08.01.2010 - Omzendbrief D.I. 561 - D.D. 292.547
DOUANEPROCEDURES
|
GEMEENSCHAPPEN EN PREFERENTIES OVEREENKOMST TUSSEN DE EGKS EN DE REPUBLIEK TURKIJE | D.I. 561 |
D.D. 292.547 |
Bijlagen : 2 Brussel, 8 januari 2010.
Op 6 juni 2009 werd in het Publicatieblad van de Europese Unie nr. L 143 het Besluit nr. 1/2009 van het Gemengd Comité inge- steld bij de overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal en de Republiek Turkije betreffende de handel in pro- ducten waarop het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeen- schap voor Kolen en Staal van toepassing is van 24 februari 2009 tot wijziging van Protocol nr. 1 van de overeenkomst gepubliceerd.
Het protocol nr. 1 van voornoemde overeenkomst betreffende de definitie van het begrip “producten van oorsprong” en methoden van administratieve samenwerking wordt gewijzigd teneinde de hui- dige diagonale cumulatie uit te breiden tot alle landen die betrokken zijn bij het systeem van de Pan-Euro-mediterrane cumulatie. Dit nieuwe protocol 1 is opgenomen in bijlage 1 van onderhavige om- zendbrief. De bijlagen bij dit protocol zijn identiek aan de bijlagen 3 t/m 8 van hoofdstuk VI bij de Instructie Gemeenschappen en Pre- ferenties 1999.
Bon O.S.D. nr. A/I 141/09
Voornoemde cumulatie kan worden toegepast indien de be- trokken landen de nodige overeenkomsten – voorzien van het Pan- euro-mediterrane oorsprongsprotocol – hebben afgesloten. De reeds afgesloten overeenkomsten evenals hun toepassingsdatum zijn op- genomen in bijlage 2 van de omzendbrief D.D. 265.381 (D.I. 561) “Pan-Euro-Mediterrane-cumulatie” van 10 april 2006.
Er wordt opgemerkt dat voornoemde overeenkomst enkel maar de EGKS producten afdekt. Een lijst van deze producten is op- genomen in bijlage 2 van onderhavige omzendbrief. De oorsprongs- regels opgenomen bij de overige producten blijven zonder gevolg daar ze niet zijn afgedekt door voornoemde overeenkomst.
De instructie Gemeenschappen en Preferenties 1999 zal later worden aangepast.
Voor de Administrateur Douane en Accijnzen : De Directeur, diensthoofd,
G. CAPIAU
BIJLAGE 1
PROTOCOL Nr. 1
betreffende de definitie van het begrip „producten van oorsprong” en methoden van administratieve samenwerking
INHOUDSOPGAVE
TITEL I ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 1 Definities
TITEL II DEFINITIE VAN HET BEGRIP „PRODUCTEN VAN OORSPRONG”
Artikel 2 Algemene voorwaarden Artikel 3 Cumulatie in de Gemeenschap Artikel 4 Cumulatie in Turkije
Artikel 5 Geheel en al verkregen producten Artikel 6 Toereikende bewerking of verwerking Artikel 7 Ontoereikende be- of verwerking Artikel 8 Determinerende eenheid
Artikel 9 Accessoires, vervangingsonderdelen en gereed- schappen
Artikel 10 Stellen of assortimenten Artikel 11 Neutrale elementen
TITEL III TERRITORIALE VOORWAARDEN
Artikel 12 Territorialiteitsbeginsel Artikel 13 Rechtstreeks vervoer Artikel 14 Tentoonstellingen
TITEL IV TERUGGAVE EN VRIJSTELLING VAN RECH- TEN
Artikel 15 Verbod op de teruggave of vrijstelling van douane- rechten
TITEL V BEWIJS VAN OORSPRONG
Artikel 16 Algemene voorwaarden
Artikel 17 Procedure voor de afgifte van een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 of EUR-MED
Artikel 18 Afgifte achteraf van een certificaat inzake goede- renverkeer EUR.1 of EUR-MED
Artikel 19 Afgifte van een duplicaat van een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 of EUR-MED
Artikel 20 Afgifte van een certificaat inzake goederenver- keer EUR.1 of EUR-MED aan de hand van een eerder opgesteld of afgegeven bewijs van oor- sprong
Artikel 21 Gescheiden boekhouding
BIJLAGE 1 (blz. 3)
Artikel 22 Voorwaarden voor het opstellen van een factuurverklaring of een factuurverklaring EUR- MED
Artikel 23 Toegelaten exporteurs
Artikel 24 Geldigheid van bewijzen van oorsprong Artikel 25 Overlegging van bewijzen van oorsprong Artikel 26 Invoer in deelzendingen
Artikel 27 Vrijstelling van bewijs van oorsprong Artikel 28 Bewijsstukken
Artikel 29 Bewaring van de bewijzen van oorsprong en de andere bewijsstukken
Artikel 30 Verschillen en vormfouten Artikel 31 In euro uitgedrukte bedragen
TITEL VI REGELINGEN VOOR ADMINISTRATIEVE SAMENWERKING
Artikel 32 Wederzijdse bijstand
Artikel 33 Controle van de bewijzen van oorsprong Artikel 34 Regeling van geschillen
Artikel 35 Sancties
Artikel 36 Vrije zones
TITEL VII CEUTA EN MELILLA
Artikel 37 Toepassing van het protocol Artikel 38 Bijzondere voorwaarden
TITEL VIII SLOTBEPALINGEN
Artikel 39 Wijzigingen op het protocol
Artikel 40 Overgangsbepalingen voor goederen in doorvoer of in opslag
Lijst van bijlagen
Bijlage I : Inleidende aantekeningen bij de lijst in bijlage II Bijlage II : Lijst van be- of verwerkingen van materialen die
niet van oorsprong zijn waardoor het vervaardigde product de oorsprong verkrijgt
Bijlage IIIa : Voorbeelden van het certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 en van een aanvraag om een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1
Bijlage IIIb : Certificaat inzake goederenverkeer EUR-MED en aanvraag om een certificaat inzake goederenverkeer EUR-MED
Bijlage IVa : Tekst van de factuurverklaring
Bijlage IVb : Tekst van de factuurverklaring EUR-MED
Gemeenschappelijke verklaringen
Gemeenschappelijke verklaring betreffende het Vorstendom Andorra
Gemeenschappelijke verklaring betreffende de Republiek San Marino
TITEL I
ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 1
Definities
Voor de toepassing van dit protocol wordt verstaan onder :
a) „vervaardiging” : elke soort be- of verwerking, met inbe- grip van assemblage of speciale behandelingen;
b) „materiaal” : alle ingrediënten, grondstoffen, componenten, delen, enz., die bij de vervaardiging van het product worden ge- bruikt;
c) „product” : het verkregen product, zelfs indien het bestemd is om later bij de vervaardiging van een ander product te worden ge- bruikt;
d) „goederen” : zowel materialen als producten;
e) „douanewaarde” : de waarde zoals bepaald bij de overeen- komst inzake de toepassing van artikel VII van de Algemene over- eenkomst betreffende tarieven en handel van 1994 (Overeenkomst inzake de douanewaarde van de WTO);
f) „prijs af fabriek” : de prijs die voor het product af fabriek is betaald aan de fabrikant in de Gemeenschap of in Turkije in wiens bedrijf de laatste be- of verwerking is verricht, voor zover in die prijs de waarde is begrepen van alle gebruikte materialen, verminderd met alle binnenlandse belastingen die worden of kunnen worden terug- betaald wanneer het verkregen product wordt uitgevoerd;
g) „waarde van de materialen” : de douanewaarde ten tijde van de invoer van de gebruikte materialen die niet van oorsprong zijn, of, indien deze niet bekend is en niet kan worden vastgesteld, de eerste controleerbare prijs die voor de materialen in de Gemeenschap of Turkije is betaald;
h) „waarde van de materialen van oorsprong” : de waarde van deze materialen als omschreven onder g), welke omschrijving van dienovereenkomstige toepassing is;
i) „toegevoegde waarde” : de prijs af fabriek verminderd met de douanewaarde van alle gebruikte materialen die van oorsprong zijn uit de andere in de artikelen 3 en 4 genoemde landen waar cumulatie van toepassing is of, indien de douanewaarde niet bekend is of niet kan worden vastgesteld, de eerste controleerbare prijs die in de Gemeenschap of in Turkije voor deze materialen is betaald;
j) „hoofdstukken” en „posten” : de hoofdstukken en posten (viercijfercodes) van de nomenclatuur die het geharmoniseerde sys- teem inzake de omschrijving en codering van goederen vormt, in dit protocol „het geharmoniseerde systeem” of „GS” genoemd;
k) „ingedeeld” : de indeling van een product of materiaal onder een bepaalde post;
l) „zending” : producten die gelijktijdig van een exporteur naar een geadresseerde worden verzonden of vergezeld gaan van een enkel vervoersdocument dat de verzending van de exporteur naar de geadresseerde dekt, of bij gebreke daarvan, een enkele factuur;
m) „gebieden” : omvatten ook de territoriale wateren.
