Circulaire AKRED nr. 8/2002 d.d. 30.04.2002 (Circ. AFZ nr. 12/2002)

Registratie-, zegel-, griffie-, hypotheek- en successierechten, met het zegel gelijkgestelde taksen

Vrijstelling

Wet van 5 september 2001 tot waarborging van een voortdurende vermindering van de overheidsschuld en tot oprichting van een Zilverfonds

MINISTERIE VAN FINANCIËN

Brussel, 30 april 2002

Administratie van Fiscale Zaken

4de dienst - 3de directie

Circulaire AFZ nr. 12/2002

AFZ/2001-1344 - Dos. 276

Administratie van Kadaster, Registratie en Domeinen

Ref. Centr. Adm. AKRED - Directie 1/3 : EE/L. 112 en E.L.T.Z. 21

In het Staatsblad van 14 september 2001 werd de wet van 5 september 2001 tot waarborging van een voortdurende vermindering van de overheidsschuld en tot oprichting van een Zilverfonds bekendgemaakt.

Artikel 40 van die wet bepaalt dat het Zilverfonds onder meer is vrijgesteld van de registratie-, zegel-, griffie-, hypotheek- en successierechten en van de met het zegel gelijkgstelde taksen.

Bij deze circulaire wordt een eerste commentaar verstrekt bij de vrijstellingen van de genoemde belastingen waarvoor de Akred de dienst verzekert. De vrijstellingen werden niet in de verschillende fiscale Wetboeken ingeschreven. Een uittreksel uit de wet van 5 september 2001 gaat in bijlage.

Op zichzelf beschouwd behoeft de nieuwe vrijstellingsbepaling niet veel nadere commentaar, behalve wat betreft de zegelrechten en de bevoegdheid van de federale wetgever om de vrijstelling ook toe te kennen op het vlak van de successierechten.

Commentaar

1. Het "Zilverfonds"

Het Zilverfonds is een openbare instelling met rechtspersoonlijkheid met zetel in het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad (art. 12 van de wet). Het Zilverfonds wordt ingedeeld in de categorie B van artikel 1 van de wet van 16 maart 1954 betreffende de controle op sommige instellingen van openbaar nut en staat onder het gezamenlijk toezicht van de minister van Financiën en de Minister van Begroting (artikel 13 van de wet). Het doel van de instelling bestaat erin reserves aan te leggen. Die reserves moeten in de periode tussen 2010 en 2030 de financiering mogelijk maken van de extra-uitgaven - ingevolge de vergrijzing - op het vlak van de diverse wettelijke pensioenstelsels (artikel 14 van de wet). De opdracht van het Zilverfonds bestaat in het beheer van zijn inkomsten en uitgaven en in het beheer van zijn reserves (artikel 15 van de wet).

Voor de toepassing van de fiscale Wetboeken waarvoor de Akred de dienst verzekert, heeft het Zilverfonds, gelet op het bovenstaande, ongetwijfeld het statuut van "openbare instelling van de Staat".

2. Ruimere vrijstelling dan op basis van de hoedanigheid van openbare Staatsinstelling

De vrijstelling voor het Zilverfonds op grond van artikel 40 van de wet van 5 september 2001 is in sommige gevallen ruimer dan de vrijstellingen die aan deze instelling toekomen in haar hoedanigheid van openbare instelling. Artikel 40 van de wet van 5 september 2001 kent een onvoorwaardelijke vrijstelling toe.

Voorbeeld. Krachtens artikel 161, 1° W. Reg. worden akten in der minne verleden ten name of ten bate van openbare staatsinstellingen kosteloos geregistreerd mits de kosten van de akte wettelijk ten laste van die instellingen vallen. Indien het Zilverfonds betrokken zou zijn in een ruil van onroerende goederen zou het, indien het zich enkel zou kunnen beroepen op zijn hoedanigheid van openbare Staatsinstelling, geen vrijstelling genieten van het in artikel 44 W. Reg. bepaalde recht, omdat in geval van ruiling de kosten van de akte wettelijk door alle partijen moeten gedragen worden. Op grond van artikel 40 van de wet van 5 september 2001 zal het Zilverfonds in dergelijk geval toch vrijgesteld zijn van het mutatierecht.

