Circulaire nr. Ci.RH.244/496.161 dd. 19.04.2000
CIRC 19.04.00/1
Circulaire nr. Ci.RH.244/496.161 dd. 19.04.2000
AFZONDERLIJK BELASTBAAR INKOMEN
Terugbetaling van de solidariteitsbijdrage.
PENSIOEN
Terugbetaling van de solidariteitsbijdrage.
SOLIDARITEITSBIJDRAGE
Terugbetaling van de solidariteitsbijdrage.
Belastingstelsel van door de RVP gedane terugbetalingen van solidariteitsbijdragen.
Aan alle ambtenaren van de niveaus 1, 2+ en 2
1. Deze circulaire betreft de terugbetalingen door de Rijksdienst voor Pensioenen (RVP) van het geheel of van een gedeelte van de solidariteitsbijdrage die is afgehouden krachtens artikel 68 van de Wet van 30 maart 1994 houdende sociale bepalingen (V 2298 - Bull. 739, blz. 1241) zoals met ingang van 1 januari 1997 vervangen door artikel 1 van het Koninklijk Besluit van 16 december 1996 tot wijziging van deze wet met toepassing van de artikelen 15, 61 en 49 van de Wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels en van de artikelen 2, § 1 en 3, § 1, 4° en § 2 van de Wet van 26 juli 1996 strekkende tot realisatie van de budgettaire voorwaarden tot deelname van België aan de Europese Economische en Monetaire Unie (V 2479 - Bull. 769, blz. 272).
2. Die bijdrage is vanaf 1 januari 1995 van toepassing op de wettelijke, reglementaire of statutaire, ouderdoms-, rust-, anciënniteits- en overlevingspensioenen of op elk ander als zodanig geldend voordeel, alsook op aanvullende voordelen toegekend ofwel krachtens wettelijke, reglementaire of statutaire bepalingen, ofwel krachtens bepalingen die voortvloeien uit een arbeidsovereenkomst, een ondernemingsreglement, een collectieve of sectoriële overeenkomst.
De hier bedoelde terugbetalingen betreffen twee verschillende situaties waarvoor een verschillende belastingregeling geldt die hierna wordt besproken.
EERSTE SITUATIE
a) Algemeen
3. De solidariteitsbijdrage ingevoerd door artikel 68 van de Wet van 30 maart 1994 houdende sociale bepalingen is vanaf 1 januari 1995 van toepassing op wettelijke, reglementaire of statutaire pensioenen en op sommige andere voordelen, ongeacht of ze periodiek of in de vorm van een kapitaal zijn toegekend; wanneer het om een kapitaal gaat, wordt dat in aanmerking genomen op grond van een fictieve rente.
4. Om redenen van billijkheid en om de personen die niet voor een éénmalige ontvangst van een kapitaal, maar voor een periodieke uitkering - d.w.z. met vervaldagen na 1 januari 1995 - hebben gekozen, niet te benadelen, heeft de RVP de afhoudingen berekend door rekening te houden met de fictieve renten die voortvloeien uit de kapitalen die vóór 1 januari 1995 vereffend zijn. Die praktijk is bekrachtigd door artikel 2 van voormeld Koninklijk Besluit van 16 december 1996 en door de artikelen 11, 2° en 12 van de Wet van 13 juni 1997 tot bekrachtiging van de koninklijke besluiten genomen met toepassing van de Wet van 26 juli 1996 strekkende tot realisatie van de budgettaire voorwaarden tot deelname van België aan de Europese Economische en Monetaire Unie, en de Wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels (V 2511 - Bull. 774, blz. 1724).
5. Met het arrest van 15 juli 1998 (nr. 86/98 - BS 4.8.1998, tweede editie) heeft het Arbitragehof voormelde artikelen vernietigd.