TITEL II
DEFINITIE VAN HET BEGRIP „PRODUCTEN VAN OORSPRONG”
Artikel 2
Algemene voorwaarden
- Voor de toepassing van de overeenkomst worden de volgende producten beschouwd van oorsprong te zijn uit de Ge- meenschap :
a) geheel en al in de Gemeenschap verkregen producten in de zin van artikel 5;
b) in de Gemeenschap verkregen producten, waarin mate- rialen zijn verwerkt die daar niet geheel en al zijn verkregen, mits deze materialen in de Gemeenschap een be- of verwerking hebben ondergaan die toereikend is in de zin van artikel 6;
c) goederen van oorsprong uit de Europese Economische Ruimte (EER), in de zin van Protocol nr. 4 bij de Overeenkomst be- treffende de Europese Economische Ruimte.
- Voor de toepassing van de overeenkomst worden de vol- gende producten beschouwd als van oorsprong zijnde uit Turkije :
a) geheel en al in Turkije verkregen producten in de zin van artikel 5;
b) in Turkije verkregen producten, waarin materialen zijn verwerkt die daar niet geheel en al zijn verkregen, mits deze materialen in Turkije een be- of verwerking hebben ondergaan die toereikend is in de zin van artikel 6.
Artikel 3
Cumulatie in de Gemeenschap
- Onverminderd artikel 2, lid 1, worden producten als van oorsprong uit de Gemeenschap beschouwd indien zij daar zijn verkregen door be- of verwerking van materialen van oorsprong uit Bulgarije, Zwitserland (met inbegrip van Liechtenstein) (1), IJsland, Noorwegen, Roemenië, Turkije of de Gemeenschap, op voorwaarde dat deze materialen in de Gemeenschap be- of verwerkingen hebben ondergaan die meer inhouden dan die welke in artikel 7 zijn ge- noemd. Het is niet noodzakelijk dat deze materialen toereikende be- of verwerkingen hebben ondergaan.
- Onverminderd artikel 2, lid 1, worden producten als van oorsprong uit de Gemeenschap beschouwd indien zij daar zijn verkregen door be- of verwerking van materialen van oorsprong uit de Faeröer of een land dat deelneemt aan het Euro-mediterrane partnerschap, dat is gebaseerd op de Verklaring van Barcelona die werd vastgesteld tijdens de Euro-mediterrane Conferentie van 27 en 28 november 1995, met uitzondering van Turkije(2), op voorwaarde dat deze materialen in de Gemeenschap be- of verwerkingen hebben ondergaan die meer inhouden dan die welke in artikel 7 zijn ge- noemd. Het is niet noodzakelijk dat deze materialen toereikende be- of verwerkingen hebben ondergaan.
-
Indien de in de Gemeenschap verrichte be- of verwer- kingen niet ingrijpender zijn dan de in artikel 7 bedoelde be- of ver- werkingen, wordt het verkregen product enkel als van oorsprong uit de Gemeenschap beschouwd indien de aldaar toegevoegde waarde groter is dan die van de gebruikte materialen van oorsprong uit een van de andere dan in de leden 1 en 2 bedoelde landen. Is dit niet het geval, dan wordt het verkregen product beschouwd als van oor- sprong uit het land dat de hoogste waarde vertegenwoordigt van de bij de vervaardiging in de Gemeenschap gebruikte materialen van oorsprong.
(1) Het Vorstendom Liechtenstein heeft een douane-unie met Zwitserland en is partij bij de Overeenkomst betreffende de Euro- pese Economische Ruimte.
(2) Algerije, Egypte, Israël, Jordanië, Libanon, Marokko, Syrië, Tunesië, de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook.
- De producten van oorsprong uit een van de in de leden 1 en 2 genoemde landen die in de Gemeenschap geen enkele be- of ver- werking ondergaan, behouden hun oorsprong wanneer zij naar een van deze landen worden uitgevoerd.
- De cumulatie waarin dit artikel voorziet, kan uitsluitend worden toegepast op voorwaarde dat :
a) een preferentiële handelsovereenkomst overeenkomstig artikel XXIV van de Algemene overeenkomst inzake tarieven en handel (GATT) van toepassing is tussen de landen die betrokken zijn bij het verwerven van de oorsprong en het land van bestemming;
b) materialen en producten de oorsprong hebben verkregen door toepassing van oorsprongsregels die gelijk zijn aan die van dit protocol,
en
c) kennisgevingen zijn gepubliceerd waaruit blijkt dat is vol- daan aan de vereisten voor de toepassing van cumulatie in de C-reeks van het Publicatieblad van de Europese Unie en in Turkije volgens zijn eigen procedures.
De cumulatie waarin dit artikel voorziet, is van toepassing met ingang van de datum die is aangegeven in de kennisgeving in de C-reeks van het Publicatieblad van de Europese Unie.
De Gemeenschap zal Turkije door tussenkomst van de Com- missie van de Europese Gemeenschappen nadere gegevens verstrek- ken over de overeenkomsten, met inbegrip van de datums van in- werkingtreding, en de daarin opgenomen oorsprongsregels, die met de andere in de leden 1 en 2 genoemde landen worden toegepast.
Artikel 4
Cumulatie in Turkije
- Onverminderd artikel 2, lid 2, worden producten als van oorsprong uit Turkije beschouwd indien zij daar zijn verkregen door be- of verwerking van materialen van oorsprong uit Bulgarije, Zwitserland (met inbegrip van Liechtenstein) (1), IJsland, Noorwegen, Roemenië, Turkije of de Gemeenschap, op voorwaarde dat deze materialen in Turkije be- of verwerkingen hebben onder- gaan die meer inhouden dan die welke in artikel 7 zijn genoemd. Het is niet noodzakelijk dat deze materialen toereikende be- of verwer- kingen hebben ondergaan.
- Onverminderd artikel 2, lid 2, worden producten als van oorsprong uit Turkije beschouwd indien zij daar zijn verkregen door be- of verwerking van materialen van oorsprong uit de Faeröer of een land dat deelneemt aan het Euro-mediterrane partnerschap, dat gebaseerd is op de Verklaring van Barcelona die werd vastgesteld tijdens de Euro-mediterrane Conferentie van 27 en 28 novem- ber 1995, met uitzondering van Turkije (2), op voorwaarde dat deze materialen in Turkije be- of verwerkingen hebben ondergaan die meer inhouden dan die welke in artikel 7 zijn genoemd. Het is niet noodzakelijk dat deze materialen toereikende be- of verwerkingen hebben ondergaan.
-
Indien de in Turkije verrichte be- of verwerkingen niet ingrijpender zijn dan de in artikel 7 bedoelde be- of verwerkingen, wordt het verkregen product enkel als van oorsprong uit Turkije be- schouwd indien de aldaar toegevoegde waarde groter is dan die van de gebruikte materialen van oorsprong uit een van de andere in de leden 1 en 2 bedoelde landen. Is dit niet het geval dan wordt het verkregen product beschouwd als van oorsprong uit het land waar de meeste waarde is toegevoegd aan de bij de vervaardiging in Turkije gebruikte materialen van oorsprong.
(1) Het Vorstendom Liechtenstein heeft een douane-unie met Zwitserland en is partij bij de Overeenkomst betreffende de Euro- pese Economische Ruimte.
(2) Algerije, Egypte, Israël, Jordanië, Libanon, Marokko, Syrië, Tunesië, de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook.
- De producten van oorsprong uit een van de in de leden 1 en 2 genoemde landen die in Turkije geen enkele be- of verwerking ondergaan, behouden hun oorsprong wanneer zij naar een van deze landen worden uitgevoerd.
- De cumulatie waarin dit artikel voorziet kan uitsluitend worden toegepast op voorwaarde dat :
a) een preferentiële handelsovereenkomst overeenkomstig artikel XXIV van de Algemene overeenkomst inzake tarieven en handel (GATT) van toepassing is tussen de landen die betrokken zijn bij het verwerven van de oorsprong en het land van bestemming;
b) materialen en producten de oorsprong hebben verkregen door toepassing van oorsprongsregels die gelijk zijn aan die van dit protocol,
en
c) kennisgevingen zijn gepubliceerd waaruit blijkt dat is voldaan aan de vereisten voor de toepassing van cumulatie in de C-reeks van het Publicatieblad van de Europese Unie en in Turkije volgens zijn eigen procedures.
De cumulatie waarin dit artikel voorziet, is van toepassing met ingang van de datum die is aangegeven in de kennisgeving in de C-reeks van het Publicatieblad van de Europese Unie.
Turkije zal de Gemeenschap door tussenkomst van de Com- missie van de Europese Gemeenschappen nadere gegevens verstrek- ken over de overeenkomsten, met inbegrip van de datums van inwerkingtreding, en de daarin opgenomen oorsprongsregels, die met de andere in de leden 1 en 2 genoemde landen worden toegepast.
