevoegde directeur toekomen uiterlijk de laatste werkdag van het jaar dat volgt op de datum waarop de taks werd voldaan.
De teruggaaf is afhankelijk van het voorleggen op het bevoegd BTW-ontvangkantoor van de van fiscale plakzegels voorziene documenten en van de bescheiden die de teruggaaf rechtvaardigen .
Artikel 217(3), eerste en derde lid, van de Algemene Verordening op de met het zegel gelijkgestelde taksen wordt toepasselijk gemaakt op de teruggaaf van de met fiscale plakzegels voldane taksen.
Wanneer de taks werd voldaan door middel van fiscale plakzegels, is de rechthebbende op de teruggaaf hij die de plakzegels heeft aangebracht.
21. De invordering van de taks.
Artikel 94 van de wet van 3 juli 1969 tot invoering van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde heeft titel XV van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen niet opgeheven. Die titel XV bevat inzonderheid de bepalingen ten aanzien van het bewijs van de overtredingen, de invordering van de rechten en de boeten, de verjaring en het recht van toezicht van de administratie.
Die titel XV is van toepassing op de taks van 7 pct. gevestigd bij artikel 113, § 1, van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen op de prestaties van tussenpersonen bij verzekeringen.
22. De toelevering.
Wanneer de tussenpersoon bij verzekeringen voor het verrichten van zijn prestatie een beroep doet op de diensten van een toeleverancier, is de taks van 7 pct. verschuldigd voor de betrekkingen tussen de tussenpersoon en zijn toeleverancier, voor zover de prestatie van de toeleverancier ook valt in de werkingssfeer van de taks van 7 pct. en de voorwaarden van verschuldigdheid van die taks vervuld zijn.
Die toestand komt inzonderheid voor bij diensten verleend door een sub-makelaar of wanneer een expert een deel van zijn werk aan een andere expert toevertrouwt.
Voorbeelden.
a. Een hier te lande gevestigde makelaar staat een deel van zijn commissieloon dat hem wordt betaald door de hier te lande gevestigde verzekeraar, af aan een eveneens hier te lande gevestigde expediteur die hem een hier te lande gevestigde verzekerde heeft aangebracht. De taks van 7 pct. is verschuldigd op het door de verzekeraar betaalde commissieloon en zij is eveneens verschuldigd op het deel dat door de makelaar aan de expediteur werd afgestaan. De taks die verschuldigd is voor de betrekkingen tussen de verzekeraar en de makelaar wordt geïnd door de verzekeraar, terwijl de taks die verschuldigd is op dat aan de expediteur afgestane deel wordt geïnd door deze laatste.
b. Een hier te lande gevestigde expert, die door het slachtoffer van een door een verzekering gedekt ongeluk wordt belast met een expertise, doet een beroep op de diensten van een hier te lande gevestigde collega. Het slachtoffer is eveneens hier te lande gevestigd. De taks van 7 pct. is verschuldigd op het door het slachtoffer aan de expert betaalde honorarium en op het door die expert aan zijn collega afgestane deel.
Het afstaan door de tussenpersoon bij verzekeringen van een deel van zijn bezoldiging aan een ander persoon heeft niet altijd de inning van de taks van 7 pct. tot gevolg.
Dat is inzonderheid het geval :
1° wanneer de makelaar een deel van zijn bezoldiging afstaat aan de verzekerde zelf, daar deze laatste niet tegelijk de hoedanigheid van makelaar en verzekerde kan hebben;
2° wanneer de diverse tussenpersonen die bij een handeling zijn opgetreden, samen met de schuldenaar van de bezoldiging hebben gehandeld;
3° wanneer de diverse tussenpersonen die bij een handeling optreden, onder elkaar verbonden zijn door de banden van een contract van vereniging in deelneming.
Men zal evenmin uit het oog verliezen wat hierboven in nr. 15 werd gezegd.
23. De tussenpersonen bij verzekeringen die BTW-belastingplichtigen zijn.
De tussenpersonen bij verzekeringen die geen andere werkzaamheid hebben dan het verrichten van handelingen welke ingevolge artikel 44, § 3, 3°, van het BTW-Wetboek van BTW zijn vrijgesteld, zijn geen belastingplichtigen (z. art. 5 van het BTW-Wetboek). Geen belastingplichtigen zijn dus de makelaars en lasthebbers bij verzekeringen die geen andere werkzaamheid uitoefenen en de experten die slechts expertises doen, welke in de werkingssfeer vallen van artikel 44, § 3, 3°, van het BTW-Wetboek.
