Circulaire 2020/C/23 betreffende de invoerregeling groenten en fruit
Standaardinvoerwaarden; SIV; groenten; fruit; douanewaarde; consignatie
FOD Financiën,
03.02.2020
Algemene Administratie van de Douane en Accijnzen
Inhoudstafel
7. Vrijgave/inhouding van de zekerheid
8. Vaststelling achteraf - nalatigheidsintrest
1. Context
1. Om de interne markt van de Unie te beschermen tegen de invoer van groenten en fruit uit derde landen tegen veel te lage prijzen of van slechte handelskwaliteit, is er een lijst met bepaalde groenten en fruit in opgesteld door de Europese Commissie (zie bijlage 1) waarvoor een invoerprijssysteem van toepassing is (zie ook hoofdstuk 4), waarbij het invoerrecht afhankelijk wordt van de invoerprijs van de betrokken producten.
2. De soorten groenten en fruit bedoeld in §1 zijn vaak bederfelijk en worden dikwijls in consignatie gegeven. Met "goederen in consignatie" wordt in feite bedoeld dat de goederen, zoals bepaald in § 162 van de Circulaire 2018/C/9 over de douanewaarde, ter beschikking gesteld worden van een derde (=de agent), die voor deze goederen een koper probeert te vinden en deze verder probeert te verdelen. Niet de agent, maar de verzender van de goederen blijft eigenaar van de goederen, waardoor de agent slechts bestemmeling wordt. De agent verkoopt die goederen in de Unie in naam en voor rekening van de verzender. Dit betekent heel vaak, dat zolang de goederen niet aan de beste prijs zijn verkocht via de agent, er de invoer van betrokken goederen in de Unie nog geen bepaling van de douanewaarde mogelijk was voor de betrokken in consignatie gegeven goederen, want er heeft vaak nog geen verkoop plaatsgevonden.
3. De Europese Commissie heeft in de reguliere wetgeving (zie ook hoofdstuk 3), in voorkomend geval, bepaald welke methoden toegepast mogen worden voor het berekenen van de invoerprijs. Met het oog op de correcte toepassing van deze systemen dient ook in bepaalde omstandigheden een zekerheid gesteld te worden (zie hoofdstukken 6 en 7).
4. Deze circulaire heeft als doel om die systemen bedoeld in § 1 weer te geven en actualiseert de initiële Circulaire 2017/C/78 betreffende invoerregeling groenten en fruit die in 2017 herwerkt werd door de inwerkingtreding van Verordeningen (EU) 2017/89 en 2017/892. Deze geactualiseerde circulaire bevat screenshots van de nieuwe TARBEL-applicatie (die sinds 1 december 2018 in voege is getreden) en tevens verduidelijkingen van diverse §§.
2. Afkortingen / woordenlijst
1) DA (Delegated Acts): Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/891 van de Commissie van 13 maart 2017 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de sectoren groenten en fruit en verwerkte groenten en fruit en tot aanvulling van verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de in deze sectoren toe te passen sancties en tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 van de Commissie (PBEU L 138 van 25 mei 2017);
2) DWU: douanewetboek van de Unie, gepubliceerd in Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en van de Raad van 9 oktober 2013 tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie (PBEU L 269 van 10 oktober 2013);
3) DWU IA: uitvoeringshandelingen van het douanewetboek van de Unie, opgenomen in de Uitvoeringsverordening (EU) nr. 2015/2447 van de Commissie van 24 november 2015 houdende nadere uitvoeringsvoorschriften voor enkele bepalingen van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie (PBEU L 343 van 29 december 2015);
4) EG: Europese Gemeenschap;
5) EEG: Europese Economische Gemeenschap;
6) EU: Europese Unie;
7) IA (Implementing Acts): Uitvoeringsverordening (EU) 2017/892 van de Commissie van 13 maart 2017 tot vaststelling van de voorschriften voor de toepassing van Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de sectoren groenten en fruit en verwerkte groenten en fruit (PBEU L 138 van 25 mei 2017);
8) IGMO: Integrale Gemeenschappelijke Marktordening of Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de Raad (PBEU L 347 van 20 december 2013);
9) GN: Gecombineerde Nomenclatuur;
10) PBEU: Publicatieblad van de Europese Unie;
11) TARBEL: de webapplicatie om het Belgisch douanetarief te consulteren en bevat:
- alle gegevens van het Geïntegreerd douanetarief van de Europese Unie (TARIC), die door dagelijkse doorsturingen van de Europese Commissie automatisch worden bijgewerkt, en
- nationale gegevens, die worden ingestuurd door de Dienst Tarief van de Algemene Administratie van de Douane en Accijnzen van de Federale Overheidsdienst Financiën;
12) PLDA: PaperLess Douane en Accijnzen;
13) TARIC: “Integrated Tariff of the European Communities” of het “Geïntegreerd Tarief van de Unie”;
14) TARIC-code: bestaat uit de GN-code (8 cijfers) aangevuld met 2 cijfers, dus in totaal uit 10 cijfers. De laatste 2 cijfers zijn aanvullende Unie onderverdelingen noodzakelijk voor de geïntegreerde maatregelen.
3. Wettelijke basis
5. De wettelijke basis voor het instellen van het systeem van invoerrechten gekoppeld aan de invoerprijzen en de standaardinvoerwaarden is terug te vinden in artikel 181 van Verordening (EU) 1308/2013 (IGMO (zie bijlage 2A)).
De in artikel 181 van IGMO bepaalde regelgeving, krijgt haar verdere uitwerking in de volgende gedelegeerde handelingen en uitvoeringshandelingen:
-
-
Andere artikelen waar naar in deze circulaire vaak verwezen wordt zijn o.a. artikelen 70, 74 2c, 114 van DWU en artikel 148 van DWU IA. Deze zijn terug te vinden in bijlage 2D en 2E.
4. Specifieke invoerrechten gekoppeld aan invoerprijzen
6. Het specifieke invoerrecht gekoppeld aan invoerprijzen bestaat erin dat voor bepaalde soorten groenten en fruit (voornamelijk producten uit de hoofdstukken 7 en 8 van de GN - zie bijlage VII DA en bijlage I van de huidige circulaire), in voorkomend geval, gedurende een bepaalde periode, het te innen specifieke invoerrecht hoger wordt, naarmate de invoerprijs van het betrokken product lager is.
Een ander kenmerk van deze regeling is dat het te innen specifieke invoerrecht kan verschillen naargelang de periode van het jaar waarin de betrokken producten in het vrije verkeer worden gebracht.
7. De GN-codes uit de hoofdstukken 7 en 8, de diverse periodes, de invoerprijzen en de te innen invoerrechten zijn opgenomen in bijlage I[1] van Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad. Om een gemakkelijke raadpleging mogelijk te maken zijn de TARIC-codes van die soorten groenten en fruit (hoofdstukken 7 en 8) en de periodes waarvoor deze regeling geldt opgenomen in Bijlage 1.
