Circulaire nr. Ci.RH.421/507.648 van 29.06.1998

CIRC 29.06.98/1
Bull. nr. 785, pag. 1722
AANGIFTE IN DE VENNOOTSCHAPSBELASTING
Aangifteformulier.
Invulling van de aangifte.
Wijzigingen van de aangifte in de Ven.B van het aj. 1998.
Aan alle ambtenaren van de niveaus 1, 2+ en 2
I. INLEIDING
1. Deze circulaire bespreekt de voornaamste wijzigingen die aan het aangifteformulier 275.1 (Ven.B) voor het aj. 1998 zijn aangebracht.
II. AANGIFTEN 275.1
2. Ingevolge de in nrs 13, 14 en 24 besproken inhoudelijke wijzigingen zijn de passende vormaanpassingen aangebracht in de vakken IV, V en VIII van de aangifte.
De aangifte in de Ven.B en de desbetreffende toelichting hebben de volgende wezenlijke wijzigingen ondergaan :
A.
Toelichting bij vak I, A, rubriek "Aanpassingen in meer van de begintoestand der reserves : meerwaarden op aandelen" (1ste lid)
3. Art. 21, KB 20.12.1996 houdende diverse fiscale maatregelen, met toepassing van de art. 2, § 1, en 3, § 1, 2° en 3°, Wet 26.7.1996 strekkende tot realisatie van de budgettaire voorwaarden tot deelname van België aan de Europese Economische en Monetaire Unie (V 2484 - Bull. 769), heeft de verwijzingen die voorkomen in art. 192, 1ste lid, WIB 92, in overeenstemming gebracht met de gewijzigde bepalingen inzake DBI-aftrek die van toepassing zijn op vanaf 1.1.1997 toegekende of betaalbaar gestelde inkomsten (zie ook nrs 15 tot 23).
B.
Toelichting bij vak II, h, rubriek "Interesten gedekt door bepaalde dividenden en interesten met betrekking tot een gedeelte van bepaalde leningen" (2de gedachtenstreepje)
4. Art. 24, KB 20.12.1996, heeft art. 198, 1ste lid, WIB 92, met een 11° aangevuld, waardoor, onverminderd de toepassing van de art. 54, 55 en 198, 1ste lid, 10°, WIB 92, de vanaf 1.1.1997 toegekende of betaalde interesten van leningen niet als beroepskosten worden aangemerkt wanneer de werkelijke verkrijger ervan niet onderworpen is aan een inkomstenbelasting of, voor die inkomsten, onderworpen is aan een aanzienlijk gunstigere aanslagregeling dan die welke voortvloeit uit de bepalingen van gemeen recht van toepassing in België en indien, en in de mate van die overschrijding, het totale bedrag van deze leningen, andere dan obligaties of andere gelijksoortige effecten uitgegeven door een openbaar beroep op het spaarwezen, hoger is dan zeven maal de som van de belastbare reserves bij het begin van het belastbare tijdperk en het gestort kapitaal bij het einde van dit tijdperk.
C.
Toelichting bij vak II, m, rubriek "Terugnemingen van vroegere vrijstellingen"
5. De bepalingen inzake "vrijstelling aanvullend personeel voor wetenschappelijk onderzoek (en uitvoer)" werden met ingang van het aj. 1997 grondig gewijzigd door vooreerst art. 1, KB 22.12.1995 tot wijziging, op het stuk van belastingvrijstelling voor bijkomend personeel dat in België voor wetenschappelijk onderzoek wordt tewerkgesteld, van het WIB 92 en het KB/WIB 92 (V 2429 - Bull. 758), en vervolgens de art. 2, 3 en 6, W 27.10.1997 houdende bepalingen in verband met de fiscale stimuli voor de uitvoer en het onderzoek (V 2538 - Bull. 778), die respectievelijk art. 67, WIB 92, opnieuw heeft vervangen (zie ook nr 8) en een nieuw artikel 524 in het WIB 92 heeft ingevoegd.
