Circulaire nr. Ci.RH.331/532.272 van 08.10.2001
CIRC 08.10.01/1
Bull. nr. 820, pag. 2601
AANSLAG IN DE PB
Alleenstaande
Berekening van de PB
BEREKENING VAN DE PB
Belastingvrije som
Toeslag op de belastingvrije som
HUWELIJK
Ontbinding van het huwelijk
TAXATIE VAN DE ECHTGENOTEN
Toeslag op de belastingvrije som
Commentaar op artikel 5, W 4.5.1999 houdende fiscale en andere bepalingen (toeslag op het basisbedrag van de belastingvrije som voor het jaar van de ontbinding van het huwelijk door overlijden)
Aan al de ambtenaren van de niveaus 1, 2+ en 2
I Inleiding
1. Deze circulaire bespreekt de wijzigingen die art.5, W 4.5.1999 houdende fiscale en andere bepalingen (V2699, Bull.795) heeft aangebracht in art. 133 WIB92, met betrekking tot de toeslag op de belastingvrije som voor het jaar van overlijden van één der echtgenoten.
II Wetteksten
2. W 4.5.1999 houdende fiscale en andere bepalingen.
| HoofdstukII. - Fiscale bepalingen |
| Art.5 |
| In artikel 133 van hetzelfde Wetboek |
| WIB 92. |
| worden de volgende wijzigingen aangebracht: |
| 1° |
het 5° wordt opgeheven
|
| 2° | de huidige tekst, die §1 wordt, wordt aangevuld met een §2, luidend als volgt: |
|
"§2. Voor het jaar waarin het huwelijk door overlijden is ontbonden, wordt de belastingvrije som van de echtgenoten verhoogd met de als volgt vastgestelde toeslagen:
|
| Die toeslagen worden evenwel verminderd indien de toekenning ervan ertoe zou leiden dat het totaal van de belastingen die door de langstlevende echtgenoot zijn verschuldigd en van de belastingen die moeten worden betaald op de nalatenschap van de overleden echtgenoot, kleiner is dan de gezamenlijke belastingen die zouden zijn verschuldigd indien de echtgenoten niet als alleenstaanden hoefden te worden beschouwd voor het berekenen van de belasting. |
|
Voor de toepassing van deze paragraaf is:
|
| Art.8 |
| Dit hoofdstuk treedt in werking met ingang van het aanslagjaar 2000. |
III Algemeen
3. Overeenkomstig art.128, eerste lid, 3°, WIB92, worden gehuwde personen niet als echtgenoten maar als alleenstaanden aangemerkt voor het jaar van de ontbinding van het huwelijk door het overlijden van één van hen.
4. Dit houdt inzonderheid in dat voor het jaar van overlijden van één der echtgenoten:
| - | twee afzonderlijke aanslagen worden gevestigd, namelijk een aanslag op naam van de overlevende echtgenoot en een aanslag op naam van de nalatenschap van de overleden echtgenoot; |
| - | de belasting voor elke betrokkene wordt bepaald naar zijn of haar eigen inkomsten (en, in voorkomend geval, het gedeelte van de inkomsten van zijn of haar kinderen waarvan hij of zij het wettelijk genot heeft); |
| - |
elke betrokkene recht heeft op de belastingvrije som voor een alleenstaande van 165.000 BEF
in plaats van de belastingvrije som voor elke echtgenoot van 130.000 BEF
|
| - | de gehuwden geen aanspraak kunnen maken op de "belastingvoordelen" die aan echtgenoten worden toegekend; derhalve kan aan de andere echtgenoot geen meewerkinkomen worden toegekend krachtens de art.86 en 89, WIB92 noch een huwelijksquotiënt worden toegerekend krachtens de art.87 tot 89, WIB92. |
5. Tot en met aj.1999 werd het verlies van de toepassing van de art.86 tot 89, WIB92, in het jaar van het overlijden van één der echtgenoten enigszins gemilderd door het verlenen van een toeslag op de belastingvrije som van 95.000 BEF Dit bedrag werd geïndexeerd overeenkomstig art.178, §2, WIB 92 en bedroeg 118.000 BEF voor aj. 1999. aan de weduwe of de weduwnaar, op voorwaarde dat de echtgenoot tijdens dat jaar persoonlijk geen bestaansmiddelen heeft gehad die meer dan 60.000 BEF Dit bedrag werd geïndexeerd overeenkomstig art.178, §2, WIB 92 en bedroeg 75.000 BEF voor aj. 1999. netto bedragen (cf. art.133, 5° (oud), WIB92).