De specifieke invoerrechten van de producten waarvoor een specifiek recht gekoppeld aan invoerrechten van toepassing is, kunnen geraadpleegd worden in de TARBEL-applicatie (via intranetsite AADA; via internetsite AADA).
Voor die soorten groenten en fruit is in TARBEL in de 2e kolom van het scherm “Nomenclatuur” tegenover de desbetreffende TARIC-code na de omschrijving van de goederen de voetnoot PN001 opgenomen.
Screenshots TARBEL:
Voetnoot PN001:
De invoerrechten zijn in de tariefbrowser TARBEL in het scherm “Maatregelen” onder de “Tarifaire maatregelen”, “C” van “Condities” (= 6e kolom) terug te vinden. In de 8e kolom “Voetnoten” staat voetnoot PB001 “Recht verbonden aan het systeem van invoerprijzen”.
5. Standaardinvoerwaarden
8. Voor de soorten groenten en fruit bedoeld in §6, stelt de Commissie dagelijks standaardinvoerwaarden vast, met uitzondering van komkommers voor verwerking (TARIC-codes 0707 0005 10 en 0707 0005 20) en zure kersen (TARIC-code 0809 2100 00).
Deze standaardinvoerwaarden zijn afhankelijk van de periodes waarin de specifieke invoerrechten aan de invoerprijzen zijn gekoppeld en kunnen als basis gebruikt worden voor de berekening van het invoerrecht.
Deze standaardinvoerwaarde wordt dagelijks berekend door de Europese Commissie, naar oorsprong en naar TARIC-code, op basis van het gewogen gemiddelde van de noteringen van de betrokken producten op representatieve invoermarkten van de lidstaten.
9. De aangever kan ervoor kiezen de standaardinvoerwaarde als invoerprijs te gebruiken voor zijn producten. In voorkomend geval, dient hij geen bijzondere voorwaarden na te leven en dient er geen zekerheid gesteld te worden. Indien hij echter de standaardinvoerwaarde niet gebruikt als invoerprijs voor zijn producten, zal hij in bepaalde gevallen een zekerheid moeten stellen (zie de §§ onder 6.1. en 6.2. voor meer details).
10. Verder komt de standaardinvoerwaarde ook in de plaats van de eenheidswaarde waarvan sprake in § 163 van de Circulaire 2018/C/9 over douanewaarde, voor de berekening van het ad valorem recht. Zolang echter geen standaardinvoerwaarde voor een bepaald product is vastgesteld, geldt vanaf de eerste dag van de toepassingsperiode de laatste van kracht zijnde eenheidswaarde als forfaitaire invoerwaarde.
11. Zoals bepaald in artikel 38 van IA wordt de standaardinvoerwaarde voor elk product door de Commissie meegedeeld via TARIC. Deze standaardinvoerwaarde is ook terug te vinden in TARBEL.
12. Wanneer bij het begin van een periode (zoals opgesomd in de laatste kolom van de tabel in bijlage I van deze circulaire) geen standaardinvoerwaarde voor een bepaald product door de Commissie is vastgesteld, kan de standaardinvoerwaarde niet gebruikt worden:
- als basis voor de berekening van de invoerrechten, en,
- in voorkomend geval, voor het stellen van de zekerheid.
13. In de tariefbrowser van TARBEL is het recht van de “standaardinvoerwaarde” vermeld in het scherm “Maatregelen”, “Tarifaire maatregelen” in de vierde kolom “Tarief” tegenover het maatregeltype “forfaitaire invoerwaarden” in de derde kolom en de betrokken landengroep en/of land in de tweede kolom.
Screenshots TARBEL:
6. Aangifte van de douanewaarde of de invoerprijs, berekening van de invoerrechten en de te stellen zekerheid indien een standaardinvoerwaarde is vastgesteld
14. Artikel 75 van DA bepaalt dat het voor de douanewaardebepaling van belang is of de goederen al dan niet in consignatie zijn aangekocht. Daarom kunnen ook de volgende 2 rubrieken onderscheiden worden:
- goederen niet in consignatie aangekocht - zie 6.1.
- goederen in consignatie aangekocht - zie 6.2.
De details van de wettelijke bepalingen worden verder uitgewerkt in de §§ onder titel 6.1. en 6.2.
Zoals eerder vernoemd in § 2 kan er voor de goederen in consignatie aangekocht geen gebruik gemaakt worden van de transactiewaarde methode van de ingevoerde goederen krachtens art 70 van DWU, maar dient de methode in art 74, lid 2c) gehanteerd te worden voor het bepalen van de douanewaarde op basis van de forfaitaire invoerwaarde (zie 6.2).
De bepaling van de douanewaarde van niet in consignatie aangekochte groenten en fruit bedoeld in § 8 kan gebeuren op basis (zie 6.1.):
- van de transactiewaarde van de ingevoerde goederen krachtens artikel 70 van DWU, dus, m.a.w. op basis van de werkelijke betaalde prijs tussen verkoper en koper (krachtens artikel 70 DWU);
- de methode krachtens artikel 74, lid 2c) van het DWU.
15. De berekening van de invoerrechten en het al dan niet stellen van zekerheid gebeurt automatisch in PLDA, afhankelijk van de onder titels 6.1. en 6.2. opgenomen gevallen en de gegevens die de aangever heeft ingebracht in PLDA met betrekking tot zijn invoeraangifte.
6.1. Goederen niet in consignatie aangekocht
16. In dit geval moet de aangever de douanewaarde bepalen of berekenen aan de hand van artikel 70 van DWU of artikel 74, lid 2 c) van DWU.
Zoals eerder bepaald in §9 zal de aangever, indien hij een andere invoerprijs verkiest dan de forfaitaire invoerwaarde als basis voor de invoerprijs, in de meeste gevallen (zie 6.1.1., 6.1.2. en 6.2.) een zekerheid dienen te stellen. Die is van belang om te voorkomen dat de soorten groenten en fruit bedoeld in bijlage 1 tegen een veel te lage douanewaarde ingevoerd worden.
6.1.1. Artikel 70 DWU
17. Wanneer de douanewaarde van de betrokken producten wordt bepaald aan de hand van de transactiewaarde als bedoeld in artikel 70 van het DWU en die douanewaarde meer dan 8 % hoger is dan de door de Commissie vastgestelde standaardinvoerwaarde geldig op de dag waarop de aangifte voor het vrije verkeer voor die producten wordt aanvaard, moet de aangever de in artikel 148 DWU IA bedoelde zekerheid stellen. Die te stellen zekerheid is gelijk aan het verschil tussen de op basis van de standaardinvoerwaarde te betalen invoerrechten en BTW en de op basis van de transactiewaarde betaalde invoerrechten en BTW.