Artikel 5
Geheel en al verkregen producten
- Als geheel en al in de Gemeenschap of in Turkije ver- kregen worden beschouwd :
a) aldaar uit de bodem of zeebodem gewonnen minerale producten;
b) aldaar geoogste producten van het plantenrijk;
c) aldaar geboren en gefokte levende dieren;
d) producten afkomstig van aldaar opgefokte levende dieren;
e) voortbrengselen van de aldaar bedreven jacht en visserij;
f) producten van de zeevisserij en andere buiten de territoriale wateren van de Gemeenschap of van Turkije door hun schepen uit de zee gewonnen producten;
g) producten uitsluitend uit de onder f) bedoelde producten aan boord van hun fabrieksschepen vervaardigd;
h) aldaar verzamelde gebruikte artikelen die slechts voor de terugwinning van grondstoffen kunnen dienen, met inbegrip van ge- bruikte banden die uitsluitend geschikt zijn om van een nieuw loop- vlak te worden voorzien of slechts als afval kunnen worden gebruikt;
i) afval en schroot afkomstig van aldaar verrichte fabrieksbe- werkingen;
j) producten, gewonnen uit de zeebodem of -ondergrond buiten de territoriale wateren, mits zij alleen het recht hebben op ontginning van deze bodem of ondergrond;
k) goederen die aldaar uitsluitend uit de onder a) tot en met j) bedoelde producten zijn vervaardigd.
- De termen „hun schepen” en „hun fabrieksschepen” in lid 1, onder f) en g), zijn slechts van toepassing op schepen en fabrieksschepen :
a) die in een lidstaat van de Gemeenschap of Turkije zijn in- geschreven of geregistreerd;
b) die de vlag van een lidstaat van de Gemeenschap of van Turkije voeren;
c) die voor ten minste 50 procent toebehoren aan onderdanen van lidstaten van de Gemeenschap of van Turkije of aan een onder- neming die haar hoofdkantoor in een van deze staten heeft en waar- van de bedrijfsvoerder(s), de voorzitter van de raad van bestuur of van toezicht en de meerderheid van de leden van deze raden onder- danen zijn van een lidstaat van de Gemeenschap of van Turkije, en waarvan bovendien, in het geval van personenvennootschappen of vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid, ten minste de helft van het kapitaal toebehoort aan deze staten of aan openbare lichamen of onderdanen daarvan;
d) waarvan de kapitein en de officieren onderdanen zijn van lidstaten van de Gemeenschap of van Turkije,
en
e) waarvan de bemanning voor ten minste 75 % bestaat uit onderdanen van lidstaten of van Turkije.
Artikel 6
Toereikende bewerking of verwerking
- Niet geheel en al verkregen producten worden geacht een toereikende bewerking of verwerking te hebben ondergaan in de zin van artikel 2, indien aan de voorwaarden van de lijst in bijlage II is voldaan.
Deze voorwaarden geven voor alle onder de overeenkomst vallende producten aan welke be- of verwerkingen niet van oorsprong zijnde materialen bij de vervaardiging van deze producten moeten ondergaan en zijn slechts op deze materialen van toepassing. Dit betekent dat indien een product dat de oorsprong heeft verkregen doordat het aan de voorwaarden in die lijst voor dat product heeft voldaan, als materiaal gebruikt wordt bij de vervaardiging van een ander product, de voorwaarden die van toepassing zijn op het product waarin het wordt verwerkt daarvoor niet gelden. Er wordt dan geen rekening gehouden met niet van oorsprong zijnde materialen die bij de vervaardiging ervan zijn gebruikt.
- In afwijking van lid 1 kunnen niet van oorsprong zijnde materialen die volgens de voorwaarden in de lijst in bijlage II bij de vervaardiging van een bepaald product niet mogen worden gebruikt, in de volgende gevallen toch worden gebruikt :
a) wanneer de totale waarde ervan niet meer dan 10 % be- draagt van de prijs af fabriek van het product;
b) wanneer een in de lijst vermelde maximumwaarde voor niet van oorsprong zijnde materialen door de toepassing van dit lid niet wordt overschreden.
Dit lid is niet van toepassing op producten die onder de hoofdstukken 50 tot en met 63 van het geharmoniseerde systeem zijn ingedeeld.
- De leden 1 en 2 zijn van toepassing onder voorbehoud van artikel 7.
Artikel 7
Ontoereikende be- of verwerking
- Behoudens lid 2 worden de volgende be- of verwerkingen beschouwd als ontoereikend om de oorsprong te verlenen, ongeacht of aan de voorwaarden van artikel 6 is voldaan :
a) behandelingen om de producten tijdens vervoer en opslag in goede staat te bewaren;
b) het splitsen en samenvoegen van colli;
c) het wassen, schoonmaken; het stofvrij maken, verwijderen van roest, olie, verf of dergelijke;
d) het strijken of persen van textiel;
e) het eenvoudig schilderen of polijsten;
f) het doppen, het geheel of gedeeltelijk bleken, het polijsten of glanzen van granen en rijst;
g) het kleuren van suiker of het vormen van suikerklonten;
h) het pellen, ontpitten of schillen van noten, vruchten of groenten;
i) het aanscherpen, eenvoudig vermalen of eenvoudig versnijden;
j) het zeven, sorteren, classificeren, assorteren (daaronder be- grepen het samenstellen van sets van artikelen);
k) het eenvoudig plaatsen in flessen, flacons, blikken, zakken, kratten of dozen, het bevestigen op kaarten of platen en alle andere eenvoudige handelingen in verband met de opmaak;
l) het aanbrengen of opdrukken van merken, etiketten, beeld- merken of andere soortgelijke onderscheidingstekens op de pro- ducten zelf of op de verpakking;
m) het eenvoudig mengen van producten, ook van ver- schillende soorten;
n) het eenvoudig samenvoegen van delen van artikelen tot een volledig artikel dan wel het uit elkaar nemen van artikelen in onder- delen;
o) twee of meer van de onder a) tot en met n) vermelde be- handelingen tezamen;
p) het slachten van dieren.
- Om te bepalen of de be- of verwerkingen die een bepaald product heeft ondergaan ontoereikend zijn in de zin van lid 1 worden alle be- of verwerkingen die dit product in de Gemeenschap of in Turkije heeft ondergaan tezamen genomen.
Artikel 8
Determinerende eenheid
- De determinerende eenheid voor de toepassing van de be- palingen van dit protocol is het product dat bij de bepaling van de indeling volgens het geharmoniseerde systeem als de basiseenheid wordt beschouwd.
Hieruit volgt :
a) wanneer een product, bestaande uit een groep of verzame- ling van artikelen, onder één enkele post van het geharmoniseerde systeem wordt ingedeeld, het geheel de in aanmerking te nemen een- heid vormt;
b) wanneer een zending bestaat uit een aantal identieke producten die onder dezelfde post van het geharmoniseerde systeem worden ingedeeld, elk product voor de toepassing van de bepalingen van dit protocol afzonderlijk moet worden genomen.
- Wanneer volgens algemene regel 5 voor de interpretatie van het geharmoniseerde systeem de verpakking meetelt voor het vaststellen van de indeling, telt deze ook mee voor het vaststellen van de oorsprong.
Artikel 9
Accessoires, vervangingsonderdelen en gereedschappen
Accessoires, vervangingsonderdelen en gereedschappen die samen met materieel, machines, apparaten of voertuigen worden ge- leverd en deel uitmaken van de normale uitrusting daarvan en in de prijs daarvan zijn inbegrepen of niet afzonderlijk in rekening worden gebracht, worden geacht één geheel te vormen met het materieel en de machines, apparaten of voertuigen in kwestie.
Artikel 10
Stellen of assortimenten
Stellen of assortimenten in de zin van algemene regel 3 voor de interpretatie van het geharmoniseerde systeem, worden als van oorsprong beschouwd indien alle samenstellende delen van oor- sprong zijn. Een stel of assortiment bestaande uit producten van oor- sprong en producten die niet van oorsprong zijn, wordt evenwel als van oorsprong beschouwd indien de waarde van de producten die niet van oorsprong zijn niet meer dan 15 % van de prijs af fabriek van het stel of assortiment bedraagt.
Artikel 11
Neutrale elementen
Om te bepalen of een product een product van oorsprong is, behoeft niet te worden nagegaan wat de oorsprong is van bij de vervaardiging van dat product gebruikte :
a) energie en brandstof;
b) fabrieksuitrusting;
c) machines en werktuigen;
d) goederen die in de uiteindelijke samenstelling van het product niet voorkomen en ook niet bedoeld waren daarin voor te komen.
TITEL III
TERRITORIALE VOORWAARDEN
Artikel 12
Territorialiteitsbeginsel
- Behoudens artikel 2, lid 1, onder c), de artikelen 3 en 4, en lid 3 van dit artikel moet aan de voorwaarden in titel II voor het ver- krijgen van de oorsprong zonder onderbreking in de Gemeenschap of in Turkije zijn voldaan.
