Aanschrijving nr. 28 dd. 15.09.1978
AANSCHRIJVING 78/028
Aanschrijving nr. 28 dd. 15.09.1978
Vrijstelling art.42
Vrijstelling
Invoer
Ambassade
Aanschrijving 1/1978
Aanschrijving 2/1978
Diplomatieke regeling
Consulaire regeling
Ambassade
Consulaire post
Diplomatieke zending
Levering van een goed
Dienst
Persoonlijk gebruik
Officieel gebruik
Diplomaat
Werk in onroerende staat
Invoer
Internationale organisatie
Bijwerking van de aanschrijvingen 1 en 2 van 1978.
In het Belgisch Staatsblad van 4 augustus 1978 werd de wet van 22 mei 1978 bekendgemaakt, houdende goedkeuring van het Aanvullend Akkoord tussen het Koninkrijk België en de Organisatie van de Verenigde Naties, ondertekend te Brussel op 22 januari 1976, bij de Algemene Overeenkomst inzake de voorrechten en immuniteiten van de Verenigde Naties.
Het Aanvullend Akkoord is verschenen in het Belgisch Staatsblad van 2 augustus 1978 en is in werking getreden op 4 juli 1978.
Luidens zijn artikel 1 is het genoemd Akkoord "van toepassing op elk orgaan, Bureau te noemen, dat afhangt, hetzij van de Organisatie van de Verenigde Naties, hetzij van een organisme dat een integrerend deel uitmaakt van deze Organisatie en dat zich met de goedkeuring van de Belgische Regering, op het Belgisch grondgebied vestigt."
De in België gevestigde Bureaus, die in bovenstaande bepaling bedoeld zijn, zijn de volgende:
1) het Informatie- en Verbindingsbureau van de Verenigde Naties:
2) de Afvaardiging voor België en Luxemburg van het Hoog-Commissariaat voor de Vluchtelingen;
3) het Bureau van de Organisatie van de Verenigde Naties voor de Industriële Ontwikkeling.
Artikel 3 van het Akkoord bepaalt dat het "Hoofd van het Bureau" dezelfde voordelen geniet als de leden van het diplomatiek personeel der diplomatieke zendingen. De echtgeno(o)t(e) van het Hoofd van het Bureau alsmede zijn minderjarige kinderen genieten dezelfde voordelen als de echtgeno(o)t(e) en de minderjarige kinderen van de leden van het diplomatiek personeel. Deze voordelen zijn niet van toepassing op Belgische onderdanen.
De wet van 22 mei 1978, voornoemd, preciseert dat de bepalingen van het Aanvullend Akkoord uitwerking hebben met ingang van 27 januari 1975 (art. 2), en dat de verjaring van de vorderingen tot teruggaaf, die verantwoord zijn wegens de terugwerkende kracht die deze wet aan de fiscale bepalingen van het Akkoord verleent, ingaat de dag waarop de wet in werking treedt (art. 3).
Het stelsel van vrijstellingen van de belasting over de toegevoegde waarde, dat van toepassing is inzake de levering van goederen en diensten aan de voornoemde Bureaus en inzake de invoer door die Bureaus, van goederen bestemd voor hun officieel gebruik, is hetzelfde als dat wat voorzien is, op grond van artikel 42, § 3, 3, van het BTW-Wetboek, voor de Organisatie van de Verenigde Naties (U.N.O.) en de organismen die wezenlijk deel uitmaken van die Organisatie. Dat stelsel wordt uiteengezet in § 24, A, van de aanschrijving van 3 januari 1978, nr. 2. Zo zijn bijvoorbeeld leveringen van roerende goederen en diensten aan de bedoelde Bureaus, voor hun officieel gebruik, slechts van de belasting over de toegevoegde waarde vrijgesteld wanneer de waarde per levering 5.000 F bereikt, belasting over de toegevoegde waarde niet inbegrepen.
Diplomatieke regeling. Krachtens artikel 3 van het Akkoord van 22 januari 1976, geniet het Hoofd van elk der bovengenoemde Bureaus, evenals zijn echtgeno(o)t(e) en zijn minderjarige kinderen, de vrijstellingen van de belasting over de toegevoegde waarde zoals omschreven in de aanschrijving van 3 januari 1978, nr. 1, en onder de in die aanschrijving gestelde voorwaarden (1).
(1) De personen aan wie het diplomatiek statuut werd toegekend, genieten slechts van de vrijstelling van de belasting over de toegevoegde waarde onder de drievoudige voorwaarde dat zij geen Belgisch onderdaan zijn, niet in België duurzaam verblijf houden en in België geen eigen winstgevende activiteit uitoefenen.