In dit geval moet de aangever de volgende codes inbrengen in PLDA met betrekking tot zijn invoeraangifte:
- Vak 24 - Aard van de transactie: 1-1[2]
- Vak 43 - Code M.W. (methode waardevaststelling): 1[3]
- Vak “Aanpassing factuur” (afgedrukt in vak 47, tweede deelvak van het enig document bij de berekening van de invoerrechten of indien daar “samengesteld” vermeld, te raadplegen via het tabblad “Financieel” van het betrokken artikel in PLDA): douanewaarde volgens transactiewaarde.
- Vak “Bijkomende berekeningseenheden” (afgedrukt in vak 52 van het enig document): de code “FA”, waaruit blijkt dat hij de invoerrechten en BTW wenst te betalen op basis van de invoerprijs berekend volgens de transactiewaarde.
In de volgende twee gevallen, dient er echter geen zekerheid gesteld te worden:
1) Wanneer de standaardinvoerwaarde hoger is dan de invoerprijzen die zijn opgenomen in bijlage I van Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad; d.w.z. indien de standaardinvoerwaarde hoger is dan de hoogste invoerprijs waarop specifieke invoerrechten van toepassing zijn (in het voorbeeld opgenomen in § 7, tabel “invoerprijs” hiervoor is dit dus gelijk aan of hoger dan 52,6 EUR). PLDA zal zelf nagaan of aan die voorwaarde is voldaan en de aangever dient geen andere noch bijkomende codes in te brengen in PLDA, dan deze hiervoor vermeld.
2) Wanneer de aangever verzoekt om de onmiddellijke boeking van het bedrag aan invoerrechten en BTW dat uiteindelijk op de goederen van toepassing is; d.w.z. het bedrag aan invoerrechten en BTW dat moet betaald worden indien de invoerprijs zou bepaald worden op basis van de standaardinvoerwaarde.
In het tweede geval moet de aangever wel andere codes inbrengen in PLDA, namelijk:
- Vak 24 - Aard van de transactie: 1-1
- Vak 37, tweede deelvak - Regeling: E02[4]
- Vak 43 - Code M.W. (methode waardevaststelling): 1
- Vak “Aanpassing factuur” (afgedrukt in vak 47, tweede deelvak van het enig document bij de berekening van de invoerrechten of indien daar “samengesteld” vermeld, te raadplegen via het tabblad “Financieel” van het betrokken artikel in PLDA): douanewaarde volgens transactiewaarde.
- Vak “Bijkomende berekeningseenheden” (afgedrukt in vak 52 van het enig document): de code “FF”, waaruit blijkt dat hij de invoerrechten en BTW wenst te betalen op basis van de invoerprijs berekend volgens de standaardinvoerwaarde.
6.1.2. Artikel 74, lid 2 c) DWU
18. Wanneer de douanewaarde van de betrokken producten wordt berekend overeenkomstig artikel 74, lid 2 c) DWU, worden de ad valorem invoerrechten en BTW die verschuldigd zijn bij invoer (eventueel de verminderde ad valorem invoerrechten volgens de oorsprong) bij de berekening in mindering gebracht.
De aangever moet dan de in artikel 148 DWU IA bedoelde zekerheid stellen, die gelijk is aan het bedrag van de invoerrechten en BTW die hij zou hebben betaald indien de rechten berekend werden op basis van de standaardinvoerwaarden (d.w.z. indien de invoerprijs zou worden bepaald op basis van de standaardinvoerwaarde geldig op de datum van aanvaarding van de aangifte voor het vrije verkeer).
In dit geval moet de aangever de volgende codes inbrengen in PLDA met betrekking tot zijn invoeraangifte:
- Vak 24 - Aard van de transactie: 1-1
- Vak 43 - Code M.W. (methode waardevaststelling): 4[5]
- Vak “Aanpassing factuur” (afgedrukt in vak 47, tweede deelvak van het enig document bij de berekening van de invoerrechten of indien daar “samengesteld” vermeld, te raadplegen via het tabblad “Financieel” van het betrokken artikel in PLDA): Douanewaarde volgens artikel 74, lid 2 c) DWU.
- Vak “Bijkomende berekeningseenheden” (afgedrukt in vak 52 van het enig document): de code “FB”, waaruit blijkt dat hij de invoerrechten en BTW wenst te betalen op basis van de invoerprijs berekend volgens de douanewaarde bepaald volgens artikel 74, lid 2 c) DWU.
6.2. Goederen in consignatie aangekocht
19. De douanewaarde van in consignatie ingevoerde goederen wordt rechtstreeks bepaald overeenkomstig artikel 74, lid 2 c) DWU; daartoe is de standaardinvoerwaarde van toepassing. Er dient geen zekerheid te worden gesteld.
Dit houdt in dat voor in consignatie aangekochte goederen de aangever geen keuzemogelijkheid heeft en dat de invoerrechten en BTW door PLDA worden berekend en geïnd op basis van de standaardinvoerwaarde geldig op de datum van aanvaarding van de aangifte voor het vrije verkeer.
In dit geval moet de aangever de volgende codes inbrengen in PLDA met betrekking tot zijn invoeraangifte:
- Vak 24 - Aard van de transactie: 1-2[6]
- Vak 37, tweede deelvak - Regeling: E02
- Vak 43 - Code M.W. (methode waardevaststelling): 4
- Vak “Bijkomende berekeningseenheden” (afgedrukt in vak 52 van het enig document): de code “FF” waaruit blijkt dat hij de invoerrechten en BTW wenst te betalen op basis van de invoerprijs berekend volgens de standaardinvoerwaarde.
7. Vrijgave/inhouding van de zekerheid
20. Met het oog op de vrijgave van de gestelde zekerheid moet de aangever overeenkomstig artikel 75, leden 5 en 6 van de DA bij het betrokken hulpkantoor:
a) hetzij bewijzen dat de producten van de betrokken aangifte zijn afgezet tegen zodanige condities dat de prijzen als bedoeld in artikel 70 DWU juist zijn (geval 6.1.1.));
b) hetzij de douanewaarde bepalen als bedoeld in artikel 74, lid 2 c) DWU (geval 6.1.2.).
Hij dient dit te doen binnen een maand, te rekenen vanaf de datum waarop de betrokken producten zijn verkocht, en uiterlijk binnen vier maanden, te rekenen vanaf de datum waarop de aangifte voor het vrije verkeer is aanvaard.
Op een naar behoren gemotiveerd verzoek van de aangever kan de hiervoor vermelde termijn van vier maanden door het betrokken hulpkantoor met ten hoogste drie maanden worden verlengd.
Bij niet-inachtneming van een van bovengenoemde termijnen (de termijn van één maand en de termijn van vier, eventueel met maximum drie maanden verlengd), wordt de zekerheid door het betrokken hulpkantoor ingehouden bij wijze van betaling van de invoerrechten en BTW.