- Behoudens de artikelen 3 en 4 worden producten van oor- sprong die uit de Gemeenschap of Turkije naar een ander land wor- den uitgevoerd en vervolgens opnieuw worden ingevoerd, als niet van oorsprong beschouwd, tenzij ten genoegen van de douaneautori- teiten wordt aangetoond dat :
a) de terugkerende goederen dezelfde zijn als de eerder uit- gevoerde goederen,
en
b) de goederen tijdens de periode dat ze waren uitgevoerd geen andere be- of verwerkingen hebben ondergaan dan die welke noodzakelijk waren om ze in goede staat te bewaren.
- Het verkrijgen van de oorsprong overeenkomstig de voor- waarden van titel II wordt niet beïnvloed door be- of verwerkingen buiten de Gemeenschap of Turkije van uit de Gemeenschap of Turkije uitgevoerde en later wederingevoerde materialen, indien :
a) deze materialen geheel en al in de Gemeenschap of Turkije zijn verkregen dan wel, voorafgaand aan de uitvoer, aldaar be- of verwerkingen hebben ondergaan die meer inhouden dan die welke in artikel 7 zijn genoemd,
en
b) ten genoegen van de douaneautoriteiten kan worden aan- getoond dat :
i) de wederingevoerde goederen het resultaat zijn van de be- of verwerking van de uitgevoerde materialen,
en
ii) de totale buiten de Gemeenschap of Turkije toege- voegde waarde niet meer dan 10 % bedraagt van de prijs af fabriek van het als product van oorsprong aangemerkte eind- product.
- Voor de toepassing van lid 3 is titel II betreffende het ver- lenen van de oorsprong niet van toepassing op buiten de Gemeen- schap of Turkije verrichte be- of verwerkingen. Wanneer evenwel, in de lijst van bijlage II, voor de vaststelling van het karakter van pro- duct van oorsprong van het betrokken eindproduct een regel is opge- nomen die de maximumwaarde van alle gebruikte niet van oorsprong zijnde materialen vaststelt, mogen de totale waarde van de niet van oorsprong zijnde materialen die in de betrokken partij worden ver- werkt en de totale buiten de Gemeenschap of Turkije overeen- komstig dit artikel toegevoegde waarde het vermelde percentage niet overschrijden.
- Voor de toepassing van de leden 3 en 4 wordt onder „totale toegevoegde waarde” verstaan alle buiten de Gemeenschap of Turkije gemaakte kosten, met inbegrip van de waarde van de aldaar toegevoegde materialen.
- De leden 3 en 4 zijn niet van toepassing op producten die niet aan de voorwaarden van de lijst in bijlage II voldoen of die slechts kunnen worden aangemerkt als toereikend te zijn be- of ver- werkt door toepassing van de algemene tolerantieregel van artikel 6, lid 2.
- De leden 3 en 4 zijn niet van toepassing op producten van de hoofdstukken 50 tot en met 63 van het geharmoniseerde systeem.
- De in dit artikel bedoelde be- of verwerkingen buiten de Gemeenschap of Turkije vinden plaats in het kader van de regeling passieve veredeling of een soortgelijke regeling.
Artikel 13
Rechtstreeks vervoer
- De bij deze overeenkomst vastgestelde preferentiële rege- ling is uitsluitend van toepassing op producten die aan de voorwaar- den van dit protocol voldoen en die rechtstreeks tussen de Gemeen- schap en Turkije of over het grondgebied van een ander in de artike- len 3 en 4 genoemd land waarmee cumulatie van toepassing is, zijn vervoerd. Producten die één enkele zending vormen, kunnen even- wel via een ander grondgebied worden vervoerd, eventueel met over- slag of tijdelijke opslag op dit grondgebied, mits zij in het land van doorvoer of opslag onder toezicht van de douane blijven en aldaar geen andere behandelingen ondergaan dan lossen en opnieuw laden of behandelingen om ze in goede staat te bewaren.
Producten van oorsprong mogen per pijpleiding via een ander grondgebied dan dat van de Gemeenschap of van Turkije worden vervoerd.
- Het bewijs dat aan de in lid 1 bedoelde voorwaarden is voldaan, wordt geleverd door overlegging van de volgende stukken aan de douaneautoriteiten van het land van invoer:
a) een enkel vervoerdocument dat het vervoer dekt van het land van uitvoer door het land van doorvoer,
b) een door de douaneautoriteiten van het land van doorvoer afgegeven certificaat :
i) een nauwkeurige omschrijving van de goederen;
ii) de data waarop de producten gelost en opnieuw ge- laden zijn, in voorkomend geval onder vermelding van de ge- bruikte, schepen of andere vervoermiddelen,
en
iii) dat een verklaring bevat over de voorwaarden waarop de goederen in het land van doorvoer verbleven;
c) hetzij, bij gebreke van bovengenoemde stukken, enig ander bewijsstuk.
Artikel 14
Tentoonstellingen
- Deze overeenkomst is van toepassing op producten van oorsprong die naar een tentoonstelling in een ander dan de in de artikelen 3 en 4 genoemde landen waarmee cumulatie van toepassing is, zijn verzonden en die na de tentoonstelling zijn verkocht en in de Gemeenschap of in Turkije worden ingevoerd, mits ten genoegen van de douaneautoriteiten wordt aangetoond dat :
a) een exporteur deze producten vanuit de Gemeenschap of Turkije naar het land van de tentoonstelling heeft verzonden en ze daar heeft tentoongesteld;
b) deze exporteur de producten heeft verkocht of overge- dragen aan een geadresseerde in de Gemeenschap of in Turkije;
c) de producten tijdens of onmiddellijk na de tentoonstelling in dezelfde staat als waarin zij naar de tentoonstelling zijn gegaan zijn verzonden,
en
d) dat de goederen vanaf het moment dat zij naar de ten- toonstelling werden verzonden, niet voor andere doeleinden zijn gebruikt dan om op die tentoonstelling te worden vertoond.
- Een bewijs van de oorsprong wordt overeenkomstig de bepalingen van titel V afgegeven of opgesteld en op de normale wijze bij de douaneautoriteiten van het land van invoer ingediend. Op dit bewijs zijn de naam en het adres van de tentoonstelling vermeld. Zo nodig kunnen aanvullende bewijsstukken worden ge- vraagd betreffende de aard van de goederen en de omstandigheden waaronder zij zijn tentoongesteld.
- Lid 1 is van toepassing op alle tentoonstellingen, beurzen of soortgelijke openbare evenementen met een commercieel, in- dustrieel, agrarisch of ambachtelijk karakter die niet voor particuliere doeleinden in winkels of bedrijfsruimten met het oog op de verkoop van buitenlandse producten worden gehouden, en gedurende welke de producten onder douanetoezicht zijn gebleven.
TITEL IV
TERUGGAVE EN VRIJSTELLING VAN RECHTEN
Artikel 15
Verbod op de teruggave of vrijstelling van douanerechten
- a) Niet van oorsprong zijnde materialen die gebruikt zijn bij de vervaardiging van producten van oorsprong uit de Gemeen- schap, Turkije, of een van de andere in de artikelen 3 en 4 genoemde landen waarvoor overeenkomstig de bepalingen van titel V een be- wijs van oorsprong is afgegeven of opgesteld, komen in de Gemeen- schap of in Turkije niet in aanmerking voor de teruggave of vrijstel- ling van douanerechten in welke vorm dan ook.
b) De onder hoofdstuk 3 en de posten 1604 en 1605 van het geharmoniseerde systeem ingedeelde producten van oorsprong uit de Gemeenschap in de zin van artikel 2, lid 1, onder c), waarvoor over- eenkomstig titel V een bewijs van de oorsprong is afgegeven of op- gesteld, komen in de Gemeenschap niet in aanmerking voor terug- gave of vrijstelling van douanerechten in welke vorm dan ook.
- Het verbod in lid 1 is van toepassing op elke regeling voor terugbetaling of algehele of gedeeltelijke vrijstelling van douane- rechten of heffingen van gelijke werking die in de Gemeenschap of in Turkije van toepassing is op materialen die bij de vervaardiging worden gebruikt en op de in lid 1, onder b), bedoelde producten, indien een dergelijke terugbetaling of vrijstelling uitdrukkelijk of feitelijk wordt toegekend indien de producten die uit genoemde materialen zijn verkregen worden uitgevoerd, doch niet van toe- passing is indien deze producten voor binnenlands gebruik zijn bestemd.
- De exporteur van producten die door een bewijs van oor- sprong zijn gedekt, dient steeds bereid te zijn op verzoek van de douaneautoriteiten alle stukken over te leggen waaruit blijkt dat geen teruggave of vrijstelling van rechten is verkregen ten aanzien van de bij de vervaardiging van de betrokken producten gebruikte materia- len die niet van oorsprong zijn en dat alle douanerechten en heffin- gen van gelijke werking die op deze materialen van toepassing zijn, daadwerkelijk zijn betaald.
- De leden 1, 2 en 3 zijn ook van toepassing op de verpak- king in de zin van artikel 8, lid 2, op accessoires, vervangingsonder- delen en gereedschappen in de zin van artikel 9 en op artikelen die deel uitmaken van een stel of assortiment in de zin van artikel 10, wanneer dergelijke producten niet van oorsprong zijn.
