Circulaire nr. 12/2009 d.d. 09.07.2009

(Circulaire AFZ nr. 8/2009)

Vlaamse registratierechten – wijziging artikel 161, 14°, Vl.W.Reg., wijzigingen aan het decreet betreffende de brownfield-convenanten en bijzondere teruggave

Federale Overheidsdienst FINANCIEN

Administratie van Fiscale Zaken

4de dienst - 3de directie

Patrimoniumdocumentatie

Kadaster, Registratie en Domeinen

Dienst VI

Bijlagen: 2

In het Belgisch Staatsblad van 15 mei 2009 (editie 1), werd het Vlaams decreet van 27 maart 2009 "tot aanpassing en aanvulling van het ruimtelijke plannings-, vergunningen- en handhavingsbeleid ", bekendgemaakt.

Bij dat decreet wordt artikel 161,14°, Vl.W.Reg. gewijzigd. Dit brengt een wijziging mee van de voorwaarden waaronder overdragende of aanwijzende overeenkomsten betreffende onroerende goederen in het kader van de realisatie van een brownfieldproject, kosteloos kunnen geregistreerd worden (artikel 96 van het decreet).

Verder brengt het decreet enkele aanpassingen aan in het decreet van 30 maart 2007 betreffende de Brownfieldconvenanten, onder meer een verlenging van de termijn waarbinnen een Brownfieldconvenant kan worden gesloten (artikelen 107 en 108 van het decreet).

Tenslotte voorziet het nog (artikel 109 van het decreet), onder bepaalde voorwaarden, in een bijzondere tijdelijke mogelijkheid van teruggave van mutatierechten geheven in het kader van overeenkomsten als bedoeld in artikel 161, 14°, Vl.W.Reg., wanneer die gesloten werden in de periode vanaf 19.06.2007 tot en met 31.08.2009 (= dag vóór de datum van inwerkingtreding van het decreet van 27 maart 2009 tot aanpassing en aanvulling van het ruimtelijke plannings-, vergunningen- en handhavingsbeleid).

De artikelen 96 en 109 van het decreet zijn met terugwerkende kracht in werking getreden op 19.06.2007.

Deze circulaire becommentarieert kort de boven vermelde items. Bijlage 1 bevat de relevante tekstgedeelten van het decreet van 27 maart 2009. Bijlage 2 bevat de gecoördineerde tekst van artikel 161, 14°, Vl.W.Reg., zoals dat artikel luidt na de inwerkingtreding van dit decreet.

Deze circulaire sluit inhoudelijk aan bij de circulaire nr. 3/2008 en moet in samenhang daarmee gelezen worden

COMMENTAAR

1. Ratio legis van de wijzigingen aan artikel 161, 14°, Vl.W.Reg.

De wijzigingen aan artikel 161, 14°, van het Vl.W.Reg. werden bij amendement (1) in het decreet ingevoegd. Wat de verantwoording ervan betreft, wordt hetgeen volgt gezegd:

----------

(1) Vlaams Parlement, Zitting 2008-2009, 12 februari 2009 – Stuk 2011 (2008-2009) – Nr. 3. Ontwerp van decreet tot aanpassing en aanvulling van het ruimtelijk plannings-, vergunningen- en handhavingsbeleid. Amendementen. Amendement nr. 122 voorgesteld door mevrouw Joke Schauvliege, de heren Patrick Lachaert en Bart Martens, mevrouw Tinne Rombauts en de heren Patrick De Klerk en André van Nieuwkerke.

" Complexe reconversieprojecten worden gekenmerkt door een vrij intensief verkeer van onroerende goederen: van private of publieke personen naar een grondenbank, van een grondenbank naar investeerders enzovoort. Om de zware kosten en lasten bij de uitvoering van een brownfieldproject te drukken, voorziet het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten daarom in een kosteloze registratie ten bate van de overdracht van de projectgronden. De kosteloze registratie wordt slechts verleend op voorwaarde dat een attest is verkregen waarin wordt bevestigd dat de overdracht geschiedt met het oog op de realisatie van een brownfieldproject dat het voorwerp uitmaakt van een brownfieldconvenant (in de zin van het Brownfielddecreet van 30 maart 2007), en dat de onroerende goederen waarvoor de kosteloze registratie wordt gevraagd, deel uitmaken van dat brownfieldproject.

Deze kosteloze registratie geldt vandaag dus slechts voor overdrachten (2) die geschieden vanaf het ogenblik waarop het convenant effectief is gesloten. Overdrachten die het sluiten van een convenant voorafgaan, kunnen geen aanspraak maken op een kosteloze registratie, ook al geschieden zij effectief reeds in functie van het project. Voorafgaand aan het sluiten van een convenant zal men bijvoorbeeld vaak al trachten om de eigendomsrechten van een zo groot mogelijk deel van het projectgebied in één hand te verzamelen door het aankopen of het ruilen van gronden.

