Zwitserland - Circulaire Ci.R.9 CH/308.617 dd. 25.09.1981

Bulletin nr. 600/11.81, p. 2256-2270

Dubbelbelastingverdragen. - Zwitserland.

Onderrichtingen betreffende de toepassing van de Belgisch-Zwitserse overeenkomst van 28 augustus 1978 tot het vermijden van dubbele belasting inzake belastingen naar het inkomen en naar het vermogen.

Circ. 25.9.1981, nr. Ci.R9.CH/308.617.

I. BELANGRIJKE DATA.

Algemeen.

Ondertekening van de overeenkomst: 28.8.1978.

Goedkeuring: W. 2.9.1980.

Publicatie: B.S. 14.10.1980 (V. 1539- B. 590).

Uitwisseling van de akten van bekrachtiging: 11.9.1980.

Inwerkingtreding: 26.9.1980.

Toepassing in België:

- op de bij wijze van inhouding bij de bron geheven belastingen op inkomsten die met ingang van 1.1.1980 zijn toegekend of betaalbaar zijn gesteld;

- op de andere belastingen geheven naar inkomsten van belastbare tijdperken die eindigen op of na 31.12.1980 (aanslagjaren 1981 en volgende).

Opheffing van een vroeger akkoord.

Het akkoord tussen België en Zwitserland met het oog op het vermijden van dubbele belasting op lucht- en zeevaartondernemingen, gesloten bij wisseling van brieven op 5.12.1957 (B.S. 6.8.1958) wordt opgeheven en houdt op toepassing te vinden op de belastingen waarop de nieuwe overeenkomst van toepassing is.

II. ALGEMENE KENMERKEN.

A. INHOUD VAN DE OVEREENKOMST.

Naast haar voornaamste oogmerk dat gericht is op het voorkomen van dubbele belasting, zijn andere problemen die gewoonlijk daarmede verband houden onderwerp van de overeenkomst. Aldus stelt art. 27 van de overeenkomst, tussen de twee Staten, met de gebruikelijke voorzorgsmaatregelen, de uitwisseling van inlichtingen in die nodig zijn voor een juiste toepassing van de bepalingen van de overeenkomst.

Op dit punt wijkt deze overeenkomst evenwel af van het OESO-modelverdrag en van de andere door België gesloten overeenkomsten doordat enkel die inlichtingen mogen worden uitgewisseld die nodig worden geacht om zich te vergewissen van de gegrondheid van een verzoek dat door een inwoner van België of van Zwitserland wordt ingediend om het voordeel van een of andere bepaling van de overeenkomst te bekomen.

Inlichtingen die enkel nodig zijn voor de juiste toepassing van de interne wetten van de overeenkomst sluitende Staten mogen dus niet worden uitgewisseld.

Anderzijds voorziet de overeenkomst niet in een wederzijdse bijstand voor de invordering van de belastingen.

B. WERKINGSSFEER VAN DE OVEREENKOMST.

1° Met betrekking tot de belasting.

Luidens de bewoordingen van art. 2 is de overeenkomst van toepassing op de inkomstenbelastingen die thans in beide landen worden geheven op de Zwitserse belastingen naar het vermogen alsmede op de toekomstige gelijksoortige belastingen. De bij de bron geheven belastingen op winsten uit loterijen, spelen en weddenschappen zijn daaronder niet begrepen.

2° Met betrekking tot de personen.

In de regel is de overeenkomst van toepassing op inwoners van één of van beide overeenkomst sluitende Staten, d.w.z. op natuurlijke personen, vennootschappen en verenigingen van personen die in die Staten aan belasting zijn onderworpen ter zake van hun inkomsten uit binnenlandse en buitenlandse bronnen.

Om reden van wederkerigheid bepaalt art. 4, § 1, dat de overeenkomst van toepassing is op Belgische personenvennootschappen die de belastingheffing van hun winsten ten name van hun vennoten hebben gekozen, alsmede op vennootschappen onder gemeenschappelijke naam en vennootschappen bij wijze van eenvoudige geldschieting naar Zwitsers recht.

