Aanschrijving nr. 38 dd. 05.12.1978
AANSCHRIJVING 78/038
Aanschrijving nr. 38 dd. 05.12.1978
Vrijstelling art. 42
Vrijstelling
Invoer
Diplomatieke vrijstelling
Internationale instelling
Consulaire post
Diplomatieke zending
Levering van een goed
Dienst
Persoonlijk gebruik
Officieel gebruik
Diplomaat
Onroerend werk
Invoer
Aanschrijving 1/1978
Aanschrijving 2/1978
I. In het Belgisch Staatsblad van 27 oktober 1978 werd de wet van 10 augustus 1978 bekendgemaakt, houdende goedkeuring van het Aanvullend Akkoord, gesloten te Straatsburg op 3 december 1974 tussen het Koninkrijk België en de Raad van Europa, bij het Algemeen Akkoord inzake de voorrechten en immuniteiten van de Raad van Europa, ondertekend te Parijs op 2 september 1949 (Belgisch Staatsblad van 17 mei 1951) .
Luidens de voornoemde wet van 10 augustus 1978 hebben de bepalingen van het Aanvullend Akkoord van 3 december 1974 uitwerking op 15 januari 1975 (art. 2) en gaat de verjaring van de vorderingen tot terugbetaling, die verantwoord zijn wegens de terugwerkende kracht die deze wet aan de fiscale bepalingen van het Aanvullend Akkoord van 3 december 1974 verleent, in op de dag waarop die wet wordt bekendgemaakt (art. 3).
Artikel 6, 1, van het Aanvullend Akkoord bepaalt dat het Akkoord in werking treedt "vijftien dagen na nederlegging van de bekrachtigingsakte van België bij de Raad van Europa". De neerlegging van de bekrachtigingsakte werd gedaan op 25 september 1978. Het Aanvullend Akkoord is bijgevolg in werking getreden op 10 oktober 1978.
De regeling die in uitvoering van de voornoemde Akkoorden van 2 september 1949 en 3 december 1974, inzake belasting over de toegevoegde waarde van toepassing is op de Raad van Europa, op het hoofd van het Verbindingsbureau van de Raad van Europa met de Europese Gemeenschappen, te Brussel, en op de personeelsleden van de Raad van Europa, wordt uiteengezet in bijlage nr. 1 bij deze aanschrijving, die § 26. A van de aanschrijving van 3 januari 1978, nr. 2, vervangt.
De termijn van twee jaar met betrekking tot de verjaring van de vorderingen tot terugbetaling van de belasting over de toegevoegde waarde, die voortvloeien uit de terugwerkende kracht tot 15 januari 1975 van de bepalingen van het Aanvullend Akkoord van 3 december 1974, is ingegaan op 27 oktober 1978 (datum waarop de wet houdende goedkeuring van het Akkoord werd bekendgemaakt).
II. In het Belgisch Staatsblad van 28 oktober 1978 werd de wet van 31 juli 1978 bekendgemaakt, houdende goedkeuring van het Akkoord tussen het Koninkrijk België en de Internationale Arbeidsorganisatie inzake de vestiging in België van het Bureau van deze Organisatie, en van de uitwisseling van brieven, ondertekend te Brussel op 4 november 1976.
Luidens de voornoemde wet van 31 juli 1978 hebben de bepalingen van het Akkoord uitwerking op 1 oktober 1973 (art.,2), en gaat de verjaring van de vorderingen tot terugbetaling, die verantwoord zijn wegens de terugwerkende kracht die de genoemde wet aan de fiscale bepalingen van het Akkoord verleent, in op de dag waarop die wet in werking treedt (art. 3).
Artikel 5 van het voornoemd Akkoord bepaalt dat het Akkoord in werking treedt "vijftien dagen na de nederlegging van de bekrachtigingsoorkonde van België bij de Internationale Arbeidsorganisatie". De bekrachtigingsoorkonde van België werd neergelegd op 11 september 1978. Het Akkoord is bijgevolg in werking getreden op 26 september 1978.
Artikel 1 van het Akkoord bepaalt dat de directeur van het Bureau in België van de Internationale Arbeidsorganisatie dezelfde voordelen geniet als de leden van het diplomatiek personeel der diplomatieke zendingen. De echtgeno(o)t(e) van de directeur van het Bureau en zijn (haar) inwonende minderjarige kinderen genieten dezelfde voordelen als de echtgeno(o)t(e) en de minderjarige kinderen van de leden van het diplomatiek personeel. Deze voordelen zijn niet van toepassing op Belgische onderdanen.
De overige artikelen van het Akkoord hebben geen betrekking op de fiscaliteit.
Het stelsel van vrijstellingen van de belasting over de toegevoegde waarde, dat van toepassing is inzake de levering van goederen en diensten bestemd voor het officieel gebruik van het Bureau in België van de Internationale Arbeidsorganisatie en inzake de invoer van goederen voor het officieel gebruik van dat Bureau, is hetzelfde als dat wat voorzien is, op grond van artikel 42, § 3,3, van het BTW-Wetboek, voor de Gespecialiseerde Organisaties van de Verenigde Naties.Ter zake wordt bijgevolg verwezen naar § 24, letter B, van de aanschrijving van 3 januari 1978, nr. 2. Zo zijn met name leveringen van goederen en diensten aan voornoemd Bureau, voor zijn officieel gebruik, slechts van de belasting over de toegevoegde waarde vrijgesteld wanneer de waarde per levering 5000 F bereikt, belasting over de toegevoegde waarde niet inbegrepen.
Diplomatieke regeling. Krachtens artikel 1 van het voornoemd Akkoord van 4 november 1976, geniet de directeur van het Bureau in België van de Internationale Arbeidsorganisatie, alsmede zijn echtgeno(o)t(e) en zijn (haar) inwonende minderjarige kinderen, het stelsel van vrijstelling van de belasting over de toegevoegde waarde zoals dat omschreven is in de aanschrijving van 3 januari 1978, nr. 1, en onder de in die aanschrijving gestelde voorwaarden (1).
De termijn van twee jaar met betrekking tot de verjaring van de vorderingen tot terugbetaling van de belasting over de toegevoegde waarde, die voortvloeien uit de terugwerkende kracht tot 1 oktober 1973 van de bepalingen van het Akkoord van 4 november 1976, is ingegaan op 7 november 1978 (datum waarop de wet houdende goedkeuring van net Akkoord in werking getreden is).