Hierdoor zal voortaan in voorkomend geval een voorheen verleende vrijstelling voor aanvullend personeel voor wetenschappelijk onderzoek (en uitvoer) geheel of gedeeltelijk overeenkomstig de bepalingen van de voormelde art. 67, § 4 en 524, WIB 92, moeten worden teruggenomen, waarbij de bepalingen van art. 67, § 2, WIB 92, zoals het bestond alvorens te zijn vervangen door art. 3, W 27.10.1997, van toepassing blijven voor wat betreft het personeel dat voor wetenschappelijk onderzoek werd tewerkgesteld tijdens één van de belastbare tijdperken verbonden aan de aj. 1996 en vorige.
D.
Toelichting bij vak III, 1, a (3de gedachtenstreepje)
6. Art. 3, 1°, KB 20.12.1996, heeft art. 18, 1ste lid, 3°, 2de gedachtenstreepje, WIB 92, verangen, waardoor interesten van voorschotten als bedoeld in art. 18, 2de lid, WIB 92, die vanaf 1.1.1997 zijn toegekend of betaalbaar gesteld als dividenden worden aangemerkt wanneer één van de volgende grenzen wordt overschreden en in de mate van die overschrijding :
  • ofwel de in art. 55, WIB 92, gestelde grens;
  • ofwel wanneer het totale bedrag van de rentegevende voorschotten hoger is dan de som van de belaste reserves bij het begin van het belastbare tijdperk en het gestort kapitaal bij het einde van dit tijdperk.
7. Onder voorschot wordt, voor de vanaf 1.1.1997 toegekende of betaalbaar gestelde interesten, verstaan elke al dan niet door effecten vertegenwoordigde geldlening verstrekt door een natuurlijk persoon aan een vennootschap waarvan hij aandelen bezit of door een persoon aan een vennootschap waarin hij een opdracht of functies als vermeld in art. 32, 1ste lid, 1°, WIB 92, uitoefent, alsmede in voorkomend geval, elke geldlening verstrekt aan die vennootschap, door hun echtgenoot of hun kinderen wanneer die personen of hun echtgenoot het wettelijk genot van de inkomsten van die kinderen hebben, met uitzondering van :
obligaties en andere gelijksoortige effecten uitgegeven door een openbaar beroep op het spaarwezen;
geldleningen aan coöperatieve vennootschappen die door de Nationale Raad van de Coöperatie zijn erkend;
geldleningen verstrekt door binnenlandse vennootschappen.
E.
Vak IV, rubriek "Vrijstelling aanvullend personeel voor wetenschappelijk onderzoek en uitvoer" en bijhorende toelichting
8. Aanpassing ingevolge de art. 2 en 3, W 27.10.1997, dat art. 67, WIB 92, met ingang van het aj. 1997 opnieuw heeft vervangen (zie ook nr 5), waardoor een vrijstelling tot een bedrag van 400.000 F (440.000 F geïndexeerd) kan worden verleend per bijkomende aangeworven personeelseenheid die in België voltijds wordt tewerkgesteld voor :
1° het wetenschappelijk onderzoek;
2° de uitbouw van het technologisch potentieel van de onderneming;
3° een betrekking van diensthoofd voor de uitvoer;
4° een betrekking van diensthoofd van de afdeling Integrale kwaliteitszorg.
Bovendien kan de voormelde vrijstelling van 400.000 F (440.000 F geïndexeerd) eveneens worden verleend in geval van tewerkstelling voor een in het 1ste lid, 3° en 4°, vermelde betrekking van een personeelslid dat reeds voltijds de betrekking van diensthoofd in de onderneming uitoefende, op voorwaarde dat de vennootschap zich ertoe verplicht uiterlijk binnen 30 dagen die volgen op de nieuwe tewerkstelling van het personeelslid, een nieuwe voltijdse werknemer aan te werven om de vrijgekomen betrekking in te nemen.
