Circulaire nr. Ci.D.19/435.917 dd. 06.12.1991
CIRC 06.12.91/2
Circulaire nr. Ci.D.19/435.917 dd. 06.12.1991
Bull. nr. 712
BEDRIJFSVOORHEFFING
Schaal van de BV
SLEUTELFORMULE
voor het berekenen van de bedrijfsvoorheffing (B.V.) verschuldigd op bezoldigingen of pensioenen betaald vanaf 1.1.1992
I N L E I D I N G
1. Deze sleutelformule bestaat uit twee delen :
3. De sleutelformule geldt alleen voor de B.V. verschuldigd op bezoldigingen of pensioenen, die periodiek worden betaald. In alle andere gevallen wordt de B.V. berekend volgens de schalen en de erbij horende regels die in bijlage III van het koninklijk besluit van 4.3.1965 tot uitvoering van het Wetboek van de inkomstenbelastingen zijn opgenomen.
4. De aandacht wordt erop gevestigd dat bij de berekening van de bedrijfsvoorheffing zoals hierna aangegeven reeds rekening is gehouden met een verhoging van 6 pct. voor de aanvullende belastingen (gemeente en agglomeratiebelasting).
DEEL I. BEZOLDIGINGEN OF PENSIOENEN BETAALD AAN RIJKSINWONERS EN AAN + NIET-VERBLIJFHOUDERS DIE GEDURENDE HET VOLLEDIGE BELASTBARE + TIJDPERK IN BELGIE EEN TEHUIS HEBBEN BEHOUDEN
Hoofdstuk 1. BEREKENEN VAN DE B.V. OP MAANDELIJKSE BEZOLDIGINGEN OF PENSIOENEN
5. De B.V. die bij betaling van maandelijkse bezoldigingen of pensioenen is verschuldigd, wordt in vier stappen berekend.
Deze vier stappen zijn :
6. Om het brutojaarinkomen vast te stellen moet men :
1 - het betaalde brutobedrag van de maandelijkse bezoldigingen of
+ pensioenen verminderen met de inhoudingen gedaan ter uitvoering van :
2 het bekomen verschil afronden op het lagere veelvoud van vijfhonderd en vermenigvuldigen met 12.
B. BELASTBAAR NETTOJAARINKOMEN
1. Bezoldigingen
7. Het belastbare nettojaarinkomen is gelijk aan het brutojaarinkomen verminderd met de forfaitaire beroepskosten. Die forfaitaire beroepskosten worden als volgt bepaald :
a) Bezoldigingen (wedden en lonen) van werknemers
brutojaarinkomen forfaitaire beroepskosten
b) Periodieke bezoldigingen van bestuurders en werkende vennoten
brutojaarinkomen forfaitaire beroepskosten
2. Pensioenen
8. Het belastbare nettojaarinkomen is gelijk aan het brutojaarinkomen.
C. JAARBELASTING
9. Om de jaarbelasting te bekomen moet men :
op het belastbare nettojaarinkomen de basisbelasting berekenen;
- van de basisbelasting de belastingverminderingen aftrekken.
De jaarbelasting is dus gelijk aan de basisbelasting verminderd met de belastingverminderingen.
1. Basisbelasting
10. De basisbelasting wordt berekend met behulp van één van de basisschalen opgenomen in de bijlagen 1 en 2.
---------------------
Wanneer nochtans de echtgenoot van de verkrijger van de inkomsten persoonlijke beroepsinkomsten heeft die uitsluitend bestaan uit pensioenen, renten of ermede gelijkgestelde inkomsten en die niet meer bedragen dan 1.750 F NETTO per maand, wordt - in afwijking van het vorig lid - de basisbelasting berekend met behulp van de basisschaal opgenomen in bijlage 2 (nr. 10, b).
* Vooreerst wordt aan de echtgenoot van de verkrijger + van de inkomsten een beroepsinkomen toegekend dat gelijk is aan 3O pct. van het belastbare nettojaarinkomen.
Het toegekende inkomen mag echter niet meer bedragen dan 204.9OO F (maximum bereikt bij een belastbaar nettojaar- inkomen van 683.000 F).
* Vervolgens wordt de belasting op dat toegekende inkomen berekend met behulp van de basisschaal opgenomen in bijlage 2 (resultaat : belasting A).
* Daarna wordt de belasting - eveneens met behulp van de basisschaal opgenomen in bijlage 2 - berekend op het verschil tussen het belastbare nettojaarinkomen en het deel daarvan dat aan de andere echtgenoot werd toegerekend (resultaat : belasting B).
* De basisbelasting tenslotte is gelijk aan de som van de twee belastingbedragen (som = belasting A + belasting B) verminderd met 68.900 F.
Afronding van de basisbelasting
Het bedrag van de basisbelasting wordt steeds op de frank afgerond. Frankgedeelten worden voor een eenheid geteld of weggelaten naargelang zij vijftig centiem en meer of minder dan vijftig centiem bedragen.
2. Belastingverminderingen
- de verminderingen voor kinderen ten laste;
- de verminderingen voor andere gezinslasten;
- wanneer het om pensioenen gaat, de bijzondere vermindering voor pensioenen (geheel of gedeeltelijk - zie nr. 15).
12. Sommige begrippen met betrekking tot de belastingverminderingen worden in bijlage 4 toegelicht. b) Vermindering voor kinderen ten laste
13. De vermindering voor kinderen ten laste moet worden toegekend op basis van de gegevens opgenomen in de tabel van bijlage 5.
Bijlage 6
De aldaar vermelde verminderingen zijn enkel van toepassing wanneer de basisbelasting werd berekend met behulp van de basisschaal opgenomen in bijlage 1.
Bijlage 7
Die verminderingen zijn enkel van toepassing wanneer de basisbelasting werd berekend met behulp van de basisschaal op- genomen in bijlage 2.
Die bijzondere vermindering wordt als volgt afgetrokken :
- volledig wanneer het jaarbedrag van het pensioen niet hoger is dan 650.000+ F;
- voor een gedeelte wanneer het jaarbedrag van het pensioen begrepen is + tussen 650.000 F en 1.300.000 F; dat gedeelte wordt berekend met de volgende formule :
Afronding van de bijzondere vermindering voor pensioenen
Het bedrag van de bijzondere vermindering voor pesioenen wordt steeds op de frank afgerond. Frankgedeelten worden voor een eenheid geteld of weggelaten naargelang zij vijftig centiem en meer of minder dan vijftig centiem bedragen.
D. BEDRIJFSVOORHEFFING
17. De verschillende bewerkingen waarvan hierboven sprake geven als uitkomst de jaarbelasting (zie nr. 9).
Om nu het bedrag van de B.V. te bepalen die op de maandelijks betaalde bezoldigingen of pensioenen verschuldigd is, moet men nog slechts het bedrag van de jaarbelasting delen door 12.
Afronding van de B.V.
Het resultaat van de deling door 12 wordt steeds op de lagere frank afgerond.