3. Vrijstelling op het vlak van de zegelrechten - Combinatie van artikel 40 van de wet van 5 september 2001 met artikel 601 van het Wetboek der zegelrechten

Artikel 40 van de wet van 5 september 2001 kent een vrijstelling van zegelrechten toe op grond van de hoedanigheid van de persoon (het Zilverfonds) aan wie de akte wordt afgeleverd. Enkel wanneer de akte rechtstreeks aan het Zilverfonds wordt afgeleverd is de voormelde vrijstelling van toepassing. Het zegelrecht blijft verschuldigd indien een particulier een akte of geschrift aanvraagt, ook al betreft het een akte of geschrift die aan het Zilverfonds moet worden afgegeven en zelfs indien de particulier degene die de akte of het geschrift aflevert verzoekt het rechtstreeks aan het Zilverfonds over te maken.

Bij de wet van 5 september 2001 wordt geen afwijking voorzien van artikel 60/1 van het Wetboek der zegelrechten. Laatstgenoemd artikel bepaalt: "Wanneer een akte vrijgesteld is van zegelrecht uit hoofde van een omstandigheid die niet blijkt uit de tekst van de akte, en namelijk uit hoofde van haar bestemming of van de hoedanigheid van de persoon aan wie zij afgeleverd wordt, dan dient bovenaan de akte melding gemaakt van de oorzaak der vrijstelling, op straf er het voordeel van te verliezen.".

De gecombineerde toepassing van artikel 40 van de wet van 5 september 2001 met artikel 60/1 van het Wetboek der zegelrechten leidt er dus toe dat het Zilverfonds maar van de vrijstelling van het zegelrecht zal kunnen genieten, indien de akte niet uit haar aard is vrijgesteld, in de mate dat:

- het Zilverfonds meedeelt aan degene die de akte aflevert, dat de akte rechtstreeks voor haar is bestemd;

- bovenaan op de akte melding wordt gemaakt dat de akte bestemd is voor het Zilverfonds;

- de akte voor geen andere doeleinden of voor geen andere personen wordt aangewend.

4. Vrijstelling op het vlak van de successierechten - Bevoegdheidsprobleem

De wet van 5 september 2001 dateert van vóór de inwerkingtreding van de recente wijzigingen (1) aan de bijzondere wet van 16 januari 1989 betreffende de financiering van de Gemeenschappen en de Gewesten. De bevoegdheid van de federale wetgever om bij de wet van 5 september 2001 belastingvrijstellingen aan het Zilverfonds toe te kennen dient dus, wat Gewestelijke belastingen aangaat, beoordeeld te worden aan de hand van de bijzondere wet van 16 januari 1989 zoals hij luidde vóór de wijziging ervan ingevolge de uitvoering van de Lambermontakkoorden. Gemakkelijkheidshalve wordt hierna in dat verband gesproken van de "oorspronkelijke financieringswet".

----------

[(1) Bij de bijzondere wet van 13 juli 2001 tot herfinanciering van de gemeenschappen en de uitbreiding van de fiscale bevoegdheden van de gewesten, in werking getreden op 1 januari 2002]

Op het vlak van de registratie-, zegel, griffie- en hypotheekrechten en op het vlak van de met het zegel gelijkgestelde taksen stelt er zich aldus geen bevoegdheidsprobleem.

De zegel-, griffie- en hypotheekrechten en de met het zegel gelijkgestelde taksen waren onder de oorspronkelijke financieringswet geen gewestelijke belastingen. Als pure federale belastingen vielen zij onder de exclusieve bevoegdheid van de 2 federale wetgever (2).

----------

[(2) Dit blijft zo na de herziening van de oorspronkelijke bijzondere financieringswet]

Onder toepassing van de oorspronkelijke financieringswet was enkel het mutatierecht (qua opbrengst) geregionaliseerd. Voor elk registratierecht - gewestelijke belasting of niet - was strikt juridisch gezien enkel de federale wetgever bevoegd om 3 vrijstellingsbepalingen in de wetgeving op te nemen (3).

----------

[(3) Dit is veranderd na de herziening van de oorspronkelijke financieringswet. Voor de Gewestelijke registratierechten zijn voortaan de Gewesten exclusief bevoegd om vrijstellingsbepalingen in te voeren of te wijzigen]

Anders is het wat de successierechten betreft. Op grond van artikel 4, § 2 van de oorspronkelijke financieringswet was het verlenen van vrijstellingen op het vlak van de successierechten reeds een exclusieve bevoegdheid van de Gewesten. Wat deze belasting betreft moet dus geconcludeerd worden dat de federale wetgever zijn bevoegdheid heeft overschreden.