6. De bovenvermelde toeslag op de belastingvrije som kon worden toegekend voor de aanslag op de inkomsten van de overledene (= aanslag op naam van de nalatenschap) wanneer de overlevende echtgenoot tijdens het jaar van overlijden niet meer dan 60.000 BEF Dit bedrag werd geïndexeerd overeenkomstig art.178, §2, WIB 92 en bedroeg 75.000 BEF voor aj. 1999. nettobestaansmiddelen heeft gehad, of voor de aanslag op naam van de overlevende echtgenoot (weduwnaar of weduwe) wanneer de overledene tijdens dat jaar niet meer dan 60.000 BEF Dit bedrag werd geïndexeerd overeenkomstig art.178, §2, WIB 92 en bedroeg 75.000 BEF voor aj. 1999. nettobestaansmiddelen heeft gehad.
7. Die maatregel bood echter niet in alle omstandigheden voldoening; daarom heeft de wetgever beslist om art.133, 5°, WIB92 op te heffen en te vervangen door een bepaling (in casu art.133, §2, eerste lid, WIB92) die ertoe strekt om (onder meer) het verlies van de toepassing van het huwelijksquotiënt, ongeacht het bedrag van de bestaansmiddelen, te compenseren door de belastingvrije som te verhogen met een toeslag die gelijk is aan het bedrag van het huwelijksquotiënt dat zou toegerekend worden indien de aanslag op naam van beide echtgenoten was gevestigd (maximum 270.000 BEF), verminderd met het verschil tussen de belastingvrije som voor een alleenstaande (165.000 BEF) en éénmaal de belastingvrije som voor echtgenoten (130.000 BEF), zijnde 270.000 BEF - 35.000 BEF = 235.000 BEF (maximum) (cf. Kamer, gewone zitting 1998-1999, Stuk 2073/1, blz.2 en 3).
8. De toepassing van die nieuwe bepaling is in bepaalde gevallen voordeliger dan de toepassing van het huwelijksquotiënt, hetgeen niet de bedoeling is. Daarom wordt (in art.133, §2, tweede lid, WIB92) verduidelijkt dat die toeslag op de belastingvrije som niet tot gevolg mag hebben dat de som van de door de overlevende echtgenoot en de nalatenschap van de overleden echtgenoot voor het jaar van overlijden verschuldigde belasting kleiner zou zijn dan de belasting die zou voortvloeien uit de toepassing van het huwelijksquotiënt op de inkomsten van beiden samen (Cf. Kamer, gewone zitting 1998-1999, Stuk 2073/1, blz.4).
IV Vaststelling van de toeslag op de belastingvrije som voor het jaar van overlijden
9. Overeenkomstig art.133, §2, eerste lid, WIB92, zoals ingevoegd door art.5, W4.5.1999 houdende fiscale en andere bepalingen, wordt voor het jaar waarin het huwelijk door overlijden van één der echtgenoten is ontbonden, de belastingvrije som van de echtgenoten verhoogd met de als volgt vastgestelde toeslagen In de praktijk wordt de toeslag op de belastingvrije som voor het jaar van overlijden normaliter slechts éénmaal toegekend. :
| 1° |
wat de aanslag op naam van de langstlevende echtgenoot betreft: een bedrag dat gelijk is aan het positieve verschil tussen enerzijds 235.000 BEF en anderzijds het belastbare nettoberoepsinkomen
van de langstlevende echtgenoot. |
| 2° |
wat de aanslag op naam van de nalatenschap van de overleden echtgenoot betreft: een bedrag dat gelijk is aan het positieve verschil tussen enerzijds 235.000 BEF en anderzijds het belastbare nettoberoepsinkomen
van de langstlevende echtgenoot. |
10. Het bedrag van de toeslag op de belastingvrije som voor het jaar waarin het huwelijk door overlijden is ontbonden (235.000 BEF), wordt geïndexeerd overeenkomstig art.178, §2, WIB92, en is gelijk aan:
| - | 296.000 BEF (7337,65 EUR) voor aj.2000; |
| - | 299.000 BEF (7411,02 EUR) voor aj.2001. |
11. In tegenstelling tot de voorheen bestaande maatregel (zie nr.5), is de toekenning van de toeslag op de belastingvrije som voor het jaar van overlijden thans niet meer afhankelijk van de voorwaarde dat de bestaansmiddelen van de echtgenoot een bepaald bedrag niet mogen overschrijden.