Wordt slechts voor een gedeelte van de betrokken producten de termijnen gerespecteerd, dan wordt de zekerheid vrijgegeven ten belope van het bedrag dat overeenkomt met dat gedeelte en wordt de rest ingehouden en als invoerrecht en BTW geboekt.
21. In het geval bedoeld in § 18 a) hiervoor wordt de zekerheid vrijgegeven voor zover de bewijzen met betrekking tot de afzetvoorwaarden ten genoegen van het betrokken hulpkantoor zijn geleverd. Is dit niet het geval wordt de zekerheid ingehouden bij wijze van betaling van de invoerrechten en BTW.
Om te bewijzen dat de producten van de betrokken aangifte zijn afgezet tegen de in § 18 a) vastgestelde afzetvoorwaarden, moet de aangever, overeenkomstig art 75 lid 5, 4de alinea van DA, naast de factuur alle documenten ter beschikking stellen die nodig zijn voor de uitvoering van de relevante douanecontroles met betrekking tot de verkoop en de afzet van alle producten van de aangifte in kwestie, met inbegrip van documenten die verband houden met vervoer, verzekering, behandeling en opslag van de betrokken producten. Wanneer de productvariëteit of het handelstype van groenten en fruit krachtens de in artikel 3 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 bedoelde handelsnormen op de verpakking moeten worden vermeld, wordt de productvariëteit of het handelstype van groenten en fruit die deel uitmaken van de betrokken aangifte vermeld op de documenten inzake vervoer, de facturen en de leveringsbon.
Het betrokken hulpkantoor mag aannemen dat voldaan is aan de in § 18 a) vastgestelde afzetvoorwaarden, indien blijkt dat de prijs waartegen de producten worden doorverkocht min de hierna opgesomde elementen, niet lager is dan de aangegeven transactiewaarde:
- de bij het in het vrije verkeer brengen geïnde invoerrechten;
- de handelsmarge die in artikel 74, lid 3 a) van de DA forfaitair is vastgelegd op 9 % van de verkoopprijs;
- de vervoer-, verzekering- en daarmede verbonden kosten, ontstaan in de Unie, alsmede de kosten voor goederenbehandeling, het marktgeld en de marktbelastingen die in artikel 74, lid 3 b) DA forfaitair zijn vastgelegd op 0,7245 euro per 100 kg nettogewicht.
In plaats van de elementen bedoeld in de laatste twee bullets hiervoor, kunnen de werkelijke winstmarge en de werkelijk gemaakte kosten in aanmerking worden genomen.
Wordt slechts voor een gedeelte van de betrokken producten de nodige bewijsstukken inzake de afzetvoorwaarden voorgelegd, dan wordt de zekerheid vrijgegeven ten belope van het bedrag dat overeenkomt met dat gedeelte en wordt de rest ingehouden en als invoerrecht en BTW geboekt.
Indien uit de voorgelegde bewijsstukken blijkt dat een lagere douanewaarde dan de aangegeven douanewaarde in acht moet worden genomen, moet een overtreding worden vastgesteld die op de gebruikelijke wijze wordt afgehandeld.
22. In het geval bedoeld in § 18 b) hiervoor, moet de aangever zodra de douanewaarde als bedoeld in artikel 74, lid 2 c) DWU kan worden vastgesteld, een aanvullende aangifte indienen ter aanvulling van de vereenvoudigde aangifte. Ter zake gelden de bepalingen opgenomen in § 173 van de van Circulaire 2018/C/9 over douanewaarde.
23. Indien na toepassing van § 19 of § 20 blijkt dat de in acht te nemen douanewaarde hoger is dan de “standaardinvoerwaarde” wordt het gedeelte van de zekerheid dat overeenkomt met de in acht te nemen douanewaarde ingehouden en als invoerrecht en BTW geboekt. De rest van de zekerheid wordt vrijgegeven.
Als de in acht te nemen douanewaarde lager is dan de “standaardinvoerwaarde” die geldig was op de dag van aanvaarding van de aangifte tot het in het vrije verkeer brengen, kan worden volstaan met de inhouding van de zekerheid die werd berekend in functie van die “standaardinvoerwaarde” en die vervolgens te boeken als invoerrecht en BTW.
24. In het geval bedoeld in § 18 a) heeft de aangever bij verkoop in deelpartijen de mogelijkheid om de vrijgave van de zekerheid te vragen telkens een deelpartij is afgezet. Wanneer in een dergelijk geval een gedeelte van de producten die het voorwerp uitmaken van de aangifte niet afgezet is tegen de condities waarvan sprake in § 19 dienen ten opzichte van dat gedeelte de bepalingen van § 21 te worden nageleefd.
8. Vaststelling achteraf - nalatigheidsintrest
25. Bij de vaststelling van het bedrag of het resterende bedrag aan invoerrechten dat moet worden ingevorderd bij een douanecontrole achteraf, wordt overeenkomstig artikel 75, lid 6 van DA een rente toegepast voor de periode vanaf de datum waarop de goederen in het vrije verkeer zijn gebracht tot en met de datum van de invordering. De toepasselijke rentevoet is de rentevoet bedoeld in artikel 114 DWU.
