Addenda dd 20.10.2010 aan de Circulaire Ci.RH.331/601.038 (AOIF 1/2010) dd. 06.01.2010
Algemene administratie van de FISCALITEIT - Centrale diensten
Directie I/5A
Addendum dd 20.10.2010 aan de circulaire Ci.RH.331/601.038 (AOIF 1/2010) dd. 6.1.2010
Personenbelasting
Vermindering voor energiebesparende uitgaven
Toepassingsvoorwaarden van de vermindering voor uitgaven voor vernieuwing van woningen
Toepassingsvoorwaarden van de vermindering voor energiebesparende uitgaven
Eigenaar
Belastingvermindering
Er is beslist dat in het kader van de art. 145^24, §§ 1 tot 3, 145^25 en 145^31, WIB 92, en andere gelijkaardige bepalingen die zullen worden genomen in de toekomst, het begrip eigenaar eveneens de naakte eigenaar omvat. - In geval van gezamenlijke aanslag, wordt de vermindering tussen de partners omgedeeld ofwel op basis van het belastbaar inkomen, ofwel op basis van het kadastraal inkomen.
Aan alle ambtenaren van de niveaus A, B en C.
De circulaire van 6 januari 2010, ref. Ci.RH.331/601.038 (AOIF 1/2010), strekt ertoe de toepassing van de belastingverminderingen beoogd in de artikelen 145^24, 145^25 en 145^31, WIB 92, uit te breiden tot de naakte eigenaars.
Met betrekking tot de interpretatie van deze circulaire zijn vragen gesteld, die het noodzakelijk maken dat die circulaire wordt aangevuld.
1. VRUCHTGEBRUIKER EN NAAKTE EIGENAAR (VAN EENZELFDE WONING), GEZAMENLIJK BELAST
In de hiervoor vermelde circulaire van 6 januari 2010, wordt het volgende gepreciseerd : "Indien zowel de vruchtgebruiker als de naakte eigenaar uitgaven doen die in aanmerking komen voorbelastingvermindering overeenkomstig art. 145^24, § 1, WIB 92, kunnen zij beiden de belastingvermindering verkrijgen ieder voor zijn eigen uitgaven (tot het maximumbedrag). De belastingverminderingenworden dan afzonderlijk berekend enerzijds voor de vruchtgebruiker en anderzijds voor de naakteeigenaar.".
Elk van hen heeft dus recht op de vermindering berekend op zijn eigen uitgaven en eventueel beperkt in functie van de rechten die elk van hen bezit op de woning. Hetzelfde principe werd reeds toegepast door de administratie in het geval van eigenaars en huurders: hoewel het grensbedrag van de vermindering moet worden berekend per woning, is er om praktische redenen beslist dat de belastingverminderingen op onafhankelijke wijze zullen worden berekend voor de eigenaars enerzijds en voor de huurders anderzijds (zie nr. 37 tot 42 van het 2de addendum van 22.9.2009, bij de circulaire ref. Ci.RH.331/554.678 van 20.2.2003).
Vraag
De gestelde vraag strekt ertoe te vernemen of in het geval van werken uitgevoerd door gezamenlijk belaste belastingplichten (gehuwden of wettelijk samenwonenden) waarbij de ene geheel of gedeeltelijk de naakte eigendom van een woning bezit en de andere geheel of gedeeltelijk het vruchtgebruik, de betrokkenen aanspraak kunnen maken op de belastingverminderingen die op onafhankelijke wijze worden verrekend, zodanig dat de belastingplichtigen samen meer dan 100% van de belasting- vermindering kunnen verkrijgen die voor de woning is voorzien.
Analyse
Hoewel dit niet expliciet is vermeld in de voormelde circulaire van 6 januari 2010 (voor de naakte eigenaars en vruchtgebruikers) noch in de circulaire van 22 september 2009 (voor de huurders en eigenaars), beoogde de tolerantie belastingplichtigen die in het algemeen afzonderlijk worden belast en die de vermindering onderling zouden hebben moeten omdelen.
Aangezien het grensbedrag in principe per woning moet worden berekend, diende dit grensbedrag op basis van de wettekst te worden omgedeeld over alle belastingplichtigen ongeacht of ze huurder of eigenaar waren.
Welnu, de wetteksten ter zake voorzien enkel een wijze van omdeling ofwel op basis van het kadastraal inkomen, ofwel op basis van het belastbaar inkomen van de belastingplichtigen.