- De leden 1 tot en met 4 zijn uitsluitend van toepassing op materialen waarop deze overeenkomst van toepassing is. Zij doen geen afbreuk aan het stelsel van restituties bij de uitvoer van land- bouwproducten overeenkomstig de bepalingen van deze overeen- komst.
TITEL V
BEWIJS VAN OORSPRONG
Artikel 16
Algemene voorwaarden
- De bepalingen van deze overeenkomst zijn van toepassing op producten van oorsprong uit de Gemeenschap die in Turkije worden ingevoerd en op producten van oorsprong uit Turkije die in de Gemeenschap worden ingevoerd, op vertoon van een van de volgende bewijzen van oorsprong :
a) een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1, waarvan het model in bijlage IIIa is opgenomen;
b) een certificaat inzake goederenverkeer EUR-MED, waarvan het model in bijlage III b is opgenomen;
c) in de in artikel 22, lid 1, bedoelde gevallen, een verklaring van de exporteur (hierna „factuurverklaring” genoemd, of „factuur- verklaring EUR-MED”) op een factuur, pakbon of een ander han- delsdocument, waarin de producten duidelijk genoeg zijn omschre- ven om geïdentificeerd te kunnen worden; de teksten van de factuurverklaringen zijn opgenomen in de bijlagen IVa en IVb.
- In afwijking van lid 1 vallen producten van oorsprong in de zin van dit protocol in de in artikel 27 bedoelde gevallen onder de toepassing van de overeenkomst zonder dat een van de in lid 1 be- doelde bewijzen van oorsprong behoeft te worden overgelegd.
Artikel 17
Procedure voor de afgifte van een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 of EUR-MED
- Certificaten inzake goederenverkeer EUR.1 of EUR-MED worden afgegeven door de douaneautoriteiten van het land of gebied overzee van uitvoer op schriftelijke aanvraag van de exporteur of, onder diens verantwoordelijkheid, van zijn gemachtigde vertegen- woordiger.
- Hiervoor vult de exporteur of diens gemachtigde vertegen- woordiger zowel het certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 of EUR-MED als het aanvraagformulier in. Modellen van beide formu- lieren zijn in de bijlagen III a en b opgenomen. De formulieren wor- den ingevuld in een van de talen waarin de overeenkomst is opge- steld, overeenkomstig de bepalingen van het nationale recht van het land van uitvoer. Indien zij met de hand worden ingevuld, dient dit met inkt en in blokletters te gebeuren. De producten moeten worden omschreven in het daartoe bestemde vak en er mogen geen regels worden opengelaten. Indien dit vak niet volledig is ingevuld, wordt onder de laatste regel een horizontale lijn getrokken en het niet- ingevulde gedeelte doorgekruist.
- De exporteur die om de afgifte van een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 of EUR-MED verzoekt, dient steeds in staat te zijn op verzoek van de douaneautoriteiten van het land van uitvoer waar het certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 of EUR-MED wordt afgegeven, de nodige documenten te overleggen waaruit blijkt dat de betrokken producten van oorsprong zijn en dat aan de andere voorwaarden van dit protocol is voldaan.
- Behoudens lid 5 wordt een certificaat inzake goederenver- keer EUR.1 afgegeven door de douaneautoriteiten van een lidstaat van de Gemeenschap of Turkije in de volgende gevallen :
- indien de betrokken producten kunnen worden beschouwd als producten van oorsprong uit de Gemeenschap, Turkije of een van de andere in de artikelen 3, lid 1, en 4, lid 1, genoemde landen waar- mee cumulatie van toepassing is, zonder toepassing van cumulatie met materialen van oorsprong uit een van de andere in de artikelen 3, lid 2, en 4, lid 2, genoemde landen, en voldoen aan de andere eisen van dit protocol;
- indien de betrokken producten kunnen worden beschouwd als producten van oorsprong uit een van de in de artikelen 3, lid 2, en 4, lid 2, genoemde landen waarmee cumulatie van toepassing is, zonder toepassing van cumulatie met materialen van oorsprong uit een van de in de artikelen 3 en 4 genoemde landen, en voldoen aan de andere eisen van dit protocol, op voorwaarde dat een EUR-MED- certificaat of een factuurverklaring EUR-MED is afgegeven in het land van oorsprong.
- Het certificaat inzake goederenverkeer EUR-MED wordt afgegeven door de douaneautoriteiten van een lidstaat van de Ge- meenschap of van Turkije indien de betrokken producten kunnen worden beschouwd als producten van oorsprong uit de Gemeen- schap, uit Turkije of uit een van de andere in de artikelen 3 en 4 genoemde landen waarmee cumulatie van toepassing is en indien aan de voorwaarden van dit protocol is voldaan, en :
- cumulatie werd toegepast met materialen van oorsprong uit een van de in de artikelen 3, lid 2, en 4, lid 2, genoemde landen, of
- de producten kunnen worden gebruikt als materialen in het kader van cumulatie voor de vervaardiging van producten voor uitvoer naar een van de in de artikelen 3, lid 2, en 4, lid 2, genoemde landen, of
- de producten opnieuw kunnen worden uitgevoerd uit het land van bestemming naar een van de in de artikelen 3, lid 2, en 4, lid 2, genoemde landen.
- Een certificaat inzake het goederenverkeer EUR-MED bevat een van de volgende verklaringen in het Engels in vak 7 :
- indien de oorsprong is verkregen door toepassing van cumulatie met materialen van oorsprong uit een of meer van de in de artikelen 3 en 4 genoemde landen :
„CUMULATIE TOEGEPAST MET ……” (naam landen)
- indien de oorsprong is verkregen zonder toepassing van cumulatie met materialen van oorsprong uit een of meer van de in de artikelen 3 en 4 genoemde landen :
„GEEN CUMULATIE TOEGEPAST”.
- De met de afgifte van certificaten inzake goederenver- keer EUR.1 of EUR-MED belaste douaneautoriteiten nemen alle nodige maatregelen om te controleren of de producten daadwerkelijk van oorsprong zijn, en gaan na of aan alle andere voorwaarden van dit protocol is voldaan. Met het oog hierop zijn zij gerechtigd bewijsstukken op te vragen, de administratie van de exporteur in te zien en alle andere controles te verrichten die zij dienstig achten. Zij zien er ook op toe dat de in lid 2 bedoelde formulieren correct zijn ingevuld. Met name wordt nagegaan of het voor de omschrijving van de goederen bestemde vak zodanig is ingevuld dat frauduleuze toevoegingen niet mogelijk zijn.
- De datum van afgifte van het certificaat inzake goederen- verkeer EUR.1 of EUR-MED wordt vermeld in vak 11 van het certi- ficaat.
- Een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 of EUR- MED wordt door de douaneautoriteiten afgegeven en ter beschikking van de exporteur gesteld zodra de goederen daadwerkelijk worden uitgevoerd of wanneer het zeker is dat ze zullen worden uitgevoerd.
Artikel 18
Afgifte achteraf van een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 of EUR-MED
- In afwijking van artikel 17, lid 9, kan een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 of EUR-MED bij wijze van uitzondering worden afgegeven na de uitvoer van de goederen waarop het betrekking heeft, indien
a) dit door een vergissing, onopzettelijk verzuim of bij- zondere omstandigheden niet bij de uitvoer is gebeurd,
of
b) ten genoegen van de douaneautoriteiten wordt aangetoond dat het certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 of EUR-MED wel was afgegeven, maar bij invoer om technische redenen niet is aan- vaard.
- In afwijking van artikel 17, lid 9, kan een certificaat inzake goederenverkeer EUR-MED worden afgegeven na de uitvoer van de goederen waarop het betrekking heeft en waarvoor ten tijde van de uitvoer een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 was afge- geven, indien ten genoegen van de douaneautoriteiten kan worden aangetoond dat aan de in artikel 17, lid 5, genoemde voorwaarden is voldaan.
- Met het oog op de toepassing van de leden 1 en 2 dient de exporteur in zijn aanvraag de plaats en de datum van uitvoer te vermelden van de producten waarop het certificaat inzake goederen- verkeer EUR.1 of EUR-MED betrekking heeft, onder opgave van de redenen van zijn aanvraag.
- Vóór de douaneautoriteiten tot afgifte achteraf van een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 of EUR-MED overgaan, dienen zij te hebben vastgesteld dat de gegevens in de aanvraag van de exporteur overeenstemmen met die in het desbetreffende dossier.
- Op achteraf afgegeven certificaten inzake goederenver- keer EUR.1 of EUR-MED wordt de volgende Engelse zin aange- bracht :
„ISSUED RETROSPECTIVELY”.
Op achteraf krachtens lid 2 afgegeven certificaten inzake goederenverkeer EUR-MED wordt de volgende Engelse zin aange- bracht :
„ISSUED RETROSPECTIVELY Original EUR.1 no ……….
(datum en plaats van afgifte)”.