Daarentegen wordt aan bepaalde personen die schijnbaar inwoner zijn van een overeenkomst sluitende Staat, ingevolge art. 4, § 4 uitdrukkelijk elke aanspraak op de bepalingen van de overeenkomst ontzegd.

a) Schijnbaar gerechtigden tot de inkomsten (art. 4, § 1°)

Onder “schijnbaar gerechtigde tot de inkomsten” moet worden verstaan iedere persoon die op grond van de algemene criteria van art. 4, § 1, geacht zou kunnen worden inwoner te zijn van een overeenkomst sluitende Staat maar toch niet het werkelijk genot van de door hem geïncasseerde inkomsten heeft daar hij deze in feite doorbetaalt aan personen die niet inwoner zijn van die Staat.

b) Natuurlijke personen die in de Staat waarvan zij inwoner zijn niet gehouden zijn tot betaling van belastingen op alle inkomsten die zij uit de andere Staat verkrijgen (art. 4, § 4, 2°)

Hier worden de personen beoogd die, alhoewel zij op grond van de algemene criteria van de overeenkomst schijnbaar als inwoner van een overeenkomst sluitende Staat kunnen worden aangemerkt, in die Staat onderworpen zijn aan een fiscaal regime dat afwijkt van het gemeen recht, in die zin dat zij niet onderworpen zijn aan alle belastingen die in de regel door inwoners verschuldigd zijn ter zake van alle inkomsten die in de regel belastbaar zijn en uit de andere overeenkomst sluitende Staat afkomstig zijn.

Met betrekking tot Zwitserland is de overeenkomst dus niet van toepassing op natuurlijke personen die in Zwitserland aan een zogenaamde forfaitaire belastingheffing worden onderworpen (b.v. op grond van de huurwaarde van hun woning) en die dus niet verplicht zijn hun Belgische inkomsten in de grondslagen van alle Zwitserse belastingen (de belastingen van de Bondsstaat, de kantons en de gemeenten) op te nemen en deze belastingen te betalen tegen een tarief dat op het geheel van hun inkomsten van toepassing is.

III. HET VOORKOMEN VAN DUBBELE BELASTING.

A. ONDERNEMINGSWINST.

Definitie van de vaste inrichting.

De definitie van de vaste inrichting stemt overeen met die welke men terugvindt in soortgelijke overeenkomsten die reeds vroeger met andere geïndustrialiseerde landen werden gesloten.

Er worde evenwel opgemerkt dat een verzekeringsonderneming van een overeenkomst sluitende Staat geacht wordt een vaste inrichting in de andere overeenkomst sluitende Staat te bezitten, met name indien zij aldaar zaken doet door middel van een vertegenwoordiger die zogenaamd onafhankelijk is maar die in feite een machtiging bezit om namens de onderneming overeenkomsten af te sluiten en dit recht gewoonlijk uitoefent (art. 5, § 6, 2de lid).

Belastingregeling die van toepassing is op Belgische vaste inrichtingen.

Tarief van de B.N.V./Ven.

Het tarief van de B.N.V./Ven. op de winsten van Belgische vaste inrichtingen van vennootschappen of verenigingen die inwoner zijn van Zwitserland, wordt beperkt tot het maximumtarief van de Ven. B. (art. 25, § 6), thans zijnde 48 pct., daaronder niet begrepen de (gewone en bijkomende) uitzonderlijke en tijdelijke solidariteitsbijdrage.

Roerende voorheffing op ontvangen dividenden.

Bij ontstentenis van een andersluidende bepaling heft België, overeenkomstig de bepalingen van het interne recht, de R.V. van dividenden uit een aandelenbezit dat wezenlijk verbonden is met een in België gelegen vaste inrichting of vaste basis van een vennootschap die inwoner is van Zwitserland of van een vereniging die haar plaats van werkelijke leiding in Zwitserland heeft.

B. BELASTINGHEFFING VAN DE ROERENDE INKOMSTEN IN DE BRONSTAAT.

Algemeen.

De art. 10, 11 en 12 van de overeenkomst bepalen als volgt de belastingregeling die in de bronstaat van toepassing is op roerende inkomsten die door inwoners van de andere Staat worden verkregen.

a) Dividenden (art. 10)

Algemene regel: de Belgische R.V. of de Zwitserse belasting, naar het geval, wordt beperkt tot 15 pct. van het brutobedrag van de dividenden (daaronder begrepen inkomsten van in Belgische personenvennootschappen belegde kapitalen).