V Vermindering van de toeslag op de belastingvrije som voor het jaar van overlijden
12. Overeenkomstig art.133, §2, tweede lid, WIB92, worden de toeslagen op de belastingvrije som waarvan hier sprake, verminderd in de mate dat de toepassing ervan tot gevolg zou hebben dat het totaal van de door de overlevende echtgenoot en door de nalatenschap van de overleden echtgenoot verschuldigde belastingen kleiner is dan de belasting die zou verschuldigd zijn wanneer de echtgenoten niet als alleenstaanden moesten worden aangemerkt voor het berekenen van de belasting.
13. Voor de toepassing van de in nr.12 bedoelde bepaling moet onder verschuldigde belasting worden verstaan, de PB vastgesteld:
| - | vóór toepassing van de verminderen voor pensioenen en vervangingsinkomsten (art.146 tot 154, WIB92); |
| - | vóór toepassing van de vermindering voor inkomsten uit het buitenland (art.155 en 156, WIB92); |
| - | vóór verrekening van de VA (art.157 tot 168 en 175 tot 177, WIB92) en van de voorheffingen, het FBB en het BK (art.277 tot 296, WIB92); |
| - | vóór toepassing van de vermeerderingen ingeval geen of ontoereikende voorafbetalingen zijn gedaan (art.157 tot 168, WIB92), van de bonificatie voor voorafbetaling van de belasting (art.175 tot 177, WIB92) en van de belastingverhogingen (art.444 WIB92). |
14. De als "verschuldigde belasting" in aanmerking te nemen belasting is derhalve de om te slane belasting, zoals omschreven in nr.130/7, Com.IB92.
VI Praktische berekeningswijze van de toeslag op de belastingvrije som voor het jaar van overlijden
A Echtgenoot aan wie de toeslag wordt verleend
15. De toeslag op de belastingvrije som voor het jaar van overlijden van één der echtgenoten wordt verleend aan de echtgenoot met het hoogste belastbare nettoberoepsinkomen (= de som van de gezamenlijk belastbare nettoberoepsinkomsten, verminderd met het aandeel van de beroepsinkomsten in de van het totale netto-inkomen aftrekbare bestedingen als bedoeld in de art.104 tot 116, WIB92, en van de afzonderlijk belastbare nettoberoepsinkomsten).
Indien nodig moet voor elke echtgenoot het belastbare nettoberoepsinkomen worden berekend, om vast te stellen aan wie van beiden de toeslag op de belastingvrije som voor het jaar van overlijden mag worden verleend.
B Berekening van de toeslag op de belastingvrije som
16. De berekening van de toeslag op de belastingvrije som voor het jaar van overlijden van één der echtgenoten vereist de kennis van de volgende bedragen, die via de toepassing TP kunnen worden berekend:
| - | het belastbare nettoberoepsinkomen van de echtgenoot met het laagste belastbare nettoberoepsinkomen; |
| - | de om te slane belasting van de echtgenoot met het laagste belastbare nettoberoepsinkomen; |
| - | de om te slane gezinsbelasting die zou verschuldigd zijn wanneer de echtgenoten niet als alleenstaanden moesten worden aangemerkt. |
De nodige berekeningen kunnen via de toepassing TP worden verricht. Terzake wordt inzonderheid verwezen naar:
| - | instructie nr.Co.88.20/71.994 van 20.7.2000; |
| - | instructie nr.Co.88.28/72.065 van 18.10.2000. |
17. Om de toeslag op de belastingvrije som voor het jaar van overlijden te berekenen waarop de echtgenoot met het hoogste belastbare nettoberoepsinkomen recht heeft, moet als volgt worden gehandeld:
| 1° |
de aanslag berekenen van de echtgenoot met het laagste belastbaar nettoberoepsinkomen. Terzake moeten worden vastgesteld:
|
| 2° | een aanslag berekenen op de samengevoegde inkomsten van beide echtgenoten, teneinde de om te slane gezinsbelasting vast te stellen die zou bekomen worden indien de echtgenoten niet als alleenstaanden moesten worden aangemerkt (= gegeven 059 in de toepassing TP). |
| 3° |
de aanslag berekenen op naam van de echtgenoot met het hoogste belastbare nettoberoepsinkomen, waarbij de te verlenen toeslag op de belastingvrije som voor het jaar van overlijden:
|
VII Voorbeelden (aanslagjaar 2000)
Voorbeeld 1
18. Man (= overleden echtgenoot):
Nettoberoepsinkomen (pensioen): 600.000 BEF.
