Circulaire nr. AFZ/INTERN.IB/FILIPPIJNEN 96-0293 dd. 11.12.2001

CIRC 11.12.01/1

Circulaire nr. AFZ/INTERN.IB/FILIPPIJNEN 96-0293 dd. 11.12.2001


Bull. nr. 823, pag. 648-655

DUBBELBELASTINGVERDRAG
Filippijnen


Protocol van 11 maart 1996 tot wijziging van de Overeenkomst tussen België en de Filippijnen tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van belasting inzake belastingen naar het inkomen, ondetekend op 2 oktober 1976.

Aan alle ambtenaren van de niveaus 1, 2+ en 2 I. Belangrijke data

Ondertekening: 11.3.1996.
Goedkeuring: Wet van 9.6.1999.
Publicatie: BS van 24 december 1999 (eerste editie) - V 2782 - Bull. 801.
Inwerkingtreding: 24.12.1999.

Toepassing:
  • op de bij de bron verschuldigde belastingen op inkomsten die zijn toegekend of betaalbaar gesteld op of na 1 januari 2000;
  • op de andere belastingen gevestigd op de inkomsten van belastbare tijdperken die beginnen op of na 1 januari 2000.
II. Doelstelling

Het Protocol beoogt hoofdzakelijk geleidelijk een einde te maken aan de verrekening van Filippijnse belastingen die niet werkelijk in de Filippijnen zijn geheven en de verrekening van het forfaitair gedeelte van buitenlandse belasting (FBB) te beperken in functie van de financiële kosten voor de interesten (toepassing van artikel 287, WIB 1992). Deze wijzigingen hebben de bedoeling een einde te maken aan misbruiken waartoe de toepassing van artikel 23, paragraaf 1, b) van de Overeenkomst van 2 oktober 1976 aanleiding kon geven.

Het Protocol actualiseert bovendien een aantal andere bepalingen om het verdrag in zijn geheel aantrekkelijker te maken voor Belgische investeerders.

III. Gewijzigde bepalingen

1. Werkingssfeer (artikelen 1 en 2 van het Protocol)

Het Protocol actualiseert de lijst van de in België en in de Filippijnen geheven belastingen naar het inkomen (artikel 1 van het Protocol).

Aan Belgische zijde werden de met de personenbelasting gelijkgestelde bijzondere heffing (sindsdien afgeschaft) en de aanvullende crisisbijdrage toegevoegd aan de lijst van belastingen bedoeld in artikel 2, paragraaf 3 van de Overeenkomst. De Overeenkomst was evenwel reeds van toepassing op de aanvullende crisisbijdrage onder de algemene definitie van belastingen naar het inkomen in artikel 2, paragraaf 2.

Aan Filippijnse zijde werd de belasting op beursverrichtingen (stock transaction tax) toegevoegd. Deze belasting is inzonderheid van toepassing op vennootschappen die inwoner van België zijn op het ogenblik dat ze op de Filippijnse beursmarkt aandelen overdragen die op een Filippijnse beurs zijn genoteerd. De belasting wordt door de makelaar geheven in de vorm van een bevrijdende bronheffing die wordt berekend op het brutobedrag van de overdracht.

Het Protocol actualiseert de definities van de uitdrukkingen "België" en "de Filippijnen". Deze omvatten voortaan een politiek luik en een geografisch luik en hebben uitdrukkelijk betrekking op de luchtgebieden waarover België en de Filippijnen soevereine rechten of hun jurisdictie uitoefenen. In de praktijk brengen deze wijzigingen geen inhoudelijke veranderingen teweeg met betrekking tot de territoriale werkingssfeer van de Overeenkomst.

2. Dividenden (artikel 3 van het Protocol)

De roerende voorheffing of de bij de bron ingehouden Filippijnse belasting op dividenden werd, op grond van de Overeenkomst van 1976, beperkt tot 15 % van het brutobedrag van de dividenden indien deze van belasting waren vrijgesteld in de woonplaatsstaat van de gerechtigde en tot 20 % van het brutobedrag in de andere gevallen.

Het Protocol herleidt deze maximumtarieven tot 10 % van het brutobedrag indien de uiteindelijk gerechtigde een vennootschap is die onmiddellijk ten minste 10 % bezit van het kapitaal van de vennootschap die de dividenden betaalt en tot 15 % van het brutobedrag in de andere gevallen.

3. Interest (artikel 4 van het Protocol)

De roerende voorheffing of de bij de bron ingehouden Filippijnse belasting op interest werd, op grond van de Overeenkomst van 1976, in de regel beperkt tot 15 % van het brutobedrag van de interest. Het Protocol herleidt dit maximumtarief tot 10 % van het brutobedrag. Het Protocol vernieuwt bovendien de in de Overeenkomst van 2 oktober 1976 vermelde vrijstellingen.

4. Royalty's (artikel 5 van het Protocol)

De bronstaat moet het tarief van zijn belasting in alle gevallen beperken tot 15 % van het brutobedrag van de royalty's. Zoals in de Overeenkomst van 1976 is deze heffing van toepassing op royalty's betaald voor het gebruik van, of voor het recht van gebruik van, nijverheids- en handelsuitrusting of wetenschappelijke uitrusting.

