7de Addendum dd 13.11.2009 aan de circulaire Ci.RH.241/509.803 (AOIF Nr. 8/2003) dd 05.03.1999

7deAddendum dd 13.11.2009 aan de circulaire Ci.RH.241/509.803 (AOIF Nr. 8/2003) dd 05.03.1999

Vergoeding

Vergoeding voor vrijwilligerswerk

Vrijgestelde vergoeding

Vrijwilliger

Belastingstelsel

Combinatie van de forfaitaire kostenvergoeding met een terugbetaling van de reële vervoerskosten voor maximaal 2.000 kilometer per jaar per vrijwilliger.

Aan alle ambtenaren

1. Overeenkomstig de richtlijnen opgenomen in bovenvermelde circulaire en de addenda daarbij van 17.4.2003, 4.4.2005, 11.5.2006, 23.8.2007, 15.7.2008 en 7.4.2009, mag worden aangenomen dat de vergoedingen die clubs, federaties, verenigingen, instellingen of de overheid in het kader van hun sportieve, sociale of culturele doeleinden aan hun onbezoldigde vrijwilligers toekennen als forfaitaire terugbetalingen van kosten, werkelijke kosten dekken en derhalve niet belastbaar zijn wanneer zij bepaalde grensbedragen niet overschrijden.

2. De grensbedragen van de niet-belastbare vergoedingen zijn voor het aanslagjaar 2010 (vergoedingen vanaf 1.1.2009) per verkrijger bepaald op 30,22 EUR per dag en 1.208,72 EUR per jaar.

3. Wanneer één van de voormelde grensbedragen in een bepaald belastbaar tijdperk wordt overschreden (meer dan 30,22 EUR per dag of meer dan 1.208,72 EUR per jaar), moeten alle inkomsten die voor hetzelfde belastbare tijdperk voortvloeien uit het vrijwilligerswerk, integraal als belastbare inkomsten worden aangemerkt. In dat geval kunnen die vergoedingen alleen als een niet belastbare terugbetaling van eigen kosten van de club, federatie, vereniging, instelling of overheid worden aangemerkt, mits volgend dubbel bewijs wordt geleverd :

  • de vergoeding is bestemd tot het dekken van kosten die eigen zijn aan de club, federatie, vereniging, instelling of overheid;

  • die vergoeding is ook daadwerkelijk aan dergelijke kosten besteed.

4. Wanneer een organisatie op forfaitaire basis vergoedingen aan haar vrijwilligers toekent die de hiervoor bedoelde grensbedragen niet overschrijden dan kan het belastingstelsel dat wordt uiteengezet in de voornoemde circulaire van 5.3.1999 en de daarbij horende addenda, slechts worden toegepast voor zover dat forfaitaire vergoedingsstelsel niet wordt gecombineerd met een vergoedingsstelsel dat is gestoeld op de terugbetaling van de werkelijke kosten op basis van bewijsstukken.

5. Een forfaitaire vergoedingsregeling wordt geacht alle kosten te omvatten waardoor het in principe niet mogelijk is om voor dezelfde organisatie tevens een aanvullende vergoedingsregeling op basis van de werkelijke kosten toe te passen.

6. Wanneer een vrijwilliger actief is voor twee verenigingen en de twee systemen gecombineerd worden omdat de ene vereniging het ene systeem toepast en een andere vereniging het andere systeem, zal men op fiscaal vlak voor het geheel moeten nagaan of de daggrens (inkomstenjaar 2009 : 30,22 EUR per dag) en de jaargrens (inkomstenjaar 2009 : 1.208,72 EUR per jaar) voor de twee systemen samen niet worden overschreden.

7. In het geval dat deze grenzen niet zijn overschreden, is er geen probleem. De vergoedingen betaald in de twee systemen worden als terugbetaling van de eigen kosten van de clubs, federaties, verenigingen, instellingen of overheid aangemerkt en zijn bijgevolg niet belastbaar.

8. In het geval dat deze grenzen wel zijn overschreden, zijn de ontvangen vergoedingen enkel niet belastbaar wanneer het in het nr. 3 bedoelde dubbele bewijs wordt geleverd (zie parlementaire vraag nr. 143 van 30.4.2008 gesteld door Volksvertegenwoordiger Sonja Becq, Vr. en Antw., Kamer, 2007-2008, nr. 025, blz. 5841-5844).