- De in lid 5 bedoelde aantekening wordt aangebracht in vak 7 van het certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 of EUR- MED.
Artikel 19
Afgifte van een duplicaat van een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 of EUR-MED
- In geval van diefstal, verlies of vernietiging van een certi- ficaat inzake goederenverkeer EUR.1 of EUR-MED, kan de expor- teur de douaneautoriteiten die dit certificaat hadden afgegeven, ver- zoeken een duplicaat op te maken aan de hand van de uit- voerdocumenten die in hun bezit zijn.
- Op het aldus afgegeven duplicaat wordt het volgende Engelse woord aangebracht :
„DUPLICATE”.
- De in lid 2 bedoelde aantekening wordt aangebracht in vak 7 van het duplicaat-certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 of EUR-MED.
- Het duplicaat, dat dezelfde datum van afgifte draagt als het oorspronkelijke certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 of EUR- MED, is vanaf die datum geldig.
Artikel 20
Afgifte van een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 of EUR-MED aan de hand van een eerder opgesteld of afgegeven bewijs van oorsprong
Voor producten van oorsprong die in de Gemeenschap of in Turkije onder toezicht van een douanekantoor zijn geplaatst, kan het oorspronkelijke bewijs van oorsprong door een of meer certificaten inzake goederenverkeer EUR.1 of EUR-MED worden vervangen bij verzending van deze producten of een gedeelte daarvan naar een andere plaats in de Gemeenschap of in Turkije. Dit certificaat of deze certificaten EUR.1 of EUR-MED worden afgegeven door het douanekantoor dat op de producten toezicht houdt.
Artikel 21
Gescheiden boekhouding
- Wanneer het aanzienlijke kosten of materiële moeilijk- heden met zich brengt om afzonderlijke voorraden aan te houden van identieke en onderling verwisselbare materialen die van oorsprong en die niet van oorsprong zijn, kunnen de douaneautoriteiten op schriftelijk verzoek van de betrokkene toestaan dat voor het beheer van deze voorraden de methode van gescheiden boekhouding (hier- na : „de methode” genoemd) wordt gebruikt.
- Met behulp van de methode moet het mogelijk zijn dat in een bepaalde referentieperiode hetzelfde aantal producten „van oor- sprong” wordt verkregen als verkregen zou zijn indien de voorraden fysiek waren gescheiden.
- De douaneautoriteiten kunnen aan de verlening van de in lid 1 bedoelde vergunning voor het gebruik van deze methode de door hen passend geachte voorwaarden verbinden.
- De methode wordt toegepast, en de toepassing ervan wordt vastgelegd overeenkomstig de algemeen aanvaarde boekhoudbegin- selen die van toepassing zijn in het land waar het product is ver- vaardigd.
- Het bedrijf dat de methode toepast, kan bewijzen van de oorsprong afgeven of aanvragen, al naar gelang van het geval, voor de hoeveelheid producten die als van oorsprong kunnen worden be- schouwd. De vergunninghouder verstrekt op verzoek van de douane- autoriteiten een verklaring over de wijze waarop de hoeveelheden zijn beheerd.
- De douaneautoriteiten houden toezicht op het gebruik van de vergunning en kunnen deze intrekken wanneer de vergunning- houder deze niet correct gebruikt of niet aan een van de andere in dit protocol omschreven voorwaarden voldoet.
Artikel 22
Voorwaarden voor het opstellen van een factuurverklaring of een factuurverklaring EUR-MED
- Een factuurverklaring of een factuurverklaring EUR-MED als bedoeld in artikel 16, lid 1, onder c), kan worden opgesteld door :
a) een toegelaten exporteur in de zin van artikel 23, of
b) alle exporteurs, voor zendingen bestaande uit een of meer colli die producten van oorsprong bevatten waarvan de totale waarde niet meer dan 6000 EUR bedraagt.
- Behoudens lid 3 kan een factuurverklaring worden opge- steld in de volgende gevallen :
- indien de betrokken producten kunnen worden beschouwd als producten van oorsprong uit de Gemeenschap, Turkije of een van de andere in de artikelen 3, lid 1, en 4, lid 1, genoemde landen waar- mee cumulatie van toepassing is, zonder toepassing van cumulatie met materialen van oorsprong uit een van de andere in de artikelen 3, lid 2, en 4, lid 2, genoemde landen, en voldoen aan de andere eisen van dit protocol;
- indien de betrokken producten kunnen worden beschouwd als producten van oorsprong uit een van de in de artikelen 3, lid 2, en 4, lid 2, genoemde landen waarmee cumulatie van toepassing is, zonder toepassing van cumulatie met materialen van oorsprong uit een van de in de artikelen 3 en 4 genoemde landen, en voldoen aan de andere eisen van dit protocol, op voorwaarde dat een EUR-MED- certificaat of een factuurverklaring EUR-MED is afgegeven in het land van oorsprong.
- Een factuurverklaring EUR-MED kan worden opgesteld in- dien de producten kunnen worden beschouwd als van oorsprong uit de Gemeenschap, uit Turkije of uit een van de andere in de artike- len 3 en 4 genoemde landen waarmee cumulatie van toepassing is, en aan de voorwaarden van dit protocol voldoen, en :
- cumulatie werd toegepast met materialen van oorsprong uit een van de in de artikelen 3, lid 2, en 4, lid 2, genoemde landen, of
- de producten kunnen worden gebruikt als materialen in het kader van cumulatie voor de vervaardiging van producten voor uit- voer naar een van de in de artikelen 3, lid 2, en 4, lid 2, genoemde landen, of
- de producten opnieuw kunnen worden uitgevoerd uit het land van bestemming naar een van de in de artikelen 3, lid 2, en 4, lid 2, genoemde landen.
- Een factuurverklaring EUR-MED bevat een van de volgen- de verklaringen in het Engels :
- indien de oorsprong is verkregen door toepassing van cumulatie met materialen van oorsprong uit een of meer van de in de artikelen 3 en 4 genoemde landen :
„CUMULATIE TOEGEPAST MET ……” (naam land(en))
- indien de oorsprong is verkregen zonder toepassing van cumulatie met materialen van oorsprong uit een of meer van de in de artikelen 3 en 4 genoemde landen :
„GEEN CUMULATIE TOEGEPAST”.
- De exporteur die een factuurverklaring of een factuurver- klaring EUR-MED opstelt moet op verzoek van de douaneautori- teiten van het land van uitvoer steeds de nodige documenten kunnen overleggen waaruit blijkt dat de betrokken producten van oorsprong zijn en dat aan de andere voorwaarden van dit protocol is voldaan.
- Een factuurverklaring of een factuurverklaring EUR-MED, waarvan de teksten in de bijlagen IV a en IV b is opgenomen, wordt door de exporteur op de factuur, de pakbon of een ander handels- document getypt, gestempeld of gedrukt in een van de in die bijlagen opgenomen talenversies, overeenkomstig de bepalingen van het nationale recht van het land van uitvoer. Indien de factuurverklaring met de hand wordt opgesteld, moet dit met inkt en in blokletters ge- schieden.
- De factuurverklaring en factuurverklaringen EUR-MED worden door de exporteur eigenhandig ondertekend. Een toegelaten exporteur in de zin van artikel 23 behoeft deze verklaring echter niet te ondertekenen, mits hij de douaneautoriteiten een schriftelijke verklaring doet toekomen waarin hij de volle verantwoordelijkheid op zich neemt voor alle factuurverklaringen waaruit zijn identiteit blijkt alsof hij deze eigenhandig had ondertekend.
- Een factuurverklaring of een factuurverklaring EUR-MED kan door de exporteur worden opgesteld bij of na de uitvoer van de goederen waarop zij betrekking heeft, doch dient binnen twee jaar na de invoer van deze producten in het land van invoer te worden aan- geboden.
Artikel 23
Toegelaten exporteurs
- De douaneautoriteiten van het land van uitvoer kunnen een exporteur (hierna „toegelaten exporteur” genoemd) die veelvuldig producten verzendt waarop de overeenkomst van toepassing is ver- gunning verlenen factuurverklaringen of factuurverklaringen EUR- MED op te stellen ongeacht de waarde van de betrokken producten. Om voor een dergelijke vergunning in aanmerking te komen, moet de exporteur naar het oordeel van de douaneautoriteiten de nodige waarborgen bieden met betrekking tot de controle op de oorsprong van de producten en de naleving van alle andere voorwaarden van dit protocol.
- De douaneautoriteiten kunnen het verlenen van de status van toegelaten exporteur afhankelijk stellen van door hen noodzake- lijk geachte voorwaarden.
- De douaneautoriteiten kennen de toegelaten exporteur een nummer toe, dat in de factuurverklaring of de factuurverkla- ring EUR-MED wordt vermeld.
- De douaneautoriteiten houden toezicht op het gebruik van de vergunning door de toegelaten exporteur.
- De douaneautoriteiten kunnen de vergunning te allen tijde intrekken. Zij zijn verplicht dit te doen wanneer de toegelaten expor- teur niet meer de in lid 1 bedoelde garanties biedt, niet meer aan de in lid 2 bedoelde voorwaarden voldoet, of de vergunning oneigenlijk gebruikt.