Hoofdstuk 2. BEREKENEN VAN DE B.V. OP ANDERS DAN PER MAAND BETAALDE + BEZOLDIGINGEN
18. In dat geval wordt de B.V. als volgt berekend :
A. Betalingen per veertien dagen
1. het brutojaarinkomen vaststellen als volgt :
- vooreerst het betaalde brutobedrag van de bezoldigingen verminderen met de inhoudingen vermeld in nr. 6, 1;
- vervolgens het bekomen verschil vermenigvuldigen met 2 om te komen tot een brutomaandinkomen;
- daarna dit brutomaandinkomen afronden op het lagere veelvoud van + vijfhonderd en vermenigvuldigen met 12 om te komen tot een brutojaarinkomen;
2. het brutojaarinkomen omzetten in het belastbare netto- jaarinkomen (nr. 7);
3. de jaarbelasting berekenen (nrs. 9 tot 14 en 16);
4. de B.V. per maand berekenen (nr. 17);
5. het bekomen bedrag van de B.V. delen door 2; het resultaat van de deling door 2 wordt op de lagere frank afgerond.
B. Betalingen per week
1. het brutojaarinkomen vaststellen als volgt :
- vooreerst het betaalde brutobedrag van de bezoldigingen verminderen met de inhoudingen vermeld in nr. 6, 1;
- vervolgens het bekomen verschil vermenigvuldigen met 4 om te komen tot een brutomaandinkomen;
- daarna dit brutomaandinkomen afronden op het lagere veelvoud van vijfhonderd en vermenigvuldigen met 12 om te komen tot een brutojaarinkomen;
2. het brutojaarinkomen omzetten in het belastbare netto- jaarinkomen (nr. 7);
3. de jaarbelasting berekenen (nrs. 9 tot 14 en 16);
4. de B.V. per maand berekenen (nr. 17); 5. het bekomen bedrag van de B.V. delen door 4; het resultaat van de deling door 4 wordt op de lagere frank afgerond.
C. Betalingen per werkdag
1. het brutojaarinkomen vaststellen als volgt :
- vooreerst het betaalde brutobedrag van de bezoldigingen verminderen met de inhoudingen vermeld in nr. 6, 1;
- vervolgens het bekomen verschil vermenigvuldigen met 20 om te komen tot een brutomaandinkomen;
- daarna dit brutomaandinkomen afronden op het lagere veelvoud van vijfhonderd en vermenigvuldigen met 12 om te komen tot een brutojaarinkomen;
2. het brutojaarinkomen omzetten in het belastbare netto-jaarinkomen (nr. 7);
3. de jaarbelasting berekenen (nrs. 9 tot 14 en 16);
4. de B.V. per maand berekenen (nr. 17);
5. het bekomen bedrag van de B.V. delen door 20; het resultaat van de deling door 20 wordt op de lagere frank afgerond.
DEEL II. BEZOLDIGINGEN OF PENSIOENEN BETAALD AAN NIET-VERBLIJFHOUDERS DIE NIET GEDURENDE HET VOLLEDIGE BELASTBARE TIJDPERK IN + BELGIE EEN TEHUIS HEBBEN BEHOUDEN
Hoofdstuk 1. BEREKENEN VAN DE B.V. OP MAANDELIJKSE BEZOLDIGINGEN OF PENSIOENEN
19. De B.V. die bij betaling van maandelijkse bezoldigingen of pensioenen is verschuldigd, wordt in vier stappen berekend.
Deze vier stappen zijn :
A. Vaststellen van het brutojaarinkomen;
B. Omzetten van het brutojaarinkomen in het belastbare netto-jaarinkomen;
C. Berekenen van de jaarbelasting;
D. Berekenen van de bedrijfsvoorheffing.
A. BRUTOJAARINKOMEN
20. Om het brutojaarinkomen vast te stellen moet men :
1 - het betaalde brutobedrag van de maandelijkse bezoldigingen of pensioenen verminderen met de inhoudingen gedaan ter uitvoering van :
* de sociale wetgeving of een ermede gelijkgesteld wettelijk of reglementair statuut;
* een groepsverzekeringscontract of een extra-wettelijke voorzorgsregeling van verzekering tegen ouderdom of vroegtijdige dood;
- het betaalde brutobedrag van de maandelijkse bezoldigingen van bestuurders en werkende vennoten die onderworpen zijn aan het sociaal statuut van de zelfstandigen, verminderen zoals aangegeven in onderstaande tabel :
Brutobedrag van de maandelijkse bezoldigingen
2 het bekomen verschil afronden op het lagere veelvoud van vijfhonderd en vermenigvuldigen met 12.
B. BELASTBAAR NETTOJAARINKOMEN
1. Bezoldigingen
21. Het belastbare nettojaarinkomen is gelijk aan het brutojaarinkomen verminderd met de forfaitaire beroepskosten. Die forfaitaire beroepskosten worden als volgt bepaald :
2. Pensioenen
22. Het belastbare nettojaarinkomen is gelijk aan het brutojaarinkomen.
C. JAARBELASTING
23. Om de jaarbelasting te bekomen moet men :
- op het belastbare nettojaarinkomen de basisbelasting berekenen;
- wanneer het om pensioenen gaat, van de basisbelasting de bijzondere belastingvermindering voor pensioenen aftrekken.
De jaarbelasting is dus gelijk aan de basisbelasting verminderd met, wanneer het om pensioenen gaat, de bijzondere belastingvermindering voor pensioenen.
1. Basisbelasting
24. De basisbelasting wordt berekend met behulp van de basisschaal opgenomen in bijlage 3.
Afronding van de basisbelasting
Het bedrag van de basisbelasting wordt steeds op de frank afgerond. Frankgedeelten worden voor een eenheid geteld of weggelaten naargelang zij vijftig centiem en meer of minder dan vijftig centiem bedragen.
2. Belastingverminderingen
25. Van de basisbelasting mag slechts, wanneer het om pensioenen gaat, de bijzondere vermindering voor pensioenen (ge-heel of gedeeltelijk - zie hierna) worden afgetrokken.
De bijzondere vermindering voor pensioenen bedraagt inzake B.V. 115.119 F per jaar.
Die bijzondere vermindering wordt als volgt afgetrokken :
- volledig wanneer het jaarbedrag van het pensioen niet hoger is dan + 660.000 F;
- voor een gedeelte wanneer het jaarbedrag van het pensioen begrepen is + tussen 660.000 F en 1.319.000 F; dat gedeelte wordt berekend met de volgende formule :
(1/3 x 115.119) + (2/3 x 115.119 x 1.319.000 - jaarbedrag + pensioen) + 659.000
- voor 1/3 wanneer het jaarbedrag van het pensioen
1.319.000 F of meer bedraagt.
Afronding van de bijzondere vermindering voor pensioenen
Het bedrag van de bijzondere vermindering voor pensioenen wordt steeds op de frank afgerond. Frankgedeelten worden voor een eenheid geteld of weggelaten naargelang zij vijftig centiem en meer of minder dan vijftig centiem bedragen.
D. BEDRIJFSVOORHEFFING
26. De verschillende bewerkingen waarvan hierboven sprake geven als uitkomst de jaarbelasting (zie nr. 23).
Om nu het bedrag van de B.V. te bepalen die op de maandelijks betaalde bezoldigingen of pensioenen verschuldigd is, moet men nog slechts het bedrag van de jaarbelasting delen door 12.
Afronding van de B.V.
Het resultaat van de deling door 12 wordt steeds op de lagere frank afgerond.