De termijn van twee jaar met betrekking tot de verjaring van de vorderingen tot teruggaaf van de belasting over de toegevoegde waarde, die voortvloeien uit de terugwerkende kracht tot 27 januari 1975 van de bepalingen van het Akkoord van 22 januari 1976, is ingegaan op 14 augustus 1978 (datum waarop de wet houdende goedkeuring van het Akkoord in werking getreden is).
De volgende aanvullingen moeten worden aangebracht in de aanschrijvingen van 3 januari 1978, nrs. 1 en 2.
Aanschrijving nr. 1, Bijlage VI.
Tegenover de rubriek "Organisatie van de Verenigde Naties en gespecialiseerde Organisaties van de Verenigde Naties" moet kolom 2 van Bijlage VI bij de genoemde aanschrijving worden aangevuld als volgt:
3) het Hoofd van het Informatie- en Verbindingsbureau van de Verenigde Naties, in België:
4) het Hoofd van de Afvaardiging voor België en Luxemburg van het Hoog-Commissariaat voor de Vluchtelingen;
5) het Hoofd van het Bureau van de Organisatie van de Verenigde Naties voor de Industriële Ontwikkeling in België.
Aanschrijving nr. 2, § 24.
1) Onder de rubriek A (blz. § 24/1) moet het volgende toegevoegd worden.
"- Informatie- en Verbindingsbureau van de Verenigde Naties, in België;
- Afvaardiging voor België en Luxemburg van het Hoog-Commissariaat voor de Vluchtelingen;
- Bureau van de Organisatie van de Verenigde Naties voor de Industriële Ontwikkeling, in België."
2) Onder de rubriek "Grondslag van de voorrechten" (blz. § 24/2), moet onder de letter A het volgende toegevoegd worden:
"Aanvullend Akkoord tussen het Koninkrijk België en de Organisatie van de Verenigde Naties, bij de Algemene Overeenkomst inzake de voorrechten en immuniteiten van de Verenigde Naties, ondertekend te Brussel op 22 januari 1976 en goedgekeurd door de wet van 22 mei 1978 (Belgisch Staatsblad van 4 augustus 1978)."
3) De rubriek "Diplomatieke regeling" (blz. § 24/6), dient als volgt aangevuld te worden:
c)"het Hoofd van het Informatie- en Verbindingsbureau van de Verenigde Naties, in België;
d) het Hoofd van de Afvaardiging voor België en Luxemburg van het Hoog-Commissariaat voor de Vluchtelingen;
e) het Hoofd van het Bureau van de Organisatie van de Verenigde Naties voor de Industriële Ontwikkeling in België."
Aanschrijving nr. 28 dd. 15.09.1978
Vrijstelling art.42
Vrijstelling
Invoer
Ambassade
Aanschrijving 1/1978
Aanschrijving 2/1978
Diplomatieke regeling
Consulaire regeling
Ambassade
Consulaire post
Diplomatieke zending
Levering van een goed
Dienst
Persoonlijk gebruik
Officieel gebruik
Diplomaat
Werk in onroerende staat
Invoer
Internationale organisatie
Bijwerking van de aanschrijvingen 1 en 2 van 1978.
In het Belgisch Staatsblad van 4 augustus 1978 werd de wet van 22 mei 1978 bekendgemaakt, houdende goedkeuring van het Aanvullend Akkoord tussen het Koninkrijk België en de Organisatie van de Verenigde Naties, ondertekend te Brussel op 22 januari 1976, bij de Algemene Overeenkomst inzake de voorrechten en immuniteiten van de Verenigde Naties.
Het Aanvullend Akkoord is verschenen in het Belgisch Staatsblad van 2 augustus 1978 en is in werking getreden op 4 juli 1978.
Luidens zijn artikel 1 is het genoemd Akkoord "van toepassing op elk orgaan, Bureau te noemen, dat afhangt, hetzij van de Organisatie van de Verenigde Naties, hetzij van een organisme dat een integrerend deel uitmaakt van deze Organisatie en dat zich met de goedkeuring van de Belgische Regering, op het Belgisch grondgebied vestigt."
De in België gevestigde Bureaus, die in bovenstaande bepaling bedoeld zijn, zijn de volgende:
1) het Informatie- en Verbindingsbureau van de Verenigde Naties:
2) de Afvaardiging voor België en Luxemburg van het Hoog-Commissariaat voor de Vluchtelingen;
3) het Bureau van de Organisatie van de Verenigde Naties voor de Industriële Ontwikkeling.
Artikel 3 van het Akkoord bepaalt dat het "Hoofd van het Bureau" dezelfde voordelen geniet als de leden van het diplomatiek personeel der diplomatieke zendingen. De echtgeno(o)t(e) van het Hoofd van het Bureau alsmede zijn minderjarige kinderen genieten dezelfde voordelen als de echtgeno(o)t(e) en de minderjarige kinderen van de leden van het diplomatiek personeel. Deze voordelen zijn niet van toepassing op Belgische onderdanen.
