Circulaire 2018/C/88 over de bezoldigingen betaald door internationale tribunalen

Deze circulaire bespreekt de artikelen 7 en 8 van de wet van 25.12.2017 houdende diverse fiscale bepalingen IV.

vermindering voor buitenlandse inkomsten; progressievoorbehoud

FOD Financiën, 05.07.2018
Algemene Administratie van de Fiscaliteit – Personenbelasting

Inhoudstafel

I. Inleiding
II. Wettelijke bepalingen

A. W 25.12.2017
B. Gecoördineerde tekst van art. 155, WIB 92

III. Bespreking

A. Algemeen
B. Bedoelde belastingplichtigen
C. Bedoelde bezoldigingen
D. Bedoelde instellingen
E. Toepasselijk belastingstelsel

IV. Inwerkingtreding

I. Inleiding

1. Art. 7, W 25.12.2017 houdende diverse fiscale bepalingen IV (hierna W 25.12.2017) (1) heeft in art. 155, WIB 92, een nieuwe categorie van inkomsten ingevoegd die recht geven op de belastingvermindering voor inkomsten uit het buitenland, nl. de bezoldigingen betaald door internationale tribunalen.

(1) BS 29.12.2017.

II. Wettelijke bepalingen

A. W 25.12.2017

2. Hierna volgen de art. 7 en 8, W 25.12.2017.

Art. 7

Artikel 155, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 27 december 2005 en vervangen door de wet van 22 december 2009, wordt aangevuld met een derde streepje, luidende:

'- bezoldigingen betaald of toegekend door een buitenlandse of internationale gerecht of instantie met gerechtelijk karakter bedoeld in de wet van 29 maart 2004 betreffende de samenwerking met het Internationaal Strafgerechtshof en de internationale straftribunalen.'.

Art. 8

Deze afdeling treedt in werking de dag waarop deze wet in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt en is van toepassing op de bezoldigingen betaald of toegekend vanaf 1 januari 2017.

B. Gecoördineerde tekst van art. 155, WIB 92

3. Na de wijziging aangebracht door art. 7, W 25.12.2017, luidt art. 155, WIB 92, als volgt:

Art. 155, WIB 92

Inkomsten die krachtens internationale overeenkomsten ter voorkoming van dubbele belasting zijn vrijgesteld, komen in aanmerking voor het bepalen van de belasting, maar deze wordt verminderd naar de verhouding tussen de inkomsten die zijn vrijgesteld en het geheel van de inkomsten.

Dit is eveneens het geval voor:

- inkomsten vrijgesteld krachtens andere internationale verdragen of akkoorden, voor zover zij een clausule van progressievoorbehoud bevatten;

- beroepsinkomsten betaald of toegekend aan leden en voormalige leden van het Europees Parlement of hun rechthebbenden en die worden onderworpen aan de Europese Gemeenschapsbelasting;

- bezoldigingen betaald of toegekend door een buitenlandse of internationale gerecht of instantie met gerechtelijk karakter bedoeld in de wet van 29 maart 2004 betreffende de samenwerking met het Internationaal Strafgerechtshof en de internationale straftribunalen.

Wanneer een gemeenschappelijke aanslag wordt gevestigd, wordt de vermindering per belastingplichtige op zijn totale netto-inkomen berekend.

III. Bespreking

A. Algemeen

4. Het gaat uitsluitend om de bezoldigingen van rijksinwoners die zijn betaald of toegekend door:

- een internationale strafrechtbank

- een andere buitenlandse of internationale gerechtelijke instantie bedoeld in de wet van 29.03.2004 betreffende de samenwerking met het Internationaal Strafgerechtshof en de internationale straftribunalen (hierna W 29.03.2004).

B. Bedoelde belastingplichtigen

5. Het gaat om rijksinwoners die werken in een instelling bedoeld in de nrs. 7 en 8 hierna, ongeacht of dat is in de hoedanigheid van rechter, griffier, medewerker van een bureau van de procureur of administratief personeelslid.

C. Bedoelde bezoldigingen

6. Onder bezoldigingen moet worden verstaan, de bezoldigingen gedefinieerd in art. 30, 1°, en 31, WIB 92, die zijn betaald of toegekend door een instelling bedoeld in de nrs. 7 en 8 hierna.

Winst en baten, zoals bijvoorbeeld de vergoedingen betaald aan een expert opgeroepen door een internationale strafrechtbank, zijn dus uitgesloten. Hetzelfde geldt voor de pensioenen, renten en als zodanig geldende toelagen bedoeld in art. 34, WIB 92.

