Circulaire nr. Ci.RH.243/467.362 dd. 29.05.1995

CIRC 29.05.95/1

Circulaire nr. Ci.RH.243/467.362 dd. 29.05.1995


Bull. nr. 751, pag. 1823

BEROEPSKOSTEN
Forfaitaire beroepskosten.

FORFAITAIRE BEROEPSKOSTEN
Aanrekening of inkomsten van diverse categorieën.


Aan alle ambtenaren van de niveaus 1, 2 en 3

INHOUDSTABEL Nrs. I. WETTEKSTEN 1 II. ALGEMEEN 4 III. GRONDSLAG VAN HET FORFAIT 7 IV. INKOMSTEN VAN VERSCHILLENDE CATEGORIEEN 10 V. INWERKINGTREDING 11 I. WETTEKSTEN



1. Art. 9, W 6.7.1994
"In artikel 51 van hetzelfde Wetboek (WIB 92), gewijzigd bij artikel 77 van de wet van 28 december 1992, worden de volgende wijzigingen aangebracht :



in het eerste lid, worden de woorden "sociale bijdragen uitgezonderd" vervangen door de woorden "de in artikel 52, 7° en 8°, bedoelde bijdragen en sommen uitgezonderd";
het tweede en derde lid worden vervangen door de volgende bepalingen :
"Die percentages bedragen :



voor bezoldigingen van werknemers :

a) 20 % van de eerste schijf van 150.000 frank;
b) 10 % van de schijf van 150.000 frank tot 300.000 frank;
c) 5 % van de schijf van 300.000 frank tot 500.000 frank;
d) 3 % van de schijf boven 500.000 frank;

voor bezoldigingen van bestuurders : 5 %;
voor bezoldigingen van werkende vennoten : 5 %;
voor baten : de in 1° vastgestelde percentages.
In geen geval mag het forfait meer bedragen dan 100.000 frank voor het geheel van de inkomsten van éénzelfde categorie als vermeld in het tweede lid, 1° tot 4°".



2. Art. 91, W 6.7.1994
"...

De artikelen ..., 9, ... hebben uitwerking met ingang van het aanslagjaar 1992.

..."



3.Gecoördineerde tekst van art. 51, WIB 92
Met betrekking tot andere bezoldigingen en baten dan vergoedingen verkregen tot volledig of gedeeltelijk herstel van een tijdelijke derving van de bezoldigingen of baten, worden de beroepskosten, de in artikel 52, 7° en 8°, bedoelde bijdragen en sommen uitgezonderd, bij gebrek aan bewijzen forfaitair bepaald op percentages van het brutobedrag van die inkomsten, vooraf verminderd met voormelde bedragen.

Die percentages bedragen :



voor bezoldigingen van werknemers :

a) 20 % van de eerste schijf van 150.000 frank;
b) 10 % van de schijf van 150.000 frank tot 300.000 frank;
c) 5 % van de schijf van 300.000 frank tot 500.000 frank;
d) 3 % van de schijf boven 500.000 frank;

voor bezoldigingen van bestuurders : 5 %;
voor bezoldigingen van werkende vennoten : 5 %;
voor baten : de in 1° vastgestelde percentages.
In geen geval mag het forfait meer bedragen dan 100.000 frank voor het geheel van de inkomsten van éénzelfde categorie als vermeld in het tweede lid, 1° tot 4°".

Met betrekking tot bezoldigingen van werknemers wordt het forfait, gelet op de uitzonderlijke kosten die voortvloeien uit de afstand tussen de woonplaats en de plaats van tewerkstelling, verhoogd met een bedrag bepaald volgens een door de Koning vastgestelde schaal.

II. ALGEMEEN

4. Art. 9, W 6.7.1994 houdende fiscale bepalingen (BS 16.7.1994 - V 2323 - Bull. 742) wijzigt art. 51, WIB 92 dat de wijze van vaststelling regelt van de forfaitaire beroepskosten die aftrekbaar zijn van de bezoldigingen van werknemers, van bestuurders en ermede gelijkgestelde belastingplichtigen en van werkende vennoten (art. 30 tot 33, WIB 92), alsmede van de baten uit een vrij beroep, ambt of post of uit een winstgevende bezigheid (art. 27, WIB 92).


