Circulaire nr. 7/2016 d.d. 24.08.2016

Federale wetgeving - Registratierecht - Voorafgaande betaling

Federale Overheidsdienst FINANCIEN
Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie

Operationele expertise en ondersteuning

Juridische Expertise

Dossier nr. L 253F

Bijlagen: 2

Wet van 26 mei 2016 houdende wijziging van het Wetboek der Registratie-, Hypotheek- en Griffierechten, ingevolge de overdracht van de dienst van de gewestelijke registratierechten aan het Vlaams Gewest

Inleiding

In het Belgisch Staatsblad van 9 juni 2016 werd de wet van 26 mei 2016 houdende wijziging van het Wetboek der Registratie-, Hypotheek- en Griffierechten, ingevolge de overdracht van de dienst van de gewestelijke registratierechten aan het Vlaams Gewest bekendgemaakt (hierna: de wet).

Een uittreksel uit de wet is opgenomen als bijlage 1. De geconsolideerde tekst van de gewijzigde artikelen is opgenomen als bijlage 2 en op www.fisconetplus.be.

De nieuwe bepalingen zijn op 1 januari 2015 in werking getreden.

Commentaar

De verplaatsing van de inhoud van artikel 5 W.Reg. naar het nieuwe artikel 169ter W.Reg., heeft als doel de wil van de federale wetgever weer te geven om de voorafgaande betaling van de verschuldigde registratierechten niet langer te beschouwen als een wettelijke voorwaarde voor de uitvoering van de formaliteit van de registratie, maar wel als een zuivere modaliteit van de betaling van de naar aanleiding van de registratie verschuldigde bedragen. Elk gewest dat de dienst van de belasting overneemt, zal naar eigen goeddunken het vereiste van voorafgaande betaling kunnen behouden of ervan kunnen afstappen.

Het artikel 5, tweede lid W.Reg. wordt overgenomen met een inhoudelijke wijziging. Voor de federale registratierechten blijft de mogelijkheid behouden om bij in ministerraad overlegd koninklijk besluit af te stappen van de regel van de voorafgaande betaling. Die mogelijkheid zal voortaan niet enkel gelden voor authentieke akten maar ook voor onderhandse akten. Wat evenwel de gewestelijke registratierechten betreft waarvoor de federale overheid de dienst van de belasting verzekert voor rekening van een gewest (sinds 1 januari 2015 nog enkel de Waalse en Brusselse gewestelijke registratierechten), wordt de wettelijke regel van de voorafgaande betaling onverkort behouden. Voor laatstbedoelde registratierechten kan er dus niet op grond van artikel 169ter, tweede lid W.Reg. bij koninklijk besluit worden afgeweken van de regel van de voorafgaande betaling.

Wegens de vervanging van artikel 5 W.Reg. door het nieuwe artikel 169ter W.Reg., werd elke verwijzing in andere artikelen van het W.Reg. naar artikel 5 W.Reg., vervangen door een verwijzing naar artikel 169ter W.Reg.

Inwerkingtreding

Gelet op het doel van deze wijziging wordt de inwerkingtreding ervan retroactief voorzien op 1 januari 2015, dit is de datum waarop het Vlaams Gewest de dienst van de belasting inzake registratierechten heeft overgenomen en de inning van de verschuldigde sommen heeft losgekoppeld van de vereiste van aan de registratieformaliteit voorafgaande betaling van die sommen.

Namens de minister:

André DE BRUYNE
Adviseur-generaal

Bijlage 1

Uittreksel uit het Belgisch Staatsblad van 9 juni 2016

26 MEI 2016. – Wet houdende wijziging van het Wetboek der Registratie-, Hypotheek- en Griffierechten, ingevolge de overdracht van de dienst van de gewestelijke registratierechten aan het Vlaams Gewest

(…)

Art. 2. Artikel 5 van het Wetboek der Registratie-, Hypotheek en Griffierechten, gewijzigd bij de wet van 22 december 2009, wordt opgeheven.

Art. 3. In artikel 35, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 juni 1986, worden de woorden "artikel 5" vervangen door de woorden "artikel 169ter".

