Circulaire nr. Ci.RH.241/559.092 (AOIF 39/2004) van 22.10.2004

CIRC 22.10.04/1

Vervangen door Circulaire nr. Ci.RH.241/559.092 (AOIF 43/2005) van 23.11.2005

BEROEPSKOSTEN
Kledingkosten
Motorfiets
Reiskosten voor woon-werkverkeer
Voorwaarde van aftrekbaarheid van de beroepskosten
Werkelijke beroepskosten
Aftrekbaarheid van kledijkosten van motorrijders.
Aan alle ambtenaren.
1. In de circ. nr. Ci.RH.241/559.092 (AOIF Nr. 29/2004) van 09.07.2004, wordt onder meer gesteld dat de kledijkosten van motorrijders (motorpak, laarzen, handschoenen, enz.) krachtens de uitdrukkelijke bewoordingen van art. 53, 7° van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WIB 92) niet als beroepskosten mogen worden aangemerkt.
2. In antwoord op recente mondelinge parlementaire vragen heeft de Minister echter gesteld dat wat betreft de kledijkosten, motorpak, schoenen en dergelijke meer, kan worden aangenomen dat als die kledij overwegend een elementair onderdeel vormt van de veiligheid van wie ze draagt, het veiligheidsaspect voorrang heeft op het zuivere kledingaspect. De algemene regel van art. 49, WIB 92 heeft dan de overhand op de voorschriften van art. 53, 7°, WIB 92, zodat de betrokken veiligheidskledij aanleiding kan geven tot aftrekbare beroepskosten. Dat is bijvoorbeeld het geval voor erkende beschermende motorpakken, handschoenen of schoenen of voor reflecterende jassen of bovenkledij. Het spreekt voor zich dat kledij die men strikt om comfortredenen draagt, zelfs in leder, of om in de mode te zijn, geen aanleiding kan geven tot een aftrek van de beroepskosten.
3. Op vraag van de Minister pleegt de administratie overleg met verschillende organisaties voor motorrijders om tot een duidelijke omschrijving te komen van de kledij en de toebehoren die als beschermende kledij kunnen worden beschouwd en die als beroepskosten mogen worden afgetrokken. Hieromtrent zullen zo spoedig mogelijk nadere preciseringen in een afzonderlijke circ. worden verstrekt.
4. In afwachting van die circ. wordt het lid in verband met de kledijkosten in de circ. van 09.07.2004 met onmiddellijke ingang opgeheven en dit in elk stadium van de procedure (dus ook voor de eventueel lopende geschillen). Dit betekent concreet dat de aftrek als beroepskosten van specifieke kledijkosten voor motorrijders mag worden aanvaard in de mate dat die kledij voor beroepsverplaatsingen wordt gebruikt. In afwachting van nadere preciseringen (zie nr. 3) dienen daarbij de principes uiteengezet in nr. 2 in acht te worden genomen.
Voor de Administrateur-generaal
van de Belastingen en de Invordering :
De Directeur,
S. QUINTENS