D. Bedoelde instellingen

7. Bepaalde internationale oprichtingsbesluiten van internationale tribunalen bevatten een expliciete fiscale immuniteit voor de bezoldigingen betaald door die tribunalen. De internationale al dan niet strafrechtelijke tribunalen genieten door hun oprichtingsbesluit – een internationaal verdrag of een resolutie van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties – immers een bepaald aantal privileges bedoeld om een goede uitvoering van hun missie te verzekeren. Onder die privileges bevindt zich de vrijstelling van belasting, zowel voor het tribunaal als voor de personeelsleden.

Op die manier worden de rechters:

- van het Internationaal Strafhof

- bij het Internationaal Gerechtshof

- bij het Internationaal Zeerechttribunaal

- bij het Europese Hof van de Rechten van de Mens

- bij het Hof van Justitie van de Europese Unie

al vrijgesteld van belastingen op de bezoldigingen die ze ontvangen voor hun werk in die instellingen.

Hetzelfde geldt voor rechters en andere ambtenaren, tewerkgesteld, bijvoorbeeld:

- bij het Joegoslavië Tribunaal

- het Rwandatribunaal

- het Speciaal Hof voor Sierra Leone.

In de meeste van die gevallen wordt de vrijstelling toegekend op basis van het Algemeen Verdrag nopens de Voorrechten en Immuniteiten van de Verenigde Naties van 10.02.1946.

8. In andere gevallen voorziet het verdrag niet in een dergelijke fiscale immuniteit, of is de redactie van de bepaling die zo'n immuniteit voorziet, niet geschikt om alle mogelijke gevallen te omvatten.

Dat is in het bijzonder het geval voor het Libanontribunaal. De artikelen 11 en 12 van het akkoord, die de oprichting van het tribunaal tussen Libanon en de Verenigde Naties bepalen, voorzien uitsluitend in belastingvoordelen op Libanees grondgebied. Het tribunaal zetelt echter in Nederland en het merendeel van zijn personeel werkt daar ook. Het tribunaal kan echter wel specifieke akkoorden sluiten die noodzakelijk zijn om zijn missie te volbrengen. Daarom heeft het Libanontribunaal een zetelakkoord afgesloten met het Koninkrijk der Nederlanden. De Belgische inwoners die voor dat tribunaal werken, konden in België echter niet genieten van die vrijstelling van belasting op de bezoldigingen die betaald werden door dat tribunaal.

De door het Libanontribunaal ondertekende arbeidscontracten verbinden het tribunaal er echter toe om belastingen, die door zijn medewerkers betaald zouden worden op de ontvangen bezoldigingen, aan die laatsten terug te betalen.

Bijgevolg werd de Belgische belasting op die bezoldigingen door het tribunaal terugbetaald aan de betrokken personeelsleden. Die uitgave had een aanzienlijke impact op de begroting van het tribunaal, wat deels gefinancierd werd door België. Die terugbetaling van belasting door het tribunaal werd echter beschouwd als een voordeel van alle aard, belastbaar in hoofde van de werknemer. Dat verhoogde jaarlijks de belastbare basis van de betrokken belastingplichtige en dus ook de belasting die in fine werd terugbetaald door het tribunaal, wat op die manier een ongewenst 'sneeuwbaleffect' veroorzaakte. Een deel van het budget van het tribunaal werd dus afgeleid van zijn hoofdtaak daar het besteed werd aan de terugbetaling van de Belgische belasting. Die bijkomende budgettaire last werd grotendeels ten laste genomen door bijdragen van andere lidstaten dan België, wat een delicate situatie creëerde met betrekking tot de internationale positie van België en zijn wil om een efficiënte werking van het Libanontribunaal te bevorderen.

9. De creatie van een nationale rechtsbepaling die die belastingvrijstelling voorziet, zorgt er daarom voor dat alle internationale strafrechtbanken en andere gerechtelijke instanties zoals bedoeld in de W 29.03.2004 op gelijke voet behandeld worden. Het is niet meer nodig om zich te beroepen op een specifieke internationale rechtsbepaling (zie Kamer, zitting 2017-2018, DOC 54 2792/001, blz. 9 en 10).

E. Toepasselijk belastingstelsel

10. De belastingvrijstelling wordt toegepast met progressievoorbehoud. Materieel wordt ze voorgesteld als een belastingvermindering bedoeld in artikel 155, WIB 92. Dat is het stelsel dat ook van toepassing is op inkomsten die door een overeenkomst ter voorkoming van dubbele belasting zijn vrijgesteld met progressievoorbehoud.

IV. Inwerkingtreding

11. Volgens art. 8, W 25.12.2017 treden de hiervoor besproken bepalingen in werking op 29.12.2017 en zijn ze van toepassing op de bezoldigingen betaald of toegekend vanaf 01.01.2017.

Interne ref.: 713.604/2