5. Bestuurders en werkende vennoten (artikel 6 van het Protocol)

Het Protocol preciseert het stelsel dat van toepassing is:
  • enerzijds, op de inkomsten die bestuurders en zaakvoerders van vennootschappen, die inwoner zijn van een overeenkomstsluitende Staat, verkrijgen terzake van de uitoefening van dagelijkse werkzaamheden van leidinggevende of van technische aard in een vennootschap die inwoner is van de andere overeenkomstsluitende Staat;
  • anderzijds, op de inkomsten die inwoners van een overeenkomstsluitende Staat, als vennoten in een vennootschap, niet zijnde een vennootschap op aandelen die inwoner is van de andere overeenkomstsluitende Staat, verkrijgen terzake van hun persoonlijke werkzaamheid in die vennootschap.
Deze inkomsten zijn belastbaar in de overeenkomstsluitende Staat waarin die personen hun werkzaamheid uitoefenen.

Wat België betreft moet onder "vennootschappen, niet zijnde vennootschappen op aandelen", worden verstaan: de BVBA, de CVBA, de CVOA, de VOF en de GCV.

6. Pensioenen (artikel 7 van het Protocol)

Particuliere pensioenen blijven zoals in het verleden in principe uitsluitend belastbaar in de woonplaatsstaat van de genieter. Het Protocol wijkt evenwel van die regel af voor de uitkeringen die worden betaald in uitvoering van de sociale wetgeving van een van de overeenkomstsluitende Staten. Die uitkeringen zijn slechts belastbaar in de overeenkomstsluitende Staat die deze sociale zekerheidspensioenen betaalt.

7. Vermijden van dubbele belasting in België (artikel 8 van het Protocol)

a) Algemene regel: vrijstelling met progressievoorbehoud

Inkomsten die in overeenstemming met de Overeenkomst in de Filippijnen worden belast, worden in België van belasting vrijgesteld maar worden in aanmerking genomen om het Belgische belastingtarief te bepalen dat van toepassing is op de andere belastbare inkomsten van de genieter (artikel 23, § 1, (a), van de Overeenkomst).

Het gaat om inkomsten die in de Filippijnen belastbaar zijn krachtens de Overeenkomst en die er werkelijk aan de Filippijnse belasting zijn onderworpen.

b) Roerende inkomsten

1° Interest en royalty's uit Filippijnse bronnen die deel uitmaken van het samengetelde in België belastbaar inkomen geven in principe aanleiding tot een verrekening van de bij de bron ingehouden Filippijnse belasting op de voorwaarden en tegen de tarieven die in de Belgische interne wetgeving zijn bepaald (artikel 23, § 1, (b), (i)).

2° België verrekent bovendien een fictieve vermindering van belasting met zijn belasting met betrekking tot dividenden, interest en royalty's uit Filippijnse bronnen die deel uitmaken van het samengetelde in België belastbaar inkomen. Deze fictieve vermindering van belasting is van toepassing wanneer in overeenstemming met de Overeenkomst en de algemene bepalingen van de wetgeving van de Filippijnen, de Filippijnse belasting van die inkomsten mag worden geheven, maar in werkelijkheid ingevolge bijzondere en tijdelijke maatregelen ter bevordering van investeringen die rechtstreeks verbonden zijn met ontwikkelingsprojecten in de Filippijnen en waarover de bevoegde autoriteiten van België en de Filippijnen een akkoord hebben bereikt, geen Filippijnse belasting is geheven (artikel 23, § 1, (b), (ii)).

Tot op heden werd er over geen enkel ontwikkelingsproject een akkoord bereikt.

De vermindering waarin is voorzien moet worden berekend tegen een tarief van 10 % van het brutobedrag van de dividenden, interest en royalty's. Het Protocol bepaalt evenwel uitdrukkelijk dat de vermindering niet dat deel van de Belgische belasting mag overschrijden dat, berekend vóór het verlenen van de vermindering, overeenstemt met die inkomsten.

De verrekening van een fictieve vermindering van belasting wordt slechts toegestaan gedurende 10 jaren te rekenen vanaf de datum van uitwerking van het Protocol d.w.z. voor de belastbare tijdperken 2000 tot 2009 (aanslagjaren 2001 tot 2010).

3° Dividenden die worden betaald aan een vennootschap die inwoner is van België door een vennootschap die inwoner is van de Filippijnen genieten het DBI-stelsel op de voorwaarden en binnen de grenzen bepaald in de Belgische wetgeving (artikel 23, § 1, (c)).
8. Vermijden van dubbele belasting in de Filippijnen (artikel 8 van het Protocol)

De Filippijnen blijven zoals vroeger dubbele belasting vermijden door de Belgische belasting te verrekenen met de Filippijnse belasting.

Met betrekking tot dividenden die een dochtervennootschap die inwoner is van België betaalt aan een moedervennootschap die inwoner is van de Filippijnen, zullen de Filippijnen voortaan niet alleen de in België verschuldigde roerende voorheffing verrekenen, maar ook de door de dochtervennootschap in België verschuldigde belasting terzake van de winst waaruit die dividenden worden betaald, indien de moedervennootschap rechtstreeks of onrechtstreeks meer dan 50 % van de stemgerechtigde aandelen van de dochtervennootschap bezit.

De Adjunct-administrateur-generaal der belastingen,
J.M. Delporte