Aanschrijving nr. 6 dd. 27.02.1975

AANSCHRIJVING 75/006

Aanschrijving nr. 6 dd. 27.02.1975


Intercommunale
Belastingplichtige
Belastingplicht
Openbare dienst
Openbare instelling
Belastingplicht van een openbare instelling


1. De aanschrijving nr. 148/1971 (Z. Revue nr. 5, blz. 11.) heeft de regeling bepaald die inzake BTW van toepassing is in de relatie van de intercommunale verenigingen tot de daarbij aangesloten gemeenten.

2. Deze aanschrijving, die steunt op de wet van 1 maart 1922 met betrekking tot de intercommunale verenigingen, stelt vast dat de gemeenten, door hun toetreding tot een intercommunale vereniging, ten voordele van deze afstand doen van hun reglementerings- en beheersrechten ten aanzien van de opdrachten waarvan zij de lasten droegen. In werkelijkheid heeft het feit van toetreding van een gemeente tot een intercommunale vereniging niet in alle gevallen die afstand tot gevolg. Opdat er een werkelijke afstand zou zijn, moet de intercommunale vereniging niet alleen handelen voor rekening van de aangesloten gemeente, maar werkelijk in de plaats van deze. Dat is met name de mening van het Rekenhof. Overigens heeft een antwoord op een parlementaire vraag reeds enige toelichting in dit verband verstrekt in het geval waarin een gemeente voor de uitvoering van een werk een beroep had gedaan op een aanbesteding bij inschrijving (z. Vraag nr. 117, van 7 juni 1972, van Volksvertegenwoordiger Defraigne, Bulletin van Vragen en Antwoorden, Kamer, 1971-1972, nr. 20, blz. 1222-1223, BTW-Revue nr. 9, blz. 564).

3. Alvorens de bijzondere regels bepaald in de aanschrijving nr. 148/1971 toe te passen, dient dan ook per geval te worden onderzocht of er al dan niet een werkelijke afstand is.

In het geval waarin er een werkelijke afstand is, wordt de in die aanschrijving bepaalde regeling toegepast.

Indien er daarentegen geen werkelijke afstand is, dienen de regels van het gemeen recht te worden toegepast, met dien verstande dat de intercommunale verenigingen als zodanig niet bedoeld worden in artikel 6 van het Wetboek.

Zo moet bijvoorbeeld, bij ontstentenis van een werkelijke afstand, een intercommunale vereniging die, in de uitoefening van een geregelde werkzaamheid, leveringen van goederen of diensten als bedoeld in het Wetboek ten voordele van een aangesloten gemeente verricht, zelfs in het kader van een vereniginscontract, deze leveringen van goederen of dienstverleningen aan de BTW onderwerpen.

4. Ten aanzien echter van de diverse werkzaamheden die aan de belasting onderworpen zijn, zelfs indien ze verricht worden door een publiekrechtelijke persoon bedoeld in artikel 6 van het Wetboek, omdat zij opgenomen zijn in het koninklijk besluit nr. 26, van 2 december 1970, zoals de levering en de distributie aan verbruikers van water, gas, elektriciteit of stoom, mogen de bijzondere regels bepaald in nummer 2 van de aanschrijving nr. 148/1971 worden gevolgd, zelfs bij ontstentenis van een werkelijke afstand. Deze regels hebben overigens geen invloed op de belastingdruk.

5. De vraag of een gemeente werkelijk afstand gedaan heeft, ten voordele van een intercommunale vereniging waartoe zij is toegetreden, van haar reglementerings- en beheersrechten met betrekking tot een bepaalde opdracht, derwijze dat de intercommunale vereniging er het beheer van verricht in de plaats van haar lid, is een vraagstuk dat per geval moet worden beoordeeld, rekening houdend onder meer met de bepalingen van het verenigingscontract. Zo is er geen afstand :

a) wanneer een gemeente een beroep mag doen op een openbare aanbesteding voor de uitvoering van handelingen waarvan zij het beheer aan een intercommunale vereniging heeft overgelaten;

b) wanneer een gemeente het recht behoudt zelf de aan de intercommunale vereniging overgelaten opdracht uit te voeren, en, meer algemeen;

c) wanneer de gemeente, niettegenstaande haar toetreding, vrij blijft in de keuze van haar medecontractant.

6. Er is evenmin afstand wanneer diensten en regieën van de Staat of provincies bindingen aangaan met intercommunale verenigingen. Het eerste lid van nummer 6 van aanschrijving nr. 148/1971, wordt opgeheven.