9. Het voorgaande wordt bevestigd in artikel 10 van de Wet van 3 juli 2005 betreffende de rechten van vrijwilligers zoals dat door artikel 62 van de Wet van 6 mei 2009 houdende diverse bepalingen (BS van 19.5.2009) is aangevuld. Naast de expliciete bevestiging van dat cumulatieverbod voert artikel 62 van voornoemde wet echter ook een uitzondering in op die regel.

10. Voortaan bepaalt voornoemd artikel 10 dat een combinatie van het forfaitaire stelsel met de terugbetaling van werkelijke kosten mogelijk is wanneer het de terugbetaling van vervoerskosten betreft en dit voor maximaal 2.000 kilometer per jaar en per vrijwilliger.

11. Als vervoerskosten worden in dit verband aangemerkt de kosten voor het gebruik van :

  • het openbaar vervoer;

  • de eigen wagen;

  • de eigen motor- of bromfiets;

  • de eigen fiets.

Deze opsomming is limitatief.

12. Wat betreft het gebruik van de eigen wagen of van de eigen motor- of bromfiets, worden de reële vervoerskosten vastgesteld overeenkomstig artikel 13 van het koninklijk besluit van 18 januari 1965 houdende de algemene regeling inzake reiskosten. Het bedrag van de kilometervergoeding wordt jaarlijks herzien op 1 juli en wordt voor de periode van 1 juli 2008 tot 30 juni 2009 en voor de periode van 1 juli 2009 tot 30 juni 2010 bepaald op 0,3169 EUR per kilometer, respectievelijk 0,3026 EUR per kilometer voor verplaatsingen met de eigen auto, motor- of bromfiets (zie circulaire nr. Ci.RH.241/599.399 van 6.7.2009).

13. De reële vervoerskosten door het gebruik van de eigen fiets, worden vastgesteld overeenkomstig artikel 6 van het koninklijk besluit van 20 april 1999 houdende toekenning van een vergoeding voor het gebruik van de fiets aan de personeelsleden van sommige overheidsdiensten. Het bedrag van de vergoeding bedraagt momenteel 0,15 EUR per afgelegde kilometer.

14. Het totaalbedrag van de vergoeding voor de kosten voor het gebruik van het openbaar vervoer, de eigen wagen, de eigen motor- of bromfiets of de eigen fiets dat op basis van de in artikel 62 van voornoemde wet van 6 mei 2009 bepaalde uitzondering wordt toegekend, mag per jaar maximaal 2.000 maal de in het nr. 12 bedoelde kilometervergoeding bedragen.

15. Hoewel voornoemde Wet van 3 juli 2005 inzonderheid betrekking heeft op sociale zaken, heeft de Minister van Financiën in zijn antwoord op de parlementaire vraag nr. 13779 van 23.6.2009 gesteld door Volksvertegenwoordiger Stefaan Vercamer (Integraal Verslag, Kamercommissie Financiën en Begroting, Com. 601, blz. 6 en 7) bevestigd dat deze uitzondering eveneens op fiscaal vlak geldt.

16. Vanaf 29 mei 2009 (datum van inwerkingtreding van artikel 62 van voormelde wet van 6 mei 2009) is bijgevolg ook op fiscaal vlak een combinatie van de forfaitaire kostenvergoeding met een terugbetaling van de in deze circulaire bedoelde reële vervoerskosten mogelijk voor maximaal 2.000 kilometer per jaar per vrijwilliger. De inwerkingtreding van deze maatregel vanaf 29 mei 2009 (10 dagen na de publicatie van de wet in het Belgisch Staatsblad van 19 mei 2009) heeft niet tot gevolg dat het voormeld maximum aantal kilometers moet worden herleid tot 7/12 van dat aantal. Voor 2009 geldt m.a.w. ook het maximum van 2.000 kilometer.

17. Tenslotte wordt nog verduidelijkt dat de terugbetaling van de in deze circulaire beoogde reële vervoerskosten voor maximaal 2.000 kilometer per jaar en per vrijwilliger, in afwijking van het bepaalde in het nr. 10 van bovenvermelde circulaire van 5.3.1999, niet wordt geacht deel uit te maken van het bedrag dat geldt als een forfaitaire terugbetaling van kosten.

Voor de Administrateur

Kleine en Middelgrote Ondernemingen :

De Directeur,

S. QUINTENS