Het Koninklijk Besluit van 21 oktober 1998 betreffende de afhouding op de pensioenen, bedoeld in artikel 68 van de Wet van 30 maart 1994 houdende sociale bepalingen (BS 30.10.1998) regelt de toestand definitief door te verduidelijken dat de voordelen die vóór 1 januari 1995 in de vorm van een kapitaal zijn betaald niet in aanmerking worden genomen voor de berekening van de solidariteitsbijdrage die betrekking heeft op de jaren 1995 en 1996. Bovendien bepaalt het besluit dat de sommen die onrechtmatig zijn ingehouden worden terugbetaald met de daarbij horende interesten.
b) Belastingregeling
6. De terugbetalingen ten laste van de RVP van die onrechtmatig ingehouden sommen moeten voor het jaar van betaling of toekenning als afzonderlijk belastbare achterstallige pensioenen worden aangemerkt en zijn vermeld tegenover kenletter "C" van de pensioenfiche 281.11.
De interesten die daarop betrekking hebben kunnen met moratoriuminteresten worden gelijkgesteld en zijn bijgevolg niet belastbaar.
TWEEDE SITUATIE
a) Algemeen
7. De RVP is ertoe gehouden om op grond van het artikel 68, § 5, van de Wet van 30 maart 1994 houdende sociale bepalingen zoals vervangen door artikel 1 van het voormelde Koninklijk Besluit van 16 december 1996 terugbetalingen van afgehouden solidariteitsbijdragen te verrichten.
Dit artikel voorziet immers in een afhouding van solidariteitsbijdragen op sommige aanvullende pensioenvoordelen die door Belgische uitbetalingsinstellingen na 31 december 1996 in de vorm van een kapitaal zijn betaald. Het betreft aanvullende voordelen toegekend ofwel krachtens wettelijke, reglementaire of statutaire bepalingen, ofwel krachtens bepalingen die voortvloeien uit een arbeidsovereenkomst, een ondernemingsreglement, een collectieve of sectoriële overeenkomst.
Datzelfde artikel voorziet in bepaalde gevallen in een terugbetaling van een gedeelte van de afgehouden solidariteitsbijdrage.
b) Belastingregeling
8. Op fiscaal vlak wordt het terugbetaalde bedrag voor de verkrijger als een aanvullend pensioen aangemerkt dat dezelfde aard heeft als dat waarop de solidariteitsbijdrage is afgehouden.
Gelet op het feit dat de RVP geen kennis heeft van de aard van het aanvullend pensioen waarop de solidariteitsbijdrage is ingehouden, noch van het aanslagstelsel dat erop van toepassing is, wordt er, bij wijze van uitzondering aanvaard, dat het bedrag van de teruggave tegenover de rubriek "Pensioenen, lijfrenten en andere ermede gelijkgestelde toelagen" van de individuele fiche 281.11 wordt vermeld en dat er op dit bedrag geen bedrijfsvoorheffing verschuldigd is. Het bedrag van de teruggave is overigens begrepen in het totaalbedrag dat tegenover de kenletter "A" van voormelde fiche is vermeld.
Dit betekent dan ook dat het in eerste instantie aan de verkrijger toekomt om :
In voorkomend geval moet de verkrijger eveneens het gedeelte van het teruggegeven bedrag dat evenredig betrekking heeft op de vrijgestelde winstdeelnemingen welke gelijktijdig met de kapitalen en afkoopwaarden van levensverzekeringscontracten zijn vereffend, vaststellen. Dit gedeelte is overeenkomstig artikel 40, WIB 92 van belasting vrijgesteld en moet dan ook niet worden aangegeven.
Wanneer het kapitaal waarop de solidariteitsbijdrage is ingehouden op verschillende wijzen werd belast (b.v. een gedeelte tegen het tarief van 16, 5 % en een gedeelte tegen het tarief van 10 %), dient men anderzijds voor het belasten van de teruggave van de solidariteitsbijdrage dezelfde evenredige omdeling toe te passen.
10. De RVP informeert de verkrijgers van de teruggaven over de belastingsmodaliteiten door middel van een bericht dat hen in twee exemplaren wordt uitgereikt (een voor de belastingplichtige en een om bij de belastingaangifte te voegen).
Circulaire nr. Ci.RH.244/496.161 dd. 19.04.2000
AFZONDERLIJK BELASTBAAR INKOMEN
Terugbetaling van de solidariteitsbijdrage.
