Circulaire nr. AOIF 30/2003 (E.T.105.978) dd. 19.11.2003

CIRC 30/2003

Circulaire nr. AOIF 30/2003 (E.T.105.978) dd. 19.11.2003


NIEUWE VERVOERMIDDELEN
Administratieve bijstand tussen de Lid-staten van de E.U.
Document SCAC nr. 361.
Factuur
Intracommunautaire levering
Landvoertuig uitgerust met een motor
Verplichtingen


Aan al de diensten van de sector Taxatie (sector BTW).

Op 27 november 2002 werd tussen de Lidstaten een multilaterale overeenkomst gesloten met betrekking tot de onderlinge uitwisseling van informatie betreffende nieuwe vervoermiddelen (document SCAC nr. 361). Deze circulaire heeft tot doel de bij die multilaterale overeenkomst ingestelde nieuwe verplichtingen ten aanzien van leveranciers van nieuwe landvoertuigen die zijn uitgerust met een motor, toe te lichten. Zij vervangt wijzigt, noch heft de aanschrijving nr. 12 van 5 juli 1993 op wat de levering van nieuwe schepen en luchtvaartuigen betreft.

Onderwerp van de aanschrijving.
1. Artikel 3 van het koninklijk besluit nr. 48, van 29 december 1992, met betrekking tot de levering van nieuwe vervoermiddelen in de zin van artikel 8bis, § 2, van het Wetboek (zie artikel 28 bis, lid 2 van Richtlijn 77/388/EEG - Zesde Richtlijn), bepaalt dat de belastingplichtige gehouden tot het indienen van de aangifte bedoeld in artikel 53, eerste lid, 3°, van het Wetboek, voor ieder kalenderkwartaal tijdens het welke hij één of meerdere intracommunautaire leveringen van nieuwe vervoermiddelen in de zin van artikel 8bis, § 2, van het Wetboek verricht, binnen de voorwaarden van artikel 39bis, eerste lid, 2°, van het Wetboek, (zie artikel 28 quater, A, b van Richtlijn 77/388/EEG - Zesde Richtlijn) het controlekantoor van de belasting over de toegevoegde waarde waaronder hij ressorteert daarvan moet inlichten door middel van een lijst waarvan het model is bepaald door of vanwege de Minister van Financiën.

2. Deze lijst moet worden ingediend uiterlijk de twintigste van de maand die volgt op het kalenderkwartaal waarop ze betrekking heeft.

3. De Minister van Financiën of zijn afgevaardigde kan evenwel, volgens de bepalingen van het derde lid van voormeld artikel 3, voor de vervoermiddelen die hij bepaalt, afwijken van de verplichting de in nr. 1, hiervoor, bedoelde lijst in te dienen of deze vervangen door een andere wijze van inlichting. De Minister heeft bij wijze van aanschrijving nr. 12 van 5 juli 1993 van deze mogelijkheid gebruik gemaakt door de verplichtingen van de belastingplichtigen, bij wijze van proef, te beperken tot de kennisgeving van intracommunautaire leveringen van schepen en luchtvaartuigen in de zin van artikel 8 bis, § 2 van het Wetboek.

4. Teneinde de informatie-uitwisseling tussen de Lidstaten te optimaliseren werd bij multilaterale overeenkomst van 27 november 2002 tussen de Lidstaten met betrekking tot de uitwisseling van informatie betreffende de intracommunautaire leveringen van nieuwe vervoermiddelen (document SCAC nr. 361) beslist om voortaan de verplichtingen van de belastingplichtigen inzake de kennisgeving van de intracommunautaire leveringen van nieuwe vervoermiddelen niet langer te beperken tot de leveringen van schepen en luchtvaartuigen.

