Circulaire nr. Ci.RH.241/557.807 (AOIF 20/2003) dd. 23.07.2003

CIRC 23.07.03/1

Circulaire nr. Ci.RH.241/557.807 (AOIF 20/2003) dd. 23.07.2003


Bull. nr. 840, pag. 2193-2195

AFZONDERLIJK BELASTBAAR INKOMEN
Gemiddelde aanslagvoet

LANDBOUWER
Vergoeding van alle aard

VERGOEDING VAN ALLE AARD
Vergoeding voor vermindering van de beroepswerkzaamheid

WINST
Winst uit een vorige beroepswerkzaamheid


Belastingstelsel van stopzettingsvergoedingen toegekend aan pluimvee- en rundveehouders.

Afschrift van onderstaande brief wordt aan alle ambtenaren van de niveaus 1, B en C tot kennisgeving en naricht toegezonden.

NAMENS DE MINISTER :
Voor de Administrateur-generaal
van de Belastingen en de Invordering :
De Auditeur-generaal van financiën,

G. DELSOIR

---------------------------------------------------------------------------- --------------------------------------

Federale Overheidsdienst
FINANCIEN
Brussel, 14 mei 2003
DE MINISTER De heer Noël DEVISCH
Voorzitter
Boerenbond

Minderbroedersstraat 8

3000 LEUVEN

Mijnheer de Voorzitter,

Onderwerp : Stopzettingsregeling rundvee/pluimvee.

Uw brief van 7 mei 2003 strekt ertoe het belastingstelsel te vernemen van de stopzettingsvergoedingen die worden toegekend aan pluimveehouders en rundveehouders overeenkomstig twee Besluiten van de Vlaamse regering van 25 april 2003, die op 15 mei 2003 in het Belgisch Staatsblad zullen worden gepubliceerd.

Hierna volgt, wat het gemeen recht betreft, het belastingstelsel van de in beide voormelde besluiten van de Vlaamse regering bedoelde stopzettingsvergoedingen.

A. Stopzettingsvergoeding toegekend aan pluimveehouders

De stopzettingsvergoeding die aan pluimveehouders wordt toegekend overeenkomstig artikel 9, § 8, van het Besluit van de Vlaamse regering van 25 april 2003 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van pluimvee, en waarin uitdrukkelijk gesteld wordt dat dergelijke vergoeding pas wordt uitbetaald nadat de afdeling Land- en Tuinbouwondersteuningsbeleid van de Administratie Land- en Tuinbouw van het departement Economie, Werkgelegenheid, Binnenlandse Aangelegenheden en Landbouw van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, na controle, heeft vastgesteld dat de exploitatie in kwestie effectief volledig is stopgezet, moet voor de toepassing van de personenbelasting aangemerkt worden als een in artikel 28, eerste lid, 3°, a, WIB 92 bedoelde vergoeding van alle aard, die na de stopzetting is verkregen ter compensatie of naar aanleiding van enige handeling die een vermindering van de werkzaamheid of van de winst tot gevolg heeft of zou kunnen hebben.

Deze vergoeding is in principe afzonderlijk belastbaar tegen de gemiddelde aanslagvoet met betrekking tot het geheel van de belastbare inkomsten van het laatste vorige jaar waarin de belastingplichtige een normale beroepswerkzaamheid heeft gehad (artikel 171, 5°, c, WIB 92).

B. Stopzettingsvergoeding toegekend aan rundveehouders

De stopzettingsvergoeding die aan rundveehouders wordt toegekend overeenkomstig artikel 9, § 8, van het Besluit van de Vlaamse regering van 25 april 2003 tot regeling van de vrijwillige, volledige en definitieve stopzetting van de productie van alle dierlijke mest, afkomstig van rundvee, en waarin uitdrukkelijk gesteld wordt dat dergelijke vergoeding pas wordt uitbetaald nadat de afdeling Land- en Tuinbouwondersteuningsbeleid van de Administratie Land- en Tuinbouw van het departement Economie, Werkgelegenheid, Binnenlandse Aangelegenheden en Landbouw van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, na controle, heeft vastgesteld dat de exploitatie in kwestie effectief volledig is stopgezet en, voor wat betreft de rundveehouder die over een melkquotum beschikt, het melkquotum via het quotumfonds is vrijgemaakt, moet voor de toepassing van de personenbelasting aangemerkt worden als een in artikel 28, eerste lid, 3°, a, WIB 92 bedoelde vergoeding van alle aard, die na de stopzetting is verkregen ter compensatie of naar aanleiding van enige handeling die een vermindering van de werkzaamheid of van de winst tot gevolg heeft of zou kunnen hebben.

Deze vergoeding is in principe afzonderlijk belastbaar tegen de gemiddelde aanslagvoet met betrekking tot het geheel van de belastbare inkomsten van het laatste vorige jaar waarin de belastingplichtige een normale beroepswerkzaamheid heeft gehad (artikel 171, 5°, c, WIB 92).

Met de meeste hoogachting,

(w.g.) Didier REYNDERS