III. In het Belgisch Staatsblad van 17 november 1978 werd de wet van 10 augustus 1978 bekendgemaakt, houdende goedkeuring van het Zetelakkoord tussen België en de Afrikaanse Aardnootraad, ondertekend te Brussel op 18 mei 1976.
Luidens de voornoemde wet van 10 augustus 1973 worden de bepalingen van dit Zetelakkoord toegepast vanaf 18 mei 1976 (art. 2) en wordt de verjaring van de op de fiscale bepalingen gesteunde vorderingen tot teruggaaf geschorst tot op de dag van de inwerkingtreding van de wet (art. 3)
Het Zetelakkoord treedt in werking op de datum van uitwisseling van de akten waarvan sprake in artikel 20 van het Akkoord. Die uitwisseling heeft plaatsgehad te Brussel op 19 oktober 1978.
De regeling inzake belasting over de toegevoegde waarde die, in uitvoering van- voornoemd Zetelakkoord van 18 mei 1976, van toepassing is op de Afrikaanse Aardnootraad en op de personeelsleden van het Europees Bureau van de Raad, wordt uiteengezet in de bijlage nr. 2 bij deze aanschrijving, die als § 1 wordt ingevoegd in de aanschrijving van 3 januari 1978, nr. 2.
De termijn van twee jaar met betrekking tot de verjaring van de vorderingen tot terugbetaling van de belasting over de toegevoegde waarde, die voortvloeien uit de terugwerkende kracht tot 18 mei 1976 van de bepalingen van het Zetelakkoord van 18 mei 1976, is ingegaan op 27 november 1978 (datum waarop de wet houdende goedkeuring van het Akkoord in werking trad).
De beide aanschrijvingen van 3 januari 1978, nrs. 1 en 2, moeten als volgt worden gewijzigd en aangevuld.
A. Aanschrijving nr.1, bijlage VI.
Bij onderhavige aanschrijving is (bijlage nr. 3) een herdruk gevoegd van de bijlage VI van de aanschrijving nr. 1/1978. Deze herdruk houdt rekening met de toevoegingen welke in die bijlage werden ingelast door de aanschrijving van 26 juli 1978, nr. 22, door deze van 15 september 1978, nr. 28, en door onderhavige aanschrijving.
B. Aanschrijving nr. 2.
- De nieuwe § 1(2) (bijlage nr. 2 bij deze aanschrijving) dient ingevoegd te worden in de aanschrijving nr. 2/1978.
- In § 24 moet de rubriek "Diplomatieke regeling" (blz.24/6), reeds aangevuld door de aanschrijving van 15 september 1978, nr. 28 (blz. 3), als volgt aangevuld worden :
"f) de directeur van het Bureau in België van de Internationale Arbeidsorganisatie (art. 1 van het Akkoord van 4 november 1976 - Belgisch Staatsblad van 28 oktober 1978)".
- § 26. A moet vervangen worden : z. bijlage nr. 1 bij onderhavige aanschrijving.
- De inhoudsopgave van de aanschrijving nr. 2/1978 moet vervolledigd worden door inlassing van de woorden "§ 1(2). Afrikaanse Aardnootraad".
Namens de Minister:
De Directeur-generaal a.i.,
A. LACROIX
NOTEN
-----
(1) De personen aan wie het diplomatiek statuut werd toegekend, genieten slechts van de vrijstelling van de BTW op voorwaarde dat zij geen Belgische onderdaan zijn, noch in België duurzaam verblijf houden, noch er een eigen winstgevende activiteit uitoefenen.
(2) De personen aan wie het diplomatiek statuut werd toegekend, genieten slechts van de vrijstelling van de BTW, binnen de vastgestelde perken, op voorwaarde dat zij geen Belgische onderdanen zijn, niet in België duurzaam verblijf houden, noch in België een eigen winstgevende aktiviteit uitoefenen.
BIJLAGE 1
§ 26. A. RAAD VAN EUROPA
Organen van de Raad.
Comité van Ministers en Raadgevende vergadering (zetel : Straatsburg).
Verbindingsbureau van de Raad van Europa met de Europese Gemeenschappen, te Brussel (hierna "het Bureau" genoemd). Grondslag van de voorrechten.
a) Algemeen Akkoord nopens de voorrechten en immuniteiten van de Raad van Europa, ondertekend te Parijs op 2 september 1949, bekrachtigd door de wet van 13 april 1951 (Belgisch Staatsblad van 17 mei 1951).
b) Aanvullend Akkoord bij het Algemeen Akkoord van 2 september 1949 inzake de voorrechten en immuniteiten van de Raad van Europa, gesloten te Straatsburg op 3 december 1974 tussen het Koninkrijk België en de Raad van Europa, goedgekeurd door de wet van 10 augustus 1978 (Belgisch Staatsblad van 27 oktober 1978).
1. Hier te lande verrichte leveringen van goederen en diensten.
Artikel 1 van het Aanvullend Akkoord van 3 december 1974 luidt als volgt :
"Wanneer de Raad van Europa belangrijke aankopen doet van roerende of onroerende goederen of belangrijke diensten laat verrichten, die voor de uitoefening van zijn officiële werkzaamheden strikt noodzakelijk zijn en wanneer in de prijs daarvan indirecte belastingen of belastingen op de verkoop inbegrepen zijn, worden, telkens als dit mogelijk is, passende maatregelen tot kwijtschelding of teruggave van het bedrag van zodanige belastingen getroffen".
Op grond van deze bepaling :
a) zijn de leveringen van gebouwen verricht volgens het bepaalde in artikel 9, § 3, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, aan de Raad van Europa, voor zijn officieel gebruik (onder meer het officieel gebruik van het Bureau), vrijgesteld van de belasting over de toegevoegde waarde, op grond van een beslissing te nemen door de Centrale administratie van de BTW, registratie en domeinen.
De beslissing waarbij de Centrale administratie de kosteloze registratie van de aankoopakte toestaat geldt ook voor de vrijstelling van de belasting over de toegevoegde waarde voor de vervreemde gebouwen. Die beslissing wordt ter kennis gebracht van de hoofdcontroleur van het controlekantoor in het ambtsgebied waarvan de belastingplichtige is gevestigd.