Hoofdstuk 2. BEREKENEN VAN DE B.V. OP ANDERS DAN PER MAAND BETAALDE BEZOLDIGINGEN
27. In dat geval wordt de B.V. als volgt berekend :
A. Betalingen per veertien dagen
1. het brutojaarinkomen vaststellen als volgt :
- vooreerst het betaalde brutobedrag van de bezoldigingen verminderen met de inhoudingen vermeld in nr. 20, 1;
- vervolgens het bekomen verschil vermenigvuldigen met 2 om te komen tot een brutomaandinkomen;
- daarna dit brutomaandinkomen afronden op het lagere veelvoud van vijfhonderd en vermenigvuldigen met 12 om te komen tot een brutojaarinkomen;
2. het brutojaarinkomen omzetten in het belastbare netto- jaarinkomen (nr. 21);
3. de jaarbelasting berekenen (nrs. 23 en 24);
4. de B.V. per maand berekenen (nr. 26);
5. het bekomen bedrag van de B.V. delen door 2; het resultaat van de deling door 2 wordt op de lagere frank afgerond.
B. Betalingen per week
1. het brutojaarinkomen vaststellen als volgt :
- vooreerst het betaalde brutobedrag van de bezoldigingen verminderen met de inhoudingen vermeld in nr. 20, 1;
- vervolgens het bekomen verschil vermenigvuldigen met 4 om te komen tot een brutomaandinkomen;
- daarna dit brutomaandinkomen afronden op het lagere veelvoud van vijfhonderd en vermenigvuldigen met 12 om te komen tot een brutojaarinkomen;
2. het brutojaarinkomen omzetten in het belastbare netto- jaarinkomen (nr. 21);
3. de jaarbelasting berekenen (nrs. 23 en 24);
4. de B.V. per maand berekenen (nr. 26); 5. het bekomen bedrag van de B.V. delen door 4; het resultaat van de + deling door 4 wordt op de lagere frank afgerond.
C. Betalingen per werkdag
1. het brutojaarinkomen vaststellen als volgt :
- vooreerst het betaalde brutobedrag van de bezoldigingen verminderen met de inhoudingen vermeld in nr. 20, 1;
- vervolgens het bekomen verschil vermenigvuldigen met 20 om te komen tot een brutomaandinkomen;
- daarna dit brutomaandinkomen afronden op het lagere veelvoud van vijfhonderd en vermenigvuldigen met 12 om te komen tot een brutojaarinkomen;
2. het brutojaarinkomen omzetten in het belastbare netto- jaarinkomen (nr. 21);
3. de jaarbelasting berekenen (nrs. 23 en 24);
4. de B.V. per maand berekenen (nr. 26);
5. het bekomen bedrag van de B.V. delen door 20; het resultaat van de + deling door 20 wordt op de lagere frank afgerond.
RIJKSINWONERS EN NIET-VERBLIJFHOUDERS DIE GEDURENDE HET VOLLEDIGE BELASTBARE TIJDPERK IN BELGIE EEN TEHUIS HEBBEN BEHOUDEN
BASISSCHAAL VAN TOEPASSING :
- OFWEL WANNEER DE VERKRIJGER VAN DE INKOMSTEN EEN ALLEENSTAANDE IS;
- OFWEL WANNEER DE ECHTGENOOT VAN DE VERKRIJGER VAN DE INKOMSTEN EVENEENS PERSOONLIJKE BEROEPSINKOMSTEN HEEFT.
RIJKSINWONERS EN NIET-VERBLIJFHOUDERS DIE GEDURENDE HET VOLLEDIGE BELASTBARE TIJDPERK IN BELGIE EEN TEHUIS HEBBEN BEHOUDEN
BASISSCHAAL VAN TOEPASSING WANNEER DE ECHTGENOOT VAN DE VERKRIJGER VAN DE INKOMSTEN GEEN PERSOONLIJKE BEROEPSINKOMSTEN HEEFT.
NIET-VERBLIJFHOUDERS DIE NIET GEDURENDE HET VOLLEDIGE BELASTBARE TIJDPERK EEN TEHUIS IN BELGIE HEBBEN BEHOUDEN
BASISSCHAAL
RIJKSINWONERS EN NIET-VERBLIJFHOUDERS DIE GEDURENDE HET VOLLEDIGE BELASTBARE TIJDPERK IN BELGIE EEN TEHUIS HEBBEN BEHOUDEN
BEGRIPPEN IN VERBAND MET BELASTINGVERMINDERING
1 Mindervaliden.
a) Mindervalide kind
Hieronder wordt verstaan :
- het kind dat voor ten minste 66 pct. getroffen is door ontoereikendheid of vermindering van lichamelijke of psychische geschiktheid wegens één of meer aandoeningen;
- het kind van wie, ongeacht de leeftijd, is vastgesteld dat ingevolge + feiten overkomen en vastgesteld vóór de leeftijd van 65 jaar :
a) ofwel zijn lichamelijke of psychische toestand zijn verdienvermogen heeft verminderd tot één derde of minder van wat een valide persoon door een of ander beroep op de algemene arbeidsmarkt kan verdienen;
b) ofwel zijn gezondheidstoestand een volledig gebrek aan of een vermindering van zelfredzaamheid van ten minste 9 punten met zich brengt, gemeten volgens de handleiding en de medisch-sociale schaal van toepassing in het kader van de wetgeving met betrekking tot de tegemoetkomingen aan gehandicapten;
c) ofwel, na de periode van primaire ongeschiktheid bepaald in artikel 46 van de wet van 9 augustus 1963 tot instelling en organisatie van een regeling voor verplichte ziekte- en invaliditeitsverzekering, zijn verdienvermogen is verminderd tot een derde of minder, zoals bepaald in artikel 56 van dezelfde wet;
d) ofwel hij, ingevolge een administratieve of gerechtelijke beslissing, voor tenminste 66 pct. blijvend fysiek of psychisch gehandicapt of arbeidsongeschikt werd verklaard.
Het mindervalide kind ten laste wordt voor twee geteld.
- diegene van wie, ongeacht de leeftijd, is vastgesteld dat ingevolge feiten overkomen en vastgesteld vóór de leeftijd van 65 jaar :
a) ofwel zijn lichamelijke of psychische toestand zijn verdienvermogen heeft verminderd tot één derde of minder van wat een valide persoon door een of ander beroep op de algemene arbeidsmarkt kan verdienen;
b) ofwel zijn gezondheidstoestand een volledig gebrek aan of een vermindering van zelfredzaamheid van ten minste 9 punten met zich brengt, gemeten volgens de handleiding en de medisch-sociale schaal van toepassing in het kader van de wetgeving met betrekking tot de tegemoetkomingen aan gehandicapten.
c) ofwel, na de periode van primaire ongeschiktheid bepaald in artikel 46 + van de wet van 9 augustus 1963 tot instelling en organisatie van een regeling voor verplichte ziekte- en invaliditeitsverzekering, zijn verdienvermogen is verminderd tot een derde of minder, zoals bepaald in artikel 56 van dezelfde wet;
d) ofwel hij, ingevolge een administratieve of gerechtelijke beslissing, + voor tenminste 66 pct. blijvend fysiek of psychisch gehandicapt of arbeidsongeschikt werd verklaard.
2 Wanneer een kind ten laste of een in art. 82, §1, 3 tot 5 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen bedoelde persoon ten laste overlijdt, wordt de vermindering voor dat kind of die persoon verder toegestaan tot het einde van het jaar van overlijden.
3 Wanneer beide echtgenoten persoonlijke beroepsinkomsten hebben :
- worden de verminderingen voor kinderen ten laste en voor andere gezinslasten, behalve die voor de mindervalide echtgenote, aan de man verleend;
- wordt aan de vrouw, indien die zelf mindervalide is, de vermindering wegens invaliditeit verleend.
