Circulaire AFZ nr. 01/2011 dd 25.01.2011 - Bijlage 2

Circulaire AFZ nr. 01/2011 dd 25.01.2011 - Bijlage 2

Geconsolideerde versie van het Btw-Wetboek

Artikel 1, § 6

§ 6. Voor de toepassing van dit Wetboek wordt verstaan onder:

"accijnsproducten": energieproducten, alcohol en alcoholhoudende dranken en tabaksfabrikaten, zoals omschreven in de vigerende communautaire bepalingen, met uitzondering van gas dat geleverd wordt via een op het grondgebied van de Gemeenschap gesitueerd aardgassysteem of eender welk op een dergelijk systeem aangesloten net.

Artikel 12bis, tweede lid

Als overgebracht naar een andere lidstaat wordt beschouwd elk lichamelijk goed dat door of voor rekening van de belastingplichtige buiten België maar binnen de Gemeenschap wordt verzonden of vervoerd voor bedrijfsdoeleinden, voor zover het daarbij niet om een van de volgende handelingen gaat:

de levering van gas via een op het grondgebied van de Gemeenschap gesitueerd aardgassysteem of een op een dergelijk systeem aangesloten net, de levering van elektriciteit of de levering van warmte of koude via warmte- of koudenetten, onder de in artikel 15, § 2, tweede lid, 4° bepaalde voorwaarden.

Artikel 15, § 2, tweede lid

Als plaats van de levering wordt evenwel aangemerkt:

ingeval van levering van gas via een op het grondgebied van de Gemeenschap gesitueerd aardgassysteem of een op een dergelijk systeem aangesloten net, van levering van elektriciteit of van levering van warmte of koude via warmte- of koudenetten:

a) de plaats waar de afnemer de zetel van zijn economische activiteit of een vaste inrichting heeft gevestigd waarvoor de goederen worden geleverd, dan wel, bij gebreke van een dergelijke zetel of vaste inrichting, zijn woonplaats of zijn gebruikelijke verblijfplaats, wanneer deze afnemer een belastingplichtige is wiens hoofdactiviteit op het gebied van de aankoop van gas, elektriciteit, warmte of koude bestaat in het opnieuw verkopen van die goederen en wiens eigen verbruik van die goederen verwaarloosbaar is;

b) de plaats waar de afnemer het effectieve gebruik en verbruik van deze goederen heeft wanneer het gaat om leveringen niet bedoeld in a). Indien alle goederen of een deel ervan in werkelijkheid niet door deze afnemer worden gebruikt, worden deze niet-verbruikte goederen geacht te zijn gebruikt en verbruikt op de plaats waar hij de zetel van zijn economische activiteit of een vaste inrichting heeft gevestigd waarvoor de goederen worden geleverd. Bij gebreke van een dergelijke zetel of vaste inrichting wordt hij geacht de goederen te hebben gebruikt en verbruikt in zijn woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats.

Artikel 19, § 1

§ 1. Met een dienst verricht onder bezwarende titel wordt gelijkgesteld het gebruiken van een tot het bedrijf behorend goed ander dan dat bedoeld in artikel 45, § 1quinquies, voor privé-doeleinden van de belastingplichtige of van zijn personeel of, meer algemeen, voor andere doeleinden dan deze van de economische activiteit van de belastingplichtige, wanneer voor dat goed recht op volledige of gedeeltelijke aftrek van de belasting is ontstaan.

Artikel 21, § 3

§ 3. In afwijking van paragraaf 2 wordt als plaats van de dienst aangemerkt:

de plaats waar het evenement of de activiteit daadwerkelijk plaatsvindt wanneer de dienst bestaat in het verlenen van toegang tot culturele, artistieke, sportieve, wetenschappelijke, educatieve, vermakelijkheids- of soortgelijke evenementen, zoals beurzen en tentoonstellingen, en met de toegangverlening samenhangende diensten;

Artikel 21bis, § 2, 10°

§ 2. In afwijking van paragraaf 1 wordt als plaats van de dienst aangemerkt:

10° de plaats waar de ontvanger van de dienst is gevestigd of zijn woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats heeft, wanneer de dienst wordt verleend aan een ontvanger die buiten de Gemeenschap is gevestigd of aldaar zijn woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats heeft, en voor zover de dienst tot voorwerp heeft:

h) het bieden van toegang tot een op het grondgebied van de Gemeenschap gesitueerd aardgassysteem of een op een dergelijk systeem aangesloten net, tot het elektriciteitssysteem of tot warmte- of koudenetten, alsmede het verrichten van transmissie- of distributiediensten via deze systemen of netten en het verrichten van andere daarmee rechtstreeks verbonden diensten;

Artikel 25ter, § 1, tweede lid

In afwijking van het eerste lid zijn niet aan de belasting onderworpen:

[ opgeheven ];

de intracommunautaire verwervingen [ … ] die betrekking hebben op goederen andere dan de in artikel 8bis, § 2, bedoelde nieuwe vervoermiddelen en andere dan de producten in België onderworpen aan de accijnzen krachtens de richtlijn 92/12/EEG, verricht:

a) door een belastingplichtige op wie de in artikel 56, § 2, bepaalde vrijstellingsregeling of de in artikel 57 bedoelde forfaitaire regeling toepasselijk is, door een belastingplichtige die uitsluitend leveringen van goederen of diensten verricht waarvoor hij geen recht op aftrek heeft of door een niet-belastingplichtige rechtspersoon;

b) binnen de grenzen of ten belope van een totaal bedrag, exclusief belasting over de toegevoegde waarde die verschuldigd of voldaan is in de Lid-Staat waaruit de goederen zijn verzonden of vervoerd, dat in het lopende kalenderjaar niet hoger mag zijn dan een drempel van 11.200 EUR ;

c) mits het totale bedrag, exclusief belasting over de toegevoegde waarde die verschuldigd of voldaan is in de Lid-Staat waaruit de goederen zijn verzonden of vervoerd, van de intracommunautaire verwervingen van goederen, andere dan de in artikel 8bis, § 2, bedoelde nieuwe vervoermiddelen en accijnsproducten, in het voorafgaande kalenderjaar de in b) bedoelde drempel niet heeft overschreden.

De belastingplichtigen en de niet-belastingplichtige rechtspersonen die voor de toepassing van het 2° in aanmerking komen, hebben het recht om te kiezen voor het onderwerpen aan de belasting van al de door hen onder de voorwaarden van het eerste lid verrichte intracommunautaire verwervingen van goederen. Deze keuze geldt voor een periode van ten minste twee kalenderjaren.

De Koning stelt de nadere regelen vast voor de uitoefening van die keuze.

De belastingplichtigen bedoeld in de artikelen 56, § 2 en 57 en degenen aan wie overeenkomstig artikel 50, § 1, eerste lid, 4° of 5°, en § 2 een btw-identificatienummer werd toegekend, worden geacht de hierboven bedoelde keuze te hebben gedaan, vanaf het ogenblik dat zij aan een leverancier hun nummer meedelen om een intracommunautaire verwerving te verrichten;

Artikel 40, § 1, 1°, d)

§ 1. Van de belasting zijn vrijgesteld:

de invoer en de intracommunautaire verwerving:

d) van goederen verzonden of vervoerd vanuit een derdelandsgebied of een derde land in een andere lidstaat dan België, indien de levering van deze goederen verricht door de persoon op wiens naam de ter zake van invoer verschuldigde belasting mag of moet worden voldaan uit hoofde van artikel 52, § 1, tweede lid, vrijgesteld is overeenkomstig artikel 39bis;

Artikel 40, § 1, 2°bis

§ 1. Van de belasting zijn vrijgesteld:

2°bis de intracommunautaire verwervingen van goederen die het voorwerp hebben uitgemaakt van een overbrenging naar een andere lidstaat en in dezelfde toestand in België terugkeren;

Artikel 40, § 1, 3°

§ 1. Van de belasting zijn vrijgesteld:

3° de invoer van gas via een aardgassysteem of een op een dergelijk systeem aangesloten net, van gas dat van op een gastransportschip in een aardgassysteem of een upstreampijpleidingnet wordt ingebracht, van elektriciteit of van warmte of koude via warmte- of koudenetten wanneer de persoon op wiens naam de verschuldigde belasting bij de invoer mag of moet worden betaald, deze goederen heeft verworven onder de in artikel 15, § 2, tweede lid, 4° bepaalde voorwaarden.

Artikel 42, § 3

§ 3. Van de belasting zijn vrijgesteld:

de leveringen, de intracommunautaire verwervingen en de invoeren van goederen en de diensten in het kader van de diplomatieke en consulaire betrekkingen;

de leveringen van roerende goederen en de diensten, met uitzondering van werk in onroerende staat, aan, alsook de intracommunautaire verwervingen en de invoeren van dergelijke goederen door de volgende personen, handelend voor hun persoonlijk gebruik en gehecht aan de zendingen en posten bedoeld onder 1°: de leden van het diplomatiek personeel, de leden van het administratief en technisch personeel, de consulaire beroepsambtenaren en de consulaire bedienden;

de leveringen, de intracommunautaire verwervingen en de invoeren van goederen en de diensten verricht voor de Europese Gemeenschap, de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, de Europese Centrale Bank of de Europese Investeringsbank of voor de door de Europese Gemeenschappen opgerichte organen waarop het Protocol van 8 april 1965 betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Gemeenschappen van toepassing is, zulks binnen de beperkingen en onder de voorwaarden die zijn vastgesteld bij dat protocol, bij de overeenkomsten tot toepassing van dat protocol of bij de vestigingsovereenkomsten, en voor zover zulks niet leidt tot verstoring van de mededinging;