----------

(2) Het is duidelijk dat de indieners van het amendement met het woord "overdrachten" hier bedoelden alle overdragende of aanwijzende overeenkomsten die in aanmerking komen voor de toepassing van artikel 161, 14°, Vl.W.Reg.

Die onwenselijke situatie wordt door voorliggend amendement weggewerkt. Ook overdrachtoperaties die aan het sluiten van het convenant voorafgaan, worden kosteloos geregistreerd. Indien uiterlijk op 31.12.2010 echter geen convenant tot stand komt, dan is het evenredig recht alsnog verschuldigd door de verkrijger van de onroerende goederen.".

Het wegwerken van die "onwenselijke situatie" geschiedt in het decreet (3) met terugwerkende kracht (4) tot op de datum van inwerkingtreding van het decreet van 30 maart 2007 betreffende de Brownfieldconvenanten.

----------

(3) Bij amendement; Zie document onder voetnoot 1, Amendement nr. 129, voorgesteld door dezelfde personen als die welke amendement nr. 122 hebben ingediend.

(4) Die terugwerkende kracht werd in het betreffende amendement als volgt verantwoord: "Artikel 89/1 (art. 96 van het decreet) verruimt het voordeel van de kosteloze registratie voor overdrachten in het kader van een brownfieldproject. Het gaat om een begunstigende maatregel. Artikel 98/1 (artikel 109 van het decreet) voorziet in een teruggaveregeling in het kader van voormelde verruiming. Om die reden valt er geen rechtsweerstand aan te voeren tegen een inwerkingtreding van beide artikelen op de datum van inwerkingtreding van het Brownfielddecreet.".

2. Praktische gevolgen van de wijzigingen aan artikel 161,14°, Vl.W.Reg. voor de federale belastingadministratie.

Voor de federale belastingadministratie heeft de wijziging in de toepassingsvoorwaarden voor de vrijstelling geen direct gevolg, vermits de belastingvrijstelling slechts wordt toegestaan mits de akte, waarin de toepassing ervan wordt gevraagd, vergezeld gaat van een attest waarin de bevoegde Vlaamse Administratie bevestigt dat de overdracht of de aanwijzing geschiedt met het oog op de realisatie van een Brownfieldproject dat het voorwerp uitmaakt of zal uitmaken van een Brownfieldconvenant, en dat de onroerende goederen waarvoor de kosteloze registratie wordt gevraagd deel uitmaken van dat Brownfieldproject. Het blijft dus in de eerste plaats (5) een zaak van de Vlaamse Administratie om te controleren of de (verruimde) toepassingsvoorwaarden voor de vrijstelling zijn vervuld.

----------

(5) Zie ook punt 5 van circulaire nr. 3/2008 van 13.02.2008.

3. Wijzigingen aan het decreet van 30 maart 2007 betreffende de Brownfieldconvenanten.

3.1. Verlenging van de periode waarin een Brownfieldconvenant kan worden afgesloten (6) (artikel 107 van het decreet van 27 maart 2009).

Ingevolge de wijziging van artikel 5 van het decreet van 30 maart 2007 betreffende de Brownfieldconvenanten, is de periode waarin een Brownfieldconvenant kan worden afgesloten verlengd tot 31.12.2010 (7).

----------

(6) Vgl. punt 2 van circulaire nr. 3/2008 van 13.02.2008.

(7) Voorheen: 31.12.2009.

3.2. Bijzondere bepaling inzake teruggave van registratierechten (artikel 109 van het decreet van 27 maart 2009, in zoverre het betrekking heeft op § 2 van het nieuwe artikel 21/1 in het decreet van 30 maart 2007)).

Voor de bespreking van het nieuwe artikel 21/1, § 2 van het decreet van 30 maart 2007 wordt verwezen naar randnummer 4 van deze circulaire.

3.3. Andere wijzigingen (artikel 108 van het decreet van 27 maart 2009 en artikel 109 van hetzelfde decreet in zoverre het betrekking heeft op § 1 van het nieuwe artikel 21/1 in het decreet van 30 maart 2007).

Deze zijn van geen belang voor de federale belastingadministratie.

4. Bijzondere tijdelijke bepaling inzake teruggave in het decreet van 30 maart 2007 betreffende de Brownfieldconvenanten.