RIJKSINWONERS EN NIET-VERBLIJFHOUDERS DIE GEDURENDE HET VOLLEDIGE BELASTBARE TIJDPERK IN BELGIE EEN TEHUIS HEBBEN BEHOUDEN
VERMINDERING VOOR KINDEREN TEN LASTE
meer dan 8 : de basisbelasting wordt verminderd met een vast bedrag van + 383.700 F, verhoogd met 71.700 F per kind ten laste boven het achtste, d.w.z. :
voor 9 kinderen : 383.700 + (1 x 71.700) = 455.400 F voor 10 kinderen : 383.700 + (2 x 71.700) = 527.100 F
(1) het mindervalide kind ten laste wordt voor twee geteld
RIJKSINWONERS EN NIET-VERBLIJFHOUDERS DIE GEDURENDE HET VOLLEDIGE BELASTBARE TIJDPERK IN BELGIE EEN TEHUIS HEBBEN BEHOUDEN
VERMINDERINGEN VOOR ANDERE GEZINSLASTEN VAN TOEPASSING :
- OFWEL WANNEER DE VERKRIJGER VAN DE INKOMSTEN EEN ALLEENSTAANDE IS; - OFWEL WANNEER DE ECHTGENOOT VAN DE VERKRIJGER VAN DE INKOMSTEN EVENEENS PERSOONLIJKE BEROEPSINKOMSTEN HEEFT.Grond van de vermindering Jaarbedrag in frank van de vermindering (1)
(1) alle verminderingen mogen worden samengevoegd.
(2) bij het beoordelen van de grens van 5.500 F NETTO per maand, moet de toestand per 1 januari 1992 in aanmerking worden genomen en dienen de netto-beroepsinkomsten als volgt te worden vastgesteld:
1. de bruto-beroepsinkomsten verminderen met de verplichte inhoudingen + of bijdragen gedaan ter uitvoering van de sociale wetgeving of van een ermede gelijkgesteld wettelijk of reglementair statuut ;
2. vervolgens het bekomen verschil verminderen met 20 pct.
RIJKSINWONERS EN NIET-VERBLIJFHOUDERS DIE GEDURENDE HET VOLLEDIGE BELASTBARE TIJDPERK IN BELGIE EEN TEHUIS HEBBEN BEHOUDEN
VERMINDERINGEN VOOR ANDERE GEZINSLASTEN VAN TOEPASSING WANNEER DE ECHTGENOOT VAN DE VERKRIJGER VAN DE INKOMSTEN GEEN PERSOONLIJKE BEROEPSINKOMSTEN HEEFT.
Grond van de vermindering Jaarbedrag in frank van de vermindering (1)
(1) alle verminderingen mogen worden samengevoegd.
Circulaire nr. Ci.D.19/435.917 dd. 06.12.1991
Bull. nr. 712
BEDRIJFSVOORHEFFING
Schaal van de BV
SLEUTELFORMULE
voor het berekenen van de bedrijfsvoorheffing (B.V.) verschuldigd op bezoldigingen of pensioenen betaald vanaf 1.1.1992
I N L E I D I N G
1. Deze sleutelformule bestaat uit twee delen :
DEEL I. BEZOLDIGINGEN OF PENSIOENEN BETAALD AAN RIJKSINWONERS EN AAN NIET-VERBLIJFHOUDERS DIE GEDURENDE HET VOLLEDIGE BELASTBARE TIJDPERK IN BELGIE EEN TEHUIS HEBBEN BEHOUDEN.2. Deze sleutelformule verschilt van de vorige (Ci.D19/422.126 van 14.12.1990) in de nrs. 6, 7, 10, 12 tot 15 en in de bijlagen 1 tot 7 en werd aangevuld met de gegevens nodig voor het berekenen van de B.V. op bezoldigingen of pensioenen die betaald worden aan niet-verblijfhouders die NIET gedurende het volledige belastbare tijdperk in België een tehuis hebben behouden (nrs. 19 tot 27 en bijlage 3).
Hierin vindt men :
DEEL II. BEZOLDIGINGEN OF PENSIOENEN BETAALD AAN NIET-VERBLIJFHOUDERS DIE NIET GEDURENDE HET VOLLEDIGE BELASTBARE TIJDPERK IN BELGIE EEN TEHUIS HEBBEN BEHOUDEN.
- de regels voor het berekenen van de B.V. op maandelijkse bezoldigingen of pensioenen (nrs. 5 tot 17);
- de regels voor het berekenen van de B.V. op anders dan per maand betaalde bezoldigingen (nr. 18);
- de basisschalen (bijlagen 1 en 2) en de tabellen en gegevens voor het berekenen van de belastingverminderingen (bijlagen 4 tot 7).
Hierin vindt men :
- de regels voor het berekenen van de B.V. op maandelijkse bezoldigingen of pensioenen (nrs. 19 tot 26);
- de regels voor het berekenen van de B.V. op anders dan per maand betaalde bezoldigingen (nr. 27);
- de basisschaal (bijlage 3).
3. De sleutelformule geldt alleen voor de B.V. verschuldigd op bezoldigingen of pensioenen, die periodiek worden betaald. In alle andere gevallen wordt de B.V. berekend volgens de schalen en de erbij horende regels die in bijlage III van het koninklijk besluit van 4.3.1965 tot uitvoering van het Wetboek van de inkomstenbelastingen zijn opgenomen.
4. De aandacht wordt erop gevestigd dat bij de berekening van de bedrijfsvoorheffing zoals hierna aangegeven reeds rekening is gehouden met een verhoging van 6 pct. voor de aanvullende belastingen (gemeente en agglomeratiebelasting).
DEEL I. BEZOLDIGINGEN OF PENSIOENEN BETAALD AAN RIJKSINWONERS EN AAN + NIET-VERBLIJFHOUDERS DIE GEDURENDE HET VOLLEDIGE BELASTBARE + TIJDPERK IN BELGIE EEN TEHUIS HEBBEN BEHOUDEN
Hoofdstuk 1. BEREKENEN VAN DE B.V. OP MAANDELIJKSE BEZOLDIGINGEN OF PENSIOENEN
5. De B.V. die bij betaling van maandelijkse bezoldigingen of pensioenen is verschuldigd, wordt in vier stappen berekend.