De factuur, die de leverancier van de goederen of de dienstverrichter uitreikt aan de Raad van Europa, moet de volgende vermelding bevatten : "Vrijstelling van de BTW. Artikel 42, § 3, 3, van het Wetboek";
b) genieten de leveringen van roerende goederen en diensten verstrekt aan de Raad van Europa, voor zijn officieel gebruik (onder meer het officieel gebruik van het Bureau), vrijstelling van de BTW op voorwaarde dat het bedrag per levering ten minste 5.000 F bereikt, BTW niet inbegrepen.
De vrijstelling is afhankelijk van het uitreiken aan de leverancier of de dienstverrichter, van een bestelbon door de Raad van Europa. Die bestelbon, waarop het stempel van de Raad is aangebracht, vermeldt onder meer op duidelijke wijze, de naam en het adres van de leverancier of de dienstverrichter, de aard en de hoeveelheid van de te leveren goederen of de aard van de te verstrekken diensten. Hij moet bovendien vermelden dat de bestelling geschiedt voor het officieel gebruik van de Raad van Europa (of van het Bureau te Brussel). Op de bestelbon moet door degene die daartoe gemachtigd is door de Raad een ontvangstmelding worden aangebracht van de bestelde en geleverde goederen . of de verstrekte diensten. De bon moet door de leverancier of de dienstverrichter worden bewaard bij zijn boek voor uitgaande facturen als rechtvaardiging voor het niet voldoen van de belasting over de toegevoegde waarde.
De factuur, die de belastingplichtige uitreikt aan de Raad van Europa, moet de volgende vermelding bevatten : "Vrijstelling van de BTW. Artikel 42 § 3, 3 van het Wetboek".
2. Invoer.
Artikel 7 van het Algemeen Akkoord van 2 september 1949 bepaalt dat de Raad vrijgesteld is van alle douanerechten, verboden en beperkingen van invoer en uitvoer met betrekking tot artikelen voor zijn officieel gebruik. Dezelfde vrijstelling geldt voor de publikaties van de Raad.
Op grond van deze beschikking, is de invoer van goederen door de Raad van Europa, voor officieel gebruik, vrijgesteld van de belasting over de toegevoegde waarde. Deze vrijstelling wordt verleend onder dekking van een document 45 A geel, waarop de vermelding in vak 14 moet worden aangevuld met de woorden : "Vrijstelling van de BTW. Artikel 42, § 3 3 van het Wetboek".
De vrijstelling kan worden verleend bij rechtstreekse invoer, bij uitslag uit entrepot en bij aanzuivering van een regeling van tijdelijke vrijstelling.
3. Ambtenaren van de Raad.
3.1. Invoer.
Artikel 18, letter f, van het Algemeen Akkoord van 2 september 1949 bepaalt dat de ambtenaren van de Raad van Europa het recht hebben hun huisraad en goederen met vrijstelling in te voeren de eerste maal dat zij hun post aanvaarden in het betreffende land, en deze voorwerpen vrij van rechten opnieuw naar hun land van domicilie uit te voeren bij het ophouden van hun functies.
De immuniteiten bedoeld in voornoemd artikel 18 letter f, die ook van toepassing zijn voor de personeelsleden van het Bureau te Brussel, begrijpen de vrijstelling van de belasting over de toegevoegde waarde.
Deze laatste vrijstelling wordt verleend onder dekking van een document 45 A geel, waarop de vermelding in vak 14 moet worden aangevuld met de woorden : "Vrijstelling van de BTW. Artikel 42, § 3, 3, van het Wetboek".
3.2. Binnenlandse verrichtingen.
De ambtenaren van de Raad van Europa, en meer in het bijzonder de personeelsleden van het Bureau te Brussel, hebben geen enkel recht op vrijstelling van de belasting over de toegevoegde waarde inzake de leveringen van goederen en de diensten die hen hier te lande worden verstrekt.
4. Diplomatieke regeling.
De Secretaris-generaal en de Adjunct-secretaris-generaal van de Raad van Europa, evenals hun echtgeno(o)t(e) en hun minderjarige kinderen, genieten de voorrechten, de immuniteiten, de vrijstellingen en de faciliteiten die, overeenkomstig het internationaal recht, worden toegekend aan diplomatieke aangestelden (art. 16 van het Algemeen Akkoord van 2 september 1949).
Het hoofd van het Verbindingsbureau van de Raad van Europa met de Europese Gemeenschappen te Brussel geniet dezelfde voordelen als de leden van het diplomatiek personeel der diplomatieke zendingen. De echtgeno(o)t(e) van het hoofd van het Bureau alsmede zijn (haar) inwonende minderjarige kinderen genieten dezelfde voordelen als de echtgeno(o)t(e) en de minderjarige kinderen van de leden van het diplomatiek personeel (art. 3, 1, van het Aanvullend Akkoord van 3 december 1974).
De regeling inzake belasting over de toegevoegde waarde, bedoeld in de aanschrijving van 3 januari 1978, nr. 1, is in deze van toepassing (2).
BIJLAGE 2
§ 1(2). AFRIKAANSE AARDNOOTRAAD
De Afrikaanse Aardnootraad, waarvan het Europees Bureau in Brussel gevestigd is, bezit rechtspersoonlijkheid.
Grondslag van de voorrechten.
Zetelakkoord tussen België en de Afrikaanse Aardnootraad, ondertekend te Brussel op 18 mei 1976, en goedgekeurd door de wet van 10 augustus 1978 (Belgisch Staatsblad van 17 november 1978).
1. Hier te lande verrichte leveringen van goederen en diensten.
Artikel 7, alinea 2, van het Zetelakkoord luidt als volgt : "Wanneer de Raad belangrijke aankopen doet van onroerende of roerende goederen of belangrijke werken doet uitvoeren, die strikt noodzakelijk zijn voor de uitoefening van zijn officiële activiteiten en waarvan de prijs indirecte belastingen of taksen op de verkoop omvat, worden telkens als het mogelijk is, passende maatregelen tot kwijtschelding of terugbetaling van het bedrag van deze belastingen en taksen getroffen".
Bij toepassing van die bepaling :
a) zijn de leveringen van gebouwen, verricht in de voorzieningen van artikel 9, § 3, van het Wetboek van de belasting over-de toegevoegde waarde, aan de Afrikaanse Aardnootraad voor zijn officiële werkzaamheden, vrijgesteld van die belasting, op grond van een beslissing te nemen door de Centrale administratie van de BTW, registratie en domeinen.
De beslissing waarbij de Centrale administratie de kosteloze registratie van de aankoopakte toestaat, geldt ook voor de vrijstelling van de BTW voor de vervreemde gebouwen. Die beslissing wordt ter kennis gebracht van de hoofdcontroleur van het controlekantoor waaronder de belastingplichtige ressorteert.