Art. 4. In artikel 41, enig lid, 1°, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 22 december 2009, worden de woorden "artikel 5" vervangen door de woorden "artikel 169ter".

Art. 5. In artikel 160 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 12 juni 1960 en 10 oktober 1967, worden de woorden "artikel 5" vervangen door de woorden "artikel 169ter".

Art. 6. Het opschrift van Hoofdstuk VIII van Titel I van hetzelfde Wetboek wordt vervangen als volgt: "Hoofdstuk VIII - Diverse bepalingen betreffende de vereffening van de rechten en de betaling van het verschuldigde bedrag".

Art. 7. In Hoofdstuk VIII van Titel I van hetzelfde Wetboek wordt een nieuw artikel 169ter ingevoegd, luidende:

"Artikel 169ter. De rechten en, in voorkomend geval, de boeten en de interesten, zoals zij door de ontvanger zijn vastgesteld, worden voorafgaandelijk aan de registratie betaald.

Behalve wanneer ze verschuldigd zijn in het kader van de registratierechten die, krachtens artikel 3, eerste lid, 6° tot 8°, van de bijzondere wet van 16 januari 1989 betreffende de financiering van de gemeenschappen en de gewesten, worden aangemerkt als gewestelijke belastingen, kan de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, in afwijking van het eerste lid bepalen dat de rechten, boeten en interesten die verschuldigd zijn op de door Hem aangewezen categorieën van akten, kunnen of moeten worden betaald na de registratie. In voorkomend geval bepaalt hij de termijn en de nadere regels van de betaling.

Niemand kan, onder voorwendsel van betwisting van het verschuldigde bedrag of om enige andere reden, die betaling verminderen of uitstellen, behoudens het recht om teruggave te vorderen, indien daartoe grond bestaat."

Art. 8. Deze wet heeft uitwerking op 1 januari 2015.

Bijlage 2

Geconsolideerde tekst van het W.Reg.[1]

Art. 5. […]

Art. 35. De verplichting tot aanbieding ter registratie van akten of verklaringen en tot betaling van de desbetreffende rechten en gebeurlijk de geldboeten, waarvan de vorderbaarheid uit bewuste akten of verklaringen blijkt, berust ondeelbaar:

1° op de notarissen en gerechtsdeurwaarders, ten aanzien van de akten van hun ambt;

2° […]

3° […]

4° de notarissen en gerechtsdeurwaarders, ten aanzien van de akten, overeenkomstig artikel 26 aan hun akten gehecht of in hun handen neergelegd, zonder voorafgaande registratie;

5° op de bestuursoverheden en agenten van Staat, provincies, gemeenten en openbare instellingen, ten aanzien van de door hen opgemaakte akten;

6° op de contracterende partijen, ten aanzien van de onderhandse of buitenlands verleden akten, waarvan sprake in artikel 19, 2°, 3°, b) en 5°, en ten aanzien van de in artikel 31 voorziene verklaringen;

7° op de verhuurder ten aanzien van de onderhandse of buitenlands verleden akten waarvan sprake in artikel 19, 3°, a).

De verplichting tot aanbieding ter registratie van de arresten en vonnissen van hoven en rechtbanken berust op de griffiers. In afwijking van artikel 169ter worden deze arresten en vonnissen in debet geregistreerd.

De verplichting tot betaling van de rechten en van de geldboeten waarvan de vorderbaarheid blijkt uit de arresten en vonnissen van hoven en rechtbanken, berust op de verweerders, elkeen in de mate waarin de veroordelingen, vereffeningen of rangregelingen te zijnen laste werden uitgesproken of vastgesteld, en op de verweerders hoofdelijk in geval van hoofdelijke veroordeling.

Zo op een vonnis of arrest verschuldigde rechten en boeten slaan op een overeenkomst waarbij de eigendom of het vruchtgebruik van in België gelegen onroerende goederen overgedragen of aangewezen wordt, zijn die rechten en boeten ondeelbaar verschuldigd door de personen die partijen bij de overeenkomst zijn geweest.

De rechten en, in voorkomend geval, de geldboeten worden betaald binnen de termijn van één maand, te rekenen vanaf de dag van de verzending van het betalingsbericht bij ter post aangetekende brief door de ontvanger der registratie.