Bijzondere regeling: de Belgische R.V. of de Zwitserse belasting, naar het geval, wordt verminderd tot 10 pct. voor dividenden die worden betaald aan een vennootschap die ten minste 25 pct. bezit van het kapitaal van de vennootschap die de dividenden uitkeert. Het tarief van 10 pct. is niet van toepassing op Zwitserse dividenden waarvan de genieter een Belgische personenvennootschap is die de belastingheffing van haar winsten ten name van haar vennoten heeft gekozen.

b) Interest (art. 11)

Algemene regel: de Belgische R.V. of de Zwitserse belasting, naar het geval, wordt beperkt tot 10 pct. van het normale brutobedrag van de interest.

Bijzondere regelingen:

i) Vrijstelling : van de Belgische R.V. of de Zwitserse belasting, naar het geval, wordt vrijgesteld, interest betaald:

- in verband met de verkoop op krediet van een nijverheids- of handelsuitrusting of van een wetenschappelijke uitrusting;

- in verband met de verkoop op krediet van goederen geleverd door een onderneming van een overeenkomst sluitende Staat aan een onderneming van de andere overeenkomst sluitende Staat;

- voor een niet door effecten aan toonder vertegenwoordigde lening van welke aard ook, verstrekt door een bankinstelling; onder “bankinstelling” moet worden verstaan:

-met betrekking tot Zwitserland, enkel de ondernemingen die onderworpen zijn aan de federale wet op de banken en die onder toezicht staan van de federale Bankcommissie, d.i. de eigenlijke banken en spaarkassen, de financiële vennootschappen en de individuele ondernemingen die zich als bank kenmerken en een beroep doen op het publiek teneinde gelddeposito’s te bekomen;

- met betrekking tot België, de banken in de klassieke zin van het woord en de spaarkassen die aan de controle van de Bankcommissie zijn onderworpen alsmede de openbare kredietinstellingen.

ii) bovenmatige interest (art. 11, § 7): de Belgische belasting of de Zwitserse belasting wordt beperkt tot de tarieven die ingevolge art. 10 van toepassing zijn op dividenden indien de schuldenaar van de interest een vennootschap is en het bovenmatige deel van de interest in het belastbaar inkomen ervan is begrepen.

c) Royalty’s (art. 12)

Algemene regel: de bronstaat stelt het normale brutobedrag van de royalty’s vrij van alle belastingen.

Bijzondere regeling: bovenmatige royalty’s (art. 12, § 4): de Belgische belasting of de Zwitserse belasting wordt beperkt tot de tarieven die ingevolge art. 10 van toepassing zijn op dividenden indien de schuldenaar van de royalty’s een vennootschap is en het bovenmatige deel van de royalty’s in het belastbaar inkomen ervan is begrepen.

Voorwaarden voor het verkeren van de vermindering of de vrijstelling van belasting in de bronstaat.

De vermindering of de vrijstelling van de Belgische belasting of van de Zwitserse belasting, naar het geval, die ingevolge de wetgeving en die het voorkomen van het abusieve gebruik van overeenkomst beogen. Ingevolge die bepalingen mag de Staat waaruit de roerende inkomsten afkomstig zijn, in sommige gevallen, de vermindering of de vrijstelling van zijn belasting weigeren ter zake van inkomsten verkregen door vennootschappen of sommige andere rechtspersonen die inwoner zijn van de andere overeenkomst sluitende Staat, indien personen die inwoner zijn van de Staat waaruit de inkomsten afkomstig zijn of van een derde Staat in die rechtspersonen overheersende belangen hebben of indien de stichting of de oprichting van die rechtspersonen niet aan economische noodwendigheden beantwoordt (dit is ondermeer het geval voor de zogenaamde doorstromingsvennootschappen, basisvennootschappen of brievenbusvennootschappen)

Telkens als er aanleiding toe bestaat op grond van die bijzonder bepalingen te besluiten dat ten onrechte aanspraak wordt gemaakt op de bij de overeenkomst bepaalde belastingontheffingen, mag de Staat waaruit de inkomsten afkomstig zijn dus zijn belasting tegen het volle tarief inhouden.