Ten aanzien van legaten aan het Zilverfonds dient men bijgevolg voorbij te zien aan het bestaan van artikel 40 van de wet van 5 september 2001. In concreto betekent dit:

1) indien het "Brussels" of "Waals" Wetboek der successierechten moet worden toegepast op grond van de lokalisatieregels in de bijzondere financieringswet: het Zilverfonds is vrijgesteld van de successierechten op grond van artikel 55 van die Wetboeken, omdat het Zilverfonds de hoedanigheid heeft van openbare instelling van de Staat.

2) indien het "Vlaams" Wetboek der successierechten moet worden toegepast op grond van de lokalisatieregels in de bijzondere financieringswet: het Zilverfonds moet worden belast overeenkomstig de regels voor de toepassing van het tarief "tussen anderen". Artikel 55 van dat Wetboek voorziet immers enkel een vrijstelling voor Vlaamse openbare instellingen, niet voor federale openbare instellingen of voor openbare instellingen van de andere gemeenschappen of gewesten.

5. Inwerkingtreding

De wet van 5 september 2001 is in werking getreden op 14 september 2001, zijnde de dag van de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad (cf. artikel 42 van de wet).

NAMENS DE MINISTER:

De adjunct-administrateur-generaal van de belastingen,

Jean-Marc DELPORTE

----------

BIJLAGE

Uittreksel uit het Belgisch Staatsblad van 14 september 2001

MINISTERIE VAN FINANCIEN

5 SEPTEMBER 2001 - Wet tot waarborging van een voortdurende vermindering van de overheidsschuld en tot oprichting van een Zilverfonds

ALBERT II, Koning der Belgen,

Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt:

(...)

HOOFDSTUK III. - Zilverfonds

Afdeling 1. - Oprichting van het Zilverfonds

Art. 12. Er wordt een openbare instelling met rechtspersoonlijkheid opgericht, genaamd Zilverfonds. De zetel van het Zilverfonds is gevestigd in het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad.

Art. 13. Het Zilverfonds wordt ingedeeld in de categorie B van artikel 1 van de wet van 16 maart 1954 betreffende de controle op sommige instellingen van openbaar nut en staat onder het gezamenlijk toezicht van de minister van Financiën en de minister van Begroting.

Afdeling 2. - Doelstelling en opdracht van het Zilverfonds

Art. 14. Het Zilverfonds heeft tot doel reserves aan te leggen teneinde het mogelijk te maken om in de periode tussen 2010 en 2030 de extra-uitgaven op het vlak van de diverse wettelijke pensioenstelsels ten gevolge van de vergrijzing te financieren.

Art. 15. Met het oog op deze doelstelling heeft het Zilverfonds de volgende opdracht:

1° in te staan voor het beheer van zijn inkomsten en uitgaven;

2° in te staan voor het beheer van zijn reserves.

(...)

HOOFDSTUK IV. - Wijzigingsbepalingen, diverse bepalingen en inwerkingtreding

(...)

Art. 40. Het Zilverfonds is vrijgesteld van alle inkomstenbelastingen, de registratie-, zegel-, griffie-, hypotheek- en successierechten, de met het zegel gelijkgestelde taksen, alsmede de andere rechtstreekse of onrechtstreekse belastingen. Het Zilverfonds is eveneens vrijgesteld van alle belastingen of taksen ten voordele van de provincies en gemeenten.

(...)

Art. 42. Deze wet treedt in werking de dag waarop zij in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.

Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.

Gegeven te Brussel, 5 september 2001.

ALBERT

Van Koningswege

De Eerste Minister,

G. VERHOFSTADT

De Vice-Eerste Minister en Minister van Werkgelegenheid,

Mevr. L. ONKELINX

De Vice-Eerste Minister en Minister van Begroting, Maatschappelijke

Integratie en Sociale Economie,

J. VANDE LANOTE

De Minister van Consumentenzaken, Volksgezondheid en Leefmilieu,

Mevr. M. AELVOET

De Minister van Sociale Zaken en Pensioenen,

F.VANDENBROUCKE

De Minister van Financiën,

D. REYNDERS

De Minister van Telecommunicatie en Overheidsbedrijven en Participaties, belast met Middenstand,

R. DAEMS

De Minister van Economie en Wetenschappelijk Onderzoek, belast met het Grootstedenbeleid,

Ch. PICOUE

Met's Lands zegel gezegeld De Minister van Justitie,

M. VERWILGHEN