§ 2 van het nieuwe artikel 21/1 van het decreet van 30 maart 2007 betreffende de Brownfieldconvenanten, voegt een nieuwe mogelijkheid tot het bekomen van een teruggave in.

4.1. Ratio legis

De invoering van deze mogelijkheid houdt verband met de retroactieve inwerkingtreding van de wijzigingen van artikel 161, 14°, Vl.W.Reg. (8) Bij de duiding van de ratio legis van die wijziging werd reeds aangegeven dat onder de oude regeling het bestaan van een Brownfieldconvenant vereist was voorafgaand aan de overdracht/aanwijzing van het onroerend goed in het kader van het Brownfieldproject. In de voorbereidende werken wordt deze vereiste als onwenselijk beschouwd. Ze wordt dan ook in het decreet retroactief opgeheven. Logischerwijze wordt bijgevolg in het decreet ook in een recht op teruggave voorzien, voor de gevallen waarin rechten betaald werden wegens het niet voorafgaandelijk bestaan van de Convenant, hoewel de overdracht/aanwijzing van het onroerend goed past in de realisatie van een Brownfieldproject.

----------

(8) Zie voetnoot 2.

4.2. Periode waarin de datum van de overeenkomst zich moet situeren opdat de op de akte van overdracht/aanwijzing betaalde rechten voor teruggave in aanmerking zouden kunnen komen op grond van artikel 21/1, § 2 van het decreet van 30 maart 2007.

In het licht van het vorenstaande is het duidelijk waarom het recht op teruggave beperkt is tot overeenkomsten van overdracht/aanwijzing als bedoeld in artikel 161,14°, Vl.W.Reg., die dateren uit de periode van 19.06.2007 (datum van inwerkingtreding van het decreet van 30 maart 2007) tot en met 31.08.2009 (01.09.2009 de datum zijnde van de algemene inwerkingtreding van het decreet van 27 maart 2009) (9).

----------

(9) Vlaams Parlement, Zitting 2008-2009, 12 februari 2009 – Stuk 2011 (2008-2009) – Nr. 3. Ontwerp van decreet tot aanpassing en aanvulling van het ruimtelijk plannings-, vergunningen- en handhavingsbeleid. Amendementen. Amendement nr. 122 voorgesteld door mevrouw Joke Schauvliege, de heren Patrick Lachaert en Bart Martens, mevrouw Tinne Rombouts en de heren Patrick De Klerck en André van Nieuwkerke.

4.3. Vormvoorwaarden betreffende het verzoek tot teruggave.

4.3.1. Ter Post aangetekende brief.

De teruggave moet bij ter post aangetekende brief gevraagd worden hetzij

  • bij het kantoor dat de ontvangst heeft gedaan, d.i. bij de ontvanger die de akte of het geschrift heeft geregistreerd;

  • of bij de gewestelijke directeur waarvan het voormeld kantoor afhangt.

4.3.2. Bijvoeging attest.

Bij de aanvraag tot teruggave moet het attest zijn gevoegd, dat opgenomen is als bijlage bij het besluit van de Vlaamse Regering van 9 november 2007 betreffende de vorm van het attest tot het verkrijgen van kosteloze registratie in het kader van een brownfieldproject dat het voorwerp uitmaakt van een brownfieldconvenant (10).

----------

(10) Het model van het attest is opgenomen in bijlage 3 van de circulaire nr. 3/2008. Normaal zal de tekst onder de derde streep van de verklaring van de aanvrager nog bij besluit van de Vlaamse Regering moeten worden aangepast door toevoeging van de woorden "of zal uitmaken" tussen de woorden "dat het voorwerp uitmaakt" en de woorden "van een Brownfieldconvenant".

4.3.3. Tijdelijke bepaling - Ontvankelijkheid van het verzoek tot teruggave.

Een aanvraag tot teruggave bij toepassing van artikel 21/1, § 2 van het decreet van 30 maart 2007 is vanaf 01.09.2011 niet meer ontvankelijk. Belanghebbenden zullen dus hun verzoek tot teruggave vergezeld van het attest van de Vlaamse Administratie ten laatste op 31.08.2011 bij ter post aangetekende brief moeten zenden aan de bevoegde ontvanger of gewestelijk directeur. De verjaring van een tijdig ingediend verzoek tot teruggave kan uiteraard overeenkomstig de gewone regels worden gestuit of geschorst.

5. Inwerkingtreding.

De algemene inwerkingtreding van het decreet van 27 maart 2009 is bepaald op 01.09.2009. Het belang van deze datum is te situeren op het vlak van de toepassing van het nieuwe artikel 21/1, § 2, van het decreet van 30 maart 2007 (nieuwe mogelijkheid om teruggave te bekomen, mogelijkheid beperkt in de tijd in functie van de inwerkingtreding van het decreet - zie sub randnummer 4).