Bijlagen
Bijlage 1 - Lijst van de TARIC-codes
TARIC-codes | Periode |
|
0702 0000 07 0702 0000 99 |
van 01/01 t.e.m. 31/03 van 01/04 t.e.m. 30/04 van 01/05 t.e.m. 14/05 van 15/05 t.e.m. 31/05 van 01/06 t.e.m. 30/09 van 01/10 t.e.m. 31/10 van 01/11 t.e.m. 20/12 van 21/12 t.e.m. 31/12 |
|
0707 0005 10 (*) 0707 0005 20 (*) 0707 0005 90 0707 0005 99 |
van 01/01 t.e.m. eind februari van 01/03 t.e.m. 30/04 van 01/05 t.e.m. 15/05 van 16/05 t.e.m. 30/09 van 01/10 t.e.m. 31/10 van 01/11 t.e.m. 10/11 van 11/01 t.e.m. 31/12 |
0709 9100 00 |
van 01/01 t.e.m. 31/05 van 01/06 t.e.m. 30/06 van 01/11 t.e.m. 31/12 |
0709 9310 00 |
van 01/01 t.e.m. 31/01 van 01/02 t.e.m. 31/03 van 01/04 t.e.m. 31/05 van 01/06 t.e.m. 31/07 van 01/08 t.e.m. 31/12 |
|
0805 1022 10 0805 1022 90 0805 1024 10 0805 1024 90 0805 1028 10 0805 1028 90 |
van 01/01 t.e.m. 31/03 van 01/04 t.e.m. 30/04 van 01/05 t.e.m. 15/05 van 16/05 t.e.m. 31/05 van 01/12 t.e.m. 31/12 |
|
0805 2110 10 0805 2110 90 0805 2190 11 0805 2190 19 0805 2190 91 0805 2190 99 0805 2200 11 0805 2200 19 0805 2200 20 0805 2200 90 0805 2900 11 0805 2900 19 0805 2900 21 0805 2900 29 0805 2900 91 0805 2900 99 |
van 01/01 t.e.m. eind februari van 01/11 t.e.m. 31/12 |
|
0805 5010 10 0805 5010 90 |
van 01/01 t.e.m. 30/04 van 01/05 t.e.m. 31/05 van 01/06 t.e.m. 31/07 van 01/08 t.e.m. 15/08 van 16/08 t.e.m. 31/10 van 01/11 t.e.m. 31/12 |
|
0806 1010 05 0806 1010 90 |
van 21/07 t.e.m. 31/10 van 01/11 t.e.m. 20/11 |
|
0808 1080 10 0808 1080 90 |
van 01/01 t.e.m. 14/02 van 15/02 t.e.m. 31/03 van 01/04 t.e.m. 30/06 van 01/07 t.e.m. 15/07 van 16/07 t.e.m. 31/07 van 01/08 t.e.m. 31/12 |
|
0808 3090 10 0808 3090 90 |
van 01/01 t.e.m. 31/01 van 01/02 t.e.m. 31/03 van 01/04 t.e.m. 30/04 van 01/07 t.e.m. 15/07 van 16/07 t.e.m. 31/07 van 01/08 t.e.m. 31/10 van 01/11 t.e.m. 31/12 |
0809 1000 00 |
van 01/06 t.e.m. 20/06 van 21/06 t.e.m. 30/06 van 01/07 t.e.m. 31/07 |
0809 2100 00 (*) |
van 21/05 t.e.m. 31/05 van 01/06 t.e.m. 15/07 van 16/07 t.e.m. 31/07 van 01/08 t.e.m. 10/08 |
0809 2900 00 |
van 21/05 t.e.m. 31/05 van 01/06 t.e.m. 15/06 van 16/06 t.e.m. 15/07 van 16/07 t.e.m. 31/07 van 01/08 t.e.m. 10/08 |
|
0809 3010 00 0809 3090 00 |
van 11/06 t.e.m. 20/06 van 21/06 t.e.m. 31/07 van 01/08 t.e.m. 30/09 |
0809 4005 00 |
van 11/06 t.e.m. 30/06 van 01/07 t.e.m. 30/09 |
(*) Overeenkomstig lid 5 van deze circulaire zijn er geen standaardinvoerwaarden vastgesteld voor deze TARIC-codes.
Bijlage 2 - Uittreksels uit de wetgeving
A. Verordening (EU) Nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 (IGMO)
“Hoofdstuk II - Invoerrechten
Artikel 181
Invoerprijssysteem voor bepaalde producten van de sectoren groenten en fruit, verwerkte groenten en fruit en wijn
1. Met het oog op de toepassing van het in het kader van het gemeenschappelijk douanetarief geldende douanerecht voor producten van de sectoren groenten en fruit en verwerkte groenten en fruit en voor druivensap en most, is de invoerprijs van een zending gelijk aan de douanewaarde van die zending, berekend overeenkomstig Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad (1) ("het douanewetboek") en Verordening (EEG) nr. 2454/93 van de Commissie (2).
2. Om de doeltreffendheid van het systeem te garanderen, is de Commissie bevoegd overeenkomstig artikel 227 gedelegeerde handelingen vast te stellen om te bepalen dat de gedeclareerde invoerprijs van een zending moet worden gecontroleerd aan de hand van een forfaitaire waarde bij invoer, en om de voorwaarden te bepalen waaronder het stellen van een zekerheid is vereist.
3. De Commissie stelt uitvoeringshandelingen vast waarin voorschriften worden vastgelegd voor de berekening van de in lid 2 bedoelde forfaitaire waarde bij invoer. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 229, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.
---------------------
(1) Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het communautair douanewetboek (PB L 302 van 19.10.1992, blz. 1).
(2) Verordening (EEG) nr. 2454/93 van de Commissie van 2 juli 1993 houdende vaststelling van enkele bepalingen ter uitvoering van Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad tot vaststelling van het communautair douanewetboek (PB L 253 van 11.10.1993, blz. 1).”
B. Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/891 van de Commissie van 13 maart 2017 (DA)
“Titel III - Handel met derde landen - invoerprijssysteem
Artikel 73
Definities
Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
a) „partij”: de goederen die worden aangeboden met een aangifte voor het vrije verkeer die slechts betrekking heeft op goederen van dezelfde oorsprong en van dezelfde GN-code, en
b) „importeur”: de aangever in de zin van artikel 5, lid 15, van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad (1).
------------------------
(1) Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en van de Raad van 9 oktober 2013 tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie (PB L 269 van 10.10.2013, blz. 1).
Artikel 74
Melding van prijzen en van hoeveelheden ingevoerde producten
1. Voor elk van de in bijlage VII, deel A, vermelde producten en perioden melden de lidstaten voor elke marktdag en oorsprong uiterlijk de eerstvolgende werkdag om 12.00 uur (plaatselijke tijd Brussel) de volgende gegevens aan de Commissie:
a) de gemiddelde representatieve prijzen van de uit derde landen ingevoerde producten die op de invoermarkten van de lidstaten zijn verkocht, en
b) de totale hoeveelheden waarop de onder a) bedoelde prijzen betrekking hebben.
Voor de toepassing van de eerste alinea, onder a), stellen de lidstaten de Commissie in kennis van de door hen representatief geachte invoermarkten, die ook Londen, Milaan, Perpignan en Rungis omvatten.
Wanneer de in de eerste alinea, onder b), bedoelde totale hoeveelheden kleiner zijn dan tien ton, worden de betrokken prijzen niet aan de Commissie gemeld.
2. De in lid 1, eerste alinea, onder a), bedoelde prijzen worden geregistreerd:
a) voor elk van de in bijlage VII, deel A, genoemde producten;
b) voor alle beschikbare variëteiten en grootteklassen, en
c) in het stadium importeur/groothandelaar, of in het stadium groothandelaar/detailhandelaar wanneer in het stadium importeur/groothandelaar geen noteringen beschikbaar zijn.
Deze prijzen worden verlaagd met de volgende bedragen:
a) een handelsmarge van 15 % voor de handelscentra Londen, Milaan en Rungis en van 8 % voor de andere handelscentra, en
b) de kosten van vervoer en verzekering binnen het douanegebied van de Unie.
Voor de overeenkomstig de vorige alinea in mindering te brengen vervoers- en verzekeringskosten kunnen de lidstaten standaardbedragen vaststellen. Deze standaardbedragen en de methoden voor de berekening ervan worden onmiddellijk ter kennis gebracht van de Commissie.
3. De overeenkomstig lid 2 geregistreerde prijzen worden, wanneer deze in het stadium groothandelaar/detailhandelaar worden vastgesteld, verlaagd met:
a) een bedrag dat gelijk is aan 9 % in verband met de handelsmarge van de groothandelaar, en
b) een bedrag van 0,7245 EUR per 100 kg in verband met de kosten van de handling van goederen, marktgeld en marktbelastingen.