Deze vier stappen zijn :
A. Vaststellen van het brutojaarinkomen;A. BRUTOJAARINKOMEN
B. Omzetten van het brutojaarinkomen in het belastbare netto jaarinkomen;
C. Berekenen van de jaarbelasting;
D. Berekenen van de bedrijfsvoorheffing.
6. Om het brutojaarinkomen vast te stellen moet men :
1 - het betaalde brutobedrag van de maandelijkse bezoldigingen of
+ pensioenen verminderen met de inhoudingen gedaan ter uitvoering van :
* de sociale wetgeving of een ermede gelijkgesteld wettelijk of reglementair statuut;- het betaalde brutobedrag van de maandelijkse bezoldigingen van bestuurders
* een groepsverzekeringscontract of een extra-wettelijke voorzorgsregeling van verzekering tegen ouderdom of vroegtijdige dood;
en werkende vennoten die onderworpen zijn aan het sociaal statuut van de zelfstandigen, verminderen zoals aangegeven in onderstaande tabel :
Brutobedrag van de maandelijkse bezoldigingen
| Vermindering tot 30.500 F | 10.500 F |
| van 30.501 F tot 131.000 F | 10.500 F + 16 pct op de schijf boven 30.500 F |
| van 131.001 F tot 198.000 F | 26.580 F + 11,50 pct op de schijf boven 131.000 F |
| boven 198.000 F | 34.285 F |
B. BELASTBAAR NETTOJAARINKOMEN
1. Bezoldigingen
7. Het belastbare nettojaarinkomen is gelijk aan het brutojaarinkomen verminderd met de forfaitaire beroepskosten. Die forfaitaire beroepskosten worden als volgt bepaald :
a) Bezoldigingen (wedden en lonen) van werknemers
brutojaarinkomen forfaitaire beroepskosten
| tot 163.000 F | 20 pct. |
| van 163.001 F tot 325.000 F | 32.600 F + 10 pct. op de schijf boven 163.000 F |
| van 325.001 F tot 542.000 F | 48.800 F + 5 pct. op de schijf boven 325.000 F |
| van 542.001 F tot 2.153.667 F | 59.650 F + 3 pct. op de schijf boven 542.000 F |
| boven 2.153.667 F | 108.000 F (maximum) |
brutojaarinkomen forfaitaire beroepskosten
| tot 2.160.000 F | 5 pct. |
| boven 2.160.000 F | 108.000 F (maximum) |
8. Het belastbare nettojaarinkomen is gelijk aan het brutojaarinkomen.
C. JAARBELASTING
9. Om de jaarbelasting te bekomen moet men :
op het belastbare nettojaarinkomen de basisbelasting berekenen;
- van de basisbelasting de belastingverminderingen aftrekken.
De jaarbelasting is dus gelijk aan de basisbelasting verminderd met de belastingverminderingen.
1. Basisbelasting
10. De basisbelasting wordt berekend met behulp van één van de basisschalen opgenomen in de bijlagen 1 en 2.
a) Basisschaal opgenomen in bijlage 1. Deze basisschaal is van toepassing wanneer de verkrijger van de inkomsten een alleenstaande is of wanneer de echtgenoot van de verkrijger van de inkomsten eveneens persoonlijke beroepsinkomsten heeft.BELANGRIJKE OPMERKING.
---------------------
Wanneer nochtans de echtgenoot van de verkrijger van de inkomsten persoonlijke beroepsinkomsten heeft die uitsluitend bestaan uit pensioenen, renten of ermede gelijkgestelde inkomsten en die niet meer bedragen dan 1.750 F NETTO per maand, wordt - in afwijking van het vorig lid - de basisbelasting berekend met behulp van de basisschaal opgenomen in bijlage 2 (nr. 10, b).
b) Basisschaal opgenomen in bijlage 2.Deze basisschaal is van toepassing wanneer de echtgenoot van de verkrijger van de inkomsten geen persoonlijke beroepsinkomsten heeft .
* Vooreerst wordt aan de echtgenoot van de verkrijger + van de inkomsten een beroepsinkomen toegekend dat gelijk is aan 3O pct. van het belastbare nettojaarinkomen.
Het toegekende inkomen mag echter niet meer bedragen dan 204.9OO F (maximum bereikt bij een belastbaar nettojaar- inkomen van 683.000 F).
* Vervolgens wordt de belasting op dat toegekende inkomen berekend met behulp van de basisschaal opgenomen in bijlage 2 (resultaat : belasting A).
* Daarna wordt de belasting - eveneens met behulp van de basisschaal opgenomen in bijlage 2 - berekend op het verschil tussen het belastbare nettojaarinkomen en het deel daarvan dat aan de andere echtgenoot werd toegerekend (resultaat : belasting B).
* De basisbelasting tenslotte is gelijk aan de som van de twee belastingbedragen (som = belasting A + belasting B) verminderd met 68.900 F.
Afronding van de basisbelasting
Het bedrag van de basisbelasting wordt steeds op de frank afgerond. Frankgedeelten worden voor een eenheid geteld of weggelaten naargelang zij vijftig centiem en meer of minder dan vijftig centiem bedragen.
2. Belastingverminderingen
a) Algemeen11. Van de basisbelasting mogen worden afgetrokken :
- de verminderingen voor kinderen ten laste;
- de verminderingen voor andere gezinslasten;
- wanneer het om pensioenen gaat, de bijzondere vermindering voor pensioenen (geheel of gedeeltelijk - zie nr. 15).
12. Sommige begrippen met betrekking tot de belastingverminderingen worden in bijlage 4 toegelicht. b) Vermindering voor kinderen ten laste
13. De vermindering voor kinderen ten laste moet worden toegekend op basis van de gegevens opgenomen in de tabel van bijlage 5.
c) Verminderingen voor andere gezinslasten14. De verminderingen voor andere gezinslasten zijn naar aard en bedrag gespecificeerd in de tabellen van bijlagen 6 en 7.
Bijlage 6
De aldaar vermelde verminderingen zijn enkel van toepassing wanneer de basisbelasting werd berekend met behulp van de basisschaal opgenomen in bijlage 1.
Bijlage 7
Die verminderingen zijn enkel van toepassing wanneer de basisbelasting werd berekend met behulp van de basisschaal op- genomen in bijlage 2.
d) Bijzondere vermindering voor pensioenen15. De bijzondere vermindering voor pensioenen bedraagt inzake B.V. 78.495 F per jaar.
Die bijzondere vermindering wordt als volgt afgetrokken :
- volledig wanneer het jaarbedrag van het pensioen niet hoger is dan 650.000+ F;
- voor een gedeelte wanneer het jaarbedrag van het pensioen begrepen is + tussen 650.000 F en 1.300.000 F; dat gedeelte wordt berekend met de volgende formule :
- voor 1/3 wanneer het jaarbedrag van het pensioen 1.300.000 F of meer bedraagt.(1/3 x 78.495) + (2/3 x 78.495 x 1.300.000 - jaarbedrag pensioen) + 650.000
Afronding van de bijzondere vermindering voor pensioenen
Het bedrag van de bijzondere vermindering voor pesioenen wordt steeds op de frank afgerond. Frankgedeelten worden voor een eenheid geteld of weggelaten naargelang zij vijftig centiem en meer of minder dan vijftig centiem bedragen.
e) Samenvoeging van belastingverminderingen16. Alle verminderingen mogen worden samengevoegd zonder dat nochtans het totaal ervan het bedrag van de basisbelasting mag overtreffen.
D. BEDRIJFSVOORHEFFING
17. De verschillende bewerkingen waarvan hierboven sprake geven als uitkomst de jaarbelasting (zie nr. 9).
Om nu het bedrag van de B.V. te bepalen die op de maandelijks betaalde bezoldigingen of pensioenen verschuldigd is, moet men nog slechts het bedrag van de jaarbelasting delen door 12.
Afronding van de B.V.
Het resultaat van de deling door 12 wordt steeds op de lagere frank afgerond.