Indien die tussenpersonen daarentegen geregeld goederen leveren of diensten verlenen beoogd bij het BTW-Wetboek en niet vrijgesteld bij artikel 44 van dat Wetboek, zijn zij belastingplichtigen in de mate van die werkzaamheid. De door dergelijke tussenpersonen verrichte handelingen zijn aan twee regelingen onderworpen. Op de leveringen en diensten die niet zijn vrijgesteld krachtens artikel 44 van het BTW-Wetboek is de BTW verschuldigd. indien de voorwaarden inzake verschuldigdheid van die belasting vervuld zijn en indien ze niet vrijgesteld zijn krachtens een bijzondere bepaling van het BTW-Wetboek. De handelingen die van BTW vrijgesteld zijn krachtens artikel 44, § 3, 3°, van het BTW-Wetboek en die in de werkingssfeer vallen van artikel 113, § 1, van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen, zijn onderworpen aan de taks van 7 pct. indien de voorwaarden inzake de verschuldigdheid van die taks zijn vervuld.
Voorbeelden.
a. Een expert wiens werkzaamheid bestaat in het verrichten van expertises inzake verzekeringen, stelt uitzonderlijk het bedrag vast van een niet door een verzekering gedekte schade. De expertises welke die expert inzake verzekeringen verricht zijn onderworpen aan de taks van 7 pct., voor zover de voorwaarden van verschuldigdheid van die taks zijn vervuld. De expertise die uitzonderlijk op een ander gebied wordt verricht, is niet aan de BTW onderworpen, want het is het werk van een niet-belastingplichtige.
b. Een expert wiens normale werkzaamheid bestaat in het verrichten van expertises inzake verzekeringen, verricht geregeld expertises op andere gebieden die, bij onderstelling, worden geacht te zijn gebruikt hier te lande en niet vrijgesteld zijn krachtens een bepaling van het BTW-Wetboek. De expertises inzake verzekeringen zijn onderworpen aan de taks van 7 pct. indien de voorwaarden van verschuldigdheid van die belasting zijn vervuld. De andere expertises zijn onderworpen aan de BTW vermits ze het werk zijn van een belastingplichtige.
c. Een expert Inzake verzekeringen wordt geregeld belast met de verkoop van beschadigde goederen voor rekening van een opdrachtgever. Daar de expert geregeld bij die verkopen bemiddelt, is hij een belastingplichtige in de mate van zijn bemiddeling bij die verkopen. Aangezien hij als commissionair handelt, wordt hij bovendien geacht zelf die goederen te verkopen. Hij moet worden behandeld als ieder ander belastingplichtige die als commissionair goederen verkoopt.
De tussenpersonen bij verzekeringen die aldus een van BTW vrijgestelde werkzaamheid en een aan die belasting onderworpen werkzaamheid uitoefenen, moeten voor deze laatste werkzaamheid alle verplichtingen nakomen, die normaal op de belastingplichtigen rusten. Ze moeten inzonderheid een BTW-registratienummer aanvragen, een periodieke aangifte indienen, de op die aangifte verschuldigde belasting voldoen, een factuur uitreiken indien de uitreiking daarvan verplicht is, de boekhouding voeren voorgeschreven naargelang van het geval bij artikel 11 of bij artikel 12 van het koninklijk besluit nr. 1, van 23 juli 1969, en de jaarlijkse kennisgeving doen, voorgeschreven bij artikel 50, § 1, 5°, van het BTW-Wetboek.
Die tussenpersonen hebben het recht de BTW in aftrek te brengen, die werd geheven van de goederen en diensten die zij gebruiken voor het verrichten van de handelingen welke aan die belasting zijn onderworpen.
De experten inzake verzekeringen van wie de belastbare handelingen minder dan 2 pct. van hun jaaromzet belopen, mogen echter de BTW van, volgens het geval 14 pct. of 18 pct., die verschuldigd is op de aan die belasting onderworpen expertises, voldoen door middel van fiscale plakzegels. De expert brengt het bovenste deel van de plakzegel aan op de factuur die hij moet uitreiken aan de schuldenaar van de bezoldiging en het onderste deel van de plakzegel op het dubbel dat hij bewaart. De factuur moet worden uitgereikt de vijfde werkdag na de maand waarin de BTW verschuldigd is geworden en de vermeldingen dragen voorgeschreven bij artikel 2 van het koninklijk besluit nr. 1. van 23 juli 1969. De expert moet bovendien op de factuur vermelden dat die belasting een BTW is die werd voldaan door middel van plakzegels overeenkomstig deze aanschrijving. Hij moet iedere helft van de plakzegel op volgende wijze onbruikbaar maken. Het onbruikbaar maken van iedere helft wordt gedaan met duidelijke lettertekens, hetzij door middel van een met onuitwisbare inkt geschreven vermelding die de datum van de onbruikbaarmaking en de handtekening van de persoon die ze verricht omvat, hetzij door middel van een naamstempel die, met vette inkt, benevens de datum, ook de familienaam, de benaming of de firma van degene die de plakzegel onbruikbaar maakt, afdrukt.
