Circulaire nr. 18/2014 d.d. 16.12.2014
Griffierechten - Enig rolrecht - Continuïteit van de ondernemingen - Wet van 27 mei 2013
FEDERALE OVERHEIDSDIENST FINANCIEN
Algemene Administratie van de PATRIMONIUMDOCUMENTATIE
Toezicht en controle van de griffies
Dossier nr. EE/G 170
DRINGEND
Deze circulaire vervangt de circulaire nr. 1/2009 van 2 april 2009 wat betreft de griffierechten van toepassing in het kader van de wet van 27 mei 2013 tot wijziging van verschillende wetgevingen inzake de continuïteit van de ondernemingen.
Het Belgisch Staatsblad van 22 juli 2013 (p. 45665) heeft de wet gepubliceerd van 27 mei 2013 tot wijziging van verschillende wetgevingen inzake de continuïteit van de ondernemingen (hierna ‘wet’).
Inwerkingtreding van de wet. De wet treedt in werking op 1 augustus 2013. Voor zover ze evenwel het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten (hierna W.Reg.) wijzigt, treedt de wet in werking op 1 januari 2015, bij gebrek aan koninklijk besluit op 31 december 2014 (art. 62, tweede alinea, wet)
Doel van de wet. De wet beoogt de verbetering van tekortkomingen in de wet inzake de continuïteit van de ondernemingen (hierna W.C.O.) : ze wil o.a. de preventie en de opsporing van de ondernemingen in moeilijkheden verbeteren, de schuldeisers beter informeren (met name door het elektronisch dossier en de informatisering van de justitie) en « proberen een einde te maken aan de bedrieglijke en ongepaste aanvragen »(1)
I. Wetteksten - Griffierechten
Nieuw art. 269/4 W.Reg. – Enig rolrecht. Voor elke inschrijving van een in de artikelen 17 en 59 van de wet van 31 januari 2009 betreffende de continuïteit van de ondernemingen bedoeld verzoek tot opening van een procedure van gerechtelijke reorganisatie, wordt een recht van 1.000 euro geheven (art. 44, wet).
Nieuw art. 281 W.Reg. – Vrijstelling van de griffierechten. Onverminderd artikel 269/4, worden de akten, vonnissen en arresten, betreffende de overeenkomstig de wet van 31 januari 2009 betreffende de continuïteit van de ondernemingen ingestelde procedure van gerechtelijke reorganisatie vrijgesteld van griffierechten (art. 45, wet).
II. Enig rolrecht en vrijstelling
Voor elke inschrijving van een verzoek tot opening van een procedure van gerechtelijke reorganisatie bedoeld in de artikelen 17 en 59 van de W.C.O. wordt een recht van 1.000 EUR geheven (nieuw art. 269/4 W.Reg.).
Deze specifieke bepaling voorziet een enig rolrecht voor de inleiding van een procedure van gerechtelijke reorganisatie voor de rechtbank van koophandel. Het specifiek tarief sluit de toepassing uit van het algemeen tarief, voorzien in de artikelen 269/1 tot 269/3 W.Reg. voor elke andere zaak ingeschreven in het kader van de W.C.O.
Het enig rolrecht bedoeld bij artikel 269/4 wijkt af van de algemene heffingsregels betreffende het rolrecht. Het varieert niet naargelang de wijze van inleiding van de procedure (dagvaarding of verzoekschrift). Het is toepasselijk wat ook de aard van de rol is (algemene rol, register van verzoekschriften en register van kort gedingen).
1. Bewarende maatregelen (art. 13 en 14 W.C.O.) – Vrijstelling
Op mondeling of schriftelijk verzoek van de schuldenaar kan de voorzitter van de rechtbank van koophandel een ondernemingsbemiddelaar aanduiden om de reorganisatie van de onderneming te vergemakkelijken, en te handelen als tussenpersoon tussen de schuldenaar en de schuldeisers (art. 13 W.C.O.). Het verzoekschrift tot aanstelling van een ondernemingsbemiddelaar geniet van een vrijstelling van recht bij toepassing van het nieuwe artikel 281 W.Reg.