De factuur, die de belastingplichtige uitreikt aan de Afrikaanse Aardnootraad moet de volgende vermelding bevatten : "Vrijstelling van de BTW. Artikel 42, § 3, 3, van het Wetboek";
b) genieten de leveringen van roerende goederen en diensten aan de Raad en die strikt noodzakelijk zijn voor de uitoefening van zijn officiële werkzaamheden, vrijstelling van de belasting over de toegevoegde waarde, op voorwaarde dat het bedrag per levering tenminste 5.000 F bereikt, BTW niet inbegrepen.
De vrijstelling is afhankelijk van het uitreiken aan de leverancier of de dienstverrichter, van een bestelbon door de Raad. Die bestelbon, waarop het stempel van de Raad is aangebracht, vermeldt onder meer op duidelijke wijze, de naam en het adres van de leverancier of van de dienstverrichter, de aard en de hoeveelheid van de te leveren goederen of de aard van de te verstrekken diensten. Hij moet bovendien vermelden dat de bestelling geschiedt voor het officieel gebruik van de Raad. Op de bestelbon moet door degene die daartoe gemachtigd is door de Raad een ontvangstmelding worden aangebracht van de bestelde en geleverde goederen of de verstrekte diensten. De bon moet door de leverancier of de dienstverrichter worden bewaard bij zijn boek voor uitgaande facturen als rechtvaardiging voor het niet voldoen van de belasting over de toegevoegde waarde.
De factuur die de leverancier of dienstverrichter uitreikt aan de Raad, moet de volgende vermelding bevatten : "Vrijstelling van de BTW. Artikel 42, § 3, 3, van het Wetboek".
2. Invoer.
Artikel 6 van het Zetelakkoord luidt als volgt :
"België verleent vrijstelling van alle douanerechten, taksen en soortgelijke heffingen andere dan kosten van opslag van vervoer en kosten voor diensten van dezelfde aard, bij de invoer van produkten bestemd voor officieel gebruik door de Raad, de aldus ingevoerde produkten mogen niet dan onder de voorwaarden die door de Belgische wetten en reglementen zijn voorgeschreven, worden verkocht of op andere wijze worden afgestaan".
Op grond van die bepaling zijn de invoeren verricht door de Afrikaanse Aardnootraad, voor de uitoefening van zijn officiële activiteiten, vrijgesteld van de belasting over de toegevoegde waarde.
Deze vrijstelling wordt verleend onder dekking van een document 45 A geel, waarop de vermelding in vak 14 moet worden aangevuld met de woorden : "Vrijstelling van de BTW. Artikel 42, § 3, 3, van het Wetboek".
De vrijstelling kan worden verleend bij rechtstreekse invoer, bij uitslag uit entrepot en bij aanzuivering van een regeling van tijdelijke vrijstelling.
3. Diplomatieke regeling.
De directeur van het Europees Bureau van de Afrikaanse Aardnootraad geniet dezelfde voordelen als die welke worden verleend aan het diplomatiek personeel van de diplomatieke zendingen.
De echtgenote van de directeur en de minderjarige kinderen die met hem onder hetzelfde dak wonen, genieten dezelfde voordelen als die welke worden verleend aan de echtgenoten en de minderjarige kinderen van het diplomatiek personeel (art. 9 van het Zetelakkoord).
De regeling inzake belasting over de toegevoegde waarde uiteengezet in de aanschrijving van 3 januari 1978, nr. 1, is in dit geval toepasselijk (1).
4. Personeelsleden van het Europees Bureau van de raad.
Met uitzondering van de directeur van het Bureau, voor wie de diplomatieke regeling toepasselijk is (z. nr. 3 hierboven), hebben de personeelsleden van het Europees Bureau van de Afrikaanse Aardnootraad geen enkel recht op vrijstelling van de belasting over de toegevoegde waarde, noch met betrekking tot de goederen die zij invoeren, noch ten aanzien van de goederen en diensten die hen hier te lande worden geleverd.
NOOT
----
(1) De personen aan wie het diplomatiek statuut werd toegekend, genieten slechts van de vrijstelling van de BTW onder de bepaalde perken en op voorwaarde dat zij geen Belgische onderdaan zijn, noch in België duurzaam verblijf houden, noch er een eigen winstgevende activiteit uitoefenen.
BIJLAGE 3
Bijlage VI bij de aanschrijving nr. 1/1978 (bijwerking).
Ambtenaren van Internationale Organisaties, die de fiscale vrijstellingen genieten verbonden aan het diplomatiek statuut.
Aanschrijving nr. 38 dd. 05.12.1978
Vrijstelling art. 42
Vrijstelling
Invoer
Diplomatieke vrijstelling
Internationale instelling
Consulaire post
Diplomatieke zending
Levering van een goed
Dienst
Persoonlijk gebruik
Officieel gebruik
Diplomaat
Onroerend werk
Invoer
Aanschrijving 1/1978
Aanschrijving 2/1978
I. In het Belgisch Staatsblad van 27 oktober 1978 werd de wet van 10 augustus 1978 bekendgemaakt, houdende goedkeuring van het Aanvullend Akkoord, gesloten te Straatsburg op 3 december 1974 tussen het Koninkrijk België en de Raad van Europa, bij het Algemeen Akkoord inzake de voorrechten en immuniteiten van de Raad van Europa, ondertekend te Parijs op 2 september 1949 (Belgisch Staatsblad van 17 mei 1951) .
Luidens de voornoemde wet van 10 augustus 1978 hebben de bepalingen van het Aanvullend Akkoord van 3 december 1974 uitwerking op 15 januari 1975 (art. 2) en gaat de verjaring van de vorderingen tot terugbetaling, die verantwoord zijn wegens de terugwerkende kracht die deze wet aan de fiscale bepalingen van het Aanvullend Akkoord van 3 december 1974 verleent, in op de dag waarop die wet wordt bekendgemaakt (art. 3).
Artikel 6, 1, van het Aanvullend Akkoord bepaalt dat het Akkoord in werking treedt "vijftien dagen na nederlegging van de bekrachtigingsakte van België bij de Raad van Europa". De neerlegging van de bekrachtigingsakte werd gedaan op 25 september 1978. Het Aanvullend Akkoord is bijgevolg in werking getreden op 10 oktober 1978.