Tenslotte wordt de vrijstelling van 400.000 F (440.000 F geïndexeerd) tot 800.000 (880.000 F geïndexeerd) verhoogd indien de nieuw aangeworven persoon een hooggekwalificeerd onderzoeker is die in de vennootschap in België voor wetenschappelijk onderzoek wordt tewerkgesteld.
F.
Toelichting bij vak IV, rubriek "Aftrek DBI en VRI" (1ste lid)
9. Aanpassing ingevolge art. 28, KB 20.12.1996, dat art. 205, § 2, WIB 92, voor de vanaf 1.1.1997 toegekende of betaalbaar gestelde inkomsten heeft vervangen met als uitsluitend doel de bepalingen ervan te verduidelijken door de "verworpen uitgaven" op te sommen waarop geen DBI- en VRI-aftrek mogelijk is. De aftrek van DBI en VRI wordt derhalve beperkt tot het bedrag van de winst dat overblijft na de derde bewerking, verminderd met het positieve verschil tussen de som van de regels 030 tot 035, 038, 039, 042 (vak II) en de regel 073 (vak IV).
Het gaat bijgevolg om de volgende "verworpen uitgaven" :
de niet als beroepskosten aftrekbare giften, met uitzondering van de giften die in de derde bewerking (regel 073) van de winst worden afgetrokken;
de in art. 53, 6° tot 11° en 14°, WIB 92, vermelde kosten;
de interesten, retributies en bezoldigingen als bedoeld in art. 54, WIB 92;
de niet-aftrekbare interesten als bedoeld in art. 55, WIB 92;
de werkgeversbijdragen voor aanvullende verzekering tegen ouderdom en vroegtijdige dood en de ermede gelijkgestelde premies van bepaalde levensverzekeringen, in zoverre die bijdragen en premies niet voldoen aan de voorwaarden en de grens gesteld in de art. 59 en 195, WIB 92, alsmede de pensioenen, renten of als zodanig geldende toelagen voor zover die sommen niet voldoen aan de voorwaarden en de grens gesteld in art. 60, WIB 92;
25 % van de kosten en de minderwaarden m.b.t. het gebruik van in art. 66, WIB 92, vermelde personenauto's, auto's voor dubbel gebruik en minibussen, met uitzondering van de brandstofkosten;
de als winst aan te merken restorno's als bedoeld in art. 189, § 1, WIB 92;
de taksen als bedoeld in art. 198, 1ste lid, 4°, 8° en 9°, WIB 92.
G.
Toelichting bij vak IV, rubriek "Vorige verliezen" en vak VII
10. Schrapping ingevolge art. 4, 1° en art. 10, 1ste lid, W 4.4.1995 houdende fiscale en financiële bepalingen (V 2394 - Bull. 751), dat art. 206, § 1, 2de lid, WIB 92, (met name dat de aftrek van vorige beroepsverliezen in geen geval meer dan 20.000.000 F mocht bedragen, of wanneer de winst na de toepassing van de vierde bewerking 40.000.000 F overtrof, de helft van die winst) vanaf het aj. 1998 heeft opgeheven.
11. Art. 29, KB 20.12.1996, heeft bovendien art. 207, WIB 92, met een 3de lid aangevuld, waardoor voor een vanaf 1.1.1997 tijdens het belastbaar tijdperk tot stand gekomen verwerving of wijziging van de controle van de vennootschap die niet beantwoordt aan rechtmatige financiële of economische behoeften, de vorige beroepsverliezen in geen geval aftrekbaar zijn van de winst van dat belastbaar tijdperk, noch van de winst van enig later belastbaar tijdperk.
H.