Artikel 24
Geldigheid van bewijzen van oorsprong
- Bewijzen van oorsprong zijn vier maanden geldig vanaf de datum van afgifte in het land van uitvoer en moeten binnen deze periode worden ingediend bij de douaneautoriteiten van het land van invoer.
- Bewijzen van oorsprong die na het verstrijken van de in lid 1 genoemde termijn bij de douaneautoriteiten van het land van invoer worden ingediend, kunnen met het oog op de toepassing van de preferentiële behandeling worden aanvaard wanneer de verlate indiening het gevolg is van overmacht of buitengewone omstandig- heden.
- In andere gevallen van verlate indiening kunnen de douane- autoriteiten van het land van invoer de bewijzen van oorsprong aanvaarden indien de producten vóór het verstrijken van genoemde termijn bij hen zijn aangebracht.
Artikel 25
Overlegging van bewijzen van oorsprong
Bewijzen van oorsprong worden bij de douaneautoriteiten van het land van invoer ingediend overeenkomstig de aldaar geldende procedures. Deze autoriteiten kunnen een vertaling van dit certificaat verlangen. Zij kunnen voorts eisen dat de aangifte ten invoer ver- gezeld gaat van een verklaring van de importeur dat de producten aan de voorwaarden voor de toepassing van de overeenkomst vol- doen.
Artikel 26
Invoer in deelzendingen
Wanneer, op verzoek van de importeur en op de door de douaneautoriteiten van het land van invoer vastgestelde voorwaar- den, gedemonteerde of niet-gemonteerde producten in de zin van algemene regel 2 a) voor de interpretatie van het geharmoniseerde systeem, vallende onder de afdelingen XVI en XVII of de posten 7308 en 9406 van het geharmoniseerde systeem, in deelzen- dingen worden ingevoerd, wordt één enkel bewijs van oorsprong bij de douaneautoriteiten ingediend bij de invoer van de eerste deel- zending.
Artikel 27
Vrijstelling van bewijs van oorsprong
- Goederen die in kleine zendingen door particulieren aan particulieren worden verzonden of die deel uitmaken van de per- soonlijke bagage van reizigers worden als producten van oorsprong toegelaten zonder dat een bewijs van oorsprong behoeft te worden overgelegd, voor zover aan zulke goederen ieder handelskarakter vreemd is en verklaard wordt dat zij aan de voorwaarden voor de toepassing van dit protocol voldoen en er over de juistheid van deze verklaring geen twijfel bestaat. Voor postzendingen kan deze verkla- ring op het douaneaangifteformulier CN22/CN23 of op een daaraan gehecht blad worden gesteld.
- Als invoer waaraan ieder handelskarakter vreemd is wordt beschouwd de invoer van incidentele aard van goederen die uit- sluitend bestemd zijn voor persoonlijk gebruik door de geadres- seerde, de reiziger of de leden van hun gezin, mits noch de aard, noch de hoeveelheid van de goederen op commerciële doeleinden wijzen.
- Voorts mag de totale waarde van deze producten niet hoger zijn dan 500 EUR voor kleine zendingen of 1200 EUR voor pro- ducten die deel uitmaken van de persoonlijke bagage van reizigers.
Artikel 28
Bewijsstukken
De in artikel 17, lid 3, en artikel 22, lid 5, bedoelde docu- menten aan de hand waarvan wordt aangetoond dat producten die door een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 of EUR-MED of een factuurverklaring of een factuurverklaring EUR-MED worden gedekt producten van oorsprong zijn uit de Gemeenschap, Turkije of een van de andere in de artikelen 3 en 4 genoemde landen en aan de andere voorwaarden van dit protocol voldoen, kunnen onder meer de volgende zijn :
a) een rechtstreeks bewijs, bijvoorbeeld aan de hand van de boekhouding of de interne administratie van de exporteur of leveran- cier, van de door deze uitgevoerde be- of verwerkingen om de pro- ducten te verkrijgen;
b) in de Gemeenschap of in Turkije afgegeven of opgestelde en volgens het nationale recht gebruikte documenten waaruit de oor- sprong van de gebruikte materialen blijkt;
c) in de Gemeenschap of in Turkije afgegeven of opgestelde, en volgens het nationale recht gebruikte documenten waaruit de be- of verwerking in de Gemeenschap of in Turkije blijkt;
d) certificaten inzake goederenverkeer EUR.1 of EUR-MED of factuurverklaringen of factuurverklaringen EUR-MED waaruit de oorsprong van de gebruikte materialen blijkt, die overeenkomstig dit protocol in de Gemeenschap of in Turkije zijn afgegeven of opgesteld, of die in een van de andere in de artikelen 3 en 4 genoem- de landen zijn opgesteld overeenkomstig oorsprongsregels die gelijk zijn aan de oorsprongsregels in dit protocol;
e) passende bewijsstukken betreffende be- of verwerking buiten de Gemeenschap of Turkije in toepassing van artikel 12 waar- uit blijkt dat aan de voorwaarden van dat artikel is voldaan.
Artikel 29
Bewaring van de bewijzen van oorsprong en de andere bewijsstukken
- De exporteur die om de afgifte van een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 of EUR-MED verzoekt, bewaart de in arti- kel 17, lid 3, bedoelde bewijsstukken gedurende een periode van ten minste drie jaar.
- Exporteurs die een factuurverklaring of een factuurver- klaring EUR-MED opstellen, dienen een kopie van deze factuurver- klaring en van de in artikel 22, lid 5, bedoelde documenten geduren- de ten minste drie jaar te bewaren.
- De douaneautoriteiten van het land van uitvoer die een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 of EUR-MED afgeven bewaren het in artikel 17, lid 2, bedoelde aanvraagformulier gedu- rende een periode van ten minste drie jaar.
- De douaneautoriteiten van het land van invoer bewaren de certificaten inzake goederenverkeer EUR.1 of EUR-MED en de factuurverklaringen en factuurverklaringen EUR-MED die bij hen werden ingediend gedurende een periode van ten minste drie jaar.
Artikel 30
Verschillen en vormfouten
- Geringe verschillen tussen de gegevens op het bewijs van oorsprong en de gegevens op de documenten die voor het vervullen van de invoerformaliteiten bij het douanekantoor worden ingediend, maken het EUR.1-certificaat of de factuurverklaring niet automatisch ongeldig, indien blijkt dat het document wel degelijk met de aange- brachte goederen overeenstemt.
- Kennelijke vormfouten, zoals typefouten, op het bewijs van oorsprong leiden niet tot weigering van dit document indien deze fouten niet van dien aard zijn dat zij twijfel doen rijzen over de juistheid van de daarin vermelde gegevens.
Artikel 31
In euro uitgedrukte bedragen
- Voor de toepassing van artikel 22, lid 1, onder b), en artikel 27, lid 3, worden, wanneer de producten gefactureerd zijn in een andere valuta dan de euro, de tegenwaarde van de in euro uitgedrukte bedragen in de nationale valuta van de lidstaten van de Gemeenschap, van Turkije of een van de andere in de artikelen 3 en
4 genoemde landen, jaarlijks door elk van de betrokken landen vastgesteld.
- Artikel 22, lid 1, onder b), en artikel 27, lid 3, zijn van toe- passing op zendingen op basis van de valuta waarin de factuur is opgesteld, overeenkomstig het bedrag dat door het betrokken land is vastgesteld.
- De in een bepaalde nationale valuta te gebruiken bedragen zijn gelijk aan de tegenwaarde in die valuta van de in euro uitge- drukte bedragen op de eerste werkdag van de maand oktober van elk jaar. De tegenwaarde wordt de Commissie van de Europese Gemeen- schappen voor 15 oktober meegedeeld en is van toepassing vanaf 1 januari van het daaropvolgende jaar. De Commissie van de Euro- pese Gemeenschappen stelt alle betrokken landen in kennis van de desbetreffende tegenwaarden.
- Een land mag het bedrag dat het resultaat is van de om- rekening in zijn nationale valuta van een in euro uitgedrukt bedrag naar boven of beneden afronden. Het afgeronde bedrag mag niet meer dan 5 procent afwijken van het bedrag dat het resultaat is van de omrekening. Een land kan de tegenwaarde in nationale valuta van een in euro uitgedrukt bedrag handhaven, indien de omrekening van dat bedrag, bij de in lid 3 bedoelde jaarlijkse aanpassing, vóór het afronden, leidt tot een stijging van minder dan 15 procent van de tegenwaarde in nationale valuta. De tegenwaarde in nationale valuta kan ongewijzigd blijven, indien de omrekening tot een daling van de tegenwaarde leidt.
- De in euro uitgedrukte bedragen kunnen door het Gemengd Comité op verzoek van de Gemeenschap of Turkije worden herzien. Bij deze herziening onderzoekt het Gemengd Comité of het wense- lijk is de betreffende limieten in reële termen te handhaven. Het kan te dien einde besluiten de in euro uitgedrukte bedragen te wijzigen.