Wat de belastingplichtigen betreft die afzonderlijk worden belast en die eigenaar, bezitter, erfpachter, opstalhouder of vruchtgebruiker zijn, wordt het grensbedrag altijd omgedeeld in functie van het aandeel van elk van hen in het kadastraal inkomen. Voor wat de huurder of de naakte eigenaar betreft, is een dergelijke omdeling niet relevant. Bij gebrek aan een omdelingsregel voorzien door de wet, zou het logisch zijn geweest een regel van drie toe te passen op basis van de door elk van hen gedragen uitgaven of van de belastbare inkomsten.
Een dergelijke omdeling van de uitgaven is in de praktijk echter vaak onmogelijk voor de belastingplichtigen die huurder of naakte eigenaar zijn en afzonderlijk worden belast, rekening houdend met de problemen verbonden aan de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, aangezien de betrokken belastingplichtigen niet in bezit zijn van de gegevens die dergelijke omdeling mogelijk maken (het zou vrijwel vereist zijn dat, bijvoorbeeld, de eigenaars en de huurders gezamenlijk hun aangifte invullen).
In geval van gezamenlijke aanslag, stellen de problemen die aan de oorsprong liggen van deze tolerantie, zich niet.
Bovendien, bepalen de artikelen 145^24, 145^25 en 145^31, WIB 92, (aanslagjaar 2010), expliciet dat wanneer een gezamenlijke aanslag wordt gevestigd, de belastingvermindering voor de uitgaven met betrekking tot de bedoelde woning omgedeeld wordt tussen de echtgenoten.
De wettekst bepaalt dus duidelijk dat voor de gezamenlijk belaste echtgenoten, de belastingvermindering die wordt berekend met een per woning toe te passen grensbedrag tussen hen moet omgedeeld worden. Wat artikel 145^24, § 1, WIB 92, betreft wordt in de praktijk het bedrag van de door de twee partners gedragen uitgaven opgeteld, wordt het percentage van 40% toegepast en wordt vervolgens het grensbedrag van 2.000 EUR (te indexeren) toegepast. De wet sluit dus duidelijk uit dat in het kader van de gemeenschappelijke aanslag, de vermindering voor meer dan 100% wordt toegekend.
Besluit
De beslissing genomen in het voordeel van de naakte eigenaars en vruchtgebruikers die beiden uitgaven verrichten die recht geven op vermindering vormt een administratieve afwijking op de wettekst, die zich opdrong omwille van regels inzake de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en omwille van praktische noodwendigheden en die dus op restrictieve manier moet worden toegepast.
In het (weinig voorkomende) geval van twee gezamenlijk belaste belastingplichtigen waarbij de ene geheel of gedeeltelijk de naakte eigendom bezit en de andere geheel of gedeeltelijk het vruchtgebruik, is het niet gerechtvaardigd dat de betrokken belastingverminderingen op onafhankelijke wijze zouden worden berekend.
Bijgevolg, moet de voormelde circulaire van 6 januari 2010 in deze zin geïnterpreteerd
worden.
Voorbeeld
Een gehuwd en gezamenlijk belast echtpaar. Mijnheer bezit 100% van de naakte
eigendom van de gezinswoning en de echtgenote bezit 100% van het vruchtgebruik.
Ze laten in 2009 zonnecelpanelen plaatsen voor een bedrag van 20.000 EUR en dragen gezamenlijk de uitgave.
Al de voorwaarden vereist voor de toekenning van de vermindering voor energiebespa- rende uitgaven zijn vervuld (art. 145^24, § 1, WIB 92).
Berekening van de vermindering voor het aanslagjaar 2010, inkomstenjaar 2009:
20.000 EUR x 40% = 8.000 EUR te beperken tot 3.600 EUR x 100% (en niet 200%).
2. BETROKKEN WETTELIJKE BEPALINGEN
De voormelde circulaire van 6 januari 2010 bepaalt dat er is beslist dat "in het kader van de art. 145^24, 145^25 en 145^31, WIB 92, en andere gelijkaardige bepalingen", het begrip eigenaar eveneens de naakte eigenaar omvat.
Er dient te worden gepreciseerd, enerzijds, dat met "art. 145^24, WIB 92", wel degelijk
wordt bedoeld:
- artikel 145^24, § 1, WIB 92: belastingvermindering voor energiebesparende uitgaven in een woning;
- artikel 145^24, § 2, WIB 92: belastingvermindering voor energiezuinige woning, een passiefhuis, of een nulenergiewoning;
- artikel 145^24, § 3, WIB 92: belastingvermindering voor de intresten van "groene leningen".
Anderzijds, betreffen de "andere gelijkaardige maatregelen" de maatregelen die
eventueel in de toekomst zullen worden genomen.
Voor de Administrateur-generaal van de fiscaliteit d.d.:
De Directeur,
S. QUINTENS
