ADDENDUM dd. 13.06.2013 aan de circulaire nr. Ci.RH.233/623.711 (AAFisc Nr. 11/2013) dd. 04.03.2013
Algemene administratie van de FISCALITEIT - Centrale diensten
Vennootschapsbelasting
ADDENDUM dd. 13.06.2013 aan de circulaire nr. Ci.RH.233/623.711 (AAFisc Nr. 11/2013) dd. 04.03.2013
Vennootschapsbelasting
Belastbare grondslag in de Ven.B
Beleggingsvennootschap
Roerende voorheffing
Inhouding van de RV
Dividend
Vrijstelling van de RV
Vrijstellingsvoorwaarde
Uitwisseling van inlichtingen
Dubbele belasting
Fiscaal regime dat van toepassing is op dividenden van Belgische oorsprong die zijn verleend of toegekend aan buitenlandse beleggingsvennootschappen zoals bedoeld in art. 106, § 5, KB/WIB 92: de richtlijnen die zijn opgenomen in de circulaire van 4.3.2013 als gevolg van het arrest van het HJEG van 25.10.2012 (Zaak C-387/11 zijn van toepassing op dividenden die zijn verleend of toegekend vanaf 12.6.2003.
Aan alle ambtenaren van de niveaus A tot C (sector DB).
1. De circ. van 4.3.2013 bespreekt de modaliteiten voor de behandeling van de bezwaarschriften die ertoe strekken om de eventuele teruggave te verkrijgen van de RV die werd ingehouden op dividenden van Belgische oorsprong die zijn verkregen door buitenlandse beleggingsvennootschappen zonder vaste inrichting in België.
Een aanvullend onderzoek (zie hierna) heeft ter zake uitgewezen dat de com-mentaar die onder het nr. 7 van die circ. is opgenomen met betrekking tot de bepaling van de periode die in aanmerking moet worden genomen voor de toekenning of de betaalbaarstelling van de inkomsten, in de volgende zin moet worden gewijzigd: voor de teruggave van de RV worden de dividenden bedoeld die zijn betaald of toegekend vanaf 12.6.2003 (in plaats van 1.1.2007) tot en met 31.12.2012.
2. Zoals in het nr. 3 van de circ. 4.3.2013 erop wordt gewezen, zijn de dividenden die worden betaald of toegekend aan binnenlandse "gereglementeerde" beleggingsvennootschappen niet belastbaar in de Ven.B (zie art. 185bis, § 1, WIB 92). Krachtens art. 185bis, § 2 en 304, § 2, tweede lid, WIB 92, wordt de op deze dividenden aan de bron ingehouden RV verrekend met de eventueel verschuldigde Ven.B en wordt het overschot teruggegeven (indien het ten minste 2,50 EUR bedraagt).
3. Art. 185bis, WIB 92, zoals ingevoegd door art. 320, W 27.12.2006 (1), had tot doel om een gedeelte van de vroegere fiscale bepalingen die waren opgenomen in art. 143, W 4.12.1990 (2) in het WIB 92 in te voeren. Dit art. 185bis, WIB 92, is van toepassing vanaf 1.1.2007.
(1) Wet van 27.12.2006 houdende diverse bepalingen (I) (BS 28.12.2006, Ed. 3, blz. 75266, e.v.).
(2) Wet van 4.12.1990 op de financiële transacties en de financiële markten.
4. Het principe dat is opgenomen in art. 185bis, § 2, WIB 92, met betrekking tot de niet-toepassing van de bepalingen van art. 123, KB/WIB 92 (3), bij binnenlandse beleg-gingsvennootschappen, vindt evenwel haar oorsprong in art. 8, 2°, W 22.4.2003 (4), die in die zin art. 143, § 2 van de voormelde W 4.12.1990 heeft gewijzigd. Deze wijziging is in werking getreden op 12.6.2003 (5).
(3) Krachtens art. 123, KB/WIB 92, kan de RV worden verrekend, in de mate bepaald in de art. 276 tot 294, WIB 92, voor zover zij betrekking heeft op inkomsten die in de belast-bare grondslag van de Ven.B zijn opgenomen.
(4) Wet van 22.4.2003 tot wijziging van de wet van 4 december 1990 op de financiële transacties en de financiële markten met het oog op de inrichting van een nieuwe cate-gorie van instellingen voor collectieve belegging, private privak genaamd, en houdende diverse fiscale bepalingen (BS 9.5.2003, Ed. 2, blz. 25315 e.v.).
(5) Zie art. 12, W 22.4.2003, dat verwijst naar de datum van inwerkingtreding van het KB van 15.5.2003 met betrekking tot de private privak en tot wijziging van het koninklijk besluit van 18 april 1997 met betrekking tot de instellingen voor belegging in niet-genoteerde vennootschappen en in groeibedrijven, namelijk 12.6.2003 (publicatiedatum van het KB van 15.5.2003 in het BS - art. 20 van dit KB).
Deze van het gemeen recht afwijkende bepaling zorgt voor een verschillende behandeling tussen binnenlandse beleggingsvennootschappen en buitenlandse beleggingsvennootschappen die door het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen in vraag is gesteld geweest in zijn arrest van 25.10.2012 (zaak C-387/11).
5. Gelet op de hiervoor vermelde evolutie van de wetgeving, moeten de richtlijnen die zijn opgenomen in de circ. van 4.3.2013 worden toegepast met betrekking tot de bezwaarschriften die geldig zijn ingediend en die betrekking hebben op een aanvraag tot teruggave van de RV op dividenden die zijn verleend of toegekend vanaf 12.6.2003 tot en met 31.12.2012.
6. Ter aanvulling van nr. 17 van de circ. 4.3.2013, en teneinde elk gevaar te vermijden dat een verkeerde interpretatie wordt gegeven aan de circ. van 26.6.2012 (Ci.RH.861/617.113, AAFisc Nr. 23/2012), waarnaar verwezen wordt, wordt verduidelijkt dat, vóór de inwerkingtreding van art. 368, WIB 92 (op 1.1.2011), de verjaringstermijn toe-passelijk op de vordering tot terugbetaling van de RV die aan de Schatkist werd gestort (zonder verzending van een bericht van inning door de administratie) slechts 5 jaar bedraagt (en niet 10 jaar (6)) in toepassing van art. 100, eerste lid van het KB van 17.7.1991 houdende de coördinatie van de wetten op de rijkscomptabiliteit (zie Cass. 3.9.2010, C.09.0339.N) (7).
(6) De gemeenrechtelijke termijn van 10 jaar zoals bepaald in art. 2262bis, § 1, eerste lid, BW had toegepast moeten worden op schulden ten laste van de staat die ontstaan vanaf 1.1.2011 krachtens de wet op de rijkscomptabiliteit (zie tweede lid van nr. 31 van de circ. AAFisc 23/2012). In elk geval niet toepasselijk vóór 1.1.2011.
(7) In dezelfde zin: Cass 14.4.2003; 12.6.2006, AR C050022N; 12.11.2009, AR F.08.0026.N, met advies van advocaat-generaal Thijs; 3.6.2010, AR C.09.0386.N; zie ook de voorbereidende werken op art. 20 van de wet van 28.12.2011 houdende diverse bepalingen (BS 30.12.2011, Ed. 4 blz. 81647), waardoor artikel 368, WIB 92, opnieuw wordt opgenomen (Parl. St. Kamer, nr. 53/1952).
NAMENS DE MINISTER:
Voor de Administrateur-generaal van de Fiscaliteit,
Roland ROSOUX
Auditeur-generaal van financiën dd.