Vrouw (= overlevende echtgenoot):
Nettoberoepsinkomen (pensioen): 50.000 BEF.
Netto-inkomen van onroerende goederen: 17.360 BEF.
Van het totale netto-inkomen aftrekbare bestedingen (andere giften): 2000 BEF.
De toeslag zal worden toegekend aan de echtgenoot met het hoogste beroepsinkomen, namelijk de overleden echtgenoot.
| A. | Om te slane belasting die zou bekomen worden indien de echtgenoten niet als alleenstaanden moesten worden aangemerkt |
| Vaststelling van de belastbare grondslagen |
Man | Vrouw | |
| Nettoberoepsinkomen: | 600.000 BEF | 50.000 BEF |
| Huwelijksquotiënt: | - 145.000 BEF | + 145.000 BEF |
| Netto-inkomen: | 455.000 BEF | 195.000 BEF |
| Netto onroerend inkomen: | 17.360 BEF | - |
| Totaal netto-inkomen: | 472.360 BEF | 195.000 BEF |
| Aftrekbare bestedingen | ||
| - giften: | - 1416 BEF (1) | - 584 BEF (2) |
| Afgezonderd beroepsinkomen: | 194.416 BEF | |
| Resterend gezinsinkomen: | 470.944 BEF |
| (1) | 2000 BEF X 472.360/667.360 = 1416 BEF. |
| (2) | 2000 BEF X 195.000/667.360 = 584 BEF. |
| Berekening van de om te slane belasting |
| a) Afgezonderd beroepsinkomen: | |
| Basisbelasting op 194.416 BEF: | 48.604 BEF |
| Belasting op de belastingvrije som (165.000 BEF): | - 41.250 BEF |
| Verschil: | 7354 BEF |
| b) Resterend gezinsinkomen: | 141.728 BEF |
| Basisbelasting op 470.944 BEF: | |
| Belasting op de belastingvrije som (165.000 BEF): | - 41.250 BEF |
| Verschil: | 100.478 BEF |
| c) Om te slane belasting van het gezin (100.478 BEF + 7354 BEF): | 107.832 BEF |
| B. | Aanslag op naam van de overlevende echtgenoot |
| Vaststelling van het belastbare inkomen |
| Nettoberoepsinkomen: | 50.000 BEF |
| Netto onroerend inkomen: | 17.360 BEF |
| Totaal netto-inkomen: | 67.360 BEF |
| Aftrekbare bestedingen: | |
| - giften: | - 2000 BEF |
| Gezamenlijk belastbaar inkomen: | 65.360 BEF |
| Berekening van de belasting |
| Basisbelasting op 65.360 BEF: | 16.340 BEF |
| Belasting op de belastingvrije som (208.000 BEF beperkt tot 65.360 BEF): | - 16.340 BEF |
| Om te slane belasting = saldo Staat: | 0 BEF |
| Belastbaar netto beroepsinkomen van de overlevende echtgenoot |
| 50.000 BEF - [2000 BEF X (50.000/67.360)] = 48.515 BEF |
| C. | Aanslag op naam van de nalatenschap van de overleden echtgenoot |
| Vaststelling van het belastbare inkomen |
| Nettoberoepsinkomen: | 600.000 BEF |
| Gezamenlijk belastbaar inkomen: | 600.000 BEF |
| Berekening van de belasting |
| Belastingvrije som: | |
| Basisbedrag: | 208.000 BEF |
| Toeslag voor het jaar van overlijden: 296.000 BEF - 48.515 BEF = | 247.485 BEF |
| Aanpassing (*): | - 110.440 BEF |
| 137.045 BEF | |
| Totaal: | 345.045 BEF |
| Basisbelasting op 600.000 BEF: | 199.200 BEF |
| Belasting op de belastingvrije som (345.045 BEF): | - 91.368 BEF |
| Om te slane belasting: | 107.832 BEF |
| Vermindering voor pensioenen: | - 60.223 BEF |
| Verminderde basisbelasting: | 47.609 BEF |
| ACB (47.609 BEF X 2% (1)): | 952 BEF |
| Saldo Staat: | 48.561 BEF |
| (1) | Cf. art.3, eerste lid, 1°, a, W 24.12.1999 houdende fiscale en diverse bepalingen (V 2791, Bull. 801). |