4. Voor in bijlage VII, deel A, opgenomen producten waarvoor een specifieke handelsnorm geldt, worden de volgende prijzen als representatief beschouwd:
a) de prijzen van de producten van klasse I wanneer de hoeveelheden van deze klasse ten minste 50 % van de totale afgezette hoeveelheid uitmaken;
b) de prijzen van de producten van klasse I en klasse II wanneer de hoeveelheden van deze klassen ten minste 50 % van de totale afgezette hoeveelheid uitmaken;
c) de prijzen van de producten van klasse II wanneer producten van klasse I ontbreken, tenzij wordt besloten daarop een aanpassingscoëfficiënt toe te passen omdat deze producten op grond van de kwaliteitskenmerken ervan gewoonlijk niet als producten van klasse I worden afgezet.
De in de eerste alinea, onder c), bedoelde aanpassingscoëfficiënt wordt toegepast na aftrek van de in lid 2 bedoelde bedragen.
Voor in bijlage VII, deel A, opgenomen producten waarvoor geen specifieke handelsnorm geldt, worden de prijzen van producten die aan de algemene handelsnorm voldoen, als representatief beschouwd.
Artikel 75
Als basis te nemen invoerprijs
1. Voor de toepassing van artikel 181, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1308/2013 zijn de in dat artikel bedoelde producten van de sectoren groenten en fruit en verwerkte groenten en fruit die welke in bijlage VII bij de onderhavige verordening zijn vermeld.
2. Wanneer de douanewaarde van de in bijlage VII, deel A, vermelde producten wordt bepaald aan de hand van de transactiewaarde als bedoeld in artikel 70 van Verordening (EU) nr. 952/2013 en die douanewaarde meer dan 8 % hoger is dan het door de Commissie als standaardinvoerwaarde berekende forfaitaire tarief op het ogenblik waarop de aangifte voor het vrije verkeer voor die producten wordt ingediend, moet de importeur een in artikel 148 van Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447 van de Commissie (1) bedoelde zekerheid stellen. Daartoe is het op de in bijlage VII, deel A, van de onderhavige verordening vermelde producten toe te passen invoerrecht gelijk aan het bedrag van de rechten die de importeur zou hebben betaald wanneer de betrokken producten op basis van de standaardinvoerwaarde waren ingedeeld.
De eerste alinea is niet van toepassing wanneer de standaardinvoerwaarde hoger is dan de invoerprijzen die zijn opgenomen in bijlage I, derde deel, afdeling I, bijlage 2, bij Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad (2), of wanneer de aangever verzoekt om de onmiddellijke boeking van het bedrag aan rechten dat uiteindelijk op de goederen van toepassing is, in plaats van het stellen van een zekerheid.
3. Wanneer de douanewaarde van de in bijlage VII, deel A, vermelde producten wordt berekend overeenkomstig artikel 74, lid 2, onder c), van Verordening (EU) nr. 952/2013, worden de rechten in mindering gebracht overeenkomstig artikel 38, lid 1, van Uitvoeringsverordening (EU) 2017/892. In dat geval stelt de importeur een zekerheid die gelijk is aan het bedrag van de rechten die hij zou hebben betaald indien de producten waren ingedeeld op basis van de geldende standaardinvoerwaarde.
4. De douanewaarde van in consignatie ingevoerde goederen wordt rechtstreeks bepaald overeenkomstig artikel 74, lid 2, onder c), van Verordening (EU) nr. 952/2013 en daartoe is de overeenkomstig artikel 38 van Uitvoeringsverordening (EU) 2017/892 berekende standaardinvoerwaarde van toepassing gedurende de desbetreffende periode.
5. Binnen één maand vanaf de datum waarop de betrokken producten zijn verkocht, en uiterlijk binnen vier maanden, te rekenen vanaf de datum waarop de aangifte voor het vrije verkeer is geaccepteerd, bewijst de importeur dat de partij is afgezet tegen zodanige condities dat de prijzen als bedoeld in artikel 70 van Verordening (EU) nr. 952/2013 juist zijn, dan wel bepaalt hij de douanewaarde als bedoeld in artikel 74, lid 2, onder c), van die verordening.
Onverminderd lid 6 wordt bij niet-inachtneming van een van bovengenoemde termijnen de gestelde zekerheid verbeurd.
De gestelde zekerheid wordt vrijgegeven voor zover de bewijzen met betrekking tot de afzetvoorwaarden ten genoegen van de douaneautoriteiten zijn geleverd. Is dat niet het geval, dan wordt de zekerheid verbeurd bij wijze van betaling van de invoerrechten.
Om te bewijzen dat de partij is afgezet tegen de in de eerste alinea vastgestelde condities, stelt de importeur naast de factuur alle documenten ter beschikking die nodig zijn voor de uitvoering van de relevante douanecontroles met betrekking tot de verkoop en de afzet van alle producten van de partij in kwestie, met inbegrip van documenten die verband houden met vervoer, verzekering, handling en opslag van de partij.
Wanneer de productvariëteit of het type van groenten en fruit krachtens de in artikel 3 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 bedoelde handelsnormen op de verpakking moeten worden vermeld, wordt de productvariëteit of het type van groenten en fruit die deel uitmaken van de partij vermeld op de documenten inzake vervoer, de facturen en de leveringsbon.
6. Op een naar behoren gemotiveerd verzoek van de importeur kan de in lid 5, eerste alinea, bedoelde termijn van vier maanden door de bevoegde autoriteiten van de lidstaat met ten hoogste drie maanden worden verlengd.
Indien de bevoegde autoriteiten van de lidstaten bij verificatie constateren dat niet aan de eisen van dit artikel is voldaan, vorderen zij het verschuldigde recht in overeenkomstig artikel 105 van Verordening (EU) nr. 952/2013. Bij de vaststelling van het bedrag of het resterende bedrag aan rechten dat moet worden ingevorderd, wordt een rente toegepast voor de periode vanaf de datum waarop de goederen in het vrije verkeer zijn gebracht tot en met de datum van de invordering. Als rentevoet wordt de rentevoet toegepast die volgens het nationale recht bij invorderingen van toepassing is.
--------------------
(1) Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447 van de Commissie van 24 november 2015 houdende nadere uitvoeringsvoorschriften voor enkele bepalingen van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie (PB L 343 van 29.12.2015, blz. 558).
(2) Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad van 23 juli 1987 met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief (PB L 256 van 7.9.1987, blz. 1).”