De regeling die in uitvoering van de voornoemde Akkoorden van 2 september 1949 en 3 december 1974, inzake belasting over de toegevoegde waarde van toepassing is op de Raad van Europa, op het hoofd van het Verbindingsbureau van de Raad van Europa met de Europese Gemeenschappen, te Brussel, en op de personeelsleden van de Raad van Europa, wordt uiteengezet in bijlage nr. 1 bij deze aanschrijving, die § 26. A van de aanschrijving van 3 januari 1978, nr. 2, vervangt.
De termijn van twee jaar met betrekking tot de verjaring van de vorderingen tot terugbetaling van de belasting over de toegevoegde waarde, die voortvloeien uit de terugwerkende kracht tot 15 januari 1975 van de bepalingen van het Aanvullend Akkoord van 3 december 1974, is ingegaan op 27 oktober 1978 (datum waarop de wet houdende goedkeuring van het Akkoord werd bekendgemaakt).
II. In het Belgisch Staatsblad van 28 oktober 1978 werd de wet van 31 juli 1978 bekendgemaakt, houdende goedkeuring van het Akkoord tussen het Koninkrijk België en de Internationale Arbeidsorganisatie inzake de vestiging in België van het Bureau van deze Organisatie, en van de uitwisseling van brieven, ondertekend te Brussel op 4 november 1976.
Luidens de voornoemde wet van 31 juli 1978 hebben de bepalingen van het Akkoord uitwerking op 1 oktober 1973 (art.,2), en gaat de verjaring van de vorderingen tot terugbetaling, die verantwoord zijn wegens de terugwerkende kracht die de genoemde wet aan de fiscale bepalingen van het Akkoord verleent, in op de dag waarop die wet in werking treedt (art. 3).
Artikel 5 van het voornoemd Akkoord bepaalt dat het Akkoord in werking treedt "vijftien dagen na de nederlegging van de bekrachtigingsoorkonde van België bij de Internationale Arbeidsorganisatie". De bekrachtigingsoorkonde van België werd neergelegd op 11 september 1978. Het Akkoord is bijgevolg in werking getreden op 26 september 1978.
Artikel 1 van het Akkoord bepaalt dat de directeur van het Bureau in België van de Internationale Arbeidsorganisatie dezelfde voordelen geniet als de leden van het diplomatiek personeel der diplomatieke zendingen. De echtgeno(o)t(e) van de directeur van het Bureau en zijn (haar) inwonende minderjarige kinderen genieten dezelfde voordelen als de echtgeno(o)t(e) en de minderjarige kinderen van de leden van het diplomatiek personeel. Deze voordelen zijn niet van toepassing op Belgische onderdanen.
De overige artikelen van het Akkoord hebben geen betrekking op de fiscaliteit.
Het stelsel van vrijstellingen van de belasting over de toegevoegde waarde, dat van toepassing is inzake de levering van goederen en diensten bestemd voor het officieel gebruik van het Bureau in België van de Internationale Arbeidsorganisatie en inzake de invoer van goederen voor het officieel gebruik van dat Bureau, is hetzelfde als dat wat voorzien is, op grond van artikel 42, § 3,3, van het BTW-Wetboek, voor de Gespecialiseerde Organisaties van de Verenigde Naties.Ter zake wordt bijgevolg verwezen naar § 24, letter B, van de aanschrijving van 3 januari 1978, nr. 2. Zo zijn met name leveringen van goederen en diensten aan voornoemd Bureau, voor zijn officieel gebruik, slechts van de belasting over de toegevoegde waarde vrijgesteld wanneer de waarde per levering 5000 F bereikt, belasting over de toegevoegde waarde niet inbegrepen.
Diplomatieke regeling. Krachtens artikel 1 van het voornoemd Akkoord van 4 november 1976, geniet de directeur van het Bureau in België van de Internationale Arbeidsorganisatie, alsmede zijn echtgeno(o)t(e) en zijn (haar) inwonende minderjarige kinderen, het stelsel van vrijstelling van de belasting over de toegevoegde waarde zoals dat omschreven is in de aanschrijving van 3 januari 1978, nr. 1, en onder de in die aanschrijving gestelde voorwaarden (1).
De termijn van twee jaar met betrekking tot de verjaring van de vorderingen tot terugbetaling van de belasting over de toegevoegde waarde, die voortvloeien uit de terugwerkende kracht tot 1 oktober 1973 van de bepalingen van het Akkoord van 4 november 1976, is ingegaan op 7 november 1978 (datum waarop de wet houdende goedkeuring van net Akkoord in werking getreden is).
III. In het Belgisch Staatsblad van 17 november 1978 werd de wet van 10 augustus 1978 bekendgemaakt, houdende goedkeuring van het Zetelakkoord tussen België en de Afrikaanse Aardnootraad, ondertekend te Brussel op 18 mei 1976.
Luidens de voornoemde wet van 10 augustus 1973 worden de bepalingen van dit Zetelakkoord toegepast vanaf 18 mei 1976 (art. 2) en wordt de verjaring van de op de fiscale bepalingen gesteunde vorderingen tot teruggaaf geschorst tot op de dag van de inwerkingtreding van de wet (art. 3)
Het Zetelakkoord treedt in werking op de datum van uitwisseling van de akten waarvan sprake in artikel 20 van het Akkoord. Die uitwisseling heeft plaatsgehad te Brussel op 19 oktober 1978.
De regeling inzake belasting over de toegevoegde waarde die, in uitvoering van- voornoemd Zetelakkoord van 18 mei 1976, van toepassing is op de Afrikaanse Aardnootraad en op de personeelsleden van het Europees Bureau van de Raad, wordt uiteengezet in de bijlage nr. 2 bij deze aanschrijving, die als § 1 wordt ingevoegd in de aanschrijving van 3 januari 1978, nr. 2.
De termijn van twee jaar met betrekking tot de verjaring van de vorderingen tot terugbetaling van de belasting over de toegevoegde waarde, die voortvloeien uit de terugwerkende kracht tot 18 mei 1976 van de bepalingen van het Zetelakkoord van 18 mei 1976, is ingegaan op 27 november 1978 (datum waarop de wet houdende goedkeuring van het Akkoord in werking trad).
De beide aanschrijvingen van 3 januari 1978, nrs. 1 en 2, moeten als volgt worden gewijzigd en aangevuld.