5. Bijgevolg moet, naast de kennisgeving van de intracommunautaire leveringen van schepen en luchtvaartuigen verricht binnen de voorwaarden van artikel 39bis, eerste lid, 2° van het Wetboek en waarvoor de aanschrijving nr. 12 van 5 juli 1993 de wijze van kennisgeving bepaalt, de leverancier naar aanleiding van bovenvermelde multilaterale overeenkomst eveneens de intracommunautaire leveringen van nieuwe landvoertuigen die zijn uitgerust met een motor, op de hierna uiteengezette wijze ter kennis brengen. Onderhavige circulaire heeft tot doel de verplichtingen verbonden aan dergelijke intracommunautaire leveringen van landvoertuigen nader toe te lichten. Zij beperkt of wijzigt echter geenszins de aanschrijving nr. 12 van 5 juli 1993 met betrekking tot de leveringen van schepen en luchtvaartuigen.

6. Derhalve moet iedere belastingplichtige, die gehouden is tot het indienen van de aangifte bedoeld in artikel 53, eerste lid, 3° van het Wetboek, voor elk kalenderkwartaal tijdens hetwelk hij één of meerdere intracommunautaire leveringen binnen de voorwaarden van artikel 39 bis, eerste lid, 2° van het wetboek verricht van nieuwe vervoermiddelen die zijn uitgerust met een motor in de zin van artikel 8 bis, § 2 van het Wetboek aan personen die niet over een BTW-identificatienummer beschikken (zie nr. 16 hierna), het controlekantoor van de belasting over de toegevoegde waarde waaronder hij ressorteert daarvan in kennis stellen door middel van een lijst waarvan het model is bepaald door of vanwege de Minister van Financiën.

7. Artikel 3 laatste lid van voormeld koninklijk besluit nr. 48 laat echter toe aan de Minister van Financiën of zijn afgevaardigden om, voor de vervoermiddelen die hij bepaalt, af te wijken van de verplichting tot het opmaken van een lijst of deze te vervangen door een andere wijze van verschaffen van inlichtingen.

8. Analoog met de aanschrijving nr. 12 van 5 juli 1993 en op grond van de mogelijkheid geboden door artikel 3 van bovengenoemd koninklijk besluit nr. 48, wordt bij wijze van proef, beslist om de verplichtingen van de belastingplichtigen inzake kennisgeving van intracommunautaire leveringen van nieuwe landvoertuigen die zijn uitgerust met een motor te beperken.

I. Wijze van kennisgeving ter vervanging van de in te dienen lijst.
9. De indiening van de lijst bedoeld in artikel 3, eerste lid, van het bovengenoemde koninklijk besluit nr. 48 wordt bij wijze van proef, vervangen door de indiening, op het bevoegde BTW-controlekantoor, door de leverancier, van kopiefacturen met betrekking tot de leveringen beoogd in punt III hierna, en van een door deze leverancier zelf op te maken begeleidend document waarin hij melding maakt van zijn naam, zijn adres en zijn BTW-identificatienummer (eventueel aanbrengen van een identificatievignet) en van het totaal aantal facturen en het aantal facturen per Lidstaat van de afnemers.

10. Voormelde kopiefacturen en het begeleidend document moeten op het BTW-controlekantoor worden ingediend uiterlijk de twintigste van de maand die volgt op het kalenderkwartaal tijdens hetwelk de intracommunautaire leveringen werden verricht.

De kopiefacturen moeten de volgende gegevens bevatten:

  • factuurdatum;
  • Lidstaat van bestemming (of, indien dit niet mogelijk is, de Lidstaat waar de koper gevestigd is of zijn permanente verblijfplaats heeft);
  • volledige naam en adres van de koper;
  • waarde van de goederen en toebehoren;
  • omschrijving van de goederen (handelsmerk en model);
  • datum van eerste ingebruikneming, indien deze vroeger is dan de factuurdatum;
  • aantal kilometers, indien niet nul;
  • chassisnummer of identificatienummer van het voertuig.
II. Belastingplichtigen gehouden tot indiening van kopiefacturen en van het begeleidend document
11. Overeenkomstig artikel 3 van het bovengenoemde koninklijk besluit nr. 48, moeten enkel de belastingplichtigen gehouden tot het indienen van de aangifte bedoeld in artikel 53, eerste lid, 3°, van het Wetboek, kopiefacturen en een begeleidend document indienen. Het betreft hier de belastingplichtigen die de gewone BTW-maand- of kwartaalaangiften indienen.

