Circulaire nr. Ci.RH.243/588.458 (AOIF Nr. 6/2009) van 17.02.2009

Beroepskosten

Commissieloon

Bemanning van buitenlandse schepen

Verantwoording van de beroepskosten

Commissielonen betaald aan de bemanning van buitenlandse schepen. - Opheffing van de richtlijnen opgenomen in nr. 57/73, Com.IB 92.

Aan alle ambtenaren van de niveaus A, B en C (sector taxatie DB).

Aan alle ambtenaren van de niveaus A, B en C (sector taxatie DB).

1. De vraag werd gesteld of de richtlijnen die momenteel zijn opgenomen in het nr. 57/73, Com.IB 92, nog steeds van toepassing zijn.

Overeenkomstig die richtlijnen wordt er aangenomen dat de uitbetaling van commissielonen aan de bemanning van buitenlandse schepen die Belgische havens aandoen, voldoende verantwoord is, indien de belastingplichtige een lijst voorlegt met vermelding van :

de naam van het schip (in plaats van de naam van de verkrijgers);

de datum en het bedrag van de betaling.

Het bijzondere stelsel van de geheime commissielonen waarvan sprake was in het vroegere art. 58, WIB 92, werd niet toegepast op dergelijke commissielonen.

2. Dienaangaande wordt de aandacht in het bijzonder gevestigd op de artikelen 8 en 9 van de wet van 11 mei 2007 tot aanpassing van de wetgeving inzake de bestrijding van omkoping (BS 8.6.2007), en, wat de inwerkingtreding van die bepalingen betreft, op artikel 20 van die wet, evenals op artikel 141 van de wet van 22 december 2008 houdende diverse bepalingen (I), gepubliceerd in het BS 29.12.2008, 4de editie.

De wet van 11 mei 2007 tot aanpassing van de wetgeving inzake de bestrijding van omkoping strekt ertoe bepaalde aanbevelingen van de Werkgroep "Corruptie in internationale handelstransacties" van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO), in het Belgisch recht om te zetten (Parl. St., Kamer, zitting 2005-2006, Doc 51, 2677/001, blz. 4).

3. Art. 8 van de voormelde wet van 11 mei 2007 voegt aan art. 53, WIB 92, een als volgt luidend 24° toe :

"24° de commissies, makelaarslonen, handels- of andere restorno's, toevallige of niet-toevallige vacatiegelden of erelonen, gratificaties, vergoedingen of voordelen van alle aard die rechtstreeks of onrechtstreeks worden verleend aan een persoon :

a) in het kader van een in artikel 246 van het Strafwetboek vermelde openbare omkoping in België of van een in artikel 504bis van hetzelfde Wetboek vermelde private omkoping in België;

b) in het kader van een in artikel 250 van hetzelfde Wetboek vermelde openbare omkoping van een persoon die een openbaar ambt uitoefent in een vreemde staat of een internationale publiekrechtelijke organisatie."

Dergelijke commissielonen, makelaarslonen, enz., kunnen dientengevolge in geen geval nog als aftrekbare beroepskosten worden aangemerkt.

Overeenkomstig art. 20 van diezelfde wet treedt die bepaling in werking op 8 juni 2007.

4. Art. 9 van diezelfde wet heft bovendien art. 58, WIB 92, op.

Krachtens dat artikel kon de Minister van Financiën, in geval het toekennen van geheime commissielonen tot de dagelijkse praktijk van ondernemingen behoorde, op aanvraag van de belastingplichtige toestaan dat aldus toegekende sommen als beroepskosten werden aangemerkt, mits die commissielonen de normale grenzen niet overschreden en de onderneming de desbetreffende belasting betaalde volgens een tarief dat de Minister forfaitair bepaalde en dat niet lager dan 20 % mocht zijn.

Overeenkomstig artikel 20 van die wet is die bepaling opgeheven met ingang van 8 juni 2007, met dien verstande dat artikel 141 van de wet van
22 december 2008 houdende diverse bepalingen (I), in een overgangsmaatregel voorziet, door het invoeren van een nieuw art. 532, WIB 92, waarbij onder meer wordt gesteld dat de bepalingen van art. 58, WIB 92, zoals ze bestonden vóór ze werden opgegeven bij de voormelde wet van 11 mei 2007, nog van toepassing blijven indien de beoogde commissielonen werden betaald of toegekend vóór 8 juni 2007.

De opheffing van art. 58, WIB 92, is het logische gevolg van de invoering van art. 53, 24°, WIB 92. Aldus stelde de wetgever dat in geval van toekenning van geheime commissielonen als bedoeld in art. 58, WIB 92, de verkrijger niet gekend was en er bijgevolg nooit kon worden vastgesteld of het om een in voormeld art. 53, 24°, WIB 92, bedoelde omkoping ging of niet. Om die reden kon art. 58, WIB 92, niet meer blijven voortbestaan zonder mogelijks in strijd te zijn met de in art. 53, 24°, WIB 92, opgenomen regel van niet-aftrekbaarheid (Parl. St., Kamer, zitting 2005-2006, Doc 51, 2677/001, blz. 19).

5. Die redenering geldt evenzeer voor de richtlijnen waarvan sprake is in nr. 1 hiervoor.

Net zoals voor de in art. 58, WIB 92, beoogde geheime commissielonen, laten die richtlijnen evenmin toe enige controle uit te oefenen wat de plaats of de aard van de betalingen en de genieters betreft, zodat het ook hier geenszins uitgesloten is dat zij in strijd zijn met de bepalingen van art. 53, 24°, WIB 92, en met de doelstellingen van de OESO.

6. In die omstandigheden is het vanzelfsprekend dat de in nr. 57/73, Com.IB 92, opgenomen richtlijnen niet langer van toepassing zijn.

Uit praktische overwegingen is evenwel besloten de opheffing van de voormelde richtlijnen slechts te laten ingaan met betrekking tot de commissielonen die aan bemanningen van buitenlandse schepen worden betaald of toegekend vanaf 1 januari 2009.

7. Commissielonen die in 2009 of later nog zouden worden betaald of toegekend aan bemanningsleden van buitenlandse schepen die Belgische havens aandoen, kunnen, zoals de aan andere personen betaalde of toegekende commissielonen, nog slechts als beroepskosten worden afgetrokken indien zij overeenkomstig art. 57, WIB 92, worden verantwoord door individuele fiches en een samenvattende opgave die worden overgelegd in de vorm en binnen de termijn die de Koning bepaalt, en voor zover het uiteraard gaat om commissielonen die niet beoogd zijn in art. 53, 24°, WIB 92.

NAMENS DE MINISTER :

Voor de administrateur

Kleine en Middelgrote Ondernemingen,

J. VANHOUTTE

Directeur