de leveringen, de intracommunautaire verwervingen en de invoeren van goederen en de andere dan in 3° bedoelde diensten bestemd voor de internationale instellingen en daaraan verbonden ambtenaren, voor zover in zulke vrijstelling is voorzien door een overeenkomst waarbij België toegetreden is;

de leveringen, de intracommunautaire verwervingen en de invoeren van goederen en de diensten verricht, hetzij voor het officiële gebruik van de krijgsmachten van vreemde Staten toegetreden tot het Noord-Atlantisch Verdrag of van het hen begeleidende burgerpersoneel, hetzij voor de bevoorrading van de messes en kantines van die krijgsmachten, voor zover de betreffende krijgsmachten deelnemen aan de gemeenschappelijke defensie-inspanning;

de leveringen en de intracommunautaire verwervingen van goederen en de diensten die naar een andere lidstaat werden verricht en bestemd zijn voor de strijdkrachten van een andere Staat toegetreden tot het Noord-Atlantisch Verdrag dan de lidstaat van bestemming zelf, voor het gebruik van die strijdkrachten of van het hen begeleidende burgerpersoneel, of voor de bevoorrading van de messes en kantines van die strijdkrachten, voor zover deze strijdkrachten deelnemen aan de gemeenschappelijke defensie-inspanning;

de leveringen, de intracommunautaire verwervingen en de invoeren van goederen en de diensten bestemd voor de instellingen die door een buitenlandse regering belast zijn met de aanleg, de inrichting en het onderhoud van begraafplaatsen en gedenktekens voor de in oorlogstijd overleden en hier te lande begraven leden van haar krijgsmacht;

de leveringen, de intracommunautaire verwervingen en de invoeren van goederen en de diensten bestemd voor de Noord-Atlantische Vergadering en de leden van het Internationaal Secretariaat van die Vergadering, voor zover in de vrijstelling is voorzien door de wet van 14 augustus 1974 betreffende het statuut in België van de Noord-Atlantische Vergadering;

de leveringen, de intracommunautaire verwervingen en de invoeren van goud aan de centrale banken;

10° de levering van goederen bestemd voor erkende organisaties die deze goederen uitvoeren uit de Gemeenschap in het kader van hun menslievend, liefdadig of opvoedkundig werk.

Artikel 45, § 1quinquies

§ 1quinquies. Ten aanzien van de uit hun aard onroerende goederen en de andere bedrijfsmiddelen en diensten die op grond van artikel 48, § 2 aan de herziening zijn onderworpen en behoren tot het vermogen van de onderneming van de belastingplichtige, en die zowel voor de doeleinden van zijn economische activiteit als voor zijn privé-doeleinden of voor de privé-doeleinden van zijn personeel of, meer algemeen, voor andere doeleinden dan deze van zijn economische activiteit worden gebruikt, mag de belastingplichtige de belasting geheven van de goederen en de diensten met betrekking tot die goederen slechts tot beloop van het gebruik voor de doeleinden van zijn economische activiteit in aftrek brengen.

* * *

Koninklijk besluit nr. 7 van 29 december 1992 met betrekking tot de invoer van goederen voor de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde

Artikel 39

§ 1. De invoer van goederen bedoeld in artikel 40, § 1, 1°, d, van het Wetboek is van de belasting vrijgesteld mits naleving van de voorwaarden bedoeld onder de artikelen 1 tot en met 3 en de volgende voorwaarden.

In de gevallen waar de invoer van goederen gevolgd wordt door een levering van die goederen die is vrijgesteld bij toepassing van artikel 39bis, eerste lid, 1° en 4°, van het Wetboek, moet de aangifte voor het verbruik, benevens de vermeldingen bedoeld in artikel 9, het btw-identificatienummer vermelden dat in een andere lidstaat werd toegekend aan de klant aan wie de geadresseerde de goederen heeft geleverd overeenkomstig artikel 39bis, eerste lid, 1°, van het Wetboek of het btw-identificatienummer, toegekend aan de geadresseerde in de lidstaat van aankomst van de verzending of het vervoer van de goederen, indien deze het voorwerp uitmaken van een overbrenging overeenkomstig artikel 39bis, eerste lid, 4°, van het Wetboek.

Bovendien is de geadresseerde op het ogenblik van de aangifte voor het verbruik gehouden, op vraag van de bevoegde autoriteiten, het bewijs te leveren dat de ingevoerde goederen bestemd zijn om vanuit België te worden vervoerd of verzonden naar een andere lidstaat.

§ 2. Door de Minister van Financiën of zijn gemachtigde worden de modaliteiten bepaald voor de toepassing van dit artikel.