De wet van 22 mei 1978, voornoemd, preciseert dat de bepalingen van het Aanvullend Akkoord uitwerking hebben met ingang van 27 januari 1975 (art. 2), en dat de verjaring van de vorderingen tot teruggaaf, die verantwoord zijn wegens de terugwerkende kracht die deze wet aan de fiscale bepalingen van het Akkoord verleent, ingaat de dag waarop de wet in werking treedt (art. 3).
Het stelsel van vrijstellingen van de belasting over de toegevoegde waarde, dat van toepassing is inzake de levering van goederen en diensten aan de voornoemde Bureaus en inzake de invoer door die Bureaus, van goederen bestemd voor hun officieel gebruik, is hetzelfde als dat wat voorzien is, op grond van artikel 42, § 3, 3, van het BTW-Wetboek, voor de Organisatie van de Verenigde Naties (U.N.O.) en de organismen die wezenlijk deel uitmaken van die Organisatie. Dat stelsel wordt uiteengezet in § 24, A, van de aanschrijving van 3 januari 1978, nr. 2. Zo zijn bijvoorbeeld leveringen van roerende goederen en diensten aan de bedoelde Bureaus, voor hun officieel gebruik, slechts van de belasting over de toegevoegde waarde vrijgesteld wanneer de waarde per levering 5.000 F bereikt, belasting over de toegevoegde waarde niet inbegrepen.
Diplomatieke regeling. Krachtens artikel 3 van het Akkoord van 22 januari 1976, geniet het Hoofd van elk der bovengenoemde Bureaus, evenals zijn echtgeno(o)t(e) en zijn minderjarige kinderen, de vrijstellingen van de belasting over de toegevoegde waarde zoals omschreven in de aanschrijving van 3 januari 1978, nr. 1, en onder de in die aanschrijving gestelde voorwaarden (1).
(1) De personen aan wie het diplomatiek statuut werd toegekend, genieten slechts van de vrijstelling van de belasting over de toegevoegde waarde onder de drievoudige voorwaarde dat zij geen Belgisch onderdaan zijn, niet in België duurzaam verblijf houden en in België geen eigen winstgevende activiteit uitoefenen.
De termijn van twee jaar met betrekking tot de verjaring van de vorderingen tot teruggaaf van de belasting over de toegevoegde waarde, die voortvloeien uit de terugwerkende kracht tot 27 januari 1975 van de bepalingen van het Akkoord van 22 januari 1976, is ingegaan op 14 augustus 1978 (datum waarop de wet houdende goedkeuring van het Akkoord in werking getreden is).
De volgende aanvullingen moeten worden aangebracht in de aanschrijvingen van 3 januari 1978, nrs. 1 en 2.
Aanschrijving nr. 1, Bijlage VI.
Tegenover de rubriek "Organisatie van de Verenigde Naties en gespecialiseerde Organisaties van de Verenigde Naties" moet kolom 2 van Bijlage VI bij de genoemde aanschrijving worden aangevuld als volgt:
3) het Hoofd van het Informatie- en Verbindingsbureau van de Verenigde Naties, in België:
4) het Hoofd van de Afvaardiging voor België en Luxemburg van het Hoog-Commissariaat voor de Vluchtelingen;
5) het Hoofd van het Bureau van de Organisatie van de Verenigde Naties voor de Industriële Ontwikkeling in België.
Aanschrijving nr. 2, § 24.
1) Onder de rubriek A (blz. § 24/1) moet het volgende toegevoegd worden.
"- Informatie- en Verbindingsbureau van de Verenigde Naties, in België;
- Afvaardiging voor België en Luxemburg van het Hoog-Commissariaat voor de Vluchtelingen;
- Bureau van de Organisatie van de Verenigde Naties voor de Industriële Ontwikkeling, in België."
2) Onder de rubriek "Grondslag van de voorrechten" (blz. § 24/2), moet onder de letter A het volgende toegevoegd worden:
"Aanvullend Akkoord tussen het Koninkrijk België en de Organisatie van de Verenigde Naties, bij de Algemene Overeenkomst inzake de voorrechten en immuniteiten van de Verenigde Naties, ondertekend te Brussel op 22 januari 1976 en goedgekeurd door de wet van 22 mei 1978 (Belgisch Staatsblad van 4 augustus 1978)."
3) De rubriek "Diplomatieke regeling" (blz. § 24/6), dient als volgt aangevuld te worden:
c)"het Hoofd van het Informatie- en Verbindingsbureau van de Verenigde Naties, in België;
d) het Hoofd van de Afvaardiging voor België en Luxemburg van het Hoog-Commissariaat voor de Vluchtelingen;
e) het Hoofd van het Bureau van de Organisatie van de Verenigde Naties voor de Industriële Ontwikkeling in België."
Bron: FisconetPlus