BIJLAGE VII
Lijst van producten voor de toepassing van het invoerprijssysteem van titel III
Onverminderd de regels voor de interpretatie van de gecombineerde nomenclatuur, wordt de omschrijving van de producten als louter indicatief beschouwd. Voor de toepassing van deze bijlage wordt de werkingssfeer van de regelingen van titel III bepaald door de draagwijdte van de GN-codes zoals deze bij de vaststelling van de onderhavige verordening bestaan. Wanneer de GN-code wordt voorafgegaan door „ex”, wordt de werkingssfeer van de aanvullende rechten zowel door de draagwijdte van de GN-code en de omschrijving van de producten als door de corresponderende periode van toepassing bepaald.
DEEL A
GN-code | Omschrijving | Toepassingsperiode |
ex 0702 00 00 | Tomaten | 1 januari t/m 31 december |
ex 0707 00 05 | Komkommers (1) | 1 januari t/m 31 december |
ex 0709 90 80 | Artisjokken | 1 november t/m 30 juni |
0709 90 70 | Courgettes | 1 januari t/m 31 december |
ex 0805 10 20 | Sinaasappelen, andere dan pomeransen (bittere oranjeappelen), vers | 1 december t/m 31 mei |
ex 0805 20 10 | Clementines | 1 november tot eind februari |
|
ex 0805 20 30 ex 0805 20 50 ex 0805 20 70 ex 0805 20 90 |
Mandarijnen (tangerines en satsuma's daaronder begrepen); wilkings en soortgelijke kruisingen van citrusvruchten | 1 november tot eind februari |
ex 0805 50 10 | Citroenen (Citrus limon, Citrus limonum) | 1 juni t/m 31 mei |
ex 0806 10 10 | Tafeldruiven | 21 juli t/m 20 november |
ex 0808 10 80 | Appelen | 1 juli t/m 30 juni |
ex 0808 20 50 | Peren | 1 juli t/m 30 april |
ex 0809 10 00 | Abrikozen | 1 juni t/m 31 juli |
ex 0809 20 95 | Kersen, andere dan zure kersen | 21 mei t/m 10 augustus |
|
ex 0809 30 10 ex 0809 30 90 |
Perziken, nectarines daaronder begrepen | 11 juni t/m 30 september |
ex 0809 40 05 | Pruimen | 11 juni t/m 30 september |
DEEL B
GN-code | Omschrijving | Toepassingsperiode |
ex 0707 00 05 | Komkommers die bestemd zijn om te worden verwerkt | 1 mei t/m 31 oktober |
ex 0809 20 05 | Zure kersen (Prunus cerasus) | 21 mei t/m 10 augustus |
C. Uitvoeringsverordening (EU) 2017/892 van de Commissie van 13 maart 2017 (IA)
“HOOFDSTUK VI - INVOERPRIJSSYSTEEM EN INVOERRECHTEN
Artikel 38
Standaardinvoerwaarden
1. Voor elk van de in deel A van bijlage VII bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/891 vermelde producten en toepassingsperioden stelt de Commissie elke werkdag voor elke oorsprong een standaardinvoerwaarde vast die gelijk is aan het gewogen gemiddelde van de in artikel 74 van die verordening bedoelde representatieve prijzen, verminderd met een standaardbedrag van 5 EUR/100 kg en met de ad-valoremdouanerechten.
2. Wanneer voor de in deel A van bijlage VII bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/891 vermelde producten en toepassingsperioden een standaardinvoerwaarde wordt vastgesteld overeenkomstig de artikelen 74 en 75 van die verordening en dit artikel, is de in artikel 142 van Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447 van de Commissie (1) bedoelde prijs per eenheid niet van toepassing. De prijs per eenheid wordt dan vervangen door de in lid 1 bedoelde standaardinvoerwaarde.
3. Wanneer voor een product van een bepaalde oorsprong geen standaardinvoerwaarde van kracht is, is het gewogen gemiddelde van de voor dat product van kracht zijnde standaardinvoerwaarden van toepassing.
4. Gedurende de in deel A van bijlage VII bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/891 vermelde toepassingsperioden blijven de standaardinvoerwaarden van toepassing zolang zij niet worden gewijzigd. Zij gelden echter niet langer wanneer twee opeenvolgende weken geen gemiddelde representatieve prijs aan de Commissie is gemeld.
Wanneer door de toepassing van de eerste alinea geen standaardinvoerwaarde voor een bepaald product geldt, is de standaardinvoerwaarde voor dat product gelijk aan de laatste gemiddelde standaardinvoerwaarde.
5. In afwijking van lid 1 is in gevallen waarin geen standaardinvoerwaarde kon worden berekend, vanaf de eerste dag van de in deel A van bijlage VII bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/891 vermelde toepassingsperioden geen standaardinvoerwaarde van toepassing.
6. De wisselkoers die voor de standaardinvoerwaarde geldt, is de meest recente wisselkoers die de Europese Centrale Bank heeft bekendgemaakt vóór de laatste dag van de periode waarvoor prijzen worden toegezonden.
7. De Commissie maakt de standaardinvoerwaarden in euro bekend via TARIC(2).
--------------------
(1) Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447 van de Commissie van 24 november 2015 houdende nadere uitvoeringsvoorschriften voor enkele bepalingen van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie (PB L 343 van 29.12.2015, blz. 558).
(2) http://ec.europa.eu/taxation_customs/customs/customs_duties/tariff_aspects/customs_tariff/index_en.htm”
D. Verordening (EU) 952/2013 van het Europees Parlement en van de Raad van 9 oktober 2013 tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie (DWU)
Artikel 70
Op de transactiewaarde gebaseerde methode voor de vaststelling van de douanewaarde
1. De primaire basis voor de douanewaarde van goederen is de transactiewaarde, te weten: de voor de goederen werkelijk betaalde of te betalen prijs bij verkoop voor uitvoer naar het douanegebied van de Unie, waar nodig aangepast.
2. De werkelijk betaalde of te betalen prijs is de totale betaling die door de koper aan de verkoper of door de koper aan een derde ten behoeve van de verkoper voor de ingevoerde goederen is of moet worden verricht, en omvat alle betalingen die als voorwaarde voor de verkoop van de ingevoerde goederen werkelijk zijn of moeten worden verricht.
3. De transactiewaarde is van toepassing mits aan alle van de volgende voorwaarden is voldaan:
a) er zijn geen beperkingen ten aanzien van de overdracht of het gebruik van de goederen door de koper, behalve in een van de volgende gevallen:
i) bij de wet of door de autoriteiten in de Unie worden beperkingen opgelegd of voorgeschreven;
ii) er gelden beperkingen ten aanzien van het geografische gebied waarbinnen de goederen mogen worden doorverkocht;
iii) de douanewaarde van de goederen wordt door de beperkingen niet aanzienlijk beïnvloed;
b) de verkoop of de prijs is niet afhankelijk gesteld van enige voorwaarde of prestatie waarvan de waarde met betrekking tot de goederen waarvan de waarde dient te worden bepaald, niet kan worden vastgesteld;
c) geen enkel deel van de opbrengst van elke latere wederverkoop of overdracht of later gebruik van de goederen door de koper zal de verkoper direct of indirect ten goede komen, tenzij een toepasselijke aanpassing kan worden aangebracht;
d) koper en verkoper zijn niet verbonden, of hun verbondenheid is niet van dien aard dat de prijs erdoor wordt beïnvloed.