Hoofdstuk 2. BEREKENEN VAN DE B.V. OP ANDERS DAN PER MAAND BETAALDE + BEZOLDIGINGEN
18. In dat geval wordt de B.V. als volgt berekend :
A. Betalingen per veertien dagen
1. het brutojaarinkomen vaststellen als volgt :
- vooreerst het betaalde brutobedrag van de bezoldigingen verminderen met de inhoudingen vermeld in nr. 6, 1;
- vervolgens het bekomen verschil vermenigvuldigen met 2 om te komen tot een brutomaandinkomen;
- daarna dit brutomaandinkomen afronden op het lagere veelvoud van + vijfhonderd en vermenigvuldigen met 12 om te komen tot een brutojaarinkomen;
2. het brutojaarinkomen omzetten in het belastbare netto- jaarinkomen (nr. 7);
3. de jaarbelasting berekenen (nrs. 9 tot 14 en 16);
4. de B.V. per maand berekenen (nr. 17);
5. het bekomen bedrag van de B.V. delen door 2; het resultaat van de deling door 2 wordt op de lagere frank afgerond.
B. Betalingen per week
1. het brutojaarinkomen vaststellen als volgt :
- vooreerst het betaalde brutobedrag van de bezoldigingen verminderen met de inhoudingen vermeld in nr. 6, 1;
- vervolgens het bekomen verschil vermenigvuldigen met 4 om te komen tot een brutomaandinkomen;
- daarna dit brutomaandinkomen afronden op het lagere veelvoud van vijfhonderd en vermenigvuldigen met 12 om te komen tot een brutojaarinkomen;
2. het brutojaarinkomen omzetten in het belastbare netto- jaarinkomen (nr. 7);
3. de jaarbelasting berekenen (nrs. 9 tot 14 en 16);
4. de B.V. per maand berekenen (nr. 17); 5. het bekomen bedrag van de B.V. delen door 4; het resultaat van de deling door 4 wordt op de lagere frank afgerond.
C. Betalingen per werkdag
1. het brutojaarinkomen vaststellen als volgt :
- vooreerst het betaalde brutobedrag van de bezoldigingen verminderen met de inhoudingen vermeld in nr. 6, 1;
- vervolgens het bekomen verschil vermenigvuldigen met 20 om te komen tot een brutomaandinkomen;
- daarna dit brutomaandinkomen afronden op het lagere veelvoud van vijfhonderd en vermenigvuldigen met 12 om te komen tot een brutojaarinkomen;
2. het brutojaarinkomen omzetten in het belastbare netto-jaarinkomen (nr. 7);
3. de jaarbelasting berekenen (nrs. 9 tot 14 en 16);
4. de B.V. per maand berekenen (nr. 17);
5. het bekomen bedrag van de B.V. delen door 20; het resultaat van de deling door 20 wordt op de lagere frank afgerond.
DEEL II. BEZOLDIGINGEN OF PENSIOENEN BETAALD AAN NIET-VERBLIJFHOUDERS DIE NIET GEDURENDE HET VOLLEDIGE BELASTBARE TIJDPERK IN + BELGIE EEN TEHUIS HEBBEN BEHOUDEN
Hoofdstuk 1. BEREKENEN VAN DE B.V. OP MAANDELIJKSE BEZOLDIGINGEN OF PENSIOENEN
19. De B.V. die bij betaling van maandelijkse bezoldigingen of pensioenen is verschuldigd, wordt in vier stappen berekend.
Deze vier stappen zijn :
A. Vaststellen van het brutojaarinkomen;
B. Omzetten van het brutojaarinkomen in het belastbare netto-jaarinkomen;
C. Berekenen van de jaarbelasting;
D. Berekenen van de bedrijfsvoorheffing.
A. BRUTOJAARINKOMEN
20. Om het brutojaarinkomen vast te stellen moet men :
1 - het betaalde brutobedrag van de maandelijkse bezoldigingen of pensioenen verminderen met de inhoudingen gedaan ter uitvoering van :
* de sociale wetgeving of een ermede gelijkgesteld wettelijk of reglementair statuut;
* een groepsverzekeringscontract of een extra-wettelijke voorzorgsregeling van verzekering tegen ouderdom of vroegtijdige dood;
- het betaalde brutobedrag van de maandelijkse bezoldigingen van bestuurders en werkende vennoten die onderworpen zijn aan het sociaal statuut van de zelfstandigen, verminderen zoals aangegeven in onderstaande tabel :
Brutobedrag van de maandelijkse bezoldigingen
| Vermindering tot 30.500 F | 10.500 F |
| van 30.501 F tot 131.000 F | 10.500 F + 16 pct op de schijf boven 30.500 F |
| van 131.001 F tot 198.000 F | 26.580 F + 11,50 pct op de schijf boven 131.000 F |
| boven 198.000 F | 34.285 F |
B. BELASTBAAR NETTOJAARINKOMEN
1. Bezoldigingen
21. Het belastbare nettojaarinkomen is gelijk aan het brutojaarinkomen verminderd met de forfaitaire beroepskosten. Die forfaitaire beroepskosten worden als volgt bepaald :
a) Bezoldigingen (wedden en lonen) van werknemersbrutojaarinkomen forfaitaire beroepskosten
| tot 165.000 F | 20 pct. |
| van 165.001 F tot 330.000 F | 33.000 F + 10 pct. op de schijf boven 165.000 F |
| van 330.001 F tot 550.000 F | 49.500 F + 5 pct. op de schijf boven 330.000 F |
| van 550.001 F tot 2.200.000 F | 60.500 F + 3 pct. op de schijf boven 550.000 F |
| boven 2.200.000 F | 110.000 F (maximum) |
b) Periodieke bezoldigingen van bestuurders en werkende vennotenbrutojaarinkomen forfaitaire beroepskosten
| tot 2.200.000 F | 5 pct. |
| boven 2.200.000 F | 110.000 F (maximum) |
22. Het belastbare nettojaarinkomen is gelijk aan het brutojaarinkomen.
C. JAARBELASTING
23. Om de jaarbelasting te bekomen moet men :
- op het belastbare nettojaarinkomen de basisbelasting berekenen;
- wanneer het om pensioenen gaat, van de basisbelasting de bijzondere belastingvermindering voor pensioenen aftrekken.
De jaarbelasting is dus gelijk aan de basisbelasting verminderd met, wanneer het om pensioenen gaat, de bijzondere belastingvermindering voor pensioenen.
1. Basisbelasting
24. De basisbelasting wordt berekend met behulp van de basisschaal opgenomen in bijlage 3.
Afronding van de basisbelasting
Het bedrag van de basisbelasting wordt steeds op de frank afgerond. Frankgedeelten worden voor een eenheid geteld of weggelaten naargelang zij vijftig centiem en meer of minder dan vijftig centiem bedragen.
2. Belastingverminderingen
25. Van de basisbelasting mag slechts, wanneer het om pensioenen gaat, de bijzondere vermindering voor pensioenen (ge-heel of gedeeltelijk - zie hierna) worden afgetrokken.
De bijzondere vermindering voor pensioenen bedraagt inzake B.V. 115.119 F per jaar.
Die bijzondere vermindering wordt als volgt afgetrokken :
- volledig wanneer het jaarbedrag van het pensioen niet hoger is dan + 660.000 F;
- voor een gedeelte wanneer het jaarbedrag van het pensioen begrepen is + tussen 660.000 F en 1.319.000 F; dat gedeelte wordt berekend met de volgende formule :
(1/3 x 115.119) + (2/3 x 115.119 x 1.319.000 - jaarbedrag + pensioen) + 659.000
- voor 1/3 wanneer het jaarbedrag van het pensioen
1.319.000 F of meer bedraagt.
Afronding van de bijzondere vermindering voor pensioenen
Het bedrag van de bijzondere vermindering voor pensioenen wordt steeds op de frank afgerond. Frankgedeelten worden voor een eenheid geteld of weggelaten naargelang zij vijftig centiem en meer of minder dan vijftig centiem bedragen.