TITEL VI
REGELINGEN VOOR ADMINISTRATIEVE SAMENWERKING
Artikel 32
Wederzijdse bijstand
- De douaneautoriteiten van de lidstaten van de Gemeen- schap en van Turkije doen elkaar via de Commissie afdrukken toe- komen van de stempels die in hun douanekantoren worden gebruikt bij de afgifte van certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 of EUR- MED, alsmede de adressen van de douaneautoriteiten die belast zijn met de controle van deze certificaten en de factuurverklaringen en factuurverklaringen EUR-MED of leveranciersverklaringen.
- Met het oog op de correcte toepassing van dit protocol ver- lenen de Gemeenschap en Turkije elkaar, via de bevoegde douane- instanties, bijstand bij de controle op de echtheid van de EUR.1- en EUR-MED-certificaten en de factuurverklaringen en factuurverkla- ringen EUR-MED en de juistheid van de daarin vermelde gegevens.
Artikel 33
Controle van de bewijzen van oorsprong
- Bewijzen van oorsprong worden achteraf steekproefsgewijs gecontroleerd, alsmede wanneer de douaneautoriteiten van het land van invoer redenen hebben om te twijfelen aan de echtheid van deze documenten, de oorsprong van de betrokken producten of de nale- ving van de andere voorwaarden van dit protocol.
- Met het oog op de toepassing van lid 1 zenden de douane- autoriteiten van het land van invoer het certificaat inzake goederen- verkeer EUR.1 of EUR-MED, de factuur, indien deze werd voorge- legd, de factuurverklaring of de factuurverklaring EUR-MED of een kopie van deze documenten, terug aan de douaneautoriteiten van het land van uitvoer, in voorkomend geval onder vermelding van de redenen waarom een controle wordt aangevraagd. Zij verstrekken bij deze aanvraag om controle alle documenten en gegevens die het vermoeden hebben doen rijzen dat de gegevens op het bewijs van oorsprong onjuist zijn.
- De controle wordt verricht door de douaneautoriteiten van het land van uitvoer. Met het oog hierop zijn zij gerechtigd bewijs- stukken op te vragen, de administratie van de exporteur in te zien en alle andere controles te verrichten die zij dienstig achten.
- Indien de douaneautoriteiten van het land van invoer be- sluiten de preferentiële behandeling niet toe te kennen zolang de uitslag van de controle niet bekend is, doen zij de importeur het voorstel de producten vrij te geven onder voorbehoud van de nood- zakelijk geachte conservatoire maatregelen.
- De resultaten van de controle worden zo spoedig mogelijk medegedeeld aan de douaneautoriteiten die deze hebben aange- vraagd. In deze mededeling moet duidelijk worden aangegeven of de documenten echt zijn, of de betrokken producten als producten van oorsprong uit de Gemeenschap, Turkije of een van de andere in de artikelen 3 en 4 genoemde landen beschouwd kunnen worden en of aan de andere voorwaarden van dit protocol is voldaan.
- Indien bij gegronde twijfel binnen tien maanden na het verzoek om controle geen antwoord is ontvangen of indien het antwoord niet voldoende gegevens bevat om de echtheid van het betrokken document of de werkelijke oorsprong van de producten vast te stellen, kennen de aanvragende douaneautoriteiten de prefe- rentiële behandeling niet toe, behoudens buitengewone omstandig- heden.
Artikel 34
Regeling van geschillen
Geschillen ten aanzien van de in artikel 33 bedoelde controles die niet onderling geregeld kunnen worden door de douane- autoriteiten die de controle hebben aangevraagd en de douane- autoriteiten die deze hebben moeten uitvoeren, en problemen in ver- band met de interpretatie van dit protocol worden aan het ge- meenschappelijk comité voorgelegd.
In alle gevallen is de wetgeving van het land van invoer van toepassing op de regeling van geschillen tussen een importeur en de douaneautoriteiten van het land van invoer.
Artikel 35
Sancties
Sancties worden getroffen tegen ieder die een document met onjuiste gegevens opstelt of laat opstellen met het doel goederen onder de preferentiële regeling te doen vallen.
Artikel 36
Vrije zones
- De Gemeenschap en Turkije nemen alle nodige maat- regelen om te voorkomen dat producten die onder geleide van een bewijs van de oorsprong worden verhandeld en die tijdens het vervoer in een op hun grondgebied gelegen vrije zone verblijven, door andere goederen worden vervangen of andere behandelingen ondergaan dan die welke gebruikelijk zijn om ze in goede staat te bewaren.
- In afwijking van lid 1 geven de bevoegde douaneautori- teiten, wanneer producten van oorsprong uit de Gemeenschap of uit Turkije die onder dekking van een bewijs van oorsprong in een vrije zone zijn ingevoerd, een be- of verwerking ondergaan, op verzoek van de exporteur een nieuw certificaat inzake goederenver- keer EUR.1 of EUR-MED af, mits deze be- of verwerking in over- eenstemming is met de bepalingen van dit protocol.
TITEL VII
CEUTA EN MELILLA
Artikel 37
Toepassing van het protocol
- De in artikel 2 gebruikte term „Gemeenschap” heeft geen betrekking op Ceuta en Melilla.
- Producten van oorsprong uit Turkije die in Ceuta of Melilla worden ingevoerd vallen in elk opzicht onder dezelfde douane- regeling als de regeling die op grond van protocol nr. 2 bij de Akte van Toetreding van het Koninkrijk Spanje en de Republiek Portugal tot de Europese Gemeenschappen van toepassing is op producten van oorsprong uit het douanegebied van de Gemeenschap. Turkije zal op onder deze overeenkomst vallende producten van oorsprong uit Ceuta en Melilla dezelfde regeling toepassen als op producten van oorsprong uit de Gemeenschap die vanuit de Gemeenschap wor- den ingevoerd.
- Bij toepassing van lid 2 op producten van oorsprong uit Ceuta en Melilla, is dit protocol van overeenkomstige toepassing met inachtneming van de bijzondere voorwaarden van artikel 38.
Artikel 38
Bijzondere voorwaarden
- Mits zij rechtstreeks zijn vervoerd overeenkomstig artikel 13, worden beschouwd als :
1) producten van oorsprong uit Ceuta en Melilla :
a) geheel en al in Ceuta en Melilla verkregen pro- ducten;
b) in Ceuta en Melilla verkregen producten bij de vervaardiging waarvan andere dan de onder a) bedoelde producten zijn gebruikt, mits :
i) deze producten be- of verwerkingen hebben ondergaan die toereikend zijn in de zin van artikel 6,
of
ii) deze producten van oorsprong zijn uit Turkije of uit de Gemeenschap en be- of verwerkingen hebben ondergaan die meer omvatten dan de in arti- kel 7, lid 1, bedoelde ontoereikende be- of verwer- kingen;
2) producten van oorsprong uit Turkije :
a) geheel en al in Turkije verkregen producten;
b) in Turkije verkregen producten bij de vervaardiging waarvan andere dan de onder a) bedoelde producten zijn gebruikt, mits :
i) deze producten be- of verwerkingen hebben ondergaan die toereikend zijn in de zin van artikel 6,
of
ii) deze producten van oorsprong zijn uit Ceuta en Melilla of de Gemeenschap en zij be- of verwer- kingen hebben ondergaan die meer inhouden dan de in artikel 7 genoemde be- of verwerkingen.
- Ceuta en Melilla worden als één grondgebied beschouwd.
- De exporteur of zijn gemachtigde vertegenwoordiger ver- meldt „Turkije” en „Ceuta en Melilla” in vak 2 van het certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 of EUR-MED of op de factuurver- klaring of de factuurverklaring EUR-MED. Voor producten van oor- sprong uit Ceuta en Melilla wordt de oorsprong bovendien vermeld in vak 4 van het certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 of EUR- MED of op de factuurverklaring of de factuurverklaring EUR-MED.
- De Spaanse douaneautoriteiten zijn belast met de toepas- sing van dit protocol in Ceuta en Melilla.
TITEL VIII
SLOTBEPALINGEN
Artikel 39
Wijzigingen op het protocol
Het gemeenschappelijk comité kan besluiten de bepalingen van dit protocol te wijzigen.
Artikel 40
Overgangsbepaling voor goederen in doorvoer of in opslag
Deze overeenkomst kan worden toegepast op goederen die aan de bepalingen van dit protocol voldoen en die op de datum van inwerkingtreding van dit protocol onderweg zijn of die in de Gemeenschap of in Turkije tijdelijk zijn opgeslagen of zich daar in een douane-entrepot of vrije zone bevinden, mits binnen vier maan- den na genoemde datum een EUR.1- of EUR-MED-certificaat bij de douaneautoriteiten van het land van invoer wordt ingediend dat achteraf door de douaneautoriteiten van het land van uitvoer is op- gesteld, tezamen met de documenten waaruit blijkt dat de goederen rechtstreeks zijn vervoerd overeenkomstig artikel 13.