| (*) Berekening van de te verrichten aanpassing |
| Belastingvrije som: | |
| Basisbedrag: | 208.000 BEF |
| Toeslag voor het jaar van overlijden (296.000 BEF - 48.515 BEF) | 247.485 BEF |
| Totaal: | 455.485 BEF |
| Basisbelasting op 600.000 BEF: | 199.200 BEF |
| Belasting op de belastingvrije som (455.485 BEF): | 135.544 BEF |
| Om te slane belasting: | 63.656 BEF |
| Vermindering van de toeslag op de belastingvrije som: | |
| Om te slane gezinsbelasting die zou bekomen worden indien de echtgenoten niet als alleenstaanden moesten worden aangemerkt voor de berekening van de belasting: | 107.832 BEF |
| Totaal van de om te slane belastingen van de aanslagen op naam van de overlevende echtgenoot en van de nalatenschap van de overleden echtgenoot (63.656 BEF + 0 BEF): | - 63.656 BEF |
| Verschil: | 44.176 BEF |
| Bedrag van de toeslag op de belastingvrije som die overeenstemt met een belasting van 44.176 BEF: | |
| 44.176 BEF/40%= | 110.440 BEF |
19.
| Man (= overlevende echtgenoot): | |
| Nettowinst: | 450.000 BEF |
| Vrouw (= overleden echtgenoot): | |
| Nettoberoepsinkomen: | |
| - bezoldigingen van werknemer: | 75.000 BEF |
| - winst: | 75.000 BEF |
| Netto-inkomen van onroerende goederen: | 95.480 BEF |
De toeslag zal worden toegekend aan de echtgenoot met het hoogste beroepsinkomen, namelijk de overlevende echtgenoot.
| A. | Om te slane belasting die zou bekomen worden indien de echtgenoten niet als alleenstaanden moesten worden aangemerkt |
| Vaststelling van de belastbare grondslagen |
| Man | Vrouw | |
| Nettoberoepsinkomen: | ||
| - nettobezoldigingen: | - | 75.000 BEF |
| - nettowinst: | 450.000 BEF | 75.000 BEF |
| Totaal: | 450.000 BEF | 150.000 BEF |
| Huwelijksquotiënt: | - 30.000 BEF | + 30.000 BEF |
| Netto-inkomen: | 420.000 BEF | 180.000 BEF |
| Netto onroerend inkomen: | 95.480 BEF | |
| Afgezonderd beroepsinkomen: | 180.000 BEF | |
| Resterend gezinsinkomen: | 515.480 BEF |
| Berekening van de om te slane belasting |
| a) Afgezonderd beroepsinkomen: | |
| Basisbelasting op 180.000 BEF: | 45.000 BEF |
| Belasting op de belastingvrije som (165.000 BEF): | - 41.250 BEF |
| Verschil: | 3750 BEF |
| b) Resterend gezinsinkomen: | |
| Basisbelasting op 515.480 BEF: | 161.166 BEF |
| Belasting op de belastingvrije som (165.000 BEF) | - 41.250 BEF |
| Verschil: | 119.916 BEF |
| c) Om te slane belasting van het gezin (119.916 BEF + 3750 BEF): | 123.666 BEF |
| B. | Aanslag op naam van de nalatenschap van de overleden echtgenoot |
| Vaststelling van het belastbare inkomen |
| Nettoberoepsinkomen | |
| - bezoldigingen: | 75.000 BEF |
| - winst: | 75.000 BEF |
| Totaal: | 150.000 BEF |
| Netto onroerend inkomen: | 95.480 BEF |
| Gezamenlijk belastbaar inkomen: | 245.480 BEF |
| Berekening van de belasting |
| Basisbelasting op 245.480 BEF: | 61.370 BEF |
| Belasting op de belastingvrije som (208.000 BEF): | - 52.000 BEF |
| Om te slane belasting: | 9370 BEF |
| Vermeerdering VA (*): | 0 BEF |
| Saldo Staat: | 9370 BEF |
| Belastbaar nettoberoepsinkomen van de overleden echtgenoot |