Een schuldeiser of een belanghebbende derde (werknemer van de onderneming, syndicaal afgevaardigde van de onderneming, enz.) kan, volgens de vormen van het kort geding, de aanstelling vragen van één of meer gerechtsmandatarissen wanneer kennelijke en grove tekortkomingen van de schuldenaar of van zijn organen de continuïteit van de onderneming in moeilijkheden in gevaar brengen en de gevraagde maatregel van die aard is dat hij die continuïteit kan vrijwaren (art. 14 W.C.O.). Het verzoekschrift tot aanstelling van gerechtsmandataris(sen) geniet eveneens van een vrijstelling van recht bij toepassing van het nieuwe artikel 281 W.Reg.
2. Minnelijk akkoord (art. 15 W.C.O.) – Geen inschrijving
De schuldenaar kan aan al zijn schuldeisers of aan twee of meer onder hen een minnelijk akkoord voorstellen betreffende de modaliteiten van de terugbetaling van hun schuldvordering. Het minnelijk akkoord, neergelegd op de griffie van de rechtbank van koophandel en aldaar in een register bewaard moet niet worden ingeschreven, noch op de algemene rol, noch in het register van verzoekschriften. Derden kunnen dit register slechts raadplegen met de uitdrukkelijke toestemming van de schuldenaar (art. 15 W.C.O.).
3. Verzoek tot gerechtelijke reorganisatie (art. 17 W.C.O.) – Enig recht
De schuldenaar die verzoekt om de opening van een procedure van gerechtelijke reorganisatie moet een eenzijdig verzoekschrift tot gerechtelijke reorganisatie richten aan de rechtbank van koophandel (art. 17 W.C.O.), met eerbiediging van de grond- en vormvoorwaarden(2). De procedure van gerechtelijke reorganisatie door gedwongen overdracht kan op dagvaarding van het openbaar ministerie worden bevolen, en dient ingeschreven op de algemene rol met vrijstelling van recht, of op dagvaarding van een schuldeiser of een belanghebbende derde (art. 59, § 2, W.C.O.), in te schrijven op de algemene rol met betaling van het recht van 1.000 EUR voorzien in het nieuwe artikel 269/4 W.Reg.
Het eenzijdig verzoekschrift tot gerechtelijke reorganisatie ingediend door de schuldenaar bij de rechtbank van koophandel moet worden ingeschreven in het register van de verzoekschriften, met betaling van het recht van 1.000 EUR voorzien bij het nieuwe artikel 269/4 W.Reg.
Als een nieuw verzoek tot opening van een procedure van gerechtelijke reorganisatie wordt ingediend bij de rechtbank van koophandel geeft de inschrijving daarvan in het register van verzoekschriften eveneens aanleiding tot een recht van 1.000 EUR krachtens het nieuwe artikel 269/4 W.Reg.: de betaling van dit enig recht kan plaatsvinden in geval van verwerping van het oorspronkelijk verzoek wegens onontvankelijkheid, na de sluiting van de procedure van gerechtelijke reorganisatie of na het verstrijken van het toegestane of verlengde uitstel.
Wanneer een verzoekschrift tot hoger beroep wordt ingediend bij een hof van beroep in het kader van een procedure van gerechtelijke reorganisatie, geeft die inschrijving eveneens aanleiding tot een gewoon rolrecht.
4. Dossier van de gerechtelijke reorganisatie (art. 20 W.C.O.)
De griffie houdt een dossier van de gerechtelijke reorganisatie bij waarin alle elementen met betrekking tot deze procedure en de grond van de zaak voorkomen, met name :
de verslagen van de voorlopige bestuurders, van de gerechtsmandatarissen en van de gedelegeerd rechter, evenals de adviezen van het openbaar ministerie;
de volledige lijst van de schuldeisers in de opschorting, in voorkomend geval verbeterd of aangevuld;
het verslag opgesteld door de kamer voor handelsonderzoek;
het bewijs van de publicatie bij uittreksel in het B.S. van het vonnis dat de procedure van gerechtelijke reorganisatie open verklaart, waarbij de sluiting van de procedure wordt uitgesproken en/of beperkt uitstel wordt verleend aan de schuldenaar, evenals elk ontvangstbewijs of elke opmerking gemaakt door de elke schuldeiser betreffende de communicatie van de voormelde vonnissen door de schuldenaar aan elke schuldeiser;
het gerechtelijk reorganisatieplan bij gemeenschappelijk akkoord waarin de rechten van alle personen die titularis zijn van schuldvorderingen in opschorting en van schuldvorderingen die zullen ontstaan, meer bepaald met vermelding van de zekerheden, de voorrechten en de hoedanigheid van de schuldeiser, de betalingstermijnen, de verminderingen van schuldvorderingen in opschorting in kapitaal en in intresten, de aanrekening van sommen op de hoofdsom van de schuld;
het vonnis tot homologatie/intrekking van het reorganisatieplan;
de jaarlijkse aangiften van de schuldenaar over de uitvoering van het gemeenschappelijk akkoord.