A. Aanschrijving nr.1, bijlage VI.
Bij onderhavige aanschrijving is (bijlage nr. 3) een herdruk gevoegd van de bijlage VI van de aanschrijving nr. 1/1978. Deze herdruk houdt rekening met de toevoegingen welke in die bijlage werden ingelast door de aanschrijving van 26 juli 1978, nr. 22, door deze van 15 september 1978, nr. 28, en door onderhavige aanschrijving.
B. Aanschrijving nr. 2.
- De nieuwe § 1(2) (bijlage nr. 2 bij deze aanschrijving) dient ingevoegd te worden in de aanschrijving nr. 2/1978.
- In § 24 moet de rubriek "Diplomatieke regeling" (blz.24/6), reeds aangevuld door de aanschrijving van 15 september 1978, nr. 28 (blz. 3), als volgt aangevuld worden :
"f) de directeur van het Bureau in België van de Internationale Arbeidsorganisatie (art. 1 van het Akkoord van 4 november 1976 - Belgisch Staatsblad van 28 oktober 1978)".
- § 26. A moet vervangen worden : z. bijlage nr. 1 bij onderhavige aanschrijving.
- De inhoudsopgave van de aanschrijving nr. 2/1978 moet vervolledigd worden door inlassing van de woorden "§ 1(2). Afrikaanse Aardnootraad".
Namens de Minister:
De Directeur-generaal a.i.,
A. LACROIX
NOTEN
-----
(1) De personen aan wie het diplomatiek statuut werd toegekend, genieten slechts van de vrijstelling van de BTW op voorwaarde dat zij geen Belgische onderdaan zijn, noch in België duurzaam verblijf houden, noch er een eigen winstgevende activiteit uitoefenen.
(2) De personen aan wie het diplomatiek statuut werd toegekend, genieten slechts van de vrijstelling van de BTW, binnen de vastgestelde perken, op voorwaarde dat zij geen Belgische onderdanen zijn, niet in België duurzaam verblijf houden, noch in België een eigen winstgevende aktiviteit uitoefenen.
BIJLAGE 1
§ 26. A. RAAD VAN EUROPA
Organen van de Raad.
Comité van Ministers en Raadgevende vergadering (zetel : Straatsburg).
Verbindingsbureau van de Raad van Europa met de Europese Gemeenschappen, te Brussel (hierna "het Bureau" genoemd). Grondslag van de voorrechten.
a) Algemeen Akkoord nopens de voorrechten en immuniteiten van de Raad van Europa, ondertekend te Parijs op 2 september 1949, bekrachtigd door de wet van 13 april 1951 (Belgisch Staatsblad van 17 mei 1951).
b) Aanvullend Akkoord bij het Algemeen Akkoord van 2 september 1949 inzake de voorrechten en immuniteiten van de Raad van Europa, gesloten te Straatsburg op 3 december 1974 tussen het Koninkrijk België en de Raad van Europa, goedgekeurd door de wet van 10 augustus 1978 (Belgisch Staatsblad van 27 oktober 1978).
1. Hier te lande verrichte leveringen van goederen en diensten.
Artikel 1 van het Aanvullend Akkoord van 3 december 1974 luidt als volgt :
"Wanneer de Raad van Europa belangrijke aankopen doet van roerende of onroerende goederen of belangrijke diensten laat verrichten, die voor de uitoefening van zijn officiële werkzaamheden strikt noodzakelijk zijn en wanneer in de prijs daarvan indirecte belastingen of belastingen op de verkoop inbegrepen zijn, worden, telkens als dit mogelijk is, passende maatregelen tot kwijtschelding of teruggave van het bedrag van zodanige belastingen getroffen".
Op grond van deze bepaling :
a) zijn de leveringen van gebouwen verricht volgens het bepaalde in artikel 9, § 3, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, aan de Raad van Europa, voor zijn officieel gebruik (onder meer het officieel gebruik van het Bureau), vrijgesteld van de belasting over de toegevoegde waarde, op grond van een beslissing te nemen door de Centrale administratie van de BTW, registratie en domeinen.
De beslissing waarbij de Centrale administratie de kosteloze registratie van de aankoopakte toestaat geldt ook voor de vrijstelling van de belasting over de toegevoegde waarde voor de vervreemde gebouwen. Die beslissing wordt ter kennis gebracht van de hoofdcontroleur van het controlekantoor in het ambtsgebied waarvan de belastingplichtige is gevestigd.
De factuur, die de leverancier van de goederen of de dienstverrichter uitreikt aan de Raad van Europa, moet de volgende vermelding bevatten : "Vrijstelling van de BTW. Artikel 42, § 3, 3, van het Wetboek";
b) genieten de leveringen van roerende goederen en diensten verstrekt aan de Raad van Europa, voor zijn officieel gebruik (onder meer het officieel gebruik van het Bureau), vrijstelling van de BTW op voorwaarde dat het bedrag per levering ten minste 5.000 F bereikt, BTW niet inbegrepen.
De vrijstelling is afhankelijk van het uitreiken aan de leverancier of de dienstverrichter, van een bestelbon door de Raad van Europa. Die bestelbon, waarop het stempel van de Raad is aangebracht, vermeldt onder meer op duidelijke wijze, de naam en het adres van de leverancier of de dienstverrichter, de aard en de hoeveelheid van de te leveren goederen of de aard van de te verstrekken diensten. Hij moet bovendien vermelden dat de bestelling geschiedt voor het officieel gebruik van de Raad van Europa (of van het Bureau te Brussel). Op de bestelbon moet door degene die daartoe gemachtigd is door de Raad een ontvangstmelding worden aangebracht van de bestelde en geleverde goederen . of de verstrekte diensten. De bon moet door de leverancier of de dienstverrichter worden bewaard bij zijn boek voor uitgaande facturen als rechtvaardiging voor het niet voldoen van de belasting over de toegevoegde waarde.
De factuur, die de belastingplichtige uitreikt aan de Raad van Europa, moet de volgende vermelding bevatten : "Vrijstelling van de BTW. Artikel 42 § 3, 3 van het Wetboek".
2. Invoer.
Artikel 7 van het Algemeen Akkoord van 2 september 1949 bepaalt dat de Raad vrijgesteld is van alle douanerechten, verboden en beperkingen van invoer en uitvoer met betrekking tot artikelen voor zijn officieel gebruik. Dezelfde vrijstelling geldt voor de publikaties van de Raad.