| 150.000 BEF |
| Belastbaar nettoberoepsinkomen van de overleden echtgenoot dat in aanmerking komt voor de berekening van de vermeerdering VA |
| 75.000 BEF |
| (*) Berekening van de vermeerdering VA |
| Aan de vermeerdering onderworpen inkomsten: | 75.000 BEF |
| Belastingvrije som: 208.000 BEF, beperkt tot | 75.000 BEF |
| Basisbelasting op 75.000 BEF: | 18.750 BEF |
| Belasting op de belastingvrije som (75.000 BEF): | - 18.750 BEF |
| Verschil: | 0 BEF |
| Vermeerdering: | 0 BEF |
| C. | Aanslag op naam van de overlevende echtgenoot |
| Vaststelling van het belastbare inkomen |
| Nettoberoepsinkomen: | 450.000 BEF |
| Gezamenlijk belastbaar inkomen: | 450.000 BEF |
| Berekening van de belasting |
| Belastingvrije som: | |
| Basisbedrag: | 208.000 BEF |
| Toeslag voor het jaar van overlijden (296.000 BEF - 150.000 BEF): | 146.000 BEF |
| Aanpassing (**): | - 146.000 BEF |
| 0 BEF | |
| Totaal: | 208.000 BEF |
| Basisbelasting op 450.000 BEF: | 133.350 BEF |
| Belasting op de belastingvrije som (208.000 BEF): | - 52.000 BEF |
| Om te slane belasting: | 81.350 BEF |
| ACB (81.350 BEF X 2%): | 1627 BEF |
| Vermeerdering VA (***): | 0 BEF |
| Saldo Staat: | 82.977 BEF |
| (**) Berekening van de te verrichten aanpassing |
| Belastingvrije som: | |
| Basisbedrag: | 208.000 BEF |
| Toeslag voor het jaar van overlijden (296.000 BEF - 150.000 BEF): | 146.000 BEF |
| Totaal: | 354.000 BEF |
| Basisbelasting op 450.000 BEF: | 133.350 BEF |
| Belasting op de belastingvrije som (354.000 BEF): | - 94.950 BEF |
| Om te slane belasting: | 38.400 BEF |
| Vermindering van de toeslag op de belastingvrije som: | |
| Om te slane gezinsbelasting die zou bekomen worden indien de echtgenoten niet als alleenstaanden moesten worden aangemerkt voor de berekening van de belasting: | 123.666 BEF |
| Totaal van de om te slane belastingen van de aanslagen op naam van de overlevende echtgenoot en van de nalatenschap van de overleden echtgenoot (38.400 BEF + 9370 BEF): | - 47.770 BEF |
| Verschil: | 75.896 BEF |
| Bedrag van de toeslag op de belastingvrije som die overeenstemt met een belasting van 75.896 BEF: | |
| (6000 BEF/40%) + (25.200 BEF/30%) + (44.696 BEF/25%) = 277.784 BEF, beperkt tot: | 146.000 BEF |
| (***) Berekening van de vermeerdering VA |
| Aan de vermeerdering onderworpen inkomsten: | 450.000 BEF |
| Belastingvrije som: | |
| Basisbedrag: | 208.000 BEF |
| Toeslag voor het jaar van overlijden (296.000 BEF - 75.000 BEF): | 221.000 BEF |
| Totaal: | 429.000 BEF |
| Basisbelasting op 450.000 BEF: | 133.350 BEF |
| Belasting op de belastingvrije som (429.000 BEF): | - 124.950 BEF |
| Verschil: | 8400 BEF |
| Berekeningsgrondslag van de vermeerdering: | |
| 8400 BEF X 108% (1)= | 9072 BEF |
| Globale vermeerdering: 9072 BEF X 9% = | 816 BEF |
| Vermeerdering: | 0 BEF |
| (1) | Cf. art. 3, tweede lid, W24.12.1999 houdende fiscale en diverse bepalingen (V 2791, Bull. 801). |
VIII Inwerkingtreding
20. De hierboven besproken wijzigingen treden in werking met ingang van aj.2000.
Voor de Directeur-generaal:
De Directeur,
P. Leroy.