Elke schuldeiser in opschorting heeft er vrij toegang toe. Iedere persoon die een rechtmatig belang kan laten gelden kan er kennis van nemen mits toestemming van de gedelegeerd rechter (art. 20, § 4, al. 1 en 2, W.C.O.).
5. Volgende verzoekschriften – Vrijstelling
De verzoekschriften die worden neergelegd na de opening van de procedure van gerechtelijke reorganisatie, opgesteld door een partij (schuldenaar, schuldeiser of belanghebbende derde), bij de rechtbank van koophandel, genieten van een vrijstelling van het recht bij toepassing van artikel 281 W.Reg.
Er dient opgemerkt dat het eenzijdig verzoekschrift tot homologatie van de overdracht van onderneming bij hoogdringendheid voor de arbeidsrechtbank (art. 61, § 5, W.C.O.) met name de arbeidsvoorwaarden en het lot van hun arbeidsovereenkomsten betreft. Het moet worden ingeschreven in het register van verzoekschriften en geeft geen aanleiding tot enig rolrecht.
6. Gerechtelijke bijstand – Debet
De inschrijvingen gedaan op verzoekschrift van een persoon die gerechtelijke bijstand heeft verkregen zijn vrijgesteld van de onmiddellijke betaling en worden in debet geboekt (art. 160 en 283 W.Reg.)
7. De vorderingen van het openbaar ministerie – Vrijstelling
De vorderingen en dagvaardingen ingediend door het openbaar ministerie (parket van de Procureur des Konings of van het Parket Generaal bij het Hof van beroep of bij het Hof van cassatie) geven geen aanleiding tot enige inschrijving en genieten bijgevolg van een vrijstelling van het recht bij gecumuleerde toepassing van de artikelen 162, 5° bis en 279/1 W.Reg.
8. Vordering « volgens de vormen van het kort geding » – Vrijstelling
Een vordering van derden ingesteld « volgens de vormen van het kort geding » tegen de mandataris(sen) en tegen de schuldenaar (art. 71, § 3, W.C.O.) moet worden ingeschreven op de algemene rol – en niet in het register van de vorderingen in kort geding – met vrijstelling van het recht krachtens artikel 281 W.Reg.
III. Vrijstelling van de griffierechten
Onverminderd de toepassing van artikel 269/4 W.Reg. worden de akten, vonnissen en arresten betreffende de procedure van gerechtelijke reorganisatie, die worden ingediend overeenkomstig de wet van 27 mei 2013, vrijgesteld van de griffierechten (nieuw artikel 281 W.Reg.).
Onder voorbehoud van het enig rolrecht voorzien bij artikel 269/4 W.Reg (besproken onder II hiervoor), stelt het nieuwe artikel 281 W.Reg. vrij van het rolrecht, van het opstelrecht en van het expeditierecht de akten en gerechtelijke beslissingen betreffende de procedure van gerechtelijke reorganisatie ingesteld krachtens de wet van 31 januari 2009 betreffende de continuïteit van de ondernemingen, laatst gewijzigd bij de voormelde wet van 27 mei 2013.
Voor de Administrateur-generaal van de Patrimoniumdocumentatie,
André DE BRUYNE,
Adviseur-generaal
----------
[⇑(1)Rapport namens de commissie, inleidende uiteenzetting van de minister van Justitie, Parl.st., Kamer, 2012-2013, nr. 2692/003, p. 6.]
⇑(2)Op straf van onontvangelijkheid moet de schuldenaar aantonen dat de continuïteit van zijn onderneming op korte of lange termijn bedreigd wordt (art.23, §§ 1 en 2, W.C.O.) en moet hij aan zijn verzoekschrift alle vereiste documenten toevoegen (art. 17, § 2, W.C.O.). Enkel de rechtbank kan het verzoek onontvankelijk verklaren. Het komt niet aan de griffie toe een verzoekschrift te weigeren dat niet zou vergezeld zijn van alle door de W.C.O. opgelegde documenten. De griffie kan niettemin de schuldenaar waarschuwen omtrent de gevolgen van een onvolledig verzoekschrift (Memorie van toelichting, Parl.st., Kamer, 2012-2013, nr. 2692/001, p.13).]