PENSIOEN
Terugbetaling van de solidariteitsbijdrage.
SOLIDARITEITSBIJDRAGE
Terugbetaling van de solidariteitsbijdrage.
Belastingstelsel van door de RVP gedane terugbetalingen van solidariteitsbijdragen.
Aan alle ambtenaren van de niveaus 1, 2+ en 2
1. Deze circulaire betreft de terugbetalingen door de Rijksdienst voor Pensioenen (RVP) van het geheel of van een gedeelte van de solidariteitsbijdrage die is afgehouden krachtens artikel 68 van de Wet van 30 maart 1994 houdende sociale bepalingen (V 2298 - Bull. 739, blz. 1241) zoals met ingang van 1 januari 1997 vervangen door artikel 1 van het Koninklijk Besluit van 16 december 1996 tot wijziging van deze wet met toepassing van de artikelen 15, 61 en 49 van de Wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels en van de artikelen 2, § 1 en 3, § 1, 4° en § 2 van de Wet van 26 juli 1996 strekkende tot realisatie van de budgettaire voorwaarden tot deelname van België aan de Europese Economische en Monetaire Unie (V 2479 - Bull. 769, blz. 272).
2. Die bijdrage is vanaf 1 januari 1995 van toepassing op de wettelijke, reglementaire of statutaire, ouderdoms-, rust-, anciënniteits- en overlevingspensioenen of op elk ander als zodanig geldend voordeel, alsook op aanvullende voordelen toegekend ofwel krachtens wettelijke, reglementaire of statutaire bepalingen, ofwel krachtens bepalingen die voortvloeien uit een arbeidsovereenkomst, een ondernemingsreglement, een collectieve of sectoriële overeenkomst.
De hier bedoelde terugbetalingen betreffen twee verschillende situaties waarvoor een verschillende belastingregeling geldt die hierna wordt besproken.
EERSTE SITUATIE
a) Algemeen
3. De solidariteitsbijdrage ingevoerd door artikel 68 van de Wet van 30 maart 1994 houdende sociale bepalingen is vanaf 1 januari 1995 van toepassing op wettelijke, reglementaire of statutaire pensioenen en op sommige andere voordelen, ongeacht of ze periodiek of in de vorm van een kapitaal zijn toegekend; wanneer het om een kapitaal gaat, wordt dat in aanmerking genomen op grond van een fictieve rente.
4. Om redenen van billijkheid en om de personen die niet voor een éénmalige ontvangst van een kapitaal, maar voor een periodieke uitkering - d.w.z. met vervaldagen na 1 januari 1995 - hebben gekozen, niet te benadelen, heeft de RVP de afhoudingen berekend door rekening te houden met de fictieve renten die voortvloeien uit de kapitalen die vóór 1 januari 1995 vereffend zijn. Die praktijk is bekrachtigd door artikel 2 van voormeld Koninklijk Besluit van 16 december 1996 en door de artikelen 11, 2° en 12 van de Wet van 13 juni 1997 tot bekrachtiging van de koninklijke besluiten genomen met toepassing van de Wet van 26 juli 1996 strekkende tot realisatie van de budgettaire voorwaarden tot deelname van België aan de Europese Economische en Monetaire Unie, en de Wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels (V 2511 - Bull. 774, blz. 1724).
5. Met het arrest van 15 juli 1998 (nr. 86/98 - BS 4.8.1998, tweede editie) heeft het Arbitragehof voormelde artikelen vernietigd.
Het Koninklijk Besluit van 21 oktober 1998 betreffende de afhouding op de pensioenen, bedoeld in artikel 68 van de Wet van 30 maart 1994 houdende sociale bepalingen (BS 30.10.1998) regelt de toestand definitief door te verduidelijken dat de voordelen die vóór 1 januari 1995 in de vorm van een kapitaal zijn betaald niet in aanmerking worden genomen voor de berekening van de solidariteitsbijdrage die betrekking heeft op de jaren 1995 en 1996. Bovendien bepaalt het besluit dat de sommen die onrechtmatig zijn ingehouden worden terugbetaald met de daarbij horende interesten.
b) Belastingregeling
6. De terugbetalingen ten laste van de RVP van die onrechtmatig ingehouden sommen moeten voor het jaar van betaling of toekenning als afzonderlijk belastbare achterstallige pensioenen worden aangemerkt en zijn vermeld tegenover kenletter "C" van de pensioenfiche 281.11.