Artikel 74
Bijkomende methoden voor de vaststelling van de douanewaarde
1. Indien de douanewaarde van de goederen niet met toepassing van artikel 70 kan worden vastgesteld, dient achtereenvolgens te worden nagegaan welk van de punten a) tot en met d) van lid 2 van toepassing is en dient de douanewaarde van de goederen te worden vastgesteld met toepassing van het eerste punt dat die vaststelling mogelijk maakt.
De volgorde waarin de punten c) en d) van lid 2 worden toegepast, dient te worden omgekeerd indien de aangever daarom verzoekt.
2. De douanewaarde overeenkomstig lid 1 is:
a) de transactiewaarde van identieke goederen verkocht van uitvoer naar het douanegebied van de Unie en die op hetzelfde of nagenoeg hetzelfde tijdstip naar het douanegebied van de Unie zijn uitgevoerd als de te waarderen goederen;
b) de transactiewaarde van soortgelijke goederen die op hetzelfde of nagenoeg hetzelfde tijdstip naar het douanegebied van de Unie zijn uitgevoerd als de te waarderen goederen;
c) de waarde gebaseerd op de prijs per eenheid waartegen de ingevoerde goederen of identieke of soortgelijke ingevoerde goederen in het douanegebied van de Unie in de grootste samengevoegde hoeveelheid zijn verkocht aan personen die niet zijn verbonden met de verkopers; of
d) de berekende waarde, bestaande uit de som van:
i) de kosten of de waarde van de materialen en van de vervaardiging of van andere, bij de voortbrenging van de ingevoerde goederen verrichte be- of verwerkingen;
ii) een bedrag voor winst en bedrijfskosten dat gelijk is aan het bedrag dat gewoonlijk in aanmerking wordt genomen wanneer producenten in het land van uitvoer goederen van dezelfde aard of dezelfde soort als die waarvan de waarde dient te worden bepaald, voor uitvoer naar de Unie verkopen;
iii) de kosten of waarde van de in artikel 71, lid 1, onder e), genoemde elementen.
3. Indien de douanewaarde niet met toepassing van lid 1 kan worden vastgesteld, wordt zij aan de hand van in het douanegebied van de Unie beschikbare gegevens vastgesteld met gebruikmaking van redelijke middelen die in overeenstemming zijn met de beginselen en de algemene bepalingen van al het volgende:
a) de Overeenkomst inzake de toepassing van artikel VII van de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel;
b) artikel VII van de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel;
c) dit hoofdstuk.
Artikel 114
Vertragingsrente
1. Over het bedrag aan invoer- of uitvoerrechten wordt vertragingsrente in rekening gebracht vanaf de datum waarop de gestelde termijn afloopt tot de datum waarop dat bedrag is voldaan.
Voor een lidstaat die de euro heeft aangenomen, is de rentevoet op achterstallen gelijk aan de door de Europese Centrale Bank op haar basisherfinancieringstransacties toegepaste rentevoet van de eerste dag van de maand van de vervaldag, zoals bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie, serie C, vermeerderd met twee punten.
Voor een lidstaat die niet de euro heeft aangenomen, is de rentevoet op achterstallen gelijk aan de rentevoet die op de eerste dag van de betrokken maand door de nationale centrale bank op haar basisherfinancieringstransacties wordt toegepast, vermeerderd met twee punten, of, voor een lidstaat waarvoor de rentevoet van de nationale centrale bank niet beschikbaar is, de meest equivalente rentevoet die op de eerste dag van de betrokken maand op de geldmarkt van de lidstaat wordt toegepast, vermeerderd met twee punten.
2. Indien de douaneschuld is ontstaan op basis van artikel 79 of 82 of indien de mededeling van de douaneschuld het gevolg is van een controle achteraf, wordt behalve het bedrag aan in- of uitvoerrechten rente op achterstallen in rekening gebracht vanaf de dag waarop de douaneschuld is ontstaan tot de dag waarop de schuld is medegedeeld.
De rentevoet op achterstallen wordt vastgesteld overeenkomstig lid 1.
3. De douaneautoriteiten kunnen ervan afzien rente op achterstallen in rekening te brengen indien op basis van een gedocumenteerde beoordeling van de omstandigheden waarin de schuldenaar verkeert, is vastgesteld dat dit ernstige economische of sociale moeilijkheden zou veroorzaken.
4. De douaneautoriteiten zien ervan af rente op achterstallen in rekening te brengen indien het bedrag voor elke invordering lager is dan 10 EUR.
E. Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447 van de Commissie van 24 november 2015 houdende nadere uitvoeringsvoorschriften voor enkele bepalingen van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie (DWU IA)
Artikel 148
Zekerheidstelling per aangifte voor een mogelijke douaneschuld
(Artikel 90, lid 1, tweede alinea, van het wetboek)
1. Wanneer zekerheidstelling verplicht is, dekt een zekerheid voor een mogelijke douaneschuld voor een enkele transactie (zekerheid per aangifte) het bedrag aan invoer- of uitvoerrechten dat overeenkomt met de douaneschuld die kan ontstaan, berekend op basis van de hoogste tarieven die van toepassing zijn op goederen van dezelfde soort.
2. Wanneer de andere verschuldigde heffingen in verband met de invoer of uitvoer van goederen door de zekerheidstelling per aangifte moeten worden gedekt, wordt de berekening ervan gebaseerd op de hoogste tarieven die van toepassing zijn op goederen van dezelfde soort in de lidstaat wanneer de betrokken goederen onder de douaneregeling of in tijdelijke opslag zijn geplaatst.
[1] Bijlage I van de verordening wordt jaarlijks bijgewerkt en gepubliceerd in het Publicatieblad. De laatste bijwerking op datum van onderhavige Circulaire is Uitvoeringsverordening (EU) 2019/1776 van de Commissie van 9 oktober 2019 tot wijziging van Bijlage I bij Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de raad met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief.
[2]1-1 betekent: "transacties die gepaard gaan met een feitelijke of beoogde eigendomsoverdracht van ingezetenen aan niet-ingezetenen met financiële of andere tegenprestatie- definitieve aankoop-verkoop".
[3]1 staat voor: transactiewaarde van de ingevoerde goederen.
[4] E02 staat voor "Standaardinvoerwaarden"
[5] 4 staat voor afgeleide waarde.
[6]1-2 betekent: "transacties die gepaard gaan met een feitelijke of beoogde eigendomsoverdracht van ingezetenen aan niet-ingezetenen met financiële of andere tegenprestatie- zicht-of proefzending, levering in consignatie of via een commissionair