a) Bilaterale bepalingen

Vennootschappen die inwoner zijn van een overeenkomst sluitende Staat en die voornamelijk – onmiddellijk of middelijk – worden beheerst door personen die niet inwoner zijn van die Staat, zijn slechts gerechtigd tot de verminderingen of vrijstellingen van belasting in de andere Staat ter zake van roerende inkomsten die zij aldaar verkrijgen indien:

i) de crediteurenrekeningen ten name van deze personen niet hoger zijn dan zes maal het kapitaal en de zichtbare reserves van de vennootschap (deze voorwaarde geldt niet voor banken);

ii) de schulden die tegenover dezelfde personen werden aangegaan, niet rente dragen tegen een tarief dat hoger is dan:

- in België: het tarief van de interest die, overeenkomstig de artikelen 45, 2, en 50, 1ste, W.I.B., als bedrijfslast wordt aangenomen;

- in Zwitserland: het tarief van de gemiddelde opbrengst van de door de Zwitserse Bondsstaat uitgegeven obligaties, verhoogd met twee punten;

iii) ten hoogste de helft van de roerende inkomsten die uit de andere Staat afkomstig zijn, worden gebruikt om welke verplichtingen ook na te komen tegenover dezelfde personen;

iv) de uitgaven met betrekking tot die roerende inkomsten uitsluitend door middel van die inkomsten worden betaald;

v) de vennootschap ten minste een vierde van de hierboven vermelde roerende inkomsten uitdeelt.

b) Bepalingen die enkel van toepassing zijn op Zwitserse rechtspersonen.

Voor vennootschappen die inwoner zijn van Zwitserland en die voornamelijk worden beheerst door personen die niet inwoner zijn van dat land, worden de verminderingen en vrijstellingen van Belgische belastingen op interest en royalty’s die zij in België verkrijgen niet alleen onderworpen aan de in sub a) hiervoor vermelde voorwaarden maar is bovendien vereist dat de interest of de royalty’s uit bronnen in België in het Zwitserse kanton waar de zetel van die vennootschappen is gevestigd, aan de kantonale belasting op het inkomen zijn onderworpen onder dezelfde voorwaarden als zijn gesteld met betrekking tot de Zwitserse federale defensiebelasting

ii) Zwitserse familiestichtingen.

Familiestichtingen die inwoner zijn van Zwitserland kunnen slechts aanspraak maken op de bij de Overeenkomst bepaalde ontheffingen van Belgische belasting op de roerende inkomsten die zij in België verkrijgen, indien de stichter en de meerderheid van de begunstigden personen zijn die inwoner zijn van Zwitserland en indien de inkomsten voor ten minste 2/3 aan inwoners van Zwitserland ten goede komen.

c) Controlemaatregelen en regeling voor onderling overleg.

Het toezicht, de onderzoeken en de bevestigingen waarop de toepassing van de bepalingen waarvan sprake sub a) en b) hiervoor steunt, behoren tot de bevoegdheid van de bevoegde autoriteit van de overeenkomst sluitende Staat waarvan de genieter van de inkomsten inwoner is.

Indien de bevoegde autoriteit van de andere Staat waaruit de inkomsten afkomstig zijn evenwel over aanwijzingen beschikt om de verklaringen die door de genieter van de inkomsten zijn verstrekt in twijfel te trekken, kan die autoriteit een nieuw onderzoek door de bevoegde autoriteit van de woonstaat laten instellen.

Ingeval van blijvende meningsverschillen tussen de bevoegde autoriteiten van beide Staten met betrekking tot de toestand van de belastingplichtige ten aanzien van art. 22, zal de in art. 26 van de overeenkomst bepaalde regeling voor onderling overleg toepassing vinden (art. 22, § 3). Anderzijds dient te worden opgemerkt, dat in de regel die autoriteiten steeds onderling overleg kunnen plegen om passende maatregelen te overwegen ten einde een abusief gebruik van de overeenkomst uit te sluiten (art. 26, § 3, 2de zin). Voor de toepassing van de hierboven vermelde procedures is, overeenkomstig de gewone regel, steeds de tussenkomst vereist van het Hoofdbestuur (Directie 1/3), waaraan het dossier van de desbetreffende belastingplichtige, met een omstandig verslag, langs hiërarchische weg moet worden toegestuurd.