Voor het overige volstaat het er op te wijzen dat de artikelen 96 (wijziging artikel 161, 14°, van het Vl.W.Reg.) en 109 (invoeging artikel 21/1 in het decreet van 30 maart 2007) van het decreet, uitwerking gekregen hebben met ingang van 19.06.2007. Voor zoveel als nodig wordt eraan herinnerd dat moet gekeken worden naar de datum van de overeenkomst voor de toepassing in de tijd van de betreffende artikelen.

Bijlage 1

Uittreksel uit het Belgisch Staatsblad van 15 mei 2009

27 MAART 2009. - Decreet tot aanpassing en aanvulling van het

ruimtelijke plannings-, vergunningen- en handhavingsbeleid

Het Vlaams Parlement heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt : decreet tot aanpassing en aanvulling van het ruimtelijke plannings-, vergunningen- en handhavingsbeleid.

BOEK I. - ALGEMENE BEPALING

BOEK III. - AANPASSING VAN HET WETBOEK DER REGISTRATIE-, HYPOTHEEK- EN GRIFFIERECHTEN

Art. 96. In artikel 161, 14°, van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten, toegevoegd bij decreet van 30 maart 2007, worden volgende wijzigingen aangebracht :

1° in het eerste lid :

a) worden de woorden « de betrokken onroerende goederen deel uitmaken van een Brownfieldproject dat het voorwerp uitmaakt van een Brownfieldconvenant, als bedoeld in het decreet van 21 maart 2007 betreffende de Brownfieldconvenanten, op voorwaarde dat » geschrapt;

b) worden de woorden « het Brownfieldproject » vervangen door de woorden « een Brownfieldproject dat het voorwerp uitmaakt of zal uitmaken van een Brownfieldconvenant, vermeld in het decreet van 30 maart 2007 betreffende de Brownfieldconvenanten »;

2° in het tweede lid worden de woorden « dat het voorwerp uitmaakt van een Brownfieldconvenant » vervangen door de woorden « dat het voorwerp uitmaakt of zal uitmaken van een Brownfieldconvenant »;

3° in het vierde lid worden tussen het woord « wanneer » en de woorden « het Brownfieldproject niet tijdig wordt gestart of gerealiseerd » de woorden « binnen de periode, vermeld in artikel 5 van het decreet van 30 maart 2007, geen Brownfieldconvenant omtrent het project wordt gesloten, of wanneer » gevoegd.

BOEK XIII. - AANPASSING VAN HET DECREET VAN 30 MAART 2007 BETREFFENDE DE BROWNFIELDCONVENANTEN

Art. 107. In artikel 5 van het decreet van 30 maart 2007 betreffende de Brownfieldconvenanten worden de woorden « 31 december 2009 » vervangen door de woorden « 31 december 2010 ».

Art. 108. In artikel 13 van hetzelfde decreet worden volgende wijzigingen aangebracht :

1° aan § 1, 4°, worden de woorden « het decreet van 22 februari 1995 betreffende de bodemsanering » vervangen door de woorden « het decreet van 27 oktober 2006 betreffende de bodemsanering en de bodembescherming »;

2° aan § 2, tweede lid, worden volgende zinnen toegevoegd :

« Deze zestigdagentermijn wordt geschorst tijdens de periode vanaf 11 juli tot en met de vierde maandag van september van het betrokken kalenderjaar. In het kalenderjaar waarin verkiezingen voor het Vlaams Parlement worden gehouden, wordt de zestigdagentermijn geschorst tijdens de periode vanaf 1 mei tot en met de vierde maandag van september van het betrokken kalenderjaar. ».

Art. 109. In hetzelfde decreet wordt aan afdeling 3 van hoofdstuk IV een artikel 21/1 toegevoegd, dat luidt als volgt :

« Art. 21/1. § 1. Ten behoeve van Brownfieldprojecten kunnen fiscale en parafiscale stimuli worden genoten onder de voorwaarden van artikel 161, 14°, van het wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten, respectievelijk artikel 43, derde lid, 5°, van het decreet van 18 december 1992 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1993.

§ 2. Registratierechten, geheven wegens in artikel 161, 14°, eerste lid, van het wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten vermelde overeenkomsten die gesloten werden in de periode vanaf 19 juni 2007 tot de datum van inwerkingtreding van het decreet van 27 maart 2009 tot aanpassing en aanvulling van het ruimtelijke plannings-, vergunningen- en handhavingsbeleid, worden teruggegeven, indien zulks bij ter post aangetekende brief aangevraagd wordt. Bij de aanvraag moet het attest, vermeld in artikel 161, 14°, tweede lid, van het wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten zijn gevoegd.