Toelichting bij vak IV, rubriek "Investeringsaftrek"
12. Het in nr 11 hiervoren vermelde art. 207, 3de lid, WIB 92, bepaalt eveneens dat in geval van een vanaf 1.1.1997 tijdens het belastbaar tijdperk tot stand gekomen verwerving of wijziging van de controle van de vennootschap die niet beantwoordt aan rechtmatige financiële of economische behoeften, het overeenkomstig art. 72, 1ste lid, WIB 92, gecumuleerde bedrag van de vroegere investeringsaftrekken die nog niet werden afgetrokken, noch aftrekbaar is van de winst van dat belastbaar tijdperk, noch van de winst van enig later belastbaar tijdperk.
Bovendien kan reeds vanaf het aj. 1997, inzake milieuvriendelijke investeringen voor onderzoek en ontwikkeling gekozen worden voor een gespreide investeringsaftrek, waarbij het basispercentage wordt verhoogd met 17 percentpunten, en dit ongeacht het aantal tewerkgestelde personeelsleden (zie art. 70, 2e lid, WIB 92, ingevoegd door art. 3, W 16.4.1997 houdende diverse fiscale bepalingen - V 2507, Bull. 773).
I.
Vak IV, 6 en bijhorende toelichting
13. De bepalingen van art. 519bis, WIB 92, kunnen met ingang van het aj. 1998 niet meer van toepassing zijn, waardoor de vroegere rubriek "Afzonderlijk belastbare meerwaarden" vervalt. Hierdoor worden de vroegere rubrieken b) en c) van vak IV, 6 respectievelijk a) en b).
J.
Vak V, B, 2 en bijhorende toelichting, rubriek "Eenmalige buitengewone bijdrage"
14. Invoeging ingevolge art. 1, § 1, KB 19.8.1997 tot invoering van een éénmalige aanslag ten laste van de elektriciteitsproducenten, met toepassing van de art. 2, §§ 2 en 3, en 3, § 1, 4° en 5°, van de wet van 26.7.1996 strekkende tot realisatie van de budgettaire voorwaarden tot deelname van België aan de Europese Economische en Monetaire Unie (V 2525 - Bull. 776).
Hierdoor zijn, uitsluitend voor het aj. 1998, de in art. 34, W 28.12.1990 betreffende verscheidene fiscale en niet-fiscale bepalingen bedoelde elektriciteitsproducenten, bovenop de in het voormelde art. 34 bedoelde bijzondere aanslag, een buitengewone bijdrage verschuldigd van 1.500 miljoen F. Voor de berekening van het gedeelte van de buitengewone bijdrage die per elektriciteitsproducent moet worden geheven, is het art. 35, § 2, van dezelfde wet overeenkomstig van toepassing.
K.
Toelichting bij vak VI "Definitief belaste inkomsten en vrijgestelde roerende inkomsten"
15. De art. 25 en 26, KB 20.12.1996, hebben de bepalingen van het WIB 92 inzake DBI-aftrek grondig gewijzigd m.b.t. de vanaf 1.1.1997 toegekende of betaalbaar gestelde inkomsten.
16. De voorwaarden inzake de minimale deelneming in de uitkerende vennootschap, alsmede de uitzonderingsgevallen terzake (kwantitatieve voorwaarden) zijn opgenomen in art. 202, § 2, WIB 92, terwijl daarentegen de taxatievoorwaarden waaraan de in artikel 202, § 1, 1° en 2°, WIB 92, vermelde inkomsten moeten voldoen, alsmede de uitzonderingen hierop (kwalitatieve voorwaarde) voorkomen in art. 203, WIB 92.
Bovendien wordt in art. 2, § 2, 4° tot 6°, WIB 92, zoals vervangen of aangevuld door art. 1, KB 20.12.1996, een definitief gegeven van de begrippen "financieringsvennootschap", "thesaurievennootschap" en "beleggingsvennootschap" (zie ook nr 20).
De voormelde gewijzigde bepalingen inzake DBI-aftrek worden hierna bondig besproken.