12. Zijn dus niet bedoeld :

  • de door artikel 44 van het Wetboek vrijgestelde belastingplichtigen die geen recht op aftrek genieten;
  • de vrijgestelde belastingplichtigen beoogd in artikel 56, § 2, van het Wetboek;
  • de belastingplichtigen die onderworpen zijn aan de forfaitaire landbouwregeling van artikel 57 van het Wetboek;
  • de niet-belastingplichtige rechtspersonen;
  • de particulieren.
13. Wanneer een in het vorige lid bedoelde persoon een intracommunautaire levering verricht als bedoeld in punt 16 hierna, zijn de bepalingen van artikel 1 en 2 van het bovengenoemde koninklijk besluit nr. 48 van toepassing voor deze persoon en is deze derhalve gehouden tot het indienen van de in deze artikelen beoogde bijzondere aangifte.

III. Leveringen waarvoor kennisgeving verplicht is
14. Artikel 3 van het bovengenoemde koninklijk besluit nr. 48 beoogt de intracommunautaire leveringen van nieuwe vervoermiddelen in de zin van artikel 8bis, § 2, van het Wetboek verricht binnen de voorwaarden van artikel 39bis, eerste lid, 2°, van het Wetboek.

15. Het betreft derhalve de leveringen van nieuwe vervoermiddelen in de zin van artikel 8bis, § 2, van het Wetboek, door de verkoper, door de afnemer of voor hun rekening naar de afnemer verzonden of vervoerd, buiten België, maar binnen de Gemeenschap, die worden verricht voor belastingplichtigen of voor niet-belastingplichtige rechtspersonen die er daar niet toe gehouden zijn hun intracommunautaire verwervingen van andere goederen dan de bovengenoemde vervoermiddelen en andere dan accijnsprodukten aan de belasting te onderwerpen, of voor enige andere niet-belastingplichtige.

16. Opdat er sprake zou zijn van een levering met vrijstelling op grond van artikel 39bis, eerste lid, 2°, van het Wetboek, dienen bijgevolg volgende voorwaarden tezamen vervuld te zijn:

1°) het moet gaan om de levering van een nieuw vervoermiddel in de zin van artikel 8bis, § 2 van het Wetboek;

2°) het nieuwe vervoermiddel moet door de verkoper of afnemer of door een derde handelend voor hun rekening, naar de afnemer verzonden of vervoerd worden vanuit België naar een andere Lid-Staat van de Gemeenschap;

3°) de afnemer is:

a) ofwel een belastingplichtige of niet-belastingplichtige rechtspersoon, die er in de Lid-Staat waarnaar het goed vanuit België is verzonden of vervoerd, niet toe gehouden is de intracommunautaire verwervingen van andere goederen dan nieuwe vervoermiddelen of accijnsprodukten die hij er heeft verricht, aan de belasting te onderwerpen;

b) ofwel een niet-belastingplichtige.

17. Alle kopiefacturen met betrekking tot intracommunautaire leveringen verricht binnen de voorwaarden omschreven in het vorige lid en met betrekking tot vervoermiddelen als omschreven in punt 20 hierna, moeten bijgevolg ingediend worden op het BTW-controlekantoor wanneer de buitenlandse koper geen geldig BTW-identificatienummer heeft medegedeeld dat werd toegekend door een andere Lid-Staat.