De interesten die daarop betrekking hebben kunnen met moratoriuminteresten worden gelijkgesteld en zijn bijgevolg niet belastbaar.
TWEEDE SITUATIE
a) Algemeen
7. De RVP is ertoe gehouden om op grond van het artikel 68, § 5, van de Wet van 30 maart 1994 houdende sociale bepalingen zoals vervangen door artikel 1 van het voormelde Koninklijk Besluit van 16 december 1996 terugbetalingen van afgehouden solidariteitsbijdragen te verrichten.
Dit artikel voorziet immers in een afhouding van solidariteitsbijdragen op sommige aanvullende pensioenvoordelen die door Belgische uitbetalingsinstellingen na 31 december 1996 in de vorm van een kapitaal zijn betaald. Het betreft aanvullende voordelen toegekend ofwel krachtens wettelijke, reglementaire of statutaire bepalingen, ofwel krachtens bepalingen die voortvloeien uit een arbeidsovereenkomst, een ondernemingsreglement, een collectieve of sectoriële overeenkomst.
Datzelfde artikel voorziet in bepaalde gevallen in een terugbetaling van een gedeelte van de afgehouden solidariteitsbijdrage.
b) Belastingregeling
8. Op fiscaal vlak wordt het terugbetaalde bedrag voor de verkrijger als een aanvullend pensioen aangemerkt dat dezelfde aard heeft als dat waarop de solidariteitsbijdrage is afgehouden.
Gelet op het feit dat de RVP geen kennis heeft van de aard van het aanvullend pensioen waarop de solidariteitsbijdrage is ingehouden, noch van het aanslagstelsel dat erop van toepassing is, wordt er, bij wijze van uitzondering aanvaard, dat het bedrag van de teruggave tegenover de rubriek "Pensioenen, lijfrenten en andere ermede gelijkgestelde toelagen" van de individuele fiche 281.11 wordt vermeld en dat er op dit bedrag geen bedrijfsvoorheffing verschuldigd is. Het bedrag van de teruggave is overigens begrepen in het totaalbedrag dat tegenover de kenletter "A" van voormelde fiche is vermeld.
Dit betekent dan ook dat het in eerste instantie aan de verkrijger toekomt om :
- de aard vast te stellen van het aanvullend pensioen waarop de solidariteitsbijdrage is ingehouden;
- het teruggegeven bedrag aan te geven in de passende rubriek van de aangifte in de inkomstenbelastingen.
In voorkomend geval moet de verkrijger eveneens het gedeelte van het teruggegeven bedrag dat evenredig betrekking heeft op de vrijgestelde winstdeelnemingen welke gelijktijdig met de kapitalen en afkoopwaarden van levensverzekeringscontracten zijn vereffend, vaststellen. Dit gedeelte is overeenkomstig artikel 40, WIB 92 van belasting vrijgesteld en moet dan ook niet worden aangegeven.
Wanneer het kapitaal waarop de solidariteitsbijdrage is ingehouden op verschillende wijzen werd belast (b.v. een gedeelte tegen het tarief van 16, 5 % en een gedeelte tegen het tarief van 10 %), dient men anderzijds voor het belasten van de teruggave van de solidariteitsbijdrage dezelfde evenredige omdeling toe te passen.
10. De RVP informeert de verkrijgers van de teruggaven over de belastingsmodaliteiten door middel van een bericht dat hen in twee exemplaren wordt uitgereikt (een voor de belastingplichtige en een om bij de belastingaangifte te voegen).
Voor de Directeur-generaal
De Directeur,
P. LEROY.
Bron: FisconetPlus