Art. 41. Verbeuren ondeelbaar een geldboete gelijk aan het bedrag der rechten, zonder dat ze lager dan 25 EUR mag zijn:

1° de personen die binnen de voorgeschreven termijnen, de akten of verklaringen niet hebben doen registreren welke zij gehouden zijn aan de formaliteit te onderwerpen of de in artikel 169ter, tweede lid, bedoelde betaling niet hebben gedaan;

2° de in artikel 37 aangewezen personen die, binnen de hun daartoe gestelde termijn, de bij artikel 36 voorziene consignatie niet hebben gedaan;

3° de in artikel 35, derde en vierde lid, aangewezen personen die de betaling bedoeld in het vijfde lid van genoemd artikel niet hebben gedaan binnen de voorgeschreven termijn.

Art. 160. In afwijking van artikel 169ter, worden in debet geregistreerd:

1° De akten opgemaakt ten verzoeke van de persoon die rechtsbijstand heeft verkregen voor de rechtspleging waarop bedoelde akten betrekking hebben, met inbegrip van de akten tot tenuitvoerlegging van het vonnis of arrest.

Het gaat evenzo met de rechterlijke beslissingen wanneer rechtsbijstand aan de eiser werd toegestaan. Wanneer bijstand aan de verweerder werd toegestaan en de eiser in gebreke blijft de op het vonnis of arrest verschuldigde rechten te consigneren, kan de verweerder registratie in debet ervan bekomen.

Verlening van bijstand dient te worden vermeld in al de akten die ervan genieten. Deze vermelding moet de datum der beslissing alsmede het gerecht of het bureau voor rechtsbijstand, dat ze heeft getroffen, aanduiden.

De rechten alsmede de andere kosten worden ingevorderd overeenkomstig de bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek;

2° de akten en vonnissen betreffende procedures bij faillissement, wanneer de kosteloosheid door de rechtbank werd bevolen.

De kosteloosheid van de rechtspleging moet vermeld worden in alle akten die ze genieten.

De rechten alsmede de andere kosten worden ingevorderd overeenkomstig de bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek;

3° de akten betreffende de vorderingen tot interpretatie of tot verbetering van een vonnis of arrest.

De rechten worden ingevorderd overeenkomstig de bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek;

4° de akten opgemaakt ten verzoeke en ter verdediging van de beklaagden of betichten in lijfstraffelijke, boetstraffelijke of politiezaken - er weze al dan niet een burgerlijke partij in het geding - met inbegrip van de akten waartoe de borg, welke dient gesteld om de voorlopige invrijheidstelling van een voorlopig gedetineerd betichte te bekomen, aanleiding geeft.

De rechten worden in de gerechtskosten begrepen en als zodanig ingevorderd ten laste van de tot betaling ervan veroordeelde partij.

5° […]

HOOFDSTUK VIII - DIVERSE BEPALINGEN BETREFFENDE DE VEREFFENING VAN DE RECHTEN EN DE BETALING VAN HET VERSCHULDIGDE BEDRAG

Art. 169ter. De rechten en, in voorkomend geval, de boeten en de interesten, zoals zij door de ontvanger zijn vastgesteld, worden voorafgaandelijk aan de registratie betaald.

Behalve wanneer ze verschuldigd zijn in het kader van de registratierechten die, krachtens artikel 3, eerste lid, 6° tot 8°, van de bijzondere wet van 16 januari 1989 betreffende de financiering van de gemeenschappen en de gewesten, worden aangemerkt als gewestelijke belastingen, kan de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, in afwijking van het eerste lid bepalen dat de rechten, boeten en interesten die verschuldigd zijn op de door Hem aangewezen categorieën van akten, kunnen of moeten worden betaald na de registratie. In voorkomend geval bepaalt hij de termijn en de nadere regels van de betaling.

Niemand kan, onder voorwendsel van betwisting van het verschuldigde bedrag of om enige andere reden, die betaling verminderen of uitstellen, behoudens het recht om teruggave te vorderen, indien daartoe grond bestaat.


[1]De wijzigingen worden vet gedrukt.