IV. Beoogde vervoermiddelen
18. De verplichting opgelegd door artikel 3 van het bovengenoemd koninklijk besluit nr. 48 geldt voortaan, in principe, voor alle nieuwe vervoermiddelen in de zin van artikel 8bis, § 2, van het Wetboek.

19. Met betrekking tot de leveringen van nieuwe schepen en nieuwe luchtvaartuigen in de zin van voormeld artikel 8bis, § 2, van het Wetboek., wordt verwezen naar de aanschrijving nr. 12 van 5 juli 1993 die onverminderd van toepassing blijft. Onderhavige circulaire beoogt derhalve enkel de nieuwe landvoertuigen die zijn uitgerust met een motor in de zin van artikel 8bis, § 2, van het Wetboek.

20. Het betreft dus meer bepaald de voor personen- of goederenvervoer bestemde landvoertuigen die zijn uitgerust met een motor met een cilinderinhoud van meer dan 48cc of met een vermogen van meer dan 7,2 kilowatt waarvan de levering plaatsvindt binnen de zes maanden na de datum van hun eerste ingebruikneming of die niet meer dan 6.000 kilometer hebben afgelegd.

V. Wijze van indiening van de kopiefacturen vergezeld van het begeleidend document
21. Het in punt 9 vermelde begeleidend document van de kopiefacturen dient enkel ingediend te worden wanneer tijdens het verstreken kalenderkwartaal intracommunautaire leveringen hebben plaatsgevonden van nieuwe landvoertuigen die zijn uitgerust met een motor, welke worden vrijgesteld ingevolge artikel 39 bis, eerste lid, 2° van het Wetboek (zie punt 15 en 20)

22. Dit begeleidend document dient dus niet ingediend te worden wanneer tijdens het verstreken kalenderkwartaal :

  • hetzij, geen intracommunautaire leveringen van bedoelde nieuwe vervoermiddelen werden verricht,
  • hetzij, er wel degelijk intracommunautaire leveringen van hier bedoelde nieuwe vervoermiddelen werden verricht, doch enkel aan kopers die beschikken over een geldig BTW identificatienummer welk werd toegekend door een andere Lidstaat waar ze gehouden zijn hun intracommunautaire verwervingen aan de BTW te onderwerpen.
23. De kopiefacturen die aan het begeleidend document moeten worden gehecht, dienen gegroepeerd per Lid-Staat van bestemming in één bundel samengevoegd te zijn.

24. Op het begeleidend document moet voor iedere Lidstaat het aantal bijgevoegde kopiefacturen worden vermeld. Bovendien moet het totaal aantal bijgevoegde kopiefacturen eveneens op het begeleidend document worden vermeld. Het begeleidend document moet worden gedateerd en ondertekend.

VI. Niet-naleving van de verplichting tot kennisgeving.
25. Elke overtreding van de in uitvoering van artikel 3 van het bovengenoemde koninklijk besluit nr. 48 na te leven verplichting inzake de indiening van de kopiefacturen met het begeleidend document wordt overeenkomstig artikel 70, §4 van het Wetboek bestraft met een geldboete van 125 EUR. (zie bijlage koninklijk besluit nr. 44, eerste afdeling rubriek X).

VII. Inwerkingtreding.
26. De verplichting kopiefacturen in te dienen samen met het begeleidend document voor de door deze circulaire beoogde nieuwe voertuigen, treedt in werking vanaf het eerste kwartaal 2004.

27. De kopiefacturen en het begeleidend document met betrekking tot het 1 e kwartaal 2004 moeten uiterlijk op 20 april 2004 worden ingediend.

28. Deze circulaire vervangt de aanschrijving nr. 12 van 5 juli 1993 wat betreft de nieuwe landvoertuigen die zijn uitgerust met een motor. De aanschrijving nr. 12 van 5 juli 1993 blijft van toepassing ten aanzien van nieuwe schepen en luchtvaartuigen.

Namens de Minister:
De Administrateur - generaal
van de Belastingen en de Invordering,

J. M. DELPORTE