5. De wijzigingen betreffen :


  • enerzijds, de grondslag van het forfait en meer bepaald, de beroepskosten die vóór de berekening van het forfait kunnen worden afgetrokken;
  • anderzijds, de wijze van vaststelling van het kostenforfait voor belastingplichtigen die activiteiten verrichten die beroepsinkomsten van verschillende categorieën opleveren.


6. De aandacht wordt nu reeds gevestigd op het feit dat de bedoelde wijzigingen in feite enkel de wettekst verduidelijken en in overeenstemming brengen met de administratieve bepalingen ter zake.

III. GRONDSLAG VAN HET FORFAIT

7. Terwijl de oude tekst van art. 51, 1ste lid, WIB 92 bepaalde dat het forfait alle beroepskosten "sociale bijdragen uitgezonderd" omvatte, is de nieuwe tekst zo opgesteld dat wordt verduidelijkt dat het forfait niet "de in art. 52, 7° en 8°, bedoelde bijdragen en sommen" dekt, d.w.z.

  • de persoonlijke bijdragen ter uitvoering van de sociale wetgeving of van een wettelijk of reglementair statuut dat de betrokkenen van het toepassingsgebied van de sociale wetgeving uitsluit;
  • de sommen die de belastingplichtige voor zichzelf, voor zijn echtgenoot en voor de personen te zijnen laste aan een door België goedgekeurd ziekenfonds bijdraagt in het kader van een aanvullende verzekering voor het verkrijgen van een tegemoetkoming in de kosten van geneeskundige verstrekkingen die terugbetaalbaar zijn ingevolge de W 9.8.1963 tot instelling en organisatie van een regeling voor verplichte ziekte- en invaliditeitsuitkering, doch niet onder de toepassing vallen van het KB 30.7.1964 houdende de voorwaarden waaronder de toepassing van diezelfde W 9.8.1963 tot de zelfstandigen wordt verruimd, tot het bedrag van de tegemoetkoming die ingevolge de voornoemde W 9.8.1963 kan worden verstrekt.


M.a.w., de boven het forfait aftrekbare beroepskosten zijn niet alleen de gewone sociale bijdragen, maar eveneens de ziekenfondsbijdragen tegen "kleine risico's" van zelfstandigen.

8. Zoals reeds vroeger was bepaald, moeten die bijdragen en sommen eerst van de bruto-inkomsten worden afgetrokken alvorens het forfait te berekenen (cf. nrs. 51/41, 51/46 en 51/50, Com.IB 92).

9. In de praktijk moeten die bijdragen en sommen worden vermeld, volgens het geval :

  • ofwel in de rubriek "Niet-ingehouden persoonlijke sociale bijdragen" van de vakken II (werknemers), XII (werkende vennoten) of XIII (bestuurders), met dien verstande dat de persoonlijke sociale bijdragen die verplicht zijn ingehouden ter uitvoering van de sociale wetgeving reeds in mindering zijn gebracht van de bezoldigingen, die voorkomen op de fiches ad hoc van de bezoldigingen;
  • ofwel in de rubriek "Sociale bijdragen" van vak XV (baten) van de aangifte in de PB of in de BNI/nat.pers.


IV. INKOMSTEN VAN VERSCHILLENDE CATEGORIEEN

10. De tekst van art. 51, WIB 92 is derwijze aangepast dat elke twijfel uitgesloten is omtrent de toepassing van het reeds in de nrs. 51/3 en 51/57 tot 61, Com.IB 92 opgenomen principe, volgens hetwelk de forfaitaire aftrek van de beroepskosten afzonderlijk moet worden bepaald voor elk van de beoogde inkomstencategorieën, d.w.z. :



de bezoldigingen van werknemers;
de bezoldigingen van bestuurders;
de bezoldigingen van werkende vennoten;
de baten.
Hieruit volgt inzonderheid dat de belastingplichtige aanspraak kan maken op de forfaitaire beroepskosten voor de ene categorie en op de werkelijke beroepskosten voor de andere.

V. INWERKINGTREDING

11. Overeenkomstig art. 91, 2de lid, W 6.7.1994, treedt de nieuwe tekst van art. 51, WIB 92 in werking met ingang van het aj. 1992.

NAMENS DE MINISTER :
Voor de Directeur-generaal :
De Auditeur-generaal,


V. KINDT