D. BEDRIJFSVOORHEFFING
26. De verschillende bewerkingen waarvan hierboven sprake geven als uitkomst de jaarbelasting (zie nr. 23).
Om nu het bedrag van de B.V. te bepalen die op de maandelijks betaalde bezoldigingen of pensioenen verschuldigd is, moet men nog slechts het bedrag van de jaarbelasting delen door 12.
Afronding van de B.V.
Het resultaat van de deling door 12 wordt steeds op de lagere frank afgerond.
Hoofdstuk 2. BEREKENEN VAN DE B.V. OP ANDERS DAN PER MAAND BETAALDE BEZOLDIGINGEN
27. In dat geval wordt de B.V. als volgt berekend :
A. Betalingen per veertien dagen
1. het brutojaarinkomen vaststellen als volgt :
- vooreerst het betaalde brutobedrag van de bezoldigingen verminderen met de inhoudingen vermeld in nr. 20, 1;
- vervolgens het bekomen verschil vermenigvuldigen met 2 om te komen tot een brutomaandinkomen;
- daarna dit brutomaandinkomen afronden op het lagere veelvoud van vijfhonderd en vermenigvuldigen met 12 om te komen tot een brutojaarinkomen;
2. het brutojaarinkomen omzetten in het belastbare netto- jaarinkomen (nr. 21);
3. de jaarbelasting berekenen (nrs. 23 en 24);
4. de B.V. per maand berekenen (nr. 26);
5. het bekomen bedrag van de B.V. delen door 2; het resultaat van de deling door 2 wordt op de lagere frank afgerond.
B. Betalingen per week
1. het brutojaarinkomen vaststellen als volgt :
- vooreerst het betaalde brutobedrag van de bezoldigingen verminderen met de inhoudingen vermeld in nr. 20, 1;
- vervolgens het bekomen verschil vermenigvuldigen met 4 om te komen tot een brutomaandinkomen;
- daarna dit brutomaandinkomen afronden op het lagere veelvoud van vijfhonderd en vermenigvuldigen met 12 om te komen tot een brutojaarinkomen;
2. het brutojaarinkomen omzetten in het belastbare netto- jaarinkomen (nr. 21);
3. de jaarbelasting berekenen (nrs. 23 en 24);
4. de B.V. per maand berekenen (nr. 26); 5. het bekomen bedrag van de B.V. delen door 4; het resultaat van de + deling door 4 wordt op de lagere frank afgerond.
C. Betalingen per werkdag
1. het brutojaarinkomen vaststellen als volgt :
- vooreerst het betaalde brutobedrag van de bezoldigingen verminderen met de inhoudingen vermeld in nr. 20, 1;
- vervolgens het bekomen verschil vermenigvuldigen met 20 om te komen tot een brutomaandinkomen;
- daarna dit brutomaandinkomen afronden op het lagere veelvoud van vijfhonderd en vermenigvuldigen met 12 om te komen tot een brutojaarinkomen;
2. het brutojaarinkomen omzetten in het belastbare netto- jaarinkomen (nr. 21);
3. de jaarbelasting berekenen (nrs. 23 en 24);
4. de B.V. per maand berekenen (nr. 26);
5. het bekomen bedrag van de B.V. delen door 20; het resultaat van de + deling door 20 wordt op de lagere frank afgerond.
RIJKSINWONERS EN NIET-VERBLIJFHOUDERS DIE GEDURENDE HET VOLLEDIGE BELASTBARE TIJDPERK IN BELGIE EEN TEHUIS HEBBEN BEHOUDEN
BASISSCHAAL VAN TOEPASSING :
- OFWEL WANNEER DE VERKRIJGER VAN DE INKOMSTEN EEN ALLEENSTAANDE IS;
- OFWEL WANNEER DE ECHTGENOOT VAN DE VERKRIJGER VAN DE INKOMSTEN EVENEENS PERSOONLIJKE BEROEPSINKOMSTEN HEEFT.
| Belastbaar netto jaarinkomen | Basisbelasting |
| tot 141.000 F | 0 F |
| van 141.001 F tot 249.000 F | 26,5 pct op de schijf boven 141.000 F |
| van 249.001 F tot 330.000 F | 28.620 F + 31,8 pct. 249.000 F |
| van 330.001 F tot 471.000 F | 54.378 F + 42,4 pct. op de schijf boven 330.000 F |
| van 471.001 F tot 1.084.000 F | 114.162 F + 47,7 pct. op de schijf boven 471.000 F |
| van 1.084.001 F tot 1.625.000 F | 406.563 F + 53 pct. op de schijf boven 1.084.000 F |
| van 1.625.001 F tot 2.384.000 F | 693.293 F + 55,65 pct. 1.625.000 F |
| boven 2.384.000 F | 1.115.677 F + 58,3 pct. op de schijf boven 2.384.000 F |
BASISSCHAAL VAN TOEPASSING WANNEER DE ECHTGENOOT VAN DE VERKRIJGER VAN DE INKOMSTEN GEEN PERSOONLIJKE BEROEPSINKOMSTEN HEEFT.
| Toegerekend beroepsinkomen en belastbaar nettojaar inkomen minus toegerekend inkomen | Basisbelasting |
| van 1 F tot 249.000 F | 26,5 pct. |
| van 249.001 F tot 330.000 F | 65.985 F + 31,8 pct. op de schijf boven 249.000 F |
| van 330.001 F tot 471.000 F | 91.743 F + 42,4 pct. " " " " 330.000 F |
| van 471.001 F tot 1.084.000 F | 151.527 F + 47,7 pct. " " " " 471.000 F |
| van 1.084.001 F tot 1.625.000 F | 443.928 F + 53 pct. " " " " 1.084.000 F |
| van 1.625.001 F tot 2.384.000 F | 730.658 F + 55,65 pct. " " " " 1.625.000 F |
| boven 2.384.000 F | 1.153.042 F + 58,3 pct. " " " " 2.384.000 F |
BASISSCHAAL
| belastbaar netto jaarinkomen | Basisbelasting |
| van 1 F tot 253.000 F | 26,5 pct. |
| van 253.001 F tot 335.000 F | 67.045 F + 31,8 pct. op de schijf boven 253.000 F |
| van 335.001 F tot 478.000 F | 93.121 F + 42,4 pct. " " " " 335.000 F |
| van 478.001 F tot 1.100.000 F | 153.753 F + 47,7 pct. " " " " 478.000 F |
| van 1.100.001 F tot 1.649.000 F | 450.447 F + 53 pct. " " " " 1.100.000 F |
| van 1.649.001 F tot 2.419.000 F | 741.417 F + 55,65 pct. " " " " 1.649.000 F |
| boven 2.419.000 F | 1.169.922 F + 58,3 pct. " " " " 2.419.000 F |
BEGRIPPEN IN VERBAND MET BELASTINGVERMINDERING
1 Mindervaliden.
a) Mindervalide kind
Hieronder wordt verstaan :
- het kind dat voor ten minste 66 pct. getroffen is door ontoereikendheid of vermindering van lichamelijke of psychische geschiktheid wegens één of meer aandoeningen;
- het kind van wie, ongeacht de leeftijd, is vastgesteld dat ingevolge + feiten overkomen en vastgesteld vóór de leeftijd van 65 jaar :
a) ofwel zijn lichamelijke of psychische toestand zijn verdienvermogen heeft verminderd tot één derde of minder van wat een valide persoon door een of ander beroep op de algemene arbeidsmarkt kan verdienen;
b) ofwel zijn gezondheidstoestand een volledig gebrek aan of een vermindering van zelfredzaamheid van ten minste 9 punten met zich brengt, gemeten volgens de handleiding en de medisch-sociale schaal van toepassing in het kader van de wetgeving met betrekking tot de tegemoetkomingen aan gehandicapten;
c) ofwel, na de periode van primaire ongeschiktheid bepaald in artikel 46 van de wet van 9 augustus 1963 tot instelling en organisatie van een regeling voor verplichte ziekte- en invaliditeitsverzekering, zijn verdienvermogen is verminderd tot een derde of minder, zoals bepaald in artikel 56 van dezelfde wet;
d) ofwel hij, ingevolge een administratieve of gerechtelijke beslissing, voor tenminste 66 pct. blijvend fysiek of psychisch gehandicapt of arbeidsongeschikt werd verklaard.