Op grond van deze beschikking, is de invoer van goederen door de Raad van Europa, voor officieel gebruik, vrijgesteld van de belasting over de toegevoegde waarde. Deze vrijstelling wordt verleend onder dekking van een document 45 A geel, waarop de vermelding in vak 14 moet worden aangevuld met de woorden : "Vrijstelling van de BTW. Artikel 42, § 3 3 van het Wetboek".
De vrijstelling kan worden verleend bij rechtstreekse invoer, bij uitslag uit entrepot en bij aanzuivering van een regeling van tijdelijke vrijstelling.
3. Ambtenaren van de Raad.
3.1. Invoer.
Artikel 18, letter f, van het Algemeen Akkoord van 2 september 1949 bepaalt dat de ambtenaren van de Raad van Europa het recht hebben hun huisraad en goederen met vrijstelling in te voeren de eerste maal dat zij hun post aanvaarden in het betreffende land, en deze voorwerpen vrij van rechten opnieuw naar hun land van domicilie uit te voeren bij het ophouden van hun functies.
De immuniteiten bedoeld in voornoemd artikel 18 letter f, die ook van toepassing zijn voor de personeelsleden van het Bureau te Brussel, begrijpen de vrijstelling van de belasting over de toegevoegde waarde.
Deze laatste vrijstelling wordt verleend onder dekking van een document 45 A geel, waarop de vermelding in vak 14 moet worden aangevuld met de woorden : "Vrijstelling van de BTW. Artikel 42, § 3, 3, van het Wetboek".
3.2. Binnenlandse verrichtingen.
De ambtenaren van de Raad van Europa, en meer in het bijzonder de personeelsleden van het Bureau te Brussel, hebben geen enkel recht op vrijstelling van de belasting over de toegevoegde waarde inzake de leveringen van goederen en de diensten die hen hier te lande worden verstrekt.
4. Diplomatieke regeling.
De Secretaris-generaal en de Adjunct-secretaris-generaal van de Raad van Europa, evenals hun echtgeno(o)t(e) en hun minderjarige kinderen, genieten de voorrechten, de immuniteiten, de vrijstellingen en de faciliteiten die, overeenkomstig het internationaal recht, worden toegekend aan diplomatieke aangestelden (art. 16 van het Algemeen Akkoord van 2 september 1949).
Het hoofd van het Verbindingsbureau van de Raad van Europa met de Europese Gemeenschappen te Brussel geniet dezelfde voordelen als de leden van het diplomatiek personeel der diplomatieke zendingen. De echtgeno(o)t(e) van het hoofd van het Bureau alsmede zijn (haar) inwonende minderjarige kinderen genieten dezelfde voordelen als de echtgeno(o)t(e) en de minderjarige kinderen van de leden van het diplomatiek personeel (art. 3, 1, van het Aanvullend Akkoord van 3 december 1974).
De regeling inzake belasting over de toegevoegde waarde, bedoeld in de aanschrijving van 3 januari 1978, nr. 1, is in deze van toepassing (2).
BIJLAGE 2
§ 1(2). AFRIKAANSE AARDNOOTRAAD
De Afrikaanse Aardnootraad, waarvan het Europees Bureau in Brussel gevestigd is, bezit rechtspersoonlijkheid.
Grondslag van de voorrechten.
Zetelakkoord tussen België en de Afrikaanse Aardnootraad, ondertekend te Brussel op 18 mei 1976, en goedgekeurd door de wet van 10 augustus 1978 (Belgisch Staatsblad van 17 november 1978).
1. Hier te lande verrichte leveringen van goederen en diensten.
Artikel 7, alinea 2, van het Zetelakkoord luidt als volgt : "Wanneer de Raad belangrijke aankopen doet van onroerende of roerende goederen of belangrijke werken doet uitvoeren, die strikt noodzakelijk zijn voor de uitoefening van zijn officiële activiteiten en waarvan de prijs indirecte belastingen of taksen op de verkoop omvat, worden telkens als het mogelijk is, passende maatregelen tot kwijtschelding of terugbetaling van het bedrag van deze belastingen en taksen getroffen".
Bij toepassing van die bepaling :
a) zijn de leveringen van gebouwen, verricht in de voorzieningen van artikel 9, § 3, van het Wetboek van de belasting over-de toegevoegde waarde, aan de Afrikaanse Aardnootraad voor zijn officiële werkzaamheden, vrijgesteld van die belasting, op grond van een beslissing te nemen door de Centrale administratie van de BTW, registratie en domeinen.
De beslissing waarbij de Centrale administratie de kosteloze registratie van de aankoopakte toestaat, geldt ook voor de vrijstelling van de BTW voor de vervreemde gebouwen. Die beslissing wordt ter kennis gebracht van de hoofdcontroleur van het controlekantoor waaronder de belastingplichtige ressorteert.
De factuur, die de belastingplichtige uitreikt aan de Afrikaanse Aardnootraad moet de volgende vermelding bevatten : "Vrijstelling van de BTW. Artikel 42, § 3, 3, van het Wetboek";
b) genieten de leveringen van roerende goederen en diensten aan de Raad en die strikt noodzakelijk zijn voor de uitoefening van zijn officiële werkzaamheden, vrijstelling van de belasting over de toegevoegde waarde, op voorwaarde dat het bedrag per levering tenminste 5.000 F bereikt, BTW niet inbegrepen.
De vrijstelling is afhankelijk van het uitreiken aan de leverancier of de dienstverrichter, van een bestelbon door de Raad. Die bestelbon, waarop het stempel van de Raad is aangebracht, vermeldt onder meer op duidelijke wijze, de naam en het adres van de leverancier of van de dienstverrichter, de aard en de hoeveelheid van de te leveren goederen of de aard van de te verstrekken diensten. Hij moet bovendien vermelden dat de bestelling geschiedt voor het officieel gebruik van de Raad. Op de bestelbon moet door degene die daartoe gemachtigd is door de Raad een ontvangstmelding worden aangebracht van de bestelde en geleverde goederen of de verstrekte diensten. De bon moet door de leverancier of de dienstverrichter worden bewaard bij zijn boek voor uitgaande facturen als rechtvaardiging voor het niet voldoen van de belasting over de toegevoegde waarde.
De factuur die de leverancier of dienstverrichter uitreikt aan de Raad, moet de volgende vermelding bevatten : "Vrijstelling van de BTW. Artikel 42, § 3, 3, van het Wetboek".