17. De in art. 202, § 1, 1° en 2°, WIB 92, vermelde inkomsten die vanaf 1.1.1997 zijn toegekend of betaalbaar gesteld zijn slechts als DBI aftrekbaar in zoverre op de datum van toekenning of betaalbaarstelling van deze inkomsten, de verkrijgende vennootschap in het kapitaal van de vennootschap die de inkomsten uitkeert een deelneming bezit van ten minste 5 % of met een aanschaffingswaarde van ten minste 50 miljoen F.
Deze voorwaarde inzake minimumdeelneming is evenwel niet van toepassing op de inkomsten die worden verkregen door kredietinstellingen (art. 56, § 1, WIB 92), verzekeringsondernemingen (art. 56, § 2, 2°, h, WIB 92), beursvennootschappen (art. 47, W 6.4.1995 inzake de secundaire markten, het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs) en beleggingsvennootschappen of die worden verleend of toegekend door intercommunales beheerst door de W 22.12.1986 en beleggingsvennootschappen.
18. Die inkomsten zijn bovendien niet aftrekbaar als DBI in de hierna volgende gevallen :
Eerste geval
19.
Die inkomsten worden verleend of toegekend door :
  • ofwel een vennootschap die niet aan de Ven.B of aan een buitenlandse belasting van gelijke aard als de Ven.B is onderworpen,
  • ofwel een vennootschap die gevestigd is in een land waar de gemeenrechtelijke bepalingen inzake belastingen aanzienlijk gunstiger zijn dan in België ("tax haven").
Deze uitsluiting is niet van toepassing op dividenden die worden verleend of toegekend door intercommunales beheerst door de W 22.12.1986.
Tweede geval
20.
Die inkomsten worden verleend of toegekend door :
  • ofwel een financieringsvennootschap, met name enigerlei vennootschap die zich uitsluitend of hoofdzakelijk bezighoudt met dienstverrichtingen van financiële aard ten voordele van vennootschappen die met de dienstverrichtende vennootschap noch rechtstreeks noch onrechtstreeks een groep vormen (art. 2, § 2, 4°, WIB 92);
  • ofwel een thesaurievennootschap, met name enigerlei vennootschap waarvan de werkzaamheid uitsluitend of hoofdzakelijk bestaat in het verrichten van geldbeleggingen (art. 2, § 2, 5°, WIB 92);
  • ofwel een beleggingsvennootschap, met name enigerlei vennootschap die het gemeenschappelijk beleggen van kapitaal tot doel heeft (art. 2, § 2, 6°, WIB 92);
die, alhoewel ze in het land van haar fiscale woonplaats onderworpen is aan de Ven.B of aan een buitenlandse belasting van gelijke aard als de Ven.B, in dat land een belastingregeling geniet die afwijkt van het gemeen recht.
Deze uitsluiting is niet van toepassing op :
de beleggingsvennootschappen waarvan de statuten de jaarlijkse uitkering voorzien van ten minste 90 % van de inkomsten die ze hebben verkregen, na aftrek van de bezoldigingen, commissies en kosten, voor zover en in de mate dat die inkomsten voortkomen :
  • uit dividenden die zelf beantwoorden aan de in art. 203, § 1, 1° tot 4°, WIB 92, vermelde aftrekvoorwaarden,
  • of uit meerwaarden die ze hebben verwezenlijkt op aandelen die voor de in art. 192, WIB 92, vermelde vrijstelling in aanmerking komen;
verkregen dividenden wegens een rechtstreekse of onrechtstreekse deelneming in een financieringsvennootschap gelegen in een Lidstaat van de Europese Unie die, voor de aandeelhouder, beantwoordt aan rechtmatige financiële of economische behoeften, voor zover en in de mate dat de som van de belaste reserves bij het begin van het belastbare tijdperk en het gestort kapitaal bij het einde van dit tijdperk van de financieringsvennootschap niet hoger is dan :
  • 50 % van de schulden, wat betreft de vanaf 1.1.1997 toegekende of betaalbaar gestelde inkomsten;
  • 41,5 % van de schulden, wat betreft de vanaf 1.1.1998 toegekende of betaalbaar gestelde inkomsten
(zie ook art. 49, 8ste lid, 1ste en 2de gedachtenstreepje, KB 20.12.1996).