Ingeval van twijfel nopens de gegrondheid van een aanvraag om teruggave van Belgische belastingen met betrekking tot roerende inkomsten die Zwitserse rechtspersonen uit bronnen in België verkrijgen wordt, in afwachting dat een akkoord tussen de bevoegde autoriteiten van beide Staten wordt bereikt, iedere werkelijke terugbetaling in beraad gehouden.

Vermindering of vrijstelling van Belgische belasting.

De vermindering of vrijstelling, naar het geval, van Belgische belasting wordt volgens de gewone werkwijze verleend na overlegging van een formulier ad hoe (formulieren 276 Div., 276 Int. Of 276 R., respectievelijk voor dividenden, interest en royalty’s).

Geen enkele formaliteit is evenwel vereist voor in België vrijgestelde interest waarvan sprake sub 1°, b, i, (Bijzondere regelingen) hiervoor, behalve indien het gaat om interest van leningen op naam verstrekt door een Zwitserse bankinstelling aan een inwoner van België.

In afwachting dat de hierboven vermelde formulieren van de reeks 276 beschikbaar zijn, kunnen de inwoners van Zwitserland de bij de overeenkomst bepaalde vermindering of vrijstelling van Belgische belasting op hun roerende inkomsten uit bronnen in België bekomen door het overleggen van een woonplaatsattest model R-B dat door de Zwitserse belastingadministratie wordt uitgereikt (1)(2).

------

(1) De Zwitserse rechtspersonen die een verzoek om vermindering of vrijstelling van de Belgische belasting op dividenden, interest en royalty’s die zij uit bronnen in België verkrijgen, wensen in te dienen en de daartoe bij art. 22, ov., gestelde voorwaarden vervullen, moeten bij hun aanvraag tot het bekomen van een woonplaatsattest model R-B aan de Zwitserse administratie een aanvullend formulier R-Ba overleggen. Dit aanvullend formulier is geldig voor een periode van twee jaar en is uitsluitend bestemd voor de Zwitserse belastingautoriteiten.

(2) De attesten model R-3 kunnen ook worden bekomen bij het Documentatiecentrum-Bedrijfsvoorheffing (Doc.c.-BV). Belliardstraat 45 1040 Brussel.

4° Vermindering of vrijstelling van Zwitserse belasting.

a) Algemeen.

Volgens de huidige Zwitserse wetgeving zijn dividenden (en ermede gelijkgestelde inkomsten) en interest van obligaties en bankrekeningen die door niet-inwoners in Zwitserland worden verkregen, onderworpen aan een bronbelasting die tegen een tarief van 35 pct. van het brutobedrag wordt geheven. Andere inkomsten van roerende kapitalen en royalty’s verkregen door niet-inwoners, worden in Zwitserland niet aan een bronbelasting onderworpen.

De bepalingen van de overeenkomst leiden dus alleen voor de aan de bronbelasting onderworpen dividenden en interesten tot een werkelijke inperking van het recht van belastingheffing van Zwitserland.

b) Wijze van toepassing.

De uiteindelijk gerechtigde tot de inkomsten die inwoner is van België en de daartoe gestelde voorwaarden vervult, moet de Zwitserse belastingadministratie een verzoek om teruggave model R 97 bezorgen (1).

Het verzoek om teruggave door middel van het formulier R 97 moet zo spoedig mogelijk, en in elk geval uiterlijk op 31 december van het derde jaar volgend op het kalenderjaar waarin het inkomen vorderbaar is geworden, aan de Zwitserse Administratie te Bern worden toegestuurd.

Zo nodig kunnen de inwoners van België ook een verzoek bij de Belgische belastingadministratie indienen overeenkomstig de procedure en binnen de speciale termijn van drie jaar die in art. 26, § 1, van de overeenkomst zijn bepaald. Dit verzoek moet gestaafd zijn door de nodige bewijsstukken.

------

(1) Het desbetreffende formulier kan gratis worden bekomen bij het Documentatiecentrum-Bedrijfsvoorheffing (Doc.c.-BV). Belliardstraat 45 te 1040 Brussel.