De aanvraag tot teruggave moet op straffe van onontvankelijkheid gebeuren binnen de twee jaar te rekenen vanaf de datum van inwerkingtreding van het decreet van 27 maart 2009 tot aanpassing en aanvulling van het ruimtelijke plannings-, vergunningen- en handhavingsbeleid.».

BOEK XV. - INWERKINGTREDINGSBEPALING

Art. 112. Dit decreet treedt in werking op 1 september 2009.

In afwijking van het eerste lid :

1° treden artikel 6, 1°, en artikel 7, 1° en 2°, in werking bij de eerste hersamenstelling van de Vlaamse Commissie voor Ruimtelijke Ordening, respectievelijk de provinciale commissies voor ruimtelijke ordening, na de inwerkingtreding van dit decreet;

2° hebben het derde tot en met zesde lid van het door artikel 36 nieuw ingevoegde artikel 133/60, § 1, van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening, uitwerking met ingang van 1 februari 2009;

3° hebben artikelen 96 en 109 uitwerking met ingang van 19 juni 2007;

4° treedt artikel 97 in werking op de datum, bepaald voor de inwerkingtreding van de gewestelijke stedenbouwkundige verordening in uitvoering van artikel 54, eerste lid, 7°, van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening;

5° heeft artikel 98, 3°, uitwerking met ingang van de datum, bepaald voor de inwerkingtreding van het decreet van 3 maart 1976 tot bescherming van monumenten en stads- en dorpsgezichten;

6° heeft artikel 98, 4°, uitwerking met ingang van 1 januari 2009.

In afwijking van het eerste lid geldt tevens dat de mogelijkheden, vermeld in het door artikel 36 vervangen artikel 133 van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening, benut kunnen worden vanaf de datum van bekendmaking van dit decreet in het Belgisch Staatsblad.

Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.

Brussel, 27 maart 2009.

De minister-president van de Vlaamse Regering,

K. PEETERS

De Vlaamse minister van Financiën en Begroting en Ruimtelijke Ordening,

D. VAN MECHELEN

Bijlage 2

Gecoördineerde tekst van artikel 161,14° van het Vlaams Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten

14° de overeenkomsten tot overdracht of aanwijzing van onroerende goederen als bedoeld in de artikelen 44, 109 en 131, voor zover de overdracht of de aanwijzing geschiedt met het oog op de realisatie van een Brownfieldproject dat het voorwerp uitmaakt of zal uitmaken van een Brownfieldconvenant, vermeld in het decreet van 30 maart 2007 betreffende de Brownfieldconvenanten.

Kosteloosheid wordt slechts verleend op voorwaarde dat bij de aan de formaliteit van de registratie onderworpen akte of verklaring betreffende de overeenkomst een attest is gevoegd waarin wordt bevestigd dat de overdracht of de aanwijzing geschiedt met het oog op de realisatie van een Brownfieldproject dat het voorwerp uitmaakt of zal uitmaken van een Brownfieldconvenant, en dat de onroerende goederen waarvoor de kosteloze registratie wordt gevraagd deel uitmaken van dat Brownfieldproject. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regelen betreffende de vormgeving van dat attest.

Wanneer de overeenkomst ook andere onroerende goederen omvat dan die bedoeld in het eerste lid en de overdracht of de aanwijzing geschiedt voor een gezamenlijke prijs, moet de verkoopwaarde van elk van de onderscheiden categorieën van onroerende goederen worden opgegeven in een verklaring als bedoeld in artikel 168.

Het evenredig recht is alsnog verschuldigd door de verkrijger van de onroerende goederen wanneer binnen de periode, vermeld in artikel 5 van het decreet van 30 maart 2007, geen Brownfieldconvenant omtrent het project wordt gesloten, of wanneer het Brownfieldproject niet tijdig wordt gestart of gerealiseerd conform de in het Brownfieldconvenant opgenomen voorwaarden. Het evenredig recht wordt opeisbaar te rekenen van de kennisgeving van het niet langer vervuld zijn van de voorwaarden voor het behoud van de kosteloosheid. Deze kennisgeving wordt bij ter post aangetekende brief gedaan aan de ontvanger van het kantoor waar de overeenkomst werd geregistreerd, door de door de Vlaamse Regering aangewezen ambtenaar of instantie.

Interne ref.: AFZ: Dossier nr. 387 / Kad., reg. en domeinen: Dossier nr. E.E./L. 189v