Derde geval
21. Die inkomsten worden verleend of toegekend door een vennootschap voor zover de inkomsten die ze verkrijgt, niet zijnde dividenden, hun oorsprong vinden buiten het land van haar fiscale woonplaats en ze in het land van de fiscale woonplaats een afzonderlijke belastingregeling genieten die afwijkt van het gemeen recht.
Vierde geval
22. Die inkomsten worden verleend of toegekend door een vennootschap voor zover haar winst wordt verwezenlijkt door tussenkomst van een of meer buitenlandse inrichtingen die aan een aanslagregeling zijn onderworpen die aanzienlijk gunstiger is dan deze waaraan die winst in België zou zijn onderworpen.
Deze uitsluiting is niet van toepassing in de mate dat de winst voortkomt uit een buitenlandse inrichting van een binnenlandse vennootschap :
  • die is gevestigd in een land waarmee België een overeenkomst ter voorkoming van dubbele belasting heeft gesloten,
  • of, bij ontstentenis van een dergelijke overeenkomst, indien de daadwerkelijk in het buitenland geheven belasting op de winst van de inrichting ten minste 15 % bedraagt.
Vijfde geval
23. Die inkomsten worden verleend of toegekend door een vennootschap, andere dan een beleggingsvennootschap, die dividenden wederuitkeert die in toepassing van de vier voormelde gevallen zelf niet als DBI zouden kunnen worden afgetrokken ten belope van ten minste 90 % (onverminderd de bepalingen inzake de niet-toepasbaarheid van de uitsluitingen, worden de dividenden die rechtstreeks of onrechtstreeks worden verleend of toegekend door vennootschappen bedoeld in het 1ste en het 2de geval (zie nrs 19 en 20), geacht niet aan de aftrekvoorwaarden te beantwoorden).
Deze uitsluiting is niet van toepassing :
op verkregen dividenden wegens een rechtstreekse of onrechtstreekse deelneming in een financieringsvennootschap gelegen in een Lidstaat van de Europese Unie die, voor de aandeelhouder, beantwoordt aan rechtmatige financiële of economische behoeften, voor zover en in de mate dat de som van de belaste reserves bij het begin van het belastbare tijdperk en het gestort kapitaal bij het einde van dit tijdperk van de financieringsvennootschap niet hoger is dan :
  • 50 % van de schulden, wat betreft de vanaf 1.1.1997 toegekende of betaalbaar gestelde inkomsten;
  • 41,5 % van de schulden, wat betreft de vanaf 1.1.1998 toegekende of betaalbaar gestelde inkomsten
(zie ook nr 20, 2de lid, 2°);
wanneer de vennootschap die wederuitkeert :
a)
  • ofwel een binnenlandse vennootschap is,
  • ofwel een buitenlandse vennootschap is, die is gevestigd in een land waarmee België een overeenkomst ter voorkoming van dubbele belasting heeft ondertekend en die er is onderworpen aan een gelijksoortige belasting als de Ven.B zonder te genieten van een belastingstelsel dat afwijkt van het gemeen recht,
en waarvan de aandelen zijn ingeschreven in de officiële notering aan
een effectenbeurs van :
  • ofwel een Lidstaat van de Europese Unie onder de voorwaarden van de richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 5.3.1979 (79/279/EEG) tot coördinatie van de voorwaarden voor de toelating van effecten tot de officiële notering aan een effectenbeurs,
  • ofwel van een derde Staat waarvan de wetgeving minstens gelijkwaardige toelatingsvoorwaarden voorziet;
b)
een vennootschap is waarvan de verkregen inkomsten uitgesloten werden van het recht op aftrek in België (op grond van art. 203, WIB 92), of door een maatregel met gelijkwaardige uitwerking naar buitenlands recht.