C. ARTIESTEN EN SPORTBEOEFENAARS.

Inkomsten ter vergoeding zowel van zelfstandige als van niet-zelfstandige werkzaamheden die in België worden uitgeoefend door artiesten en sportbeoefenaars die inwoner zijn van Zwitserland zijn in België belastbaar (art. 17, § 1).

Deze regel is ook van toepassing indien de inkomsten aan een andere persoon dan de artiest of de sportbeoefenaar zelf worden toegekend (art. 17, § 2). Aldus mag België de inkomsten belasten die worden toegekend uit hoofde van artistieke of sportieve prestaties die door een inwoner van Zwitserland in België worden verstrekt, met name indien die inkomsten zijn betaald aan een vennootschap die inwoner is van Zwitserland of van een derde Staat (in het laatste geval onder voorbehoud van de toepassing van de overeenkomst die België eventueel met die derde Staat heeft gesloten).

Indien de werkzaamheden van de artiesten evenwel grotendeels door middel van toekenningen uit openbare fondsen worden gesteund, gelden voor de toewijzing van het recht van belastingheffing de andere bepalingen van de overeenkomst, te weten de art. 7, 14 of 15, naar het geval (art. 17, § 3).

D. PENSIOENEN UIT DE PARICULIERE SEKTOR EN DIVERSE PENSIOENEN EN RENTEN (art. 18).

Pensioenen die worden betaald ter zake van een vroeger in de particuliere sektor uitgeoefende dienstbetrekking zijn slechts belastbaar in de woonstaat van de genieter.

Daarentegen zijn pensioenen, renten en andere al dan niet periodieke uitkeringen die door een Staat, doch niet ter zake van een vroegere dienstbetrekking, worden betaald aan militaire of burgerlijke oorlogsslachtoffers, aan militaire slachtoffers uit vredestijd en aan de rechthebbenden van die slachtoffers, uitsluitend belastbaar in de betalende Staat (art. 18, § 2).

E. OPENBARE BELONINGEN EN PENSIOENEN (art. 19).

De algemene regels die van toepassing zijn op openbare beloningen en pensioenen (d.i. belastingheffing in de debiteurstaat mits bepaalde voorwaarden inzake nationaliteit en woonplaats van de verkrijger alsmede inzake de aard van de uitgeoefende werkzaamheden zijn vervuld) gelden bij uitbreiding ingevolge art. 19, § 3, 2de lid, voor beloningen en pensioenen die ter zake van bewezen diensten worden betaald door:

- de N.M.B.S., de Regie van Telegrafie en Telefonie en de Regie van Posterijen;

- de Zwitserse Federale Spoorwegen, de Zwitserse Onderneming van Posterijen, Telefonie en Telegrafie en de Zwitserse Nationale Dienst voor Toerisme.

In dit verband bepaald art. 2 van de goedkeuringswet uitdrukkelijk dat de vrijstelling waarin art. 141, 2°, W.I.B., voorziet niet van toepassing is op beloningen waarvoor, ingevolge die uitbreiding, het recht van belastingheffing aan België is toegekend.

Hieruit volgt dat, in afwijking van het gemeen recht, de B.V. bij voorbeeld verschuldigd is op beloningen die door de N.M.B.S., de R.T.T. of de Regie van Posterijen worden toegekend aan hun beambten die in Zwitserland werkzaam zijn, voor zover de genieter zich niet in de gevallen als bedoeld in art. 19 § 1, b, bevindt.

IV. REGELING DIE IN BELGIE VAN TOEPASSING IS OP INKOMSTEN DIE INWONERS VAN BELGIE UIT BRONNEN IN ZWITSERLAND VERKRIJGEN (art. 24, § 1).

Dubbele belasting van inkomsten die inwoners van België uit bronnen in Zwitserland verkrijgen, wordt volgens de gewone regels vermeden.

V. DIVERSEN.

Uit de combinatie van art. 10, § 5 en art. 29, § 2, volgt dat België moet afzien van de inning van de R.V. op inkomsten uit niet in België gedeponeerde buitenlandse roerende waarden die door inwoners van Zwitserland eventueel in België worden geïnd (cfr. in dit verband art. 143, 2°, W.I.B.).