De experts die de vereiste voorwaarden vervullen en die de BTW voldoen door middel van fiscale plakzegels zijn ontslagen van de verplichting een BTW-maandaangifte of een BTW-kwartaalaangifte in te dienen en de BTW te voldoen overeenkomstig artikel 50. § 1, 4°, van het BTW-Wetboek. Maar ze moeten de andere verplichtingen die normaal op de belastingplichtigen rusten, nakomen. Ze moeten inzonderheid een aangifte indienen bij de aanvang, de wijziging of de stopzetting van hun werkzaamheid, de boekhouding voeren voorgeschreven bij, volgens het geval artikel 11 of artikel 12 van het koninklijk besluit nr. l, van 23 juli 1969, en aan de administratie ieder jaar de kennisgeving doen voorgeschreven bij artikel 50, § 1, 5°, van het BTW-Wetboek.
De voldoening van de BTW door middel van fiscale plakzegels sluit de mogelijkheid uit de BTW in aftrek te brengen, die werd geheven van de goederen en diensten die door de expert werden gebruikt bij het verrichten van de met BTW belastbare handelingen. De keuze van die wijze van voldoening impliceert dat de expert afziet van zijn recht op aftrek.
De voorlopige regeling opgenomen in de aanschrijving nr. 32, van 15 februari 1971, voor de experten inzake verzekeringen van wie de belastbare handelingen minder dan 2 pct. van hun jaaromzet belopen, wordt opgeheven met ingang van 1 januari 1972. De expertises waarvoor de BTW verschuldigd wordt na die datum, zullen aan de in deze aanschrijving voorgeschreven nieuwe regeling worden onderworpen. De expert inzake verzekeringen die het voordeel geniet van de aanschrijving nr. 32, van 15 februari 1971, moet voor 1 december 1971 de in artikel 50, § 1, 1°, van het BTW-Wetboek voorgeschreven aangifte indienen. Indien die expert het voordeel wenst te genieten van de in deze aanschrijving opgenomen bijzondere regeling voor de voldoening van de BTW verschuldigd op zijn belastbare handelingen, moet hij de chef van het BTW-controlekantoor waaronder hij ressorteert mededelen dat hij de vereiste voorwaarden vervult en dat hij die bijzondere regeling wil toepassen .
De expert inzake verzekeringen die na 1 januari 1972 een aan de BTW onderworpen werkzaamheid begint en die voor die werkzaamheid de bijzondere regeling wenst toe te passen, moet die keuze kenbaar maken in de bij artikel 50, § 1, 1°, van het BTW-Wetboek voorgeschreven aangifte.
24. Expertises verricht door experten aangesteld door een rechtbank of ter uitvoering van een rechterlijke beslissing, enz.
De expertises verricht door experten aangesteld door een rechtbank of ter uitvoering van een rechterlijke beslissing zijn niet onderworpen aan de taks van 7 pct. gevestigd bij artikel 113, § 1, van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen. Aan de bemoeiing van de experten ligt steeds een rechterlijke beslissing ten grondslag waarbij de expertise wordt bevolen. In dat geval zijn inzonderheid de zeevaartdeskundigen, leden van een zeevaartcommissie verbonden aan een rechtbank van koophandel, wanneer die deskundigen door die rechtbank belast worden met een expertise bij het laden of het lossen van een schip of een boot.
De expertises verricht door de experten aangesteld door de partijen ter uitvoering van de bepalingen van een bijzondere wet zijn eveneens niet onderworpen aan de taks van 7 pct. gevestigd bij artikel 113, § 1, van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen. Het woord « partijen » impliceert dat de expert tussenbeide komt in een zaak waarin de belangen van twee of meer personen tegenover elkaar staan. Het veronderstelt, in andere woorden, het bestaan van een geschil. Bovendien moet de aanwijzing van de expert gebeuren ter uitvoering van de bepalingen van een bijzondere wet.
De prestaties van de scheidsrechters en van de scheidsrechters-verslaggevers worden evenmin beoogd bij artikel 113, § 1, van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen.
25. Expertises inzake verzekeringen van schepen en boten.
De expertises inzake verzekeringen van boten en schepen zijn niet onderworpen aan de taks van 7 pct., gevestigd bij artikel 113, § 1, van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen, alhoewel zij vrijgesteld zijn van BTW krachtens artikel 44, § 3, 3°, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde.
Is een expertise inzake verzekeringen van schepen en boten, iedere expertise inzake verzekeringen die, ware zij niet vrijgesteld van BTW krachtens artikel 44, § 3, 3°, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, binnen de werkingssfeer van artikel 42, § 1, 3°, van hetzelfde Wetboek valt (zie aanschr. nr. 110, van 31 december 1971, nr. 7).
De aanschrijving van 31 december 1970, nr. 107, en de aanschrijving van 15 februari 1971, nr. 32, worden door deze aanschrijving vervangen. De aanschrijving van 15 februari 1971, nr. 32, blijft echter van toepassing tot 31 december 1971.
Bron: FisconetPlus