L. Vak VIII en bijhorende toelichting, "Tarief van de belasting"
24. Vak VIII van de aangifte werd met een tweede vraag uitgebreid, die ertoe strekt te vernemen of de vennootschap, wat betreft de belastbare bedragen bij een in art. 210, § 1, 5° en 211, § 1, 3de lid, WIB 92 vermelde verrichting, is onderworpen aan het in art. 216, 1°bis, WIB 92, vermelde tarief van 19,5 %.
Hier worden de volgende verrichtingen bedoeld :
  • de erkenning door de Commissie voor het Bank- en Financiewezen als vennootschap met vast kapitaal voor belegging in onroerende goederen ("vastgoedbevak") of in niet genoteerde aandelen ("privak") (art. 210, § 1, 5°, WIB 92);
  • een fusie of een splitsing als vermeld in art. 210, § 1, 1°, WIB 92, waaraan een door de Commissie voor het Bank- en Financiewezen erkende vastgoedbevak of privak heeft deelgenomen (art. 211, § 1, 3de lid, WIB 92).
M. Vak IX, rubriek 2 en bijhorende toelichting
25. In vak IX, rubriek 2 "Niet terugbetaalbare voorheffingen" moet met ingang van het aj 1997 in de subrubriek c) "Belastingkrediet" het krachtens de art. 289bis, 2de lid, 292bis en 523, 1ste lid, WIB 92, (ingevoegd door respectievelijk de art. 15, 19 en 23, W 20.12.1995) verrekenbare maar niet terugbetaalbare belastingkrediet (BK) worden vermeld.
26. Met de overeenkomstig art. 215, 2de lid, WIB 92, berekende Ven.B wordt een BK verrekend van 7,5 %, met een maximum van 800.000 F, van het positieve verschil tussen :
  • het in geld gestorte kapitaal op het einde van het belastbare tijdperk;
  • en het op het einde van één van de drie voorafgaande belastbare tijdperken bereikte hoogste bedrag van het in geld gestorte kapitaal
(art. 289bis, 2de lid, WIB 92).
Dit BK wordt derhalve enkel toegestaan aan vennootschappen die voor het desbetreffende aj. effectief het verminderde tarief van de Ven.B als bedoeld in art. 215, 2de lid, WIB 92, genieten of zouden kunnen genieten, ongeacht of die vennootschappen al dan niet over drie vorige belastbare tijdperken beschikken.
Het BK wordt nochtans niet verleend in zoverre de verhoging van het gestorte kapitaal de naleving tot doel heeft, door NV die op het tijdstip van de inwerkingtreding van de W 13.4.1995 tot wijziging van de gecoördineerde wetten op de handelsvennootschappen (V 2409 - Bull. 752) bestonden, van het voorschrift van art. 8 van die wet (art. 523, WIB 92).
Het BK wordt volledig met de Ven.B verrekend en het eventuele teveel wordt niet terugbetaald. Wanneer voor het aj. waarin het recht op BK ontstaat geen Ven.B verschuldigd is of wanneer de Ven.B ontoereikend is, wordt het voor dat aj., niet verrekende BK overgedragen op de overeenkomstig art. 215, 2de lid, WIB 92, berekende Ven.B met betrekking tot de volgende drie aj. Bovendien zijn bijzondere regels van toepassing ingeval van belastingvrije verrichtingen als bedoeld in de art. 46, § 1, 1ste lid, 2° en 211, § 1, WIB 92 (art. 292bis, WIB 92).
Om recht te hebben op het BK, moet de belastingplichtige bij zijn aangifte in de Ven.B voor het aj. waarvoor hij de verrekening vraagt, een ingevulde, gedagtekende en ondertekende opgave 275 N voegen.
NAMENS DE MINISTER :
Voor de Directeur-generaal :
De Directeur,
G. DELSOIR.