Het mindervalide kind ten laste wordt voor twee geteld.
b) Andere mindervalide- diegene van wie vóór 1 januari 1989 werd vastgesteld dat hij voor ten + minste 66 pct. getroffen is door ontoereikendheid of vermindering van lichamelijke of psychische geschiktheid wegens één of meer aandoeningen;
Hieronder wordt verstaan :
- diegene van wie, ongeacht de leeftijd, is vastgesteld dat ingevolge feiten overkomen en vastgesteld vóór de leeftijd van 65 jaar :
a) ofwel zijn lichamelijke of psychische toestand zijn verdienvermogen heeft verminderd tot één derde of minder van wat een valide persoon door een of ander beroep op de algemene arbeidsmarkt kan verdienen;
b) ofwel zijn gezondheidstoestand een volledig gebrek aan of een vermindering van zelfredzaamheid van ten minste 9 punten met zich brengt, gemeten volgens de handleiding en de medisch-sociale schaal van toepassing in het kader van de wetgeving met betrekking tot de tegemoetkomingen aan gehandicapten.
c) ofwel, na de periode van primaire ongeschiktheid bepaald in artikel 46 + van de wet van 9 augustus 1963 tot instelling en organisatie van een regeling voor verplichte ziekte- en invaliditeitsverzekering, zijn verdienvermogen is verminderd tot een derde of minder, zoals bepaald in artikel 56 van dezelfde wet;
d) ofwel hij, ingevolge een administratieve of gerechtelijke beslissing, + voor tenminste 66 pct. blijvend fysiek of psychisch gehandicapt of arbeidsongeschikt werd verklaard.
2 Wanneer een kind ten laste of een in art. 82, §1, 3 tot 5 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen bedoelde persoon ten laste overlijdt, wordt de vermindering voor dat kind of die persoon verder toegestaan tot het einde van het jaar van overlijden.
3 Wanneer beide echtgenoten persoonlijke beroepsinkomsten hebben :
- worden de verminderingen voor kinderen ten laste en voor andere gezinslasten, behalve die voor de mindervalide echtgenote, aan de man verleend;
- wordt aan de vrouw, indien die zelf mindervalide is, de vermindering wegens invaliditeit verleend.
RIJKSINWONERS EN NIET-VERBLIJFHOUDERS DIE GEDURENDE HET VOLLEDIGE BELASTBARE TIJDPERK IN BELGIE EEN TEHUIS HEBBEN BEHOUDEN
VERMINDERING VOOR KINDEREN TEN LASTE
| Aantal kinderen ten laste (1) | Vermindering van de basisbelasting |
| 1 | 10.200 |
| 2 | 26.100 |
| 3 | 67.200 |
| 4 | 126.300 |
| 5 | 190.500 |
| 6 | 255.000 |
| 7 | 319.500 |
| 8 | 383.700 |
voor 9 kinderen : 383.700 + (1 x 71.700) = 455.400 F voor 10 kinderen : 383.700 + (2 x 71.700) = 527.100 F
(1) het mindervalide kind ten laste wordt voor twee geteld
RIJKSINWONERS EN NIET-VERBLIJFHOUDERS DIE GEDURENDE HET VOLLEDIGE BELASTBARE TIJDPERK IN BELGIE EEN TEHUIS HEBBEN BEHOUDEN
VERMINDERINGEN VOOR ANDERE GEZINSLASTEN VAN TOEPASSING :
- OFWEL WANNEER DE VERKRIJGER VAN DE INKOMSTEN EEN ALLEENSTAANDE IS; - OFWEL WANNEER DE ECHTGENOOT VAN DE VERKRIJGER VAN DE INKOMSTEN EVENEENS PERSOONLIJKE BEROEPSINKOMSTEN HEEFT.Grond van de vermindering Jaarbedrag in frank van de vermindering (1)
| 1. de verkrijger van de inkomsten is een alleenstaande, BEHALVE wanneer zijn inkomsten uit PENSIOENEN bestaan : | 10.200 |
| 2. de verkrijger van de inkomsten is een niet hertrouwde weduwnaar (weduwe) + of een ongehuwde vader (moeder), met één of meer kinderen ten laste : |
10.200 |
| 3. de verkrijger van de inkomsten is zelf mindervalide : | 10.200 |
| 4. de verkrijger van de inkomsten heeft in artikel 82, §1, 3 tot 5, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen bedoelde personen ten laste, per persoon : |
10.200 |
| 5. de onder 4 bedoelde personen ten laste van de verkrijger van de inkomsten zijn mindervalide, per mindervalide persoon: | 10.200 |
| 6. de echtgenoot van de verkrijger van de inkomsten heeft persoonlijke beroepsinkomsten die niet meer bedragen dan 5.500 F NETTO per maand (2) : |
10.200 |
(2) bij het beoordelen van de grens van 5.500 F NETTO per maand, moet de toestand per 1 januari 1992 in aanmerking worden genomen en dienen de netto-beroepsinkomsten als volgt te worden vastgesteld:
1. de bruto-beroepsinkomsten verminderen met de verplichte inhoudingen + of bijdragen gedaan ter uitvoering van de sociale wetgeving of van een ermede gelijkgesteld wettelijk of reglementair statuut ;
2. vervolgens het bekomen verschil verminderen met 20 pct.
RIJKSINWONERS EN NIET-VERBLIJFHOUDERS DIE GEDURENDE HET VOLLEDIGE BELASTBARE TIJDPERK IN BELGIE EEN TEHUIS HEBBEN BEHOUDEN
VERMINDERINGEN VOOR ANDERE GEZINSLASTEN VAN TOEPASSING WANNEER DE ECHTGENOOT VAN DE VERKRIJGER VAN DE INKOMSTEN GEEN PERSOONLIJKE BEROEPSINKOMSTEN HEEFT.
Grond van de vermindering Jaarbedrag in frank van de vermindering (1)
| 1. de verkrijger van de inkomsten is zelf mindervalide : | 10.200 |
| 2. de echtgenoot van de verkrijger van de inkomsten is mindervalide : | 10.200 |
| 3. de verkrijger van de inkomsten heeft in artikel 82, §1, 3 tot 5, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen bedoelde personen ten laste, per persoon : |
10.200 |
| 4. de onder 3 bedoelde personen ten laste van de verkrijger van de inkomsten zijn mindervalide, per mindervalide persoon: |
10.200 |
Bron: FisconetPlus