2. Invoer.
Artikel 6 van het Zetelakkoord luidt als volgt :
"België verleent vrijstelling van alle douanerechten, taksen en soortgelijke heffingen andere dan kosten van opslag van vervoer en kosten voor diensten van dezelfde aard, bij de invoer van produkten bestemd voor officieel gebruik door de Raad, de aldus ingevoerde produkten mogen niet dan onder de voorwaarden die door de Belgische wetten en reglementen zijn voorgeschreven, worden verkocht of op andere wijze worden afgestaan".
Op grond van die bepaling zijn de invoeren verricht door de Afrikaanse Aardnootraad, voor de uitoefening van zijn officiële activiteiten, vrijgesteld van de belasting over de toegevoegde waarde.
Deze vrijstelling wordt verleend onder dekking van een document 45 A geel, waarop de vermelding in vak 14 moet worden aangevuld met de woorden : "Vrijstelling van de BTW. Artikel 42, § 3, 3, van het Wetboek".
De vrijstelling kan worden verleend bij rechtstreekse invoer, bij uitslag uit entrepot en bij aanzuivering van een regeling van tijdelijke vrijstelling.
3. Diplomatieke regeling.
De directeur van het Europees Bureau van de Afrikaanse Aardnootraad geniet dezelfde voordelen als die welke worden verleend aan het diplomatiek personeel van de diplomatieke zendingen.
De echtgenote van de directeur en de minderjarige kinderen die met hem onder hetzelfde dak wonen, genieten dezelfde voordelen als die welke worden verleend aan de echtgenoten en de minderjarige kinderen van het diplomatiek personeel (art. 9 van het Zetelakkoord).
De regeling inzake belasting over de toegevoegde waarde uiteengezet in de aanschrijving van 3 januari 1978, nr. 1, is in dit geval toepasselijk (1).
4. Personeelsleden van het Europees Bureau van de raad.
Met uitzondering van de directeur van het Bureau, voor wie de diplomatieke regeling toepasselijk is (z. nr. 3 hierboven), hebben de personeelsleden van het Europees Bureau van de Afrikaanse Aardnootraad geen enkel recht op vrijstelling van de belasting over de toegevoegde waarde, noch met betrekking tot de goederen die zij invoeren, noch ten aanzien van de goederen en diensten die hen hier te lande worden geleverd.
NOOT
----
(1) De personen aan wie het diplomatiek statuut werd toegekend, genieten slechts van de vrijstelling van de BTW onder de bepaalde perken en op voorwaarde dat zij geen Belgische onderdaan zijn, noch in België duurzaam verblijf houden, noch er een eigen winstgevende activiteit uitoefenen.
BIJLAGE 3
Bijlage VI bij de aanschrijving nr. 1/1978 (bijwerking).
Ambtenaren van Internationale Organisaties, die de fiscale vrijstellingen genieten verbonden aan het diplomatiek statuut.
| ORGANISATIES | AMBTENAREN |
| Afrikaanse Aardnootraad | De directeur van het Europees Bureau. |
| Europese Gemeenschappen | 1. De leden van de Commissie van de Europese Gemeenschappen. |
| 2. De rechters, de advokaten-generaal en de griffier van het Hof van Justitie. | |
| 3. De voorzitter en de ondervoorzitters van het Directiecomité van de Europese Investeringsbank. | |
| Europese Octrooiorganisatie | De voorzitter van het Europees Octrooibureau. |
| Europese Organisatie voor de ontwikkeling envervaardiging van dragers voor ruimtetuigen | De Secretaris-generaal of de persoon aangeduid om de Secretaris- generaal te vervangen. (E.L.D.O.) |
| Europese Organisatie voor Ruimteonderzoek (E.S.R.O.) | De Directeur-generaal. |
| Intergouvernementele Commissie voor Europese Migratie in België. (ICEM) | Het hoofd van het Bureau van de ICEM in België. |
| Internationaal Katoeninstituut | De uitvoerende directeur. |
| Internationale Douaneraad | De Secretaris-generaal en de Adjunct-secretaris-generaal. |
| Noord-Atlantische Verdragsorgatie (N.A.V.O.) | 1)De volgende ambtenaren van de Organisatie, in functie op Belgisch grondgebied: |
| - de Secretaris-generaal en de andere hoge ambtenaren van gelijke rang; | |
| - de ambtenaren van de graden A7 en A6; | |
| - 15 ambtenaren van de graden A4 of A5, aangeduid door de Secretaris-generaal. | |
| 2) De vaste Voorzitter van het Militair Comité van de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie. | |
| Internationale Militaire Hoofdkwartieren SHAPE (SACEUR). | De Intergeallieerde Opperbevelhebber in Europa |
| Noord-Atlantische Vergadering | De Secretaris-generaal van de Vergadering. |
| Organisatie voor Economische samenwerking en ontwikkeling | De Secretaris-generaal en de Adjunct-secretarissen-generaal |
| Organisatie van de Verenigde en gespecialiseerde Organisaties van de verenigde Naties. | 1) De Secretaris-generaal en al Naties De Adjunct-secretarissen-generaal van de Organisatie. |
| 2) De Directeur-generaal van ieder van de gespecialiseerde Organisaties, evenals iedere ambtenaar die in zijn naam gedurende zijn afwezigheid optreedt. | |
| 3) Het Hoofd van het Informatieen Verbindingsbureau van de Verenigde Naties in België. | |
| 4) Het Hoofd van de Afvaardiging voor België en Luxemburg van het Hoog-Commissariaat voor de Vluchtelingen. | |
| 5) Het Hoofd van het Bureau van de Organisatie van de Verenigde Naties voor de Industriële Ontwikkeling in België | |
| 6) De Directeur van het Bureau in België van de Internationale Arbeidsorganisatie. | |
| Raad van ACS-Ministers | De Secretaris, de Adjunct-secretarissen en de andere permanente hogere personeelsleden van de Raad. |
| Raad van Europa | - De Secretaris-generaal en de Adjunct-secretaris-generaal. - Het Hoofd van het Verbindingsbureau van de Raad van Europa met de Europese Gemeenschappen, te Brussel. |
| Secretariaat-generaal van de Benelux Economische Unie | De Secretaris-generaal. |
| West-Europese Unie | De Secretaris-generaal, de Adjunctsecretarissen-generaal, de Directeur van het Agentschap van het toezicht op de bewapening en iedere andere permanente ambtenaar, aangeduid door de Raad van de Organisatie. |
| Centrum voor Industriële Ontwikkeling | De Directeur en de adjunct-directeur (C.I.O.) |
Bron: FisconetPlus
